IB | < Vertalingen > | Index

Kogels , beschaamd , oog , eten , gebreken , hersenen , persoon


Isack Beeckman - 1631 v


[ 211 ]

Kogels

Waarom zware dingen, met voldoende kracht bewogen, in lucht langer bewegen.

    Claude Mydorge zegt in zijn Examen des Recreations mathematiques, pag. 231*), qu'une mesme force pourroit jetter plus loing une balle de pierre qu'une autre de fer ou plomb, à cause que la balle de pierre faict moins de resistance à la force mouvante que la balle de fer ou plomb. En hij zegt: c'est une experience veritable et assez ordinaire.
(... dat een zelfde kracht een stenen kogel verder zou kunnen gooien dan een andere van ijzer of lood, doordat de stenen kogel minder weerstand biedt aan de bewegende kracht dan de kogel van ijzer of lood. En hij zegt: het is een ware en nogal alledaagse ondervinding.)
    *)  Claude Mydorge, Examen du livre des Recreations mathematiques [<] et de ses problemes en geometrie, mechanique, optique et catoptrique (Parijs 1630). Probl. 86,3: "D'où vient que le canon a plus de force quand il est elevé en haut, que quand il est pointé contre bas, ou quand il est de niveau parallele à l'horizon"
(Waardoor komt het dat het kanon meer kracht heeft wanneer het omhoog gericht wordt, dan wanneer het naar beneden wijst, of wanneer het evenwijdig met de horizon is).
[ Cf. Albrecht Heeffer, 'Récréations mathématiques (1624) A study on its authorship ...', n. 19.]

[ 212 ]

    Maar noch de ondervinding, noch de reden is waar. Want als een kracht gesteld wordt die een loden bol zeer ver doet bewegen, dan is het zeker dat door dezelfde kracht een houten bol niet zo ver bewogen gaat worden, en, zoals ik hiervoor geschreven heb [<], een grotere bol beweegt door een grote kracht verder dan een kleinere bol van hetzelfde materiaal. De reden moet niet herleid worden tot de weerstand van de bewegende kracht, maar tot de weerstand van de lucht, die een grotere verhouding heeft voor een lichter en kleiner lichaam, dan voor een zwaarder en groter lichaam. In vacuüm zullen beide wel even snel bewegen, als ze, terwijl de bewegende kracht geleverd wordt, even snel bewegen. De weerstand tegen de bewegende kracht wordt echter niet beschouwd nadat het bewegende ding al vrij is van de bewegende kracht.

    Een geringe kracht beweegt een lichtere en kleinere bol wel verder dan een zwaardere en grotere, maar de woorden van de 'examinator' houden iets anders in, zoals hier te zien is met wat ik gezegd heb, en duiden een of andere sterkte aan. Maar over zulke dingen hiervoor, bijna om er niet goed van te worden.

    Te Dort, den 22en Julij 1631.


[ Lat. ]


[ 219 ]
Beschaamd        

Pudentia mea.

    Tam aegre ego in conspectu aliorum mingo ut aliquando per quadrantem unius miliaris de via decedam, ne a praetereuntibus videar.
 
Mijn beschaamdheid.

    Zo ongemakkelijk plas ik in het zicht van anderen dat ik soms wel een kwart mijl van de weg af ga, om niet door voorbijgangers gezien te worden.   [<,>]


Oog        

Iris oculi mei evanuit.

    Iris quam scripsi per sinistrum oculum meum circa candelam apparere [<] jam aliquot mensibus non apparuit. Oct. 1631.
 
Regenboog in mijn oog verdwenen.

    De regenboog die zoals ik beschreef [<] met mijn linkeroog te zien was rondom een kaarsvlam is nu al enkele maanden niet zichtbaar geweest. Okt. 1631.   [>]

[ Ned. ]

[ 220 ]
Eten        

Comedere multum an bonum sit mihi.

    Qui multa edunt eorum excrementa videntur plus nutrimenti retinere, ipsi vero subtilissima ciborum parte nutriri. Non igitur videor quare debere quod tam multa ego edam. Qui vero pauco cibo nutriuntur, in substantiam suam vertunt eam partem cibi quae est crassior. Quid autem hinc boni fiat vel mali videndum.
 
Of veel eten goed is voor mij.

    Van degenen die veel eten schijnen de uitwerpselen meer voedsel te behouden, en ze schijnen zich te voeden met juist het fijnste deel van de voedingsstoffen. Dus zie ik niet in waarom het nodig is dat ik zo veel eet. Degenen die inderdaad door weinig voedsel gevoed worden, zetten van het voedsel dat deel in hun lichaamsstof om dat grover is. Wat hier nu voor goeds of kwaads uit komt valt te bezien.


Gebreken        

Vitia mea.

    Vitio etiam hoc laboro quod in cymbis aut curribus, imo ad mensam inter ignotos, nihil fere queam disserere, satis inter amicos disertus. Soleo cum juvenis essem, ad odium usque esse disputax. Etiam nunc incomptus sum vestibus, ac ordinationis bibliothecae et musei negligentissimus.
 
Mijn gebreken.

    Ook [<] lijd ik aan dit gebrek dat ik in boten of op wagens, zelfs aan tafel tussen onbekenden, bijna niets kan bespreken, terwijl ik onder vrienden tamelijk bespraakt ben. Toen ik jong was was ik gewoonlijk redeneerziek tot in het onuitstaanbare. Ook ben ik nu onzorgvuldig met kleding, en zeer onverschillig over de ordening van bibliotheek en studeerkamer.   [>]


Hersenen        

Cerebri figurae membranis infixae.

    Cerebri substantia quam alubi [<] vocavi membranulas, tota subjecta est recipiendis figuris rerum per sensus ingressarum. Illae autem figurae in usum veniunt tribus potentijs: memorativa, imaginativa, et intellectu, quia nihil aliud sunt quam nisus et conatus animae diversi.
 
Voorstellingen van hersenen vastgelegd op membranen.

    De hersensubstantie die ik elders velletjes genoemd heb [<], is geheel onderworpen aan het opnemen van voorstellingen van de dingen die via de zintuigen binnengekomen zijn. Deze voorstellingen nu komen te pas bij drie vermogens: van geheugen, verbeelding, en inzicht, omdat ze niets anders zijn dan verschillende strevingen en pogingen van de ziel.

[ Ned. ]

Persoon        

Animi mei natura multis explicata.

    Natura ego sum timidus. Soleo enim optare sub fratre meo Jacobo*) militare, si militandum esset, nam ille, etiam in rebus adversis, animum non solebat amittere. Facile etiam alijs credo, ideoque solebam saepius falli, ac sententiam mutare. [...]

 
Mijn karakter met veel voorbeelden uitgelegd.

    Van nature ben ik verlegen [<]. Want ik kies er gewoonlijk voor onder mijn broer Jacob*) te strijden, als er gestreden moest worden, want die gaf, ook bij tegenslag, gewoonlijk de moed niet op. Gemakkelijk ook geloof ik anderen, en daarom was het dat ik me gewoonlijk nogal vaak vergiste, en van mening veranderde. [...]

    *)  Jacob Beeckman, eerst rector in Veere, toen in Rotterdam, overleden in 1629.

[ Ned. (vervolg) ]



Isack Beeckman | 1631 v (top) | vervolg