Eale | ||
Der Naturen Bloeme (boek 2): | ||
Eale dats ene beeste Eale dat is een beest ghelijc den parde, segt de jeeste. dat lijkt op 'n paard, zegt het verhaal. Als d'olifant eist ghestart, Met een staart zoals de olifant, ende hets pecswart ghehart, en het is pikzwart behaard, ghekinbacht als .i. everswijn; met kaken als een everzwijn; ende hevet horne, die langher sijn en het heeft hoorns, die langer zijn dan .ii. voete, dart mede doet dan twee voeten, en daarmee doet het menech vreselic ghemoet. veel gevaarlijke aanvallen.
Dit spreket Solinus, ende Jacob segt Dit zegt Solinus, en volgens Jacob (van Vitry) alst wille, dattet achter legt kan het naar wens de ene hoorn den enen horen, ende orebard naar achter leggen, en het gebruikt dan den andren te stride ward; de andere om te strijden; ende als die plonc es, ofte moede, en als deze bot is, of vermoeid, rechtet den andren up met spoede, richt het de andere op met spoed, ende laet dit ligghen na sire maniere. en legt de eerste gewoon weer neer. Dit dier es gherne bi riviere. Dit dier is gaarne bij rivieren.
![]()
Afbeelding links: KB (KA 16).
Zie ook Aberdeen Bestiary: yale
en Medieval Bestiary.
|
Fabeldieren , Der Naturen Bloeme |