liederen voor hoofd en hart



vertalingen, bewerkingen en vrije teksten

van Wim Vroon

adres



muziek: G. Giordani (1743 - 1798), Arietta
tekstdichter: anoniem


Caro mio ben Jij, door mij geliefd,
Credi mi almen, geloof me alsjeblieft:
Senza di te zonder jou
lanquisce il cor. is 't hart benauwd.

Se tuo fedel

Trouw aan jou
sospira ognor. zucht ik almaar.
Cessa crudel Wreedaard, houd
tanto rigor! je niet zo koud!

Caro mio ben ...

Jij, door mij geliefd...



muziek: F. Mendelssohn (1809 - 1847), Auf Flügeln des Gesanges, Op. 34 Nr. 2
tekstdichter: H. Heine (1797 - 1856)


Auf Flügeln des Gesanges, Op vleuglen van te zingen,
Herzliebchen, trag' ich dich fort, mijn lief, voer ik je voort,
fort nach den Fluren des Ganges, en langs de Ganges gingen
dort weiss ich den schönsten Ort. wij naar een liefelijk oord:
Dort liegt ein rotblühender Garten in maandoorschenen nachten
im stillen Mondenschein; komt stil een tuin uit knop;
die Lotosblümen erwarten de lotusbloemen wachten
ihr trautes Schwesterlein. (bis) hun eigen klein zusje op. (bis)


Die Veilchen kichern und kosen, Viooltjes kirren en kozen,
und schau'n nach den Sternen empor, zien sterren hoog boven de grond;
heimlich erzählen die Rosen steels vertellen de rozen
sich duftende Märchen ins Ohr. luchtige sprookjes in 't rond;
Es hüpfen herbei und lauschen de tamme gazelle, zij luistert,
die frommen klugen Gazell'n; komt, waakzaam, huppelend hier,
und in der Ferne rauschen en in de verte fluistert
des heil'gen Stromes Well'n. (bis) de stem van de heilge rivier. (bis)

Dort wollen wir niedersinken Wij zullen ons nedervlijen
unter dem Palmenbaum, onder de dadelboom,
und Lieb' und Ruhe trinken in liefde en rust ons vermeien,
und träumen seligen Traum. (bis) en dromen de zalige droom. (bis)



muziek: R. Schumann (1810 - 1856) Widmung, Op. 25
tekstdichter: F. Rückert (1788 - 1866)


Widmung Opdracht
Du meine Seele, du mein Herz, Gij mijn ziele, gij mijn hart,
du meine Wonn', mijn verrukking,
o du mein Schmerz, o gij mijn smart,
du meine Welt, in der ich lebe, gij mijn grond waarop ik leve,
mein Himmel du, mijn hemel gij,
darein ich schwebe, waarin ik zweve,
o du mein Grab, in das hinab o gij mijn graf, in u steeds gaf
ich ewig meinen Kummer gab. ik mijn bekommernissen af.

Du bist die Ruh', Gij zijt de rust,
du bist der Frieden, gij zijt de vrede,
du bist vom Himmel de hemel zond u
mir beschieden. mij beneden.
Da¤ du mich liebst, Dat gij mij mint,
macht mich mir wert, is mij zo goed,
dein Blick hat mich uw liefde straalt
vor mir verklärt, in mijn gemoed
du hebst mich liebend über mich, en gij verheft mij door uw blik.
mein guter Geist, mein beßres Ich! Mijn goede geest, mijn beter ik!



muziek: Fr. Schubert (1797 - 1828), An die Musik, Op. 88 Nr. 4
tekstdichter: F. von Schober (1798 - 1882)

An die Musik Aan de muziek
Du holde Kunst, Edele Kunst,
in wieviel grauen Stunden, in hoeveel grauwe stonden,
wo mich des Lebens dat ik door 's levens loop
wilder Kreis umstrickt, was ingesnoerd,
hast du mein Herz hebt gij de liefde
zu warmer Lieb' entzunden, in mijn hart gezonden
Hast mich in eine beßre Welt entrückt! en mij een beetre wereld in gevoerd.


Oft hat ein Seufzer, Vaak deed een zuchten,
deiner Harf' entflossen, aan uw harp ontlopen,
ein süßer, heiliger Akkord von dir een heilge harmonie, een zoet akkoord,
den Himmel beßrer Zeiten een beter, hemels, tijdperk
mir erschlossen voor mij open.
Du holde Kunst, Edele Kunst:
ich danke dir dafür! hoe dank ik u daarvoor!


muziek: L. v. Beethoven (1770 - 1827), Ich liebe dich
tekstdichter: K.F. Herrosee (1764 - 1821)

Ich liebe dich Ik hou van jou
Ich liebe dich so wie du mich, Ik hou van jou als jij van mij
am Abend und am Morgen, bij avond en bij morgen.
Noch war kein Tag, wo du und ich Geen dag nog deelden ik en jij
nicht teilten unsre Sorgen. niet samen onze zorgen.

Auch waren sie für dich und mich Zo waren zij, door jou en mij
geteilt leicht zu ertragen, gedeeld, heel licht te dragen:
du tröstest im Kummer mich, jij troostte in mijn kommer mij,
ich weint' in deinen Klagen. ik weende in jouw klagen.

Drum Gottes Segen über dir, Dat Godes zege op je zij,
du meines Lebens Freude, jij vreugd van al mijn tijden.
Gott schütze dich, erhalt' dich mir, Dat God je hoed' en spaar' voor mij;
Schütz' und erhalt' uns beide. Hij hoed' en spaar' ons beiden.



muziek: Martini (1741 - 1816), Plaisir d’amour
tekstdichter: anoniem

Plaisir d’amour Liefdesvreugde
Plaisir d’amour ne dure qu’un instant, De liefdesvreugde houdt het nog geen week,
Chagrin d’amour dure toute la vie. maar liefdesleed houdt heel je leven aan.

J’ai tout quitté pour l’ingrate Sylvie, Ondankbre Syl, 'k liet alles in de steek;
Elle me quitte et prend un autre amant. zij heeft een ander en mij liet ze staan.

Plaisir d’amour ne dure qu’un instant, De liefdesvreugde houdt het nog geen week,
Chagrin d’amour dure toute la vie. maar liefdesleed houdt heel je leven aan.

“Tant que cette eau coulera doucement “Zolang er water vloeit in gindse beek
Vers ce ruisseau qui borde la prairie, en zachtjes om de weide heen blijft gaan,
Je t'aimerai”, me répétait Sylvie. houd ik van jou”, hield Sylvia steeds aan.

L'eau coule encore, elle a changé pourtant. De beek houdt vol. Maar Sylvia bezweek.

Plaisir d’amour ne dure qu’un instant, De liefdesvreugde houdt het nog geen week,
Chagrin d’amour dure toute la vie. maar liefdesleed houdt heel je leven aan.



muziek: Clément Jannequin ( 1485? - 1564 ), Ce moys de may
tekstdichter: anoniem

Ce moys de may De mooie, mooie maand van mei
Ce moys de may, ce moys de may De mooie, mooie maand van mei
ma verte cotte je vestiray. doe ik mijn rokje aan, het groene.
De bon matin me lèveray, Des morgens vroeg kom ik eruit,
ce joly, joly moys de may. die wonderschone maand van mei,
Un sault, deux saults, ik spring op straat, één keer, twee, drie,
trois saults, en rue, je feray eens zien of ik mijn vriend ook zie.
pour voir si mon amy verray.
Je lui diray qu’il me descotte. Ik zeg hem: Trek mijn rokje uit.
Me descottant le baiseray. Ontrokt hij mij, zal ik hem zoenen.



muziek: John Dowland ( 1562 - 1625 ), Come again
bron: Boocke of Songs and Ayres (± 1600)

Come again! Sweet love doth now invite Kom weer! De lieve Liefd' ontbiedt
thy graces, that refrain al jouw lieftalligheid,
to do me due delight die ik niet meer geniet.
To see, to hear, to touch, to kiss, Jou tasten, kussen, zien, verstaan,
to do with thee again o, weer met je te gaan,
in sweetest sympathy. in toegenegenheid.

Come again! That I may cease to mourne Kom weer! Dat ik het treuren stop
through thy unkind disdaine om jouw hartloos venijn.
For now, left and forlorne, Verloren en alleen
I sit, I sigh, I weep, I faint, I die zit ik en zucht en kwijn en ween
in deadly paine and endless misery. in dodelijke pijn en eindeloos getob.

Gentle love, draw forth thy wounding dart Toe, Liefd'! Uw scherpste pijl en schiet!
thou canst not pierce her heart Haar hart doorboort gij niet.
For I that do approve Dat is wat ik al tracht
by sighs and teares more hot met zucht en traan
than are thy shafts did tempt meer gloeiend dan uw schacht
while she for mighty triumph laughs. terwijl zij luid en zegevierend lacht.




muziek: Toinot Arbeau ( * 1589 ), Pavane
bron: Orchésographie, (1589)

Belle, qui tiens ma vie Liefste, jij houdt mijn leven
captive dans tes yeux, gevangen met je blik.
qui m’as l’âme ravie Jij laat mijn zieltje beven,
d’un souriz gracieux, je lach heeft mij verstrikt
viens tôt me secourir Vlug, haal me uit de nood
ou me faudra mourir want anders ga ik dood.

Pourquoi fuis-tu, mignarde, Moet jij mij, schat, ontwijken
si je suis près de toy? zodra ’k me presenteer?
Quand tes yeux je regarde Als ik jou zo zie kijken
je me perds dedans moy, dan ben ik nergens meer
car tes perfections Ik ben van slag geraakt
changent mes actions. want jij bent zo volmaakt.

Approche donc ma belle, Kom, lief, weer in mijn leven,
approche toy mon bien, wees, lief, weer dichterbij
ne me sois plus rebelle Hou op met tegenstreven,
puisque mon coeur est tien. mijn hart, lief, dat heb jij.
Pour mon mal apaiser, Al wat mij verontrust
donne moy un baiser. kan door jou afgekust.




muziek: Johannes Jeep ( 1582 - 1644 ), Musica, die ganz lieblich Kunst
bron: Studentengärtlein, (1614)

Musica, die ganz lieblich Kunst, Musica, die zo schone kunst,
ist ehrenwert zu halten, moet hoog in eer gehouden,
hat billig allenthalben Gunst staat allerwege in de gunst
bei Jungen und bei Alten. bij jongen en bij ouden,
Sie frischt das Herz, welchs leidet Schmerz, verkwikt elk hart dat lijdt aan smart,
tut all Unmut vertreiben, kan alle zorg verdrijven,
lässt traurig niemand bleiben. laat niemand treurig blijven.

Drum wollen wir mit heller Stimm Dies willen wij met stemmen klaar
Frau Musica stets preisen, Vrouw Musica steeds prijzen.
sie wird gewisslich immerdar Zij zal voorzeker altijd maar
uns ihre Gunst erweisen. weer ons haar gunst bewijzen.
Stimmt an, stimmt an den Lobgesang, Hef aan! Hef aan het lofgezang
lasst eure Stimm' erklingen en laat de stemmen schallen!
und hõrt nicht auf zu singen! Blijf zingen met u allen.



muziek: Cristóbal de Morales ( 1500 - 1553 ), Peccantem me quotidie
tekstdichter: anoniem

Peccantem me quotidie, Dagelijks zondigend
et non me paenitentem zonder berouwen
timor mortis conturbat me ontrust mij de doodsangst.
Quia in inferno nulla est redemptio.. Want in het dodenrijk is geen verlossing.
Miserere mei, Deus, et salva me, God, wees mij genadig en red mij.



muziek: Jean Gaulery ( * 1556 ), Père de nous
naar Mattheus 6: 9–13

Père de nous qui es là haut ès cieux Onze Vader in het hemelhoge,
Sanctifié soit ton nom précieux Dat uw naam geheiligd worden moge
Advienne tôt ton saint règne parfait Breek' uw heilig rijk nu spoedig aan.
Ton veuil en terre ainsi qu'au ciel soit fait. Uw wil word' hier gelijk als Daar gedaan.
A ce jour d'hui sois nous tant débonnaire Wil toch heden onzer mild gedenken.
De nous donner notre pain ordinaire En het dagelijkse brood ons schenken.
Pardonne nous les maux vers toi commis Vergeef ons wat wij jegens u misdreven
Comme nous faisons à tous nos ennemis Zoals wij onze vijanden vergeven
Et ne permets en ce bas territoire. En laat niet toe dat in dit tranendal.
Tentation sur nous avoir victoire Verzoeking over ons regeren zal.



muziek: Felix Mendelssohn ( 1809 - 1847 ), Auf Gott allein will hoffen ich
tekstdichter: Martinus Luther (1483 - 1546)

Auf Gott allein will hoffen ich, Op God alleen wil ik mijn hoop-
auf mein Verdienst nicht bauen. niet op verdienste - bouwen.
Auf ihn mein Herz soll lassen sich Met heel mijn hart zal ik mij ook
und seiner Güte trauen, Zijn goedheid toevertrouwen,
die mir zusagt sein wertes Wort. die mij beloofd wordt in Zijn woord.
Das ist mein Trost und treuer Hort, Daar vind ik troost, een toevluchtsoord
des will ich allzeit harren. Dat blijf ik steeds verwachten.



muziek: Anton Bruckner ( 1824 - 1896 ), Pange lingua
(hymne)

Pange lingua gloriosi Meld, o tong, van het verheerlijkt
Corporis mysterium lichaam het geheimenis,
Sanguinisque pretiosi van het kostbaar, dierbaar bloed ook,
Quem in mundi pretium zijnd de losprijs van de wereld,
Fructus ventris generosi dat de vrucht van eedle schoot,
Rex effudit gentium. Amen. de Vorst der volkeren, vergoot. Amen.



muziek: Anton Bruckner ( 1824 - 1896 ), Graduale
tekstdichter: Otto Loidol (Benediktinerkloster Kremsmünster)

Locus iste a Deo factus est Deze plaats is door God
Inaestimabile sacramentum onschatbaar heilig gemaakt
Irreprehensibilis est. en is onberispelijk.



muziek: Hugo Distler ( 1908 - 1942 ), Die Sonne sinkt von hinnen
tekstdichter: Hermann Claudius (1878 - 1980)

Die Sonne sinkt von hinnen, De zon neigt zich ter kimme.
das grosse Sich-besinnen De ruimte tot bezinnen
steht von der Erde auf streeft van de aarde op
wie steile Kirchenwände. als steile kerkewanden.
Gott holt herab die Hände. God vat die in zijn handen -
Leg du die deine fromm darauf. leg gij de uwe vroom daarop.



muziek: Daan Manneke ( * 1939 ), Psaume 121
tekstdichter: Koning David

"Ich liege, Herr, in deiner Hut"

Ich liege, Herr, in deiner Hut Ik leg mij in uw hoede neer
und schlafe ganz mit Frieden. en slaap in volle vrede.
Dem der in deinen Armen ruht Wie in uw armen rust, o Heer,
ist wahre Rüst beschieden. is wáre rust gegeven.
Ich weiss dass auch der Tag der kommt Ik weet dat ook de dageraad
mir deine Nähe kündet, mij spreekt van uw nabijheid
und dass sich alles was mir frommt en dat Gij alles wat mij baat
in deinem Ratschluss findet. besloten hebt in wijsheid.
Sind nun die dunklen Stunden da Komt dan het uur van duisternis,
soll hell vor mir stehen houd ik één ding voor ogen:
was du als ich den Weg nicht sah Gij waart toen ik de weg niet wist
zu meinem Heil ersehen. reeds tot mijn heil besloten.
Du hast die Lider mir berührt, Gij hebt mijn oogleden beroerd,
ich schlafe ohne Sorgen. nu slaap ik zonder zorgen
Der mich in dieser Nacht geführt, Die mij door deze nacht heenvoert,
der leitet mich auch morgen. geleidt mij ook wel morgen.



muziek: William Byrd (1543 - 1624), O magnum mysterium
tekstdichter: anoniem


O magnum mysterium O groot geheimenis
et admirabile sacramentum, en wonderbaarlijk sacrament:
ut animalia viderent, dieren mogen
Dominum natum de nieuwgeboren Heer
jacentem in praesepio. zien liggen in een kribbe.

herdichting: Wim Vroon



melodie: Franz Gruber (1787 - 1863), Silent Night
tekstdichter: Josef Moh (1792 - 1848)


Silent night, holy night! Stille nacht, heilige nacht,
All is calm, all is bright alles zwijgt, alles wacht
round you Virgin Mother and Child. om de Moeder en haar Kind.
Holy Infant so tender and mild, Heilig Kindeke, teder bemind,
sleep in heavenly peace, slaap in hemelse vree,
sleep in heavenly peace, slaap in hemelse vree.

Silent night, holy night! Stille nacht, heilige nacht,
Shepherds first saw the sight, herders zien op hun wacht
Glories stream from heaven afar, luister stralen van zo veer,
Heav'nly hosts sing alleluia; englen zingen Gode zij eer!
Christ the Saviour is born! Christus de Heiland verscheen!
Christ the Saviour is born! Christus de Heiland verscheen!

Silent night, holy night! Stille nacht, heilige nacht,
Son of God, love's pure light Zoon van God, stralend lacht
Radiant beams from thy holy face, om de Moeder en haar Kind.
With the dawn of redeeming grace, Gods gena van uw heilig gelaat,
Jesus, Lord, at thy birth, Nieuwgeboren Heer.
Jesus, Lord, at thy birth, Nieuwgeboren Heer.

herdichting: Wim Vroon



melodie: anoniem, Frans, 16e eeuw, Ding Dong! Merrily on high
tekstdichter: G.R. Woodward (1848 - 1934)


Ding dong! merrily on high, Bim bam! laat zich 't blij gerucht
In heav'n the bells are ringing: van hemelklokken horen.
Ding dong! verily the sky Bim bam! Werkelijk, de lucht
Is riv'n with angel singing. splijt van de engelkoren.
Gloria, Hosanna in excelsis!Gloria, hosanna in excelsis!

E'en so here below, below, Laat op aarde evenzo
Let steeple bells be swungen, de torenklokken zwingen
And "Io, io, io!" en i - o, i - o, i - o!
By priest and people sungen. door volk en priester zingen.
Gloria, Hosanna in excelsis!Gloria, hosanna in excelsis!

Pray you, dutifully prime Luid de metten nauwgezet
Your matin chime, ye ringers; gij luiders aan uw koorden;
May you beautifully rime zing het avondkoorgebed,
Your evetime song, ye singers. gij zangers, schoon van woorden.
Gloria, Hosanna in excelsis!Gloria, hosanna in excelsis!

herdichting: Wim Vroon



melodie: anoniem, 1650, Samuel Scheidt (?), O little one sweet
Duits kerstlied; vertaling: Percy Dearmer


O little one sweet, O little one mild, O kindeke klein, o kindeke zacht,
Thy Father's purpose thou hast fulfilled; uw Vaders wil hebt gij volbracht.
Thou camest from heaven to mortal ken, Gij wildet als de mensen zijn
Equal to be with us poor men, en delen in verdriet en pijn,
O little one sweet, O little one mild o kindeke klein, o kindeke zacht.

O little one sweet, O little one mild, O kindeke klein, o kindeke zacht,
With joy thou hast the whole world filled; wat vreugd hebt gij op aard gebracht!
Thou camest here from heaven's domain, Gij kwaamt uit heerlijkheid zo groot
To bring men comfort in their pain, de mensen troosten in hun nood,
O little one sweet, O little one mild o kindeke klein, o kindeke zacht.

O little one sweet, O little one mild, O kindeke klein, o kindeke zacht,
In thee love's beauties are all distilled; wat vreugd hebt gij op aard gebracht!
Then light in us thy love's bright flame, Gij kwaamt uit heerlijkheid zo groot
That we may give thee back the same, de mensen troosten in hun nood,
O little one sweet, O little one mild o kindeke klein, o kindeke zacht.

O little one sweet, O little one mild, O kindeke klein, o kindeke zacht,
Help us to do as thou hast willed. help ons te doen wat Gij verwacht.
Lo, all we have belongs to thee! U hoort al wat ik hebben zou!t
Ah, keep us in our fealty! Bewaar mij in uw grote trouw.
O little one sweet, O little one mild o kindeke klein, o kindeke zacht.

herdichting: Wim Vroon


melodie: W.J. Kirkpatrick (1838 - 1921), Away in a manger
Amerika, 19e eeuw


Away in a manger, Geen wiegje als rustplaats
no crib for a bed, maar een krib was 't veeleer
The little Lord Jesus waar het kindeke Jezus
laid down His sweet head. lei zijn hoofdje terneer.
The stars in the sky De sterren, zij keken
looked down where He lay, van de hemel zo mooi
The little Lord Jesus, naar het kindeke Jezus,
asleep on the hay. hoe het sliep in het hooi.

The cattle are lowing, De koeien, zij loeien,
the Baby awakes het kindje ontwaakt;
But little Lord Jesus, toch is 't kindeke Jezus
the Baby awakes niet aan 't schreien geraakt.
no crying He makes; O kindeke klein, o kindeke zacht,
I love Thee, Lord Jesus! Ik min u, Heer Jezus,
Look down from the sky zie neder op mij
And stay by my side en wees mij bij nachte
untill morning is nigh. tot de morgen nabij.

Be near me, Lord Jesus, Wees met mij, Heer Jezus,
I ask Thee to stay blijf Gij aan mijn zij,
Close by me forever, dicht bij mij voor immer,
and love me, I pray; en waak over mij.
Bless all the dear children En zegen de kind'ren
in Thy tender care, in uw zorgen zo teer.
And fit us for Heaven En laat ons voor eeuwig
to live with Thee there. bij u thuis zijn, o Heer.

herdichting: Wim Vroon


Chanson joyeuse de Noël, bewerking: François- Auguste Gevaert (1828 - 1908)
traditioneel Frans


Les choeurs angéliques Het kerstlied der engelen
ont chanté Noël! klinkt de hemel door.
Mêlons nos cantiques Laat onze zang zich mengelen
aux accents du ciel.met het hemelkoor
Noël! Noël! Noël!Noël! Noël! Noël!
Chantons tous Noël. Zingen we Noël!

Le petit Jésus, Jezus, het Kindeke,
sauveur adorable, Redder aanbiddelijk
la nuit de Noël, deze kerstnacht
naquit dans l'étable. geboren in de stal.

Les bergers vinrent bientôt. Herders naderen al
Et l'on vit trois mages En je ziet drie wijzen
l'adorer dans son berceau. om hem te aanbidden,
offrir pour hommages hem met goud bedenken,
la myrrhe, l'or et l'encens met wierook en mirre,
Ah! quels beaux présents! kostbare geschenken.
Car Jésus, à leurs yeux Jezus, in hun ogen,
Est vraiment le roi des Cieux. is de koning uit den hoge.

Le Dieu tout aimable De Heer, beminnelijk,
est né dans l'étable. geboren in de stal,
Gracieux et beau, sierlijk en mooi,
Sur la paille humide, op vochtig hooi,
charmant et candide bekoorlijk, kinderlijk,
comme un doux agneau. een lam gelijk.

Le petit Jésus disait le rosaire, Jezus, het Kindeke, bidt de rozenkrans,
penché sur le coeur tendre de sa mère. teder gevlijd aan het hart van zijn Moeder;
C'est lui qui fit le Pater, hij maakt het Onzevader,
le divin Pater noster. het heilig Paternoster.
Et sa voix bénie, saluant Marie, Zijn stem, gezegend, zegt Ave Maria
disait Ave Maria, et puis Gloria. en dan nog Gloria.

Il faut donc chaque jour Volgen wij elke dag
imiter ce Dieu d'amour. de God van liefde na.
Les choeurs angéliques ... Het kerstlied der engelen ...

Allons, ma pauvre âme, Mijn ziel, ocharme,
que l'amour t'enflamme. dat liefde je verwarme.
Et ne pleure plus, ne pleure plus! En schrei niet meer, schrei niet meer.
Marie est ta mère, et ton nouveau père Maria is je Moeder, en je nieuwe Vader
s'appelle Jésus, s'appelle Jésus. is Jezus, de Heer, Jezus, de Heer.
Les choeurs angéliques ... Het kerstlied der engelen ...


herdichting: Wim Vroon


Lied bij Numeri 6
Op de melodie van Psalm 136
Wim Vroon

1
Nazireeër, Godgewijd,
afgezonderd als gij zijt
moet gij zonder geest van wijn
uit uzelve geestrijk zijn.
2
Levend in bijzonderheid
zijt gij heilig voor een tijd.
Laat de haren van uw hoofd
staan voor wat gij God belooft.
3
Uitgezonderd zult gij zijn;
houd u van de doden rein,
zoals voorgeschreven is,
daar God God van leven is.
4
Drink uw wijn weer, scheer uw haar,
breng uw gave voor 't altaar;
boet uw zonde, delg uw schuld,
want uw dagen zijn vervuld.


A sound of Angels, Christopher Tye (1500 - 1573)

A sound of Angels from afar Het klinken van een englenschaar
fills all the quiet air vervult de stille nacht.
And Ah! how full of gladness are O, hoe vol blijdschap was de maar
the tidings that they bear. die zij van verre bracht!

The shepherds run to Bethlem town In Bethlem staan de herderkens
to see a wondrous sight: om 't wonder heen vergaard:
The Lord of Lords, to earth come down, der Heren Heer daalt in tot mens,
is born for men tonight. is hedennacht gebaard.

Yea, Christ is born, our heav'nly King Hij is geboren Hemelheer
salvation now is nigh, verlossing is nabij.
So all mankind with angels sing Zing allen met het englenheir
Glory to God on high. Aan God de ere zij!

herdichting: Wim Vroon


Once in Royal David's City, H. J. Gauntlett (1805 - 1876)

Once in royal David's city In de Koningsstad van David
stood a lowly cattle shed, vlijt een moeder in een stal
where a mother laid her baby haar klein kindje in een kribbe,
in a manger for a bed. die tot bedje dienen zal.
Mary was that mother mild, Maria is die moeder schoon,
Jesus Christ her little child. Jezus Christus is haar zoon.

He came down to earth from heaven Uit de hemel kwam hij neder
who is God and Lord of all. hij die God is, Heer van 't al,
And his shelter was a stable, en zijn wiegje was een kribbe,
and his craddle was a stall. zijn geboorteplaats een stal,
With the poor and mean and lowly bij wie zwak is, arm of klein,
lived on earth our Saviour holy. wilde hij op aarde zijn.

And our eyes at last shall see him Door zijn liefde staan wij eenmaal
through his own redeeming love, met de Heiland oog in oog
For that child so dear and gentle want dat kind zo lief en teder,
is our Lord in heaven above. is ons Here van omhoog.
And he leads his children on En hij liedt zijn kindren tot
to the place where he is gone. waar hij zelf woont, dicht bij God.

Not in that lowly stable, In de hemel, niet bij ossen,
with the oxen standing by, niet bij ezels in een stal,
we shall see him but in heaven, aan Gods rechterhand gezeten,
set at God's right hand on high; is 't waar hij zich tonen zal.
Where like stars his children crowned Waar zijn kind'ren sterrekronen
all in white shall wait around. dragend, eeuwig bij hem wonen.

herdichting: Wim Vroon


God rest you merry, Gentlemen, traditioneel Engels ( 18e eeuw)

God rest ye merry, gentlemen, God ruste u met vreugde toe,
let nothing you dismay,laat niets uw hoop verstoren
For Jesus Christ our Saviour want Christus, onze Redder,
was born upon this day; is vandaag geboren.
To save us all from Satan's power Hij redde ons uit Satans macht,
when we were gone astray.waaraan wij ons verloren.
O tidings of comfort and joy. O tijding van troost en vreugd.

From God our heavenly Father Van God de hemelvader kwam
a blessed angel came, een heilge englenmacht,
And unto certain shepherdsdie aan de herders in het veld
brought tidings of the same; de blijde boodschap bracht:
How that in Bethlehem was born Gods zoon is u geboren
the Son of God by name. in Bethlehem vannacht:
O tidings of comfort and joy. O tijding van troost en vreugd.

The shepherds at those tidings Toen zij de woorden hoorden,
rejoiced much in mind, verheugden zij zich zeer,
And left their flocks afeeding lieten hun kudden in de steek
in tempest, storm and wind,in storm en wind en weer,
And went to Bethleem straightaway en haastten zich naar Bethlehem
this blessed Babe to find. en vonden 't kind, de Heer.
O tidings of comfort and joy.O tijding van troost en vreugd.

But when to Bethlehem they came Toen kwamen zij in Bethlems stal
whereat this infant lay,en vonden 't kindje dat
They found him in a manger zacht slapend in zijn kribbe lag
where oxen feed on hay; waar anders vee uit at.
His mother Mary kneeling Maria knielde bij hem neer,
unto the Lord did pray: zijn moeder, en zij bad:
O tidings of comfort and joy.O tijding van troost en vreugd.

herdichting: Wim Vroon


The first Nowell, traditioneel Engels, (16e / 17e eeuw, oorsprong mogelijk 13e eeuw)

The first Nowell the Angel did say De eerste kerstnacht werd gemeld
was to certain poor shepherds in fields as they lay, aan arme herders in het veld.
in fields where they lay keeping their sheep, Die hielden bij het vee de wacht
on a cold winter s night that was so deep. in t holste van een winternacht.
Nowell, nowell, nowell, nowell! Kerstmis! Kerstmis!
Born is the King of Israel. Isrels vorst geboren is!

They looked up and saw a star Ze keken omhoog, zagen een ster
Shining in the east beyond them far. in t Oosten blinken van zeer ver,
And to the earth it gave great light, die schonk de aarde felle gloor
and so it continued, both day and night. en dat ging dag en nacht zo door.
Nowell, nowell, nowell, nowell! Kerstmis! Kerstmis!
Born is the King of Israel. Isrels vorst geboren is!

And by the light of that same star Bij het licht van deze ster
three wise men came from country far. kwamen drie wijzen van heel ver.
To seek for a king was their intent, een nieuwe koning zochten zij
and to follow the Star wherever it went. en de ster die scheen hen bij.
Nowell, nowell, nowell, nowell! Kerstmis! Kerstmis!
Born is the King of Israel. Isrels vorst geboren is!

This Star drew nigh to the North West. De ster gaf het noordwesten aan,
O'er Bethlehem it took it's rest. boven Bethlehem bleef hij staan.
And there it did both stop and stay, daar stond hij stil, bewoog niet meer:
right o er the place where Jesus lay. net boven t huis van onze Heer!
Nowell, nowell, nowell, nowell! Kerstmis! Kerstmis!
Born is the King of Israel. Isrels vorst geboren is!

Then enter'd in those wise men three,De wijzen bogen alle drie
full rev rently upon their knee, voor de gevondene de knie
and offer'd there, in his presence, en haalden Hem, in diep ontzag,
their gold, and myrrh, and frankincense. goud, wierook, mirre voor de dag.
Nowell, nowell, nowell, nowell! Kerstmis! Kerstmis!
Born is the King of Israel. Isrels vorst geboren is!

Then let us all with one accord Zingen wij nu lof en eer,
Sing praises to our heavenly Lord met eender stem, de Hemelheer,
that hath made heav n and earth of naught,die uit niets de wereld wrocht,
and with his blood mankind hath bought. ons met zijn bloed heeft vrijgekocht!
Nowell, nowell, nowell, nowell! Kerstmis! Kerstmis!
Born is the King of Israel. Isrels vorst geboren is!

herdichting: Wim Vroon


Dancksagung zu unserm Newgebornen Jesulein, Melchior Franck (1573 - 1639)

Danksagen wir alle Gott unserm Herren Christo, Dankzeggen wij allen God, onze Here Christus
der uns mit seinem Wort hat erleuchtet die ons met zijn Woord verlicht heeft
und uns erlöset hat mit seinem Blute en ons met zijn bloed verlost heeft
von des Teufels Gewalt. uit des Duivels macht.
O, du holdseligs Lämmelein, O, gij lieftallig lammeke,
Gottes und Marien Söhnelein, Gods en Maria's kindeke
mein Heiland und mein Brüderlein, mijn Heiland en mijn broederke,
wie liegst im harten Krippelein. hoe ligt g'in 't harde kribbeken.
Verschmäh doch nicht das Herze mein, Versmaad toch niet 't harte mijn,
mach dir's zum sanften Bettelein, maak 't u tot een zacht beddeken,
senk dich hinein durch Glauben mein, zink erin weg door 't gelove mijn,
Und sprich mit Freud und Trost hinein. en spreek mij troost en vreugde in.
Den sollen wir alle Hem moeten wij allen met zijn englen
mit seinen Engeln loben mit Schalle, klinkende loven,
singen: Preis sei Gott in der Höhe! zingen: Ere zij God in den Hoge!

herdichting: Wim Vroon



Abingdon Carols, Bryan Kelly

Dark the night lay Duistere Nacht

Dark the night lay, wild and dreary Nachtelijk duister, wild en woedend
moaned the wind by Melchior's tower. kreunt de wind om Melchiors slot,
Sad the Sage, while pondering weary sombere wijze, duister broedend
o'er the doom of Judah's power. over de loop van Juda's lot.
When behold, the clouds are parted, Ach, voorwaar, de wolken wijken,
westward, lo, a light gleams far! westwaarts blinkt een licht van goud!
Now his heart's true quest has started, Nu kan zijn hart naar waarheid reiken,
for his eyes have seen the star. Nu heeft zijn oog de ster aanschouwd.

Now, Lord Jesus, hear our calling, Ach, Heer Jezus, hoor mijn schreien,
deep the darkness where we stray ik dool in diepe duisternis.
How shall we. mid boulders falling, Hoe weet ik, struiklend over keien
know for thine the roughhewn way? welk ruw pad het Uwe is?
Lo, a light shines down to guide us Maar zie, een licht schijnt ten geleide
where thy saints and angels are! naar englen, heilgen duizendvoud.
Now we know thy live besides us. Ik weet uw liefde aan mijn zijde.
for our eyes haver seen the star Nu heeft mijn oog de ster aanschouwd.

herdichting: Wim Vroon


King Herod and the Cock Herodes en de Haan

There was a star in David's land. Een ster straalt over Davids rijk.
So bright it did appear. Hoe schitterend haar pracht!
Into King Herod's chamber, koning Herodes opperzaal
and brightly it shined there. verlicht zij door haar kracht.
The wise men soon espied it. De wijzen die haar zagen
And told the king on high, zegden de koning aan
A princely babe was born that night, dat er een Prins geboren was
No king could e er destroy. en geen vorst kon Hem verslaan.
"If this be true," King Herod said, Wanneer dat waar was, sprak de vorst
"As thou hast told to me,  - een godsonmogelijkheid - 
This roasted cock that lies in the dish, dan sta de haan op van mijn bord
Shall crow full fences three. en kraaie drie hagen wijd! 
"The cock, soon thrustened and feathered well, Terstond rijst de gebraden haan
By the work of God's own hand, door kracht van Godes hand
And he did crow full fences three, en kraait drie volle hagen ver
In the dish where he did stand. van Herodes borderand.

herdichting: Wim Vroon


Jesu, son most sweet and dear Wiegelied

Jesu, son most sweet and dear, Jesu, zoon zo lief en dier,
mean the bed you lie on here, nederig uw bedken hier,
and that afflicts me sore. en dat bedroeft mij zwaar.
For your craddle s like a bier, Want uw wieg is als een baar,
and a ox and ass are with you here. een os en ezel aan uw zij;
And I must weep therefore. daarom dat ik schrei.
Jesu, sweet one, show no wrath, Lieve Jesu, wees niet kwaad:
for I have not the poorest cloth ik heb geen doek en ik heb geen draad
to wrap you in its fold. dat ik u bedekken zoude.
Not a rag in with to wrap you safe Dus leg uw hoofdken aan mijn borst,
or hold you on my lap; uw voetkens op mijn schoot wilt houden
So put your feet against my pap. dat ik u hoede tegen vorst
and shield you from the cold. en u schutte voor de koude.

herdichting: Wim Vroon



A Ceremony of Carols, Benjamin Britten (1913 - 1976)

Procession Processie

Hodie Christe natus est, Heden is de Christus geboren,
hodie Salvator apparuit! heden is de Heiland verschenen!
Hodie in terra canunt angeli, Heden zingen engelen op aard,
laetantur archangeli. verblijden aartsengelen zich.
Hodie exsultant justi, dicentes heden juichen de rechtvaardigen en zeggen:
Gloria in excelsis Deo. Alleluia! Eer aan God in den Hoge. Halleluja!

herdichting: Wim Vroon


Wolcum Yole! Welkom Joel (Kerstmis)

Wolcum be thou hevene king, Welkom zijt Gij, hemelkoning.
Wolcum, born in one morning, Welkom, nieuwgeboren Kind,
Wolcum for whom we sall sing! Welkom voor wie ieder zingt!
Wolcum Yole! Welkom Joel!

Wolcum be ye, Stevene and Jon, Welkom Steef, Jan, heilgenpaar
Wolcum, Innocentes every one, Welkom onnozelen tegaar,
Wolcum, Thomas marter one, Welkomk, Thomas, eerste martelaar
Wolcum Yole! Welkom Joel!

Wolcum be ye, good Newe Yere, Welkom, Nieuwe Jaar, ook gij
Wolcum, Twelfthe Day both in fere, Welkom, twaalfde dag erbij
Wolcum, seintes lefe and dere, Welkom, Thomas, eerste martelaar
Wolcum Yole! Welkom Joel!

Wolcum be ye, Candelmesse, Welkom, zijt gij, Kaarsenmis
Wolcum be ye, Quene of bliss, Welkom, Vrouwe van verblijdenis
Wolcum bothe to more and lesse. Welkom, wie meer of minder is.
Wolcum Yole! Welkom Joel!

Wolcum be ye, that are here, Welkom, allen bij elkaar
Wolcum alle and make good cheer. Welkom nu en vrolijk maar.
Wolcum alle another yere.v Welkom, weer het andre jaar!
Wolcum Yole! Welkom Joel!

herdichting: Wim Vroon


There is no Rose Daar is geen Roos

There is no rose of such vertu daar is geen roos van zulke kracht
as is the rose that bare Jesu als de roos die Jezus bracht.
Alleluia Halleluja

For in this rose conteined was Die kleine roos hield in haar blad
heaven and earth in litel space, de hemel en de aard omvat.
Res miranda Een wonder ding!

By that rose we may well see Door deze roos aanschouwen wij 't:
here be one God in persons three, Gods eenheid in drievuldigheid
Pares Forma Verschijnt in Vorm

The aungels sungen the shepherds to: Englen zongen herders voor
Gloria in excelsis Deo. Eer aan God de Heemlen door
Gaudeamus Wees verblijd

Leave we all this werldly mirth, Verzaken wij der wereld vreugd
And follow we this joyful birth. En volgen wij dit kind verheugd
Transeamus Laat ons gaan

herdichting: Wim Vroon


That Yonge Child Dit jonge Kind

That yonge child when it gan weep Dit jonge kind met zijn verdriet
with song she lulled him asleep: zong zij in sluimer met een lied;
That was so sweet a melody dat was zo zoet van melodij
it passed alle minstrelsy. daar kon geen enkel minstreel bij.
The nightinggale sang also: Der nachtegalen hoogste leid
Her song is hoarse and nought thereto: Zonk daar geheel bij in het niet.
Whoso attendeth to her song Al wie dit laatste lied waardeert
and leaveth the first then doth he wrong. boven het eerste, doet verkeerd.

herdichting: Wim Vroon


BalulalowBalulalow

O my deare hert, young Jesu sweit, Mijn hartelief, Jesuken zoet,
Prepare thy creddil in my spreit, bereid uw wieg in mijn gemoed,
And I sall rock thee to my hert, dan wieg ik u steeds aan mijn hart
And never mair from thee depart. en ben nooit meer van u apart.
But I sall praise thee evermoir maar zal u prijzen immermeer
With sanges sweit unto thy gloir; met schone zangen tot uw eer.
Mijn hart knielt voor u neder zo, Al wie dit laatste lied waardeert
And sing that richt Balulalow. ik zing gepast Balulalow !

herdichting: Wim Vroon


As Dew in AprilleAls dauw in April

I sing of a maiden Ik zing van een meisje,
that is makeles: zo weergaloos,
King of all kings dat Koning der Koningen
to her son she ches. tot zoon verkoos.

He came also stille Hij kwam alzo stille
to his moder's bour, waar zijn moeder was
As dew in Aprille, Als dauw in aprille
that falleth on the grass. valt op het gras.

He came also stille Hij kwam alzo stille
there his moder lay waar zijn moeder lei
As dew in Aprille, Als dauw in aprille
that falleth on the spray. valt op en twijg.

Moder and mayden Moeder en maged
Was never none but she. was niemand dan zij:
Well may such a lady wel mag die vrouwe
Goddes moder be. Gods moeder zijn.

herdichting: Wim Vroon


This little Babe Dit kindeke

This little Babe so few days old Dit kindeke, zo jong nog maar,
is come to rifle Satan's fold. jaagt Satans horden uit elkaar.
All hell doth at his presence quake, De hel heeft bij zijn komst getrild,
though he himself for cold do shake. ofschoon hijzelf van koude rilt
For in this weak unarmed wise Want ongewapend, zwak en wel,
the gates of hell he will surprise. verrast hij de poorten van de hel.

With tears he fights and wins the field, Hij wint de slag met tranen zilt,
His naked breast stands for a shield; zijn blote buikje is zijn schild.
His battering shot are babish cries, zijn beukend schot zijn kindersnikken,
His arrows looks of weeping eyes, zijn pijlen zijn betraande blikken;
His martial ensigns Cold and Need, zijn krijgsbanieren Nooddruft, Kou,
and feeble Flesh his warrior's steed. zijn tere lijf zijn strijdros trouw.

His camp is pitched in a stall, Zijn legerkamp: een schapenschuur,
His bulwark but a broken wall; zijn bolwerk is een brokkelmuur,
The crib his trench, haystalks his stakes; de krib zijn loopgraaf, stro zijn schans,
of shepherds he his muster makes; uit herders neemt hij luitenants.
And thus, as sure his foe to wound, Maar zéker de vijand te verminken
the angels' trumps alarum sound. doen englen het 'Te wapen' klinken.

My soul, with Christ join thou in fight; Mijn ziel, wees Christus' combattant,
stick to the tents that he hath pight. blijf bij de tenten die hij spant;
Within his crib is surest ward; want in ziijn krib zijt gij behoed,
this little Babe will be thy guard. dit Kindeke bewaart u goed.
If thou wilt foil thy foes with joy, Als gij uw vijand graag verwint,
then flit not from this heavenly Boy. wijk dan niet van dit hemels Kind.


herdichting: Wim Vroon


In Freezing Winter Night Vorstnacht

Behold, a silly tender babe, zie het teer, eenvoudig kind
in freezing winter night, dat in de vorstnacht ligt
In homely manger trembling lies. te beven in een voederbak
Alas, a piteous sight! Ach, wat een droef gezicht!

The inns are full; no man will yield De herberg vol; geen mens verschaft
This little pilgrim bed. de kleine pelgrim plek.
But forced he is with silly beasts Bij suffe os en ezel wordt
in crib to shroud his head. hij in een krib gelegd.

This stable is a Prince's court, die veestal is een Prinsenhof
this crib his chair of State; waar 'n krib zijn troon in wordt;
The beasts are parcel of his pomp, het vee dat vormt zijn erewacht,
the wooden dish his plate. een houten trog zijn bord.

The persons in that poor attire dat volk draagt in zijn schamele dos
His royal liveries wear; Zijn koninklijke tooi;
The Prince himself is come from heaven; de prins komt zelf van 't Hemelrijk,
This pomp is prized there. daar vinden ze dat mooi.

With joy approach, 0 Christian wight, nader met vreugde, Christenziel
Do homage to thy King, bewijs uw koning eer;
And highly praise his humble pomp prijs hoog de nederige staat
Which he from heav'n doth bring. van onze Hemelheer.

herdichting: Wim Vroon


Spring CarolLente

Pleasure it is: Genoegen is:
To hear iwis, te horen wis
The Birdes sing, vogelgefluit;
The deer in the dale, herten in dal;
The sheep in the vale, schapen van stal;
The corn springing. koren dat spruit.
God's purveyance Door God gegeven
For sustenance om van te leven,
It is for man. aan alleman.
Then we always geef telkens weer
To give him praise, aan God de eer
And thank him than. en dank Hem dan.

herdichting: Wim Vroon


Adam lay iboundenAdam lag gebonden

Deo Gracias God zij dank!
Adam lay ibounden, Adam lag gebonden,
Bounden in a bond; gebonden in een band
Four thousand winter Vierduizend winters
Thought he not to long. vond hij niet te lang.
And all was for an appil, 't Was alles voor een appel,
An appil that he tok, een appel, zo geweest
As clerkes finden zoals elke geleerde
Written in their book. in de Schriften leest.
Ne had the appil take ben, Maar was die appel niet gevat,
The appil take ben, die appel niet gevat,
Ne hadde never our lady nooit hadden wij ons Lieve Vrouw
A ben hevene quene. tot hemelvorstin gehad!
Blessed be the time Gezegend het moment
That appil take was. dat de appel er was.
Therefore we moun singen. daarom moeten wij zingen
Deo gracias! Deo gracias!

herdichting: Wim Vroon


RecessionRecessie

Hodie Christus natus est:Heden is de Christus geboren,
hodie Salvator apparuit:heden is de Heiland verschenen!
hodie in terra canunt angeli:Heden zingend engelen op aard,
laetantur archangeli:verblijden aartsengelen zich.
hodie exsultant justi dicentes:heden juichen de rechtvaardigen en zeggen:
Gloria in excelsis Deo. Alleluia!Eer aan God in de Hoge. Halleluja!

herdichting: Wim Vroon


Entre lou bioù et l'àse, Tussen os en ezel, kerstlied uit de Périgord

Entre lou bio˙ et l'àseTussen os en ezel
Lou paubre ei coueitzaligt het arme kleintje
Tout jalatijskoud,
N'a r¶ déjou soun cràneheeft niets op zijn kruintje
Qu'un piti pa˙ de fèdan een beetje hooi,
Savé bé!dat u 't weet!
Qu'ei per l'amour de mé.Het is uit liefde voor mij.

Los treis Reis li van veïreDe drie koningen komen hem bezoeken,
Li porten de l'encenbrengen wierook voor hem mee,
Per présenals geschenk,
Qu'ei co que nous fait creirewat ons doet geloven
Que qu'ei lo Diù del cieldat dit de God des hemels is,
Tout nouvelnieuwgeboren.
Anas-li, Pastourels.Herders ... naar hem toe!

herdichting: Wim Vroon



Lord of the Dance, Tekst en melodie (bewerking van een Shaker-lied): Sydney Carter (*1919)

Lord of the DanceHeer van de Dans


I danced in the morning:Ik danste bij daglicht,
when the world was begun,toen de wereld begon,
and I danced in the moonik danste bij maan
and the stars and the sunen bij sterren, bij zon,
and I came down from heavenkwam neer van de hemel
and I danced on the earth.en danste op aard,
At Bethlehem I had my birth.in Bethlehem heeft mijn wieg gestaan.

“Dance, then, wherever you may be,“Dans dan, dans, waar het ook zij,
I am the Lord of the Dance”, said he.ik ben de Heer van de Dans”, zegt hij.
“And I'll lead you all, wherever you may be,“Ik leid je wel, waar het ook zij,
And I'll lead you all in the Dance”, said he.Ik leid je wel bij de Dans”, zegt hij.

I danced for the scribeIk danste voor geleerden,
and the pharisee vroeg farizeeën mee
but they would not dance die wilden niet dansen
and they wouldn't follow me.die volgden niet mee.
I danced for the fisherman, Ik danste voor de vissers,
for James and John - voor Jacobus, Johan,
They came with me. en de Dans ging door.
"Dance ..." "Dans ..."

I danced on the SabbathIk danste op sabbat,
and I cured the lame;genas een lamme man,
the holy peoplealleen het vrome volk
said it was a shame.dat sprak er schande van.
They buried my bodyZe hebben me begraven
And they thought I'd gone,met nog een steen d'r voor,
But I am the dance,maar ik ben zelf de Dans
And I still go on.en ga nog altijd door.
"Dance ..." "Dans ..."

I danced on a Friday.Ik danste die Vrijdag
when the sky turned black.bij alle duisternis
- It's hard to dance een harde dans
with the devil on your back.als het met de duivel is.
They whipped and they strippedZe staken en braken me
and they hung me on high,en gingen naar huis,
and they left me thereze lieten me alleen
on a Cross to die.om te sterven aan een kruis.
"Dance ...""Dans ..."

They cut me down. And I leapt up high;Ze haalden me neer - ik sprong overend;
I am the Life that'll never, never dieik ben het Leven dat nooit nooit sterft.
I'll live un you if you'll live in me -Ik leef in jou als jij in mij -
"I am the Lord of the Dance" sais he."Ik ben de Heer van de Dans" zegt hij.
"Dance ...""Dans ..."

herdichting: Wim Vroon


Muziek en tekst: John Dowland (1563 - 1626), Fine knacks for ladies


Fine knacks for ladies, cheap choice, brave and new, Goed spul voor dames, koopjes, keus, en kans,
Good pennyworths but money cannot move, zijn centen waard, maar geld beweegt me niet.
I keep a fair but for a fair to view, Een dorpsjuweel, een dorps juweel slechts klaar;
A beggar may be liberal of love, een bedelaar is vrij, met liefd' althans;
Though all my wares be trash the heart is true. mijn handel treif – mijn hart is trouw en waar.

Great gifts are guiles and look for gifts again, Een groot geschenk beguichelt, gluurt naar meer;
My trifles come, as treasures from my mind, mijn sprankeltjes ontspringen aan mijn geest;
It is a precious jewel to be plain, het kostbaarst kleinood kan onooglijk zijn,
Sometimes in shell the Orient's pearls we find, soms vindt men parels in een vreemde schelp.
Of others take a sheaf, of me a grain. Van anderen een schoof, van mij een grein.

Within this pack pins, points, laces and gloves, Dit pakje speldjes, kwikjes, strikjes, lint,
And divers toys fitting a country fair, bergt wat een dorpsjuweel aan speeltjes past;
But in my heart where duty serves and loves, mijn hart, waarin de plicht dient en bemint,
Turtles and twins, court's brood, a heav'nly pair, twee torteltjes, hoofs broed, een hemels paar;
Happy the heart that thinks of no removes. gelukshart, dat op geen verwijd'ring zint!

herdichting: Wim Vroon





Gabriel Fauré (1820-1869)
Cinq Mélodies 'De Venise', op. 58

Mandoline

Les donneurs de sérénades
Et les belles écouteuses
échangent des propos fades
Sous les ramures chanteuses.

C'est Tircis et c'est Aminte,
Et c'est l'éternel Clitandre,
Et c'est Damis qui pour mainte
Cruelle fait maint vers tendre.

Leurs courtes vestes de soie,
Leurs longues robes à queues,
Leur élégance, leur joie
Et leurs molles ombres bleues,

Tourbillonnent dans l'extase
D'une lune rose et grise,
Et la mandoline jase
Parmi les frissons de brise.

Mandoline

De serenadegevers
en hun schone luisteraarsters
wisselen samen loze praat
onder het ruisend lover.

't Is Tircis en 't is Aminte,
en de eeuwige Clitandre
en Damis, die voor zo menig
wrede zo menig teder versje maakt.

Hun korte zijden vesten,
hun langbesleepte jurken,
hun élégance, hun vreugde
en hun zachte blauwe schaduw,

wervelen rond in de extase
van een ros-met-grijze maan,
en de mandoline snatert
bij huiveringen van de wind.

En Sourdine

Calmes dans le demi-jour
Que les branches hautes font,
Pénétrons bien notre amour
De ce silence profond.

Mêlons nos âmes, nos coeurs
Et nos sens extasiés,
Parmi les vagues langueurs
Des pins et des arbousiers.

Ferme tes yeux à demi,
Croise tes bras sur ton sein,
Et de ton coeur endormi
Chasse à jamais tout dessein.

Laissons-nous persuader
Au souffle berceur et doux
Qui vient, à tes pieds, rider
Les ondes des gazons roux.

Et quand, solennel, le soir
Des chênes noirs tombera
Voix de notre désespoir,
Le rossignol chantera.

Heimelijkheid

Laat ons stil in het halfduister
dat de hoge takken maken
onze liefde diep doordringen
van deze diepe stilte.

Voegen wij ons hart en ziel
en onze opgetogen zinnen samen,
onder kwijnende verlangens
van dennen en van moerbeibomen.

Sluit je ogen half,
kruis je armen op je borst,
en uit je ingeslapen hart
drijft voor eeuwig ieder plan.

Laten we ons doen geloven
in een zuchtje, deinend, zacht,
dat, achter je, rimpelingen trekt
op de rossige gazons.

En als de avond plechtig
daalt uit de zwarte eiken,
krijgt onze wanhoop stem:
de nachtegaal zal zingen.

Green

Voici des fruits, des fleurs,
des feuilles et des branches
Et puis voici mon coeur
qui ne bat que pour vous.
Ne le déchirez pas avec
vos deux mains blanches
Et qu'à vos yeux si beaux
l'humble présent soit doux.

J'arrive tout couvert
encore de rosée
Que le vent du matin
vient glacer à mon front.
Souffrez que ma fatigue
à vos pieds reposée
Rêve des chers instants
qui la délasseront.

Sur votre jeune sein
laissez rouler ma tête
Toute sonore encor
de vos derniers baisers;
Laissez-la s'apaiser
de la bonne tempête,
Et que je dorme un peu
puisque vous reposez.

Green

Hier zijn vruchten, bloemen,
bladeren en takken.
En hier is nog mijn hart,
dat enkel slaat voor u.
Scheur het niet kapot
met uw twee blanke handen,
en in uw ogen schoon
dit klein geschenk zij zoet.

Ik kom geheel bedekt
met dauw nog aan,
die de ochtendwind
op mij heeft verstard.
Sta toe dat mijn vermoeidheid
die aan uw voeten rust
van kostbare momenten droomt
die haar ontspannen zullen.

Op uw jonge boezem
moge mijn hoofd zich wenden,
geheel weerklinkend nog
van uw laatste kussen;
laat het eerst bedaren
van die zoete storm;
dat ik een weinig slaap,
daar u immers rust.

À Clymène

Mystiques barcarolles,
Romances sans paroles,
Chère, puisque tes yeux,
Couleur des cieux,

Puisque ta voix, étrange
Vision qui dérange
Et trouble l'horizon
De ma raison,

Puisque l'arôme insigne
De ta pâleur de cygne,
Et puisque la candeur
De ton odeur,

Ah! puisque tout ton être,
Musique qui pénètre,
Nimbes d'anges défunts,
Tons et parfums,

A, sur d'almes cadences,
En ses correspondances
Induit mon coeur subtil,
Ainsi soit-il !

Aan Clymene

Hooggestemde barcarolles,
romances zonder woorden,
lief, nu dat je ogen,
met de kleur van hemel,

nu dat je stem, het vreemde
zien dat de horizon
van mijn verstand
vertroebelt en verwart,

nu het apart aroom
van je bleekheid als een zwaan,
nu ook de onschuld
van je geur,

ah! nu heel je wezen,
muziek die doordríngt,
wolken van engelen zaliger,
klanken en smaken,

ach, op kunstige ritmen
met alle verwijzing
mijn gevoelig hart vervult -
nu zij dat zo!

C'est l'extase

C'est l'extase langoureuse,
C'est la fatigue amoureuse,
C'est tous les frissons des bois
Parmi l'étreinte des brises,
C'est vers les ramures grises
Le choeur des petites voix.

O le frêle et frais murmure !
Cela gazouille et susurre,
Cela ressemble au bruit doux
Que l'herbe agitée expire...
Tu dirais, sous l'eau qui vire,
Le roulis sourd des cailloux.

Cette âme qui se lamente
Et cette plainte dormante
C'est la nôtre, n'est-ce pas ?
La mienne, dis, et la tienne,
Dont s'exhale l'humble antienne
Par ce tiède soir, tout bas ?

Extase

't Is de smachtende extase,
't is de liefdesmoeheid,
al het ruisen van het bos
in de greep van de winden;
't is tot de grauwe twijgen,
het koor van kleine stemmen.

O, het frêle en fris gefluister!
Dat murmelt en dat ritselt,
dat lijkt op zacht geluid
dat het bewogen gras uitblaast...
en, lijkt het, onder het wielend water
het dof gerol van keitjes.

De geest die zicht bekreunt,
de sluimerende klacht,
dat is de onze, niet?
De mijne toch, de jouwe,
waaruit die kleine deun zich breidt,
de zoele avond door, zo zacht?


Robert Schumann (1810-1856)
Opus 90 Lenau

Lied eines Schmiedes

Fein Rösslein, ich
Beschlage dich,
Sei frisch und fromm,
Und wieder komm!

Trag deinen Herrn
Stets treu dem Stern,
Der seiner Bahn
Hell glänzt voran.

Trag auf dem Ritt
Mit jedem Tritt
Den Reiter du
Dem Himmel zu!

Nun Rösslein, ich
Beschlage dich,
Sei frisch und fromm,
Und wieder komm!

Lied van de smid

Mooi klein paardje,
ik besla je,
loop frank en fris,
kom nog eris!

Draag steeds je heer,
volg trouw de ster
die, fel, vooraan
verlicht zijn baan.

Draag op je draf
met elke pas
de ruiter op
de hemel af.

Kom, klein paardje,
ik besla je,
loop frank en fris,
kom nog eris!

Meine Rose

Dem holden Lenzgeschmeide,
Der Rose, meiner Freude,
Die schon gebeugt und blasser
Vom heissen Strahl der Sonnen,
Reich' ich den Becher Wasser
Aus dunklem, tiefem Bronnen.

Du Rose meines Herzens!
Vom stillen Strahl des Schmerzens
Bist du gebeugt und blasser;
Ich möchte dir zu Füssen,
Wie dieser Blume Wasser,
Still meine Seele giessen!
Könnt' ich dann auch nicht sehen
Dich freudig auferstehen.

Mijn roze

't Bekoorlijk lentesieraad,
de roze, mijn verblijden,
reeds buigende en bleker
van de hete gloed der zon,
reik ik de waterbeker
uit donk're, diepe bron.

O roze van mijn hart!
Door stille gloed der smart
ben je gebogen, bleker;
kon ik slechts aan je voeten,
als deze bloem de beker,
je stil mijn ziel uitgieten,
kon ik op deze wijze
jou blijde zien herrijzen.

Kommen und Scheiden

So oft sie kam, erschien mir die Gestalt
So lieblich wie das erste Grün im Wald.

Und was sie sprach, drang mir zum Herzen ein
Süss wie des Frühlings erstes Lied.

Und als Lebwohl sie winkte mit der Hand,
War's, ob der letzte Jugendtraum mir schwand.

Komen en scheiden

Zo vaak ik haar gestalte heb aanschouwd,
was die als 't eerste tere groen in 't woud.

En wat zij sprak, drong binnen in mijn hart,
zoet als des voorjaars eerste lied.

En toen 't vaarwel van haar kant was geschied,
was 't of de laatste jeugddroom mij verliet.

Die Sennin

Schöne Sennin, noch einmal
Singe deinen Ruf ins Tal,
Dass die frohe Felsensprache
Deinem hellen Ruf erwache!

Horch, o Sennin, wie dein Sang
In die Brust den Bergen drang,
Wie dein Wort die Felsenseelen
Freudig fort und fort erzählen!

Aber einst, wie alles flieht,
Scheidest du mit deinem Lied,
Wenn dich Liebe fortbewogen,
Oder dich der Tod entzogen.

Und verlassen werden stehn,
Traurig stumm herübersehn
Dort die grauen Felsenzinnen
Und auf deine Lieder sinnen.

De herderin

Schone herderin, nog eenmaal
zing' uw roepen door het dal,
dat de montere rotsensprake
door uw held're roep ontwake!

Hoor, herderin, hoe wat ge zingt
in der bergen boezem dringt,
hoe uw woord der rotsen stemmen
vrolijk voort- en voortvertellen!

Eenmaal, zoals 't ál vervliedt,
scheidt ge echter met uw lied,
als de liefde is gekomen,
of de dood u heeft genomen.

En verlaten zullen staan,
zwijgend, droef en starend staan,
ginds der bergen grijze tinnen
en er op uw lied'dren zinnen.

Einsamkeit

Wildverwachs'ne dunkle Fichten,
Leise klagt die Quelle fort;
Herz, das ist der rechte Ort
Für dein schmerzliches Verzichten!

Grauer Vogel in den Zweigen,
Einsam deine Klage singt,
Und auf deine Frage bringt
Antwort nicht des Waldes Schweigen.

Wenn's auch immer Schweigen bliebe,
Klage, klage fort; es weht,
Der dich höret und versteht,
Stille hier der Geist der Liebe.

Nicht verloren hier im Moose,
Herz, dein heimlich Weinen geht,
Deine Liebe Gott versteht,
Deine tiefe, hoffnungslose!

Eenzaamheid

Wildvergroeide zwarte pijnen,
zachtjes klaagt de bron maar voort;
hart, dit is het rechte oord
om er droevig te verkwijnen.

Grauwe vogel in de twijgen,
eenzaam klinkt je klagend lied,
en het woud dat antwoordt niet
op je vragen dan met zwijgen.

Ook als 't eeuwig zwijgen bliefde -
klaag maar, klaag maar voort - hier waait,
die je hoort en je verstaat,
stillekens de geest der liefde.

Niet verloren tussen mossen,
hart, uw heim'lijk schreien gaat
want uw liefde - God verstaat
die zo diepe, hopeloze!

Der schwere Abend

Die dunklen Wolken hingen
Herab so bang und schwer,
Wir beide traurig gingen
Im Garten hin und her.

So heiss und stumm, so trübe
Und sternlos war die Nacht,
So ganz wie unsre Liebe
Zu Tränen nur gemacht.

Und als ich musste scheiden
Und gute Nacht dir bot,
Wünscht' ich bekümmert beiden
Im Herzen uns den Tod.

De zware avond

De donk're wolken hingen
zo laag, zo bang en zwaar;
wij beiden, treurig, gingen
de tuin door met elkaar.

Zo klam en stom, zo triestig
en sterloos was de nacht,
zozeer als onze liefde
die niet dan tranen bracht.

Toen ik van jou moest scheiden
en 'Goede nacht' jou bood,
toen wenste ik ons beiden
met droevig hart de dood.

Requiem

Ruh' von schmerzensreichen Mühen
Aus und heissem Liebesglühen!
Der nach seligem Verein
Trug Verlangen,
Ist gegangen
Zu des Heilands Wohnung ein.

Dem Gerechten leuchten helle
Sterne in des Grabes Zelle,
Ihm, der selbst als Stern der Nacht
Wird erscheinen,
Wenn er seinen
Herrn erschaut im Himmelspracht.

Seid Fürsprecher, heil'ge Seelen!
Heil'ger Geist, lass Trost nicht fehlen.
Hörst du? Jubelsang erklingt,
Feiertöne,
Darein die schöne
Engelsharfe singt:

Ruh' von schmerzensreichen Mühen
Aus und heissem Liebesglühen!
Der nach seligem Verein
Trug Verlangen
Ist gegangen
Zu des Heilands Wohnung ein.

Requiem

Rust van 't smartelijk vermoeien
en van 't vurig liefdesgloeien!
Die zo met de zaal'gen één
wilde wezen,
die ging heden
naar des Heilands woning heen.

Dien gerechte lichten helder
sterren in de dodenkelder,
hem, die zelf als ster bij nacht
zal verschijnen
als hij zijnen
Heer aanschouwt in 's hemels pracht.

Heil'ge zielen, wilt voorspreken,
laat, Heil'ge Geest, troost niet ontbreken.
Hoort ge? Jubelzang weerklinkt,
vreugdetonen
waar de schone
eng'lenharp in zingt:

Rust van 't smartelijk vermoeien
en van 't vurig liefdesgloeien!
Die zo met de zaal'gen één
wilde wezen,
die ging heden
naar des Heilands woning heen.


Ernest Amédée Chausson (1855-1899)
Serres Chaudes (Maurice Maeterlinck) op. 24

Serre chaude

O serre au milieu des forêts!
Et vos portes à jamais closes!
Et tout ce qu'il y a sous votre coupole!
Et sous mon âme en vos analogies!

Les pensées d'une princesse qui a faim,
L'ennui d'un matelot dans le désert,
Une musique de cuivre aux fenêtres des incurables.
Allez aux angles les plus tièdes!
On dirait une femme évanouie un jour de moisson:
Il y a des postillons dans la cour de l'hospice;
Au loin, passe un chasseur d'élans, devenu infirmier.

Examinez au clair de lune!
(Oh! rien n'y est à sa place!)
On dirait une folle devant les juges,
Un navire de guerre à pleines voiles sur un canal,
Des oiseaux de nuit sur des lys,
Un glas vers midi,
(Là-bàs sous ces cloches!)
Une étape de malades dans la prairie,
Une odeur d'éther un jour de soleil.

Mon Dieu! Mon Dieu! Quand aurons-nous la pluie,
Et la neige et le vent dans la serre!

Broeikas

O broeikas midden in de wouden
met je deuren eeuwig toe.
En al wat onder je koepel is,
en in mijn ziel naar jouw gelijkenis.

Gedachten van een prinses die honger heeft,
zorg van een matroos in de woestijn,
muziek van koper aan het raam der ongeneeslijken.
Ga naar de koelste hoeken!
Het lijkt een vrouw, bezwijmd ten dage van de oogst:
er zijn postiljons op de cour van het gasthuis;
verderop passeert een elandjager die verpleger is geworden.

Bezie het bij maanlicht!
Ah, niets is er op zijn plaats.
Een gekkin voor de rechters, lijkt het,
een oorlogsschip met volle zeilen op een vaart,
nachtvogels op waterlelies,
een doodsklok met het middaguur
(ginds onder de klokketoren!),
een pleisterplaats van zieken in het weiland,
een geur van ether op een dag met zon.

O God, o God, wanneer krijgen we regen
en sneeuw en wind in deze kas!

Serre d'ennui

O cet ennui bleu dans le coeur!
Avec la vision meilleure,
Dans le clair de lune qui pleure,
De mes rêves bleus de langueur!

Cet ennui bleu comme la serre,
Où l'on voit closes à travers
Les vitrages profonds et verts,
Couvertes de lune et de verre,

Les grandes végétations
Dont l'oubli nocturne s'allonge,
Immobilement comme un songe
Sur les roses des passions;

Où de l'eau très lente s'élève
En mêlant la lune et le ciel
En un sanglot glauque éternel,
Monotonement comme un rêve

Serre vol verveling

O die grijze verveling in het hart!
Met het betere zicht
in het maanlicht dat weent
van mijn trage grijze dromen!

Die verveling, grijs als de serre,
waar je gesloten ziet,
door de diepgroene ruiten heen,
bedekt met maan en glas,

de rijzige beplanting waarvan
de nachtelijke vergetelheid zich uitstrekt,
roerloos als een droombeeld,
over de rozen van de passie;

waar zeer traag water stijgt,
vermengend maan en lucht,
met een eeuwig troosteloze snik,
eentonig als een droom.

Lassitude

Ils ne savent plus où se poser ces baisers,
Ces lèvres sur des yeux aveugles et glacés;
Désormais endormis en leur songe superbe,
Ils regardent rêveurs comme des chiens dans l'herbe,
La foule des brebis grises à l'horizon,
Brouter le clair de lune épars sur le gazon.
Aux caresses du ciel, vague comme leur vie,
Indifférent et sans une flamme d'envie
Pour ces roses de joie écloses sous leurs pas;
Et ce long calme vert qu'ils ne comprennent pas.

Lusteloosheid

Ze weten niet meer waar ze moeten komen, deze kussen,
deze lippen op blinde en beslagen ogen;
verder suffend in hun grootse droom,
kijken zij peinzend als honden op het gras
naar een meute grijze schapen aan de einder,
het maanlicht aan het grazen, verspreid op het gazon,
voor hemelstrelingen, vaag als hun bestaan,
onverschillig en zonder vonk van afgunst
op die vreugderozen, onder hun stap ontloken;
en die lange groene stilte die zij niet verstaan.

Fauves las

Ô les passions en allées,
Et les rires et les sanglots!
Malades et les yeux mi-clos
Parmi les feuilles effeuillées,

Les chiens jaunes de mes péchés,
Les hyènes louches de mes haines,
Et sur l'ennui pâle des plaines
Les lions de l'amour couchés!

En l'impuissance de leur rêve
Et languides sous la langueur
De leur ciel morne et sans couleur,
Elles regarderont sans trève

Les brebis des tentations
S'éloigner lentes, une à une,
Et l'immobile clair de lune,
Mes immobiles passions.

Loom roofwild

O de verdwenen hartstochten,
en de lachjes en de snikken!
Ziek, en de ogen half geloken
tussen het afgevallen blad,

de gele honden van mijn zonden,
de valse hyena's van mijn haten,
en op de vale verveling van de vlaktes
de leeuwen van de liefde liggend!

In de onmacht van hun dromen
en loom onder de kwijning
van hun sombere hemel zonder kleur
blijven ze rusteloos turen

naar de schapen die ze willen,
die langzaam verdwijnen, een voor een,
en het roerloos licht der maan
naar mijn roerloze hartstochten.

Oraison

Vous savez, Seigneur, ma misère !
Voyez ce que je vous apporte !
Des fleurs mauvaises de la terre,
Et du soleil sur une morte.

Voyez aussi ma lassitude,
La lune éteinte et l'aube noire ;
Et fécondez ma solitude
En l'arrosant de votre gloire.

Ouvrez-moi, Seigneur, votre voie,
éclairez mon âme lasse,
Car la tristesse de ma joie
Semble de l'herbe sous la glace.

Gebed

Gij, Heer, kent mijn ellende!
Zie wat ik tot u breng!
Kwade bloemen van de aarde,
en zonlicht op een dode vrouw.

Zie mijn lauwheid ook,
de maan verdoft, de morgen zwart;
doe mijn alleenheid vruchtbaar zijn,
begiet die met uw glorie.

Open, Heer, uw weg voor mij,
verlicht mijn matte ziel,
want de triestheid van mijn vreugde
is als gras onder het ijs.


Robert Schumann (1810-1856)

Widmung

Du meine Seele, du mein Herz,
Du meine Wonn', o du mein Schmerz,
Du meine Welt, in der ich lebe,
Mein Himmel du, darein ich schwebe,
O du mein Grab, in das hinab
Ich ewig meinen Kummer gab.

Du bist die Ruh, du bist der Frieden,
Du bist vom Himmel mir beschieden.
Dass du mich liebst, macht mich mir wert,
Dein Blick hat mich vor mir verklärt,
Du hebst mich liebend über mich,
Mein guter Geist, mein bessres Ich

Opdracht

Jij mijn ziel, o jij mij hart,
jij mijn vreugde, jij mijn smart,
jij mijn wereld, waarin ik leve,
mijn hemel jij, waarin ik zweve,
o jij mijn graf, waar 'k mijn verdriet
voor eeuwig in verzinken liet.

Jij bent de rust, jij bent de vrede,
jou deelt de hemel aan mij mede.
Dat jij mij mint, is mij zo goed,
jouw blik is 't die mij stralen doet,
jij tilt mij uit boven mijn ik,
mijn goede geest, mijn beter ik!

Die Lotusblume

Die Lotusblume ängstigt
Sich vor der Sonne Pracht
Und mit gesenktem Haupte
Erwartet sie träumend die Nacht.

Der Mond, der ist ihr Buhle
Er weckt sie mit seinem Licht,
Und ihm entschleiert sie freundlich
Ihr frommes Blumengesicht,

Sie blüht und glüht und leuchtet
Und starret stumm in die Höh';
Sie duftet und weinet und zittert
Vor Liebe und Liebesweh.

De lotusbloem

De lotus is vreesachtig
voor der zonne pracht
en met gebogen hoofdje
verwacht zij vol dromen de nacht.

De maan, die is haar minnaar,
hij wekt haar met zijn licht;
voor hem ontsluiert zij vriendlijk
haar vrome bloemengezicht.

Bloeiend en gloeiend en glanzend
en zwijgend naar boven toe ziet
zij, geurend en wenend en bevend
van liefde en liefdesverdriet.

Aus den östlichen Rosen

Ich sende einen Gruss
wie Duft der Rosen,
Ich send' ihn
an ein Rosenangesicht.
Ich sende einen Gruss
wie Frühlingskosen,
Ich send' ihn
an ein Aug voll Frühlingslicht.

Aus Schmerzensstürmen,
die mein Herz durchtosen,
Send' ich den Hauch,
dich unsanft rühr' er nicht!
Wenn du gedenkest
an den Freudelosen,
So wird der Himmel
meiner Nächte licht.

Van rozen uit het oosten

Ik zend een groet
als geur van rozen,
ik zend hem
aan een rozengezicht.
Ik zend een groet
als lentekozen,
ik zend hem
aan een oog vol lentelicht.

Uit stormen van lijden
die mijn hart doorrazen,
zend ik een vleug,
hij beroere je licht!
Mocht je gedenken
de vreugdeloze,
dan wordt de hemel
mijner nachten licht.

Auftrage

Nicht so schnelle, nicht so schnelle!
Wart ein wenig, kleine Welle!
Will dir einen Auftrag geben
An die Liebste mein.
Wirst du ihr vorüberschweben,
Grüsse sie mir fein!
Sag, ich wäre mitgekommen,
Auf dir selbst herabgeschwommen:
Für den Gruss einen Kuss
KühnĘ mir zu erbitten,
Doch der Zeit Dringlichkeit
Hätt' es nicht gelitten.

Nich so eillig! halt! erlaube,
Kleine, leichtbeschwingte Taube!
Habe dir was aufzutragen
An die Liebste mein!
Sollst ihr tausend Grüsse sagen,
Hundert obendrein.
Sag, ich wär' mit dir geflogen,
über Berg und Strom gezogen:
Für den Gruss einen Kuss
Kühn mir zu erbitten,
Doch der Zeit Dringlichkeit
Hätt' es nicht gelitten.

Warte nicht, dass ich dich treibe,
O du träge Mondesscheibe!
Weisst's ja, was ich dir befohlen
Für die Liebste mein:
Durch das Fensterchen verstohlen
Grüsse sie mir fein!
Sag, ich wär' auf dich gestiegen,
Selber zu ihr hinzufliegen:
Für den Gruss einen Kuss
Kühn mir zu erbitten,
Du seist schuld, Ungeduld
hätt mich nicht gelitten.

Boodschap

Niet zo ijlen, niet zo ijlen,
kleine golf, wacht toch een wijle!
Ik wil je een boodschap geven
aan de liefste mijn.
Als je haar voorbij mocht zweven,
groet haar dan van mij!
Zeg: ik zou zijn meegekomen,
op jouzelf zijn voortgezwommen,
om vol moed voor mijn groet
'n kusje te bedingen.
Bezigheid al die tijd
heeft dat steeds verhinderd.

Niet zo'n haast! wil mij vergeven!
wacht, lichtvleug'lig duifje, even!
Ik heb jou iets op te leggen:
aan de liefste mijn
moet je duizend groeten zeggen,
honderd er nog bij.
Zeg: ik was wel meegevlogen,
over berg en stroom getogen,
om vol moed voor mijn groet
'n kusje te bedingen.
Bezigheid al die tijd
heeft dat steeds verhinderd.

Wacht niet af tot ik, o trage
maanschijf, jou eerst op zal jagen!
'k Heb, je weet het, jou bevolen:
groet de liefste mijn
door het dakvenster verstolen
hartelijk van mij!
Zeg: ik was wel mee gedreven,
naar je toe zijn komen zweven,
om vol moed voor mijn groet
'n kusje te bedingen.
Eigen schuld, ongeduld
heeft het mij verhinderd.

Zigeunerliedchen 1

Unter die Soldaten
ist ein Zigeunerbub' gegangen,
Mit dem Handgeld ging er durch,
und morgen muss er hangen.

Holten mich aus meinem Kerker,
setzten auf den Esel mich,
Geisselten mir meine Schultern,
dass das Blut floss auf den Weg.

Holten mich aus meinem Kerker,
stiessen mich ins Weite fort,
Griff ich rasch nach meiner Büchse,
tat auf sie den ersten Schuss.

Zigeunerliedje 1

Tussen de soldaten
liep een zigeuner mee, gevangen.
Met het handgeld er vandoor.
En morgen moet hij hangen.

Haalden zij me uit mijn kerker,
moest ik op de ezel mee,
geselden ze me mijn schouders
dat het bloed de weg op liep;

haalden ze me uit mijn kerker,
joegen me hier ver vandaan,
dan zou ik mijn geweer snel grijpen,
loste op hen het eerste schot.

Zigeunerliedchen 2

Jeden Morgen, in der Frühe,
Wenn mich weckt das Tageslicht,
Mit dem Wasser meiner Augen
Wasch' ich dann mein Angesicht.

Wo die Berge hoch sich türmen
An dem Saum des Himmels dort,
Aus dem Haus, dem schönen Garten,
Trugen sie bei Nacht mich fort.

Zigeunerliedje 2

Elke morgen, in de vroegte,
wekt mij steeds het ochtendlicht.
Met het water uit mijn ogen
was ik dan mijn aangezicht.

Waar de hoge bergen rijzen
aan de hemelzoom daarginds,
uit dat huis, die fraaie tuin daar,
brachten ze me weg bij nacht.

Die Kartenlegerin

Schlief die Mutter endlich ein
über ihrer Hauspostille?
Nadel, liege du nun stille,
Nähen, immer Nähen, nein,
Legen will ich mir die Karten,
Ei, was hab ich zu erwarten,
Ei, was wird das Ende sein?

Trüget mich die Ahnung nicht,
Zeigt sich einer, den ich meine,
Schön, da kommt er ja, der eine,
Coeur-Bub kannte seine Pflicht.
Eine reiche Witwe? Wehe.
Ja, er freit sie, ich vergehe,
O verruchter Bösewicht.

Herzeleid und viel Verdruss,
Eine Schul' und enge Mauern,
Karo-König, der bedauern
Und zuletzt mich trösten muss.
Ein Geschenk auf artge Weise,
Er entführt mich, eine Reise,
Geld und Lust im überfluss.

Dieser Karo-König da
Muss ein Fürst sein oder König
Und es fehlt daran nur wenig,
Bin ich selber Fürstin ja.
Hier ein Feind, der mir zu schaden
Sich bemüht bei seiner Gnaden,
Und ein Blonder steht mir nah.

Ein Geheimnis kommt zu Tage,
Und ich flüchte noch beizeiten,
Fahret wohl, ihr Herrlichkeiten,
O, das war ein harter Schlag.
Hin ist einer, eine Menge
Bilden um mich ein Gedränge,
Dass ich sie kaum zählen mag.

Kommt das dumme Fraungesicht,
Kommt die Alte da mit Keuchen,
Lieb und Lust mir zu verscheuchen,
Eh' die Jugend mir gebricht?
Ach, die Mutter ist's, die aufwacht,
Und den Mund zu schelten aufmacht.
Nein, die Karten lügen nicht.

De kaartlegster

Slaapt mijn moeder eindlijk in
Boven onze huispostille?
Naaldje, stop eens even, wil je,
Naaien, almaar naaien, nee.
Ik zal mij de kaart eens leggen,
Ei, wat mag mij staan te wachten,
Ei, hoe zal het mij vergaan?

Als ik mij niet sterk vergis,
toont zich wie ik meen, die ene,
ja, daar komt hij al, diegene,
Hartenboer die kent zijn plicht.
Met een rijke weeuw? Ocharme!
Ja, hij vrijt haar! Heb erbarmen!
O jij valse slechterik!

Hartepijn, veel narigheid,
en een school met enge muren,
Ruitenheer, die het bezuren
maar op 't laatst mij troosten moet.
Geschenken op galante wijze,
hij ontvoert me, we gaan reizen,
geld, plezier in overvloed.

En de Ruitenkoning dáár
moet een vorst zijn of een koning
en het scheelt maar een klein beetje
of ikzelf ben koningin.
Hier een vijand die mij schade
tracht te doen bij Zijn Genade,
en een blond heer staat mij na.

Een geheimnis openbaart zich
maar ik vlucht gelukkig tijdig.
Nu, vaarwel dan, heerlijkheden.
O, dat was een hard gelag.
Wég, dat ben je, er verdringen
zich rondom mij zoveel dingen
dat ik ze niet tellen mag.

Komt die vrouw met dom gezicht,
komt dat mens daar met haar hijgen
liefd' en lust bij mij verdrijven
eer mijn jonkheid mij ontvliedt?
Ach, 't is moeder die, ontwaakt,
mondenvol verwijten maakt.
Nee, de kaarten liegen niet.



< | adcs |Teksten van Wim Vroon (top)