Chr. Huygens | Oeuvres XXII | < Biografie >

Vertaling van de

Biografie van Christiaan Huygens

in Oeuvres complètes XXII

(Brontekst:  Gallica , Archive , dbnl)



INHOUD

525

Dagboek van Chr. Huygens
526 §  1 Reis en verblijf in Parijs
566 §  2 Reis en verblijf in Londen

577

 ...


[ 525 ]

Dagboek van Chr. Huygens

De reis naar Parijs en naar Londen van 1660-1661.


    In de Oeuvres Complètes is dit dagboek aangeduid met het woord 'Reysverhael' (dat niet voorkomt in de manuscripten). We hebben het verscheidene malen aangehaald in de voorgaande delen; maar het is pas in zijn geheel gepubliceerd door H. L. Brugmans in zijn werk van 1935 "Le séjour de Christian Huygens à Paris etc." (volledige titel op p. 387). De heer Brugmans staat ons welwillend toe gebruik te maken van zijn notities (wat niet wil zeggen dat de onze geheel overeenkomen met de zijne); hij had ook de Franse vertaling gegeven, zoals wij het na hem deden, van het begin (12-29 oktober) dat door Huygens in het Nederlands is opgesteld.

    Het is voor ons onmogelijk in het algemeen de exaktheid te garanderen van de geboorte- en overlijdensdata die in de noten gegeven worden. Zie b.v. noot 28 op p. 532.

    In 1655 hadden Christiaan en Lodewijk — we hebben het hierboven niet vermeld — in Parijs als gids gehad een vriend van hun vader, A. Tassin [<]; in 1660 had Christiaan, deze keer alleen op reis, geen echte mentor in Parijs.

    We geven hem het woord zonder verdere inleiding.

    [ 12-29 oktober: Nederlands, hier gemoderniseerd.]
[ 526 ] [ n ]

§ 1.   REIS  en  VERBLIJF  in  PARIJS.

    12 Oct. [1660] dinsdag.  Om 2 uur uit den Haag met Wolfsen.  Om 5½ uur van Delft waar ik eerst van der Wals bibliotheek 1) zag, en neef Becker 2) ontmoette met Zuerius, de getrouwde 3).  Om 9 uur te Delfshaven met het schip; daarin was onder andere Mr. Hagens, agent van de Pr. van Ligne 4), kende mij niet en sprak van de uurwerken en van Huygens.  In de Swaen was slecht brood te krijgen, voor onze provisie in 't schip.

    13 Oct.  Om 5 uur van Delfshaven.  Tegenwind,  met een paard getrokken door de Kil.  't Getij afgewacht in het Slaeck.
    [ Zie kaart 'Zeelandia' (Blaeu, 1635) bij UvA.]

kaart
Brabantia ducatus, Blaeu 1662 (1997)   N -»     groot
Delft

 
Antwerpen


    14.  s'Nachts het Vosmeer * ) uit.  't Schip in 't laveren tegen een ander gestoten.  Jezuïten-jongens in 't schip raasden als dollen; klappen.  Jan Cloppen broer.  Te Bergen op Zoom een vrouw uitgezet.  Om 12 uur te Lillo.  Hagens, Wolfse en ik over een beslijkte kleiweg te voet naar Staebroeck.  Daar vond ik een grove uurwerkmaker die mijn uitvinding geleerd had van Douw 5 ), en ...  Met een kar te Merxem om 8 uur; ligt 3 uur van Stabroeck en ½ van Antwerpen.

    15.  Om 6½ uur van Merxem; 7 uur in Antwerpen.  Hagens kabinet gezien, niet veel bijzonders.  Om 10 uur is de bagage aangekomen met het Delftse schip.  Gewandeld in de grote kerk ° ).  Daarbij gelogeerd in de Roosennobel bij Sr. Bommers.  Na het middagmaal met ons gezelschap het Jezuïeten-klooster wezen zien; naar de bibliotheek geleid, en in de grafkelders, door Pater Bolland 6) die ik een pakje van Heinsius 7) bracht.  Toonde mij 5 delen 'Heiligenlevens' die hij met P. Enschenius 6) schrijft; en het zijn nog maar van die van januari en februari.  Duartes 8) bezocht [cf. 9 apr.]; fraaie courante van La Barre 9).  Titiaans 10) Magdalena.  Zond mij uitstekende druiven.

[ 528 ]   [ oktober ] [ n ]
    16.  Hoorde op de klokken spelen, en een luidklok was de basso continuo 11).  Aan vader geschreven.  De beiaardier Sr. Cramers 12) bezocht.  Liet mij zijn houten speelklavier zien 11); bracht mij naar Sr. de Haes de draaier.  Zijn klavecimbel met 4 treetjes gezien, het ene maakt het luitregister, zeer aangenaam.  Douarte is mij komen ophalen bij de Haes.  Ontbeten bij Bommers.  Om 11 uur te laat aan de Heu gekomen.  Die nagezeild tot Willebroeck met een gehuurde schuit voor 3 gulden.  In de Heu is de vracht 15 stuivers.  Om 8 uur te Brussel, in 's-Hertogenbosch in de Bergstraet.  Zeiden dat het beter is daar dichtbij in S. Jacob.

    17 Zondag.  Met van der Elsts zoon gewandeld, het hof van Nassau gezien; de toren beklommen; gegeten bij vander Elst 13).  's Namiddags naar Laken gereden, daar gezien de Infante-laan tegenover de kerkdeur met een fontein aan 't eind.  Laat aangekomen op de Tour 14).  Van der Elsts dochter op de gitaar, niet bijzonder.

    18 Oct.  Het park, warande en 't hof gezien * ).  Galerij vol schilderijen, man die schrijft; koningen en koninginnen.  Gebouw van de pikeurs, galerij waar de echo is, van ongeveer 190 of 200 voet.  Daarin stond het scheepje dat gebouwd wordt voor de koning, en het belette de echo.  Fontein in de warande, hield een bol, en een mutsje op de straal drijvend.  Struisvogel en 2 arenden.  's Namiddags komedie gezien: Escolier de Salamanca van Scarron 15).

    19.  Jezuïeten-bibliotheek gezien, is een lange galerij; daar was een grote brandspiegel van 2 voet diameter, de stoel van Karel V, en een kast met enige antiquiteiten.  Na het diner met een koets naar Anderlecht.  In 't klooster van de Minderbroeders geweest, waar aardige vijvers in de tuin waren, rondom met bomen.  Hadden Erasmus nooit horen noemen.  Op de Tour met veel koetsen.  De resident Sasburgh bezocht.

    20.  Verbeeck 16) ontmoet.  Op 't stadhuis oude fraaie schilderijen van Rogier van der Weyden 17) gezien.  Daar was ook een schilderijenmarkt.  P. Sarasa 18) bezocht.
[ 530 ]   [ oktober ] [ n ]
Daar gevonden de schrijnwerker die het uurwerk heeft dat met water gaat, van Bettinus  * ).  Ook P. Fresneda 19), die anno '55 met ons uit Frankrijk kwam; was nu confesseur van Caracena 20).  Zei dat Alamont bisschop van Roermond was geworden.  Ambassadeur Boreel gearriveerd.

    21.  Schrijnwerkers horologe wezen zien.  Om 2 uur van Brussel.  Gegeven aan Baudry 12 pistolen [^] a 8½ voor mij en mijn jongen en bagage; daarvoor vrijgehouden van alles tot Parijs toe.  Om 6 uur te Halle.  Klein stadje, waar de lieve vrouw is van Lipsius 21).




Soignies
Brussel
kaart
Brabantia ducatus, Blaeu 1662 (1997)   N »     groot
Antwerpen


    22.  Vrijdag. Om 6½ uur van Halle, nergens onder de aarde gereden zoals Janus Secundus 22) schrijft.  Gepasseerd te Lembec, te Tubize, Braine le Comte.  's Middags te Soignies [Zinnik], niet daar in geweest; is ongeveer zoals Halle.  Om 5 uur te Mons.  Grote markt.  Mooi gezicht op de wal over een wijd water.  In de kerk van Chanoinessen een oksaal met zeer fraaie beelden, van binnen een Resurrectie.  Aan de zijkant in 't koor een halfvergaan mansbeeld met wormen, waar J. Secundus van schrijft.

    Blaeu, Gallia, 1607 (UvA):     kaart

    23.  Zagen de chanoinessen * ) 's morgens in 't koor, met lobben om de hals en witte floerse doeken op 't hoofd, wat niet slecht stond.  Madame de Lorraine 23) met haar dochter waren s'avonds te voren te Mons gekomen.  De graaf van Bucquoy gouverneur van Henegouwen 24), heeft daar een fraai huis.  Om 9½ uur van Mons.  Gegaan langs S. Ghilain, Bossu, Condè; alle laten liggen aan de rechter hand, gepleisterd te Ceveron.  S'avonds te Valenciennes.  Grote langwerpige markt, waar een kerk en oud stadhuis is met het uurwerk waar J. Secundus van schrijft 25).

    24.  Op de wal geweest; stenen muren, droge grachten, vuile en slechte straten met veel houten gevels, meer dan te Mons.  Om 9 uur vertrokken; 4 uur te Cambray.  Wat kleiner dan Mons; grote markt; fraaie grote kerk, gothisch.  Uurwerk daarin met een draaiende zon en maan en andere dingen, J. Secundus vermeldt het ook.  Nog een andere nieuwere kerk, op de antieke manier gewelfd met vierkantjes, maar de kolommen niet in goede verhouding.  Altaarstuk * ), Maria-beeld, Italiaans, zeer goed.  Don Fernando Solis de gouverneur gezien toen hij bij ambassadeur Boreel kwam.
[ 532 ]   [ oktober ] [ n ]
    25.  Maandag 9 uur van Cambray, gepasseert te ... te Ribecourt te Mesancouture, daar wat verderop is de grensscheiding tussen Nederland en Frankrijk.  Om 4 uur te Perone.  Dubbele grachten en wallen, grote lange markt, meest houten huizen, zeer eenvoudig.  Die van de Douane kwamen om onze goederen te visiteren, gaven op onze declaratie een briefje van gezien en doorzocht, en wij hun een écu.

    26.  Te Roye, in het Maison du Roy.  Lelijk vuil nest.

    27.  's Middags te Gournay in de Fleur de lis.  Aardig dorp.  Gepasseerd te Pont S. Maxent op de Oise; mooi gezicht met bergen achter de marktvlek [^], en de rivier daar voor.  Gepasseerd een kreupelbos van 2 mijlen; 's avonds in 't donker, niet zonder gevaar met de paarden te vallen, aangekomen te Senlis.  Deden die dag 12 mijlen; logeerden in de Grand cerf.  b. f. 26).

    28.  Wo. [donderdag]  Door een aardig bos gegaan, 's middags te Louvre in de omgeving van Parijs, in de Grand cerf.  Eenvoudig dorp.  Om 4 uur in Parijs * ).  Brief van vader gekregen bij Boreel.  Ging logeren aan de Rue de Bussy, in het Hotel de Venise; 's nachts getier van de dronken taalmeester 27).

    29.  Chapelain  28) bezocht, Brunetti 29) was de stad uit.  Brief aan M. le Premier 30) gezonden.  Een vrouw met een pagebroek onder haar rokken kwam in onze herberg allerhande koorddansers-sprongen doen.  Bosse  31) bezocht; zei me wat voor man de pastoor van S. Barthelemy 32) was.  Aan vader geschreven.
[ 533 ] [ n ]
    30.  Chapelain niet aangetroffen.  M. de Carcavy [<] bezocht.

    31 Oct.  Naar de kerk bij M. Boreel; met hem gedineerd.  Bij de predikatie ontmoette ik Ouwerkerck en Vlaerdingen 33).  S. Agathe 34) nam me mee om zijn klavecimbel te bekijken.

    1 Nov.  In pension gegaan bij Le Fevre, apotheker aan de Rue S. Marguerite 35), voor 30 écus per maand.  Bij Bosse geweest met Post 36).  Gewandeld in de Tuilerieën [^].

    2 Nov.  Vlaerdingen gaan bezoeken, waar graaf d'Isle was 37).  M. le Premier niet aangetroffen, en ook niet Gobert 38).  Gedineerd bij M. de Montmor met Chapelain. Kamer vol

[ 534 ]   [ november ] [ n ]
met mooie schilderijen.  Gaf me een boek met Latijnse poëzie van Balthazar de Vias * ).  Abt Quillet  39) kwam er.

    3.  's Morgens regende het.  Na het diner met S. Agathe Martinot 40) niet aangetroffen.  M. Boreel onderhouden.

    4.  Met S. Agathe en Zuerius 41) gegaan naar de klokkenmaker Martinot, die me pas aan het eind herkende.  Grapje van Marlot 42).
    Na het middagmaal Carcavy gaan bezoeken, waar ik kennis maakte met M. de hertog van Roannez  43).  Bij hem een brief voor Brunetti gelaten.  Mr. le Premier en de markies d'Estrade  44).

    5.  Aan vader geschreven.  Het nieuwe Louvre-gebouw gaan zien.

    6.  M. de Sorbiere  45) kwam me bezoeken.  Na het middagmaal Carcavy.

    7.  Naar de prediking bij Boreel, waar ik Me. de Previgny 46) aantrof.  Gedineerd bij Vlaerdingen.  Naar de komedie geweest, waar ik M. de Berteuil 47) ontmoette.  De Oedipus van Corneille werd gespeeld.  Barones Beauchasteau 48).

    8.  Heb kleren laten maken.  Met Vlaerdingen naar Luxembourg [^]; en naar M. Boreel.  S. Agathe sprak over de nieuwe uitvinding van een boot om in een ochtend van Parijs naar Londen te gaan [cf. 25 nov.].  M. de Montmor kwam me bezoeken.

    9.  M. Brunetti kwam me opzoeken.  Ik leende hem mijn uit Florence ontvangen papieren [III, 149-167],

[ 535 ]   [ november ] [ n ]
en gaf een exemplaar van mijn Antidivinis 49).  Het boek over vliegen van Goedaert 50) aan M. Boreel gezonden.  M. des Champs 51) gaan bezoeken, want M. le Premier was er niet.  Geweest in de bijeenkomst bij M. de Montmor [^], waar ik heb leren kennen de heren Auzout, Frenicle, Desargues, Pecquet 52), Rohault.  Desargues hield een betoog, of een wiskundig punt iets was dat werkelijk bestaat, waartegen M. de la Poterie zich keerde met een verbazende en lachwekkende heftigheid 53).  M. Sorbiere las de brief van prins Leopoldo aan M. Boulliau, waarin hij hem zijn bouwwijze van de telescoop van doek zond; hoe gaat het, Sigr Ismael * ).

    10.  Enkele boeken en een kompas wezen kopen.  Auzout was naar me komen vragen.  Telescoopmaker Menard 54) bezocht, die me zei dat M. Petit terug was uit Engeland.  Dat hij een hyperbolisch glas had gezien dat een edelman gemaakt had, maar slechts voor 3 duim.

    10 Nov. na het diner.  M. Chanut 55) gaan bezoeken, die ik ongesteld aantrof, probleem met urineren.  Niet aangetroffen de hertog van Roannez.  Mle la Barre 56) gaan bezoeken.  De jongste gehoord op de theorbe, de organist op het klavecimbel met een kleine gamba.  Alletwee zijn ze in dienst aan het hof.  Mijn gastheer Mr. du Pelletier kwam me complimenten maken.

    11.  De klokkenmaker Martinot kwam me bezoeken, sprak over de uitvinding van een veer in plaats van een slinger.  Ik gaf hem kennis van de toepassing van de cycloïde bij uurwerken.  De koning gezien bij de mis in de kapel van het Louvre.  La Barre en Gobert maakten muziek.  Gedineerd bij doedelzak-muziek met Vlaerdingen en Zuerius.  Bezoek aan Me de Previgny, die veel sprak over de markies van Meneville 57).  's Avonds met Vlaerdingen no si yahiuox 58), Mr. Douglas, dochter van Mont.

    12.  Ellerenqam kwam Vl. opzoeken; voor hem 2 58); Buysero 59) 30 58).  Beloofde de volgende dag in de kerk van S. Eust. van 13 58).  Mr. le Premier was naar me komen vragen.  Geschreven aan vader.  Op bezoek geweest bij Carcavy.

[ 536 ]   [ november ] [ n ]
    13.  De hertog van Roannez gaan bezoeken; gaf hem de uitvinding van de cycloïde bij uurwerken.  Bij M. Rohault de proeven met kwik zien doen die volkomen bevestigen dat lucht gewicht heeft, en hoe de ons omringende lucht altijd veerkrachtig is; een platte karperblaas zwelt om deze reden op in het luchtledige [<].  Het is makkelijk een grote luchtledige ruimte te maken in een vat, bovenaan een huis, waaraan een nauwe pijp van blik vastgemaakt zou zijn, van ongeveer 36 voet, want al het water zal uit het vat lopen.  Bij Rohault waren Carcavy en Auzout, en veel anderen.  Zijn kamer was heel goed gemeubileerd, en zijn vaten en buizen voor de proeven heel keurig 60).  Niet aangetroffen M. le Clerselier  61), en ook niet de markies van Mortemar 62).

    14.  Aan avondmaal deelgenomen.  Na het middagmaal met Dumont 63) en S. Agathe bij president Tambonneau 64) muziek wezen beluisteren.  Le Moine bespeelde heel goed de kleine viool.  In dienst van Madame.

    15.  Ik ben M. du Pelletier gaan bezoeken in zijn werkkamer.  Ik leende van hem de beschrijving van het graf van Chyndonax.  Na het middagmaal Mle Boreel 65) niet aangetroffen.  Beuningen zat nog aan tafel, deze zelfde dag aangekomen.  Mle la Barre niet getroffen; met Vlaerdingen en Buysero bij M. Beauchamp 66).

    16.  Mijn kijker laten zien aan Menard, bij wie ik aantrof abbé Charles 67).  Ik zag er gezuiverd kristal van Madagascar, dat heel wit was maar vol met aderen.  Bij het slijpen van metalen spiegels, zegt Menard, moeten ze gepolijst worden met puimsteen; daarna tinas met onbewerkt kapoenvet in een vierdubbele doek, en daarmee de spiegel wrijven.  Na het middagmaal bij M. de Montmor, waar ik M. de Neurè 68) zag, en Thevenot; woont in de Rue de Tourraine voorbij het Hotel de Guise 69).

titelpagina Systema Saturnium     17. Nov.  M. van Beuningen zond me mijn pakketten uit Florence, terwijl M. l'abbè Charles en M. Frenicle bij me waren.  Pr. Leopold spoorde me aan een of andere vaste ster waar te nemen door de oren van Saturnus heen, wat Frenicle me ook pas gezegd had.  M. van Beuningen gaan bezoeken, waar ik ook M. van Gent 70) en de Huybert 71) vond.  Na het middagmaal bij M. Rohault de proeven met de magneet.  Hij had een heel voortreffelijke, en een mes dat ermee gewreven was trok drie gewone sleutels aan, de ene aan het eind van de andere.

[ 537 ]   [ november ] [ n ]
    18.  De geschriften uit Florence 72) gelezen.  Na het middagmaal enkele boeken gekocht in de Rue S. Jacques: Baglione  73), chymie van Le Fevre 74), Camilli Gloriosi Exerc. Math. 75).

    19.  Geschreven aan broer van Zeelhem [<], Heinsius en vader.

    20.  In bed gebleven, zeer verkouden.  Na het middagmaal bij abbè Charles; zijn camera obscura gezien, groot Italiaans landschap; groot glas van Menard.  Mr. de Prev. 76).

    21.  Mle. Boreel gaan bezoeken, waar Me. Balantin was.

    22.  M. Des Champs kwam me bezoeken en uitnodigen de volgende dag te dineren bij M. le Premier.  Na het middagmaal Bosse bezocht.  Niet aangetroffen Dumont, Thevenot, Chapelain en La Barre.  M. de Clerselier bezocht; portret van Descartes; zei me dat de vertaling van de Meditationes van M. Descartes is van M. de hertog van Luynes [^].

    23.  Gedineerd bij M. le Premier, waar aanwezig waren Mr. de S. Luc 77), luitenant van de koning in Guyenne, M. de Frontenac 78), Me. de Mielle, Des Champs.  In de academie van M. de Montmor geweest, waar de markies van Sourdis 79) was; hij heeft het cordon bleu [^].  M. de Neurè las er zijn geschrift voor over de oorzaken van de donder, en iedereen gaf zijn mening.

    24.  M. Gobert zond me een cadeau: muziekboeken van Lambert  80) en anderen.  Na het middagmaal bij M. Boreel; met hem op audientie bij de 2 koninginnen 81).  Moesten lang wachten.  Nieuwe Ceres.

    25.  Met S. Agathe en van der Hoeven 82) de boot wezen zien die in ½ dag naar Engeland zou moeten gaan zonder zeil of riem 83).  Gedineerd bij M. le Premier met de bischoppen van Langres 84), van Laon 85) zoon van maarschalk d'Estrées 86), van Saintes 87), de abten Testu 88),

[ 538 ]   [ november ] [ n ]
en de la Victoire 89), en Mle Testu.  Groots onthaal.  De bisschop van Laon vertelde me hoe hij overeenstemming bereikt had tussen M. Descartes en Gassendi.

    26.  Geschreven [<].  M. de Beringhen.  Een koopman kwam me bezoeken, een domoor.  Ei gewogen: 2 ons, de schaal 1½ drachme of 3/16 ons.

    27.  Briefje van Des Champs.  Geweest bij M. le Premier waar ik maarschalk de Turenne  90) aantrof, en commandeur de Souvré 91).  Sprak met de premier over mijn uurwerken, over kijkers, over ons land. &c.  M. de Premier zou me een plaats geven bij de Italiaanse komedie, in de galerij met schilderijen.  De koning en de koninginnen gezien, M. de hertog van Anjou 92), de hertog van Lorraine; de drie nichten van M. de kardinaal 93) Marie, Hortensia en Marianna, van heel dichtbij.  Brood en wijn.  Theater versierd met geborduurde wandtapijten, en zuilen waarvan de kapitelen witte en rode veren waren; drie opgangen met zuiltjes.  Sra Anna 94) zong.  M. la Barre bespeelde de theorbe voor het theater waar alle muziek was. Komedie Xerxes, en 6 entrees de ballet 95).

    28.  M. le Prem. liet naar me vragen &c.  Gentillot 96) ontmoet in de kerk.  Vlaerdingen dineerde met me.  Op bezoek gegaan bij M. Boreel, waar Spijck 97) was.  Daarna zijn dochter, klavecimbel gespeeld.

    29.  Carcavy bezocht, die me enkele manuscripten leende.  Gentillot niet aangetroffen.  Na het middagmaal Chambonnieres [<] bezocht.  Niet aangetroffen Sorbière en Roberval.  300 fr. opgenomen bij van Gangel.  Me van Gent en haar dochters bezocht, waar M. d'Offenberg 98) kwam.

[ 539 ]   [ nov./ december ] [ n ]
    30.  M. le Premier niet aangetroffen bij het diner, en ik ging naar een taveerne.  Op bezoek bij de hertog van Roannez.  Israel 99) en La Barre gemist.  Gekocht de Relations van Sorbiere * ).

    1 Dec.  Op bezoek gegaan bij Martinot.  Israel gemist.

    2.  Geschreven naar Florence.  de M. du Laurent 100) en Clerselier bezocht.  Briefje van Des Champs voor het universele medicijn 101).

    3.  De hertog van Roannez kwam me bezoeken.  Over de kracht van verdund water.  Verval van de rivier.  Gentillot was er.  Brieven verzonden aan Carlo Dati 102), aan prins Leopold 102) en aan vader.

    4.  Chapelain niet aangetroffen, M. Auzout kwam me bezoeken.  Laten vragen of M. de Hauterive 103) aangekomen was.

    5.  Thevenot zond me de waarneming uit Florence van de rook die daalt in het luchtledige 104).  Ik ging met Marlot en M. de la Chieze 105) dineren bij de hertog van Roannez.  M. Pascal kwam er.

    6.  Een klavecimbel gehuurd.  Gobert bezocht, en Auzout.  B. F.  Dumont niet aangetroffen.

    7.  M. Thevenot bezocht, waar Frenicle was.  Ik zag er de Observationes van Fontana  106).  Gedineerd met Vlaerdingen.  Op de bijeenkomst bij Montmor.  Skelet van .... waar men alle zenuwen, aderen, slagaderen, het hart en de ogen zag; gemaakt van koperdraad bedekt met zijde.  Rohault hield een lezing over de proeven met water dat opstijgt in kleine buisjes [cf. 20 apr.].  M. de la Poterie [zie 9 nov.].  Systeem van Pecquet dat het voedsel over het lichaam verdeeld wordt via de zenuwen.  Du Laurent had naar me gevraagd.  Mle van Ouwerkerck 107) overleden in Engeland.

    8.  Het kwadrant van Vaulézard 108) bestudeerd, zeer vernuftig.  Boodschap van de hertog van Luynes en brief van Brunetti.  Conrart kwam me bezoeken; sprak over Mle Perriquet * ).  M. van Beuningen bezocht met Conrart.  Bij Boreel geweest.

    9. Dec.  De hertog van Luynes zond me zijn karos, om naar hem te komen.  Ik trof er de hertog van S. Simon 109).  Sprak over de uitvinding om bij een karos de afgelegde weg te meten, en

[ 540 ]   [ december ] [ n ]
over het gebruik van uurwerken bij de lengtebepaling.  Gedineerd bij M. le Premier, waar Gentillot was.  Hij beloofde me een bezoek aan de koning, en M. de Bautru 110).  Chanut, Roberval en Sorbiere niet aangetroffen.  Mle la Barre bezocht.

    10.  Dumont kwam me bezoeken.  bracht kopieën van de psalmen; Du Laurent tegelijkertijd.  Geschreven aan vader en broer van Zeelhem [<].

    11.  Zag bij Du Laurent zijn ingewikkelde uitvindingen en enkele werktuigen voor kegelsneden.  Gedineerd bij de ambassadeurs; Beuningen liet me het boek zien van Saumaise tegen Milton, waarin hij de Bataaf Heinsius slecht behandelt 111).  Mle van Gent gezien.  Ottersem de jongedame.  Hauterive kwam er.  La Roque 112).  Marlot.

    12.  Gedineerd bij Boreel, en hem onderhouden tot 4 uur.  Pieter ziek.

    13.  Chapelain bezocht, Conrart, Roberval.  Carcavy niet aangetroffen.  Gewandeld in Luxembourg.  De hertog van Roannez kwam me bezoeken, en daarna Pascal.  Spraken over de kracht van verdund water in hun kanonnen * ), en over vliegen.  Ik liet hun mijn kijker zien.

    14.  Thevenot kwam me bezoeken, en ik leende aan hem de Posthuma van Bacon.  Beloofde me te laten zien de munt, drukkerij en het penningenkabinet van de deken van S. Germain-l'Auxerrois 113).  Du Laurent zei me dat La Peyrere  114) in Parijs was.  De kleermaker betaald.  Na het middagmaal Hauterive niet aangetroffen, die onze ambassadeurs trakteerde te Montrouge.  Op de bijeenkomst bij Montmor; ontmoet M. Petit, Picot * ), Bourdelot 115).  Rohault legde de kleine buisjes uit.

    15.  Brieven ontvangen van vader, van zwager Moggershil [<], van broer Lodewijk in Biscaje.

    16.  Israel Silvestre bezocht, die me zijn grote tekeningen en platen in kalfsleer liet zien.  M. Petit bezocht, die me zijn boek  * ) gaf, en me zijn parabolische spiegels liet zien, zeer goed gemaakt,

[ 541 ]   [ december ] [ n ]
zijn te dunne kijkerglazen; magneten, uurwerken, dioptrica van Antonio de Dominis  116), die Descartes een begin gegeven kan hebben voor de regenboog [<].  Over de oorzaken heeft Petit een andere theorie in het hoofd.  Kompassen van een voet in middellijn om de variatie van de naald waar te nemen.  Na het middagmaal kwamen Du Laurent, M. Menard, et Vatier 117) me bezoeken.  Daarna M. Auzout. Ik leende hem mijn papieren uit Florence 118). Spraken over de bewegingsregels van lichamen die elkaar ontmoeten, waarvan hij er enkele fout had.

    17.  Geschreven aan vader en aan zwager Moggershil.

    18.  Nanteuil 119) bezocht, die tekende met kleurpasta; vislijm; kamer goed gemeubileerd. Hij schijnt een gestudeerd man te zijn.  Na het middagmaal in de Rue S. Jacques muziekboeken gekocht, en de psalmen van vader bij Ballard  120). Zijn vrouw is uiterst beleefd, aardige dochter. Waren niet van plan iets van hun druktekens te verkopen.

    19.  Naar de preek van Des Marets  121) bij de ambassadeurs; gesproken met Me van Gent en Taillefer 122); daar gedineerd.  De hertog van Roannez was twee maal naar me wezen vragen.  Briefje van Clerselier om naar Rohault te komen.

    20.  Chambonnieres bezocht, die klavecimbel speelde en een lied zong op zijn manier, die me maar middelmatig leek.  M. en Made de Hauterive bezocht; toonde me zijn slingeruurwerk, beloofde me het ontwerp van het Louvre te laten zien, en enkele gebouwen.  Na het middagmaal bij Rohault; een Spanjaard was er bezig met de scheiding van zilvererts.  Ik trof er Mad. de Guederville 123) aan en Mad. de Bonnevaux 123) die me verzocht op de vergadering bij haar te komen.  Gingen naar de Loterij, en hoorden de uitleg ervan.

    21.  Sorbiere nam me mee op bezoek bij M. de Bautru en zijn zoon.  Ik sprak met M. le Premier.  De hertog van Roannez niet aangetroffen.  Na het middagmaal bij Rohault, waar de Spanjaard zijn zilverscheiding afmaakte.  Proeven met buizen en kleine buisjes, de 2 bovengenoemde dames waren er.  Daarna bij Montmor die me vertelde over Roberval 124).

[ 542 ]   [ december ] [ n ]
    22.  Op audientie geweest bij de koning met onze ambassadeurs.  Lange tijd gewacht in de kamer van M. de Villequier 125) kapitein van de wacht.  Magnifiek bed.  Gedineerd bij de ambassadeurs, waar aanwezig waren Hauterive, P. Graef 126), Haersholte 127), Medevoort, Bormania 128).  Na het middagmaal op audientie bij de koninginnen.

    23.  De hertog van Roannez bezocht; aan M. le Premier het geschrift over het levenselixir 129) gegeven.  Na het middagmaal Me van Gent niet aangetroffen.

    24.  Op bezoek kwamen Du Laurent met zijn dwaze vondsten * ), Tennulius 130).  Geschreven aan vader.  Conrart kwam me bezoeken, beloofde me een diner met dame Perriquet.

    25.  Kerstmis.  Naar de prediking bij de ambassadeurs.  Petit was naar me komen vragen.  Na het middagmaal Boreel bezocht, die zegt dat hij gegeven heeft voor de vertaling uit het Arabisch van de ware geschiedenis van de grote Tamerlan  131).  Me van Gent bezocht.

    26.  Naar de prediking, zelfde plaats.  Na het middagmaal in het voorbijgaan gehoord de preek van een monnik in S. Mederic, kerk geheel behangen met tapijten, en de zetel van fluweel.  Mad. de Bonnevaux bezocht, waar M. Cordemoy  132) was, Mr. en Mad. de Guederville, Auzout, die zei dat men over twee weken de komedie Jason zou opvoeren, met de machines van de markies van Sourdeac 133).  Spraken over Mozes; over de ziel, waarvan Auzout gelooft dat die lichamelijk is 134).

    27.  De hertog van Roannez kwam me bezoeken.  Conrart nodigde me uit voor het diner met een briefje voor woensdag.  Na het middagmaal heb ik M. Menard bezocht, met wie ik op weg ging om de penningen te zien van de

[ 543 ]   [ december / jan. ] [ n ]
deken van S. Germain 135), maar we troffen hem niet aan.  M. de Carcavy bracht me een brief van M. de Fermat 136), de eerste die ik van hem had ontvangen.  Hij vraagt aan Carcavy om mijn werken.  De hertog van Roannez zond me zijn musketkanon met de zuiger, om de proef te doen met de verdunning van water en de kracht ervan.

    28.  M. Petit bezocht, zijn lamp met spiegel, model van een molen.  Bij Montmor, dispuut van Rohault en Auzout.  Abbè Bourdelot beloofde zijn betoog over jicht.  Aan Thevenot mijn papieren uit Florence 137) geleend.

    29.  Aan Fermat geschreven 138).  Gedineerd bij Conrart met Mle Perriquet, d'Ablancourt 139), Chapelain en nog een ander.  Met Thevenot de Munt gaan zien; de machines voor het grote ballet, van Vigarani 140); de koninklijke drukkerij.

    30.  Post niet aangetroffen.  Gedineerd bij de hertog van Roannez met de Chevalier de Merè  141), uitvinder van de kansverdeling in het spel.  M. Miton 142).  VrijdenkersDubois 143).  De la Chieze.  Met Roannez en Dubois bij Petit geweest; daarna bij mij; gepraat over zijn kanonnen.

    31.  Geschreven aan vader.  Brunetti kwam me bezoeken.


1661.

    1 Jan.  M. le duc de Luynes bezocht, leende me de uitvinding om de met een karos afgelegde weg te meten.  Na het middagmaal onwel.  M. de Roannez bezocht me, sprak over de wonderen van Port Royal door de doorn van Onze Heer [^]; en over Miton te gaan bezoeken.

[ 544 ]   [ januari ] [ n ]
    2.  Naar de prediking bij Boreel.  Na het middagmaal Thevenot bezocht, en hem het boek over insecten gegeven 144).  M. de Montmor bezocht en zijn kabinet gezien.  Gaf me de Gazette burlesque van Loret  145).  M. de Guederville en Auzout waren me komen opzoeken.

    3.  Post naar M. le Premier gebracht.  Geweest bij Me de Bonnevaux, waar abbè Quillet was &c.  Clerselier.  Redetwistten over de lichtbreking, tegen Descartes.

    4.  Marlot en de la Chieze bezocht, logeerden in eenzelfde kamer.  Marlot beloofde me kristal van Madagascar, en me vrijdag naar Me de la Basiniere 146) te brengen.  Over algebra gesproken met de la Chieze.  Na het middagmaal bij Bosse; probleem in de ovaal 147).  Bij Montmor, waar Bourdelot over jicht sprak.  Beuningen kon er niet komen.  Pecquet tegen Bourdelot.  Montmor vertelde me over de opstand van Mexico, over de valse samenzwering tegen de kardinaal, over Gillon.  Over de samenzwering in Engeland, en hoe ontdekt.  Guederville vertelde de geschiedenis van de apotheker f. en van de commissaris geclysterizeerd door de graaf de Guiche 148), markies van Coislin 149) &c. Inlichtingen verbrand in plaats van de delinquenten.

    5.  Clerselier, Auzout en Thevenot kwamen me bezoeken.  Clerselier bijna overtuigd over de breking.  Auzout nodigde me uit voor het diner op zaterdag.  Geweest bij Sanson 150), geografische platen.  Bij Mariette 151), werken van Lepautre 152), hij heeft er voor 50 pond.  Het boek over Rueil 153) van Israel Silvestre zal over een maand voltooid zijn.

    6.  Met de hertog van Roannez gegaan naar Miton, die we niet aantroffen.  Geredewist over religie.  Ik vertelde hem over mijn uitvinding voor de zuiger, om het vlas hoger aan te brengen 154).

[ 545 ]   [ januari ] [ n ]
Na het middagmaal op bezoek bij M. de Guederville, M. de la Vieuville 155) bisschop van Rennes.  Zei me dat de Princess Royal 156) pokken had.  Conrart bezocht, waar M. Tanier 157) was, een gebochelde doctor van de Sorbonne, groot Jansenist.

    7.  Dumont bracht me liederen.  Beloofd een goed woordje voor hem te doen bij Beuningen.  Geschreven aan vader en zwager Moggershil.

    8.  Bij Auzout mijn manier laten zien om lenzen te maken; aanwezig Mrs. Guederville, Petit, Carcavy, d'Elbene 158), Thevenot.  Kijkers beproefd.  Daar samen gedineerd en goed onthaald.  b. f.  Mad.e de Guederville kwam er na het diner.

    9. Zondag.  Aan het avondmaal deelgenomen, en gedineerd bij Boreel.  Met hem geredetwist over de verandering van de breedten.

    10.  Op bezoek geweest bij Hauterive, die me het nieuws vertelde van de dood van de prinses * ).  Beloofde me voor een diner te ontbieden, en me te brengen in de omgeving van de koning en van M. le comte de Brienne 159).  Op bezoek bij M. de Bautru, die me een bezoek beloofde aan pater Harouys 160) en zijn machine met de beweging van de planeten.  Gedineerd bij M. le Premier, waar de markiezin van Effiat 161) was, dochter van markies de Sourdis 161), Madle Beaumont, en abbè de la Victoire; spraken over de graaf de Guiche  162), en dat maarschalk de Gramont 162) met de koning gesproken had om hem te straffen of hem te verwijderen, voor de vorm.  Mle Beaumont praatte over de nieuwe uitrustingen voor Indië.  Niet aangetroffen Petit, en Chambonniere.  Geweest bij Le Blond 163); halve dwaas; liet me enkele tekeningen zien.  Op bezoek bij Mle la Barre, waar M. Damascene, de geneesheer-astroloog, me zijn boek [^] gaf, heel zot.  Buysero was naar me wezen vragen.

[ 546 ]   [ januari ] [ n ]
    11.  De manege van S. Toit en Foubert 164) bezocht.  Post niet aangetroffen.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  Brief ontvangen van broer Lodewijk, uit Madrid 165).  Geweest bij M. de Montmor, waar Bourdelot nog een toespraak hield over jicht.  Vormen voor vrouwenborsten.  Mr. de la Cuisse 166).  Uitgenodigd voor het diner op zaterdag.

    12.  Met onze ambassadeurs op audientie bij M. de kardinaal.  Zijne eminentie niet gezien.  Abbè de Parabere 167) introduceerde de ambassadeurs.  In de antichambre was de hertog van Vendôme 168), Mr. de Lionne 169).  Na het middagmaal Carcavy bezocht die me beloofde me bij abbè de Villeloin 170) te brengen.  Ik deed met Zuerius de proef met verdund water in het kanon. [Zie bij 13 dec.]

    13.  Marlot en M. de la Chieze gaan bezoeken.  Marlot sprak kwaad van Mr. le Premier.  De platen van Sanson gekocht voor zwager Moggershil, voor 36 pond.  De hertog van Roannez en Dubois kwamen me bezoeken.

    14.  Dumont zond me een klavecimbel, en schreef een allemande voor me.  Na het middagmaal is de la Chieze bij me op bezoek geweest.  Geschreven aan vader.

    15.  Het gehuurde klavecimbel teruggezonden.  Gedineerd bij Montmor met Chapelain en Thevenot.  Zag zijn kabinet, schilderstukken, wiskundige instrumenten, afkomstig van Aleaume  171).  Magneetstenen, stukken van Albrecht Dürer. Speeltje met plankjes verbonden met linten. Opgehangen naald, draaiend in alle richtingen. Kleine flesjes in water die stijgen en dalen zonder dat men merkt hoe * ).

    16.  Gaan luisteren naar Hotman  172) op theorbe en viool in het Hotel de Guise, waar hij goed logeert; is geboortig van Brussel.  Dumont was met mij.  Soepketel.  Na het middagmaal Buysero niet aangetroffen.  Bij Petit, leende me zijn verhandeling over het kanaal 173).  Toonde me zijn

[ 547 ]   [ januari ] [ n ]
observatorium. Liet me zijn vrouw en zijn dochter ontmoeten, waar ik de markies van Durazzo 174) aantrof, gezant van Genua, en zijn neven, en we maakten kennis.

    17.  Post niet aangetroffen.  Op bezoek bij Blondeau, instrumentmaker * ).  M. Jannot 175) ontmoet.  Boeken en lint gekocht.
    18.  Vlaerdingen, Beverveurde, Clopper, Saemslach dineerden bij ons.  Op bezoek bij abbè Charles, hij sprak over astrologie.  Het Louvre-gebouw wezen bekijken.  M. van Beuningen bij Montmor gebracht.  Aan Pecquet mijn Systeem van Saturnus beloofd.

    19.  Rouwkleding * ).  Met Menard naar Charron 176) geweest, zijn moderne en antieke penningen gezien.  Daarna bij M. Menage 177) in de vergadering.  Hij liet Boisrobert 178) zijn verhaaltjes vertellen over Milord Fielding 179), over Ninon en de markies van Villarceaux 180), over de markies van Sourdiac, faron faron fari.  Gaf me een lied van Cavalli 181) waarvan hij de tekst gemaakt had.  Beloofde me een bezoek aan Ninon 182) en Madle de Scudery 183).  M. de Launoy was er, die tegen de heiligen schrijft 184), La Mothe le Vayer  185), Gudius jr 186).

    20.  Met Me le Ferrè en Me Roussel naar Charenton, Morus  187) gehoord.  Ik zag er Me de Turenne, Made en Madle de la Trimouille 188).  Na het middagmaal niet aangetroffen de markies van

[ 548 ]   [ januari ] [ n ]
Durazzo, en ook niet de Sourdis.  Bezoek aan Petit, zijn klavecimbel en zijn orgel.  Bezoek aan Me van Gent, zeer voldaan over de ontvangst van de koninginnen.  Gespeeld met de jongedames.

    21.  Aan vader geschreven.

    22.  Frenicle kwam me bezoeken.  Na het middagmaal de hertog van Roannez bezocht.  Bij Mad. de Bonnevaux geweest; verzochten me dringend dat ik mijn principes voor de botsing van lichamen zou uitleggen.  Menage was naar me komen vragen.

    23.  Naar de prediking bij de ambassadeurs, en met hen gedineerd.  Na het middagmaal Mad. van Gent bezocht, die bezoek ontving van de ambassadeur van Venetië en van Mad. de Flavacourt 189).  Petit was me komen opzoeken.

    24.  Sorbiere en Chamboniere bezocht.  Aan M. Burat mijn boek gezonden om er stukken over te schrijven.  Abbè Charles bezocht.  Gaultier 190) gaan horen, waar twee jongedames kwamen spelen.  Mle Petit 191) bezocht.

    25.  Abbè Charles kwam bij me met Buot de wiskundige 192).  M. Roussel bracht me een horloge van zijn maaksel, om te zien.  Sorbiere vertelde me het verhaal van de kinderen van Mr. du Bosc 193).  Ik bracht hem bij onze ambassadeurs, en we vergezelden hem naar M. de Grammont.  Gedineerd bij de ambassadeurs, waar Marlot was.  Mad. van Gent bezocht.  Medevoort was me komen opzoeken.

    26.  Dumont bracht me als ontbijt worsten van Troyes en wijn; speelde fantasieën.  Na het middagmaal Hauterive niet aangetroffen, gesproken met de markies van Chateauneuf 194).  Aan Conrart de brief van mijn vader gegeven.  Chapelain bezocht.  En daarna Menage; Covilles; Marq. de Lude 195), kus van Judas; Medevoort had naar me gevraagd.
    [ III, 226, brief aan Lodewijk, 26 jan.: "Ik zou meer kunnen doen en zien als ik zelf een karos had, maar de uitgave ervoor is te buitensporig; daarom heb ik me ermee tevreden gesteld een draagstoel te kopen, en dragers in dienst te nemen als het nodig is, dat wil zeggen een of twee keer per dag ...".]

[ 549 ]   [ januari ] [ n ]
    27.  Clerselier niet aangetroffen, en de Santes ook niet.  Een brief van vader naar M. de Turenne gebracht 196); grote binnenplaats, slaapvertrek met gordijnen van houtsnijwerk.  De markies van Durazzo bezocht; zijn hypothese voor de getijden, nogal belachelijk; goed gemeubileerd.  Na het middagmaal kwam Menage me meenemen, en hij bracht me naar de bibliotheek van meneer de kardinaal, waar men tal van mooie Italiaanse schilderijen had opgehangen, behorend aan Jabach 197). In de marge: M. Fouquet heeft ze gekocht voor 80 duizend écus.  Origineel van de markies du Guasto 198) en zijn vrouw; de courtisane van Titiaan, die Beck 199) had.  Ik zag er het boek van de vissen * ), de koran in het Arabisch.  Naar de abbè de Boisrobert, die vertelde over Maugran, diamant en zogenaamde koning; pistool bedreigde zijn viool 200).  Op bezoek bij Des Champs, Mle La Barre excuseerde zich.  Op bezoek bij Mle Boreel.  's Avonds confidenties van Zuerius.

    28.  Chauveau 201) kwam me bezoeken, aan wie ik mijn theorieën gaf over de oppervlakken van conoïden en sferoïden, en de nieuwe eigenschappen van de cycloïde voor slingers.  Aan vader geschreven.  In het arsenaal geweest, waar Marlot me de woning van M. de La Meilleraye  202) liet zien; grote zaal met een mooi plafond; kristal van Madagascar, stukken van 200 pond.  Naar de komedie in het koninklijk paleis; zien spelen Sancho Panza als gouverneur van een eiland 203), hongerig. En de Precieuses ridicules van Moliere, Mascarille gemaskerd, de graaf wit gepoederd 204).

[ 550 ]   [ januari ] [ n ]
    29.  Inkoop van boeken en etuis.  Gobert kwam me bezoeken.  Na het middagmaal kwam Menage me halen, en hij bracht me bij Mle de Scudery 205); zwarte rok, bleekblauwe jurk, grote donkere ogen en het haar evenzo, een beetje doof. Las me de gedichten voor van M. Pelisson 205) en de scenes over de heggemus en het winterkoninkje [^].  Aanwezig waren M. de Segrais  206), die me een bezoek beloofde aan Mademoiselle, bij wie hij in dienst is, Mr Mesnardiere 207) voorlezer van de koning; Mr Boyer  208) las er zijn komedie Policrite, en had verder als toehoorders Mad. de S. Ange 209), nicht van M. de Servien, mooie blonde, Mr de Raincy 210), en anderen.  Menage beloofde me dat ik Mle Bourdrai zou horen.

    30.  Naar de prediking bij de ambassadeurs.  Aan Mad. van Gent een strook kant, Point de Gènes [^], laten zien van 15 honderd pond.  Na het middagmaal Hauterive niet aangetroffen.  M.le Petit bezocht, ik liet haar spelen op de tromba marina, en leerde dat dit instrument niet meer en niet minder tonen heeft dan de trompet.  Markies d'Aumont 211) kwam er, oudere broer van de maarschalk, met M. Fouquet  212) zijn schoonzoon, en eerste stalmeester van de Grande Ecurie.  Ik zag er ook de Berteuil 213) en maakte hem mijn excuses.

    31.  Met onze ambassadeurs in de kerk van N. Dame bij de uitvaartplechtigheid van M. le duc d'Orleans  214), een jaar geleden overleden. Kapel verlicht met ongeveer 500 waskaarsen; de kerk behangen met rouwkleden, en daarop een groot aantal wapenschilden van Frankrijk. Het Cour de Parlement was erbij, met de Chambres des Comptes; de hertog van Anjou, Pr. de

[ 551 ]   [ februari ] [ n ]
Condè, en duc d'Enghien 215) met sleepmantels van 7 el, en vierkante mutsen en capuchons.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  Biljart gespeeld met Medevoort tegen Raesvelt en Zuerius.

    1 Feb.  Met Medevoort, Raesvelt, Vorstius en Collier per karos naar het bos van Vincennes.  De oefening gezien van de musketiers van de koning, en enkele compagnieën rode kazakken; de ruiterij en het voetvolk gingen elkaar te lijf, de koning met de degen in de hand, M. de Turenne naast hem.

handschrift met tekening

Het kasteel is nieuw gebouwd 216), ingang heel mooi en een andere er tegenover om naar het tweede hof te gaan.  Gedineerd bij Medevoort.  Na het middagmaal samen Val de grace 217) gaan zien, heel hoge koepel, en mooi klooster in het vierkant; grote tuin met fonteinen. Hadden ruzie met de concierge die ons wilde insluiten.

    2.  Op bezoek geweest bij M. de Bertueil, raadgever.  M. de Turenne niet aangetroffen.  M. Thevenot bezocht, die me de brief van Ricci 218) [cf. 18 febr.] liet zien.  Apollonius 219) kan weldra gepubliceerd worden.  Gesproken over mijn systeem; beloofd hem te schrijven.  Een brief ontvangen van

[ 552 ]   [ februari ] [ n ]
Heinsius; dat mijn stuk tegen Divini herdrukt wordt te Florence [^], maar zonder enkele passages die schokkend zijn voor de Roomse religie 220).  Na het middagmaal bezocht door M. de Marets die abbè Graneri meebracht.  Geweest bij M. Chapelain waar M. Amproux 221) gekomen was, raadgever, van de religie; samen gingen we M. Hardy 222) bezoeken, die met veel omstandigheden vertelde hoe hij het boek De tribus impostoribus [over de Drie bedriegers] had gezien 223).

    3 Feb.  Met Gentillot bij M. de graaf van Brienne geweest, die verhinderd was te onderhandelen met Mess.rs onze ambassadeurs.  Vandaar naar de tuin van M. Renard 224); mooi terras.  Mad. la Premiere ontmoet, met Madle Beaumont, en la Marq. d'Effiat.  Samen het huis van Renard gezien; kamer in hout; een andere waarin rondom kopieën van Rafael zijn, en een Daedalus en Icarus op het plafond; een 3e boven, met ook kopieën van Rafael, Adam en Eva.  Bij Me Petit geweest; haar klavecimbel gestemd.

    4.  Geschreven aan vader, aan broer van Zeelhem en zwager Moggershil.  M. Chauveau kwam me bezoeken, en na het middagmaal M. Charron 225).

    5.  Op bezoek bij M. de Marlot, en bij M. de Carcavy. Marlot me beloofde me kristal van Madagascar.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  Niet aangetroffen M. le Premier.  Op bezoek bij M. de Bautru, die voor mij zijn dochtertjes liet komen en het portret van een ervan, dat de zoon van Justus maakte. Beloofde me een diner met Menage en M.le de Scudery.  Geweest bij M.e de Bonnevaux, waar M. de Guederville een lezing gaf over de wervels van M. Descartes, en wij legden het stelsel van Copernicus uit; M. Auzout, abbè Quillet.  Marq. de Durazzo was me wezen opzoeken.

    6.  Naar Carcavy gegaan om te kijken wat er mis was met zijn uurwerk.  Om 9½ uur gingen we kijken naar de brand in het Louvre, de kleine galerij en een gedeelte van de grote.  Gedineerd bij abbè Charles, met M. Ariste 226), Magalotti 227) &c., en liet ze door mijn kijker kijken.  Op bezoek bij Me van Gent.  Gesproken met M. van Gent over zaken van Dumont, en van Marq. de Durazzo.

[ 553 ]   [ februari ] [ n ]
    7.  De markt van S. Germain wezen zien; een briefje ontvangen van M. Chapelain, die me uitnodigde voor een diner overmorgen bij M. Amproux 228).  Op het klavecimbel gestudeerd.  Na het middagmaal M. le Premier niet aangetroffen.  Hauterive liet zich niet zien.  Bezoek gebracht aan abbè Sibour, waar ik M. de Grave aantrof, die me beloofde me Gotier 229) te laten horen en de bespeler van de angelica.  Op bezoek gegaan bij Mr de Flavacour en Taillefer.  Niet aangetroffen de markies van Sourdis, en M. de Clerselier.  Gewandeld met M. de Montmor over de markt S. Germain, waar Mademoiselle 230) was, de koning en zijn broer.

    8.  Op bezoek geweest bij M. van Spijck, waar Gentillot was, die ons zijn brief voorlas aan de nieuwe hertogin van York 231).  Clerselier niet aangetroffen.  Na het middagmaal bij Ballard die niet thuis was.  Tevergeefs M. Frenicle opgezocht.  Op de bijeenkomst geweest bij M. de Montmor, waar M. de la Poterie sprak over het elementaire vuur onder de hemel van de maan. Rohault gevraagd me de juiste hoogte te geven van het kwik in zijn buizen.  Tevoren bij Le Blond gekocht de waaier van Callot  232) en het portret van Cosimo de Medicis 233) voor 2 stuivers, voor broer van Zeelhem.

    9.  Abbè Charles kwam me bezoeken, beloofde me het recept om zijn Ros solis [likeur] te maken.  We ruilden zijn grote bolle glas tegen mijn microscoop.  Zei me dat hij met zijn telescoop M. de kardinaal had gezien die dichtbij het venster zat, zeer vermagerd en kwijnend.  Gedineerd bij M. Amproux, raadgever bij het parlement, met M. Chapelain, M. de Montplaisir 234), luitenant van de koning te Arras, M. ...  Gesproken over astrologie; verzen van M. de Montplaisir gelezen, zijn droom en enkele andere; hij is de auteur van Temple de la gloire [^].  Chapelain vertelde ons over Mr de Scudery, over Costar  235), over Menage; beloofde me uitleg van de namen van Cyrus en Clelie  236); leende me enkele brieven van Pascal over het luchtledige. [>]

[ 554 ]   [ februari ] [ n ]
    10.  Voelde me niet goed.  Na het middagmaal kwam abbè Sibour me halen met Mrs.... en Le Roy 237), en ze brachten me bij M. Vignon in de Rue des Mauvais garçons 238), om zijn concert te horen van 5 angelica's, welk instrument hij heeft uitgevonden * ); het waren hij en 2 van zijn dochters met 2 andere leerlingen van hem; de jongste heel lief; daarna speelde hij alleen.  M. Le Roy beloofde me in kennis te brengen met M. Justel 239), en M. Sarcamanan 240).

    11.  Geschreven aan Minen ° ), Heinsius, broer van Zeelhem.  Na het middagmaal met de hertog van Roannez op weg om het perpetuum mobile van P. Bourgoing 241) te zien, die zoiets helemaal niet had.  Niet aangetroffen M. Ferrier 242) in de Rue des poules.  M. van Medevoort vaarwel gaan zeggen.

    12.  M. Chapelain bij van Beuningen gebracht.  Gegeten met de ambassadeurs.  Uitgegaan met Beuningen, niet aangetroffen M. Menage, en Conrart, en La Poterie om de bibliotheek van M. de kardinaal te openen.  Die van M. de Thou 243) gaan zien, en van daar naar Mad.le Chavotte 244).  Thevenot, Mr de Justel, Le Roy, abbè Graneri waren naar me wezen vragen.

    13.  In Charenton geweest om Morus te horen, met Me Le Fevre, M.rs Kelmer, Fraser, Valckenhaen, die geslagen werd door enkele lompe musketiers.

    14.  Niet aangetroffen Thevenot, en Auzout, en Amproux, en La Roque.  M. Des Marets bezocht, waar M. de Lorme 245) was.  Vertelden kwade dingen over Morus, en Des Marets liet me strijdschriften [^] zien.  M. Le Roy nam me mee naar Justel, waar aanwezig waren M. de Segray, M. Foucault 246) raadgever bij het parlement, die naar Holland wilde gaan.  2 brieven van prins Leopold 247).

    15.  De markies van Durazzo kwam me bezoeken; stelde voor om samen naar Vaux te gaan.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  M.e van Gent bezocht; met Beuningen bij Montmor geweest, waar Bourdelot weer over jicht sprak, en zeer goed.  Menage was naar me komen vragen.

    16.  M. Amproux kwam me bezoeken.  Mr. d'Elbene, Thevenot, Auzout kwamen me halen, en we gingen de machines bekijken in de nieuwe grote balletzaal. Die bestaat uit twee paviljoenen, het ene voor de diepte van het toneel, het andere voor de toeschouwers. Van dit laatste is het dak te hoog naar verhouding van het gebouw. In de loges daar dichtbij zagen we dat basreliefs gevormd werden; de materie was papier, gekookt en gestampt; de vorm van pleisterkalk die men met olie besmeert.  In de galerij van het Louvre

[ 555 ]   [ februari ] [ n ]
was er al een groot aantal panelen voor de scenes, waarop veel verguldsels waren met ophogingen, wat een mooi effect geeft. De effecten van het vuur [<] gezien in de galerij van het Louvre en die van de schilderijen; de koepel aangetast en van binnen geheel zwart geworden.  Mr. Cramoisy  248) liet ons de koninklijke drukkerij zien.  Gedineerd bij M. d'Elbene, in zijn kamer met gemarmerd papier, met de genoemde heren en Le Nostre 249), groot ontwerper van tuinen, en van die van Vaux  250).  Mr. d'Elbene beschermer van de ...  Thevenot bracht me naar huis.  Brief uit Madrid van broer 251).

    17.  Bezoek van abbè Charles; over het krachtige lichaamsgestel, het goede humeur, en de geringe herkenning van kardinaal Mazarin.  Op bezoek geweest bij abbè de Boisrobert; toonde me het portret van Ninon, naakt in de kamer, van M. de Villarceaux met dat van Me. Scarron, Mle de Manicamp. &c.; leende me zijn verzen aan M. de kardinaal; monniken lakeien van de paus.  Niet aangetroffen M. le Premier die in Vincennes was, en Petit ook niet.  M. Le Roy bezocht, rue du Petit Bourbon dichtbij S. Sulpice; ontdekte zijn onwetendheid.  Na het middagmaal M. Clerselier bezocht, die me de figuren liet zien voor de Verhandeling over de mens van Descartes 252), sommige gemaakt door Mr de La Forge geneesheer te Saumur 252); andere van Gutschoven [<], die beter gemaakt waren [^].  Niet aangetroffen Gobert, en de hertog van Roannez, en Chapelain.  Mle Javotte ontmoet bij Mr de Sainte-beuve  253).

    18.  Geschreven aan Zuerius, Sr. Ricci, vader.  Na het middagmaal bezoek van Mrs Foucault en Justel, abbè de Boisrobert, Mr Petit.

    19.  Na het middagmaal naar Menage, en van daar naar Me. de Bonnevaux, waar men de theorie van Descartes over het licht weerlegde; abbè Quillet; hoewel ze er niet in geloven.

    20.  Naar de prediking bij Boreel, en met hem gedineerd.  Briefje van abbè Sibour.  Mr Foucault met Justel namen me mee om het dresseren van een hond te zien bij Del Campo; daarna gingen we naar Foucault, om te luisteren naar 2 demoiselles Sarcamanan, en M. Berthod 254). Bezorgde ons de maaltijd; een jongen van Berthod danste de sarabande.  Daarvandaan ging ik naar M. de Guederville die me had uitgenodigd, om de Italiaanse marionetten te zien; erna was er bal. M.le d'Ornano, M.le Coquaij; la petite Saintot de mooiste.

[ 556 ]   [ februari ] [ n ]
    Die marionetten zijn aan de bovenkant opgehangen aan stijve ijzerdraden, verborgen door de veren die ze op het hoofd hebben: handen, voeten, en van sommige de onderkaak worden bewogen met dunne draadjes die ik heel goed zag, omdat ik er heel dichtbij zat. Vlinder, slang, castagnetten, Pulcinella 255).

    21.  Niet aangetroffen de bisschop van Beziers 256).  Abbè Graneri bezocht, die me boeken liet zien van graaf Pagan  257); en zijn verrekijker.  In de academie van Plessis op bezoek geweest bij M. Morbet 258), en paarden zien berijden.  Post niet aangetroffen.  Na het middagmaal bij M. Menage, niet aangetroffen Bautru, op bezoek geweest bij Me de Rambouillet 259), 72 jaar oud, heel beleefd, mooie woning. Arthenice * ).  Daarvandaan naar abbè de Villeloin; groot aantal boeken, goed ingebonden, vol met kopergravures; zei dat hij er had voor 100.000 pond.  Ik trof er aan La Peyrere de pre-adamiet, die vertelde over zijn audientie bij de paus. De generaal van de Jezuïeten had hem gezegd: "Ik en de allerheiligste hebben heel veel gelachen om uw boek".  Geweest op de bijeenkomst in de bibliotheek van M. de Thou.  M. le Roy had naar me gevraagd.

    22.  Bezocht door M. de La Peirere de pre-adamiet, M. Amproux vertelde over het huis van M. Inselin 260) en de streken die hij uithaalt met de Des.  Mr.... Mr Morbay 261), M. Burat, de hertog van Roannez.  Na het middagmaal met M. l'abbè Graneri naar graaf Pagan  262), die denkt opzien gebaard te hebben met zijn nieuwe ontdekkingen in de astronomie. Is al lange tijd blind.  Daarna waren we op de markt S. Germain.  Kelmer kwam om 9 uur terug van het bal, waar hij enkele klappen gekregen had.

    23.  Bij het paleis romans gekocht, Celinte, novelle van Mle de Scudery. Alcidamie van Mle Desjardins 263).  Niet aangetroffen van Gangel, en Gobert, in het paleis bezig met de mis.  Na het middagmaal geld opgenomen bij van Gangel.  Niet aangetroffen M. Justel.  Geweest bij M. Sarcamanan, zijn vrouw en dochter niet in orde; beloofde me zijn komedie op muziek

[ 557 ]   [ februari ] [ n ]
in druk, en me zijn concert te laten horen.  Bij Me. van Gent, waar aanwezig waren Mr de Bonneuil 264), Me le Cocq 265) en haar dochter, graaf d'Ille.

    24.  Abbè Sibour nam me mee naar Gaultier, die ons fraaie dingen liet horen; zijn secunde was enkelvoudig; speelde slechts stukken in a la mi re [<].  Niet aangetroffen Hauterive en Petit.  Marq. Durazzo bezocht, die me zijn schilderijen liet zien, en we spraken over de reis naar Vaux.  Gedineerd bij Monglas met Gentillot, die me meenam op bezoek bij de graaf van Brienne, en daarna zijn zoon, getrouwd met de dochter van M. de Chavigny  266).  Zagen zijn schilderijen, een uitstekend werk van Albrecht Dürer, en een van Correggio.  Een crucifix dat zijn vader liet brengen van Michelangelo.  Op bezoek bij Mle Petit, en ik liet haar klavecimbel spelen, stukken van Monard haar leraar, heel mooi.

    25.  Hoofdpijn, een lavement genomen.  Geschreven aan vader en broer van Zeelhem, aan wie ik 2 kopergravures van Callot zond.  Abbè de Villeloin weg laten gaan.  Een reukvat gekocht waarvan de lamp brandt met wijngeest; en een pen zonder eind * ).

    26.  Geweest in het Hotel de Condè [^], waar ik niet La Peirere aantrof zoals hij me beloofd had.  Na het middagmaal met de karos van M. Amproux naar het Louvre, en het ballet de l'Impatience [^] zien dansen, waarheen ik meenam de heren Haersholte en Falck 267).  De graaf van Talhouet 268) liet ons binnenkomen en plaats nemen; de scene was een laan in een bos; de koning, M. de Guise 269) en een groot aantal heren van het hof dansten er.  Mles Verprè, Giraut, de la Faveur.  Mle La Barre en daarna Mle Hilaire zongen elk een recitatief. Sra. Anna met de Italianen.  Mr de Guederville, en M. Justel hadden naar me gevraagd.

    27.  Geschreven aan broer Lodewijk * ) in Madrid.  Bij Me van Gent, waar aanwezig waren Me de Flavacour en Taillefer.

    28.  Mr de La Peirere kwam me bezoeken; eveneens M. de Montmor; en Gudius, die me een boek in het Grieks gaf dat hij pas had laten drukken 270). Gedineerd bij markies Durazzo, met

[ 558 ]   [ febr./ maart ] [ n ]
abbè Siri 271) die de geschiedenis van deze tijd schrijft in het Italiaans.  Doorboorde zilveren cirkels, in de schotels gelegd, en de schotels met vlees erop; confitures in twee schalen na het afnemen van de tafel. Na het middagmaal onderhield hij me langdurig over zijn aanspraken op de titel, &c.  Niet aangetroffen M. Amproux.  Op bezoek bij Me de Guederville, ze lag in bed, van fluweel met galonwerk in zilver.  Niet aangetroffen M. Auzout.  Op bezoek bij Dumont, die enkele van zijn composities voor me speelde, en me iets ervan beloofde.

    1 Maart [dinsdag].  Na het middagmaal M. Foucault gaan bezoeken, en met hem naar de Rue S. Ant. om de maskerade [^] te zien, en het grote aantal karossen; op de Pont neuf [^] waren de mensen in rijen opgesteld zoals in het theater, en alle straten waren vol; in de kerk van de Jezuïeten zagen we het crucifix en andere figuren uitgedrukt met vlammetjes van lampen.

    2.  Met Valckenhaen naar Maison rouge geweest, op bezoek bij M. d'Hauterive, en met hem gedineerd, waar aanwezig waren de jonge graaf van Warfusé 272), de kleine markies en M. du Fayan 273). Hij bracht me overal in het huis en in de tuinen en het park, waar overal een zeer mooi uitzicht is. Een fontein in het bloemperk voor het huis, en nog een kleine in de kruidentuin. Het huis is aan de voorkant 202 voet, de diepte 54; de hoogte van de grote zaal 74 voet, en 30. De meubelen waren boven in het magazijn, behalve die van zijn afdeling, waarin een kamer was met geel damast en een slaapvertrek en plafond, met een kabinet klein van slag.  Terugkerend gingen we de Bastille in, en we gingen omhoog het gewelf op, dat van gehouwen steen is, en waar sommigen van de gevangenen vrij zijn te wandelen; anderen zijn opgesloten in kamers die uitzicht hebben op de binnenplaats, en er waren nu 25 of 30 journalisten die kwaad gesproken hadden van de Princess Royal; er is een verblijf dat de binnenplaats doorsnijdt, voor de gouverneur Mr de Baiseman.  2 maanden betaald aan Me Le Fevre.

    3.  Na het middagmaal M. Frenicle niet aangetroffen.  M. Conrart bezocht, die me vertelde over de mooie daden van M. de Fabert, en over de geest die aan hem verschenen was 274).  Mle Petit en haar vader bezocht.

    4.  Geschreven aan vader.  Gedineerd bij M. de bisschop van Laon, in aanwezigheid van Mr. de Montmor, d'Elbene, Amproux, Chapelain, Thevenot, Auzout, de Launoy, Mahè, Durieu;

[ 559 ]   [ maart ] [ n ]
goed onthaald op vis.  Na het middagmaal spraken we over reizen, over de oorsprong van de Moren, over de komeet 275) &c.  M. Amproux bracht me naar huis en was me komen halen.  M. Sibour had naar me gevraagd, en Mr. van Beuningen.

    5.  Mle. Petit getekend. Geweest bij La Douceur, die me zijn zoon van 5 of 6 jaar aan het klavecimbel liet horen.  Na het middagmaal op bezoek gegaan bij Mle de Scudery, waar Me Talemans 276) was, &c.  Daarvandaan naar de vergadering bij Me de Bonnevaux, waar M. de Montmor kwam. Men behandelde de wervels van M. Descartes. Me. de Guederville onderhield me over zijn te maken reis.

    6.  Naar de prediking bij de ambassadeurs; en met hen gedineerd. Beuningen toonde me wat M. van Amerongen 277) hem schreef over las cantioneras &c.  De komedie Jason [cf. 26 dec.] gaan zien in het Marais-theater, en de machines van de markies van Sourdeac; enkele wisselingen van toneel waren heel mooi, zoals ook de luchtstrijd van Zethes en Calaïs tegen Medea; de verzen uitstekend, van de oude Corneille. Men betaalde een louis d'or voor het amphitheater, een halve voor parterre, 8 louis voor een loge.

    7.  Getekend.  M. Marlot kwam me bezoeken.  Na het middagmaal liet hij me het huis zien van M. de la Basiniere 278). Mooie trap. Drie mooie vertrekken; in die van Madame een bed van zwart fluweel met grote gouden tressen in stroken; nog een dergelijk bed in violet fluweel; de slaapvertrekken evenzo behangen; stoelen met kussentjes en een groot aantal galonnen. De kamers beschilderd en verguld; spiegels met lijsten van goud. Een 4e nieuw vertrek, zaal, voorkamer, kamer en kabinet ingericht en bewerkt door M. le Brun 279). Deze 3 laatste helemaal blinkend van het goud, behalve waar schilderijen waren, en in het gewelf enkele in wit geschilderde kinderen. Het beeldhouwwerk overal uitstekend, de verfraaiing van dit vertrek zal ongeveer 40 duizend écus kosten.  Op bezoek geweest bij abbè Charles, die me pakketten brieven toonde van kardinaal Mazarin, geschreven aan hem; en hij gaf me handschoenen en een klein zilveren geweer.  Sorbiere kwam er, uit Vincennes, en zei dat Zijne Eminentie zeker ging sterven.  Mle Boreel bezocht.

    8.  Mle Petit getekend. Aan haar vader de waarneming van de komeet 280) gegeven.  Gedineerd bij de ambassadeurs, met Marlot. Met hem naar het koninklijk paleis, niet aangetroffen de koningin van Engeland 281).

[ 560 ]   [ maart ] [ n ]
Op de vergadering bij Montmor geweest, waar M. Pecquet sprak over het ontstaan van de kip in het ei, en hij werd uitgefloten.  Sorbiere zei me dat M. de Monconys  282) aangekomen was, en dat hij hem naar me toe zou brengen.  Feuillanten-paters 283) hadden naar me gevraagd.

    9.  Gekopieerd uit de verhandeling van Fermat over de constructie van problemen 284).  Na het middagmaal M. Pascal niet aangetroffen.  M. Justel bezocht, die me de sleutel gaf van ....  M. Amproux bezocht en vaarwel gezegd.  Niet aangetroffen M. en Me de Guederville.  M. Auzout bezocht, en hem mijn methode meegedeeld voor de oppervlakten van conoïden en sferoïden en voor de evolutie van krommen.  Vaarwel gezegd aan Menage, die me zijn rechtvaardiging gaf aangaande de Elegie op M. de kardinaal, die deze nacht om 2 uur te Vincennes overleed 285).

    10.  Het portret van Mle Petit voltooid.  Penningen gekocht van de koning, de koningin en M. de kardinaal.  M. Thevenot met een ander hadden naar me gevraagd.  Na het middagmaal bij Marlot; niet aangetroffen Mle. Taillefer.  Vaarwel gezegd aan M. le Premier die het bestuur van Marseille heeft; aan M. de Bautru; aan M. Sibour.  Niet aangetroffen Roberval.  Bezoek aan Sorbiere en bij hem Mle de Razilly 286) ontmoet.  M. de Marlot stelde me voor aan de koningin van Engeland, en aan de prinses 287); speelde klavecimbel; pruik; kat op tafel; wat zegt u Mevrouw? Ik bleef er tot na het souper. M. S. Albans 288) kwam beleefdheden uitwisselen met mij.  M. de Guederville had naar me gevraagd.

[ 561 ]   [ maart ] [ n ]
    11.  Geschreven aan vader en zwager Moggershil, aan M. Petit.  M. Amproux kwam me vaarwel zeggen, en hij zei me dat M. le Premier en de andere Beringhen, van wie zijn broer de Lorme de zuster als vrouw heeft, verwant zijn.

hevel     12.  Bezocht door Mrs. Thevenot, Auzout, abbè Charles, M. de Sorbiere die niet meebracht M. de Monconys, teruggekeerd uit Rome.  Gedineerd met Sorbiere bij de ambassadeurs.  M. Menage en Carcavy kwamen me bezoeken.  Vaarwel gezegd aan M. le Roy.  Niet aangetroffen Foucaut, en Pascal.  Gesproken met Petit de boekhandelaar 289) over de uurwerken voor de weduwe van Coster 290).  Vaarwel aan de hertog van Roannez, die me de proef leerde met de hevel met drie uiteinden.  Geweest bij Me de Bonnevaux, waar aanwezig waren Quillet, Auzout en Guederville.  Henritiade, Latijns gedicht van Quillet.

    13.  Mle Petit gekopieerd.  Vaarwel aan M. Boreel en zijn dochter; aan M. de la Peirere.  Pater Dominique en de Provincial bij de Feuillanten gaan bezoeken, die me hun verrekijker toonden, de bibliotheek. De Provincial gaf me zijn boek over filosofie.  Niet aangetroffen de gezant van Genua.  Vaarwel aan abbé Charles die me het recept opgaf van zijn water: Vul een fles met suiker, gestampt en gezeefd; doe er daarna zoveel gewoon water in als de fles kan bevatten, en schudt het goed zodat alle suiker kan oplossen. Laat het door een doek lopen om elk vuil te verwijderen, en meng vervolgens een vierde deel brandewijn er bij.  De hertog van Roannez en M. Petit hadden naar me gevraagd.

    14.  Vaarwel gezegd aan M. van Offenberg, boodschap aan Me Brus 291).  Me P. getekend  M. van Beuningen was naar me komen vragen.  Na het middagmaal kwamen de hertog van Roannez en M. du Bois me bezoeken, en we redetwistten over religie.  Een cassette gezonden naar van Heteren 292) voor mijn zwager Moggershil.

    15.  Dumont ziek.  M. Foucaut kwam me bezoeken.  Na het middagmaal bij Me P.  Vaarwel gezegd aan Sorbiere; aan Mle la Barre.

    16.  Het werk van Post gezien; boeken gekocht van Lepautre 293).  Niet aangetroffen M. Frenicle; afscheid genomen van M. Chapelain waar M. de la Mothe Vayer was; van M. Conrart.  Gedineerd bij M. Foucault met M. Justel en Gomberville 294).  Niet aangetroffen M. de Clerselier; vaarwel aan M. Gobert.  Niet aangetroffen de hertog van Roannez, en M. Montmor, en de bisschop van Laon, en Thevenot, en Mle de Scudery.  Gespeeld op de markt met M. de gravin van

[ 562 ]   [ maart ] [ n ]
Roye 295) en Mle van Gent, en gewonnen.  M. Conrart en Auzout waren naar me wezen vragen, briefje van de hertog van Luynes.

    17.  M. de Monconys was bij me op bezoek, en zei me dat Divini en Fabri bezig waren met een weerwoord aan mij; dat Divini er zeer door gekwetst was dat ik hem een glazenmaker genoemd had [vitrarius artifex], dat ze me echter in alle beleefheid zouden antwoorden; dat Fabri nog aan zijn hypothese vasthield door 6 satellieten achter Saturnus te zetten, en dat hij me 20 mooie gevolgtrekkingen zou tonen die ik had moeten afleiden uit mijn systeem, gesteld dat het waar was, onder andere de beweging van de aarde.  Met Monconys bij de hertog van Luynes geweest, aan wie ik mijn verrekijker liet zien en de microscoop; we zagen Chaillot en mont Valerien; de jonge markies.  Na het middagmaal M. Justel bezocht, die me de sleutels gaf van Cyrus en Clelie, en verzen van Mle Desjardins; vaarwel gezegd.  M. de Montmor aangetroffen; Rohault, die de proef deed met een glasparel [larme de verre] [<,>], en me de meting van de hoogte van het kwik gaf * ).  Op bezoek geweest bij M. Tassin 296), in de Rue S. Honorè; lag in bed in een donker kamertje, wegens een beenbreuk van 6 weken geleden; ik vond hem veel redelijker dan voorheen, en hij bedankte me uitvoerig voor het bezoek. God zij geloofd.  Geld opgenomen bij van Gangel.  Vaarwel aan Me van Gent en haar dochters.  De hertogen van Luynes en van Roannez hadden naar me gevraagd.

    18.  Vaarwel gezegd aan M. Petit, die me een brief gaf voor M. de Ranelagh 297).  A. M. Q. 298)  Gedineerd bij de ambassadeurs.  M. van Beuningen begeleidde me tot beneden.  Vaarwel aan de hertog van Roannez, en M. Dubois, die me aan Vogelaer 299) een aanbeveling liet schrijven. We spraken over drijvende cilinders. M. de Caravas 300) kwam er.  Thevenot na het souper.  Boek en briefje van Berthod.

    19.  Me Le Fevre betaald. Vaarwel aan de disgenoten Maser, Canceler, Falckenhaen 301), Pren, Linneman, Kelmer, Horst. Eerder waren er Haersholte, Falck 302), van Zutphen, Isselmuijde.  M. Morbais kwam me vaarwel zeggen. Dumont zond een fles

[ 563 ]   [ maart ] [ n ]
Condrien-wijn.  Berthod met Burat.  Buot bracht me een probleem dat hij had opgelost 303).  Gobert gaf me een boek met liederen, en zond me Sommes nous pas trop heureux [^].





    Gedurende het verblijf in Parijs bleef Christiaan in verbinding met zijn verwanten. De briefwisseling met zijn vader ontbreekt, evenals de brieven die hij uit Spanje ontving van broer Lodewijk; maar men vindt in ons deel III de brieven die broer Constantijn en zwager Doublet hem schreven, evenals die welke hijzelf aan zijn twee broers richtte. Men kan vaststellen dat hij de behoefte voelde zijn familie op de hoogte te houden van zijn doen en laten en zelf nieuws te krijgen uit den Haag en Madrid. Die van Lodewijk aan de verwanten in den Haag — eveneens verloren gegaan — waren "genoeglijk" hoewel hij later "zijn bekomst van Spanje" had 304). Hij was er verbonden aan een gezantschap 305). Toen we in de Koninklijke Bibliotheek te den Haag zijn onuitgegeven dagboek * ) doorbladerden bemerkten we — we zeggen dit ter aanvulling van onze opmerkingen van p. 445 hiervoor — dat hij, over water op reis naar zijn bestemming, met bepaalde dames kaart speelde. Een tweede notiteboekje laat zien dat hij zich toelegde op de studie van de Spaanse taal. Hij stelde blijkbaar belang in het werk van Christiaan over kringen, bijzonnen enz. aangezien hij een eigen waarneming stuurde van een drievoudige regenboog 306); evenals in de lengtebepaling aangezien hij spreekt over de beweging van het schip die weinig past bij die van slingeruurwerken 307). Hij meent ook iets te moeten berichten over de grote magneetsteen van het Escorial 308).

    In zijn brief aan van Beringhen ziet men vader Constantijn o.a. de gunst vragen ervoor te willen zorgen dat Christiaan aan de koning wordt voorgesteld 309), — wat inderdaad in dezelfde maand december gebeurde —: het was niet alleen door de werking van zijn eigen verdiensten, het was ook dankzij de invloed van zijn vader, dat Christiaan overal zo goed werd ontvangen dat hij aan N. Heinsius kon schrijven: "Ik weet intussen dat ik nooit aangenamer zal leven dan in deze stad, waar het gezelschap en de buitengewone vriendelijkheid van de meest voorbeeldige mensen mij van dag tot dag meer en meer verplichten 310)".

    Een van de brieven van broer Constantijn handelt o.a. over de nieuwe komeet die onzichtbaar was gebleven

[ 564 ] [ n ]
in Parijs 311). Bij deze gelegenheid zien we hoezeer in deze tijd het grote publiek belang stelde in een verschijnsel dat het tegenwoordig niet meer in vervoering brengt — aangezien men naar aanleiding hiervan nauwelijks van een wonder spreekt (althans in Parijs, in den Haag en in Londen, we kunnen niet over de mensheid in het algemeen spreken.

    In het Dagboek wordt het woord "wonder" slechts uitgesproken door de hertog van Roannez, als hij het heeft over Port Royal  312). Huygens maakt verscheidene keren, maar zo kort mogelijk, melding van disputen of gesprekken over religie; het zijn steeds Jansenisten, en in het bijzonder de hertog van Roannez, die dit onderwerp aansnijden 313), wat niet wil zeggen dat de hertog zich uitsluitend in dit onderwerp interesseerde; hij zweeg er blijkbaar over in aanwezigheid van Pascal 314) die van zijn kant geen poging deed om Huygens in andere discussies te betrekken dan in die over enkele natuurkunde-problemen. Het is eveneens zonder enige opmerking over uitgewisselde standpunten dat Huygens zegt bij de hertog van Roannez bepaalde vrijdenkers ["esprits forts"] 315) ontmoet te hebben. Wat op hem indruk maakte is, dat Marianne Petit, die hij tekende, hem een ketter durfde te noemen 316).

    Maar we moeten ons, hier en in het vervolg, ermee tevreden stellen slechts te doen uitkomen, op zeldzame uitzonderingen na, wat Huygens interesseerde in zijn hoedanigheid van wiskundige en natuurkundige, zonder voortdurend te letten op de politieke gezichtspunten van zijn vader, op zijn eigen opmerkingen over het rijke Parijse leven — theaters, muziek, kabinetten van zeldzaamheden en kunstwerken, mondaine literatuur, nieuwe modes enz. — of op de aansporingen van zijn broers, met name van Constantijn, hen te voorzien van kunstboeken, gravures of penningen. Wat van belang is om steeds in gedachten te houden, is dat Huygens, hoewel we hem vooral moesten beschouwen als wiskundige en natuurkundige, nooit een man van het vak was, dat hij voortdurend belangstelling had voor de meest verschillende onderwerpen.

    Hij had een verrekijker 317) en een microscoop meegenomen; deze laatste bleef in Parijs 318). Men heeft gezien dat hij kennis maakte met Carcavy, Auzout, Frenicle, Pecquet, Pascal, Desargues, Rohault, La Mothe le Vayer, Pagan enz.,

[ 565 ] [ n ]
dat hij weer ontmoette Chapelain, Thévenot, de Sorbière enz., dat hij een trouw bezoeker was van de zittingen van de Academie-Montmor 319), dat hij de experimenten ging zien 320) van, of bij, Rohault (andere keren deed Rohault ze bij de Montmor), dat hij ook vrij vaak aanwezig was op de avonden van de dames Bonnevaux en Guerderville 321) waar men bij voorkeur discussieerde over de theorieën van Descartes, vooral over die van de wervels. Die van het licht werd er naar gezegd op 19 februari weerlegd. Bij Auzout 322) toonde hij zijn manier om lenzen te maken. Aan verschillende personen — de Roannez, Chevreau [Chauveau], Martinot 323) — gaf hij kennis (blijkbaar zonder demonstratie) van zijn nieuwe uitvinding de slingeringen van een slinger isochroon te maken met behulp van cycloïdale plaatjes. We merken op dat de uurwerkmaker Martinot met hem had gesproken, naar aanleiding van het regelmatig maken van de loop van uurwerken, "over de veer in plaats van een slinger": vergelijk p. 503 van T. XVIII. Aan Chevreau [Chauveau] en Auzout deelde hij ook bepaalde resultaten mee van zijn berekeningen over sferoïden en conoïden 324); met Auzout sprak hij tegelijkertijd over de afwikkeling van krommen in het algemeen, die verbonden is met de uitvinding van de cycloïdale plaatjes. We denken niet dat hij op 16 december aan Auzout de botsingsregels voor harde bollen heeft meegedeeld; hij heeft zich er misschien tevreden mee gesteld te constateren dat Auzout foute botsingsregels had. Het is duidelijk dat de planeet Saturnus ook onderwerp was van heel wat gesprekken 325). Na tenslotte de aandacht gevestigd te hebben op de verschillende bijeenkomsten met de lenzenmaker Menard of Mesnard, menen we deze onvolledige samenvatting te kunnen besluiten.



[ 566 ]   [ maart ] [ n ]

§ 2.  REIS en VERBLIJF in LONDEN etc.

    Vertrokken om 11 uur, met de reiskoets naar Calais, in gezelschap van 3 Engelsen Mr Ingram, M. Tounsen, en de bediende. Betaald voor mij 20 pond, voor mijn knecht 18, de koffer 13.  Langs S. Denis gegaan.  Om 5 uur in Beaumont; mooi gezicht op de deur van de kerk, die op een berg staat. De Oise loopt er langs.

kaart     20.  Gedineerd te Tillar; bergachtig land; keien van vuursteen.  Geslapen in Beauvais, mooie stad, bezienswaardige kerk.  Mrs de Montjoie en de Coudray 1 ) volgden ons per karos, hun gouverneur M. de Baumal.

    21.  Gedineerd te Sanpuy 2 ), arm dorp.  Geslapen te Poy, ligt aardig in een klein dal.

    22.  Gedineerd te Rein, een dorp;  geslapen te Abbeville, aardige stad en in een mooie omgeving; de meisjes dragen er korte mantels zoals in Calais en Dieppe. Muren van baksteen; garnizoensplaats.

    23.  Gedineerd te Nanpon 3 ), klein dorp;  geslapen te Montreuil, gelegen op een berghelling; beschadigd door de oorlogen; er zijn wat soldaten gelegerd. Onderweg ontdekten we de zee; strook lint, geknoopt per twee duim. Priester gaf godsdienstonderwijs aan kinderen in de kerk; ja, nee.

    24.  Gedineerd te Franc 4 ), erbarmelijk dorp.  Geslapen te Boulogne; aardig gezicht bij het naderen van de stad. Er is zowel een hoge als een lage stad. In de hoge zijn twee of 3 fonteinen, M. de Villequier 5 ) is de gouverneur.

    25.  We reisden een ½ mijl langs de zeekust, die vol grote stenen ligt.  Daarna over het hoge land; hadden een maaltijd op 3 mijl.  We kwamen om 5 uur in Calais aan.  Het land rondom de stad is overal laag en lijkt op dat van Holland; het kan onder water gezet worden met de sluizen die bewaakt worden door het fort Nieulay.  Mijn brief aan de Glarges 6 ) gegeven.  Gelogeerd in de Lion d'argent.

    26.  Het te ruwe weer belette ons te vertrekken.  Gewandeld op de bolwerken met de Glarges; ze omringen een oude muur en een kleine gracht; de haven wordt meer en meer onbruikbaar door het zand; wordt bewaakt door een klein fort, de Risbanc geheten.  M. de graaf van Chavros 7 )

[ 567 ]   [ maart / april ] [ n ]
is gouverneur, M. de Courtebourne luitenant des konings. Er is een mooi exercitieveld midden in de stad, waar het stadhuis is, dat zwaar beschadigd is door het vuur enige tijd geleden.

    27.  Zelfde weer.  Geschreven aan vader.  Bij fort Nieulay geweest met de Franse markiezen, per karos.

    28 et 29.  Konden nog niet vertrekken.

    30.  Waren midden in de nacht op, in de mening te vertrekken.  Scheepten ons in om 10 uur in de pakket-boot, bij mooi weer.  Bruinvissen, makrelen 8 ).  Om 8½ uur in Dover aangekomen, waar de kust hoog en wit is.  Voor de overtocht betaalt men een écu per persoon; men rekent 8 mijl en men is soms in 3 uur over.  De stad is beneden ongeveer even groot als Calais.  Gelogeerd aan de haven bij het uithangbord het Schip, van waar men het kasteel en de krijtrotsen ziet.  Er zijn 4 posthuizen van hier tot Gravesend, men betaalt 4 shilling voor elk.

    [ UvA :   kaart Ram, 1689 ]

    31.  Ik nam een karos met 6 paarden, met M. Ingram, voor 5 pound, en we zonden onze spullen met de postkoets voor een stuiver per pond. We zaten zeer ongemakkelijk in deze karos, die klein was en zo laag dat je niet je hoofd recht kon houden.  We kwamen om 5 h aan in Canterbury, dat op 15 mijl ligt.  We gingen binnen in de grote kerk, die heel mooi en hoog is; je gaat omhoog het koor in over 12 of 15 treden; de common prayers werden er gezongen, en de kanunniken waren gekleed in koorhemden.  Onder de kerk is er nog een waar de Fransen preken; verscheidene mooie graven.

    1 Apr.  Gedineerd te Sittingburn, op 15 miles; een uur gerust.  Langs Chatham gegaan, waar we zo'n 14 fregatten zagen; iets verder ligt Rochester, kleine stad.  Gingen over de brug van de rivier van Chatham, die lang is en goed gebouwd. Het is 11 miles van Sittingburn.  Gesoupeerd te Gravesend, 7 mijl verder, en we hadden de 33 miles van Canterbury tot hier gedaan in 11 uur, terwijl de karos een matige gang had.  Het dorp is niet groot; er lagen 14 of 15 fregatten aan het anker; aan de twee kanten van de rivier zijn twee kleine forten.

    2.  Er was teveel wind om een paravoar te nemen, en we besloten een lighthors te huren, dat zijn veel grotere en overdekte boten, getrokken door 6 mannen; kostte 20 sh.  Vice-admiraal Lawson ging met ons mee.  Te Wolwych nam hij ons mee om een jacht te bekijken dat men aan het bouwen was voor de hertog van York 10) en hij bood ons een kleine maaltijd aan in het huis van de meester-timmerman.  We zagen nog een groot aantal schepen op de rivier, en om 4 uur gingen we Londen binnen.  We namen een karos, en ik ben prins Maurits gaan opzoeken, en zocht een kamer in de buurt.



[ 568 ] [ n ]
    Al in de brief van 20 januari 1661 (T. IV, p. 519) van broer Constantijn is er sprake van een missie naar Engeland van Maurits de Braziliaan — Johan Maurits van Nassau-Siegen, 1604-1679, oud-gouverneur van Brazilië — toen stadhouder van de keurvorst van Brandenburg te Kleef.

    In de brief van 3 maart 1661 aan Conrart drukt vader Constantijn zich als volgt uit (T. III, p. 255): "[Ik] ontruk [mijn zoon] van onder de pers van zoveel vriendschappen die hij de eer heeft gehad zich te verwerven in uw wereld, en dit deels om onze excellente heer prins Maurits van Nassau ter wille te zijn, mijn zeer waardige en zeer doorluchtige vriend, die een buitengewoon gezantschap in Engeland heeft te vervullen namens zijne hoogheid de keurvorst van Brandenburg, en die me met gevouwen handen heeft verzocht, dat bij de terugkeer van mijn zoon uit Frankrijk ik hem de zee zou doen oversteken om hem op te zoeken in Londen, waar [overigens] hij de goede wil bezit van een vrij groot aantal virtuoze mensen en broeders in zijn kunst, die zich hebben aangewend hem te spreken in zeer frequente brieven, en die zijn aanwezigheid nogal op prijs zullen stellen".

    Zie op p. 505 van T. IV een brief van 1637 van vader Constantijn aan graaf Maurits. Het huis van deze laatste (tegenwoordig het koninklijk schilderijenmuseum "Mauritshuis") bevond zich in de onmiddellijke nabijheid * ) van dat van Constantijn. Een tekening van Rademaker (?) — begin van T. IV — laat de twee huizen zien. Zie nog over het genoemde gezantschap noot 21 die volgt.

Huygenshuis en Mauritshuis




    3.  Ik ben S. Huls 11) gaan bezoeken, van wie ik 7 pound leende.  Gedineerd met prins Maurits.  Na het middagmaal M. van Beverweerd 12) en M. van Gogh 13) gegroet.  Cath. Smits 14) en Mr Swann 15) bezocht.

    4.  Met Swann naar Whitehall. Van der Does 16) liet me de schilderijen zien in het kabinet van de koning, een uitstekend exemplaar van Quentin. De ceremonie in de kapel van de koning gezien, ter gelegenheid van het feest van de annunciatie: offerande, prayers met muziek van koor en orgel.  Gedineerd bij onze ambassadeurs. M. van Hoorn  17) gegroet.  Na het middagmaal Mle van Beverweerd 18) bezocht.  Geweest bij M. Bruce, bezoek aan Madame die te bed lag 19). Met M. Bruce naar de tuin van Whitehall, de

[ 569 ]   [ april ] [ n ]
machine * ) gaan zien voor het opzetten van de telescoop van 35 voet.  Gewacht op M. Moray  20) in zijn kamer, hij kwam niet.

    5.  Met prins Maurits en Weiman 21) in Hampton Court geweest, huis van de koning, nogal mooi, gebouwd door kardinaal Wolsey 22), zeer mooie wandtapijten, triomfen van Mantegna  23). Nieuw kanaal dat de koning laat maken in het park, 100 voet breed, 600 beuken 24), tuin ernaast waar een fontein is; 2 mooie spannen van 6 paarden, gekomen van de hertog van Oldenbourg.  Na het avondeten kwamen M. Bruce en Moray me halen voor waarnemingen in de tuin van Whitehall, maar we zagen niets door de zware bewolking. M. Robert Moray gaf ons kaecks en droge wijn, M. Paul Neile [^] zijn heel uitstekende cider * ).

    6.  De ambassadeur van Florence kwam prins Maurits bezoeken; we aten oesters; M. de Montjeu en de Coudray dineerden er, en M. de Vic 25), Silvius 26) en Boreel 27). Deze laatste nam me mee om de schilder te zien snijden, waar M. Bruce me kwam ophalen en we gingen naar de bijeenkomst in het Gresham college  28). Daar zat M. Moray voor, en hij maakte me complimenten. Men ontvangt er alle lords, en niet de eenvoudige edele heren, behalve bij verkiezing, waarbij men 2/3 van de stemmen moet hebben. Wie spreekt neemt de hoed af. Men bracht me ervan op de hoogte dat de glasparels die breken [cf. 17 mrt.] gemaakt worden door ze in koud water onder te dompelen en ze er meteen weer uit te halen.  Doctor Goddard  29) nam ons mee om in zijn appartement drie mooie slingeruurwerken te bekijken.  Vandaar gingen we naar de tuin van Whitehall om de Maan, Jupiter en Saturnus waar te nemen.

[ 570 ]   [ april ] [ n ]
Maar deze kijker van 35 voet leek me niet echt duidelijk, zoals de mijne van 22 voet is; ik heb beloofd dat ik de glazen daarvan zou laten komen 30).

    7.  M. Chieze [cf. 5 dec.] kwam me bezoeken.  M. Bruce nam me mee om te dineren bij de gravin van Devonshire 31), maar omdat zij bij graaf Argin 32) was gingen we daar dineren; grote zilveren schotels, veel respect.  M. de graaf onderhield me in het Frans.  Ik maakte er kennis met Sir George Booth  33), zijn vrouw was er ook met haar zus, die de vrouw is van Mil. Bruce  34), zoon van de genoemde graaf Argin 32).  M. Ingram en Tounsen gaan opzoeken.  M. Boreel en Mrs Ferijn bezocht.

    8.  Geschreven aan vader.  De kleine Spanjaard kwam me bezoeken en geld vragen; daarna Mrs de Montjeu en Coudray.  Na het middagmaal bij Mr Smits 35) met M. Chieze.  Ms Betti, onschuldig; M. de Montpouillan  36).  Milord Brouncker  37) had naar me gevraagd.

    9.  Een andere kamer genomen; Gasp. Duarte [jr.] ontmoet.  Geweest op St Paul's Churchyard 38).  Mr Swann bezocht.

    10.  In de Engelse kerk; opgesloten in de bank.  M. Bruce niet aangetroffen, en Mr van Beverweerd.  Op bezoek gegaan bij de Franse heren.  Van daar naar Mr Killigrew  39), waar aanwezig waren Cer 40) en Lamire 41).

[ 571 ]   [ april ] [ n ]
    11 Apr.  Met M. Bruce naar Gresham College, waar Doctor Goddard ons de proeven met vloeistoffen liet zien. Hij mengde twee heldere die samen een zwarte inkt maakten, en toen hij er een derde bij goot werd deze inkt weer helder, zonder enig bezinksel. Twee andere maakten een vloeistof als melk, welke eveneens door menging met een derde weer helder werd. Een ander mengsel maakte gestremde melk die helder werd door een andere vloeistof; enkele schuimden sterk bij het mengen, en warmden op; andere brachten verschillende kleuren voort. De belangrijkste vloeistoffen waren wijnsteengeest en vitrioolgeest.

    We dineerden in een cabaret, met Mrs Robert Moray, Paul Neile 42), Milord Brouncker, Boreel, Vermuyden 43), Dr. Goddard, en .... * ); ze wilden niet dat ik betaalde.  Na het middagmaal zagen we in het laboratorium de proef met het lood dat, na weging met de kroes voordat het in de oven wordt gezet, samen meer blijkt te wegen nadat het uit het vuur gehaald is, met ongeveer 1/100.  Op de bijeenkomst kwam M. Boyle 44).

    12.  M. Boyle kwam me bezoeken, en we hebben lang gepraat.  Na het middagmaal M. Oldenburg 45).  Vaarwel gezegd aan M. Bruce.

    13.  Vertrokken naar Oxford met Mrs de Montjeu, de Coudray, de Beaumale, Chieze, Oger 46).  Gedineerd te ...., geslapen te ...., raven, houten bekers. Chieze had kramp.

muts     14.  Om 9 uur te Oxford.  M. Vernham nam ons mee om alle colleges te bekijken. In het zijne (the Christ College) bood men ons bier aan in zilveren drinkbekers bijna zo groot als een emmer; vertel dat eens aan je bediende; vierkante mutsen, plat van boven; zwarte mantels.  Het gebouw waar de Bibliotheek is, en de auditoria, is van Bodley 47); de bibliotheek heeft deze vorm [HUG 40]: H-vorm

Het gewelf heeft veel versieringen; mooie galerijen, waar de penningen-kabinetten zijn.  Er zijn 101 grote colleges, in totaal ongeveer tweeduizend scholieren. Weinig mensen op straat.

[ 572 ]   [ april ] [ n ]
kaart
UvA

'Angliae et Hiberniae nova descriptio', Visscher (naar Camden), 1629
(2008 gekopieerd, later niet teruggevonden)


    15.  M. Vernham wilde ons een ontbijt geven, maar we bedankten ervoor. Hij was in Duitsland en Holland geweest, en had M. Hevelius  48) ontmoet; sprak goed Latijn.  We gingen zonder rustpauze naar Windsor.  We zagen de kathedrale kerk die heel mooi is, en fijn bewerkt. Het kasteel is uitgestrekt; de kamers slecht onderhouden, wat men wilde gaan herstellen; mooi uitzicht vanaf het balkon. M. Mordaunt 49) is de gouverneur. Het magazijn lijkt op de Burcht van Leiden.  Koning Karel I is begraven in de kapel van het kasteel, maar er was nog geen grafsteen of inscriptie.  Uithangborden van de cabarets zeer breed, zoals in alle dorpen.

    16.  Gedineerd te Hamptoncourt, en het huis en het park gezien. De koning was er met de hertog van York en de hertogin. Heel eenzame plaats bij het binnengaan; afbeelding van de geweien van Amboise, 11 voet hoog, 9 voet breed 50).  Langs Hyde Park gegaan, dat slechts een open veld is met heel weinig bomen.  Gesoupeerd bij M. de Montjeu.

    17.  Naar de prediking bij de ambassadeurs, en met hen gedineerd. Daar trof ik aan P. Graef, I. Vlooswijck 51), Honiwood 52), de ontvanger Uyttenbogaert 53) en zijn zoons.  's Middags begroeting van Me de Beverweerd en haar dochters, Me van Hoorn, en Mle Uijttenbogaert.  Prins Maurits bezocht.  Bij C. Smits geweest.

    18.  M. Oldenburg gaan bezoeken.  Na het middageten in Gresham College, waar D. Wallis 54) was. Men deed proeven om te bewijzen dat artilleriestukken terugstoten voordat de kogel er uitgegaan is, wat juist bleek * ).

    19.  Niet gedineerd.  M. Oger bezocht.  Mr Ferris niet aangetroffen.

    20.  Bezocht door M. Wallis, en Rooke 55); daarna door M. Boyle.  Na het middageten kwamen Mrs Moray en Brouncker me ophalen, en we gingen naar de bijeenkomst, waar ik M. Wren 56) aantrof. Men sprak over het water dat opstijgt in kleine buisjes * ), en men stelde een comité in

[ 573 ]   [ april ] [ n ]
voor zaterdag bij mij, tot verdere ontwikkeling van verrekijkers.  Met M. Moray vaarwel gezegd aan Me Bruce, en gebleven tot 10 h.

    21.  Gedineerd met M. de Montjeu.  Met Huls op zoek geweest naar M. Kalthoff 57).  Geweest bij C. Smits, waar ik Betkofsky 58) hoorde spelen.

    22.  Op bezoek geweest bij Me de Bevervoord, met Vlooswijck naar Hyde park en Mulberry garden [^]; daarna naar de nieuwe beurs * ).

    23.  Gedineerd in mijn kamer.  's Middags verzamelden zich bij mij M. Moray, Mil. Brouncker, Sr P. Neile, Dr. Wallis, M. Rooke, M. Wren, D. Goddard. We spraken over de manier om lenzen te slijpen, en ik vertelde hun mijn methode 59). Opgelost de gevallen die ze me voorlegden aangaande botsingen van twee bollen 60).

    24.  Gedineerd bij de ambassadeurs van Holland.  Bij C. Sm.

    25.  Met M. Moray, Neile, Vermuijden, Wallis vertrokken naar Windsor, waar ik 's middags de ontvangstceremonie zag van de ridders van de orde van de Kousenband, die plaats vond in de kerk. De koning was in zijn zetel aan het einde van het koor. De arme ridders, gevolgd door 11 wapenherauten [^] gingen de ridders halen, en begeleidden ze het koor in. Daar maakten zij een buiging naar het altaar, en nog een naar de koning. Hierna gingen ze in hun banken aan de kant zitten, waar de hertogen van Ormonde 61) en van Buckingham 62) hun een blauwfluwelen mantel omdeden, gevoerd met witte taf, over de mantel van karmijnrood fluweel waarmee ze al gekleed waren, een voorwerp in de vorm van een bedelzak op de rug, vastgemaakt over de rechterschouder, en de ordeketen over alles heen.
veren met pluim Ze droegen allen mutsen van zwart fluweel met witte veren, en een pluim erop, en de meesten banden met diamanten. Bij het souper waren ze allen twee aan twee gerangschikt aan dezelfde kant van een lange tafel in de grote zaal, aan het einde waarvan de tafel van de koning was, en de muziek aan de andere kant erboven. De confitures werden allemaal uitgedeeld en geplunderd.

    26.  De koning en de ridders en de bisschop gingen in processie de kerk in, voorafgegaan door de arme ridders van Windsor, die mantels dragen van violette wol, de 11 herauten, zangers met koorhemden van linnen, kanunniken gekleed in mantels van violette taf. Daarna bracht elk van de ridders zijn offerande naar het altaar, en toen de gebeden op muziek gedaan waren ging men dineren.  's Middags gingen de koning met zijn broer, de hertog van Buckingham en Mil. Mordaunt, gouverneur van Windsor,

[ 574 ]   [ april / mei ] [ n ]
het terras op, bovenop het magazijn dat de ronde toren is, waar ik in zijn gezelschap was met M. Moray en Vermuijden. Vervolgens gingen we alle appartementen bekijken, de keukens, de torens en de kelder, waar we een maaltijd gebruikten.

    27.  Geweest te Hamptoncourt.  Daar dichtbij gedineerd te Kingston.  Om 6 h. in Londen aangekomen.  De Engelsen betaalden mijn kosten, tegen mijn zin.  Mr Boyle had me zijn nieuwe boek gezonden 63).

    28.  M. de Beauvais 64) kwam me bezoeken, een echte betweter; hij sprak over zijn universele wetenschap, en wenste in dienst te komen bij de prins van Oranje.  's Middags met Vlooswijck, Montjeu &c geweest bij de boarbeat waar beren en stieren vochten tegen honden; klein paard met een aap erop achtervolgd door een hond * ).  In Whitehall prins Maurits ontmoet en met hem bij de ambassadeur van Spanje geweest; al zijn mooie appartementen en meubelen gezien; uitvindingen om wijn te koelen, en om vlees te verwarmen.

    29.  Geschreven aan vader 65).  M. Chieze bezocht.  Na het middageten in Whitehall geweest, in het Banqueting house waar de koning Knights of the bath * ) benoemde, die de rode band dragen. De ridders hielden tevoren een optocht te paard, met elk 2 schildknapen aan hun zijden, rijk gekleed, en zelf in een rode zijden mantel. Ze werden 6 aan 6 binnengeleid in de zaal tot bij de koning — die onder de baldakijn zat, de hertog van York en de hertogin naast hem — en hij legde bij elk het plat van een groot zwaard op de schouder. Daarna nam hij een ander zwaard dat de page van de ridder naar hem toe had gebracht, en gaf het aan de ridder, en hij deed hem eigenhandig het rode lint om de hals. Twee herauten begeleidden hen; achter hen liep de page die het zwaard droeg en achter deze de ridder met zijn 2 schildknapen aan zijn zijden. De zaal is groot en mooi, met een mooi plafond en een galerij en balkon er omheen voor de toeschouwers.

    30.  In dezelfde zaal benoemde de koning nieuwe graven en baronnen. De graven hadden mantels van karmijnrood fluweel gevoerd met hermelijnbont, een kroon van rood fluweel met fleurons en parels, die de koning hun eigenhandig opzette. De baronnen hadden mantels van scharlaken en kronen zonder fleurons.

    2. Maj.  Met prins Maurits op een balkon gestaan bij Charing cross, vanwaar we de koning zagen voorbijgaan, die zich van de Tower naar Whitehall begaf. De volgorde van de stoet staat in het drukwerk. De compagnieën infanterie van de wacht stonden in een haag aan twee kanten van de straat. De cavalerie was heel licht, waaronder de wacht van de koning, van de hertog van York en van Mil. Albemarle, of Monck 66). De livreien van de milords en van de hertogen waren zeer weelderig, de meeste met tressen van goud en zilver; de zadelkleden en mantels alle met opschik of omzoomd.

[ 575 ]   [ mei ] [ n ]
    3.  Was de kroning van de koning, in het koor van de kerk van Westminster. De bisschop van ... hield eerst een lange prediking, terwijl de koning gezeten was voor het altaar; daarna zalfde de bisschop van Canterbury zijne majesteit, die ontkleed was tot op zijn rood-satijnen kamizool, dat open gedaan werd en teruggeslagen op de schouders, die de bisschop insmeerde met olie, zoals ook de borst, de slapen, en de hoofdkruin. Toen werd hij weer gekleed, en hij deed hem de koninklijke mantel om van karmijnrood fluweel gevoerd met hermelijnbont, en tenslotte de kroon, die was met 4 ..., verrijkt met diamanten, een muts van fluweel erin en onderaan een strook hermelijnbont. Het volk in binnen en buiten de kerk riep luid, er werden zilveren penningen van ongeveer 15 stuiver uitgestrooid. De koning ging plaats nemen op de troon die tegenover het altaar stond, waar alle lords hem de hand kwamen kussen. Onderwijl was er muziek van stemmen en instrumenten.
Mercurius voor de zon Dit alles van horen zeggen * ), want ik was onderwijl bij Reeves 67) om Mercurius voor de Zon 68) waar te nemen, zoals ik ook deed; het was 30 jaar geleden dat M. Gassendi hetzelfde had gezien 69).

    [11.]  Onthaald bij M. Ball  70), die 13 broers en zussen heeft. Ik had zijn broer 71) ontmoet in den Haag. Aanwezig waren Mil. Brouncker, M. Moray en Slingsby 72). 's Middags ging ik met 2 van de meisjes en 2 broers wandelen in Hyde park, waar een groot aantal karossen was, omdat het 1 Mei was volgens de oude stijl.

    [12?]  Met Moray en Slingsby op zoek geweest naar Kalthoff, die we niet aantroffen.  Bij terugkeer zijn we naar binnen gegaan in het gebouw van Lesley, dat hij in de rivier op een plat schip gemaakt heeft. Er is een grote zaal, kamer en kabinet; een balustrade loopt om alles heen.

    Met dezelfden gaan kijken waar men zijden kousen maakt op een weefstoel; de machine is van ijzer en is heel ingewikkeld. Men zegt dat het een uitvinding is van een student in Oxford, uit liefde voor zijn vriendin, die hij zulke kousen zag maken met het weefriet 73).

    Gedineerd bij Slingsby, die me penningen van Cromwell bezorgde voor 3 pièces. Met hem geweest bij M. die al deze penningen heeft gemaakt, en die nu voor de koning werkt.

[ 576 ]   [ mei ] [ n ]
    Wezen kijken naar het vechten van beren en stieren tegen honden, met Marq. de Monjeu, de Coudray, Vlooswyck (heer van Mare 74)), M. Chieze &c. Aap op paard. [Vgl. 28 apr.]

    13 Mei.  In de tuin van Whitehall waargenomen met de grote kijker van M. Neile de samenstand van Saturnus-symbool met de maan. Saturnus ging boven langs, heel dichtbij. De hertog van York was er ook * ).

    [14.]  De volgende dag kwam hij er terug en met hem de hertogin, de voormalige Mrs Heit 75). Het waren toen mijn glazen * ). Ik maakte een buiging voor de hertogin, en M. Neile gaf me veel lofprijzingen.

    M. Moray onthaalde ons dikwijls in zijn kamer daar dichtbij op cakes, bottle ale, en wijn. Ik leerde er Dr. Wilkins  76) kennen, schrijver van het boek dat de maan misschien een wereld is, en de aarde een planeet. Hij is bezig met het maken van een universele taal 77).  Ik heb er ook M. Iveling  78) ontmoet, die een groot boek schrijft over tuinbouw; en M. Tuc  79), teruggekeerd uit Parijs waar hij bij M. de Montmor geweest was, en hij zei dat M. van Beuningen er vaak kwam, en dat hij veel opzien baarde.  Bij Mil. Brouncker ontmoette ik Sr Kenelm Digby  80), een groot man en zwaargebouwd, die me grote complimenten gaf.  Een andere keer ontmoette ik er M. Finch 81), pas teruggekomen uit Florence, en hij had een brief van prins Leopold, waarin deze aanbood een briefwisseling te onderhouden met de academie van Londen. Men besloot dat er geschreven moest worden aan de prins uit naam van de academie, en er werd over gedelibereerd in welke termen, welke taal, en met welk zegel men de brief zou afsluiten.




Jaren 1661 - 1666



Christiaan Huygens | XXII | < Biografie 1660-61 (top) | Noten | >