Chr. Huygens | Oeuvres XXII > | Brontekst

Reis , Parijs , ms (1 feb.) , reis , Londen


[ 525 ]

Dagboek

Reis naar Parijs en naar Londen, 1660-1

    Dit dagboek is in de Oeuvres Complètes aangeduid met het woord 'Reysverhael' (dat niet voorkomt in de manuscripten). Het is gepubliceerd door H. L. Brugmans in Le séjour de Christian Huygens à Paris etc. (1935).

    In 1655 waren Christiaan en Lodewijk in Parijs begeleid door een vriend van hun vader, A. Tassin [<]; in 1660 had Christiaan (deze keer alleen op reis) geen echte mentor in Parijs.
[ 526 ]
§ 1.  Reis, verblijf in Parijs

    12 Oct. dinsdag.  Om 2 uur uit den Haag met Wolfsen.  Om 5½ uur van Delft waar ik eerst van der Wals bibliotheek*) zag, en N. Becker ontmoette met Zuerius, de getrouwde.  Om 9 uur te Delfshaven met het schip; daarin was onder andere Mr. Hagens (agent van de Pr. van Ligne), kende mij niet en sprak van de horologiën en van Huygens.  In de Swaen was het moeilijk brood te krijgen, voor onze provisie in 't schip.
    *)  Cf. XVIII, 30, 698.  [ Veilingcatalogus in die van Chr. H. bij Misc. 4o.216 (>).]

    13 Oct.  Om 5 uur van Delfshaven.  Tegenwind,  met een paard getrokken door de Kil.  't Getij afgewacht in het Slaeck [bij Philipsland  (^)  (^)  (^)].


kaart
Brabantia ducatus, Blaeu 1662 (1997)   N »     groot
Delft

 
Antwerpen


    14.  s'Nachts het Vosmeer*) uit.  't Schip in 't laveren tegen een ander gestoten.  Jezuïten-jongens in 't schip raasden als dollen; klappen.  Jan Cloppen broer.  Te Bergen op Zoom een vrouw uitgezet.  Om 12 uur te Lillo.  Hagens, Wolfse en ik over een beslijkte kleiweg te voet naar Staebroeck.  Daar vond ik een onbeschaamde klokkenmaker die mijn uitvinding geleerd had van Douw [<], en ...  Met een kar te Merxem om 8 uur; ligt 3 uur van Stabroeck en ½ van Antwerpen.
    [ *)  Vosmeer: "twelc Tholen scheyt van Brabant" (Van Meteren^)  (^). ]

    15.  Om 6½ uur van Merxem; 7 uur in Antwerpen.  Hagens kabinet gezien, niet veel bijzonders.  Om 10 uur is de bagage aangekomen met het Delftse schip.  Gewandeld in de grote kerk*).  Daar bij gelogeerd in de Roosennobel bij Sr. Bommers.  Na het middagmaal met ons gezelschap het Jezuïeten-klooster wezen zien; naar de bibliotheek geleid, en in de begrafenis-kelders, door Pater Bolland die ik een pakje van Heinsius bracht.  Toonde mij 5 delen 'Heiligenlevens' die hij met P. Enschenius schrijft; en het is nog maar van die van januari en februari.  Duartes bezocht [cf. 9 apr.]; fraaie courante van La BarreTitiaans Magdalena.  Zond mij uitstekende druiven.
    [ *)  De kerk werd beschreven door Michel de Saint-Martin (1661, zie noot bij 18 okt.), p. 76-82. ]

[ 528 ]   [ okt. ]
    16.  Hoorde op de klokken spelen, en een luidklok was de basso continuo.  Aan vader geschreven.  De beiaardier Sr. Cramers [Hubert Crama] bezocht.  Liet mij zijn houten speelklavier zien*); bracht mij naar Sr. de Haes de draaier.  Zijn klavecimbel met 4 treetjes gezien, het ene maakt het luitregister, zeer aangenaam.  Douarte is mij komen vinden bij de Haes.  Ontbeten bij Bommers.  Om 11 uur te laat aan de Heu gekomen.  Die nagezeild tot Willebroeck met een gehuurde schuit voor 3 gulden.  In de Heu is de vracht 15 stuivers.  Om 8 uur te Brussel, in 's-Hertogenbosch in de Bergstraet.  Zeiden dat het beter is daar dichtbij in S. Jacob.
    [ *)  Michel de Saint-Martin, p. 415: "ze laten klavieren maken, waaraan ijzerdraad bevestigd is dat met de klokken verbonden is, waarmee ze allerlei stukken spelen." ]

    17 Zondag.  Met van der Elsts zoon gewandeld, het hof van Nassau gezien; de toren beklommen; gegeten bij vander Elst.  's Namiddags naar Laken gereden, daar gezien de Infante-laan tegenover de kerkdeur met een fontein aan 't eind.  Laat op de Tour-promenade gekomen.  Van der Elsts dochter op de gitaar, niet bijzonder.

    18 Oct.  Het park, warande en 't hof gezien*).  Galerij vol schilderijen, man die schrijft; koningen en koninginnen.  Piquerij, galerij waar de echo is, van ongeveer 190 of 200 voet.  Daarin stond het scheepje dat gebouwd wordt voor de koning, en het belette de echo.  Fontein in de Warande, hield een bol, en een mutsje op de straal drijvend.  Struisvogel en 2 arenden.  's Namiddags komedie gezien: Ecolier de Salamanca van Scarron.
    [ *)  Brugmans (1935): beschrijving in Michel de Saint-Martin, Relation d'un voyage fait en Flandres ... en l'an 1661, p. 404 (400: Palais du Roy d'Espagne). ]

    19.  Jezuïeten-bibliotheek gezien, is een lange galerij; daar was een grote brandspiegel van 2 voet diameter, de stoel van Karel V, en een kast met enige antiquiteiten.  Na het diner met een koets naar Anderlecht.  In 't klooster van de Minimen geweest, waar aardige vijvers in de tuin waren, rondom met bomen.  Hadden Erasmus nooit horen noemen.  Op de Tour met veel koetsen.  De resident Sasburgh bezocht.

    20.  Verbeeck*) ontmoet.  Op 't stadhuis oude fraaie schilderijen van Rogier van der Weyden gezien.  Daar was ook markt van schilderijen.  P. Sarasa bezocht.
    *)  IV, 33: Gerardus Verbeeck, graveur en later ingenieur in het leger.

[ 530 ]   [ okt. ]
Daar gevonden de schrijnwerker die het uurwerk heeft dat met water gaat, van Bettinus.  Ook P. Fresneda [III, 210], die anno '55 met ons uit Frankrijk kwam; was nu confesseur van Caracena.  Zei dat Alamont bisschop van Roermond was geworden.  Ambassadeur Boreel gearriveerd.
    Willem Boreel (1591 - 1668), zie p. 471 en I, 110.





Soignies
Brussel
kaart
Brabantia ducatus, Blaeu 1662 (1997)   N »     groot
Antwerpen


    21.  Schrijnwerkers horologe wezen zien.  Om 2 uur van Brussel.  Gegeven aan Baudry 12 pistolen [^] a 8½ voor mij en mijn jongen en bagage; daarvoor vrijgehouden van alles tot Parijs toe.  Om 6 uur te Halle.  Klein stadje, waar de lieve vrouw is van Lipsius.
    Diva virgo Hallensis, 1604  [ vertaling 1605.]

    22.  Vrijdag. Om 6½ uur van Halle, nergens onder de aarde gereden zoals Janus Secundus*) schrijft.  Gepasseerd te Lembec, te Tubize, Braine le Comte.  's Middags te Soignies [Zinnik], niet daar in geweest; is ongeveer zoals Halle.  Om 5 uur te Mons°).  Grote markt.  Mooi gezicht op de wal over een wijd water.  In de kerk van Chanoinessen een oksaal [^] met zeer fraaie beelden, van binnen een Resurrectie.  Aan de zijkant in 't koor een halfvergaan mansbeeld met wormen, waar J. Secundus van schrijft.
    *)  Itineraria tria, 1618.
    °)  Zie Blaeu, Gallia (UvA):     kaart

    23.  Zagen de chanoinessen*) 's morgens in 't koor, met lobben om de hals en witte floerse doeken op 't hoofd, wat niet slecht stond.  Madame de Lorraine met haar dochter waren s'avonds te voren te Mons gekomen [cf. III, 191].  De graaf van Bucquoy gouverneur van Henegouwen, heeft daar een fraai huis.  Om 9½ uur van Mons.  Gegaan langs S. Ghilain, Bossu, Condè; alle laten liggen aan de rechter hand, gepleisterd te Ceveron.  S'avonds te Valenciennes.  Grote langwerpige markt, waar een kerk en oud stadhuis is met het uurwerk waar J. Secundus van schrijft°).
    [ *)  Zie Michel de Saint-Martin (1661), p. 179-185.]
    °)  "Een groot uurwerk, dat verbazend kunstig de uren, dagen, tekens van de Dierenriem, de daglengte, en veel van dat soort dingen liet zien"  [ cf. Michel de Saint-Martin, p. 413-4 ].

    24.  Op de wal geweest; stenen muren, droge grachten, vuile en slechte straten met veel houten gevels, meer dan te Mons.  Om 9 uur vertrokken; 4 uur te Cambray.  Wat kleiner dan Mons; grote markt; fraaie grote kerk, gothisch.  Uurwerk daarin met een draaiende zon en maan en andere dingen; ook dat vermeldt J. Secundus.  Nog een andere nieuwere kerk, op de antieke manier gewelfd met vierkantjes, maar de kolommen niet in goede verhouding.  Altaar stuk, Maria-beeld, Italiaans, zeer goed.  Don Fernando Solis de gouverneur gezien toen hij bij ambassadeur Boreel kwam.

[ 532 ]   [ okt. ]
    25.  Maandag 9 uur van Cambray, gepasseert te ... te Ribecourt te Mesancouture, daar wat verderop is de grensscheiding tussen Nederland en Frankrijk.  Om 4 uur te Perone.  Dubbele grachten en wallen, grote lange markt, meest houten huizen, zeer slecht.  Die van de Douane kwamen om onze goederen te visiteren, gaven op onze declaratie een briefje van 'vu et visitè', en wij hun een écu.

    26.  Te Roye, in het 'Maison du Roy'.  Lelijk vuil nest.

    27.  's Middags te Gournay in de 'Fleur de lis'.  Aardig dorp.  Gepasseerd te Pont S. Maxent op de Oise; mooi gezicht met bergen achter de marktvlek [^], en de rivier daar voor.  Gepasseerd een kreupelbos van 2 mijlen; 's avonds in 't donker, niet zonder gevaar met de paarden te vallen, aangekomen te Senlis.  Deden die dag 12 mijlen; logeerden in de 'Grand cerf'.  b. f.
    De afkorting b. f. komt vaker voor, betekenis onbekend.

    28.  Wo. [donderdag]  Door een aardig bos gegaan, 's middags te Louvre en Parisis, in de 'Grand cerf'.  Slecht dorp.  Om 4 uur in Parijs.  Brief van vader gekregen bij Boreel.  Ging logeren aan de Rue de Bussy, in het 'Hotel de Venise'; 's nachts getier van de dronken taalmeester.

    29.  Chapelain bezocht, Brunetti*) was de stad uit.  Brief aan M. le Premier°) gezonden.  Een vrouw met een pagebroek onder haar rokken kwam in onze herberg allerhande koorddansers-sprongen doen.  Bosse bezocht; zei me wat voor man de pastoor van S. Barthelemy+) was.  Aan vader geschreven.
    *)  Cf. II, 71, n1.  [^]  [^]                 °)  Henri de Beringhen, cf. I, 83.
    +)  Pierre Cureau de la Chambre [1631 - 1693].

[ 533 ]
    30.  Chapelain niet aangetroffen.  M. de Carcavy [<] bezocht.

    31 Oct.  Naar de kerk bij M. Boreel; met hem gedineerd.  Bij de predikatie ontmoette ik Ouwerkerck en Vlaerdingen*).  S. Agathe [Jacob Boreel] nam me mee om zijn klavecimbel te bekijken.
    *)  Zie de brief aan broer Constantyn (5 nov.), III, 170.

    1 Nov.  In pension gegaan bij Le Fevre, apotheker aan de Rue S. Marguerite, voor 30 écus per maand.  Bij Bosse geweest met Post*).  Gewandeld in de Tuilerieën (^).
    *)  Add. p. 920: Misschien de schilder Frans Post.

    2 Nov.  Vlaerdingen gaan bezoeken, waar graaf d'Isle was.  M. le Premier niet aangetroffen, en ook niet Gobert. [cf. I, 21]  Gedineerd bij M. de Montmor met Chapelain.

[ 534 ]
Kamer vol met mooie schilderijen.  Gaf me een boek met Latijnse poëzie van Balthasar de Vias [^].  De abt Quillet kwam er.

    3.  's Morgens regende het.  Na het diner met S. Agathe Martinot niet aangetroffen.  M. Boreel onderhouden.

    4.  Met S. Agathe en Zuerius*) gegaan naar de klokkenmaker Martinot, die me pas aan het eind herkende.  Grapje van Marlot°).
    Na het middagmaal Carcavy gaan bezoeken, waar ik kennis maakte met M. de hertog van Roannez.  Bij hem een brief achtergelaten voor Brunetti.  Mr. le Premier en de markies d'Estrade +).
    *)  III, 170: "consul Zuerius". Het was dus David Zuerius, consul te Rouen (IV, 272)  [Const. H. brief 5625]..
    °)  Lodewijk Marlot, zoon van David Marlot die aanwezig was bij het huwelijk van zus Susanna in april 1660 (III, 70).
    [ +)  In de editie van Brugmans staat hier nog: "waren me komen opzoeken." ]

    5.  Aan vader geschreven.  Het nieuwe Louvre-gebouw gaan zien.

    6.  M. de Sorbiere kwam me bezoeken.  Na het middagmaal Carcavy.

    7.  Naar de prediking bij Boreel, waar ik Me. de Previgny aantrof.  Gedineerd bij Vlaerdingen.  Naar de komedie geweest, waar ik M. de Berteuil ontmoette.  De Oedipus van Corneille werd gespeeld.  Barones Beauchasteau [actrice].

    8.  Heb kleren laten maken.  Met Vlaerdingen naar Luxembourg [^]; en naar M. Boreel.  S. Agathe sprak over de nieuwe uitvinding van een boot om in een ochtend van Parijs naar Londen te gaan [cf. 25 nov.].  M. de Montmor kwam me bezoeken.

    9.  M. Brunetti kwam me opzoeken.  Ik leende hem mijn uit Florence ontvangen papieren [III, 149-167],

[ 535 ]   [ nov. ]
en gaf een exemplaar van mijn 'antidivinis' [Brevis assertio, 1660].  Het boek over vliegen van Goedaert [^] aan M. Boreel gezonden.  M. des Champs gaan bezoeken, want M. le Premier was er niet.  Geweest in de bijeenkomst bij M. de Montmor [^], waar ik heb leren kennen de heren Auzout, Frenicle, Desargues, Pecquet, Rohault.  Desargues hield een betoog, of een wiskundig punt iets was dat werkelijk bestaat, waartegen M. de la Poterie zich keerde met een verbazende en lachwekkende heftigheid*).  M. Sorbiere las de brief van prins Leopoldo aan M. Boulliau, waarin hij hem zijn bouwwijze van de telescoop van doek zond°); hoe gaat het, Sigr Ismael +).
    *)  Zie broer Constantijn, III, 178: "wat een bijeenkomst ... niet zo eerwaardig", en 182: "hij leek aanstalten te maken hem naar de keel te vliegen".
    [ °)  Huygens had zelf op 6 okt. ook een beschrijving van zo'n telescoop ontvangen (<). ]
    [ +)  Boulliau was op 3 okt. uit Parijs vertrokken, op weg naar Polen (III, 134, 222: 20 jan. te Amst.).]

    10.  Enkele boeken en een kompas wezen kopen.  Auzout was naar me komen vragen.  Telescoopmaker Menard*) bezocht, die me zei dat M. Petit terug was uit Engeland.  Dat hij een hyperbolisch glas had gezien dat een edelman gemaakt had, maar slechts voor 3 duim.
    [ *)  Menard (IV, 289), J. (^); Guillaume l'ainé (^), (^).]

    10 Nov. na het diner.  M. Chanut [I, 321] gaan bezoeken, die ik ongesteld aantrof, probleem met urineren.  Niet aangetroffen de hertog van Roannez.  Mle la Barre [I, 111] gaan bezoeken.  De jongste gehoord op de theorbe, de organist op het klavecimbel met een kleine gamba [^].  Alletwee zijn ze in dienst aan het hof.  Mijn gastheer Mr. du Pelletier kwam me complimenten maken.

    11.  De klokkenmaker Martinot kwam me bezoeken, sprak over de uitvinding van een veer [XVIII, 503] in plaats van een slinger.  Ik gaf hem kennis van de toepassing van de cycloïde [^] bij uurwerken.  De koning gezien bij de mis in de kapel van het Louvre.  La Barre en Gobert maakten muziek.  Gedineerd bij doedelzak-muziek met Vlaerdingen en Zuerius.  Bezoek aan Me de Previgny, die veel sprak over de markies van Meneville.  De avond bij Vlaerdingen, no si yahiuox*), Mr. Douglas, dochter van Mont.

    12.  Ellerenqam kwam Vl. opzoeken; voor hem 2*); Buysero°) 30.  Beloofde de volgende dag in de kerk van S. Eust. van 13.  Mr. le Premier was naar me komen vragen.  Geschreven aan vader.  Op bezoek geweest bij Carcavy.
    *)  Geheimschrift.             °)  Er is een Korte beschrijvinge van Parys (1666) van Dirk Buysero.

[ 536 ]   [ nov. ]
    13.  De hertog van Roannez gaan bezoeken; gaf hem de uitvinding van de cycloïde bij uurwerken.  Bij M. Rohault de proeven met kwik zien doen die volkomen bevestigen dat lucht gewicht heeft, en hoe de ons omringende lucht altijd veerkrachtig is; een platte karperblaas zwelt om deze reden op in het luchtledige [<].  Het is makkelijk een grote luchtledige ruimte te maken in een vat, bovenaan een huis, waaraan een nauwe pijp van blik vastgemaakt zou zijn, van ongeveer 36 voet, want al het water zal uit het vat lopen.  Bij Rohault waren Carcavy en Auzout, en veel anderen.  Zijn kamer was heel goed gemeubileerd, en zijn vaten en buizen voor de proeven heel geschikt.  Niet aangetroffen M. le Clerselier, en ook niet de markies van Mortemar.

    14.  Aan avondmaal deelgenomen.  Na het middagmaal met Dumont en S. Agathe bij presid. Tambonneau muziek wezen beluisteren.  Le Moine bespeelde heel goed de kleine viool.  In dienst van Madame.

    15.  Ik ben M. du Pelletier gaan bezoeken in zijn werkkamer.  Ik leende van hem de beschrijving [^] van het graf van Chyndonax [^].  Na het middagmaal Mle Boreel [III, 231] niet aangetroffen.  Beuningen zat nog aan tafel, deze zelfde dag aangekomen.  Mle la Barre niet getroffen; met Vl. en Buysero bij M. Beauchamp.

    16.  Mijn kijker laten zien aan Menard, bij wie ik aantrof abbé Charles [IV, 72].  Ik zag er gezuiverd kristal van Madagascar, dat heel wit was maar vol met aderen.  Bij het slijpen van metalen spiegels, zegt Menard, moeten ze gepolijst worden met puimsteen; daarna tinas met onbewerkt kapoenvet in een vierdubbele doek, en daarmee de spiegel wrijven.  Na het middagmaal bij M. de Montmor, waar ik M. de Neurè [III, 373] zag, en Thevenot; woont in de Rue de Tourraine voorbij het Hotel de Guise.

    17. Nov.  M. van Beuningen zond me mijn pakketten uit Florence, terwijl M. l'abbè Charles en M. Frenicle bij me waren.  Pr. Leopold spoorde me aan [III, 151] een of andere vaste ster waar te nemen door de oren van Saturnus heen, wat Frenicle me ook pas gezegd had.  M. van Beuningen gaan bezoeken, waar ik ook M. van Gent en de Huybert vond.  Na het middagmaal bij M. Rohault de proeven met de magneet.  Hij had een heel voortreffelijke, en een mes dat ermee gewreven was trok drie gewone sleutels aan, de ene aan het eind van de andere.

[ 537 ]   [ nov. ]
    18.  De geschriften uit Florence*) gelezen.  Na het middagmaal enkele boeken gekocht in de Rue S. Jacques: Baglione°), chymie van Le Fevre, Camilli Gloriosi Exerc. Math.
    [ *)  Cf. III, 175, brief van Brunetti: "de papieren ... die ik u terugzend".]
    °)  Giovanni Baglione, Le vite de' pittori... (1642/'49)  [voor Constantijn jr (III, 146)]. 
[ Le Fevre: cf. catalogus Const. H., 8o.280 (>).   Glorioso: cf. I, 232 (n. 13), catalogus Chr. H., 4o.109 (>).]

    19.  Geschreven aan broer van Zeelhem [III, 184], Heinsius [III, 182] en vader.

    20.  In bed gebleven, zeer verkouden.  Na het middagmaal bij abbè Charles; zijn camera obscura gezien, groot Italiaans landschap; groot glas van Menard.  Mr. de Previgny bezocht.

    21.  Mle. Boreel gaan bezoeken, waar Me. Balantin was.

    22.  M. Des Champs kwam me bezoeken en uitnodigen de volgende dag te dineren bij M. le Premier.  Na het middagmaal Bosse bezocht.  Niet getroffen Dumont, Thevenot, Chapelain en La Barre.  M. de Clerselier bezocht; portret van Descartes; zei me dat de vertaling van de Meditationes van M. Descartes is van M. de hertog van Luynes [^].

    23.  Gedineerd bij M. le Premier, waar aanwezig waren Mr. de S. Luc, luitenant van de koning in Guyenne, M. de Frontenac, Me. de Mielle, Des Champs.  In de academie van M. de Montmor geweest, waar de markies van Sourdis [II, 174] was; hij heeft het cordon bleu [^].  M. de Neurè las er zijn geschrift voor over de oorzaken van de donder, en iedereen gaf zijn mening.

    24.  M. Gobert zond me een cadeau: muziekboeken van Lambert en anderen.  Na het middagmaal bij M. Boreel; met hem op audientie bij de 2 koninginnen [^].  Moesten lang wachten.  Nieuwe Ceres.

    25.  Met S. Agathe en van der Hoeven de boot wezen zien die in ½ dag naar Engeland zou moeten gaan zonder zeil of riem*).  Gedineerd bij M. le Premier met de bischoppen van Langres, van Laon zoon van maarschalk d'Estrées, van Saintes, de abten Testu,
    *)  Verder niet bekend; ook genoemd op 8 nov.
[ Cf. M. Keblusek, 'Keeping it secret', in Hist. of Sc. vol 43, p. 37-56: het 'malle schip' van Rotterdam (De Son, 1653); ook beschreven in G. Schott, Technica curiosa (1664), 387-390, fig.]

[ 538 ]   [ nov. ]
en De la Victoire, en Mle Testu.  Groots onthaal.  De bisschop van Laon vertelde me hoe hij overeenstemming bereikt had tussen M. Descartes en Gassendi.

    26.  Geschreven [III, 192].  M. de Beringhen.  Een koopman kwam me bezoeken, een domoor.  Ei gewogen: 2 ons, de schaal 1½ drachme of 3/16 ons.

    27.  Briefje van Des Champs.  Geweest bij M. le Premier waar ik maarschalk de Turenne aantrof, en commandeur de Souvré.  Sprak met de premier over mijn uurwerken, over kijkers, over ons land. &c.  M. de Premier zou me een plaats geven bij de Italiaanse komedie, in de galerij met schilderijen.  De koning en de koninginnen gezien, M. de hertog van Anjou, de hertog van Lorraine; de drie nichten van M. de kardinaal [^] Marie, Hortensia en Marianne, van heel dichtbij.  Brood en wijn.  Theater versierd met geborduurde wandtapijten, en zuilen waarvan de kapitelen witte en rode veren waren; drie opgangen met zuiltjes.  Sra Anna zong.  M. la Barre bespeelde de theorbe voor het theater waar alle muziek was. Komedie Xerxes, en 6 entrees de ballet [cf. III, 199].

    28.  M. le Prem. liet naar me vragen &c.  Gentillot [III, 390] ontmoet in de kerk.  Vlaerdingen dineerde met me.  Op bezoek gegaan bij M. Boreel, waar Spijck*) was.  Daarna zijn dochter, klavecimbel bespeeld.
    *)  Cornelis van Aerssen, heer van Spijck, 1627 - 1688, zoon van Cornelis van Aerssen (1601 - 1662): IV, 103.

    29.  Carcavy bezocht, die me enkele manuscripten leende.  Gentillot niet aangetroffen.  Na het middagmaal Chambonnieres [<] bezocht.  Niet getroffen Sorbière en Roberval.  300 fr. opgenomen bij van Gangel.  Me van Gent en haar dochters bezocht, waar M. d'Offenberg [Marlot, cf. IV, 273] kwam.

[ 539 ]
    30.  M. le Premier niet getroffen bij het diner, en ik ging naar een taveerne.  Op bezoek bij de hertog van Roannez.  Israel*) en La Barre gemist.  Gekocht de Relations van Sorbiere°).
    *)  Israel Henriet (III, p. 179), verkoper van gravures.
    [ °)  1660, met "a rather extensive description of Christiaan's work on Saturn" (^).]

    1 Dec.  Op bezoek gegaan bij Martinot.  Israel gemist.

    2.  Geschreven naar Florence.  de M. du Laurent [II, 373] en Clerselier bezocht.  Briefje van Des Champs voor het universele medicijn [cf. 23 dec.].

    3.  De hertog van Roannez kwam me bezoeken.  Over de kracht van verdund water.  Verval van de rivier.  Gentillot was er.  Brieven verzonden aan Carlo Dati [III, 194], aan prins Leopold en aan vader.

    4.  Chapelain niet aangetroffen, M. Auzout kwam me bezoeken.  Laten vragen of M. de Hauterive [I, 58] aangekomen was.

    5.  Thevenot zond me de waarneming uit Florence van de rook die daalt in het luchtledige*).  Ik ging met Marlot en M. de la Chieze [III, 276] dineren bij de hertog van Roannez.  M. Pascal kwam er.
    *)  Huygens kende deze proef al enkele maanden uit een brief van Guisony [III, 104].
[ Zie fig. in Saggi ..., 1667. ]

    6.  Een klavecimbel gehuurd.  Gobert bezocht, en Auzout.  B. F.  Dumont niet aangetroffen.

    7.  M. Thevenot bezocht, waar Frenicle was.  Ik zag er de 'Observationes' van Fontana [I, 48].  Gedineerd met Vlaerdingen.  Op de bijeenkomst bij Montmor.  Skelet van .... waar men alle zenuwen, aderen, slagaderen, het hart en de ogen zag; gemaakt van koperdraad bedekt met zijde.  Rohault hield een lezing over de proeven met water dat opstijgt in kleine buisjes [cf. 20 apr.].  M. de la Poterie [zie 9 nov.].  Systeem van Pecquet dat het voedsel over het lichaam verdeeld wordt via de zenuwen.  Du Laurent had naar me gevraagd.  Mle van Ouwerkerck overleden in Engeland.

    8.  Het kwadrant van Vaulézard bestudeerd, zeer vernuftig.  Boodschap van de hertog van Luynes en brief van Brunetti.  Conrart kwam me bezoeken; sprak over Mle Perriquet*).  M. van Beuningen bezocht met Conrart.  Bij Boreel geweest.
    [ *)  Mle Perriquet wordt verder genoemd op 24 en 29 dec. Cf. Conrart aan Const. H. sr, 18 feb. (<).]

    9. Dec.  De hertog van Luynes zond me zijn karos, om naar hem te komen.  Ik trof er de hertog van S. Simon.  Sprak over de uitvinding om bij een karos de afgelegde weg te meten, en

[ 540 ]   [ dec. ]
over het gebruik van uurwerken bij de lengtebepaling.  Gedineerd bij M. le Premier, waar Gentillot was.  Hij beloofde me een bezoek aan de koning, en M. de Bautru.  Chanut, Roberval en Sorbiere niet aangetroffen.  Mle la Barre bezocht.

    10.  Dumont kwam me bezoeken.  bracht kopieën van de psalmen; Du Laurent tegelijkertijd.  Geschreven aan vader en broer van Zeelhem [III, 208].

    11.  Zag bij Du Laurent zijn ingewikkelde uitvindingen en enkele werktuigen voor kegelsneden.  Gedineerd bij de ambassadeurs; Beuningen liet me het boek zien van Saumaise tegen Milton [^], waarin hij Heinsius de Bataaf slecht behandelt.  Mle van Gent gezien.  Ottersem de jongedame.  Hauterive kwam er.  La Roque.  Marlot.

    12.  Gedineerd bij Boreel, en hem onderhouden tot 4 uur.  Pieter ziek.

    13.  Chapelain bezocht, Conrart, Roberval.  Carcavy niet getroffen.  Gewandeld in Luxembourg.  De hertog van Roannez kwam me bezoeken, en daarna Pascal.  Spraken over de kracht van verdund water in hun kanonnen*), en over vliegen.  Ik liet hun mijn kijker zien.
    [ *)  David Rivault, Les Elemens de l'Artillerie (1608): "canon ... qui ne se charge que d'air ou d'eau pure, & a neantmoins une incroiable force".  Mathematicall recreations (1653), p. 173: "How to charge a cannon without powder. ... This may be done with aire and water ...".  Zie ook bij 27, 30 dec., 12 jan.]

    14.  Thevenot kwam me bezoeken, en ik leende aan hem de Opuscula varia posthuma van Bacon [1658].  Beloofde me te laten zien de munt, drukkerij en het kabinet met medailles van de Doyen de S. Germain-l'Auxerrois.  Du Laurent zei me dat La Peyrere in Parijs was.  De kleermaker betaald.  Na het middagmaal Hauterive niet aangetroffen, die onze ambassadeurs trakteerde te Montrouge.  Op de bijeenkomst bij Montmor; ontmoet M. Petit, Picot*), Bourdelot.  Rohault legde de kleine buisjes uit.
    [ *)  Misschien Abbé Claude Picot, vertaler van Descartes' Principia (^); cf. 'Les origines de l'Academie des Sciences' (^).]

    15.  Brieven ontvangen van vader, van zwager Moggershil [Ph. Doublet: III, 202], van broer Lodewijk in Biscaje.

    16.  Israel Silvestre bezocht, die me zijn grote tekeningen en platen in kalfsleer liet zien.  M. Petit bezocht, die me zijn boek [^] gaf, en me zijn parabolische spiegels liet zien, zeer goed gemaakt,

[ 541 ]   [ dec. ]
zijn te dunne kijkerglazen; magneten, uurwerken, dioptrica van Antonio de Dominis [^], die Descartes een begin gegeven kan hebben voor de regenboog [<].  Over de oorzaken heeft Petit een andere theorie in het hoofd.  Kompassen van een voet in middellijn om de variatie van de naald waar te nemen.  Na het middagmaal kwamen Du Laurent, M. Menard, et Vatier*) me bezoeken.  Daarna M. Auzout. Ik leende hem mijn papieren uit Florence. Spraken over de bewegingsregels van lichamen die elkaar ontmoeten, waarvan hij er enkele fout had.
    *)  Pierre Vatier (1623 - 1667 ['70?]), geleerde orientalist. Professor aan het Collège de France, eerder geneesheer van Gaston d'Orléans. In 1658 publiceerde hij een vertaling van de grote Tamerlan [en in 1666: Des merveilles ... de l'Egypte, uit het Arabisch].

    17.  Geschreven aan vader en aan zwager Moggershil.

    18.  Nanteuil [III, 175] bezocht, die tekende met kleurpasta; vislijm; kamer goed gemeubileerd. Hij schijnt goed op de hoogte te zijn.  Na het middagmaal in de Rue S. Jacques bij Ballard [<] muziekboeken gekocht, en de psalmen van vader [^]. Zijn vrouw is uiterst beleefd, aardige dochter. Waren niet van plan iets van hun druktekens te verkopen.

    19.  Naar de preek van Des Marets [^] bij de ambassadeurs; gesproken met Me van Gent en Taillefer; daar gedineerd.  De hertog van Roannez was twee maal naar me wezen vragen.  Briefje van Clerselier om naar Rohault te komen.

    20.  Chamboniere bezocht, die klavecimbel speelde en een lied zong op zijn manier, die me maar middelmatig leek.  M. en Made de Hauterive bezocht; toonde me zijn slingeruurwerk, beloofde me het ontwerp van het Louvre te laten zien, en enkele gebouwen.  Na het middagmaal bij Rohault; een Spanjaard was er bezig met de scheiding van zilvererts.  Ik trof er Mad. de Guederville en Mad. de Bonneveaux [^] die me verzocht op de vergadering bij haar te komen.  Gingen naar de Loterij, en hoorden de uitleg ervan.

    21.  Sorbiere nam me mee op bezoek bij M. de Bautru en zijn zoon.  Ik sprak met M. le Premier.  De hertog van Roannez niet aangetroffen.  Na het middagmaal bij Rohault, waar de Spanjaard zijn zilverscheiding afmaakte.  Proeven met buizen en kleine buisjes, de 2 bovengenoemde dames waren er.  Daarna bij Montmor die me vertelde over Roberval*).
    *)  Misschien over de ruzie die Roberval maakte, een dag in dec. 1658, in zijn eigen huis (II, 287).

[ 542 ]   [ dec. ]
    22.  Op audientie geweest bij de koning met onze ambassadeurs.  Lange tijd gewacht in de kamer van M. de Villequier*) kapitein van de wacht.  Magnifiek bed.  Gedineerd bij de ambassadeurs, waar aanwezig waren Hauterive, P. Graef, Haersholte [III, 253], Medevoort, Bormania.  Na het middagmaal op audientie bij de koninginnen.
    *)  Louis Marie Victor, duc d'Aumont [^].

    23.  De hertog van Roannez bezocht; aan M. le Premier het geschrift over het levenselixir*) gegeven.  Na het middagmaal Me van Gent niet aangetroffen.
    *)  Zie 2 dec. 1660 ... III, 208 ... meer dan 50 ingredienten: zie W. Ploeg, 1934, p. 83-5.

    24.  Op bezoek kwamen Du Laurent met zijn dwaze vondsten, Tennulius*).  Geschreven aan vader.  Conrart kwam me bezoeken, beloofde me een diner met mej. Perriquet.
    *)  Samuel ten Nuyl, cf. III, 508.  [^]

    25.  Kerstmis.  Naar de prediking bij de ambassadeurs.  Petit was naar me komen vragen.  Na het middagmaal Boreel bezocht, die zegt dat hij iets gegeven heeft voor de vertaling uit het Arabisch van de ware geschiedenis van de grote Tamerlan [IV, 186].  Me van Gent bezocht.

    26.  Naar de prediking, zelfde plaats.  Na het middagmaal in het voorbijgaan gehoord de preek van een monnik in S. Mederic, kerk geheel behangen met tapijten, en de zetel van fluweel.  Mad. de Bonneveaux bezocht, waar M. Cordemoy was, Mr. en Mad. de Guederville, Auzout, die zei dat men over twee weken de komedie Jason zou opvoeren, met de machines van de markies van Sourdeac.  Spraken over Mozes; over de ziel, waarvan Auzout gelooft dat die lichamelijk is.

    27.  De hertog van Roannez kwam me bezoeken.  Conrart nodigde me uit voor het diner met een briefje voor woensdag.  Na het middagmaal heb ik M. Menard bezocht, met wie ik op weg ging om de medailles te zien van de

[ 543 ]
doyen de S. Germain, maar we troffen hem niet aan.  M. de Carcavy bracht me een brief van M. de Fermat [III, 212], de eerste die ik van hem had ontvangen.  Hij vraagt aan Carcavy om mijn werken.  De hertog van Roannez zond me zijn musketkanon met de zuiger, om de proef te doen met de verdunning van water en de kracht ervan.

    28.  M. Petit bezocht, zijn lamp met spiegel, model van een molen.  Bij Montmor, dispuut van Rohault en Auzout.  Abbè Bourdelot beloofde zijn betoog over jicht.  Aan Thevenot mijn papieren uit Florence geleend.

    29.  Aan Fermat geschreven.  Gedineerd bij Conrart met Mle Perriquet, d'Ablancourt, Chapelain en nog een ander.  Met Thevenot de Munt gaan zien; de machines voor het grote ballet, van Vigarani; de koninklijke drukkerij.

    30.  Post niet aangetroffen.  Gedineerd bij de hertog van Roannez met de Chevalier de Merè, uitvinder van de kansverdeling in het spel.  M. Miton.  Vrijdenkers.  Dubois.  De la Chieze.  Met Roannez en Dubois bij Petit geweest; daarna bij mij; gepraat over zijn kanonnen.

    31.  Geschreven aan vader.  Brunetti kwam me bezoeken.


1661.

    1 Jan.  M. le duc de Luynes bezocht, leende me de uitvinding om de met een karos afgelegde weg te meten.  Na het middagmaal onwel.  M. de Roannez bezocht me, sprak over de wonderen van Port Royal door de doorn van Onze Heer [^]; en over Miton te gaan bezoeken.

[ 544 ]
    2.  Naar de prediking bij Boreel.  Na het middagmaal Thevenot bezocht, en hem het boek over insecten gegeven [cf. 9 nov.].  Bij M. de Montmor, en zijn kabinet gezien.  Gaf me de 'gazette burlesque' van Loret.  M. de Guederville en Auzout waren me komen opzoeken.

    3.  Post naar M. le Premier gebracht.  Geweest bij Me de Bonneveaux, waar abbè Quillet was &c.  Clerselier.  Redetwistten over de lichtbreking, tegen Descartes.

    4.  Marlot en de la Chieze bezocht, logeerden in eenzelfde kamer.  Marlot beloofde me kristal van Madagascar, en me vrijdag naar Me de la Basiniere te brengen.  Over algebra gesproken met de la Chieze.  Na het middagmaal bij Bosse; probleem in ovaal.  Bij Montmor, waar Bourdelot over jicht sprak.  Beuningen kon niet komen.  Pecquet tegen Bourdelot.  Montmor vertelde me over de opstand van Mexico, over de valse samenzwering tegen de kardinaal, over Gillon.  Over de samenzwering in Engeland, en hoe ontdekt.  Guederville vertelde de geschiedenis van de apotheker f. en van de commissaris geclysterizeerd door de graaf de Guiche [cf. 10 janv.], markies van Coislin &c. Inlichtingen verbrand in plaats van de delinquenten.

    5.  Clerselier, Auzout en Thevenot kwamen me bezoeken.  Clerselier bijna overtuigd over de breking.  Auzout nodigde me uit voor het diner op zaterdag.  Geweest bij Sanson [III, 205], geografische platen [^].  Bij Mariette, werken van Lepautre, hij heeft er voor 50 pond.  Het boek over Rueil van Israel Silvestre zal over een maand voltooid zijn [^].

    6.  Met de hertog van Roannez gegaan naar Miton, die we niet aantroffen.  Geredewist over religie.  Ik vertelde hem over mijn uitvinding voor de zuiger, om het vlas hoger aan te brengen.

[ 545 ]   [ jan. ]
Na het middagmaal op bezoek bij M. de Guederville, M. de la Vieuville bisschop van Rennes.  Zei me dat de prinses [^] pokken had.  Conrart bezocht, waar M. Tanier was, een gebochelde doctor van de Sorbonne, groot Jansenist.

    7.  Dumont bracht me liederen.  Beloofd een goed woordje voor hem te doen bij Beuningen.  Geschreven aan vader en zwager Moggershil [antw.: III, 219].

    8.  Bij Auzout mijn manier laten zien om lenzen te maken; aanwezig Mrs. Guederville, Petit, Carcavy, d'Elbene, Thevenot.  Kijkers beproefd.  Daar samen gedineerd en goed onthaald.  b. f.  Mad.e de Guederville kwam er na het diner.

    9. Zondag.  Aan het avondmaal deelgenomen, en gedineerd bij Boreel.  Met hem geredetwist over de verandering van de breedten.

    10.  Op bezoek geweest bij Hauterive, die me het nieuws vertelde van de dood [3 jan.] van de prinses.  Beloofde me voor een diner te ontbieden, en me te brengen in de omgeving van de koning en van M. le comte de Brienne.  Op bezoek bij M. de Bautru, die me een bezoek beloofde aan pater Harouys [V, 433] en zijn machine met de beweging van de planeten.  Gedineerd bij M. le Premier, waar de markiezin van Effiat was, dochter van markies de Sourdis, Madle Beaumont, en abbè de la Victoire; spraken over de graaf de Guiche, en dat maarschalk de Gramont met de koning gesproken had om hem te straffen of hem te verwijderen, voor de vorm.  Mle Beaumont praatte over de nieuwe uitrustingen voor Indië.  Niet aangetroffen Petit, en Chamboniere.  Geweest bij Le Blond [III, 232]; halve dwaas; liet me enkele tekeningen zien.  Op bezoek bij Mle la Barre, waar M. Damascene, de geneesheer-astroloog, me zijn boek [^] gaf, heel zot.  Buysero was naar me wezen vragen.

[ 546 ]   [ jan. ]
    11.  De manege van S. Toit en Foubert bekeken.  Post niet aangetroffen.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  Brief ontvangen van broer Lodewijk, uit Madrid [antw. III, 226].  Geweest bij M. de Montmor, waar Bourdelot nog een toespraak hield over jicht.  Vormen voor vrouwenborsten.  Mr. de la Cuisse.  Uitgenodigd voor het diner op zaterdag.

    12.  Met onze ambassadeurs op audientie bij M. de kardinaal.  Zijne eminentie niet gezien.  Abbè de Parabere introduceerde de ambassadeurs.  In de antichambre was de hertog van Vendôme, Mr. de Lionne.  Na het middagmaal Carcavy bezocht die me beloofde me bij abbè de Villeloin te brengen.  Ik deed met Zuerius de proef met verdund water in het kanon. [Zie bij 13 dec.]

    13.  Marlot en M. de la Chieze gaan bezoeken.  Marlot sprak kwaad van Mr. le Premier.  De platen van Sanson gekocht voor zwager Moggershil, voor 36 pond.  De hertog van Roannez en Dubois kwamen me bezoeken.

    14.  Dumont zond me een klavecimbel, en schreef een allemande voor me.  Na het middagmaal is de la Chieze bij me op bezoek geweest.  Geschreven aan vader.

    15.  Het gehuurde klavecimbel teruggezonden.  Gedineerd bij Montmor met Chapelain en Thevenot.  Zag zijn kabinet, schilderstukken, wiskundige instrumenten, afkomstig van Aleaume*).  Magneetstenen, stukken van Albrecht Dürer. Speeltje met plankjes verbonden met linten. Opgehangen naald, draaiend in alle richtingen. Kleine flesjes in water die stijgen en dalen zonder dat men merkt hoe°).
    *)  Jacques Aléaume ontwierp onder Henri IV nieuwe bouwplannen voor Parijs. Was ook ontcijferaar van onderschepte berichten in Holland.  [La perspective ..., 1643.]
    [ °)  'Cartesische duiker', cf. 'A Philosophical Toy'; en II, 41.]

    16.  Gaan luisteren naar Hotman op theorbe en viool in het Hotel de Guise, waar hij goed logeert; is geboortig van Brussel.  Dumont was met mij.  Soepketel.  Na het middagmaal Buysero niet aangetroffen.  Bij Petit, drong me zijn verhandeling op over het kanaal [^].  Toonde me zijn observatorium.

[ 547 ]   [ jan. ]
Liet me zijn vrouw en zijn dochter ontmoeten, waar ik de markies van Durazzo aantrof, gezant van Genua, en zijn neven, en we maakten kennis.

    17.  Post niet aangetroffen.  Op bezoek bij Blondeau, instrumentmaker*).  M. Jannot°) ontmoet.  Boeken en lint gekocht.
    [ *)  Misschien Baptiste Blondeau.]         °)  Die in 1657 Frans consul was te Den Haag (II, 108).

    18.  Vlaerdingen, Beverveurde, Clopper, Saemslach dineerden bij ons.  Op bezoek bij abbè Charles, hij sprak over astrologie.  Het Louvre-gebouw wezen bekijken.  M. van Beuningen bij Montmor gebracht.  Aan Pecquet mijn Systeem van Saturnus [^] beloofd.

    19.  Rouwkleding [cf. III, 229].  Met Menard naar Charron geweest, moderne en antieke medailles gezien.  Daarna bij M. Menage in de vergadering [I, 398].  Hij liet Boisrobert zijn verhaaltjes vertellen over Milord Fielding, over Ninon [IV, 183] en de markies van Villarceaux, over de markies van Sourdiac, faron faron fari.  Gaf me een lied van Cavalli waarvan hij de tekst gemaakt had.  Beloofde me een bezoek aan Ninon en Madle de Scudery.  M. de Launoy was er, die tegen de heiligen schrijft, La Mothe le Vayer [XXI, 563], Gudius jr.

    20.  Met Me le Ferrè en Me Roussel naar Charenton, Morus gehoord.  Ik zag er Me de Turenne, Made en Madle de la Trimouille.  Na het middagmaal niet aangetroffen de markies van

[ 548 ]   [ jan. ]
Durazzo, en ook niet de Sourdis.  Bezoek aan Petit, zijn klavecimbel en zijn orgel.  Bezoek aan Me van Gent, zeer voldaan over de ontvangst van de koninginnen.  Gespeeld met de jongedames.

    21.  Aan vader geschreven.

    22.  Frenicle kwam me bezoeken.  Na het middagmaal de hertog van Roannez bezocht.  Bij Mad. de Bonneveaux geweest; verzochten me dringend dat ik mijn principes voor de botsing van lichamen zou uitleggen.  Menage was naar me komen vragen.

    23.  Naar de prediking bij de ambassadeurs, en met hen gedineerd.  Na het middagmaal Mad. van Gent bezocht, die bezoek ontving van de ambassadeur van Venetië en van Mad. de Flavacourt.  Petit was me komen opzoeken.

    24.  Sorbiere en Chamboniere bezocht.  Aan M. Burat mijn boek gezonden om er stukken over te schrijven.  Abbè Charles bezocht.  Gaultier [<] gaan horen, waar twee jongedames kwamen spelen.  Mle Petit*) gezien.
    *)  Marianne Petit, dochter van Pierre Petit, komt nog vaker voor.

    25.  Abbè Charles kwam bij me met Buot de wiskundige [^].  M. Roussel [^] bracht me een horloge van zijn maaksel, om te zien.  Sorbiere vertelde me het verhaal van de kinderen van Mr. du Bosc.  Ik bracht hem bij onze ambassadeurs, en we vergezelden hem naar M. de Grammont.  Gedineerd bij de ambassadeurs, waar Marlot was.  Mad. van Gent bezocht.  Medevoort was me komen opzoeken.

    26.  Dumont bracht me als ontbijt worsten van Troyes en wijn; speelde fantaisieën.  Na het middagmaal Hauterive niet aangetroffen, gesproken met de markies van Chateauneuf.  Aan Conrart de brief van mijn vader gegeven.  Chapelain bezocht.  En daarna Menage; Covilles; Marq. de Lude, kus van Judas; Medevoort had naar me gevraagd.
    [ III, 226, 26 jan., brief aan Lodewijk: vervoermiddel was een draagstoel (gekocht, dragers in dienst bij gebruik).]

[ 549 ]   [ jan. ]
    27.  Clerselier niet aangetroffen, en de Santes ook niet.  Een brief van vader naar M. de Turenne gebracht; grote binnenplaats, slaapvertrek met gordijnen van houtsnijwerk.  De markies van Durazzo bezocht; zijn hypothese voor de getijden, nogal belachelijk; goed gemeubileerd.  Na het middagmaal kwam Menage me meenemen, en hij bracht me naar de bibliotheek van meneer de kardinaal, waar men tal van mooie Italiaanse schilderijen had opgehangen, behorend aan Jabach. In de marge: M. Fouquet heeft ze gekocht voor 80 duizend écus.  Origineel van de markies du Guasto [III, 233] en zijn vrouw; de courtisane van Titiaan, die Beck had.  Ik zag er het boek van de vissen*), de koran in het Arabisch.  Naar de abbè de Boisrobert, die vertelde over Maugran, diamant en zogenaamde koning; pistool bedreigde zijn viool°).  Op bezoek bij Des Champs, Mle La Barre excuseerde zich.  Op bezoek bij Mle Boreel.  's Avonds confidenties van Zuerius.
    [ *)  Journal van de gebroeders Villers (cf. 10 april), 372: "boek van perkament, twee vingers dik, waarin de meest zeldzame rivier- en zeevissen en vrij wat schelpen in miniatuur geschilderd zijn. ... alles wordt er levendig en natuurlijk weergegeven ...". ]
    °)  Enkele gemene streken van Boisrobert e.a. ten opzichte van Maugars, beroemd violist, verteld door Tallemant des Réaux in Les Historiettes [II (1834), 114-]: spelen voor een zogenaamde koning van Spanje, een valse diamant als zogenaamd geschenk van de koning van Spanje, bij weigering voor te spelen werd een pistool op de viool gericht. ...

    28.  Chauveau*) kwam me bezoeken, aan wie ik mijn theorieën gaf over de oppervlakken van conoïden en sferoïden, en de nieuwe eigenschappen van de cycloïde voor slingers.  Aan vader geschreven.  In het arsenaal geweest, waar Marlot me de woning van M. de La Meilleraye liet zien; grote zaal met een mooi plafond; kristal van Madagascar, stukken van 200 pond.  Naar de komedie in het koninklijk paleis; zien spelen Sancho Panza als gouverneur van een eiland [^], hongerig. En de Precieuses ridicules van Moliere, Mascarille gemaskerd, de graaf wit gepoederd.
    *)  Chauveau, medeleerling van Descartes in la Flèche [cf. A. Baillet, 21], professor in de wiskunde te Parijs. Of misschien de graveur François Chauveau [^], genoemd in III, 258? [Cf. VI, 649; en IV, 6: "ik heb van hem niets gezien dat bijzonder was".]

[ 550 ]   [ jan. ]
    29.  Inkoop van boeken en etuis.  Gobert kwam me bezoeken.  Na het middagmaal kwam Menage me halen, en hij bracht me bij Mle de Scudery; zwarte rok, bleekblauwe jurk, grote donkere ogen en het haar evenzo, een beetje doof. Las me de gedichten voor van M. Pelisson en de scenes over de heggemus en het winterkoninkje.  Aanwezig waren M. de Segrais, die me een bezoek beloofde aan Mademoiselle, bij wie hij is, Mr Mesnardiere voorlezer van de koning; Mr Boyer las er zijn komedie Policrite, en had verder als toehoorders Mad. de S. Ange, nicht van M. de Servien, mooie blonde, Mr de Raincy, en anderen.  Menage beloofde me dat ik Mle Bourdrai zou horen.

    30.  Naar de prediking bij de ambassadeurs.  Aan Mad. van Gent een strook Point de Gènes-kant [^] laten zien van 15 honderd pond.  Na het middagmaal Hauterive niet aangetroffen.  M.le Petit bezocht, ik liet haar spelen op de tromba marina, en leerde dat dit instrument niet meer en niet minder tonen heeft dan de trompet.  Markies d'Aumont kwam er, oudere broer van de maarschalk, met M. Fouquet zijn schoonzoon, en eerste stalmeester van de Grande Ecurie.  Ik zag er ook de Berteuil en maakte hem mijn excuses.

    31.  Met onze ambassadeurs in de kerk van N. Dame bij de uitvaartplechtigheid van M. le duc d'Orleans, een jaar geleden overleden. Kapel verlicht met ongeveer 500 waskaarsen; de kerk behangen met rouwkleden, en daarop een groot aantal wapenschilden van Frankrijk. Het Cour de Parlement was erbij, met de Chambres des Comptes; de hertog van Anjou, Pr. de Condè,
    *)  Hij was begunstiger van de wetenschap, zie II, 175: Huygens wilde hem in 1658 een exemplaar van zijn Systeem van Saturnus doen toekomen, door bemiddelling van Chapelain.

[ 551 ]
en duc d'Enghien met sleepmantels van 7 el, en vierkante mutsen en capuchons.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  Biljart gespeeld met Medevoort tegen Raesvelt en Zuerius.

    1 Feb.  Met Medevoort, Raesvelt, Vorstius [III, 170] en Collier per karos naar het bos van Vincennes.  De oefening gezien van de musketiers van de koning, en enkele compagnieën rode kazakken; de ruiterij en het voetvolk gingen elkaar te lijf, de koning met de degen in de hand, M. de Turenne naast hem.

handschrift met tekening

Het kasteel is nieuw gebouwd, ingang heel mooi en een andere er tegenover om naar het tweede hof te gaan.  Gedineerd bij Medevoort.  Na het middagmaal samen Val de grace gaan zien, heel hoge koepel, en mooi klooster in het vierkant; grote tuin met fonteinen. Hadden ruzie met de concierge die ons wilde insluiten.

    2.  Op bezoek geweest bij M. de Bertueil conseiller.  M. de Turenne niet aangetroffen.  M. Thevenot bezocht, die me de brief van Ricci [cf. 18 febr.] liet zien.  Apollonius kan weldra gepubliceerd worden [^].  Gesproken over mijn systeem; beloofd hem te schrijven.  Een brief ontvangen

[ 552 ]
van Heinsius [III, 229]; dat mijn Brevis assertio systematis Saturnii (tegen Divinis) herdrukt wordt te Florence [^], maar zonder enkele passages die schokkend zijn voor de Roomse religie [XV, 396].  Na het middagmaal bezocht door M. de Marets die abbè Graneri meebracht.  Geweest bij M. Chapelain waar M. Amproux gekomen was, conseiller de la religion; samen gingen we M. Hardy bezoeken, die met veel omstandigheden vertelde hoe hij het boek De tribus impostoribus (over de 3 bedriegers) had gezien*).
    [ *)  A. Mothu citeert Denonain: "Hardy ... verhandeling gelezen omstreeks 1620-1625".  Cf. DigbyDe tribus impostoribus, 1598, ed. 1867(^)  Th. Cantimpré, Bien boeck (1488), 279: "Exempel. Meyster simon van tornaet ...".  Der byenboeck (ca. 1450), 193: "symon van tornaec ... Dre sijn dar die de werlt mit oren seckten em vnderdanich ghemaket hebben. Alse Moyses. Jhesus. ende Machametus." ]
[ Zie Marcolini over Arabische bronnen (^).]
[ Andere betekenis: Epistola..., J.B. Morin, 1654Historia..., 1660.]

    3 Feb.  Met Gentillot bij M. de graaf van Brienne geweest, die verhinderd was te onderhandelen met Mess.rs onze ambassadeurs.  Vandaar naar de tuin van M. Renard; mooi terras.  Mad. la Premiere ontmoet, met Madle Beaumont, en la Marq. d'Effiat.  Samen het huis van Renard gezien; kamer in hout; een andere waarin rondom kopieën van Rafael zijn, en een Daedalus en Icarus op het plafond; een 3e boven, met ook kopieën van Rafael, Adam en Eva.  Bij Me Petit geweest; haar klavecimbel gestemd.

    4.  Geschreven aan vader, aan broer van Zeelhem [III, 231] en zwager Moggershil.  M. Chauveau kwam me bezoeken, en na het middagmaal M. Charron.

    5.  Op bezoek bij M. de Marlot, en bij M. de Carcavy. Marlot me beloofde me kristal van Madagascar.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  Niet aangetroffen M. le Prem.  Op bezoek bij M. de Bautru, die voor mij zijn dochtertjes liet komen en het portret van een ervan, dat de zoon van Justus maakte. Beloofde me een diner met Menage en M.le de Scudery.  Geweest bij M.e de Bonneveaux, waar M. de Guederville een lezing gaf over de wervels van M. Descartes, en we legden het stelsel van Copernicus uit; M. Auzout, abbè Quillet.  Marq. de Durazzo was me wezen opzoeken.

    6.  Naar Carcavy gegaan om te kijken wat er mis was met zijn uurwerk.  Om 9½ uur gingen we kijken naar de brand in het Louvre, de kleine galerij en een gedeelte van de grote.  Gedineerd bij abbè Charles, met M. Ariste, Magalotti &c., en liet ze door mijn kijker kijken.  Op bezoek bij Me van Gent.  Gesproken met M. van Gent over zaken van Dumont, en van Marq. de Durazzo.

[ 553 ]   [ feb. ]
    7.  De markt van S. Germain wezen zien; een briefje ontvangen van M. Chapelain, die me uitnodigde voor een diner overmorgen bij M. Amproux [VI, 578].  Op het klavecimbel gestudeerd.  Na het middagmaal M. le Premier niet aangetroffen.  Hauterive liet zich niet zien.  Bezoek gebracht aan abbè Sibour, waar ik M. de Grave aantrof, die me beloofde me Gaultier te laten horen en de bespeler van de angelica.  Op bezoek gegaan bij Mr de Flavacour en Taillefer.  Niet aangetroffen de markies van Sourdis, en M. de Clerselier.  Gewandeld met M. de Montmor over de markt S. Germain, waar Mademoiselle was, de koning en zijn broer.

    8.  Op bezoek geweest bij M. van Spijck, waar Gentillot was, die ons zijn brief voorlas aan de nieuwe hertogin van York [III, 173].  Clerselier niet aangetroffen.  Na het middagmaal bij Ballard die er niet was.  Tevergeefs M. Frenicle opgezocht.  Op de bijeenkomst geweest bij M. de Montmor, waar M. de la Poterie sprak over het elementaire vuur onder de hemel van de maan. Rohault gevraagd of hij me de juiste hoogte zou geven van het kwik in zijn buizen.  Tevoren bij Le Blond gekocht de waaier van Callot en het portret van Cosimo de Medicis voor 2 stuivers [écus], voor broer van Zeelhem.

    9.  Abbè Charles kwam me bezoeken, beloofde me het recept om zijn Ros solis [likeur] te maken.  We ruilden zijn grote bolle glas tegen mijn microscoop.  Zei me dat hij met zijn telescoop M. de kardinaal had gezien die dichtbij het venster zat, zeer vermagerd en kwijnend.  Gedineerd bij M. Amproux, conseiller bij het parlement, met M. Chapelain, M. de Montplaisir, luitenant van de koning te Arras, M. ...  Gesproken over astrologie; verzen van M. de Montplaisir gelezen, zijn droom en enkele andere; hij is de auteur van Temple de la gloire [^].  Chapelain vertelde ons over Mr de Scudery, over Costar, over Menage; beloofde me uitleg van de namen van Cyrus en Clelie; leende me enkele brieven van Pascal over het luchtledige. [>]

[ 554 ]   [ feb. ]
    10.  Voelde me niet goed.  Na het middagmaal kwam Sibour me halen met Mrs.... et Le Roy*), en ze brachten me bij M. Vignon in de Rue des Mauvais garçons, om zijn concert te horen van 5 angelica's, welk instrument hij uitgevonden heeft°); het waren hij en 2 van zijn dochters met 2 andere leerlingen van hem; de jongste heel lief; daarna speelde hij alleen.  M. Le Roy beloofde me in kennis te brengen met M. Justel, en M. Sarcamanan.
    *)  Een vaste bezoeker van wetenschappelijke kringen, secretaris van Colbert, vader en zoon.
    [ °)  Cf. Récit de Jean Rou: "de heer Vignon, uitvinder van de angelica, muziekinstrument van de familie luit en theorbe", in Mémoires inédits, 1857Manuscrit Béthune (1978/9): tablature d'angélique, pièces de Vignon (e.a.).]

    11.  Geschreven aan Minen, Heinsius, broer van Zeelhem [III, 238].  Na het middagmaal met de hertog van Roannez op weg om het perpetuum mobile van P. Bourgoing te zien, die zoiets helemaal niet had.  Niet aangetroffen M. Ferrier*) in de Rue des poules.  M. van Medevoort vaarwel gaan zeggen.
    *)  Jean Ferrier die voor Descartes had gewerkt, en al voor Aléaume (XXI, 228) [cf. W. R. Shea, in Annali dell' IMSS di Firenze, Anno VII, fasc. 2, 1982, p. 145-160].

    12.  M. Chapelain bij van Beuningen gebracht.  Gegeten met de ambassadeurs.  Uitgegaan met Beuningen, niet aangetroffen M. Menage, en Conrart, en La Poterie om de bibliotheek van M. de kardinaal te openen.  Die van M. de Thou*) gaan zien, en van daar naar Mad.le Chavotte [Javotte?].  Thevenot, Mr de Justel, Le Roy, abbè Graneri waren naar me wezen vragen.
    *)  Beheerd door de gebroeders Dupuy. Huygens was er al geweest in 1655 [I, 342].

    13.  In Charenton geweest om Morus te horen, met Me Le Fevre, M.rs Kelmer, Fraser, Valckenhaen, die geslagen werd door enkele lompe musketiers.

    14.  Niet aangetroffen Thevenot, en Auzout, en Amproux, en La Roque.  M. Des Marets bezocht, waar M. de Lorme [Amproux sr] was.  Vertelden me kwade dingen over Morus, en Des Marets liet me strijdschriften [^] zien.  M. Le Roy nam me mee naar Justel, waar aanwezig waren M. de Segray, M. Foucault [Claude F.?] conseiller bij het parlement, die naar Holland wilde gaan.  2 brieven van prins Leopold. [p. 70, n.2]

    15.  De markies van Durazzo kwam me bezoeken; stelde voor om samen naar Vaux te gaan.  Gedineerd bij de ambassadeurs.  M.e van Gent bezocht; met Beuningen bij Montmor geweest, waar Bourdelot weer over jicht sprak, en zeer goed.  Menage was naar me komen vragen.

    16.  M. Amproux kwam me bezoeken.  Mr. d'Elbene, Thevenot, Auzout kwamen me halen, en we gingen de machines bekijken in de nieuwe grote balletzaal. Die bestaat uit twee paviljoenen, het ene voor de diepte van het toneel, het andere voor de toeschouwers. Van dit laatste is het dak te hoog naar verhouding van het gebouw. In de loges daar dichtbij zagen we dat de basreliefs gevormd werden; de materie was papier, gekookt en gestampt; de vorm van pleisterkalk die men met olie besmeert.  In de galerij van het Louvre

[ 555 ]   [ feb. ]
was er al een groot aantal panelen voor de scenes, waarop veel verguldsels waren met ophogingen, wat een mooi effect geeft. De effecten van het vuur [<] gezien in de galerij van het Louvre en die van de schilderijen; de koepel aangetast en van binnen geheel zwart geworden.  Mr. Cramoisy liet ons de koninklijke drukkerij zien.  Gedineerd bij M. d'Elbene, in zijn kamer met gemarmerd papier, met de genoemde heren en Le Nostre, groot ontwerper van tuinen, en van die van Vaux.  Mr. d'Elbene protecteur van de ...  Thevenot bracht me naar huis.  Brief uit Madrid van broer.

    17.  Bezoek van abbè Charles; over het krachtige lichaamsgestel, het goede humeur, en de geringe herkenning van kardinaal Mazarin.  Op bezoek geweest bij abbè de Boisrobert; toonde me het portret van Ninon, naakt in de kamer, van M. de Villarceaux met dat van Me. Scarron, Mle de Manicamp. &c.; leende me zijn verzen aan M. de kardinaal; monniken lakeien van de paus.  Niet aangetroffen M. le Premier die in Vincennes was, en Petit ook niet.  M. Le Roy bezocht, rue du Petit Bourbon dichtbij S. Sulpice; ontdekte zijn onwetendheid.  Na het middagmaal M. Clerselier bezocht, die me de figuren liet zien voor de Verhandeling over de mens van Descartes, sommige gemaakt door Mr de La Forge*) geneesheer te Saumur; andere van Gutschoven [<], die beter gemaakt waren [^].  Niet aangetroffen Gobert, en de hertog van Roannez, en Chapelain.  Mle Javotte ontmoet bij Mr de Saintebeuve.
    *)  L'homme de René Descartes et un traitté de la formation du foetus, Parijs, 1664 [Lat. 1662] met opmerkingen van de medicus Louis de La Forge [in 1666 verscheen van hem een Traitté de l'esprit de l'homme (^)].

    18.  Geschreven aan Zuerius, Sr. Ricci [III, 248], vader.  Na het middagmaal bezoek van Mrs Foucault en Justel, abbè de Boisrobert, Mr Petit.

    19.  Na het middagmaal naar Menage, en van daar naar Me. de Bonneveaux, waar men de theorie van Descartes over het licht weerlegde; abbè Quillet; hoewel ze er niet in geloven.

    20.  Naar de prediking bij Boreel, en met hem gedineerd.  Briefje van abbè Sibour.  Mr Foucault met Justel namen me mee om het dresseren van een hond te zien bij Del Campo; daarna gingen we naar Foucault, om te luisteren naar 2 demoiselles Sarcamanan, en M. Berthod*); bezorgde ons de maaltijd; een jongen van Berthod danste de sarabande.  Daarvandaan ging ik naar M. de Guederville die me had uitgenodigd, om de Italiaanse marionetten te zien; erna was er bal. M.le d'Ornano, M.le Coquaij; la petite Saintot de mooiste.
    *)  Blaise Berthod, zanger in de koninklijke kapel  [Tristan l'Hermite droeg aan hem op 'La Lyre' (1641)].

[ 556 ]   [ feb. ]
    Die marionetten zijn aan de bovenkant opgehangen aan stijve ijzerdraden, verborgen door de veren die ze op het hoofd hebben: handen, voeten, en van sommige de onderkaak worden bewogen met dunne draadjes die ik heel goed zag, omdat ik er heel dichtbij zat. Vlinder, slang, castagnetten, Pulcinella.

    21.  Niet aangetroffen de bisschop van Beziers [Bonzi; III, 213].  Abbè Graneri bezocht, die me boeken [^] liet zien van graaf Pagan; en zijn verrekijker.  In de academie van Plessis op bezoek geweest bij M. Morbet, en paarden zien berijden.  Post niet aangetroffen.  Na het middagmaal bij M. Menage, niet aangetroffen Bautru, op bezoek geweest bij Me de Rambouillet, 72 jaar oud, heel beleefd, mooie woning. Arthenice*).  Daarvandaan naar abbè de Villeloin [Marolles]; groot aantal boeken, goed ingebonden, vol met kopergravures; zei dat hij er had voor 100.000 pond.  Ik trof er aan La Peyrere de pre-adamiet, die vertelde over zijn audientie bij de paus. De generaal van de Jezuïeten had hem gezegd: "Ego et Sanctissimus bene multum risimus de tuo libro"°).  Geweest op de bijeenkomst in de bibliotheek van M. de Thou.  M. le Roy had naar me gevraagd.
    [ *)  Anagram van Catherine.]
    [ *)  Ik en de allerheiligste hebben heel veel gelachen om uw boek (^). ]

    22.  Bezocht door M. de La Peirere de pre-adamiet, M. Amproux vertelde over het huis van M. Inselin [Hesselin] en de streken die hij uithaalt met de Des.  Mr.... Mr Morbay, M. Burat, de hertog van Roannez.  Na het middagmaal met M. l'abbè Graneri naar graaf Pagan, die denkt opzien gebaard te hebben met zijn nieuwe ontdekkingen in de astronomie*). Is al lange tijd blind.  Daarna waren we op de markt S. Germain.  Kelmer kwam om 9 uur terug van het bal, waar hij enkele slagen ontvangen had.
    *)  Zie XXI [p. 138, 143; La theorie des planetes, 1657].

    23.  Bij het paleis romans gekocht, Celinte, novelle van Mle de Scudery. Alcidamie van Mle Desjardins.  Niet aangetroffen van Gangel, en Gobert, in het paleis bezig met de mis.  Na het middagmaal geld opgenomen bij van Gangel.  Niet aangetroffen M. Justel.  Geweest bij M. Sarcamanan, zijn vrouw en dochter niet in orde; beloofde me zijn komedie op muziek

[ 557 ]   [ feb. ]
in druk, en me zijn concert te laten horen.  Bij Me. van Gent, waar aanwezig waren Mr de Bonneuil, Me le Cocq en haar dochter, graaf d'Ille.

    24.  Abbè Sibour nam me mee naar Gaultier, die ons fraaie dingen liet horen; zijn secunde was enkelvoudig; speelde slechts stukken in a la mi re.  Niet aangetroffen Hauterive en Petit.  Marq. Durazzo bezocht, die me zijn schilderijen liet zien, en we spraken over de reis naar Vaux.  Gedineerd bij Monglas met Gentillot, die me meenam op bezoek bij de graaf van Brienne, en daarna zijn zoon, getrouwd met de dochter van M. de Chavigny.  Zagen zijn schilderijen, een uitstekend werk van Albrecht Dürer, en een van Correggio.  Een crucifix dat zijn vader liet brengen van Michelangelo.  Op bezoek bij Mle Petit, en ik liet haar clavecimbel spelen, stukken van Monard haar leraar, heel mooi.

    25.  Hoofdpijn, een lavement genomen.  Geschreven aan vader en broer van Zeelhem, aan wie ik 2 kopergravures van Callot zond.  Abbè de Villeloin weg laten gaan.  Een reukvat gekocht waarvan de lamp brandt met wijngeest; en een pen zonder eind*).
    [ *)  Een soort vulpen? Daniel Schwenter had er een beschreven in 1636 met fig. op p. 520. Vgl. Diderot en d'Alembert: 'plume perpétuelle' (^).]

    26.  Geweest in het Hotel de Condè [^], waar ik niet La Peirere aantrof zoals hij me beloofd had.  Na het middagmaal met de karos van M. Amproux naar het Louvre, en het ballet de l'Impatience [^] zien dansen, waarheen ik meenam de heren Haersholte en Falck [Adriaen Valck].  De graaf van Talhouet*) liet ons binnenkomen en plaats nemen; de scene was een laan in een bos; de koning, M. de Guise en een groot aantal heren van het hof dansten er. Mles Verprè, Giraut, de la Faveur.  Mle La Barre en daarna Mle Hilaire zongen elk een recitatief. Sra. Anna met de Italianen.  Mr de Guederville, en M. Justel hadden naar me gevraagd.
    [ *)  III, 253: "Een bevriend parlementslid. Het gedrang was groot omdat de zaal dit helemaal niet is; de brand ... heeft de schilderijen-galerij vernield, waar een mooi toneel gebouwd was om er ditzelfde ballet te laten dansen."]

    27.  Geschreven aan broer Lodewijk*) in Madrid.  Bij Me van Gent, waar aanwezig waren Me de Flavacour en Taillefer.
    [ *)  III, 253: "Ik verwacht elke dag opdracht om naar Engeland te gaan ..." ]

    28.  Mr de La Peirere kwam me bezoeken; eveneens M. de Montmor; en Gudius, die me een boek in het Grieks gaf dat hij pas had laten drukken*).
    *)  Marquard Gudius (al genoemd): uitgave van de 'Antichrist' van Hippolytus (Parijs, 1661).

[ 558 ]
Gedineerd bij markies Durazzo, met abbè Siri*) die de geschiedenis van deze tijd schrijft in het Italiaans.  Doorboorde zilveren cirkels, in de schotels gelegd, en de schotels met vlees erop; confitures in twee schalen na het afnemen van de tafel. Na het middagmaal onderhield hij me langdurig over zijn aanspraken op de titel, &c.  Niet aangetroffen M. Amproux.  Op bezoek bij Me de Guederville, ze lag in bed, van fluweel met galonwerk in zilver.  Niet aangetroffen M. Auzout.  Op bezoek bij Dumont, die enkele van zijn composities voor me speelde, en me iets ervan beloofde.
    *)  Vittorio Siri (1608 - 1685): Mercurio ovvero historia de correnti tempi [^].

    1 Maart [dinsdag].  Na het middagmaal M. Foucault gaan bezoeken, en met hem naar de Rue S. Ant. om de maskerade [^] te zien, en het grote aantal karossen; op de pont neuf [^] waren de mensen in rijen opgesteld zoals in het theater, en alle straten waren vol; in de kerk van de Jezuïeten zagen we het crucifix en andere figuren uitgedrukt met vlammetjes van lampen.

    2.  Met Valckenhaen naar Maison rouge geweest, op bezoek bij M. d'Hauterive, en met hem gedineerd, waar aanwezig waren de jonge graaf van Warfusé, de kleine markies en M. du Fayan. Hij bracht me overal in het huis en in de tuinen en het park, waar het er overal heel mooi uitziet. Een fontein in het bloemperk voor het huis, en nog een kleine in de kruidentuin. Het huis is aan de voorkant 202 voet, de diepte 54; de hoogte van de grote zaal 74 voet, en 30. De meubelen waren boven in het magazijn, behalve die van zijn afdeling, waarin een kamer was met geel damast en een slaapvertrek en plafond, met een kabinet klein van slag.  Terugkerend gingen we de Bastille in, en gingen omhoog het gewelf op, dat van gehouwen stenen is, en waar sommigen van de gevangenen vrij zijn te wandelen; anderen zijn opgesloten in kamers die uitzicht hebben op de binnenplaats, en er waren nu 25 of 30 journalisten die kwaad gesproken hadden van de Princesse Royale; er is een verblijf dat de binnenplaats doorsnijdt, voor de gouverneur Mr de Baiseman.  2 maanden betaald aan Me Le Fevre.

    3.  Na het middagmaal M. Frenicle niet aangetroffen.  M. Conrart bezocht, die me vertelde over de mooie daden van M. de Fabert, en over de geest die aan hem verschenen was*).  Mle Petit en haar vader bezocht.
    *)  Abraham de Fabert [1599 - 1662]. Op een nacht, toen hij sliep, dacht de maarschalk iemand te zien die zei dat hij gezonden was om zijn geest opheldering te geven van de moeilijkste kwesties, met name die van de schepping van de wereld, waarvan het boek Genesis niet de hele verklaring geeft.   [^]

    4.  Geschreven aan vader.  Gedineerd bij M. de bisschop van Laon, in aanwezigheid van Mr. de Montmor, d'Elbene, Amproux, Chapelain, Thevenot, Auzout, de Launoy, Mahè, Durieu;

[ 559 ]   [ maart ]
goed onthaald op vis.  Na het middagmaal spraken we over reizen, over de oorsprong van de Moren, over de komeet*) &c.  M. Amproux bracht me naar huis en was me komen halen.  M. Sibour had naar me gevraagd, en Mr. van Beuningen.
    *)  In Frankrijk had niemand de nieuwe komeet (III, 253 en 280) kunnen zien [bewolkt weer], die broer Constantijn in Den Haag al voor 10 feb. (III, 237) waarnam. Cf. III, 235 n9 over waarnemingen van Kechel in Leiden. [Zie ook 8 maart.]

    5.  Mle. Petit getekend. Geweest bij La Douceur, die me zijn zoon van 5 of 6 jaar aan het klavecimbel liet horen.  Na het middagmaal op bezoek gegaan bij Mle de Scudery, waar Me Talemans was, &c.  Daarvandaan naar de vergadering bij Me de Bonneveaux, waar M. de Montmor kwam. Men behandelde de wervels van M. Descartes. Me. de Guederville onderhield me over zijn te maken reis.

    6.  Naar de prediking bij de ambassadeurs; en met hen gedineerd. Beuningen toonde me wat M. van Amerongen hem schreef over 'las cantioneras' &c.  De komedie Jason [Gulden vlies] gaan zien in het Marais-theater, en de machines van de markies van Sourdeac; enkele wisselingen van toneel waren heel mooi, zoals ook de luchtstrijd van Zethes en Calaïs tegen Medea; de verzen uitstekend, van de oude Corneille. Men betaalde een louis d'or voor het amphitheater, een halve voor parterre, 8 louis voor een loge.

    7.  Getekend.  M. Marlot kwam me bezoeken.  Na het middagmaal liet hij me het huis zien van M. de Basiniere [cf. 4 jan.]. Mooie trap. Drie mooie vertrekken; in die van Madame een bed van zwart fluweel met grote gouden tressen in stroken; nog een dergelijk bed in violet fluweel; de slaapvertrekken evenzo behangen; stoelen met kussentjes en een groot aantal galonnen. De kamers beschilderd en verguld; spiegels met lijsten van goud. Een 4e nieuw vertrek, zaal, voorkamer, kamer en kabinet ingericht en bewerkt door M. le Brun [^]. Deze 3 laatste helemaal blinkend van het goud, behalve waar schilderijen waren, en in het gewelf enkele in wit geschilderde kinderen. Het beeldhouwwerk overal uitstekend, de verfraaiing van dit vertrek zal ongeveer 40 duizend écus kosten.  Op bezoek geweest bij abbè Charles, die me pakketten brieven toonde van kardinaal Mazarin, geschreven aan hem; en hij gaf me handschoenen en een klein geweer van zilver.  Sorbiere kwam er, uit Vincennes, en zei dat Zijne Eminentie zeker ging sterven.  Mle Boreel bezocht.

    8.  Mle Petit getekend. Aan haar vader de waarneming van de komeet*) gegeven.  Gedineerd bij de ambassadeurs, met Marlot. Met hem naar het koninklijk paleis, niet aangetroffen de koningin van Engeland°).
    *)  Hier staat "la comete", maar op 4 maart schreef Huygens "du comete". Vgl. p. 174 [Turenne: om te weten of de komeet mannelijk of vrouwelijk is moet je onder de staart kijken. Zie ook J.d.Sç. 1665, 58-60: 'Si l'on doit dire le comete, ou la comete.'].
    °)  Henriette-Marie van Frankrijk (1609 - 1669), weduwe van Karel I. Cf. III, 224. Zij was de moeder van de princesse royale/prinses van Oranje, Maria Henrietta Stuart die op 3 jan. overleden was [^]. Ze was pas aangekomen (III, 254).

[ 560 ]   [ maart ]
Op de vergadering bij Montmor geweest, waar M. Pecquet sprak over het ontstaan van de kip in het ei, en hij werd uitgefloten.  Sorbiere zei me dat M. de Monconys [>] aangekomen was, en dat hij hem naar me toe zou brengen.  Feuillanten-paters [^] hadden naar me gevraagd.

    9.  Gekopieerd uit de verhandeling van Fermat over de constructie van problemen*).  Na het middagmaal M. Pascal niet aangetroffen.  M. Justel bezocht, die me de sleutel gaf van ....  M. Amproux bezocht en vaarwel gezegd.  Niet aangetroffen M. en Me de Guederville.  M. Auzout bezocht, en hem mijn methode meegedeeld voor de oppervlakten van conoïden en sferoïden en voor de evolutie van krommen.  Vaarwel gezegd aan Menage, die me zijn rechtvaardiging gaf aangaande de Elegie op M. de kardinaal [cf. III, 120], die deze nacht om 2 uur te Vincennes overleed.
    *)  Vgl. III, 256-8; en XX, 209, n. 69, over andere uittreksels uit geschriften van Fermat. Dit stuk had Huygens ontvangen van Carcavy.

    10.  Het portret van Mle Petit voltooid.  Medailles gekocht van de koning, de koningin en M. de kardinaal.  M. Thevenot met een ander hadden naar me gevraagd.  Na het middagmaal bij Marlot; niet aangetroffen Mle. Taillefer.  Vaarwel gezegd aan M. le Premier die het bestuur van Marseille heeft; aan M. de Bautru; aan M. Sibour.  Niet aangetroffen Roberval.  Bezoek aan Sorbiere en bij hem Mle de Razilly ontmoet.  M. de Marlot stelde me voor aan de koningin van Engeland, en aan de prinses [^]; speelde klavecimbel; pruik; kat op tafel; wat zegt u Mevrouw? Ik bleef er tot na het souper. M. S. Albans kwam beleefdheden uitwisselen met mij.  M. de Guederville had naar me gevraagd.

[ 561 ]   [ maart ]
    11.  Geschreven aan vader en zwager Moggershil, aan M. Petit.  M. Amproux kwam me vaarwel zeggen, en hij zei me dat M. le Premier en de andere Beringhen, van wie zijn broer de Lorme de zuster als vrouw heeft, verwant zijn.

hevel     12.  Bezocht door Mrs, Thevenot, Auzout, abbè Charles, M. de Sorbiere die me niet meebracht M. de Monconys, teruggekeerd uit Rome.  Gedineerd met Sorbiere bij de ambassadeurs.  M. Menage en Carcavy kwamen me bezoeken.  Vaarwel gezegd aan M. le Roy.  Niet aangetroffen Foucaut, en Pascal.  Gesproken met Petit de boekhandelaar [II, 426] over de uurwerken voor de weduwe van Coster.  Vaarwel aan de hertog van Roannez, die me de proef leerde met de hevel met drie uiteinden.  Geweest bij Me de Bonneveaux, waar aanwezig waren Quillet, Auzout en Guederville.  Henritiade, Latijns gedicht van Quillet.

    13.  Mle Petit gekopieerd.  Vaarwel aan M. Boreel en zijn dochter; aan M. de la Peirere.  Pater Dominique en de Provincial bij de Feuillanten gaan bezoeken, die me hun verrekijker toonden, en de bibliotheek. De Provincial gaf me zijn boek over filosofie.  Niet aangetroffen de gezant van Genua [Durazzo].  Vaarwel aan abbé Charles die me het recept opgaf van zijn water: Vul een fles met suiker, gestampt en gezeefd; doe er daarna zoveel gewoon water in als de fles kan bevatten, en schudt het goed zodat alle suiker kan oplossen. Laat het door een doek lopen om elk vuil te verwijderen, en meng vervolgens een vierde deel brandewijn er bij.  De hertog van Roannez en M. Petit hadden naar me gevraagd.

    14.  Vaarwel gezegd aan M. van Offenberg [Marlot], boodschap aan Me Brus*).  Me Petit getekend  M. van Beuningen was naar me komen vragen.  Na het middagmaal kwamen de hertog van Roannez en M. du Bois me bezoeken, en we redetwistten over religie.  Een cassette gezonden naar van Heteren [koopman] voor mijn zwager Moggershil.
    *)  Mevr. Bruce, geboren van Aerssen. Zie over Alexander Bruce, graaf van Kincardin, bv p. 568 hierna [4 apr.].

    15.  Dumont ziek.  M. Foucaut kwam me bezoeken.  Na het middagmaal bij Me Petit.  Vaarwel gezegd aan Sorbiere; aan Mle la Barre.

    16.  Het werk van Post gezien; boeken gekocht van Lepautre [cf. 5 janv.].  Niet aangetroffen M. Frenicle; afscheid genomen van M. Chapelain waar M. de la Mothe Vayer was; van M. Conrart.  Gedineerd bij M. Foucault met M. Justel en Gomberville.  Niet aangetroffen M. de Clerselier; vaarwel aan M. Gobert.  Niet aangetroffen de hertog van Roannez, en M. Montmor, en de bisschop van Laon, en Thevenot, en Mle de Scudery.  Gespeeld op de markt met M. la contesse de

[ 562 ]   [ maart ]
Roye*) en Mle van Gent, en gewonnen.  M. Conrart en Auzout waren naar me wezen vragen, briefje van de hertog van Luynes.
    *)  Isabelle de Durfort-Duras, in 1656 gehuwd met Fréderic-Charles de la Rochefoucauld [^], comte de Roye, die gediend had in het Staten-leger en stierf in 1715.

    17.  M. de Monconys was bij me op bezoek, en zei me dat Divini en Fabri bezig waren met een weerwoord aan mij; dat Divini er zeer door gekwetst was dat ik hem een glazenmaker genoemd had (vitrarius artifex), dat ze me echter in alle beleefheid zouden antwoorden; dat Fabri nog aan zijn hypothese vasthield door 6 satellieten achter Saturnus te zetten, en dat hij me 20 mooie gevolgtrekkingen zou tonen die ik had moeten afleiden uit mijn systeem, gesteld dat het waar was, onder andere de beweging van de aarde.  Met Monconys bij de hertog van Luynes geweest, aan wie ik mijn verrekijker liet zien en de microscoop; we zagen Chaillot en mont Valerien; de jonge markies.  Na het middagmaal M. Justel bezocht, die me de sleutels gaf van Cyrus en Clelie, en verzen van Mle Desjardins; vaarwel gezegd.  M. de Montmor aangetroffen; Rohault*), die de proef met een glasparel (larme de verre) [<,>] deed, en me de meting van de hoogte van het kwik gaf.  Op bezoek geweest bij M. Tassin [<], in de Rue S. Honorè; lag in bed in een donker kamertje, wegens een beenbreuk van 6 weken geleden; ik vond hem veel redelijker dan voorheen, en hij bedankte me uitvoerig voor het bezoek. God zij geloofd.  Geld opgenomen bij van Gangel.  Vaarwel aan Me van Gent en haar dochters.  De hertogen van Luynes en van Roannez hadden naar me gevraagd.
    [ *)  Op 7 dec. 1661 beschreef Huygens proeven met zijn luchtpomp in een brief aan Lodewijk, die toen in Parijs was, met "vertel het aan Rohault" (III, 397).]

    18.  Vaarwel gezegd aan M. Petit, die me een brief gaf voor M. de Ranelagh.  A. M. Q. [?]  Gedineerd bij de ambassadeurs.  M. van Beuningen begeleidde me tot beneden.  Vaarwel aan de hertog van Roannez, en M. Dubois, die me aan Vogelaer*) een aanbeveling liet schrijven. We spraken over drijvende cilinders. M. de Caravas°) kwam er.  Thevenot na het souper.  Boek en briefje van Berthod.
    *)  Misschien D. de Vogelaer, p. 432 hiervoor [<]. Over andere leden van deze familie: IV, 192.
    °)  Louis-Armand Gouffier, comte de Caravas.

    19.  Me Le Fevre betaald. Vaarwel aan de disgenoten Maser, Canceler, Valkenhaen, Pren, Linneman, Kelmer, Horst. Eerder waren er Haersholte, Valck van Zutphen, Isselmuijde.  M. Morbais kwam me vaarwel zeggen. Dumont zond een fles

[ 563 ]   [ maart ]
Condrien-wijn.  Berthod met Burat.  Buot bracht me een probleem dat hij had opgelost [III, 258].  Gobert gaf me een boek met liederen, en zond me Sommes nous pas trop heureux [^].



[ 566 ]
§ 2.  Reis, verblijf in Londen etc.

    Vertrokken om 11 uur, met de reiskoets naar Calais, in gezelschap van 3 Engelsen Mr Ingram, M. Tounsen, en de bediende. Betaald voor mij 20 pond, voor mijn knecht 18, de koffer 13.  Langs S. Denis gegaan.  Om 5 uur in Beaumont; mooi gezicht op de deur van de kerk, die op een berg staat. De Oise loopt er langs.

    20.  Gedineerd te Tillar; bergachtig land; keien van vuursteen.  Geslapen in Beauvais, mooie stad, bezienswaardige kerk.  Mrs de Montjoie en de Coudray volgden ons per karos, hun gouverneur M. de Baumal.

    21.  Gedineerd te Sanpuy [Cempuis], arm dorp.  Geslapen te Poy, ligt aardig in een klein dal.

    22.  Gedineerd te Rein, een dorp;  geslapen te Abbeville, aardige stad en in een mooie omgeving; de meisjes dragen er korte mantels zoals in Calais en Dieppe. Muren van baksteen; garnizoensplaats.

    23.  Gedineerd te Nanpon [Nempont], klein dorp;  geslapen te Montreuil, gelegen op een berghelling; beschadigd door de oorlogen; er zijn wat soldaten gelegerd. Onderweg ontdekten we de zee; strook lint, geknoopt per twee duim. Priester gaf godsdienstonderwijs aan kinderen in de kerk; ja, nee.

    24.  Gedineerd te Franc [Frencq], erbarmelijk dorp.  Geslapen te Boulogne; aardig gezicht bij het naderen van de stad. Er is zowel een hoge als een lage stad. In de hoge zijn twee of 3 fonteinen, M. de Villequier*) is de gouverneur.
    *)  Antoine d'Aumont etc., zie 22 dec.

    25.  We reisden een ½ mijl langs de zeekust, die vol grote stenen ligt.  Daarna over het hoge land; hadden een maaltijd op 3 mijl.  We kwamen om 5 uur in Calais aan.  Het land rondom de stad is overal laag en lijkt op dat van Holland; het kan onder water gezet worden met de sluizen die bewaakt worden door het fort Nieulay [^].  Mijn brief aan de Glarges [VI, 652] gegeven.  Gelogeerd in de Lion d'argent.

    26.  Het te ruwe weer belette ons te vertrekken.  Gewandeld op de bolwerken met de Glarges; ze omringen een oude muur en een kleine gracht; de haven wordt meer en meer onbruikbaar door het zand, wordt bewaakt door een klein fort, de Risbanc geheten.  M. de graaf van Chavros [Louis de Béthune] is gouverneur,

[ 567 ]   [ maart ]
M. de Courtebourne luitenant des konings. Er is een mooi exercitieveld midden in de stad, waar het stadhuis is, dat zwaar beschadigd is door het vuur enige tijd geleden.

    27.  Zelfde weer.  Geschreven aan vader.  Bij fort Nieulay geweest met de Franse markiezen, per karos.

    28 et 29.  Konden nog niet vertrekken.

    30.  Waren midden in de nacht op, in de mening te vertrekken.  Scheepten ons in om 10 uur in de pakket-boot, bij mooi weer.  Bruinvissen, zee-eenden.  Om 8½ uur in Dover aangekomen, waar de kust hoog en wit is.  Voor de overtocht betaalt men een écu per persoon; men rekent 8 mijl en men is soms in 3 uur over.  De stad is beneden ongeveer even groot als Calais.  Gelogeerd aan de haven bij het uithangbord het Schip, van waar men het kasteel [^] en de krijtrotsen [^] ziet.  Er zijn 4 posthuizen van hier tot Gravesend, men betaalt 4 shilling voor elk.

    [ UvA : 1629 ,   kaart 1689 ]

    31.  Ik nam een karos met 6 paarden, met M. Ingram, voor 5 pound, en we zonden onze spullen met de postkoets voor een stuiver per pond. We zaten zeer ongemakkelijk in deze karos, die klein was en zo laag dat je niet je hoofd recht kon houden.  We kwamen om 5 h aan in Canterbury, dat op 15 mijl ligt.  We gingen binnen in de grote kerk, die heel mooi en hoog is; je gaat omhoog het koor in met 12 of 15 treden; de 'common prayers' werden er gezongen, en de kanunniken waren gekleed in koorhemden.  Onder de kerk is er nog een waar de Fransen preken; verscheidene mooie graven.

    1 Apr.  Gedineerd te Sittingburn, op 15 miles; een uur gerust.  Langs Chatham gegaan, waar we zo'n 14 fregatten zagen; iets verder ligt Rochester, kleine stad.  Gingen over de brug van de rivier van Chatham, die lang is en goed gebouwd. Het is 11 miles van Sittingburn.  Gesoupeerd te Gravesend, 7 mijl verder, en we hadden de 33 miles van Canterbury tot hier gedaan in 11 uur, terwijl de karos een matige gang had.  Het dorp is niet groot; er lagen 14 of 15 fregatten aan het anker; aan de twee kanten van de rivier zijn twee kleine forten.

    2.  Er was teveel wind om een 'paravoar' te nemen, en we besloten een 'lighthors' te huren, dat zijn grotere, dichte boten, getrokken door 6 mannen; kostte 20 sh.  Vice-admiraal Lawson ging met ons mee.  Te Wolwych nam hij ons mee om een jacht te bekijken dat men aan het bouwen was voor de hertog van York [cf. 8 feb.] en hij bood ons een kleine maaltijd aan in het huis van de meester-timmerman.  We zagen nog een groot aantal schepen op de rivier, en om 4 uur gingen we Londen binnen.  We namen een karos, en ik ben prins Maurits gaan opzoeken, en zocht een kamer in de buurt.

[ 568 ]   [ april ]
    In de brief van 20 januari 1661 [<] van broer Constantijn is al sprake van een gezantschap van Maurits de Braziliaan naar Engeland [...].

    3.  Ik ben Samuel van Huls [<] gaan bezoeken, van wie ik 7 pound leende.  Gedineerd met prins Maurits.  Na het middagmaal M. van Beverweerd en M. van Gogh gegroet.  Cath. Smits°) en Mr Swann [II, 548] bezocht.
    °)  Catharina Smits [Smitz], dochter van Caspar Smits, Hollands schilder gevestigd in Londen; zie ook 8 april. Ze musiceerde goed; zie III, 276 en IV, 33, 63.

    4.  Met Swann naar Whitehall. Van der Does [III, 230] liet me de schilderijen [^] zien in het kabinet van de koning, een uitstekend exemplaar van Quentin. De ceremonie in de kapel van de koning gezien, ter gelegenheid van het feest van de annunciatie: offerande, prayers met muziek van koor en orgel.  Gedineerd bij onze ambassadeurs. M. van Hoorn [^] gegroet.  Na het middagmaal Mle van Beverweerd [Charlotte: III, 222] bezocht.  Geweest bij M. Bruce*), bezoek aan Madame die te bed lag. Met M. Bruce naar de tuin van Whitehall, de
    [ *)  Alexander Bruce (1629 - 1681), second Earl of Kincardine (^); cf. 14 maart, en IV, 256.]

[ 569 ]   [ april ]
machine*) gaan zien voor het opzetten van de telescoop van 35 voet.  Gewacht op M. Moray in zijn kamer, hij kwam niet.
    [ *)  Cf. Voyages de Monconys, II, 77.]

    5.  Met prins Maurits en Weiman in Hampton Court geweest, huis van de koning, nogal mooi, gebouwd door kardinaal Wolsey, zeer mooie wandtapijten, triomfen van Mantegna. Nieuw kanaal dat de koning laat maken in het park, 100 voet breed, 600 beuken, tuin ernaast waar een fontein is; 2 spannen van 6 paarden, gekomen van de hertog van Oldenbourg.  Na het avondeten kwamen M. Bruce en Moray me halen voor waarnemingen in de tuin van Whitehall, maar we zagen niets door de zware bewolking. M. Robert Moray gaf ons cakes en droge wijn, M. Paul Neile [^] iets van zijn heel uitstekende cider.

    6.  De ambassadeur van Florence kwam prins Maurits bezoeken; we aten oesters; M. de Montjeu en de Coudray dineerden er, en M. de Vic [Henry], Silvius [Gabriel] en Boreel [Johan]. Deze laatste nam me mee om de schilder te zien snijden*), waar M. Bruce me kwam ophalen en we gingen naar de bijeenkomst in het Gresham college. Daar zat M. Moray voor, en hij maakte me complimenten. Men ontvangt er alle lords, en niet de eenvoudige edele heren, behalve bij verkiezing, waarbij men 2/3 van de stemmen moet hebben. Wie spreekt neemt de hoed af. Men bracht me ervan op de hoogte dat de glasparels die breken [cf. 17 mrt.] gemaakt worden door ze in koud water onder te dompelen en ze er meteen weer uit te halen.  Doctor Goddard nam ons mee om in zijn appartement drie mooie slingeruurwerken te bekijken.  Van daar gingen we naar de tuin van Whitehall om de Maan, Jupiter en Saturnus waar te nemen.
    [ *)  Gipsversiering? Of: versnijden, verf aanlengen.]

[ 570 ]   [ april ]
Maar deze kijker van 35 voet leek me niet erg duidelijk, zoals de mijne van 22 voet is; ik heb beloofd dat ik de glazen daarvan zou laten komen*).
    *)  Zie no. I van p. 172 hiervoor.  III, [265, brief 12 april, en] 267, 28 april: de glazen worden verzonden. En III, 277: de Engelsen erkenden dat Huygens' glazen beter waren, en deze leerde hun zijn methode (zie 23 april).
[ 14 mei: "het waren toen mijn glazen".]

    7.  M. Chieze [cf. 5 dec.] kwam me bezoeken.  M. Bruce nam me mee om te dineren bij de gravin van Devonshire, maar omdat zij bij graaf Elgin was gingen we daar dineren; grote zilveren schotels, veel respect.  M. de graaf onderhield me in het Frans.  Ik maakte er kennis met Sir George Booth, zijn vrouw was er ook met haar zus, die de vrouw is van Mil. Bruce, zoon van de genoemde graaf Elgin.  M. Ingram en Tounsen gaan opzoeken.  M. Boreel en Mrs Ferijn bezocht.

    8.  Geschreven aan vader.  De kleine Spanjaard kwam me bezoeken en geld vragen; daarna Mrs de Montjeu en Coudray.  Na het middagmaal bij Mr Smits [cf. 3 apr.] met M. Chieze.  Ms Betti, onschuldig; M. de Montpouillan [add. 920].  Milord Brouncker had naar me gevraagd.

    9.  Een andere kamer genomen; Gasp. Duarte [jr.; cf. 15 okt.] ontmoet.  Geweest op St Paul's Churchyard [^].  Mr Swann bezocht.

    10.  In de Engelse kerk; opgesloten in de bank.  M. Bruce niet aangetroffen, en Mr van Beverweerd.  Op bezoek gegaan bij de Franse heren.  Van daar naar Mr Killigrew, waar aanwezig waren Cer en Lamire*).
    *)  Misschien l'Amyr, vlaams edelman, genoemd door de gebroeders de Villers; zie J. Faugère, Journal d'un voyage à Paris 1657 - 1658 [1862, p. 189], 2e ed. 1889. Zie voor de Villers: III, 187.

[ 571 ]
    11 Apr.  Met M. Bruce naar Gresham College, waar Doctor Goddard ons de proeven met vloeistoffen liet zien. Hij mengde twee heldere die samen een zwarte inkt maakten, en toen hij er een derde bij goot werd deze inkt weer helder, zonder enig bezinksel. Twee andere maakten een vloeistof als melk, welke eveneens door menging met een derde weer helder werd. Een ander mengsel maakte gestremde melk die helder werd door een andere vloeistof; enkele schuimden sterk bij het mengen, en warmden op; andere brachten verschillende kleuren voort. De belangrijkste vloeistoffen waren wijnsteengeest en vitrioolgeest.

    We dineerden in een 'cabaret', met Mrs Robert Moray, Paul Neile, Milord Brouncker, Boreel, Vermuyden, Dr. Goddard, en ....*); ze wilden niet dat ik betaalde.  Na het middagmaal zagen we in het laboratorium de proef met het lood dat, na weging met de kroes voordat het in de oven wordt gezet, samen meer blijkt te wegen nadat het uit het vuur gehaald is, met ongeveer 1/100.  Op de bijeenkomst kwam M. Boyle.
    [ *)  John Evelyn schreef in zijn Diary (ed. 1890), p. 272:  "1 April.  I din'd with that great mathematician and virtuoso Monsieur Zulichem, inventor of the pendule clock, and discoverer of the phaenomenon of Saturn's annulus; he was elected into our Society."  Zie over hem ook 29 april, 12 en 14 mei.]

    12.  M. Boyle kwam me bezoeken, en we hebben lang gepraat.  Na het middagmaal M. Oldenburg.  Vaarwel gezegd aan M. Bruce.

    13.  Vertrokken naar Oxford met Mrs de Montjeu, de Coudray, de Beaumale, Chieze, Oger.  Gedineerd te ...., geslapen te ...., raven, houten bekers. Chieze had kramp.

muts     14.  Om 9 uur te Oxford.  M. Vernham nam ons mee om alle colleges te bekijken. In het zijne (the Christ College) bood men ons bier aan in zilveren drinkbekers bijna zo groot als een emmer; vertel dat eens aan je bediende; vierkante mutsen, plat van boven; zwarte mantels.  Het gebouw waar de Bibliotheek is, en de auditoria, is van Bodley; de bibliotheek heeft deze vorm:
H-vorm
het gewelf heeft veel versieringen; mooie galerijen, waar de kabinetten met medailles zijn.  Er zijn 101 grote colleges, in totaal ongeveer tweeduizend scholieren. Weinig mensen op straat.

[ 572 ]   [ april ]
kaart
UvA


    15.  M. Vernham wilde ons een ontbijt geven, maar we bedankten ervoor. Hij was in Duitsland en Holland geweest, en had M. Hevelius [<] ontmoet; sprak goed Latijn.  We gingen zonder rustpauze naar Windsor.  We zagen de kathedrale kerk die heel mooi is, en fijn bewerkt. Het kasteel is uitgestrekt [^]; de kamers slecht onderhouden, wat men wilde gaan herstellen; mooi uitzicht vanaf het balcon. M. Mordaunt is de gouverneur. Het magazijn lijkt op de Burcht van Leiden.  Koning Charles I is begraven in de kapel van het kasteel, maar er was nog geen grafsteen of inscriptie.  Uithangborden van de 'cabarets' zeer breed, zoals in alle dorpen.

    16.  Gedineerd te Hamptoncourt, en het huis en het park gezien. De koning was er met de hertog van York en de hertogin. Heel eenzame plaats bij het binnengaan; afbeelding van de geweien van Amboise, 11 voet hoog, 9 voet breed*).  Langs Hyde Park gegaan, dat slechts een open veld is met heel weinig bomen.  Gesoupeerd bij M. de Montjeu.
    *)  Cf. Voyages de Monconys, II, 78.

    17.  Naar de prediking bij de ambassadeurs, en met hen gedineerd. Daar trof ik aan P. Graef, I. Vlooswijck, Honiwood, de ontvanger Uyttenbogaert en zijn zoons.  's Middags begroeting van Me de Beverweerd en haar dochters, Me van Hoorn, en Mle Uijttenbogaert.  Prins Maurits bezocht.  Bij C. Smits geweest.

    18.  M. Oldenburg gaan bezoeken.  Na het middageten in Gresham College, waar D. Wallis [<] was. Men deed proeven om te bewijzen dat artilleriestukken terugstoten voordat de kogel er uitgegaan is, wat juist bleek.
    [ III, 323: 'Of the Recoyling of Guns', add. IV, 581.]

    19.  Niet gedineerd.  M. Oger bezocht.  Mr Ferris niet aangetroffen.

    20.  Bezocht door M. Wallis, en Rooke; daarna door M. Boyle.  Na het middageten kwamen Mrs Moray en Brouncker me ophalen, en we gingen naar de bijeenkomst, waar ik M. Wren aantrof. Men sprak over het water dat opstijgt in kleine buisjes*), en men stelde een comité in
    [ *)  Cf. 7 dec., en XIX, 334.]

[ 573 ]   [ april ]
voor zaterdag bij mij, tot verdere ontwikkeling van verrekijkers.  Met M. Moray vaarwel gezegd aan Me Bruce, en gebleven tot 10 h.

    21.  Gedineerd met M. de Montjeu.  Met Huls op zoek geweest naar M. Kalthoff*).  Geweest bij C. Smits, waar ik Betkofsky°) hoorde spelen.
    *)  Caspar Calthoff of Kalthoff [Calthof/Kalthof, die slijpvormen gemaakt had in 1655-6 (<); ook 12? mei niet aangetroffen (>); wel in 1663 (>)]. Zie p. 457.
    °)  Musicus, voorheen aan het hof van don Juan van Oostenrijk in Brussel [cf. Const. Huygens, brief 5531: Sr. Bedkofski].

    22.  Op bezoek geweest bij Me de Bevervoord, met Vlooswijck naar Hyde park en Mulberry garden [^]; daarna naar de nieuwe beurs*).
    [ *)  New Exchange, "Britain's Burse" (^).   Agas map: ca. 1560-70 (^).]

    23.  Gedineerd in mijn kamer.  's Middags verzamelden zich bij mij M. Moray, Mil. Brouncker, Sr P. Neile, Dr. Wallis, M. Rooke, M. Wren, D. Goddard. We spraken over de manier om lenzen te slijpen, en ik vertelde hun mijn methode [cf. 6 apr.]. Opgelost de gevallen die ze me voorlegden aangaande botsingen van twee bollen [<].

    24.  Gedineerd bij de ambassadeurs van Holland.  Bij C. Sm.

    25.  Met M. Moray, Neile, Vermuijden, Wallis vertrokken naar Windsor, waar ik 's middags de ontvangstceremonie zag van de ridders van de orde van de Kousenband, die plaats vond in de kerk. De koning was in zijn zetel aan het einde van het koor. De 'arme ridders', gevolgd door 11 wapenherauten [^] gingen de ridders halen, en begeleidden ze het koor in. Daar maakten zij een buiging naar het altaar, en nog een naar de koning. Hierna gingen ze in hun banken aan de kant zitten, waar de hertogen van Ormonde en van Buckingham hun omdeden een blauwfluwelen mantel, gevoerd met witte taf, over de mantel van karmijnrood fluweel waarmee ze al gekleed waren, een voorwerp in de vorm van een bedelzak op de rug, vastgemaakt over de rechterschouder, en de ordeketen over alles heen.
veren met pluim Ze droegen allen mutsen van zwart fluweel met witte veren, en een pluim erop,en de meesten banden met diamanten. Bij het souper waren ze allen twee aan twee gerangschikt aan dezelfde kant van een lange tafel in de grote zaal, aan het einde waarvan de tafel van de koning was, en de muziek aan de andere kant erboven. De confitures werden allemaal uitgedeeld en geplunderd.

    26.  De koning en de ridders en de bisschop gingen in processie de kerk in, voorafgegaan door de 'arme ridders' van Windsor, die mantels dragen van violette wol, de 11 herauten, zangers met koorhemden van linnen, kanunniken gekleed in mantels van violette taf. Daarna bracht elk van de ridders zijn offerande naar het altaar, en toen de gebeden op muziek gedaan waren ging men dineren.  's Middags gingen de koning met zijn broer, de hertog van Buckingham en Mil. Mordaunt, gouverneur van Windsor

[ 574 ]   [ april ]
het terras op, bovenop het magazijn dat de ronde toren is, waar ik in zijn gezelschap was met M. Moray en Vermuijden. Vervolgens gingen we alle appartementen bekijken, de keukens, de torens en de kelder, waar we een maaltijd gebruikten.

    27.  Geweest te Hamptoncourt.  Daar dichtbij gedineerd te Kingston.  Om 6 h. in Londen aangekomen.  De Engelsen betaalden mijn kosten, tegen mijn zin.  Mr Boyle had me zijn nieuwe boek gezonden*).
    *)  Robert Boyle, New experiments physico-mechanicall, touching the spring of the air and its effects (1660).

    28.  M. de Beauvais*) kwam me bezoeken, een echte betweter; hij sprak over zijn universele wetenschap, en wenste in dienst te komen bij de prins van Oranje.  's Middags met Vlooswijck, Montjeu &c geweest bij de 'boar beat' waar beren en stieren vochten tegen honden; klein paard met een aap erop achtervolgd door een hond°).  In Whitehall prins Maurits ontmoet en met hem bij de ambassadeur van Spanje geweest; al zijn mooie appartementen en meubelen gezien; uitvindingen om wijn te koelen, en om vlees te verwarmen.
    *)  Charles de Beauvais, predikant te Londen. Hij had theologie gestudeerd te Leiden. Uit de briefwisseling van Constantijn Huygens blijkt [brief 5693] dat hij mee wilde werken aan de opvoeding van de jonge Willem III.  [ Publicatie o. a. De disciplinis, et scientiis in genere, London 1648.]
    [ °)  Een dergelijk evenement weer op 12 mei; ook gezien door Monconys in juni 1663: Voyages, II, 72.]

    29.  Geschreven aan vader.  M. Chieze bezocht.  Na het middageten in Whitehall geweest, in het Banqueting house waar de koning ridders of the bath*) benoemde, die de rode band dragen. De ridders hielden tevoren een optocht te paard, met elk 2 schildknapen aan hun zijden, rijk gekleed, en zelf in een rode zijden mantel. Ze werden 6 aan 6 in de zaal binnengeleid bij de koning — die onder de baldakijn zat, de hertog van York en de hertogin naast hem — en hij legde bij elk het plat van een groot zwaard op de schouder. Daarna nam hij een ander zwaard dat de page van de ridder naar hem toe had gebracht, en gaf het aan de ridder, en hij deed hem eigenhandig het rode lint om de hals. Twee herauten begeleidden hen; achter hen liep de page die het zwaard droeg en achter deze de ridder met zijn 2 schildknapen aan zijn zijden. De zaal is groot en mooi, met een mooi plafond en een galerij en balkon er omheen voor de toeschouwers.
    [ Evelyn, 19 April (^): "I might have received this honour, but declined it."]

    30.  In dezelfde zaal benoemde de koning nieuwe graven en baronnen. De graven hadden mantels van karmijnrood fluweel gevoerd met hermelijnbont, een kroon van rood fluweel met fleurons en parels, die de koning hun eigenhandig opzette. De baronnen hadden mantels van scharlaken en kronen zonder fleurons.

    2. Maj.  Met prins Maurits op een balkon gestaan bij Charing cross, vanwaar we de koning zagen voorbijgaan, die zich van de Tower naar Whitehall begaf. De volgorde van de stoet staat in het drukwerk. De compagnieën infanterie van de wacht stonden in een haag aan twee kanten van de straat. De cavalerie was heel licht, waaronder de wacht van de koning, van de hertog van York en van Mil. Albemarle, of Monck. De livreien van de milords en van de hertogen waren zeer weelderig, de meeste met tressen van goud en zilver; de zadelkleden en mantels alle met overdadige opschik of omzoomd.

[ 575 ]   [ mei ]
    3.  De kroning van de koning vond plaats in het koor van de kerk van Westminster. De bisschop van ... hield eerst een lange prediking, terwijl de koning gezeten was voor het altaar; daarna zalfde de bisschop van Canterbury zijne majesteit, die ontkleed was tot op zijn rood-satijnen kamizool, dat open gedaan werd en teruggeslagen op de schouders, die de bisschop insmeerde met olie, zoals ook de borst, de slapen, en de hoofdkruin. Toen werd hij weer gekleed, en hij deed hem de koninklijke mantel om van karmijnrood fluweel gevoerd met hermelijnbont, en tenslotte de kroon, die was met 4 ..., verrijkt met diamanten, een muts van fluweel erin en onderaan een strook hermelijnbont. Het volk in binnen en buiten de kerk riep luid, waarop er zilveren medailles van ongeveer 15 stuiver werden uitgestrooid. De koning ging plaats nemen op de troon die tegenover het altaar stond, waar alle lords hem de hand kwamen kussen. Onderwijl was er muziek van stemmen en instrumenten.  Dit alles van horen zeggen*), want ik was onderwijl bij Reeves°) om Mercurius voor de Zonx) waar te nemen, zoals ik ook deed; het was 30 jaar geleden dat M. Gassendi hetzelfde gezien had.+)

    [ *)  Cf. Samuel Pepys, Diary 1661, Coronation; en John Evelyn, 23 April.]
    °)  John Reeves, maker van instrumenten, zie III, 46. Een brief van hem in het Nederlands (misschien vertaald) van 1661 aan Huygens, na diens vertrek: III, 445. In de volgende delen is meermaals sprake van lenzen van Reeves. Constantijn sr, in Londen 1664, prees een kijker van hem (V, 102). Hij zond ook (V. 131) Engels glas en door Reeves geslepen lenzen aan zijn zoon, die schreef: "Men bewondert in Parijs de microscoop die mijn vader er gebracht heeft, door hem gemaakt". Moray schreef echter (T. V., p. 136) dat de telescopen van Reeves wel minder zijn dan die van Campani.
    x)  Zie o.a. over deze waarneming XV, 72-73 [brief aan Boulliau: III, 281, aan Hevelius: 314] en XXI, 307; over die van Hevelius XXI, 872.
[ J. Hevelius, Mercurius in sole visus (1662), p. 53, tab., fig., p. 82: Huygens. ]

    +)  XXI, 319 en 336.
[ Petri Gassendi ... Opera ... astronomica (1658), I, 499-504: 'Mercurius in Sole visus' (1631).]
[ III, 72: tweede waarneming van Mercurius voor de zon in 1651, Shakerley in India (Surat, bij Bombay).]


    [11.]  Onthaald bij M. Ball [<], die 13 broers en zussen heeft. Ik had zijn broer [<] in den Haag ontmoet. Aanwezig waren Mil. Brouncker, M. Moray en Slingsby [III, 277]. 's Middags ging ik met 2 van de meisjes en 2 broers wandelen in Hyde park, waar een groot aantal karossen was, omdat het 1 Mei was (oude stijl).

    [12?]  Met Moray en Slingsby op zoek geweest naar Kalthof [<], die we niet aantroffen.  Bij terugkeer zijn we naar binnen gegaan in het gebouw van Lesley, dat hij in de rivier op een plat schip gemaakt heeft. Er is een grote zaal, kamer en kabinet; een balustrade loopt om alles heen.

    Met dezelfden gaan kijken waar men zijden kousen maakt op een weefstoel; de machine is van ijzer en is heel ingewikkeld. Men zegt dat het een uitvinding is van een student in Oxford, uit liefde voor zijn vriendin, die hij zulke kousen zag maken met het weefriet*).
    *)  Dit bezoek wordt vermeld door Evelyn (zie 11 april) in zijn Diary, 3 mei [ed. 1890:  "I went to see the wonderfull engine for weaving silk stockings, said to have been the invention of an Oxford scholler 40 years since; and I return'd by Fromantil's the famous clock-maker to see some pendules, Monsieur Zulichem being with us."].  De uitvinder was William Lee, overleden in 1610.

    Gedineerd bij Slingsby, die me medailles van Cromwell bezorgde voor 3 pièces. Met hem geweest bij M. die al deze medailles gemaakt heeft, en die nu voor de koning werkt.

[ 576 ]   [ mei ]
    Wezen kijken naar het vechten van beren en stieren tegen honden, met Marq. de Monjeu, de Coudray, Vlooswyck (heer van Mare [Maarn]), M. Chieze &c. Aap op paard. [cf. 28 apr.]

    13 Mei.  In de tuin van Whitehall waargenomen met de grote kijker van M. Neile de samenstand van Saturnus met de maan. Saturnus ging boven langs, heel dichtbij. De hertog van York was er ook.
    [ Evelyn Diary, 3 May:  "This evening I was with my Lord Brouncker, Sir Robert Murray, Sir Pa. Neill, Monsieur Zulichem and Mr. Bull (all of them of our Society and excellent mathematicians), to shew his Majestie, who was present*), Saturn's annulus as some thought, but as Zulichem affirm'd with his Balleus [bandelier] (as that learned gentleman had publish'd), very neere eclipse'd by the Moon, neere the Mons Porphyritis; also Jupiter and Satelites, thro' his Majesty's great telescope, drawing 35 foote; on which there were divers discourses."]
    [ *)  Huygens (III, 277): "De koning is er geen enkele keer bij geweest". ]

    [14.]  De volgende dag kwam hij er terug en met hem de hertogin, de voormalige Mrs Hyde. Het waren toen mijn glazen*). Ik maakte een buiging voor de hertogin, en M. Neile gaf me veel lofprijzingen.
    [ *)  6 april: "... de mijne van 22 voet, ik heb beloofd dat ik de glazen daarvan zou laten komen".]

    M. Moray onthaalde ons dikwijls in zijn kamer daar dichtbij op cakes, bottle ale, en wijn. Ik leerde er Dr. Wilkins*) kennen, schrijver van het boek dat de maan misschien een wereld is, en de aarde een planeet. Hij is bezig met het maken van een universele taal.  Ik heb er ook M. Evelyn°) ontmoet, die een groot boek schrijft over tuinbouw; en M. Tuke x), teruggekeerd uit Parijs waar hij bij M. de Montmor geweest was, en hij zei dat M. van Beuningen er vaak kwam en dat hij opmerkelijke resultaten behaalde.  Bij Mil. Brouncker ontmoette ik Sr Kenelm Digby +), een groot man en zwaargebouwd, die me grote complimenten gaf.  Een andere keer ontmoette ik er M. Finch #), pas teruggekomen uit Florence, en hij had een brief van prins Leopold, waarin deze aanbood een briefwisseling te onderhouden met de academie van Londen. Men besloot dat er geschreven moest worden aan de prins uit naam van de academie, en er werd over gedelibereerd in welke termen, welke taal, en met welk zegel men de brief zou afsluiten.

    *)  Zie over John Wilkins III, 295, met de titel van het boek van 1638: Discovery of a New World etc. [ed. 1684 met A discourse concerning a New planet van 1640], evenals die van de Franse vertaling van 1656 [1655Le Monde dans la Lune etc. [...].
    Een ander werk van Wilkins verscheen in 1668: An essay towards a real Character and a Philosophical Language [^]. Huygens las het in maart 1669: VI, 397.

    °)  John Evelyn [cf. 11 april] was een geleerd plantkundige, maar het boek (zonder auteursnaam gepubliceerd) dat Huygens in 1662 van hem ontving (IV, 176, 200) is niet over tuinbouw maar over Sculpture etc.  Zijn Sylva or a Discourse of Forest-Trees etc. [^] verscheen pas in 1664.
[ Diary, 16 Feb. 1664:  "I presented my 'Sylva' to the Society".]

    x)  Sir Samuel Tuke, overleden in 1674 [^]. Bij de restauratie van het koningschap werd hij belast met diplomatieke missies naar Frankrijk. Zie over hem en zijn verblijf in Parijs van 1661: III, 286.
[ R. Moray aan Chr. H., 1 juli 1661:]

Het doet ons goed te vernemen dat ons voorbeeld als prikkel gediend heeft voor dat geleerd gezelschap dat bijeenkomt bij Monsieur de Montmor, om hen aan te sporen tot het onderzoek van de waarheid der dingen met de juiste middelen. We zouden opgetogen zijn als alle andere van Italië hetzelfde zouden doen. We hebben een brief opgesteld voor Monsieur de Montmor die een correspondentie tussen ons zal doen beginnen zoals zij wensen, volgens wat een lid van onze society — iemand die bij hen onlangs op luisterrijke wijze ontvangen en onthaald is — ons namens hen gezegd heeft.
    +)  Digby wordt in 1661 door Moray opgehemeld om zijn welsprekendheid en zijn kennis, o.a. als scheikundige (III, 285). Hij publiceerde dit jaar een Discourse concerning the vegetation of plants [^] (III, 278) [oordeel van Chr. H.: p. 384Fr. 1667]. Hij liet memoires na [^].
    #)  Zie over Sir John Finch: V, 107 noot 5, en V, 558.
    [ Scholarly societies, XVIIe eeuw.]




[ Nieuwe versie in Biografie ]



Christiaan Huygens | XXII | Reisjournaal 1660-1 (top) | 1663