IB | < Vertalingen > | Index

Luchtdruk , lucht wegen , vacuüm , goede werken , wolken , koude , studeren


Isack Beeckman - 1619 v


[ 281 ]
Luchtdruk        

Corporis sibi invicem cohaerentia, cur difficulter separentur.

    Dicit Scaliger alubi*): Si duae laminae sibi invicem ita respondeant ut planum unius plano alterius plane congruat, non decidet inferior lamina a superiore, etiamsi superia sola sustineatur.

Waarom onderling nauw verbonden voorwerpen moeilijk gescheiden worden.

    Scaliger zegt ergens*): Als twee plaatjes zo op elkaar aansluiten dat een vlak van het ene geheel samenvalt met een vlak van het andere, zal het onderste plaatje niet van het bovenste afvallen, ook al wordt alleen het bovenste vastgehouden.

    Ratio est quia aer inferiorem laminam sursum premit. Quam primum enim haec occipit cadere non premitur a superiore laminâ, quae manu suspenditur. Unde sequitur majorem vim ferre inferius planum quam superius laminae inferioris. Ergo sursum impellitur.

    De reden is omdat de lucht het onderste plaatje omhoog drukt. Zodra dit immers begint te vallen, wordt er niet tegen gedrukt door het bovenste plaatje, dat in de hand wordt gehouden. Waaruit volgt dat het ondervlak van het onderste plaatje een grotere kracht krijgt dan het bovenvlak. Dus wordt het omhoog geduwd.

    Sciendum etiam est laminam superiorem non incumbere ullo modo inferiori cum manibus teneatur. Vim ergo totam aeris sustinet inferior superficies idque perpetuo.   [<]
— Tot Dordrecht, den 22en Meerte.
    Te weten is ook dat het bovenste plaatje, wanneer het in handen gehouden wordt, op geen enkele manier leunt op het onderste. Dus het is geheel de kracht van de lucht die het ondervlak ondervindt, en wel voortdurend.   [<]
— Te Dordrecht, de 22e maart.

    *)  In het werk genoemd op p. 8: Julii Caesaris Scaligeri exotericarum exercitationum liber quintus decimus: de subtilitate, ad Hieronymum Cardanum (1557), Exerc. 333 'de Planis exquisitis iunctis':
    Eramus olim apud Albertum Durer aliquot tyrunculi. Quorum unus cùm, ut alibi solebat, sui roboris clarum specimen multis factis periculis dedisset: demulcens illi caput Durer, Ecquid igitur, inquit, videmus te perpusillam rem moliri posse? Simul ostendit aereas tabellas duas, alteri alteram superpositam, quas ille ad scalpturam quandam compararat. Tolle, inquit, superiorem leviter apprehensam: atque ab inferiore disiunge.
Cùm ille frustra tentasset: ac maiore vi aggresso nihil procederet: caussatus adolescens dolum ex ferruminatione, deposuit. Tum Durer inclinatis illis facilè effecit: ut quia essent maximè lubrica politura, altera ab altera quasi deflueret.


    Lang geleden waren wij, enige beginnelingen, bij Albert Dürer. Toen één van ons, zoals hij elders gewoon was, met veel vertoon een duidelijk blijk van zijn kracht gegeven had, aaide Durer hem over de bol en zei: "Zullen we nu eens kijken of je iets heel kleins in beweging kunt brengen?". Tegelijk toonde hij twee koperen plaatjes, het ene op het andere gelegd, die hij voor snijwerk gereed gemaakt had. En hij zei: "Houd het bovenste lichtjes vast, en maak het los van het onderste".
Nadat de aangesprokene het tevergeefs had geprobeerd, en met grote krachtsinspanning niets had bereikt, zei de jongeman dat het een list was met soldeer en legde het neer. Toen kreeg Durer het gemakkelijk voor elkaar door ze schuin te houden, zodat (omdat ze heel glad gepolijst waren) het ene bijna vanzelf van het andere af kon glijden.


[Cf. Zucchi/Guericke (>) en Boyle, 1669, Exp. 50.] [Vgl. Zucchi/Guericke (>) en Kabinet 7c (1722), 44 over Boyle.]

[ Ned.: "Alsoo trect men met een leer een steen uyt de eerde." ]


[ 285 ]
Lucht wegen        

Aeris gravitatem ponderare.

Zwaarte van lucht wegen.

    Gravitas aeris hoc forsan pacto aestimari potest:

    Fac globum ex levi materia, qualis est testa ovorum aut ex tenuissima lamina ferrea, ne facile rumpatur; sitque globus magnus: quo major enim, eo est aptior ad rem quam paro. In hoc globo contineatur aer dumtaxat et aestimatur bilance pondus globi, sitque pondus dimidiae unciae. Quoniam autem aliquantum aeris potest ex hoc globo sugendo extrahi, etsi nihil corporeum in ejus locum succedat, aufer tantum aeris quantum fieri potest absque ruptura aut flexione globi, ac iterum aestima pondus globi totius. Erit procul dubio pondus minus, quia aeris portio quaedam abest, quae quoque suum pondus habebat. Si igitur reperiatur globus nullius gravitatis, adeo ut in aere quemvis locum datum obtineat, extractus aer dimidiam unciam gravitate aequat; si sursum ascendat globus per se, extractus aer gravior est unciâ dimidiâ levitasque globi aestimabitur eo modo quo ligni levitas aestimatur existentis sub aqua. Si vero globus quartam unciae partem aequet, extractus aer etiam unciae quartam partem gravitate aequabit. Quantum vero aeris extractum sit, facile est colligere ex capacitate oris nostri, aut tubi, per quem aerem sugendo extrahimus.

    De zwaarte van lucht kan misschien op deze manier bepaald worden:

    Maak een bol van licht materiaal, zoals eierschaal of van het dunste ijzerplaat, opdat hij niet makkelijk breekt; en het moet een grote bol zijn: hoe groter immers, des te geschikter voor de zaak die ik van plan ben. In deze bol moet slechts lucht zijn en met een balans moet het gewicht van de bol bepaald worden, en laat het gewicht een halve ons zijn [ca. 15 g]. Aangezien nu enige lucht uit deze bol gehaald kan worden door te zuigen, zonder dat er iets lichamelijks voor in de plaats komt: neem zoveel lucht weg als mogelijk is zonder breuk of doorbuiging van de bol, en bepaal weer het gewicht van de hele bol. Ongetwijfeld zal het gewicht minder zijn, omdat een gedeelte van de lucht ontbreekt, dat ook zijn gewicht had. Als dan bevonden wordt dat de bol geen zwaarte heeft, zodanig dat hij in de lucht een willekeurige plaats kan innemen, is de uitgehaalde lucht in zwaarte gelijk aan een halve ons; als de bol vanzelf naar boven gaat, is de uitgehaalde lucht zwaarder dan een halve ons en de lichtheid van de bol wordt bepaald op die manier waarop de lichtheid van hout bepaald wordt dat zich onder water bevindt. Maar als de bol evenwicht maakt met een vierde deel van een ons, zal de uitgehaalde lucht ook in zwaarte gelijk zijn aan een vierde deel van een ons. Maar hoeveel lucht is uitgehaald, is gemakkelijk op te maken uit de capaciteit van onze mond, of van de buis, waarmee we door zuigen lucht weghalen.



Vacuum        

Aer quomodo se ad vacuum praesens explicet.

Hoe lucht zich uitbreidt in aanwezige leegte.

    Si vas ubique clausum construeretur tam firmâ materiâ ut totus aer incumbens illud non possit rumpere, etiamsi intus omnino esset vacuum, quaeritur an e tali vase aer intrinsecus suctione aliquâ exhauriri possit. [<]

    Als een aan alle kanten gesloten vat gemaakt werd van een zo stevig materiaal dat de gehele erop rustende lucht dit niet kan breken, ook al was het erbinnen helemaal leeg, wordt gevraagd of uit zo'n vat door zuigen nog enige lucht van binnen er uitgehaald kan worden. [<]

    Respondeo: Nequaquam totus, sed pars ejus solummodo. Aer enim apud nos, cum a superiore aere prematur, constrictior perpetuo est pro sua natura. Cum igitur vacuum aliquod ad manûs est (ut accidit in suctione), extendit et explicat sese impletque locum vacuum. At jam satis superque explicato aere, etsi vacuum aliquod praesens est, in quod posset intrare, nulla ratio est cur suum locum desereret. Si igitur suctio adhibeatur ad summitatem hujus tam firmi vasis, nullo modo aer ascendet, ut locum vacuum impleat, si jam ante se sufficienter explicuerit. At si suctio inferiore vasis parti adhibeatur, cum aer quoque ad centrum Terrae tendat, non aliter quam corpus grave, deorsum ad locum vacuum movebitur, desertâ parte superiore.     Ik antwoord: Zeker niet alle lucht, maar slechts een deel ervan. De lucht bij ons is immers, daar erop gedrukt wordt door de bovenlucht, naar zijn aard voortdurend nogal compact. Wanneer nu een leegte beschikbaar is (zoals het geval is bij zuigen), zet hij uit en verspreidt hij zich en vult de lege ruimte. Maar nu is er voor de meer dan genoeg uitgebreide lucht, ook al is er enige leegte aanwezig waarin hij zou kunnen gaan, geen reden om zijn plaats op te geven. Als dus zuiging wordt toegepast op de bovenkant van dit zo stevige vat, zal de lucht geenszins stijgen, om de lege ruimte op te vullen, als hij zich al eerder voldoende heeft verspreid. Maar als de zuiging wordt toegepast op het onderste deel van het vat — aangezien lucht ook de neiging heeft naar het middelpunt van de Aarde te gaan, niet anders dan een zwaar lichaam — zal hij omlaag bewegen naar de lege ruimte, en het bovenste deel verlaten.

[ Lat. ]


[ 336 ]
Goede werken        

Deus quomodo nos moveat ad bona opera.

    Deus dicitur causa bonorum operum in nobis. An sicut 'automata' moventur artificium machinis? an potius sicut equus ab insidente quoquo versum dirigitur, habens in se motûs principium, nihilominus tamen nequens domino non obedire? an potius sicut famulus a domino persuadetur argumentis quibus nequit non duci? an potius sicut filius patris voluntatem exequitur, sentiens revera dulcedinem haereditatis paternae, quo nequit non moveri? Agit igitur Deus ita in nobis necessario talibus machinis ut neque sensum, neque assensum, neque voluptatem adimat. Non ergo movemur sicut stipites, equi, servi, sed libenter, ut filij.
Hoe God ons beweegt tot goede werken.

    God wordt genoemd de oorzaak van goede werken in ons. Soms zoals 'automaten' bewegen in de machines van de vaklieden? of liever zoals een paard door de ruiter ergens heen gestuurd wordt, met in zich wel een begin van beweging, niettemin toch niet in staat de meester niet te gehoorzamen? of liever zoals een knecht door zijn meester overreed wordt met argumenten die hij onmogelijk naast zich neer kan leggen? of liever zoals een zoon de wil van zijn vader uitvoert, werkelijk de bekoring voelend van de vaderlijke erfenis, die hem niet onbewogen kan laten? God handelt dus zo in ons noodzakelijk met zulke middelen dat hij noch het gevoel, noch de instemming, noch de wil ontneemt. Dus handelen we niet als lummels, paarden, slaven, maar vrij, als zonen.   [<]
— Pater et ego te Rotterdam.

    Den 23en Augusti quamen wy van De Swaluwe te Breda.
    [ < , > ]

— Vader en ik te Rotterdam.

    De 23e augustus kwamen wij van De Zwaluwe te Breda.


[ Lat. ]



[ II, 3 ]     8 - 17 december 1619 [te Utrecht]

Wolken        

Nubium altiorum et inferiorum ratio.

Reden van hogere en lagere wolken.

    Visuntur interdum nubes infra nubes inferioresque longe celerius volitant. Hujus phaenomeni hanc ego rationem esse arbitror:

    Soms worden wolken onder wolken gezien en de laagste vliegen veel sneller. Van dit verschijnsel meen ik dit de reden te zijn:

    Volitant quidem supremae nubes in summâ aeris superficie, sed non raro accidit ut non ascendant vapores usque ad aeris summitatem, cum videlicet interjectus quidem tractus aeris calidior tenuiorque existit infimo aere; tum enim vapor ascendit quidem usque ad summitatem aeris infimi sed gravior existens medio aere; tum enim vapor ibidem haeret nec altius ascendit.

    De hoogste wolken vliegen wel in het bovenste oppervlak van de lucht, maar niet zelden komt het voor dat dampen niet opstijgen tot aan de top van de lucht, namelijk wanneer juist een tussenliggende luchtstreek warmer en dunner is dan de onderste lucht; want dan stijgt de damp wel tot aan de top van de onderste lucht maar hij is zwaarder dan de middelste lucht; want dan blijft de damp daar ook hangen en stijgt niet hoger.*)

Aer superior interdum tenuior.

Hogere lucht is soms dunner.

Is vero vapor, qui medio hoc aere tenuior est, eum perrumpit facile; etiam supremum aerem penetrat ob hujus densitatem [<], ibique in superficie supremas nubes constituit.

    At dicet aliquis: Cum infimus aer ob reflectionem caloris sit calidissimus, quî fieri potest esse aliquem medium tractum aere infimo calidiorem?

    Respondeo eo modo, quo infimus aer primus persentiscit et afficitur calore, sic etiam primum affici frigore. Affecto igitur infimo aere, necdum afficitur medius; densatur igitur infimus frigore, medio necdum densato. Sic quibusdam in plagis regionis ob exhalationum diversitatem aer densior fit et tenuior: alia enim terra alio atque alio tempore alias exhalationes edit. Ubi igitur locus quidam e coeli constitutione propriâque loci naturâ calorem concepit aerque eius loci subito densatur frigore, tum ascendit vapor fitque ros, pruina, caligo, nubes etc.

Die damp echter, die dunner is dan deze middelste lucht, doorbreekt deze makkelijk; ook dringt hij door in de bovenste lucht wegens de dichtheid hiervan, en daar brengt hij in het oppervlak de hoogste wolken tot stand.

    Maar iemand zal zeggen: Terwijl de onderste lucht wegens de terugkaatsing van warmte het warmst is, hoe kan dan een streek in het midden warmer zijn dan de onderste lucht?

    Ik antwoord dat de onderlucht, zoals hij als eerste alles voelt en door warmte beïnvloed wordt, zo ook als eerste door koude beïnvloed wordt. Als dus de onderlucht beïnvloed wordt, dan nog niet die in het midden; de onderste wordt dus verdicht door koude, en de middelste nog niet. Zo wordt de lucht in sommige zones van een gebied wegens verschil van uitwasemingen dichter en dunner: andere grond geeft immers op andere tijden andere uitwasemingen af. Zodra dus een plaats door de toestand van de hemel en door de plaatselijke gesteldheid warmte opgenomen heeft en de lucht er ineens verdicht wordt door koude, dan stijgt damp op en ontstaat dauw, rijp, nevel, een wolk enz.


    [ *)  Drie luchtlagen rond de aarde:
drie luchtlagen
Suprema Aeris regio - hoogste luchtstreek,
Media - middelste (met wolken),
Infima - onderste.

Ignis - vuur (erbuiten).
    De middelste laag zou de koudste zijn. Daarom moest Beeckman beredeneren waarom er in het midden een warmere luchtlaag kon zijn.

    Afbeelding uit:
Oronce Finé, Prothomathesis (1532), Vol. 3, Fo. 103.
Vergelijk de figuur in een manuscript van Le sphere de monde (1549).


Vuur boven lucht ook in een andere figuur.]

[ Ned. ]


[ II, 4 ]
Koude        

Frigus an sit quid reale.

    Ut scias an frigus sit quid reale, extruito tibi locum crassissimo muro, undique cinctum. Videtur enim hoc locus fore frigidissimus, quia omnis calor arcetur, neque inferne videbitur ab ipsa terra calor hunc ingredi si et pavimentum denso lapide struatur. Sed an non calor aestate ipsos lapides penetrat, quî frigore, aere poros lapidum occludente, intus coercetur?
Of koude iets bestaands is.

    Om te weten of koude iets bestaands is, moet je je een ruimte bouwen met een heel dikke muur, overal omsloten. Want het blijkt dat deze ruimte heel koud zal zijn, omdat alle warmte geweerd wordt, en ook zal blijken dat de warmte van de aarde zelf niet ondergronds erin gaat als ook de vloer van dichte steen gemaakt wordt. Maar of niet 's zomers de warmte door die stenen dringt, hoe hij door de kou, als de lucht de poriën van de stenen sluit, binnen gehouden wordt?

[ II, 5 ]

Gelu remittente cur in aedibus magis frigeat.

    Dicitur frigus aedes ingredi, gelu remittente. Quod si ita sit, quomodo frigus privatio caloris dicatur? Non enim id, quod non est, pellitur; unde sequitur, adventante calore, frigus in aedibus nequaquam posse augeri.

Waarom meer kou in huis als de vorst minder wordt.

    Men zegt dat kou het huis inkomt als de vorst minder wordt. Als dat zo is, hoe kan kou dan een ontbreken van warmte genoemd worden? Want dat, wat niet bestaat, wordt niet geduwd; waaruit volgt dat, als de warmte opkomt, de kou in de huizen geenszins kan toenemen.

    At sciendum aerem nunquam esse adeo calore privatum apud nos quin adhuc multae particulae ignis ei insint. Quamdiu igitur aer extra domos aeque constringitur frigore ac interior retinetur in aedibus, est calor exiguus, sed ubi exterior aer remittit porosque majores acquirit, interiore adhuc sese comprimente, exprimitur calor aedium in poros aeris interni fitque aer intra domos frigidior, gelatque in aedibus, cum ante non gelasset, cum adhuc in macrocosmo gelaret.

    Den 29en.

    Maar men moet weten dat de lucht bij ons nooit zozeer beroofd is van warmte dat er niet nog veel vuurdeeltjes in zijn. Zolang dus èn de lucht buiten de huizen door koude samengetrokken wordt èn de binnenlucht in huis blijft, is er een geringe warmte, maar zodra de buitenlucht ontspant en grotere poriën krijgt, terwijl de binnenlucht zich nog ineendrukt, wordt huiswarmte uitgeperst in poriën van de binnenlucht en wordt de lucht binnen in de huizen kouder, en dan vriest het in huis, hoewel het er eerder niet gevroren had, toen in de buitenwereld nog vroor.

    De 29e [december].


[ Ned. ]


[ II, 9 ]
Studeren        

Studendum duntaxat cum lubet.

    Vixi quinque aut sex annos, praecipue cum essem Zirizeae, quibus me nunquam paenitivit neglectarum horarum, nec dolebam si non studuissem cum poteram studere. Ratio erat quia tum existimabam me mea studia absolvisse neque aspirabam ad ulteriorem quandam doctrinam.
Studeren alleen als je er zin in hebt.

    Vijf of zes jaar van mijn leven, in het bijzonder toen ik in Zierikzee was [<], had ik nooit spijt van verloren uren, en vond ik het niet erg als ik niet gestudeerd had hoewel ik had kunnen studeren. De reden was omdat ik toen meende dat ik klaar was met mijn studie, en ik dacht niet aan enige verdere wetenschappelijke vorming.
Hoc genus vitae hîc in Terrâ longe beatissimum, ad quod deberent se Philiosophi praeparare. Id me recepturum spero ubi ex animi sententiâ in medicinâ fuero versatus. Laborandum enim ne semper laboremus; tandem studebimus ubi lubet studere ac otiabimur absque animi dolore ubi lubet otiari. Deze manier van leven is hier op Aarde verreweg de gelukkigste, waarop de filosofen zich zouden moeten voorbereiden. Ik hoop die terug te krijgen zodra ik voor mijn gevoel bedreven ben in de geneeskunde. We moeten immers moeite doen om niet altijd moeite te hebben; ten slotte moeten we studeren wanneer we er zin in hebben, en nietsdoen zonder spijt wanneer we zin hebben in nietsdoen.   [>]

[ Ned. ]



Isack Beeckman | 1619 v (top) | vervolg