Beeckman | Supplement

Bijzonnen , uitleg , Gassendi in de Republiek , noten


Bijzonnen 1629

C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634

Tome IV: Supplément


[ 149, 150 ]
    [ Tekening met uitleg in het Journal direct voor de notitie over het bezoek van Gassendi [<]. Het is een kopie van de figuur die deze had ontvangen toen hij in Leuven was. De waarneming was gedaan door Christoph Scheiner a.]



PARHELIA SIVE SOLES IV APPARENTES CIRCA SOLEM VERUM,

Romae observati Anno 1629 die 20 Martij ab hora astronomica
pomeridiana 2a ad 3am, seu Italica b 20a ad 21am et paulo plus.


BIJZONNEN OF 4 ZONNEN VERSCHIJNEND OM DE WARE ZON.

Te Rome waargenomen op 20 maart 1629
van 2 tot 3 uur in de middag en nog iets langer.

parhelia

De letters B en H ontbreken.
[ B moet lager c. ]


EXPLICATIO FIGURAE.

A   Observator Romanus.
B   Vertex loco observatoris incumbens.
C   Sol verus observatus.
AB planum verticale in quo et oculus observatoris et Sol observatus existunt, in quo et vertex loci B jacet, ideoque omnia per lineam verticalem AB repraesentantur. In hanc enim totum planum verticale procumbit.

UITLEG VAN DE FIGUUR.

A   Waarnemer te Rome.
B   Zenit boven de plaats van de waarnemer.
C   Waargenomen ware Zon.
AB vertikaal vlak waarin zowel het oog van de waarnemer als de waargenomen Zon zijn, waarin ook het zenit B ligt, en daarom wordt dit alles voorgesteld door de vertikale lijn AB. Hierop wordt immers het hele vertikale vlak geprojecteerd.

    Circa Solem C apparuere duae incompletae Irides, eidem homocentricae, diversicolores, quarum minor sive interior DEF plenior et perfectior fuit, curta tamen sive aperta a D ad F et in perpetuo conatu sese claudendi stabat et quandoque claudebat, sed mox denuo aperiebat. Altera, sed debilis semper, et vix conspicabilis, fuit GHI, exterior et secundaria, variegata tamen et ipsa suis coloribus, sed admodum instabilis.

    Rondom de Zon C verschenen twee onvolledige halo's, met hetzelfde middelpunt als deze, en met diverse kleuren, waarvan de kleinste of binnenste DEF voller en volmaakter was, maar wel onderbroken of open van D tot F en hij stond er met een voortdurend pogen om zich te sluiten en een enkele maal sloot hij zich, maar weldra opende hij zich opnieuw. De andere, maar steeds zwak, en nauwelijks in het oog te krijgen, was GHI, meer naar buiten en secundair, bont niettemin en met zijn eigen kleuren, maar zeer onvast.

    Tertia, et unicolor, eaque valde magna Iris, fuit KLMN, tota alba, quales saepe visuntur in Paraselenis circa Lunam. Haec fuit arcus excentricus, integer ab initio, per Solis medium incedens, circa finem tamen ab M versus N debilis et lacer, imo quasi nullus.

    Een derde kring, en eenkleurig, en deze heel groot, was KLMN, helemaal wit, zoals ze vaak gezien worden bij kringen rond de Maan d. Dit was een excentrische boog, gaaf vanaf het begin, door het midden van de Zon lopend, aan het eind evenwel vanaf M naar N toe zwak en gehavend, ja zelfs zo goed als verdwenen.
    Caeterum in communibus circuli hujus intersectionibus cum Iride exteriore GHI, emerserunt dua Parhelia, non usque adeo perfecta, N et K, quorum hoc debilius, illud autem fortius et luculentius splendescebat.     Overigens zijn op de gemeenschappelijke snijpunten van deze cirkel met de buitenste halo GHI, twee bijzonnen te voorschijn gekomen, niet zozeer volmaakt, N en K, waarvan de laatste zwakker, de eerste daarentegen sterker en helderder schitterde.

[ 151 ]

Amborum medius nitor aemulabatur solarem, sed latera coloribus Iridis pingebantur, neque rotundi ac praecisi, sed inaequales et lacunosi, ipsorum ambitus cernebantur. N, inquietum spectrum, ejaculabatur caudam spissam subigneam NOP cum jugi reciprocatione. Van beide wedijverde de glans aan de kant van het midden met die van de Zon, maar de flanken hadden een schakering van regenboogkleuren, en daarvan was te zien dat de omtrekken niet rond en scherp waren, maar oneffen en met lacunes.  N, een onrustig beeld, wierp een dikke bijna vurige staart NOP uit, met een schommelende beweging.
L et M fuere trans zenith B, prioribus minus vivaces, sed rotundiores et albi, instar circuli sui cui inhaerebant, lac seu argentum purum exprimentes, quamquam M media tertia jam prope disparuerat; nec nisi exigua sui vestigia subinde praebuit, quippe et circulus ex illa parte defecerat. Sol N defecit ante Solem K, illoque deficiente roborabatur K qui omnium ultimus disparuit.

L en M waren aan de andere kant van het zenit B, minder helder dan de vorige, maar ronder en wit — net zoals hun kring waarop ze vastzaten — melkachtig of als zuiver zilver, hoewel M halverwege het derde uur al bijna verdwenen was; en daarna gaf hij alleen nog geringe sporen van zijn bestaan, want ook de kring was aan die kant vervaagd. Zon N vervaagde voor Zon K, en terwijl die vervaagde werd K sterker, en deze verdween het laatst van alle.

    Situm respectu plagarum mundi indicant lineae QR, ST, quarum QR aequatoris, ST meridiani cum horisonte sectionem denotat.

    De ligging t.o.v. de windstreken is te zien met de lijnen QR en ST, waarvan QR de snijding met de horizon aanduidt van de evenaar, ST van de meridiaan e.

    Sol verus, hujus phaenomeni tempore, incessit per circulos verticales qui respectu observatoris montorium, at respectu aliorum Basilicam Sti Petri et alia loca versus castrum Sti Angeli transeunt.

    De ware Zon is tijdens dit verschijnsel voortgegaan door de vertikale cirkels die ten opzichte van de waarnemer door het gebergte gaan, ten opzichte van anderen echter door de Basiliek van St. Petrus en andere plaatsen in de richting van het fort van St Angelus.

    Duratio hujus apparentiae fuit, meo quidem judicio, duarum minimum horarum, nam hora 20a seu 2a astronomica, aliqui in Collegio Romano viderunt apparentes Soles quatuor eosque satis vegetos, atque coruscos juxta Solem verum. Sed ex Tusculi in vinea perpurganda occupati, quatuor a se praeter verum conspectos esse Soles valde vegetos perscribunt, quod fieri non potuit nisi circa horam 2am aut ante; nam post 2am Sol M obliterari coepit, nec nisi ab hujus rei perito animadverti potuit.     De duur van deze verschijning was, althans naar mijn oordeel, ten minste twee uren, want om 20 uur [Italiaans b], 2 uur namiddag, hebben sommigen in het Collegium Romanum vier Zonnen zien verschijnen, tamelijk duidelijk, en bovendien nog veranderend in glans naast de ware Zon. Maar ook hebben mensen uit Frascati die in de wijngaard bezig waren, beschreven dat door hen behalve de ware Zon er nog vier zeer duidelijke gezien zijn, wat alleen heeft kunnen gebeuren omstreeks 2 uur of ervoor; want na 2 uur begon Zon M uitgewist te worden, en kon hij alleen opgemerkt worden door wie ermee bekend was.
Ita facile mihi persuadeo hanc apparitionem duas minimum horas tenuisse et sub meridiem, vel non diu post, incaepisse, nam quando ego post horam 2am huc perveni, videbatur ad dissolutionem inclinari. In Collegio Anglicano, uti postea comperi, ex ipsismet inspectoribus nostris circa horam 19am jam omnes Soles perfectos et fulgidos aspexerant.

Zo maak ik makkelijk voor mezelf aannemelijk dat deze verschijning minstens twee uren geduurd heeft en omstreeks 12 uur, of niet lang erna, begonnen is, want toen ik na 2 uur hierheen kwam, had hij zichtbaar de neiging op te lossen. In het Collegium Anglicanum, zoals ik naderhand vernam van de toeschouwers bij ons, hadden ze al om 19 uur [1 uur] alle Zonnen volmaakt en schitterend in het oog gehad.

    Notandum insuper est circulum album KLMN ultra zenith seu verticem transivisse, prout punctum B denotat.

    Bovendien moet vermeld worden dat de witte cirkel KLMN aan de andere kant van het zenit of toppunt doorgegaan is, zoals het punt B aangeeft.

    Tandem totam phaenomenon in nubes candidas resolutum et abstersum est circa vel paulo post horam 3iam . Sol autem verus serenus iterum alluxit cum durante apparentia subobscurus, et hebes quidem, visui tamen intolerabilis affulsisset.     Tenslotte is het hele verschijnsel in witte wolken opgelost en uitgevaagd omstreeks of even na 3 uur. En de ware Zon scheen weer kalm met blijvende verschijning, niet echt helder, en hij schitterde wel wat verzwakt, maar toch ondraaglijk voor het oog.


Sol tibi signa dabit. Solem quis dicere falsum
Audeat? ille etiam caecos instare tumultus
Saepe monet, fraudemque, et operta tumescere bella.

VIRG., I Georg.

O     A     M     D     G

De Zon voorspelt het u. Wie durft de Zon te zeggen:
'Gij liegt'? Zij waarschuwt vaak voor ondergrondse woeling;
dat dreigt verraad of oorlog, gistend in 't verborgen.

Vergilius, Georgica,  I , vs. 463-5 (vert. Ida Gerhardt)

Omnia Ad Maiorem Dei Gloriam
Alles tot meerder eer van God



[ 152 ]
Pierre Gassendi, te Brussel, aan Nicolas-Claude Fabri de Peiresc, te Aix 1.
21 juli 1629.


    Deze brief verdween omstreeks 1850 uit de Parijse Bibliothèque nationale, dook later op in de collectie Morrison te Londen, en werd gepubliceerd in Lettres de Peiresc, ed. Tamizey de Larroque, IV (1893), 198-202. 2



    Je m'embarquay à Calais pour la Hollande peu d'heures après que Mr De Chasteauneuf fust party pour Angleterre, qui fust le deuxiesme de ce mois.

    Ik scheepte me in te Calais 3 om naar Holland te gaan, enkele uren nadat de heer De Chasteauneuf 4 vertrokken was naar Engeland, het was op de tweede van deze maand.
    Arrivé à La Haye, Mr De Baugy, ambassadeur, m'y feit beaucoup de caresses .... Je pris congé de luy, fus à Leyden deux ou trois jours et y vey particulierement Mr Heinsius qui me donna un exemplaire de son Laus asini augmenté. J'y vey aussi le bon Mr Vossius, qui me feit bonne chere, comme feit aussi Mr Rivet. Il seroit trop long de vous dire la peine que ces messieurs, et encores les Sieurs Heurnius et Vorstius medecins, prirent de me faire voir les eglises et tombeaux, le theatre anatomique, où il y a de tres rares choses, le jardin, etc.

    Aangekomen te Den Haag kreeg ik een heel goede ontvangst van de heer De Baugy, de ambassadeur 5 .... Ik nam afscheid van hem, was twee of drie dagen in Leiden, en sprak er in het bijzonder de heer Heinsius 6 die me een exemplaar gaf van zijn vermeerderde Lof van de ezel 7. Ik sprak ook de goede heer Vossius 8, die me goed onthaalde, zoals ook de heer Rivet deed. Het zou te ver voeren u te vertellen welke moeite zij namen, en ook de heren Heurnius 9 en Vorstius 10 (geneeskundigen), om me kerken te laten zien en graftomben, het anatomisch theater, waar heel zeldzame dingen zijn, de tuin, enz.
    A Amsterdam le Sieur Nicolaus à Wassenaer medecin qui a correspondance par tout le monde et les plus grandes raretez qu'on luy apporte de tous les endroits .... C'est luy l'autheur de ces Histoires belgiques qui s'impriment tous les six mois. Quand je luy eus fait voir les parhelies [<] que vous m'aviez envoyez, il en feit faire une copie pour l'inserer dans son Histoire du semestre passé; il ne le pourra point faire sans que faisant mention de moy; il le face aussi de vous. Le sieur Gheritsen qui le doit tailler, voulust que je luy tracasse un petit discours de ce phenomene, pour l'adjouster à la description envoyee de Rome;     Te Amsterdam 11 de heer Nicolaas van Wassenaer, geneeskundige, die een correspondentie over de hele wereld heeft, en de grootste zeldzaamheden die men hem van overal aanvoert .... Hij is de auteur van het Nederlandse Historisch Verhael dat gedrukt wordt om de zes maanden 12. Toen ik hem de bijzonnen [<] had laten zien die u me toegezonden had, liet hij er een kopie van maken om het in zijn Verhael van het afgelopen halfjaar te zetten; hij zal het niet kunnen doen zonder mij te vermelden; hij moet u ook maar vermelden 13. De heer Gerritsz 14, die het moet graveren, wilde dat ik voor hem een vertoogje over dit verschijnsel zou samenstellen, om het toe te voegen aan de beschrijving die uit Rome gezonden is.

[ 153 ]
je ne luy peu barbouiller que la mesme chose que je me souvenois de vous avoir escrite. Je compris qu'il la vouloit aussi imprimer en fueille volante. Le Sieur H. Hondius me feit veir les livres où sont des chartes de la France et le Sieur Janssonius me dit que dans peu de mois nous aurions une nouvelle spere de Copernic, en laquelle, par dessus celle que vous avez, il y auroit l'horizon et plusieurs autres choses.

ik kan voor hem slechts hetzelfde broddelen als wat ik me herinnerde aan u geschreven te hebben 1. Ik begreep dat hij het ook wilde drukken als pamflet. De heer H. Hondius 2 liet me de boeken zien waarin kaarten van Frankrijk 3 staan, en de heer Janssonius 4 zei me dat we over enkele maanden een nieuwe Copernicaanse sfeer [>] zouden krijgen, waarop, behalve wat er is op degene die u hebt 5, de horizon en verschillende andere dingen zouden zijn 6.

    A Utrecht, comme à Rotterdam, je ne trouvay point des gens de lettres de grande reputation. Ayant passé par Middelbourg en Zelande, je ne me souvins jamais que ce fust là la demeure du Sieur Lansbergius; ainsi à mon grand regret, je ne l'ay point veu.

    Te Utrecht, zoals te Rotterdam, vond ik geen geletterde mensen van grote faam. Toen ik in Zeeland 7 langs Middelburg gegaan was, dacht ik er helemaal niet aan dat daar de woning van de heer Lansbergius 8 was; dus tot mijn grote spijt heb ik hem niet gesproken.

    A Dordrecht j'avoy desja veu, et vey despuis encore à mon retour de l'armee, le Sieur Baeckman, le meilleur philosophe que j'aye encore rencontré. A Gorckoom il y a un Maronite qui a des opinions admirables touchant la disposition du Monde.

    In Dordrecht had ik al gesproken 9, en sprak ik weer bij mijn terugkeer van het leger 10, met de heer Beeckman, de beste filosoof die ik tot nog toe ontmoet heb 11. In Gorkum is een Maroniet 12 die wonderlijke meningen heeft over de inrichting van de wereld.

    En l'armee Mr De Fresne Canaye, pour me faire cognoistre le Sieur Albert Girard (celluy qui a fait r'imprimer le Marolois), ingenieur maintenant au camp, luy donna à soupper en ma compagnie. Au reste tous ces gens là sont pour le mouvement de la Terre.

    In het leger gaf de heer De Fresne Canaye 13, om me kennis te laten maken met de heer Albert Girard 14 —degene die Marolois 15 heeft laten herdrukken, nu ingenieur in het legerkamp — hem een avondmaal samen met mij. Overigens zijn al die mensen daar voor de beweging van de Aarde.

    Je fus au camp (vous entendez bien que c'est devant Bois le Duc) tout Dimenche et Lundy derniers et en partis le mardy sur les neuf heures. J'eus le loisir et le moyen d'y voir toutes choses ....

    Ik ben de hele afgelopen zondag en maandag in het kamp geweest (u begrijpt wel dat het voor 's-Hertogenbosch is 16), en dinsdag vertrokken om negen uur. Ik had tijd en gelegenheid om alles te bekijken ....




Noten

[ 149-1 n ]
  1. Cf. Ferd. Sassen, De reis van Pierre Gassendi in de Nederlanden (KNAW 23-10, Amsterdam 1960), 26. Peiresc had de waarneming van Christoph Scheiner (gedaan te Frascati bij Rome) ontvangen van kardinaal Barberini (prefect van de Vaticaanse bibliotheek) en had hem laten vermenigvuldigen. Gassendi ontving op 18 mei 1629 te Leuven enkele afdrukken.
    [ Hortensius noemt de beschrijving in een brief aan Gassendi, 2 juni 1634.]

    In Amsterdam gaf Gassendi een kopie aan Reneri en hij zond hem zijn eigen uitleg. Reneri [<] publiceerde het geheel als Phaenomenon rarum et illustre Romae observatum 20 Martij Anno 1629, etc. (Amstelodami, apud Hesselium Gerardi [1629] in 4o).
    Gassendi was niet tevreden over de wat slordige uitgave ["dit drukwerk is samengeflanst op de meest Bataafse manier die te bedenken is" in Lettres de Peiresc, IV, 241], en verzorgde een nieuwe: Parhelia, sive soles quatuor qui circa verum apparuerunt Romae die XX mensis martis, anno 1629, et de eisdem Petri Gassendi ad Henricum Renerium epistola (Parisiis, 1630; in Institutio astronomica, Hagae Comitis 1656, p. 285); Petri Gassendi Opera (Lugduni 1658), III, 651-662.

    In juli 1629 ontving Descartes een kopie in handschrift van Reneri, en hij wierp zich op het probleem. Zijn uitleg verscheen in het Traité des Météores [p. 288, Ned. 310], samen met de Dioptrique en de Géométrie en een voorrede: Discours de la méthode (1637).
    Ook Christiaan Huygens heeft er een uitvoerige studie aan gewijd: Oeuvres, XVII (1932), 381 e.v.
    [ De figuur komt ook voor in: Aldrovandi, Monstrorum historia (1642), 740 (Im. 747).]   «

  2. Hora Italica: 24 (gelijke) uren, gerekend vanaf zonsondergang.   «   «

  3. Punt B moet zijn het middelpunt van de grote cirkel, zoals in de figuur van Huygens.   «

  4. Minnaert Minnaert laat de situatie duidelijk zien in
    Natuurkunde van 't vrije veld, 1968, 1, 222
    (DBNL: 1937, 1, 183):

    - kleine kring a
    - grote kring f
    - horizontale cirkel k
    - bijzonnen g van de grote kring (zeldzaam)

    Zie voor de derde:
    Parhelic circle (apod): foto.

    Moon halo: foto.
    «

  5. De lijnen QR en ST zijn begrijpelijk als ze getrokken worden door het standpunt A van de waarnemer, i.p.v. door de Zon.   «
[ 152 n ]
  1. Nicolas-Claude Fabri de Peiresc (1580-1637) was een der beroemdste geleerden in de eerste helft van de 17e eeuw. Hij was gefortuneerd en kon een ruime verzameling aanleggen van manuscripten, munten en curiositeiten die hij uit de verste landen liet halen en die hij geleerden ter beschikking stelde. Gassendi was één van zijn vrienden.
        [ P. Gassendi, Viri illustris Nicolai Claudii Fabricii de Peiresc ... vita, 1641, p. 49:]
    1601 [Venetië].  ... Hij legde zich er ook zeer op toe oorzaken op te sporen van verbazingwekkende zaken van de natuur. Zo ondervroeg hij verschillende mensen over die Parhelia, of drie zonnen, en de drievoudige regenboog die waren gezien op 7 februari, omtrent het 21e uur.]
  2. De collectie Morrison raakte verspreid van dec. 1917 tot mei 1919.
  3. Na de zuidelijke Nederlanden te hebben doorkruist.
  4. Charles des l'Aubespine, ambassadeur van Frankrijk in Engeland (1629 en 1630).
  5. Nicolas de Baugy, sieur de Fay, ambassadeur van Frankrijk (1628-1634).
  6. Daniël Heinsius. Cf. II, p 208 en IV, 76   [ -, geboren te Gent in 1580; vanaf 1603 hoogleraar aan de universiteit te Leiden, één van de beroemdste; overleden in 1655].
  7. Laus asini tertia parte auctior. Cum alijs festivis opusculis (Lugd. Bat. ex officina Elseviriana, Anno 1629).
  8. Gerard Johannis Vossius. Cf. IV, 74 en 76   [ -, geboren te Heidelberg in 1577, eerst rector van de Latijnse school te Dordrecht, van 1615 tot 1619 regent van het theologisch College te Leiden, vanaf 1622 hoogleraar retorica en Grieks vanaf 1625. Zijn reputatie was aanzienlijk. ... ]
  9. Otto Heurnius, geboren in 1577, hoogleraar geneeskunde vanaf 1611.
  10. Adolph Vorstius, geboren te Delft in 1597, doctor in Padua, hoogleraar geneeskunde vanaf 1624 en ook plantkunde vanaf 1625.
  11. Gassendi kwam omstreeks 8 juli in Amsterdam en vertrok de 10e. Hij schreef toen aan Van Helmont te Brussel: "Si cum Dordraci fuero, repetam Caletum" (Gassendi Opera, VI (1658), 24a) ["Als ik in Dordrecht geweest ben ga ik weer naar Calais"].
  12. Het Historisch verhael, al genoemd in II, 199 en 361 en waarvan 21 delen verschenen (1622-1635).
  13. Het wordt daar niet gevonden. Wassenaer zal het afgestaan hebben aan Reneri [<], en aan de boekhandelaar van de volgende noot.
  14. Hessel Gerritsz (± 1581-1632), beroemd graveur, kartograaf en boekhandelaar, in 'Op 't Water in de Pascaert'. Hij publiceerde het werkje van Gassendi over de parhelia [<].
[ 153 n ]
  1. In een onuitgegeven brief van juni 1629 (Carpentras, Bibl. d' Inguimbert, ms 1832, fol. 15 svv. ou Paris, Bibl. nat. f. Dupuy, ms 669, fol. 177 svv).
  2. Hendrick de Hondt [Hondius], geboren in 1597, boekhandelaar en uitgever, vooral van zeekaarten, op de Dam.
  3. De Atlas van Mercator was pas opnieuw uitgegeven, in 1627 met Latijnse, in 1628 met Latijnse en Franse tekst.
  4. Willem Jansz (Janssonius), of Willem Jansz. Blaeu (Latijn: Caesius). Cf. II, 199.
  5. Misschien dacht Gassendi aan de imitatie die Peiresc in 1624 had laten maken van het perpetuum mobile van Drebbel (cf. II, 202).
  6. Lansbergen stelt de publicatie van de heliocentrische hemelsferen van Blaeu op 1628 (Bedenckingen op den dagelyckschen ende jaerlyckschen loop van den Aaerdkloot, Middelb. 1629; cf. de vertaling: Commentat., Middelb. 1630, p. 1, 15 en 51). Evenzo Vossius, de Scientiis math., Amstelod. 1650, 199-200.
  7. Aan het begin van zijn reis, komend uit Calais.
  8. Voor Philips Lansbergen, cf. I, 106; III, 225n en IV, 134  [Hortensius schrijft in het voorwoord van Commentat. dat hij via Beeckman kennismaakte met Lansbergen].
  9. Misschien op 14 juli 1629, op doortocht van Rotterdam naar 's-Hertogenbosch [Sassen, o.c., 39: waarschijnlijk eerder].
  10. Dinsdag 17 juli.  [Beeckman schreef er een notitie over: T. III, p. 123.]
  11. Te Dordrecht maakte Gassendi ook kennis met de geneesheer Jan van Beverwyck (cf. IV, 228 [Beverwyck aan Colvius, 4 nov. 1634 "antistes Sapientiae P. Gassendus, quem in hac urbe vidimus"]).
  12. Blijkbaar Balthasar van der Veen. Cf. voor hem II, 388.
  13. Verwant met Philippe Canaye (1551 - 1610), schrijver van Lettres et ambassades (Paris, 1645).
  14. Girard was in 1595 geboren te Saint-Mihiel in Lotharingen, militair ingenieur vanaf ca. 1626. In 1629 verscheen zijn Invention nouvelle en Algèbre. Hij overleed in 1632 in Den Haag; de weduwe publiceerde zijn vertaling in het Frans van de werken van Stevin.
  15. [Samuel Marolois] Oeuvres mathematiques, traictans de geometrie, perspective, architecture et fortification. De nouveau revue et augmenté par Albert Girard, Amsterdam 1628  [Ned.: vol 1 en vol. 2].
  16. Het beleg van 's-Hertogenbosch (mei - 17 sept. 1629) door Frederik-Hendrik trok veel toeschouwers.
[ Cf. Ferd. Sassen, De reis van Pierre Gassendi in de Nederlanden (KNAW 23-10, Amsterdam 1960).]


Beeckman | Supplement | Bijzonnen (top)