1657 | 1658 | 1659 | 1660: jan. ...
|
Christiaan Huygens aan Ism. Boulliau.1 januari 1660.
Brief, concept en kopie in Leiden, coll. Huygens.
A la Haye le premier de l'an 1660. Ik ben heel blij geweest uit uw brief van de 12e december te vernemen dat de exemplaren tenslotte bij u waren aangekomen, ik hield ze al bijna voor verloren, en ik blijf u ervoor verplicht dat u hebt zorg gedragen voor het uitdelen ervan. Ik zou niet hebben nagelaten |
[ 4 ]
|
opdracht te geven om u uw uurwerk te laten ontvangen uit handen van de Boekhandelaar 1), ware het niet dat de heer Hanet klaar stond van hier terug te keren naar Parijs, toen ik uw brief ontving; zodat ik er niet aan twijfel dat hij ze u al gebracht heeft. Hij zal u ook hebben gezegd hoe onze goede vakman Coster is overleden 2), wat ik niet weinig betreur.
Ik bedank u ervoor dat u de moeite wilt nemen de horoscoop te maken waarom ik u gevraagd heb 3). Om aan te vullen wat ik vergeten was u te zeggen over de plaats van geboorte: u moet weten dat het hier in Den Haag is dat zij geboren is, waarmee het voor u gemakkelijk is de poolshoogte te weten (naar mijn berekening 52° 5') en de afstand van de meridiaan tot die van Uraniborg.
Wat betreft uw meting van de diameter van Mars, ik verzeker u dat die de werkelijkheid niet eens benadert, en ik vraag u geen enkel vertrouwen te hebben in de methode van Hevelius, omdat die heel onzeker en bedrieglijk is. Ook de mijne, waarvan ik gehoopt had die te gebruiken, te weten die welke ik heb uitgelegd in mijn Systeem, heeft me in de steek gelaten door de kleinheid van Nu uw heren de exemplaren hebben ontvangen ben ik zeer benieuwd naar wat ze ervan zullen vinden, zonder toch heel bang te zijn voor hun tegenwerpingen als ik aan de uwe kan voldoen. Ik ben heel oprecht
1) Charles Angot was in 1657 de correspondent in Parijs van Johannes Elsevier. In 1659 woonde hij in de Rue Saint-Jacques, bij het uithangbord 'La Ville de Leyden', in 1667 in dezelfde straat bij 'Lion d'Or'. Op de titelpagina van het werk van brief No. 576, n.11 [Lettres de Mr. Descartes, T. 2, Par. 1659, 2e ex.] is een aardig drukkersmerk te vinden: Leiden met de zinspreuk 'Imperat atque Docet' [heerst door te onderwijzen]. 2) Hieruit volgt dat Coster eind 1659 is overleden ... [zie T. 17, p. 12]. 3) Zie brief No. 696. 4) Volgens de meest nauwkeurige metingen was de diameter van Mars op die datum 15". [ *) Systema Saturnium, p. 79, Ned.. De methode was (T. 15, p. 66-67): bedek Mars in de telescoop precies met een staafje, zoals uitgelegd in Systema (p. 82-83), en kijk dan met het blote oog op welke afstand dit staafje even groot lijkt als in de telescoop; de vergroting volgt uit de brandpuntsafstanden. Het staafje was ± 1 cm dik, de afstand met het blote oog ± 1,5 m, de vergroting ± 87. Deel 0,01 door 1,5 × 87, de arctangens daarvan is ruim 17".] |
[ 5 ]
|
Ik heb nog geen antwoord gekregen van meneer Hevelius 5) waarover ik een beetje verbaasd ben. Maar wel meer over het feit dat Prins Leopoldo 6) mij niets laat berichten. Het lijkt me dat hij op zijn minst via zijn secretaris een woord van beleefdheid zou moeten laten zeggen, als die van hem zo groot is als u mij vroeger hebt verzekerd 7).
Monsieur Bouillaut A Paris.
5) Hevelius ontving Huygens' brief van 17 oktober 1659 (No. 676) pas begin juli [febr. maar kreeg eerst bezoek van de 'koninklijke majesteiten'] 1660 en antwoordde op de 13 juli 1660 [No. 758]. 6) Zie hierover de brief van Huygens aan Chapelain van 2 september 1660 [No. 775: Huygens had geen brief meegestuurd met zijn boek]. 7) Zie brief No. 623. |
|
Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.2 januari 1660.
Brief in Leiden, coll. Huygens.
A Paris le 2. Janvier 1660. MonsieurIk heb bezigheden gehad die me hebben belet te antwoorden op uw brief van de XIe december jongstleden; en ik heb geen tijd gehad te voldoen aan de laatste alinea, waarin u mij de horoscoop vraagt van een persoon uit uw omgeving. Het is noodzakelijk dat u me de Poolshoogte laat weten van de plaats waar zij geboren is, en de afstand van de Meridiaan tot die van Uraniborg, opdat ik iets kan maken dat nauwkeurig is. Ik heb een gedeelte van uw boeken uitgedeeld, en ik heb degenen die in uw brief zijn genoemd doen berichten, opdat ze de moeite zouden nemen mij te komen opzoeken. Meneer de Belair is dood, en zo zal het exemplaar dat voor hem was, voor meneer Auzout zijn. Ik heb zelf naar meneer Chanut het exemplaar gebracht dat u voor hem had bestemd, en ik heb een briefje achtergelaten waarin ik hem vraag u te schrijven, en u te laten blijken dat hij het boek ontvangen heeft. Hij was de stad uitgegaan om meneer de Minister van financiën 1) te ontmoeten. Ik verneem dat er in Engeland iemand is die kijkers heeft gemaakt waarvan de buis, gevuld met helder water, veel licht doet schijnen in de nacht, met dat van een enkele kaars. Men heeft het ook over een andere, een palm lang, waarmee men een leger 6 mijl in de verte kan ontwaren. Ik zou dit alles gezien willen hebben; ik geloof dat het eerste naar waarheid is, maar het tweede niet. Ik stuurde u met de vorige gewone post een brief 2) van meneer de Carcavi die verscheidene mooie dingen bevat.
Ik vraag u naar Jupiter te kijken, dichtbij de ster a) in de achterste knie van
Monsieur Christian Hugens de Zulichem. A la Haye.
1) 'Surintendant des Finances' Nicolas Foucquet. Zie brief No. 605, n.7. 2) Zie brief No. 698 en de Aanhangsels No. 699 en 700. a) In de marge: 13°.8' 3) De ster σ Leonis. [ *) In: Ism. Boulliau, Astronomia Philolaica, Par. 1645.] |
|
Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.9 januari 1660.
Brief in Leiden, coll. Huygens.
A Paris le 9e Janvier 1660. MonsieurIk zal morgenochtend werken aan de geboorte-horoscoop van die persoon die onbekend wil blijven; wat ik ga maken zou wel een teken van waardering verdienen, zoals een kleinood uit Indië, ik wordt niet zoals iedereen geraakt door begerigheid, en ik ben geen koopman; maar ik zou wel blij zijn een aardigheidje te hebben dat ik als ontvangen gunstbetoon zal bewaren. De heer Hanet is hier weggegaan zonder mij over zijn vertrek te berichten, wat me bezorgd heeft gemaakt; er moet dus gewacht worden op zijn terugkeer om het uurwerk te krijgen, ik weet nog niet of het in deze stad is. Aan degenen voor wie u uw boeken had bestemd en die ver van dit huis zijn heb ik laten zeggen dat ze mij zouden opzoeken, en dat ik hun elk hun exemplaar zou geven. De heren Chanut en de Roberval hebben de hunne gekregen. Ik heb veel achting voor die heren, maar daar ze niet ontwikkeld zijn in de Astronomie betwijfel ik sterk dat zij u iets kunnen tegenwerpen; en zonder op te scheppen geloof ik dat ik de enige heb gemaakt die te maken is.
Ik schort mijn oordeel op aangaande de werkelijke diameter van Ik zend u de figuur 2) van het uurwerk met slinger, begonnen door Galilei, zoals deze uit Florence aan mij gezonden is. 1) Zie brief No. 448, n.4. 2) Zie de plaat op de volgende pagina. De achterkant van het originele blad draagt het adres: A Monsieur Monsieur Christian Hugens de Zulichem A la Haye. in het handschrift van Boulliau, evenals het opschrift: Horologe commencé par Galileo Galilei avec vn pendule. Huygens voegde eraan toe: Missum a Serenissimo Principe Leopoldo ad Bullialdum, ab illo ad me. Rc. 15 janvier 1660. Cum descriptio horologii mei edita fuisset 1658. [ Door de doorluchtige prins Leopold aan Boulliau gezonden, door hem aan mij. Ontvangen 15 januari 1660. Terwijl de beschrijving van mijn uurwerk was uitgegeven Anno 1658.] |

[ 9 ]
|
Ik zal u hierna 3) zenden de figuur van het uurwerk dat meneer de Groothertog heeft in zijn oude paleis van de Medici in de stad Florence; dat is een openbaar uurwerk. In de eerste brief die ik zal schrijven aan meneer Prins Leopoldo, zal ik hem bedekt iets te kennen geven over het antwoord dat u van hem verwacht. Ik ben van ganser harte
Monsieur Christian Hugens de Zulichem. A la Haye.
3) Zie brief No. 712. |
|
Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.16 januari 1660.
Brief in Leiden, coll. Huygens.
A Paris le 16. Janvier 1660. MonsieurIk stuur u het oordeel 1) dat ik heb geveld over de stand van de sterren die ik opstelde op de datum die u me hebt gestuurd. Ik heb niet alle punten doorlopen die de astrologen gewoonlijk behandelen, omdat mijn mening niet is dat men kan oordelen over broers, ouders, bedienden enz. waarvan ze regels en spreuken hebben gemaakt. Ik kijk naar het temperament en de dingen die eruit volgen. Ik vraag u mij haar naam en hoedanigheid te zeggen. Ik heb met deze gewone post van meneer Hevelius een brief ontvangen die 2) is geschreven op de 9e december. Hij maakt geen andere tegenwerpingen tegen uw Systeem dan die welke ik u heb gemaakt 3), ze zijn dan ook de enige. Hij beklaagt zich een beetje over u omdat u in uw boek niet alles van hem hebt aangehaald waarvan hij gelooft dat u het naar voren zou moeten brengen. In het antwoord dat ik hem weldra zal geven zal ik hem vragen u te schrijven en u openlijk zijn gevoelens te zeggen. 1) De horoscoop van de prinses van Oranje. Zie brief No. 704. 2) Voeg toe: est [qui est escrite, i.p.v. qui escrite]. 3) Zie brief No. 684. |
[ 10 ]
|
Met de volgende gewone post zal ik u in tekening het model sturen van het slingeruurwerk dat meneer de Groothertog heeft laten aanpassen in het oude paleis van de Medici. Ik ben
De heer Hanet verschijnt niet en ik kan het uurwerk niet ophalen. |
|
Christiaan Huygens aan [Ism. Boulliau].22 januari 1660.
A la Haye le 22 Jan. 1660. Monsieur
U hebt mij een groot genoegen gedaan door me de tekening 1) te sturen van het uurwerk waarmee Galileï was begonnen. Ik zie dat er een slinger is evenals bij het mijne; maar niet op dezelfde wijze aangebracht; want ten eerste heeft hij een veel ingewikkelder vondst genomen in plaats van het rad te gebruiken, dat men noemt het kroonrad*). Ten tweede heeft hij de slinger niet opgehangen aan een draadje of lintje, maar zodanig dat alle zwaarte ervan rust op de as waarop hij beweegt, wat ongetwijfeld de voornaamste oorzaak is waarom zijn manier niet goed geslaagd is; want ik weet uit ondervinding dat daardoor de beweging veel moeilijker wordt, en het uurwerk eerder geneigd is stil te gaan staan. 1) Zie de plaat na p. 8. [ *) Zie bij 'Echappement'.] |
[ 13 ]
|
omdat ik tot stand heb gebracht wat hij niet gedaan wist te krijgen, en omdat ik toch niet van hem of van iemand ter wereld enige aanwijzing of aanzet heb gekregen voor deze uitvinding. Als men ooit het tegendeel vindt moet men mij houden voor een plagiator, dief en alles wat men maar wil. In een tweede uitgave van het genoemde uurwerk 2), meer uitgebreid dan de eerste, zult u een mooie vondst zien die ik er sinds kort aan heb toegevoegd ter uiterste vervolmaking 3). Het is de belangrijkste opbrengst die te verwachten was van de wetenschap van versnelde beweging, waarvan aan Galileï de eer toekomt die als eerste te hebben behandeld. En ik ben ervan overtuigd dat Meetkundigen deze toevoeging oneindig veel meer zullen waarderen dan al het overige van deze automaat. Ik verlang er zeer naar de andere tekening 4) te zien die u mij belooft, en ik geloof dat de slinger daaraan vastgemaakt zal zijn zoals bij de mijne, aangezien die is van een uurwerk dat inderdaad loopt. Ik zal u ervoor verplicht zijn als u mij noemt in uw brieven aan Prins Leopoldo en aan meneer Hevelius. Wat de eerste betreft verbeeld ik me nog steeds dat hij met ongenoegen ziet dat ik de genoemde uitvinding als eerste heb voortgebracht, en dat hij datgene, wat ik in het voorwoord 5) heb geschreven, opneemt alsof het voor hem was gezegd. Waarin hij zeker groot ongelijk zou hebben, aangezien ik in het algemeen heb gesproken. Meneer Heinsius, die mijn Systeem naar de heer Carlo Dati 6) heeft gestuurd, beweert me met enkele redenen dat het pakket waarin brieven voor hem en voor mij zaten moet zijn kwijtgeraakt, en hij heeft ook geschreven om te weten te komen hoe het zit. Zodat ik hoop er weldra over ingelicht te worden, dat is alles wat ik verlang, want of ik nu antwoord krijg of niet, dat maakt me niet veel uit, en ik weet dat het een van de dingen is die niet van ons afhangen*). Wat u verlangt betreffende de geboorte-horoscoop is niet meer dan billijk, en ik heb de dame er al over doen inlichten, ze is niet in deze stad. Ik had gehoopt die met deze gewone post te ontvangen, en ik verzoek u opnieuw hem te voltooien als hij nog niet af is. In uw voorlaatste brief 7) schreef u mij over nieuwe uitvindingen in de dioptrica die er in Engeland zouden zijn. Wat betreft de vermenigvuldiging van licht door middel van een buis gevuld met water: ik geloof niet dat deze die van een dik en breed bol glas overtreft, zoals ik er een heb in een lantaarn. Het effect van een telescoop ter grootte van een palm wordt niet voldoende bepaald, als gezegd wordt dat hij een leger 6 mijl in de verte doet ontwaren, want men zou moeten weten wat er te onderscheiden is. Maar ik voor mij weet op overtuigende wijze dat een kijket van een palm of een voet nauwelijks meer effect kan maken dan ze tot dusver hebben gedaan.
3) Het gaat om de cycloïdale boogjes. Zie brief No. 703 [aan Tacquet]. 4) Zie de plaat na p. 14. 5) Zie brief No. 510a. [In Horologium, 1658, Ned.: "Ongetwijfeld immers zullen er ook elders menschen opstaan, die afgunstig aan onzen kleinen roem gaan tornen ..."] 6) Zie brief No. 652. 7) Brief No. 706. [ *) Gr. 'tôn ouk eph' hèmin', Epictetus, Enchiridion, I.] |
[ 14 ]
|
Al vele dagen heb ik Ik zeg u opnieuw dank voor de moeite die u neemt mijn exemplaren uit te delen. Het is voldoende dat meneer Chanut het zijne heeft ontvangen en ik zou niet willen dat hij de moeite nam mij daarvoor te schrijven. Er was er een voor meneer Huet 9) dat ik u nog aanbeveel, te weten het aan meneer Chapelain te sturen. Ik ben volkomen
Eergisteren kwam bij mij op bezoek een Duitser genaamd Johann Joachim Becher 10) die zich erop beroemt een perpetuum mobile 11) te hebben gebouwd in Mainz op kosten van de keurvorst, dat al 6 maanden zou hebben gelopen, met alleen mechanische principes. Ik geloof er niets van. 8) Zie brief No. 706. [ *) Astronomia Philolaica, p. 191: in sterrenbeeld Leo, Magnit. 4.] 9) Pierre Daniel Huet. Zie brief No.648, n.3. 10) Zie brief No. 709, n.1. 11) Zie No. 709, n.3. |
|
Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.[23 januari 1660.]
Plaat in Leiden, coll. Huygens. De plaat hierna is een reproductie van de tekening, door Boulliau aan Chr. Huygens gestuurd. Achterop staat het adres, geschreven door Boulliau: A Monsieur Monsieur Christian Hugens de Zulichem A la Haye.
Het opschrift: De tekening lijkt te zijn gestuurd zonder begeleidende brief; deze is althans niet gevonden. |


[ Andere figuur (BNF ms Fr. 13039, f. 158, zonder opschrift), detail:
as van kroonrad met radertje, lepeltjes op slingeras.]
|
Christiaan Huygens aan [Ism. Boulliau].29 januari 1660.
A la Haye le 29 Jan. 1660. MonsieurNadat mijn brief vertrokken was, die ik u 8 dagen geleden schreef 1), ontving ik die van u met de horoscoop, waarvoor ik u ootmoedig bedank. De dame is de tweede dochter van prins Frederik Hendrik van Oranje, ze heet Albertine 2), en is getrouwd met prins Willem van Nassau, stadhouder van Friesland. Om hem haar te doen toekomen heb ik hem gegeven aan de zus van één van haar hofdames, die hier aan het hof van de prinses-weduwe is, omdat deze zus de opdracht had de genoemde sterrenstand te verkrijgen. Ik heb haar ook meegedeeld wat u schreef over het kleinood 3), opdat zij de prinses ervan verwittigt, wat ze gaarne aanvaardde. Ik heb het antwoord gezien dat meneer Hevelius gegeven heeft aan degene 4) die hem mijn Systeem heeft gestuurd, waarin hij zich erover beklaagt dat ik niet heb geantwoord op zijn laatste brief 5); daaruit verneem ik dat hij nog niet de exemplaren ontvangen zal hebben die ik hem zelf heb toegestuurd voor hem en voor meneer de Secretaris 6) van de Koningin, met een lange brief 7). Voor meer zekerheid had ik er gestuurd langs twee wegen, maar bij die welke meneer Boddens aan hem heeft geadresseerd zat geen brief. Die waarvan hij er zou krijgen zullen ongetwijfeld verloren zijn gegaan met het schip, want we zijn te weten gekomen dat er voor de Pillau verscheidene zijn vergaan. Ik betreur het zeer, en ik zal hem erover schrijven.
Als Hanet de waarheid spreekt kunt u uw uurwerk gewoon ophalen bij de heer Petit 8) aan wie hij meer dan 3 weken geleden daartoe opdracht gestuurd heeft, want daar hij niet naar Parijs vertrekt, zoals hij me had verzekerd, heeft hij niet nagelaten aan de genoemde heer Petit te berichten wat hij met de uurwerken zou moeten doen.
2) Albertina Agnes. Zie No. 126, n.2. [ Zie hier voor de horoscoop.] 3) Zie No. 707. 4) Abraham Boddens. Zie No. 713 [27 jan. 1660]. 5) Zie No. 540, van 26 okt. 1658. 6) Des Noyers. Zie No. 448, n.4. 7) Brief No. 676. 8) De boekhandelaar Petit. 9) Zie brief No. 711. |
|
ben ik bezig een tabel op te stellen voor de tijdsvereffening, op grond van de twee oorzaken de Ptolemaeus erkent, want wat betreft de ongelijkheid van de dagelijkse omwentelingen van de aarde, die u met Kepler wilt invoeren, beken ik u openhartig dat ik die niet kan geloven, als ik geen andere grondslag zie. Ik vind dat, als ik mijn uurwerk aanpas aan de gemiddelde daglengte, en de wijzer zet op de schijnbare tijd wanneer de zon in het begin van Ik zou wel willen weten wat u vindt van de tabel van Mulerius 10), op pagina 130 van de Tabulae Frisicae 11), en van de manier die hij voorschrijft om die te gebruiken. Ik geloof dat hij niet veel begrip heeft van deze materie, die vrij duister is. Ik ben volkomen
Monsieur Bouillaut A Paris.
10) Nicolaus des Muliers (Mulerius) ... [1564-1630] promoveerde in 1589 te Leiden als doctor in de geneeskunde ... werd in 1614 professor wiskunde en geneeskunde te Groningen ... 11) Tabulae Frisicae Lunae-Solares quadruplices ... Alkmaar/Amst. 1611.
|
|
Originelen bij BNF, Ms. Fr. 13029, Huygens aan Boulliau: f. 211, 26 febr. 1660 (OC 3, p. 25). f. 212, 4 maart 1660 (OC 3, p. 32, No. 724). f. 209, 22 april 1660 (OC 3, p. 65). f. 196, s.d. (juli 1660, OC 3, p. 99). f. 219, 13 juni 1661 (OC 3, p. 278), 'Mercurius in sole'. f. 222, 24 aug. 1662 (OC 4, p. 208). |