Chr. Huygens | Oeuvres XXII | < Biografie - Noten >

Noten

bij de

Biografie van Christiaan Huygens


[ 623 ]

Académie, 1666 - 1681.

[ 625 ]

§ 1.   VERBLIJF  en  WERK  in  PARIJS,  mei 1666 - augustus 1670.
    1)  Brief van Christiaan van 13 april, T. VI, p. 27. Hetzelfde jacht wordt genoemd in een brief van vader Constantijn van juli 1676, T. VIII, p. 12 en ongetwijfeld ook in de brief van 17 april 1670 van broer Constantijn, T. VII, p. 20. De prins — de toekomstige stadhouder Willem III — werd pas in oktober 1668 meerderjarig. In december van dat jaar uit hij de wens dat Christiaan persoonlijk doet toekomen aan de Lionne, minister van buitenlandse zaken van Lodewijk XIV, een zekere memorie waarover Christiaan inderdaad een gesprek had met de minister. Dat was, volgens vader Constantijn, "een boodschap zeer ver verwijderd van zijn geaardheid"; Constantijn verzoekt Colbert (T. VI, p. 303) zo mogelijk te verhinderen dat op deze eerste taak, waarmee men zijn zoon vereert, andere gaan volgen. En inderdaad, we constateren niet dat hij in de volgende jaren gemengd is in de zaken van de prins, of in die van de Staten.
    2)  Zie wat gezegd is op p. 57 van T. VI over het feest van 30 juni op de ambassade ter gelegenheid van een overwinning.
    3)  Zoals hij overigens al tweemaal eerder was voorgesteld: zie p. 609 hiervoor.
    4)  T. VI, p. 40.
    5)  Zie in dit deel brief L, p. 91.
    6)  Vergelijk p. 400 van T. I.
    7)  E. Maindron "L'Académie des Sciences", Paris, F. Alcan, 1888.
    8)  Tegenwoordig bestaat het gebouw niet meer.  [Zie BNF]
[ Zie de situatie van eind 17e eeuw in Maindron, p. 3:]

detail van plattegrond, Parijs eind 17e eeuw
Palais Mazarin, Bibliotheek, Hôtel Colbert, Palais Royal

    9)  T. XVII, p. 498 noot 3; T. XXI, p. 7-8.

[ 626 ]

    10)  We hebben deze passage al aangehaald in een noot van p. 249 van T. XIX.
    11P. 8 van T. XXI, met de noten 5 en 6 die verwijzen naar andere delen: in T. VI [p. 58-66] is de waarneming uitgebreid beschreven volgens de tekst van de Registers.
[ Proces-verbaux, T. 3/1, p. 20v-28:]

Registers, handschrift

[ T. VI, p. 65-66: de zon werd maar voor de helft bedekt; niet iedereen had in de gaten dat er een verduistering was; de brandspiegels van Petit konden geen wit papier doen branden.]
    12)  Vergelijk p. 217 hiervoor, en ook noot 14 van p. 659 van T. XXI
[ Maansverduistering op 16 juni: T VI, p. 48.]
    13)  T. VI, p. 50-51.
    14)  Zie ook p. 93 van T. XXI over "draden over het diafragma gespannen". Zie over dit "diafragma dat tevoren onbekend was" p. 50 van T. XV.
[ Histoire de l'Académie Royale des Sciences, I (1733), p. 10.]
    15)  Zie over micrometers met beweegbare haren of draden, behalve p. 18-19 van T. XXI, noot 10 van p. 114 van T. XV en p. 832 van T. XXI.
[ Phil. Trans., vol. 1, p. 373-5: '... Decemb. 28, 1666. by M. Auzout ... taking the diameters of the planets ...'. Zie fig.
Ibidem, vol. 2 (1667), p. 457-8: R. Towneley, '... dividing a foot ...', "Mr Gascoigne ... devised an instrument ... made use of it ... taking the diameters of the planets".
Ibidem, vol. 2 (1667), p. 541-4: '... dividing a foot ... measuring the diameters of planets to a great exactness', met fig.
J. des Sç. 1667, p. 102: Pierre Petit, '... machine pour mesurer exactement les diametres des astres', met fig.
Phil. Trans. 1717, p. 603: William Derham, 'Extracts from mr. Gascoigne's and mr. Crabtree's letters'.]
    16)  Tenzij het, zoals op 2 juli, in het ernaast gelegen huis van Colbert was.
    17)  T. XXI, p. 32 en 33.
    18)  T. XVIII [XIX], p. 255, noot 2.
[ C. Wolf, Histoire de l'Observatoire de Paris de sa fondation à 1793 (1902) p. 136: een kwadrant van 9 voet 7 duim, een sextant van 6 voet.]

[ 627 ]

    19)  T. XXI, p. 33.
    20)  T. XXI, p. 8, 33 en 43-51.
    21)  T. XV, p. 377-382.
    22)  Hij haalt het [Almagestum novum] verscheidene malen aan in Systema Saturnium van 1659. Zie ook o.a. p. 101 van T. V en ook p. 315 van T. III waar hij zegt de "veelzijdige kennis" van de schrijver te bewonderen.
    23)  T. XIX, p. 255. Er is sprake van meting van de middellijnen van de planeten, waarop Picard zich meteen toelegde.
    24)  Stuk Ibis van p. 257.
    25)  T. XXI, p. 32 en 33.  [Procès-verbaux, T3/1, p. 37.]
    26)  T. XXI, p. 9.   [ L.F.A. Maury, Les académies d'autrefois ... sciences (1864) p. 11.]
[ Huygens et la France (1981), p. 44 citeert uit Auzout, Ephéméride du Comète de la fin de l'année 1664 ....]

    27)  T. VI, p. 48, 69, 74, 76 en 87.
    28)  T. XIII, p. 594-595.
    29)  Zie het stuk dat we hebben gepubliceerd op p. 411-412 van T. XVIII.
    30)  Zie wat op p. 616 hiervoor is gezegd over het opstellen van de Dioptrica in 1666.
    [ *)  Brieven aan zwager Ph. Doublet, 6 aug. 1666, T. VI, p. 71 (fig.) en 8 april 1667, p. 124-125 met fig.]

[ 628 ]

    31)  Tenminste van 1667 tot en met 1675, zie de eerste noot van p. 88 van T. VII.
    32)  Brief van Boulliau, aangehaald op p. 4 van T. XVIII.
    33)  T. VI, p. 104.
    34)  T. VI, p. 91.
    35)  Weliswaar zegt de noot van p. 264 van T. VI dat Huygens in september - oktober 1668 bij Thévenot te Viry logeerde. Nu bevond Thévenot zich voortdurend in Issy (T. VI, p. 344). Maar in Viry woonde Cl. Perrault. Ongetwijfeld logeerde Huygens bij hem, evenals in oktober 1669.
    36)  We hebben deze passage [T. VI, 208] aangehaald in een noot op p. 212 van T. XXI. We voegen eraan toe dat men over de Montmor met vrucht kan raadplegen het boek uit 1934 van Harcourt Brown "Scientific organizations in Seventeenth Century France".
    37)  T. VI [V], p. 342. Huygens noemt hem voor het laatst in november 1659 (T. II, p. 509); zijn naam komt niet voor in het reisjournaal van 1660-1661.
[ Zie over Mylon (1615-1660): Jean Mesnard, 'Sur le chemin de l'Académie des sciences : le cercle du mathématicien Claude Mylon (1654-1660)', in Revue d'histoire des sciences, 44 (1991) 241-251.]

[ 629 ]

    38)  Niet voor 1672 en dan heel terloops. Maar rekening moet worden gehouden met het feit (zie de tekst hierna) dat veel brieven niet tot ons zijn gekomen.
    39)  Zie enkele brieven van vader Constantijn aan van Beringhen in onze T. VI - VIII.
    40)  T. VI, p. 76.
    41)  T. IV, p. 23.
    42)  Zoals in 1655 (p. 473 hiervoor).
    43)  P. 542 hiervoor [26 dec. 1660].
    44)  Vergelijk over horoscopen p. 506 hiervoor. Zie ook wat over Cassini gezegd is in noot 12 van p. 179 van T. XX, over Megerlin op p. 311 en 334 van T. XXI, en over Graindorge — zie over hem p. 378 van T. VI — op p. 229 hiervoor.
[ P. Megerlin, Systema mundi copernicanum, 1682.]
[ Graindorge in Registres de l'Ac. (Procès-verbaux, 20 febr. 1669) T. 3, p. 261 e.v. met extrait uit Introductio in physicam astronomicam Tractatus de veris astrologiae principiis en rapport van Huygens en Picard over het boek (p. 273) — Graindorge ook al op p. 54.]

[ 630 ]

    45)  T. XIX, p. 258-262.
[ Registres: Procès-verbaux, T. 3/1, p. 30v-33.]
    46)  We merken ook terloops op dat de oorlogskunsten er nauwelijks genoemd worden; we vinden er slechts het woord "vestingwerken".
    47)  Zie de noot 3 van p. 14 en noot 5 van p. 19 van T. XIX waar we deze "Historia" aanhalen.
    48)  Dit deel p. 71 en brieven aan Huygens over dit onderwerp in T. III.
    49)  T. XIX, p. 189-190, naar aanleding van de luchtpomp.

[ 631 ]

    [ *)  Zie over Samuel Cottereau Du Clos/Cotreau Duclos: D. J. Sturdy, Science and social status (1995) p. 108;  Condorcet, Eloges des académiciens ... (1773), p. 66-77.]
    50)  T. IV, p. 110.
    51)  P. 604.
    52)  Als men de alfabetische lijsten van de briefwisseling raadpleegt in onze T. VI, VII en VIII zal men constateren dat in de eerste jaren van Huygens' verblijf in Parijs de door zijn twee broers en zijn zwager aan hem gerichte brieven in het algemeen ontbreken, terwijl het anders is sinds 1678; vanaf deze datum zijn er bovendien talrijke brieven van Susanna Doublet-Huygens, maar in deze tijd ontbreken ons de brieven van Huygens aan het echtpaar Doublet.
    53)  T. XXI, p. 291.
    54)  P. 350, noot 3.
    55)  T. VI, p. 164.

[ 632 ]

    56)  T. XXI[Memorien ... verrekijckers]
    57)  Menard overleed in 1669 (T. XXI, p. 240).
    58)  T. VI, p. 213 en elders.
    59)  Volgens ons T. I (p. 287).
    60)  T. IV, p. 236.
[ J. D. Cassini, Specimen observationum Bononiensium, 1656.]
    61)  Zie T. V en VI.
    62)  Vergelijk noot 1 van p. 156 van T. XV.
[ Journal des Sçavans, 22 febr. 1666, p. 99-102: 'Extrait d'une Lettre escrite de Rome'.]
[ Huygens noemt Cassini's ondekking van de vlek op 24 dec. 1665: T. V, p. 550.]
    63)  T. VI, p. 267.

[ 633 ]

    64)  T. XVIII, p. 80 en 81 [Ned.].
    65)  Zie T. XIX. Wat we III genoemd hebben (p. 264) is blijkbaar niet in zijn geheel bewaard gebleven.
    66)  T. VI, p. 95 en T. XIX, p. 268.
    67)  Dit programma zou ook kunnen dateren van 1668; zie p. 268 van T. XIX.
    68)  T. XIX, p. 23-33, p. 95 (25 januari 1667 ['68]).

[ 634 ]

    69)  T. VI, p. 391, op 30 maart 1669.
    70)  T. VI, p. 173; 20 januari 1668.
    71)  T. VI, p. 121.
    72)  [T. XXII] P. 218-226 en 229-233.  [Zie over Graindorge ook noot 44 hierboven.]
    73)  Deze ontleedkundige is genoemd op p. 104 van T. VI. Zie voor deze ontleding van een oog p. 787-790 en 795 van T. XIII.
    74)  Zie nog over dit onderwerp noot 15 van p. 829 van T. XIII en ook noot 6 van p. 789 van hetzelfde deel waar we verwijzen naar andere pagina's waar Huygens handelt over de accommodatie, een twaalftal jaren eerder [p. 133].
    75)  Zie T. XXI bij Création, Determinisme enz. [b.v. p. 557].

[ 635 ]

    76)  T. VI, p. 119, maart 1667.
    77)  Zie nog bij dit onderwerp r. 23 ["un cheval"] van p. 330 van T. XIX; maar zie ook het woord "cruel" in r. 23 ["Il m'est incomprehensible ..."] van p. 730 van T. XXI [Cosmotheoros (Ned.): "harde meining" op p. 73].
    78)  T. XIX, p. 269.
    79)  P. 270, noot 3.
    80)  T. XIX, stuk VII van p. 336-337.
    81)  De stukken II en III werden gepubliceerd in 1693; zie p. 380 hiervoor.
[ Divers ouvrages de mathematique et de physique (1693) p. 326-330 en 330-335.  Stuk I in T. XX, p. 225-227.]
    82)  In tegenstelling tot wat werd verondersteld in T. XIV waar dit stuk (p. 283-293) gedateerd is op 1657.

[ 636 ]

    83)  T. XIV, p. 273-282.
    84)  Zie stuk V op p. 258 van T. XX.   [ John Wallis, Arithmetica infinitorum — ex. GWLB met aantekeningen van Huygens.]
    85)  P. 199-213 [van T. XX].
    [ *)  Het woord 'spartostatique' — Gr. sparton: touw — van de brontekst is waarschijnlijk in Latijnse vorm 'spartostatica' door W. Snellius gesmeed bij zijn vertaling van Stevin's 'tauwicht'. Zie Hypomnemata mathematica (1605), IV, p. 159 en de vertaling van Albert Girard, Les oeuvres mathematiques de Simon Stevin (1634), p. 504.]
    86)  T. XIX, p. 51-57. Stuk gedeeltelijk in 1693 gepubliceerd; de §§ 1-3 en 7 — de verdeling in paragrafen is van ons — zijn niet gepubliceerd in de zeventiende eeuw.
[ Procès-verbaux, T. 3/1, p. 142-147.  Divers ouvrages (1693), p. 317-319.  Du Hamel, Historia (1698), p. 40.]
    87)  P. 16.
    88)  T. XIX, p. 95. Huygens zegt in november 1667 dit boek te hebben ontvangen (brief aan Leopoldo de Medicis) [T. VI, p. 161].
    89)  P. 497-508.
    90)  T. XIII, p. 163-168.
    91)  No. 1599 is een kort stuk van Auzout over Saturnus.

[ 637 ]

    92)  [T. XV] P. 93-94 en 383-388. Zie met name over de berekeningen van Huygens noot 1 van p. 386, en de beschouwingen van p. 477-478.
    93)  Zie p. 502 en 518 hiervoor.
    94)  Op 4, 11 en 18 januari, p. 95 van T. XIX.
    95)  T. XIX, p. 23-28 en T. XVIII, p. 481-482.
    96)  P. 182-186.
    97)  Noot 13 van p. 173 en noot 1 van p. 182 [van T. XVI].

[ 638 ]

     98)  Ze komen van p. 115-116 van Manuscript D. Nu draagt p. 86 de datum 28 oktober 1668 en p. 118 is gedateerd 1669.
     99)  Zie p. 498 van T. XV waar men ziet dat de stukken die bestemd waren om in de Registers van de Academie gezet te worden er niet allemaal in staan.
    100)  Zie ook over deze vertaling p. 195 van T. XVII.
[ Brief aan Lodewijk: T. VI, p. 187: "de Instructie die ik in het Frans vertaald heb".  In 1669 verscheen een vertaling in het Engels: Phil. Trans. 4-47, p. 937.]
    101)  Aanhangsel I bij Pars Prima van "Horologium oscillatorium". p. 369-372. Zie noot 1 van p. 369.
    102)  Zie het jaartal 1668 op p. 11-12 en 21-22 van T. XVIII.
    103)  T. XIX, p. 268 en 264.
    104)  T. XIX, p. 37 e.v.
    105)  T. XIX, p. 98-99.
[ Brachistochroon: in de kortste tijd; 'val' naar een punt dat niet recht onder het beginpunt ligt.]

[ 639 ]

    106)  Op 1 februari 1668, T. VI, p. 177.
[ Oeuvres de Mr. Mariotte (1707), Tome 2, p. 558-566.]
    107)  T. XIX, p. 200-212.
    108)  P. 193 van T. XIX, deel uitmakend van ons Voorbericht.
    109)  T. XIX, p. 199.
    110)  "Regiae Scientiarum Historia", ed. 1701, p. 57: "Over enige natuurkundige experimenten in de jaren 1668 en 69 gedaan in de Academie" .., "pneumatisch toestel .. Huygens .. verschillende experimenten zijn dikwijls gedaan waarvoor nodig was de werkzaamheid van de vindingrijke en geleerde, toen jonge, D. Papin, die hij daarna gepubliceerd heeft in 1674". Zie p. 216-238 van T. XIX. Een groot deel van deze experimenten dateert ongetwijfeld van latere tijd: zie het jaartal 1674 in de noot van p. 232 van genoemd deel.
[ Denis Papin, Nouvelles experiences du vuide, Paris 1674.  Zie Phil. Trans. No. 119, 120, 121 en 122.]

[ 640 ]

    111)  In T. VI de Nos 1647, 1653, 1669, 1682, 1685. In T. XX het stuk VI van p. 259 en de Aanhangsels I-V van p. 303-327 waarvan het laatste van juli 1668 is. Zie ook o.a. een brief van november van Wallis over dit onderwerp, T. XX, p. 213 [T. VI, p. 282], en een van Moray van 15 februari 1669, T. VI [p. 369]*). No. 1682 van T. VI is van december 1668. De Nos. 1647 en 1669 worden genoemd onder de werken van Huygens op p. 376 hiervoor.
[ Journal des sçavans, 1668, p. 52-55 (2 juli);  'Mr. Gregories answer' in Phil. Trans. Numb. 37 (July 13), p. 732-5;  Huygens' repliek in J. d. Sç., p. 109-112 (12 nov.);  Gregory in Phil. Trans. Febr. 15 1668/9, p. 882-6.  
  James Gregory, Vera circuli et hyperbolae quadratura, 1667;  Huygens genoemd in Exercitationes geometricae, 1668, p. 1-2.] 
[ *)  Met App. (febr. 1669): J. Collins, 'The State of ye Controversy between Mr. Hugenius and Mr. James Gregory'.
  In 1663 had Gregory Huygens opgezocht in Parijs, om hem zelf zijn boek te geven, maar hem niet aangetroffen; het had dus heel anders kunnen lopen, misschien wel zonder controverse. Zie No. 851, van 1663 i.p.v 1661, met gewijzigde noten.] 
    112)  T. VI. No. 1648, gepubliceerd in het Journal des Sçavans [1668, p. 56], genoemd in de lijst van de werken.
    113)  T. XX, p. 382-387.
    114)  Het is stuk III, van 16 juli 1662, gepubliceerd op p. 474 van T. XIV ("Afmeting van de hyperbool met behulp van logaritmen").  [Zie p. 592.]
    115)  T. XX, p. 413-416.
    116)  T. XX, p. 409.
    [ *)  T. XX, p. 408.]
    117)  Vergelijk p. 616 hiervoor.

[ 641 ]

    118)  T. VI, p. 215.
    119)  T. XIX, p. 625.
    120)  Vergelijk p. 459 hiervoor.
    [ *)  Dit kan ook slaan op de zin die ervoor staat: of lood drijft op vloeibaar lood, zie T. XIX, p. 625 noot 4.]
    121)  Zie p. 328 van T. XVI of p. 432 van T. XXI.
    {...}  (zoals we voortdurend gedaan hebben in T. XVI: zie b.v. noot 1 van p. 67 en noot 2 van p. 80)
    122)  T. VI, p. 164.

[ 642 ]

    123)  Huygens spreekt in 1669 over proeven met het ronde blad, T. XIX, p. 632. Een ander instrument bestemd voor dergelijke proeven is voorgesteld op p. 327 van T. XVI. Zie ook over de vervanging van wervels in één richting door wervels in veel richtingen p. 512 hiervoor.
    124)  T. XIX, p. 34 en 48.
    125)  Dit hebben we gezegd op p. 19 van T. XIX.
    [ *)  Vgl. 1674, p. 252 hiervoor, en ook T. VII, p. 376.]
    126)  P. 40-41.
    127)  T. XV, p. 94, 98 en 485-499.
    128)  T. XV, p. 483-484.   [Journal des scavans, 1669, p. 11-12.]
    129)  Of liever, denken we, in de tuin van de bibliotheek; vergelijk p. 625 hiervoor. Het observatorium was nog niet klaar. Vallende sterren, Perseïden, werden waargenomen op 31 juli en 1 augustus, T. XV, p. 95-97.

[ 643 ]

    130)  Huygens nam blijkbaar niet deel aan de waarneming van de maansverduistering van 26 mei, bericht door du Hamel. Er is althans niets over te vinden in zijn brieven, en du Hamel noemt geen andere naam dan die van Picard.
    131)  T. XV, p. 99-100.
    132)  Zonder dit woord te gebruiken, evenmin als de uitdrukkingen "statica" of "dynamica".
    133)  P. 104 van T. III van de Registers.
    134)  [T. XIX] P. 170-172 en 166-170.
    135)  T. XXI, p. 61-65.
    136)  P. 627.
    137)  T. VI, p. 328-332.   [Phil. Trans. 1668, p. 693-698.]
    138)  T. VI, p. 327.

[ 644 ]

    139)  P. 514-515 hiervoor.
    140)  Van de genoemde schijnbaar cirkelvormige en eenparige beweging is sprake in de dialoog van Galileï van 1632 [1638], de "Discorsi e Dimostrazioni Matematiche etc." [Engl., p. 261]. Men kan raadplegen b.v. p. 279-283 van "Val en Worp" door E. J. Dijksterhuis.
    141)  T. XV, p. 459 of T. XVI, p. 195 [n.6, 2e alinea].

[ 645 ]

    142)  T. XX, p. 260-264 [Registers, T. 3, p. 138-143] en p. 213-216 (Voorbericht). Du Hamel ("Historia" p. 51): "De kwadratuur van de hyperbool is door de heer Mercator het eerst voorgesteld, vervolgens door de heer Wallis uitgelegd en gecorrigeerd, en tenslotte door de heer Huygens vermeerderd met veel bewijzen, en daarop heeft hij zelf uiteengezet wat nodig is voor het begrip van deze zaak [het lijkt ons dus dat Huygens langer gesproken heeft dan het stuk van de Registers laat zien, we hebben het ook gezegd in T. XX]; tegelijk heeft hij laten zien hoe nuttig deze afmeting van de hyperbool is voor het vinden van logaritmen".
[ Voor het werk van N. Mercator zie p. 584 hiervoor.]
    143)  Oneindig groot, zo men wil, aangezien een constante zwaartekracht geacht wordt overal in eenzelfde richting te werken.
    144)  T. XIV [XIX], p. 102. Het stuk beslaat p. 102-119.
    145)  T. XIX, p. 82-85.
    146)  In die tijd aan elke wiskundige nog onbekend.
    147)  Over noten gesproken: in noot 6 van p. 104 van genoemd deel, waar gezegd wordt ED = 13333, moet gelezen worden EN i.p.v. ED.
    148)  Noot 14 van p. 107 van T. XIX.
    149)  T. XIX, p. 569, stuk V.
    150)  De stukken II, III en IV.
[ W. Gilbert, De magnete, 1628;  On the magnet, 1900, transl. Silvanus Thompson.]

[ 646 ]

    151)  [Tendentia:]  Eerder een Frans woord dan Latijn.
    152)  T. VI, p. 216.
    153)  T. VI, p. 212 [fig.] en 217.
    154)  T. VI, p. 201, om maar een enkele plaats te noemen.

[ 647 ]

    [ *)  Zie p. 517 hiervoor.]
    155)  Zie over beide problemen p. 207, 265 e.v. en p. 272 e.v. van T. XX. In noot 4 van p. 267 moet gelezen worden ad 2 / (a 2 + bc) in plaats van ad 2 / (a 2 + b 2).
    [ °)  Zie ook T. VI, p. 440.]
    156)  T. VI, p. 335.
    157)  T. XVI, p. 182-186.
    158)  Vergelijk p. 459 hiervoor.
    159)  Waarop ook betrekking hebben p. 159-160 van T. XVI.
    160)  P. 617 hiervoor.

[ 648 ]

    161)  Vergelijk noot 13 van p. 343 van T. XVII.
    162)  Zie over Boyle en Hooke p. 267 van T. XVII waar men ook ziet dat het experiment van Huygens eerder is dan de verschijning van het beroemde "Micrographia" van Hooke waarin hij voor het eerst handelt over de kleuren van dunne laagjes. Huygens sloot zich in deze tijd aan bij de theorie van Hooke van de twee fundamentele kleuren (T. XVII, p. 269).
    163)  Het is overigens onmogelijk aan te tonen dat hij aan de Academie heeft gesproken, zoals hij zich blijkbaar in november of december 1668 voornam, over alle onderwerpen waarover de aantekeningen handelen.
    164)  T. XVI, 117-118.
    [ *)  Zie het Griekse woord 'kritèrion' op p. 183 van T. XVI.]

[ 649 ]

    165)  P. 591 hiervoor.
    166)  Zie p. 587 hiervoor.
    167)  Zie over de poriën van verschillende breedte, waarover men al in de oudheid sprak, p. 559 van T. XIX.
    168)  Weliswaar zou volgens hem de bijna volkomen onsamendrukbaarheid van water ook kunnen voortkomen uit het feit dat de opschudding veroorzaakt door de subtiele materie zo hevig is. Maar er is wel een uitwendige druk nodig opdat deze opschudding het water niet verspreidt.

[ 650 ]

    169)  Zie p. 644 van T. XIX.
    170)  [T. XVI] P. 170-178.
    171)  T. XVI, p. 179-181 en p. 24-25 (Voorbericht). In T. VI staat het concept van dit artikel op p. 383-385.
[ J. des Sç 1669, p. 22-24.]
    172)  T. VI, p. 431-433.   [Phil. Trans. 1669, p. 925-928 (Latijn).]
    173)  P. 641 hiervoor, waar naar aanleiding hiervan ook zijn woord "massa" te vinden is.
    174)  Behalve een keer in de laatste alinea hier onder. Vergelijk de voorlaatste alinea van p. 124 van T. XVI, waar hij even spreekt over "overige lichamen".

[ 651 ]

    175)  De tekst van de hypothesen en stellingen die Huygens eerst, op 5 januari 1669, naar de Royal Society had gestuurd — T. VI, p. 336-343 — is enigszins verschillend.
    176)  T. XIII, p. 408-417.
[ De hier afgebeelde figuur (p. 413, noot 9: ware grootte) is in het boek 3,9 cm breed.]
    177)  T. XIX, p. 120.
    178)  T. XIX, p. 173.
    179)  Zie b.v. de namen Cassini en Couplet in noot 8 van p. 125 van T. XIX en die van Mariotte op p. 137 van hetzelfde deel.
    180)  Zie b.v. noot 2 van p. 224 [124] van T. XIX, en p. 90-92 van ons Voorbericht.
    181)  T. XIX, p. 123.
    182)  T. XIX, p. 137-138.
    183)  T, XIX, p. 139.

[ 652 ]

    184)  T. XIX, p. 123, 139, 142 en 86. Het citaat in de tekst is ontleend aan het betoog van 24 juli.
    185)  T. XIX, p. 148.
    186)  Het gaat om de maximale snelheid, of eindsnelheid, van een lichaam dat valt in hetzelfde medium dat weerstand biedt.
    187)  Er staat geen datum in de Registers voor de eerste zitting. Het lijkt waarschijnlijk dat deze datum 23 maart was. Er was ook een zitting, gewijd aan dit onderwerp, op 27 april, verder vier in mei en drie in juli.
    188)  P. 330.
    189)  T. XIX, p. 327-329.

[ 653 ]

    190)  Zie p. 320-321 en 347 van T. XIX.
    191)  Er wordt geen melding van gemaakt in de Registers, noch bij du Hamel, maar Huygens bericht het ons in een brief aan Oldenburg van 10 augustus (T. VI, p. 480). De voorgaande brief aan Oldenburg is van 26 juni, en de experimenten werden na deze laatste datum gedaan.
    192)  P. 425. Zie ook p. 603 (klavier van Senti).  [P. 583: 31 intervallen.]
    193)  T. XIX, p. 645.
[ Registres, Procès-verbaux, T. 6, (begin op p. 129) Mariotte op 13 nov., p. 207v.]

[ 654 ]

    194)  T. XIX, p. 642.
    195)  T.XIX, p. 634.
    196)  T. VI, p. 164.
    197)  T. XIX, p. 637 en 638.
    198)  T. XIX, p. 639.
    199)  Volgens p. 373 van T. XVIII.
    200)  T. VI, p. 501-503.
[ De expeditie naar Kreta n.a.v. het beleg van Candia door de Turken wordt genoemd in Horologium oscillatorium, T. XVIII, p. 117.]
    201)  T. VI [V], p. 472. Brief van 27 augustus 1665.
    202)  In antwoord op wat Huygens zelf had geschreven over "de aan de koning beloofde geschenken". T. VI [V], p. 440.

[ 655 ]

    203)  T. XVIII, p. 36.
    204)  Stuk B van p. 376 van T. XVIII. Zie ook noot 1 van die bladzijde over plannen uit deze tijd voor het opstellen van enkele theorema's over de val.
    205)  Brief uit Viry aan broer Constantijn van 8 oktober.
    206)  Dit stuk, onuitgegeven tot 1937, staat op p. 372 van ons T. XIX.
[ 1 toise = 6 voet , 180 toises/s = 350 m/s.]
    207)  T. IV, p. 94.
    208)  T. VI, p. 483. Brief van 22 augustus 1669.   [ Ned., 1897.]
    209)  En we hebben deze zelfde brief al boven aangehaald aangezien er ook sprake is van het beweeglijke klavier [p. 653].
    210)  T. VI, p. 537.   [ Ned., 1897.]

[ 656 ]

    211)  T. XXI, p. 292.
    212)  T. XVIII, p. 419-426.
    213)  T. XVIII, p. 388-394.
    214)  T. XVIII. p. 36-37.
    215)  T. XVIII, p. 429-432.
    216)  In de brief aan Oldenburg heeft hij het al over "het ongemak [dat hij heeft] gehad tijdens deze grote koude".  [<]

[ 657 ]

    217)  Op 13 mei (T. VII, p. 26) interesseerde Christiaan zich al voldoende voor de "Zee-uurwerken" om met Lodewijk erover te praten en op 22 augustus kon hij Saturnus waarnemen zonder zijn kamer uit te gaan (T. XV, p. 102 en T. VII, p. 43); niet, zoals men geloofd heeft, op 27 mei: zie p. 100-101 van T. XV.
    218)  T. VII, p. 27-28.
    219)  P. 387 hiervoor.
    220)  T. VII, p. 25.
    221)  Dit hebben we opgemaakt uit het feit dat deze berekening, als enige onder die van Manuscript D, is geschreven met potlood (om volledig te zijn: ook een kleine beschouwing van meetkundige aard op de volgende bladzijde van het Manuscript). We hebben op p. 414-415 van T. XVIII uitleg gegeven van deze korte berekening. — Er is een drukfout in de vierde regel van onder op p. 414: in plaats van 12/144 moet men lezen 42/144.

[ 658 ]

    222)  Zoals we hebben gezegd op p. 442 van T. XVIII.
    [ *)  Verwijzing naar No. 1603, n. 4, p. 151: Paradigmata graphices : Voor-beelden der teken-konst (1671).  Maar zie volgende noot.]
    [ °)  Signorum veterum icones, 1668-69.  Dit komt voor in de veilingcatalogus van 1695: p. 70, nr. 15.]  [^]  [^]

[ 660 ]

§ 2.   VERBLIJF  en  WERK  in  NEDERLAND,  sept. 1670 - juni 1671.

    1)  Hij kwam op 9 september [1670] met zijn broer Lodewijk aan in den Haag.
    2)  Zie p. 625 hiervoor.
    3)  P. 69 hiervoor.
    4)  Zie in het Journaal van Lodewijk de in het oog lopende welwillendheid waarmee hij melding maakt van personen in Frankrijk die "van de religie" zijn (p. 467, r. 12 van beneden [zoekterm 'religie'], p. 468, [voor-]laatste regel, p. 469, r. 13).

[ 661 ]

     5)  Men kan o.a. raadplegen de brief van 20 december 1674 van vader Constantijn aan Condé (T. VII, p. 396).
     6)  Brief van 27 december 1669 aan broer Constantijn, T. VI, p. 544.
     7)  Brief aan broer Lodewijk van 17 april 1670, T. VII, p. 21.
     8)  Zoals onze noot op p. 21 van T. VII vermeldt.
     9)  T. VII, p. 24, brief van mei 1671 [1670]. Zie over dit bezoek van Lodewijk XIV aan de forten onze noot op de genoemde bladzijde.
    10)  Op 10 juli 1670, T. VII, p. 36.
    11)  T. VII, p. 40, noot 3. Toen hij naar Engeland ging begeleidde vader Constantijn de prins van Oranje die er slechts enkele maanden bleef. Christiaan had ook deze reis gemaakt kunnen hebben.

[ 662 ]

    12)  Volledige titel op p. 1 van T. VII.
[ Isaac Barrow, Lectiones XVIII, Londini 1669, in-4o.
T. VII, p. 38, n. 3: Barrow had gebruik gemaakt van Huygens' De circuli magnitudine inventa.]
 
    {...}  Over het lezen van Barrow's boek in 1670 valt te raadplegen p. CXLIX van T. XIII.
    13)  T. XIII, p. 771, noot 23.
    14)  Volledige titel op p. 44 van T. VII.
[ Joh. Swammerdam, Historia Insectorum Generalis, ofte Algemeene Verhandeling van de Bloedeloose Dierkens ..., Utrecht 1669.]
    15)  T. VII, p. 82 en 94.
    16)  T. VII, p. 5.
    17)  Zie zijn antwoord op p. 54 van T. VII.
    18)  De brief is verloren gegaan.
    19)  T. VII, p. 6.
    20)  T. XVIII, p. 37.
    21)  Zie over de aan hem toevertrouwde papieren het eind van de vorige §.
    22)  T. XIII, p. 791, noot 1.

[ 663 ]

    23)  T. VII, p. 8.   [ Oeuvres de Mariotte (1717) T. 2, 495-534, Lettres.]
    24)  Noot 15 van p. 829.
    25)  T. VII, p. 60-78; de kaart tussen p. 558 en 559.
    26)  Geboren in 1646.
    27)  T. VII, p. 48-50. Huygens antwoordde pas op deze brief, en andere brieven, van Oldenburg, in november 1671, dus een jaar later. Hij maakte geen enkele opmerking over het stuk van Leibniz.
    28)  T. XVI, p. 199, noot 8.
    29)  T. VII, p. 52-53.   [ De tekening is te vergelijken met die in Opuscula postuma (1703), p. 29.]

[ 664 ]

    30)  T. VII, p. 59. Een brief van 20 juli 1671 uit Parijs aan Hudde ontbreekt eveneens.
    31)  Zie over deze memorie die door de raadspensionaris op 30 juli 1671 aan de Staten werd aangeboden noot 6 van p. 59 van T. VII. En zie over de briefwisseling van Hudde met de Witt noot 6 van p. 14 [15] van T. XIV.
[ Waerdye van lyf-renten naer proportie van los-renten, den Haag 1671.]
    32)  T. VII, p. 95 e.v.
    33)  T. X, p. 728.
    34)  T. X, p. 729.

[ 665 ]

§ 3.   VERBLIJF  en  WERK  in  PARIJS,  juni 1671 - juli 1676.

    1)  Zie noot 16 van p. 76 van T. VI, al aangehaald op p. 386 [n. 10] hiervoor.
    2)  T. VII, p. 83 en 113.
    3)  Omtrent 1 december 1671 [23 nov.] was Huygens aanwezig bij zijn ontvangst in de Académie française (T. VII, p. 123).
    4)  T. VII, p. 349.
    [ *)  Genoemd 'calèche' (T. VI, p. 115 en 124a); T. VI, p. 224: 2 wielen; p. 227: toch 4 wielen, zie p. 251.]
    5)  Aangezien Huygens schrijft (T. VII, p. 84) dat de bij Colbert ingediende klacht hem "tegelijk zal vrijwaren van schade die hij (de Carcavi) me bij hem zou kunnen toebrengen".
    6)  T. VII, p. 80.

[ 666 ]

     7)  Brief aan broer Lodewijk van 8 februari 1662.  [T. IV, p. 33.]
    [ *)  No. 1841, met ook: "Nu ik enige genoegdoening heb gekregen door het afstaan van de calèche ...".]
     8)  P. 412 hiervoor.
     9)  "De jeugd van Chr. Huygens volgens een handschrift van zijn vader" door J. Worp, Oud-Holland, 1913, p. 216: "Continueerde voorts all in sijn' soete humeur, hoewel niet seer lijdende, dat men hem onrecht dede".
    10)  The child is father of the man.
    11)  T. II, p. 235.

[ 667 ]

    12)  Of liever: we citeerden Moerman en Wiersum die lieten zien, enz.  [T. XVII, p. 81.]
    13)  Weliswaar werd Douw in oktober 1651 slechts voor zes jaar tot stadsklokkenmaker benoemd; maar de afloop van dit contract heeft niets te maken met de twist met Huygens die in 1658 plaats vond (T. XVII, p. 82); het contract werd trouwens blijkbaar vernieuwd aangezien hij in 1658 wordt genoemd "stadtshorologiemaecker tot Rotterdam" (zelfde plaats).
    14)  Zie noot 4 van p. 22 van T. XVIII.
    15)  Zie echter ook onze artikelen geciteerd op p. 699 van T. XVIII. Over de kwestie van uitvinding in het algemeen is te raadplegen noot 26 van p. 504 hiervoor, evenals het citaat van G. Sarton op p. 511-512.
[ T. VII, 281, n. 3, over de verdwijning van het model van Vincenzio "dat in de ogen van prins Leopold van onschatbare waarde geweest had moeten zijn". T. XVIII, p. 65: we hechten er geen enkele waarde aan.]
    16)  T. XVIII, p. 88-91 [Ned.].
    17)  Zie p. 450-451 hiervoor.
    18)  Blz. 9 en 55 van T. XVII.

[ 668 ]

    19)  Dit is niet helemaal juist. Er bestaan twee gedichtjes van vader Constantijn gericht aan Christiaan die dezelfde gedachte uitdrukken. We geven hiet slechts het tweede. Het eerste (volgorde van uitgever Worp) draagt de datum 18 [19] augustus 1671. Het andere is niet gedateerd. Het schijnt wel dat ze in bijna dezelfde tijd zijn opgesteld.
    20)  Men kan hier denken aan het devies van het huis van Oranje: saevis tranquillus in undis [rustig temidden der woelige baren].
    [ *)  Zie de vertaling van Ben Bijnsdorp: Vergilius, Aeneis VI, 544. Het was een aantekening bij een brief van Christiaan aan broer Constantijn, T. VII, p. 484.]

[ 669 ]

    21)  T. XVIII, p. 115.
    22)  In dit deel is te raadplegen p. 105 en 451.
    23)  De prins van Oranje werd in februari 1672 kapitein-generaal van de landstrijdkrachten der Verenigde Provinciën, T. VII, p. 133.
    24)  Zie wat Christiaan schreef in september 1672 (T. VII, p. 227) over het tijdsgewricht "terwijl onzen haen koning is".
    25)  T. VII, p. 133. Zie ook hiervoor p. 410 en 448, waar we hadden kunnen opmerken dat Constantijn Jr. na de dood van stadhouder Willem II in 1650 niet beschouwd kan worden als iemand met een positie aan het hof.
    26)  P. 216 van T. VII, brief van Christiaan, 12 augustus 1672.
    27)  T. VII, p. 230, brief van Christiaan van 30 september 1672.

[ 670 ]

    28)  T. VII, p. 81.
    29)  T. VII, p. 119 en 120.  [En p. 112.  Fig. ook in Mémoires de mathematique et de physique, 1694, p. 68.]
    30)  Zie p. 179 van T. XIX (in regel 4 van de tekst moet 1793 gelezen worden i.p.v. 1693). Het is niet bekend hoe de betreffende delen zijn verloren gegaan.
[ BNF: Procès-verbaux. ]
    31)  Zie zijn naam op p. 612 [en 658] hiervoor.
    32)  T. XVIII, p. 451, noot 1.
    33)  P. 441-447.
    34)  We citeren onze vertaling van p. 88 van T. XVIII [Ned.].
    35)  Huygens heeft naar het ons toeschijnt de tegenwerpingen van Roberval, die ongetwijfeld in het Frans zijn gemaakt, in het Latijn vertaald.
    36)  Vergelijk p. 428 hiervoor.

[ 671 ]

    37)  T. XVIII, p. 456 en 453.
    38)  Vergelijk p. 430 hiervoor.
    39)  Eerste regels van p. 532 van T. XXI.
    40)  T. VII, p. 105.
[ C. Wolf, Histoire de l'Observatoire de Paris de sa fondation à 1793, Paris, 1902 (Table).
J.-D. Cassini [Cassini IV], Mémoires pour servir à l'histoire des sciences et à celle de l'observatoire de Paris, 1810.]

    41)  [T. XV] P. 105.   [En T. VII, p. 118.]
[ Cassini woonde sinds 14 september in het observatorium, zie Mémoires (1810) p. 307.]
    42)  T. VII, p. 102-108.   [Figuren: T. XV, p. 108.]
    43)  P. 377 hiervoor.   [Zie ook T. VII, p. 115.]
[ Phil. Trans. 18 dec. 1671 (No. 78) Vol. VI, p. 3020-3025 (fig.) en 3026.]
    44)  T. XV, p. 504.

[ 672 ]

    45)  T. VII, p. 122, brief van 4 december. Maar men had al in de maand september glazen besteld bij Campani (T. VII, p. 102).
    46)  P. 523 hiervoor.
    47)  Zie over hem p. 193 van T. XIX.
    48)  P. 237 [T. XXII].
    49)  Zie over deze fontein ook noot 2 van p. 240.
[ Mooie beschrijving van het principe in:  A. Ganot, Handboek der Natuurkunde (vert. Th. van Doesburgh, 1871) p. 170-1.]
    50)  T. XIX, p. 216 e.v.
    51)  T. XVIII [XIX], p. 88.
    [ *)  Zie over Claude-Antoine Couplet (1642-1722):  David J. Sturdy, Science and social status (1995) p. 133-137.]
    52)  T. VII, p. 241.   [En T. VI, p. 173.]
    53)  T. XIX, p. 70-74.

[ 673 ]

    54)  T. VII, p. 131.
    55)  Tot aan de uitvinding van achromatische lenzen heeft de kijker van Gregory ("gemakkelijker naar aardse voorwerpen te richten dan die van Newton") veel opgang gemaakt volgens de "Lettres à une princesse d'Allemagne sur quelques sujets de physique" (1750) of "Physikalische Briefe für Gebildete aller Stände" (uitgave van 1848) van Leonhard Euler. De "nieuwe spiegeltelescoop van Hadley", genoemd op p. 302 van T. XXI, was ongeveer gebouwd zoals Gregory het wilde. Maar zie ook noot 1 van p. 135 van ons T. VII.
[ James Gregory, Optica promota (1663) fig.Engl.]
    56)  T. VII, p. 158.
    57)  T. VII, p. 157, 173, 319. Nog andere pagina's in de Tabel van behandelde onderwerpen van T. VII bij "Lunettes catoptriques fabriquées par Chr. Huygens".
    58)  T. VII, p. 186
    59)  T. VII, p. 156, 165 en 186.

[ 674 ]

    60)  T. VII, p. 186.
    61)  T. VII, p. 267.
    62)  T. VII, p. 229.
    63)  T. VII, p. 208.   [Phil. Trans. 1672, p. 5004-05.]
    64)  T. VII, p. 201-206. Zie over de Engelse vertaling p. 377 hiervoor.   [Ned.]
    65)  P. 649 hiervoor.
    66)  Zie p. 246 van T. XIX.
    67)  T. VII, p. 211. In februari (p. 144 [145]) had hij het over 6 personen en 2 paarden; in augustus zegt hij dat zijn "familie" is uitgebreid met een koetsier.

[ 675 ]

    68)  T. XX, p. 328, 25 mei 1672.
    69)  T. XX, p. 408 en 421.
    70)  T. VII, p. 229, brief aan Oldenburg.
    71)  T. XX, p. 185-187.
    72)  T. VII, p. 244.
    73)  T. VII, p. 244, noot 12.
    74)  T. XVIII, p. 37.
    75)  P. 671.
    76)  T. XV, p. 500-502. We hebben op deze plaats de passage aangehaald uit de "Historia" van du Hamel [^] die betrekking heeft op de waarnemingen van Cassini en Huygens.

[ 676 ]

    77)  T. XV, p. 116.
    78)  P. 538-539.
    79)  T. VII, p. 235.
    80)  T. XIX, p. 611[ Figuur: zwavel in glazen bol op driepoot, tussen gloeiende kooltjes.]
[ De zwavelbol is te zien in Guericke, Experimenta nova (1672), fig. V, VI. De bol was een model voor de aarde, zie J. L. Heilbron, Electricity in the 17th and 18th centuries (1979), p. 217.]
[ Johann Jacob Spener overleed in 1692 en liet een uitgebreide collectie na, zie Museum Spenerianum (Leipzig 1693) — geen zwavelbol, wel veel magneten.]
    81)  T. VII, p. 238-241.
    82)  P. 342-343.
    83)  T. XIX, p. 345. Het verloren gegane deel van de Registers van 1673 wordt er geciteerd [uit Hubin].
[ Hubin, Machines nouvellement executees, et en partie inventees par le sieur Hubin, emailleur ordinaire du roy, Paris 1673.]
    84)  P. 408, eerste noot [p. 407, 2e noot].
[ Brief van Bartholin in Phil. Trans. vol. 5, 2039-48.]
    85)  T. XIX, p. 409, noot 3.   [En T. VII, p. 219.]

[ 677 ]

    86)  P. 414.
    87)  P. 738-745.
    88)  T. XIII, p. 743, noot 2. We hebben het onuitgegeven werk van Pardies ook aangehaald op p. 393 van T. XIX.
    89)  No. 28 van p. 377 hiervoor.
[T. VII, p. 242; Phil. Trans. vol. 8, 6086-87; Newtons antwoord, zie ook T. VII, p. 265.]
    90)  No. 29.   [T. VII, p. 302; Phil. Trans. vol. 8, p. 6108-12.]
    91)  T. VII, p. 330-331, 3 juli 1673.
    92)  Zie p. 618 hiervoor of p. 385 van T. XIX.

[ 678 ]

    93)  T. VII, p. 265-266. Zie p. 395 van T. XIX over de theorie van de periodieke trillingen van de ether die Newton ontwikkelde zonder er in 1672 al te geloven. Hij bedoelt natuurlijk longitudinale trillingen.
[ Phil. Trans. vol. 7, p. 5088.]
    94)  Men kan deze lezen op p. 211-215 van "Isaac Newton, a biography" door L. Trenchard More, 1934.
[ En op p. 385 van Opera (ed. S. Horsley) IV, 1782.]
    95)  T. VII, p. 243 en 302.
    96)  Waar de twee kleuren echter rood en blauw worden genoemd.
    97)  T. VII, p. 302.

[ 679 ]

     98)  T. XV, p. 114 en 117.
     99)  T. XV, p. 118.
    100)  Brief aan broer Lodewijk van 28 juli 1673, T. VII, p. 348.
    101)  P. 507-508.
    102)  P. 115 en 509-512.
    103)  T. XV, p. 115, noot 11.   [Phil. Trans. vol. 8, p. 5178-85.]
    104)  Zie p. 30 van T. VIII.

[ 680 ]

    105)  Dit deel, p. 241 e.v.
    106)  Dit deel, p. 248-250.
    107)  T. VII, p. 356.
    108)  Dat is te vinden in een fragment van een brief van Huygens van 1686, T. IX, p. 79. Dit experiment werd gedaan door Papin, T. IX, p. 466.
    109)  T. VII, p. 359.
    110)  T. XIX, p. 256.
    [ *)  Zie p. 598, noot 22* hiervoor.]
    111)  [J. A. Vollgraff, in Physica:] "De rol van den Nederlander Caspar Calthoff etc." Zie p. 909 hierna.

[ 681 ]

    112)  Zoals men hierboven in dit deel heeft gezien [p. 457, 600].
    113)  Vergelijk p. 459 en 592 [n. 100] hiervoor.
    114)  T. XVIII, p. 258 e.v. [Ned.]
    115)  T. XVIII, p. 483 en 489; zie daar noot 2.
    116)  T. XVIII, p. 489-494.
    117)  P. 426 hiervoor, tweede alinea.

[ 682 ]

    118)  T. XVIII, p. 212 e.v. [Ned.]  Zie over deze oppervlakken p. 516-517 hiervoor.
    119)  T. XVIII, p. 220-221. Vergelijk p. 592 hiervoor.
    120)  Zie b.v. de berekening van het slingermiddelpunt van de hyperbolische conoïde, T. XVIII, p. 332 e.v. [Ned.], waarover men ook kan raadplegen noot 17 van p. 613 hiervoor.
    121)  T. VII, p. 326 en 328. Zie over een andere opmerking van Newton p. 37-38 van T. XVIII.
    122)  T. XVIII, p. 208-211; zie op p. 210 onze noot 1.
[ Semi-kubische parabool: Add. p. 920 hierna.]
    123)  T. VII, p. 307-309 [Wallis], 323-325 [Oldenburg] en 339-345 [Huygens]. Zie ook over dit onderwerp p. 188-190 van T. XIV.
    124)  T. VII, p. 323 en 336-337. Zie ook over uurwerken met kegelslinger p. 66 van T. XVIII.

[ 683 ]

    125)  De lijst is te vinden op p. 321 van T. VII.
    126)  P. 390-392.
    127)  British Museum MSS. "Ik had bijzonder geluk" zegt de heer Drummond Robertson, "dat ik zijn ongepubliceerde aantekeningen ontdekte voor een lezing voor de Royal Society over het onderwerp, ongetwijfeld uitgelokt door de eerder genoemde kleurloze recensie" (te weten die van Oldenburg in de Philos. Trans. van juni 1673 [p. 6068-71]).
[ Vgl. de recensie in het Journal des Scavans, 1674, p. 7-10.]
    128)  T. XVIII, p. 120-123. Zie noot 4 van p. 122.  [En T. IX, p. 56-57.]
    129)  Zie deze brief op p. 287 e.v. van T. VII.
    [ *)  De l'Origine des Fontaines (1678), p. 150, 261.]
[ Bespreking van dit werk (ed. 1674) in Phil Trans. vol. 10 (1675), p. 447-450.]

[ 684 ]

    130)  T. VII, p. 297.
    131)  Waarbij aansluit stuk LVII van p. 102 hiervoor.
    132)  T. VII, p. 299.
    133)  T. XXI, p. 541.
    {...}:  (zie over deze verklaring p. 214-215 van T. XIX daterend van de eerste helft van 1673)

[ 685 ]

    134)  Recentelijk ("Archives internationales d'histoire des sciences", april 1948) heeft Mlle Suzanne Delorme een artikel gepubliceerd getiteld "Pierre Perrault, schrijver van een verhandeling over de Oorsprong van bronnen en van een theorie van experimenteren" waarin zij zegt: "Als een moderne geest verschijnt Perrault ons zelfs als iemand die zijn tijd vooruit is, wanneer hij aangeeft dat het ene systeem niet noodzakelijkerwijze het andere uitsluit, en dat er bij de erkenning dat de principes van beweging niet bekend zijn geen reden is aantrekking geheel en al te verwerpen en slechts aandrijving aan te nemen ...". Laten we evenwel niet vergeten dat hij niet de enige was die aan aantrekking geloofde: zie de debatten van 1669 over de oorzaak van zwaarte aan de Académie des Sciences (T. XIX en p. 653 hiervoor). Claude Perrault verklaarde zich bij deze gelegenheid tegen aantrekking (T. XIX, p. 645).
    135)  T, XIX, p. 242 e.v. observatorium, 1673
    [ *)  Verwezen wordt naar p. 292, noot "Des Pistons". In hetzelfde werk (Cl. Perrault, 1673) staan afbeeldingen van het Observatorium waarvan de schrijver architect was: frontispice (rechts) en Planche II en III; vgl. T. XXI, p. 41-42; Le Monnier (1741) fig.; Wolf (1902) fig..]

observatorium, 1671 [ In een brief van 22 sept. 1671 schreef Huygens aan broer Lodewijk over "ons mooie observatorium waar meneer Cassini al woont". Zie de afbeelding van S. Le Clerc bij Jean Picard, Mesure de la terre, 1671 (dezelfde als bij Claude Perrault, Mémoires pour servir à l'histoire naturelle des animaux, 1671) en bij Recueil de plusieurs traitez de mathématique, 1676.]

    136)  T. VII, p. 310, 311, 318.
    137)  T. VII, p. 350.
    138)  Zie over deze tafels p. 511 hiervoor.
    139)  T. VII, p. 270-276. Zie ook p. 131-132 van T. XXI.

[ 686 ]

    140)  T. VII, p. 315.
    141)  T. VII, p. 400 en 417.
    142)  T. XIV, p. 495.   [van 330 lijn naar 314 lijn, met 1 lijn = 1/12 duim.]
    143)  T. VII, p. 433 [333].
    144)  P. 509.
    145)  Zie p. 76 van T. XIX.   [En T. XVII, 273; T. IX, p. 96.]
[ Voor de proef van Mariotte zie Journal des Sçavans, 1678, p. 106 met fig. 2: water in de buis doet een zwaar gewicht op het deksel stijgen. De bron was: J.-B. Du Hamel, Philosophia vetus et nova, T. 3, 1678, p. 415.]
    146)  Dit deel, p. 251.

[ 687 ]

    147)  P. 251 hiervoor.
    148)  P. 330-333 [van T. XX].
    149)  No. 30 van p. 378 hiervoor.   [Phil. Tr. vol. 8, p. 6119 en p. 6140.]
    150)  T. XIX, p. 40 e.v.
    151)  T. XIX, p. 35
    152)  P. 681 hiervoor.
    153)  Dit deel, p. 278-280. Over muziek kunnen we aangeven zijn briefwisseling met Cousin (T. VII, p. 368).
    154)  Dit deel p. 273 [n. 7].
    155)  Men moet zich steeds in herinnerin brengen dat de Registers van deze tijd ontbreken, zoals we al verscheidene malen hebben gezegd.
    156)  Volledige titel op p. 207 van T. XVI. Derde vermeerderde uitgave in 1679 [^].
    157)  T. XVI, p. 209.

[ 688 ]

    158)  Tegen het eind van zijn leven zal hij nog in de "Anecdota" schrijven: "Mariotte plagiator" (T. XVIII, p. 664).
    159)  T. XIX, p. 165, r. 12: "de krachten van 2 bewegende lichamen van dezelfde soort zijn in samengestelde verhouding van hun massa's en hun snelheden".
    160)  Wat natuurlijk niet wegneemt dat men kan veronderstellen, zoals men algemeen deed, de eenvormigheid van de materie der atomen die alle lichamen samenstellen: zie wat Huygens erover zegt (T. XIX, p. 325). Zie ook over dit onderwerp no. 7 van p. 433-434 van T. XXI.
    161)  T. XVI, p. 184. — Zie over de kwestie van massa nog onze noot 7, al meermalen aangehaald, op p. 45 van T. XVIII.

[ 689 ]

    162)  T. XX, p. 388 [n. 2].
[ James Gregory, De vera circuli et hyperbolae quadratura, 1667 — zie ook hierboven, p. 640.]
    {...}:  waarop betrekking heeft p. 388 van T. XX.
    163)  T. VII, p. 394.
    164)  T. XIX, p. 147, laatste regels.
    165)  Dit volgt uit de datum van bepaalde bladen die uit Manuscript E werden gehaald: zie de eerste noot van p. 148 van T. XIX.
    166)  Het is de kromme met vergelijking   y = a3 / (a2 + x2)   van p. 147 van T. XIX.
[ De opmerking over beweging staat bovenaan p. 148: als een voorwerp omhoog gegooid wordt met de eindsnelheid (waarbij de weerstand gelijk is aan het gewicht), is de stijgtijd in het medium met weerstand tot de stijgtijd in een medium zonder weerstand als een cirkel tot zijn omgeschreven vierkant.]
    167)  T. XIX, p. 149.
    168)  T. XIX, p. 216-238. Zie in hetzelfde deel p. 193-196.
    169)  T. XIX, p. 239.
    170)  P. 252-253 hiervoor.   [Dechales, Cursus seu Mundus mathematicus, T. 2 (1674) p. 227.]

[ 690 ]

    171)  Dit deel, p. 251 (maand februari).
    [ *)  [Registres] P. 137 (10 okt. 1668): "men heeft meneer Huygens verzocht te onderzoeken of men er enig voordeel uit kan halen voor werktuigen". P. 154 (24 okt. 1668): "Men heeft besloten verder te gaan met handelen over de blaastoestellen".]
    172)  T. XIX, p. 370-371.
    173)  T. XX, p. 121-122.
    174)  Zie echter over deze bladen onze chronologische opmerkingen op p. 29, 43, 44, 63, 69, 88, 109, 123, 130, 133, 137 van T. XX.

[ 691 ]

    175)  Portef. Musica f. 26-44 van T. XX; 1-45 is de nummering van Huygens. Deze groep wordt ook genoemd op p. 88 en 109 van T. XX.
    176)  Portef. Mus. f. 48, T. XX, p. 59.
    177)  Men ziet in T. XX dat stuk E (Cycle harmonique par la division de l'octave en 31 dièses enz.) van p. 155 e.v. [Ned.] is ontleend aan f. 16-19 van de portef. Musica. Nu zegt Huygens daar: "Ik heb vroeger zulke beweeglijke klavieren laten aanbrengen op klavecimbels toen ik in Parijs was"; wat laat zien dat hij Parijs al lang verlaten had.
    178)  P. 378 hiervoor.
    179)  T. VII, p. 382.
    180)  Zie ook over dit onderwerp noot 38 van p. 360 van T. XXI.
[ R. Hooke, An attempt to prove the motion of the earth from observations (1674), fig.]
    181)  Hoewel er niets over te vinden is in de memorie van Huygens van 1679, T. VIII, p. 196.
    182)  T. VII, p. 475-476.
    183)  T. XXI, p. 370. Men vindt hetzelfde in de Cosmotheoros, T. XXI, p. 808-809 en 814-815 [Ned. p. 181 en 191].
    184)  Zie het stuk van 1674 op p. 53 van T. XXI.

[ 692 ]

    185)  T. XVIII, p. 607-609.
    186)  De twee laatste figuren van p. 609 laten evenwel tanden zien met een andere vorm.
    187)  T. XX, p. 431-432. Zie ook op p. 425 e.v. de oplossing van het probleem een driehoek te verdelen in vier gelijke delen met twee rechten die elkaar loodrecht snijden.
    188)  T. XX, p. 440.
    [ *)  David J. Sturdy, in Science and social status (1995) p. 171: Jacques Borelly ... has been confused with ... Pierre Borel.
P. Chabbert, 'Jacques Borelly (16..-1689), Membre de l'Académie Royale des Sciences', in Revue d'Histoire des Sciences, xxiii, no. 3 (1970), 203-227.
Vgl. T. VII, p. 121, n. 8 en p. 484-485;  T. VIII, p. 482;  T. IX, p. 15, 25 en 264;  T. XXI, p. 241.]

    189)  T. VII, p. 411.
    190)  T. IX, p. 380 [378].
    {...}:  Zie over zijn [Pierre Borel's] boek uit 1655 p. 472 hiervoor 191).
    191)  En zie over hem ook in dit deel [p. 916] de Additions et Corrections bij T. XXI.  [Maar zie *) hierboven: Jacques Borelly.]
    192)  T. VII, p. 314.
    193)  P. 677-678.
    194)  Zie over Pardies p. 226 van T. XVI; 487-488 van T. XVIII en 393 van T. XIX.
    195)  Stuk van 7 januari, p. 188 van T. XX.

[ 693 ]

    196)  P. 408 e.v.
    {...}:  waar we van Manuscript E verscheidene bladzijden hebben gepubliceerd die er betrekking op hebben. P. 502-508 van T. XVIII197) handelen er ook over, evenals p. 522-525 van hetzelfde deel.
    197)  Deel uitmakend van het Voorbericht van het stuk "Practische toepassing op uurwerken van verschillende trillende bewegingen met min of meer gelijke tijden".
    198)  T. VII, p. 416, juli 1676.
    {...}:  Zie voor enkele details met betrekking tot horloges noot 2 van p. 522 van T. XVIII.
    199)  Zie over deze man [Thuret] met grote verdiensten noot 9 van p. 505 van T. XVIII.
    {...}:  in de genoemde pagina's, en de noten 4 en 6 van p. 504-505 van T. XVIII geven de plaatsen aan die betrekking hebben op de prioriteitsaanspraken van de vindingrijke Robert Hooke.
    200)  En verder andere verhandelingen over de geschiedenis van de uurwerkmakerij zoals "The Evolution of Clockwork" van Drummond Robertson.
    201)  Men kan raadplegen Paul Ditisheim. "Le spiral réglant et le balancier depuis Huygens jusqu'à nos jours", Lausanne, Éditions du Journal suisse d'Horlogerie, 1945.
    202)  T. VII, p. 424. Er moet gelezen worden "Christiaan Huygens aan J. de la Roque" in plaats van "aan J. Gallois". Deze laatste was sedert 1674 niet meer redacteur (T. VI, p. 229).
[ Journal des sçavans (1675) p. 68-70;  Phil. Trans. (1675) p. 272-273, fig.] 
    {...}:  zoals men kan zien op p. 436-453 van T. VII.

[ 694 ]

    203)  Dit uurwerk was enkele jaren eerder door Leibniz bedacht.
[ Journal des sçavans (1675) p. 93-96;  Phil. Trans. (1675) p. 285-288, fig.] 
    204)  Zie deze figuur op p. 605 van T. XVIII.
[ Fig. in Handboek der natuurkunde, 1871.] 
    205)  T. VII, p. 462-463.
    206)  T. VII, p. 468, naar aanleiding van het boek van 1674 "Suspicions about some hidden qualities of the air, etc."
    207)  T. VIII [VII], p. 465.
    208)  Zie p. 25 en 265-266 van T. XIX. Op deze laatste bladzijden is sprake van bouwen en tentoonstellen van modellen.
    209)  Aanhangsel II bij de Statica en Dynamica, p. 181-185.

[ 695 ]

    210)  We vernemen in 1688 (T. VIII [IX], p. 262) dat er machines en beschrijvingen van machines waren "in het kabinet van de vergadering in het observatorium onder beheer van Mr. Couplet".
[ J. B. Picot, Explication des modèles des machines et forces mouvantes que l'on expose à Paris, 1683.
Arthur Birembaut, 'L'exposition de modèles de machines à Paris, en 1683', in Revue d'histoire des sciences et de leurs applications, 20 (1967) 141-158.]

    211)  T. VII, p. 478 [brief aan Oldenburg, 11 juli 1675].
    212)  T. VII, p. 486.
    {...}:  Zie ook over de aankomst van Tschirnhaus in Parijs p. 17 hiervoor.
    213)  T. VII, p. 485.   [Over Borelly zie p. 692 hiervoor.]
    214)  T. XX, p. 433-440. Alvorens zijn brief te schrijven had Leibniz aan Huygens verscheidene handgeschreven stukken gezonden waarover men kan raadplegen onze noten van p. 502-503 van T. VII.

[ 696 ]

    215)  T. XX [XIX], p. 366-367 en 377.
    216)  T. VIII, p. 6-7
    217)  P. 13 hiervoor.



Home | Huygens | XXII | < Biografie, 1666-76, Noten (top) >