Chr. Huygens | Oeuvres VI

[ 95 ]
No 1568.

Christiaan Huygens aan Colbert.

[1666] 1).

    Experimenten over het luchtledige doen met het apparaat, en op andere wijze, en de zwaarte van lucht bepalen. [<]
    De kracht van buskruit onderzoeken door het in kleine hoeveelheid op te sluiten in een zeer dikke ijzeren of koperen bus. [>]
    Op dezelfde manier onderzoeken de kracht van water dat verdund is door vuur.
    De kracht en de snelheid van de wind onderzoeken en het nut dat men ervan heeft in de scheepvaart en bij apparaten.
    De kracht onderzoeken van stoot of het overbrengen van beweging bij botsing van lichamen, waarvan ik meen als eerste de ware regels te hebben gegeven. [>]


Voor de vergadering over physica.

    De voornaamste bezigheid van deze vergadering en de nuttigste moet zijn, mijns inziens, te werken aan de natuurlijke historie ongeveer volgens het plan van Verulamius 2). Deze historie bestaat uit experimenten en opmerkingen en is het enige middel om te komen tot kennis van oorzaken van alles wat men in de natuur ziet. Zoals om te weten wat zwaarte is, warmte, koude, de aantrekking van een magneet, licht, kleuren, uit welke onderdelen lucht is samengesteld, water, vuur en alle andere lichamen; waartoe de ademhaling van dieren dient, op welke manier metalen, stenen en planten groeien.
[ 96 ]
Over al deze dingen weet men nog niets of zeer weinig, terwijl er toch niets ter wereld is waarvan de kennis zo te wensen zou zijn, en nuttiger.

    Men zou, volgens de verschillende onderwerpen waarvan ik er enkele heb genoemd, de hoofdstukken van deze historie moeten onderscheiden en er alle opmerkingen en experimenten bijeenbrengen die op elk in het bijzonder betrekking hebben, en men zou niet zozeer moeite moeten doen om er verslag te doen van zeldzame en moeilijk uitvoerbare experimenten, als wel van die welke essentieel lijken voor de ontdekking van wat men zoekt, zelfs al zouden ze heel gewoon zijn.

    Het nut van een dergelijke historie die getrouw is gemaakt strekt zich uit tot de gehele menselijke soort en in alle komende eeuwen, omdat behalve het profijt dat men uit afzonderlijke experimenten kan trekken voor verschillend gebruik, de verzameling van alle steeds een vast fundament is om een natuurfilosofie te bouwen, waarin men noodzakelijkerwijze te werk moet gaan vanuit de kennis van effecten naar die van de oorzaken.

    Chemie en ontleding van dieren zijn zeker nodig bij dit plan, maar verrichtingen van het een of van het ander zouden er altijd op gericht moeten zijn iets toe te voegen aan een onderwerp dat belangrijk is en dat betrekking heeft op de ontdekking van iets dat men voor ogen heeft, zonder tijd te verspillen aan meer van dezelfde opmerkingen aangaande omstandigheden waarvan de kennis geen gevolg kan hebben; om zich niet het verwijt op de hals te halen van Seneca aan de oude filosofen: Misschien zouden ze het nodige hebben gevonden als ze niet ook het overbodige hadden gezocht 3).

    Men zou moeten beginnen met de onderwerpen die men het mooist en nuttigst zou vinden, waarvan men er verscheidene tegelijk zou kunnen toedelen aan zoveel personen uit de vergadering dat ze elke week verslag ervan kunnen uitbrengen en een lezing geven over wat ze hebben bijeengebracht, en zo zal het een geregelde bezigheid zijn, waarvan de opbrengst ongetwijfeld zeer groot zal zijn.

Huygens.        


     1)  De precieze datum staat niet vast, maar het stuk moet van 1666 zijn, zoals alle documenten met betrekking tot de oprichting van de Académie des Sciences. Bij elke alinea had Colbert in de marge geschreven "goed".
[ Een vertaling staat ook in: Pieter Harting, 'Christiaan Huygens in de Parijsche Akademie van Wetenschappen', in Album der Natuur 1869, p. 16-20, genoemd in T. XIX, p. 346.]

     2)  Francis Bacon heeft zijn methode uiteengezet in Instauratio magna, 1620 en in Novo Atlantis, 1643, ook gedrukt in Mundus alter et idem, 1643.
     3)  Zie Seneca, Epistul. Mor. 45, § 4.

    [ Zie ook T. XIX, p. 255: 'Programma'.]



Christiaan Huygens | VI | Christiaan Huygens aan Colbert, 1666 (top)