IB | < Vertalingen > | Index

Telescoop , getijden , telescooplenzen , niet gedrukt


Isack Beeckman - 1626 v


[ 347 ]
Telescoop        

Telescopij faciendi ratio.

    Qui cupit facere tubos oculares, per quos quam remotissima videat, duo debet observare.

Principe van het maken van een kijker.

    Wie buiskijkers wil maken, waardoor hij de verst verwijderde dingen kan zien, moet op twee dingen letten.

    Primum, ut punctus concursus longe post vitrum fiat. Nisi enim id fiat, nulla erit proportio inter rei distantiam et partem circuli in quam puncta illa incidunt, rei partes representantia.     Ten eerste, dat het punt waar de stralen samenkomen ver achter het glas is. Want als dat niet zo is, zal er geen verhouding zijn tussen de voorwerpsafstand en het cirkeldeel waarin die punten vallen die delen van het voorwerp voorstellen.
Sed cum rei remotissimae omnia puncta fere perpendiculariter radient in vitrum, tota res in exiguum locum post vitrum cogetur; si vero puncta concursus longissime post vitrum fiant, puncta rei visibilis singula, punctum concursus longe post vitrum facientia, inter se aliquam distantiam oculis perceptibilem et remotioni rerum proportionatam sortientur.

Maar daar alle punten van een voorwerp dat heel ver weg is bijna loodrecht op het glas stralen, wordt het hele voorwerp op een nauwe plek achter het glas bijeengebracht; als echter de punten van samenkomst zo ver mogelijk achter het glas zijn, zullen de afzonderlijke punten van het voorwerp, het punt van samenkomst ver achter het glas makend, onderling een zekere afstand krijgen, waarneembaar voor de ogen, en in verhouding met de verte van de voorwerpen.

    Secundum ut quam plurimi radij vitro priore excipiantur. Quod fiet non per unum vitrum magnum (quod necessario magnam circuli superficiem facit), sed per multa vitra ad invicem secundum eandem planitiem posita, ita ut eorum puncta, ad Solem oppositorum, in idem incidant. Sicut ante alibi notavimus.     Ten tweede dat zoveel mogelijk stralen door het voorste glas worden opgevangen. Wat zal gebeuren niet met één groot glas (dat noodzakelijk een groot cirkeloppervlak maakt), maar met veel glazen die onderling volgens eenzelfde vlak zijn geplaatst, zo dat de punten ervan, als ze op de Zon gericht zijn, samenvallen. Zoals we eerder elders aangetekend hebben.   [<,>]

[ Ned. ]


[ 363 ]
Maan en getijden        

Luna an aestum excitet aquam tumefaciendo experiri.

Ondervinden of de Maan de vloed opwekt door het water te doen zwellen.

    Controversia est inter philosophos an Luna, aquam Oceani per fluxum et refluxum maris ducens, vim suam intra aquam mittat, ita ut aqua per eam intumescat atque ob id ad decliviora moveatur; an vero aqua a Luna magnetice attrahatur. [<]

    De natuurfilosofen zijn het er niet over eens of de Maan, als die het water van de Oceaan tot eb en vloed brengt, zijn kracht binnenin het water zendt, zo dat het water erdoor zwelt en daardoor naar lager gelegen plaatsen beweegt; of dat in werkelijkheid het water door de Maan magnetisch wordt aangetrokken.

    At an mare intumescat facili negotio probabitur si ollam immensae magnitudinis, in orificium tenuissimum desinens, aqua impleatur. Si enim in orificio aqua nunquam effluere aut subsidere deprehendatur, concludemus aquam non intumescere quia Lunae vis singulis diebus bis non minus hanc quam Oceani aquam ingrederetur. At ejusmodi vasa nunquam audivi repleta; nunquam audivi aquam suam sponte eijcere. Unde verisimile est aquam non recipere in se radios Lunae, eo modo quo aer recipit radios Solis et caloris.     Maar of de zee opzwelt zal gemakkelijk bewezen worden als een immens grote pot, die uitloopt in heel kleine opening, met water gevuld wordt. Als immers bevonden wordt dat bij de opening het water er nooit uitloopt of wegzakt, zullen we besluiten dat het water niet zwelt, omdat de kracht van de Maan elke dag twee keer in dit water kwam, evenals in dat van de Oceaan. Maar ik heb nooit gehoord dat zulke vazen voller werden; en ik heb nooit gehoord dat ze vanzelf water uitlieten. Daarom is het waarschijnlijk dat het water niet stralen van de Maan in zich opvangt, op die manier waarop de lucht stralen van de Zon en van warmte opvangt.

[ 364 ]
Si enim radij humoris, a Luna egredientes, aquam humidam redderent, non minus eleganter et commode ad prognosin humiditatis et siccitatis per ejusmodi vasa immensae magnitudinis exploraretur aquae ejus ascensus et descensus. Oporteret autem vas esse immensae magnitudinis et tenuissimi oris, quia totum mare Mediterraneum nihil potest ad hunc humorem aquae, sed solus Oceanus, qui infinite propemodum major est aquis Mediterraneis.   [>] Want als vochtstralen, van de Maan uitgaande, het water vochtig zouden maken, dan zou evenzo op een elegante en makkelijke wijze ter voorspelling van vochtigheid en droogte met zulke immens grote vaten onderzocht worden hoe hun water stijgt en daalt. Het vat zou wel immens groot moeten zijn en met een heel kleine opening, omdat de hele Middellandse Zee niets betekent voor dit watervocht, maar alleen de Oceaan, die bijna oneindig veel groter is dan de wateren van de Middellandse Zee.

[ Ned. ]


[ 370 ]
Telescooplenzen        

Telescopij vitrum medium res vividiores exhibet.

Middenglas in telescoop toont dingen sprekender.

    Hieronimus Syrturus in suo Telescopio*) dicit in tubo oculari convexam lentem, in medio debito loco positam, non quidem visibilia majora reddere, sed multo vividiora et clariora.

    Hieronimus Sirturus zegt in zijn Telescopium*) dat in een buiskijker een bolle lens, op de vereiste plaats in het midden gezet, het zichtbare weliswaar niet groter maakt, maar veel sprekender en helderder.

    Ratio est, meo juditio, quia hoc medium vitrum radios eos, qui longius a centro absunt, a prima lente venientes, adhuc semel introrsum refringens, magis conjungit, alias aberraturos et punctum concursus majus reddituros, quod nunc tam exiguum fit ac si binae lentes conjunctae fuissent. Nec tamen punctum concursus retrahit et minus remotum facit et tubum breviorem, quia tum demum radijs in medium ingrediuntur, cum aliquem cursum fecere.     De reden is, mijns inziens, omdat dit middelste glas die stralen, die verder van de as zijn, als ze uit de eerste lens komen, nog eens naar binnen breekt en meer bijeen brengt, terwijl ze anders zullen afwijken en het punt van samenkomst groter maken, dat nu zo klein wordt als wanneer de twee lenzen aaneengevoegd waren. En dit trekt toch het punt van samenkomst niet terug en maakt het niet minder ver, en de buis niet korter, aangezien de stralen dan pas in het midden komen, als ze een zekere weg hebben afgelegd.

    *)  Sirturus Telescopium: sive Ars perficiendi novum illud Galilaei visorium instrumentum ad Sydera (Frankfurt 1618), p. 75 e.v.  [<,>]

Met gat        

Telescopij vitrum perforatum.

Telescooplens met gat.

    Quod si ita sit, quanto melius res visibiles clariores videbuntur per vitrum meum perforatum [<], cum medij radij novam refractionem non desiderent, et in vitro non perforato multi radij medij, adhuc aliud vitrum penetraturi, reflectuntur. Atque ita pereunt, aberrantes a visu.

    Als dat zo is, hoeveel te meer zullen dan de zichtbare dingen helderder gezien worden met mijn doorboorde glas [<], daar de middelste stralen geen nieuwe breking behoeven, en in een niet doorboord glas veel van de middelste stralen, die door nog een ander glas moeten gaan, teruggekaatst worden. En zo gaan ze verloren, afwijkend van de gezichtsrichting.

    Den 30en Sept. 1626.     De 30e sept. 1626.


Verhouding        

Telescopij vitra proportionata.

Telescooplenzen in verhouding.

    Idem Hieronimus invenit suo juditio proportionem inter lentem convexam et concavam.

    Dezelfde Hieronimus heeft naar zijn oordeel de verhouding gevonden tussen de bolle en de holle lens.

    Omni autem lenti convexae omnis concava non respondet, etiam me judice. Nam si concava sit nimis cava, nimium divergent radij; si minus cava quam oportet, non satis divergent radij, etiam proxime punctum concursus, aut, si longius ab eo removeatur, multi radij non excipientur a concava, sed longius quam oporteat a centro incident in eam. Unde fiet ut non sint conventuri cum ijs qui circa centrum incidunt in tunica aragnoide.     Nu past niet elke holle lens bij elke bolle, ook volgens mij. Want als de holle te hol is, zullen de stralen te zeer uiteen wijken; en als hij minder hol is dan vereist, zullen de stralen niet genoeg uiteen wijken, ook heel dichtbij het punt van samenkomst, of, als hij er verder vandaan gezet wordt, zullen veel stralen niet opgevangen worden door de holle, maar ze zullen erop vallen verder van het middelpunt dan vereist. Waardoor het zal gebeuren dat ze niet samenkomen met die, welke nabij het middelpunt op het netvlies vallen.   [>]

[ Ned. ]


[ 377 ]
Niet gedrukt        

Meditata haec mea cur praelo non committenda.

Waarom deze overdenkingen van mij niet aan de drukpers toevertrouwd moeten worden.

    Cum has meas meditationes in ordinem sum redacturus*), consilium non est ut unquam edantur, nam si quid culpandi in ijs reperiatur, author reprehenditur. Quod vero novum et utile, non minus malis quam bonis prodest; non enim expectandum est ut boni fiant his perlectis; male igitur faciunt qui suas inventiones praelo committunt et omnibus communicant.     Nu ik deze overdenkingen van me op orde ga brengen*), is er geen besluit dat ze ooit uitgegeven worden, want als daarin iets afkeurenswaardigs wordt gevonden, wordt de auteur berispt. Maar wat nieuw is en nuttig, is niet minder voordelig voor slechte mensen dan voor goede; het is immers niet te verwachten dat ze goed worden als ze dit gelezen hebben; slecht handelen zij dus, die hun vindingen aan de drukpers toevertrouwen en aan allen meedelen.
Mihi vero stat sententia haec omnia collecta, solis amicis meis tradere, et, ne ad hostes patriae perveniant, belgico idiomate conscribere, ut saltem post ad eos possint pervenire°); amicis autem illis praecipere, ut nihil horum ad utilitatem patriae pertinentium, ita occultent ut occasio rei per ea bene gerendi negligatur; ita tamen ne temere divulgetur. Et si ejus non sint auctoritatis ut quae ipsi bona norunt, in actum producantur, ut sese in amicitiam magni cujusdam viri insinuent. Maar mijn gevoelen is om al dit verzamelde werk alleen aan mijn vrienden te geven, en, opdat het niet de vijanden des vaderlands bereikt, in de Nederlandse taal te schrijven, opdat het later tenminste hen kan bereiken°); en dan die vrienden aan te zeggen, dat ze niets hiervan dat tot nut van het vaderland strekt, zo geheim houden dat de kans om de zaak erdoor te bevorderen verloren gaat; maar zodanig dat het niet zomaar openbaar gemaakt wordt. En als ze niet het gezag hebben om hetgene dat zij zelf goed vonden ten uitvoer te laten brengen, dat ze dan de vriendschap van een of ander belangrijk man moeten verwerven.
Quod si efficere nequeant, viroque illi haec non satis probentur, existiment haec meditata magni non esse momenti, quae semet ipsa viris bonis non possint probare, possessoremque beatum et voti sui compotem reddere, dummodo et ipse possessor sit bonus. Quocirca non uni, sed tribus minimum amicis haec tradenda [>], nec nimis temere desperandum. En als hun dat niet lukt, en als dit door die man niet voldoende goedgekeurd wordt, laten ze dan beslissen dat deze overdenkingen van mij niet van groot belang zijn, als ze voor goede mannen zichzelf niet kunnen bewijzen, en dat ze de bezitter gelukkig maken en diens wens vervullen, mits de bezitter zelf ook goed is. Daarom moet dit niet aan één, maar aan minimaal drie vrienden [>] gegeven worden, en we moeten niet te veel wanhopen zonder reden.

    *)  Zie de aantekeningen over het manuscript, I, XXVII.
    °)  Na de dood van Maurits (23 april 1625) was de toestand van het vaderland nogal precair.
[ Ned. ]



Isack Beeckman | 1626 v (top) | vervolg