Home | Verhandelingen | Ranouw

Natuur- en Konst-Kabinet

titelpagina 1719

Deel 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, Register



Niet van langen duur, wel herdrukt

Het Kabinet der Natuurlyke Historien, wetenschappen, konsten en handwerken, van Willem van Ranouw verscheen van 1719 tot 1723 in tweemaandelijkse stukjes, met de verkorte titel Natuur- en Konst-Kabinet.

De inhoud bestaat uit enkele losse verhandelingen en vier serie-verhandelingen:
a.  Algemeene Natuurlyke Histori-schryvers, 1 - 22
b.  Oudheid der natuurlyke Historie, 1 - 13
c.  Verhandeling van het Goud, 1 - 17
d.  Byzondere Natuurlyke Histori-Schryvers, 1 - 11

Het zijn uitvoerige uittreksels van boeken waarvan de redacteur vond dat ze in ons land meer bekendheid verdienden. Zijn doel was, de geleerde en de 'konstenaar' (handwerker) van elkaars produkten te laten kennisnemen, tot beider profijt en tot nut van het algemeen, want: denker en doener kunnen nog veel van elkaar leren.

De medicus Willem van Ranouw (1673 - 1724) beheerste zijn talen en kon kennelijk vlot hertalen en uitleggen, samenvatten en relevante links leggen. Hij was zeer belezen zoals blijkt uit de bronnen die vermeld staan.
    Een kleine greep uit de bronnen voor de vier series:
a.  van Plinius en Strabo tot Imperato en Boyle,
b.  van Mozes en Josephus tot Thomas Burnet en Adriaan Reland,
c.  van Herodotus en Homerus tot Georg Agricola en Joseph de Acosta,
d.  schrijvers over cacao en thee, kina en indigo,
en verder allerlei reisbeschrijvers.

Negen verhandelingen zijn gewijd aan de 'Historia naturale' van Imperato, elf aan de 'Proefkundige wysbegeerte' van Boyle (veel over proeven met de luchtpomp).
Ettelijke malen kon de vertaler/bewerker zich niet bedwingen, en dijde een onderwerp uit tot een eigen verhandeling, bijvoorbeeld bij salpeter, barnsteen, indigo. Er is een verbazende hoeveelheid aan onderwerpen. Maar een tijdschrift met maar één redacteur heeft natuurlijk ook zijn beperkingen.
    Beperkingen, zoals:
-  De veel te kleine waarden voor de grootte van de zon en de afstand tot de aarde, gevonden bij Boyle, worden zonder commentaar overgenomen (5, 41), hoewel Huygens en anderen die zeer verbeterd hadden. Maar Boyle was dan ook zijn grote favoriet 1).
-  Dat kandij-suiker in het donker licht kan geven was niet een nieuwe ontdekking van hem (6, 82), Francis Bacon had er al melding van gemaakt en van Ranouw kwam het later (7c, 21) zelf tegen bij Boyle.
-  Als het over kleuren gaat wordt Newton wel genoemd, maar zijn theorie niet besproken, "dewyl myn verstand zo verre niet komt te reiken" (8, 135).

Wel werd het zeer recente natuurkundeboek van 's Gravesande (1720) aangehaald bij de behandeling van de luchtpomp (6, 223); maar de historische lijn was een belangrijk didactisch principe:

... hebben wy goed gedacht, om onzen Lezer ook het vermaak aan te doen, van hem mede te deelen, de eerste en aldereenvoudigste proeven ... te meer, om dat wy in dit Boek wel meest voor zulke schryven, dewelke geheel onkundig, en onervaren in deze zaaken zyn ... [6, 240]
Proeven beschrijven, dat was een belangrijk onderdeel, want de ondervinding leert:
... dat wy alles wat waarschynelyk is ook nooit hoger behoren te boek te stellen als waarschynelyk ... [7c, 16]
Het is dan ook niet te verwonderen dat van Ranouw zelf proeven deed 2) en demonstreerde, zoals op 16 maart 1718 tijdens een van de 'Natuurkundige Lessen' van Daniel Gabriel Fahrenheit 3).
Op 3 maart 1719 schreef Fahrenheit aan Boerhaave 4):
... dat dHr Ranouw sig teegenwoordig bekent autheur van de Examinator 5) te sijn en dat van hem een tractatje is begonnen uyttegeeven, genaamt: kabinet der Weetenschappen, Konsten en Ambagten, twelk alle twee maanden sal vervolgt worden sijnde dit eerste van de maanden januari en februari, deeses jaars. Hij begint in bijden al vrij stout te resonneeren, waarom van veele geloofd word, dat het misschien niet van langen duur sal sijn; principaal heekelt hij de Medicijnen en schrijvers ...
In 'Aan den Lezer' van deel 4 wordt gemeld dat het oordeel van bijna iedereen in het begin heel anders was dan na het verschijnen van de eerste drie delen 6): men was gaan inzien "dat deze wyze van Schryvers uit te trekken en op te helderen zeer leerzaam en nuttig is" (en de schrijver had zich kennelijk gematigd in het hekelen: heftige uitvallen komen minder voor). In de 'Opdragt' aan de liefhebbers in deel 6 worden dezen bedankt voor hun "gulhartige toejuiching".

Het 'Kabinet' was dan misschien "niet van langen duur" — door van Ranouw's overlijden in 1724 — het werd wel herdrukt 7). Volgens de samensteller van het Register was het "nuttelyk en dienstig ... voor veel Soorten van Menschen" en een grote "Schatkist der Geleerdheit" (9, iv, x).
Willem van Ranouw werd later genoemd "de grootste voorstander en bevorderaar der Technologie" 8).
    1)  In deel 6, 'Opdragt': "... dat de Lezer die vier bovengemelde uittrekzels [van Boyle] wel mag aanmerken, als een Inleidinge en Voorreden van alles wat tot noch toe is voorgestelt, en na deze noch voorgestelt zal worden in het geheele Kabinet ...".
    2)  Bijvoorbeeld genoemd: 1, iii (Natuurkundige Proeven), 142-3 (deelbaarheid); 2, 379 (Goud- of Zilver-Grond); 3, 492-4 (hars); 5, 52 en 190; 6, 428 (zwaarte van de lucht); 7b, 84-113 (Indigo); 8b, 137 (kleuren).

    3)  Zie P. van der Star, Fahrenheit's letters to Leibniz and Boerhaave (1983), p. 9 en H. J. Zuidervaart, 'Science for the public' (2010), 237.  Van Ranouw maakt reclame voor Fahrenheit (6, 393): "Barometers, Thermometers, en andere fraajigheden", en kan zelf getuigen van diens "Proef-kundige wetenschap, en geoeffendheid in de bewegingskragt-kunde, als ook het glasblazen".
    4)  P. van der Star, 1983, 100.

    5)  Over de Examinator (1718-21; 2e deel met Inhoud 1e en 2e, 3e, 4e deel, met Inhoud 3e en 4e) zie J.J.V.M. de Veth, 'Spinoza's 'systema' afgewezen in de Examinator'. Een stukje uit nummer 43 bij DBNL (over vertalen).
Hekelen van medici deed Ranouw ook in zijn weekblad Esculapius (1723), waarvan het eerste deel begint met: "Ik heb den oorlog gedeclareerd tegens de Recepten en de Recept-Dokters ...".
    6)  Zie ook deel 2, 12: "Ik hebbe bemerkt, dat zommige Menschen liever zagen, dat ik niet anders mede deelde als myn eigen verhandelingen".

    7)  Tweede druk, deel 1: 1730, 6: 1736, derde druk: 1758-.
    8)  J. A. Uilkens, Technologische handboek, 2 (1813) 205-6 (over indigo, zie deel 7).
Het 'Natuur- en Konst-Kabinet' wordt ook aangehaald in:
-  J. le Francq van Berkhey, Natuurlyke historie van Holland, 2 (1771) 148 (over gezonken landen).
Hedendaagsche Vaderlandsche letter-oefeningen, 5-1 (1776) 75 (over thee, zie deel 5).
Tegenwoordige Staat der Vereenigde Nederlanden, 13 (1785) 166 (Wigmana, "vinding om .. bloemwerk op steenen tafelen te schilderen").
In een veilingcatalogus van 1764 (Sichterman) kwam de volledige serie voor met een prijs van ƒ 9.
G. M. van de Roemer, De geschikte natuur (2005) h. 3, 75-91: 'strijd tegen het ongodisme'.


Deel 1  (^)
January en February 1719.

Verklaring van de Titel-prent.

titelprent De historie, dewelke hier met vleugels uitgebeeld word (om dat zy overal zelfs tegenwoordig behoort te zyn) beschryft de groote Natuur, dewelke in het opgeslagen Boek uitgedrukt staat.

Om dit overeenkomstig met de zaaken, die zy beschryft, uit te voeren, wordt zy verlicht door de Waarheid, terwyl de natuurlyke schepzels ontvouwt en ontdekt worden door de proefkundige Ervarentheid, dewelke met haar eene voet op een proef- of toetsteen staat, en met een passer na de wiskonstige Methode afmeet alles, dat door de beproeving van het zuiverende vuur geloutert is.

Waar door de onwetende Waanwysheid (met ezels ooren verbeeld) in het duister geraakt, daar dezelve zich met het blaazen van windbollen ophoudt en vergenoegt.

    [ De prent is (evenals Tab. I-III en VII) van Jan Wandelaar (1690-1759), die in 1718 een tekenschool had opgericht, zie Jan Wagenaar, Amsterdam ..., 8 (1765) 770.]

[i-x] W. van Ranouw, [Opdracht aan] ... Suffridus van Westerhuis ...  [zie De vrije Fries, 1 (1839) 149-155]
[i]   In de plaats van het Boek, handelende van het onderscheid der aaloude en nieuwe Natuurlyke Historischryvers, het welk ik over zes jaaren de eere had (half afgeschreven) aan U Wel-Ed: Gestrenge mede te deelen, en zedert wederom heb ontfangen, met een beleefde ordre om het zelve te voltoojen ...
[iii]   ... myne Natuurkundige Proeven ...
[v]   ... deze drie Boeken zyn: 1. De Heilige Bladeren. 2. De Natuur ... 3. De Konst ...

[vi]   ... dat de Natuur en Konst door de Natuur-beschryvers te ver van malkanderen afgescheiden worden ...
[vii]   ... intreden in de groote werkhuizen en winkels der Konstenaars, ambachtslieden, werklieden en arbeiders ... (.. Boyle ..) .. zomtyds vyftig jaaren en langer proeven en waarnemingen gedaan .. daar een Natuur-beschryver noch tyd noch gelegentheid toe gehad heeft ...
... als voor haar [de Konstenaars ..] verklaart en opgeheldert wierden door een Geleert Naturalist de natuurlyke schepzels of stoffen ... Van zommige dingen .. maaken onze luiden uit louter onkunde groote geheimen.
[viii]   ... Daar behoorde geen Konst of Ambacht te zyn .., of daar moest een omstandig boek van geschreven worden ...

... geluk en welvaart ... gelyk de uitvindinge der Koninglyke Maatschappyen en Academien van Konsten en Wetenschappen volmondig getuigen. Kooplieden, Fabriqueurs, Inventeurs, Winkeliers en duizend andere
[ix]   menschen zouden door deze kennisse vruchten trekken, dewelke nu by haar onbekent zyn. De Heilige Bladeren krielen alom van aldaar aangehaalde Natuurlyke zaaken, konsten en handwerken, maar hoe onkundig zyn de uitleggers der Goddelyke Waarheden, als wy haar over deze zaaken lezen of hooren leeraaren.

... Daar behoorde geen plokje lands of stads te zyn, daar het onderscheid der gronden .. wateren .. hoedanigheden des dampkringachtigen luchts .. niet op het aldernaauwkeurigste onderzocht en aangetekent wierd.
... Geneesheeren ... als deze lieden .. ook niet al te wys waren, om daar uit te willen leeren.

1

Godt is Schepper en Onderhouder van de Natuur, en de Mensch van de Konst.
3   Daar zyn veel menschen, dewelke het hart hebben van zig zelven Natuurkundige te noemen, om dat zy haare harssenen vervult vinden met subtiliteiten, en strikken van de twist-kunde. Deeze ontwerpen een regering over de natuur (dewelke zy niet kennen) in haare phantazy, die belachelyk is ...
4   Andere willen .. zig als Regenten der natuur aanstellen .. terwyl zy de Natuur zelfs voor haaren Godt groeten en eeren.

7

Van de Natuurlyke Historie van Cajus Plinius Secundus.
8   Tacitus verzogt aan den jongen Plinius, dat hy het sterfgeval van zyn Oom .. aan hem wilde bekent maaken, om het zelve in zyne jaarboeken te stellen en te vereeuwigen.
12   Dewyl ik in het toetakelen van dit tweemaandelyks Kabinet .. door geene eenige methode of school-trant van verdeeling in Boeken of Kapittels, of geslagten of soorten van materie enz. my al te naauw kan laaten bepaalen, en geenszins begeere de natuurlyke hoedanigheid van myn geest, met deszelfs gebreken, door blanketsel van opgesmukte methode, of uitgekipte woorden en gemaakte hoogdravende schryfstyl, of iets, dat my niet natuurlyk
13   eigen is, te vermommen, maar allezins een vrye en ongebonde schryf-trant meene te gebruiken, zal ik een Aanmerking mede deelen, dewelke my op het lezen van dit eerste Boek van Plinius in de gedagten schiet.
... dat Plinius achter elk Boek zyne Auteuren zo trouwhertiglyk aantekent ...

14   Auteur te zyn, is iets te geven, dat de geleerde wereld nog ontbeert, en alle de Schryvers, dewelke dat vermogen niet bezitten, konnen wy zeer wel missen, ja zy zyn voor de Geleerden een grooten ballast, en verdrukken en begraven, door haer opstapeling, de regtschapene en goede Schriften.

50   Dewyl de Natuur de Schatkist is, en de natuurlyke schepzels de schatten zyn, daar de Konsten en Handwerken uit moeten voortkoomen, moet alles verloren gaan, als de kennisse verloren is van de natuurlyke schepzelen. Neemt tegenwoordig tot uw voorbeeld geheel Africa, dat nog zo onlangs zo vol konsten en wetenschappen was, geheel Griekenland en de landen der Oostersche Christen Heerschappyen, dan zult gy my klaar genoeg verstaan.

85

Van het onbepaalbaar Voorwerp eener algemeene Natuurlyke Historie.
86   ... vier verscheide hoofdvoorwerpen, als 1. De zichtbaare Hemel ... 2. De Dampkringachtige lucht ... 3. Het Water ... 4. De Aarde ...
91   ... zal 't hem [een Beschouwer] toeschynen, dat de Hemel om de aarde bewogen word, maar hoe zal hy bewyzen, of de zaak inderdaad zo is of niet?
    [ Vgl. 5, 41: ... Navolgers van Copernicus .. dat ik derzelver Hypothesis hier niet zal aanraaken ...]

97   Het uitvinden van de Lucht-pomp door Otto de Guericke ... [zie 6, 195]
98   ... verbeteraar van dit konst-gereedschap Robertus Boyle ...
101   ... dat niemant op de pic de Teneriffe, of de piek van Canarie by ons genaamt, (een van de hoogste
102   bergen des aardbodems) verder durft voortgaan, als op een zeekere by haar bekende hoogte ...
... Josephus de Acosta .. in Peru een uitmuntend hoog gebergte ... [zie Ned. vert. 1624, p. 42v]
104   De besneeuwde Pireneos van Spanjen, en de Alpes van Italien zyn daar by te vergelyken, als gemeene huizen by hooge torens ...

123   ... de metalen en alderhande bergstoffen en mynstoffen ... Laat nu de naamwyze en laatdunkende Schoolgeleerden .. eens in deze groote klomp met ons intreden, en beschouwen de vrezelyke dieptens der onderaardsche mynen en uitgegrave kuilen enz. Zy zullen zich datelyk in een doolhof van onkunde verwart en verlegen vinden ...
138   ... dat al zo weinig als wy de groote Natuur kennen in deszelfs uitgestrektheid, even zo veel voor ons verborgen is deszelfs waare geschapenheid in het zo genaamt oneindig klein.

139   ... wy moeten de bevindingen en de proeven, dewelke een groot Natuurbeschouwer verhaalt zelfs gedaan te hebben, met een goed vertrouwen aanneemen, maar zo ras als zodanig een Man .. uit deze proeven begon te redeneren, en onbeproefde zaaken uit deze data te besluiten, en gevolgen te trekken, moeten wy ons met deszelfs groot gezag niet bekreunen, maar onze eigen toetsteen en zeef gebruiken ...
... Robertus Boyle ... Ik zal eenige proeven van dezen grooten Man aanhalen ...
142   ... Indien gy vermaak schept Lezer, om zelfs een proef te neemen van de onbegrypelyke deelbaarheid zommiger stoffen ...
143   ... Deze proeven door my zelfs genomen, en aan andere Liefhebbers getoont, bevestigen de proeven van de Heer Boyle ten vollen.
144   ... A. v. Leeuwenhoek, Rob. Hooke, ...

147

Van de Wetten der Natuurlyke Historischryvers.

155

Van de Stofscheikunde.
159   ... gereetschap .. Tabula I. ... Fig. 1. een zeer licht Distilleer-oventje ...
161   ... Fig. 2. ... Fig. 11. ...

165

Van de Glasblazery aan de Lamp.
167   In de Stad Venetien is het glasblazen aan de lamp zeer gemeen. De Jezuit Athanas: Kircherus (Schryver van wonderen, en op wiens getuigenisse in alle zaaken altyd niet even veel staat te maaken is ...)
glasblazer 168   ... de pluimen en vederbossen, dewelke de Venetiaansche lamp-blazers zeer konstig toestellen.
Om dat deze liefhebbery beziens waardig is, vervolgt Kircherus, zal ik met weinig woorden de manier van werken beschryven. Zy neemen een lamp, en vullen dezelve met een gedraait wollen hennep, dat een mans vinger dik is, en met zeer goede raap-oly. Deze lamp stellen zy op een tafel recht voor haar, zy hebben eenige roedjes of dunne en lange staafjes van smeltglas. Zy blazen de vlam van de lamp tot een spitze punt ...
169   ... een werktuig uit te vinden, het welk altyd aan de lamp blies, dewyl het blazen met de mond gedurig by verpozing van de tusschenkomende ademhaling enigzins gestremt wierd. ... dat hy daar toe voorstelde een dubbelvoudige blaasbalk ...
    [ Kircher, d'Onder-aardse weereld (1682) 2, 392-3.]

Dusdanig een werktuig .. beschryft de Heer Johannes Kunckelius. [1679, fig.] .. vier dikke buizen .. wind ontvangen .. dat vier perzoonen te gelyk aan zodanig een tafel konnen zitten werken, wanneer een van de vier de treed van de blaasbalk met zyn voet beweegt.
Ik heb zodanig een werktuig op een gemakkelyke en eenvoudige manier laten toestellen voor een persoon, gelyk Fig. 12. verbeelt.

171   Wat het glas in het algemeen belangt, is aan te merken, dat alle rechtschape Natuur-beschouwers en Kenders my lichtelyk zullen toestaan, dat het zelve onder de Metalen behoort ...

176* Tab. I.

1: Maart en April 1719.

177

Van de order, dewelke de Lezer zich moet voorstellen, omtrent de verdeeling der zaaken .. in 't Kabinet ...
177   De Wereld heeft zich zo zeer aangewent, om by de neus geleidt te worden door Leidslieden en Leermeesters, dat zy byna alles, wat zy leeren, wat zy lezen, wat zy aan anderen ophelderen, ja alles, wat zy denken of doen, meerder uitvoeren en schikken na een zekere leer-order, dewelke haar luiheid te hulpe komt, als na de Natuurlyke order der zaaken zelfs.

182

Van de verscheide soorten der Natuurlyke Historien, en van het onderscheid der Natuurlyke Historischryvers.

186

Van de Algemeene Natuurlyke Historischryvers ... alle de bekende Dieren, Bergstoffen, Gewassen enz. ...
186   ... 16 Eeuw .. ULYSSES ALDROVANDUS ...
187   In drie verscheide Deelen verhandelt Aldrovandus de vogelen ... [2, 3]
208   ... zyn grooten Voorganger Conradus Gesnerus ... [zie 371]

209

Van de Oudheid der Natuurlyke Historie, en eerst van die der Hebreërs.
209   Moses is de eerste, oudste en waarachtigste Natuurlyke Historischryver, (zoveel aan ons bekent is) ...
210   ... dewyl Moses de Schepping van de groote Natuur zelfs beschryft ...
... dat het Boek Jobs ouder is en eerder geschreven ...
215   Moses wierd geboren in het jaar na de Scheppinge der wereld 2373, en voor de Geboorte Christi 1611 ...
222   Wanneer wy aandachtig letten op de tyd van een groote zeshondert jaaren, dewelke verlopen zyn tusschen de Zondvloed en voor dat Jacob in Ægypten kwam, konnen wy zeer wel begrypen, dat de Ægyptenaaren tyd genoeg gehad hebben, om een welgestelt en bevolkt Koningryk uit te maaken, en om zo
223   veel Wetenschappen, Konsten, Handwerken en Natuurlyke Historikunde te verkrygen ... Als wy eens in aanmerking neemen, hoe kragtig wy in veel Konsten, Wetenschappen en Handwerken in deze laatste twee hondert jaaren gevordert zyn ...

225

Van het Leven van de eerste Natuurlyke Historischryver, de Man Gods Moses.
238  ... een klein Kaartje (Tabula II. Fig. b.)

242

Van de Gedaante en van de Uitbeeldingen van Moses.
246   Zommige van de oude en latere Volkeren hebben Moses uitgebeeldt met twee hoornen, andere hebben de hoorens verwisselt in twee lichtstraalen .. Tabula II.
249   Fig. 7. Jupiter Ammon ...
252   Neptunus .. Fig. 9.

254

Verhandeling van het Goud.
254: Plinius, 255: Moses, 257: Herodotus, 259: Homerus, 262: Strabo,
268: Diodorus Siculus, 274: Photius, Cnidius, 276: Plinius, 280: Theophrastus

288

Tweede Verhandeling van het Goud ... America ...
288   ... CHRISTOFFEL KOLUMBUS ...
317   Op deze wyze .. zyn die onuitputtelyke Goud-magazynen voor Europa in de landen en onder de heerschappy van de Koning van Spanje geraakt.

338

Derde Verhandeling van het Goud ... Bladgoud-Slagers Handwerk ..
goudslager 338   De Lezers zullen niet kwalyk gelieven te neemen, dat ik de Geheimen van elk Handwerk niet mede deele, in zo ver als derzelver publicatie nadeelig aan de Konstenaars zoude konnen zyn.
... Smeltkroes .. Tabula III. Fig. 1.

348   ... elk blaadje is in 't midden vast, maar anderzins aan vier deelen gescheiden door 't slaan, dat na de buiten randen uitwerkende geschiet, het welke dan weer tot malkander als toe geslagen word, op dat het goud zich zo veel te beter zoude uitbreiden en verdunnen laten, en als uitspatten en uitgroeyen, welke uitwelling en uitdryving en uitgroeying de eigentlyke konst en fynheid van het goudslaan is ...

349   Nu moet niemant gelooven, dat hy deze konst van goudslaan zeer licht of gemakkelyk kan leeren, zynde tot dezelve een groote dexteriteit en handeling, en wel een naauwkeurige observatie van noden, en zelfs in zo verre, dat verscheide meesters goudslagers haar zelven (alleenlyk door onkunde) hebben geruineert, dewyl deze Konst (even ongelukkig als veele andere) na proportie niet wel betaalt word.

352   Alle deze Waarnemingen en Beschryvingen dezer Werktuigen zyn geschikt na de konstigste Bladgoud-slagery, dewelke ik hebbe konnen vinden, zynde ook te gelyk de oudste Winkel in Amsterdam, ten huize van Monsr. Izaak Bronkhorst, woonende in de St. Lucy-steeg ...

353

Aanhangzel van Brieven enz.   Eerste Brief
      Van de Heer HENRY SCHAINK aan den Auteur, over het GROOTE LICHT, dat zich den 30 Maart 1719. 's avonds ten half negen aan den Hemel vertoont heeft.

354   Venus was niet lang verdweenen, of dit wonderlyk vertoog vertoonde zig in de Lugt by het beeld van Orion ...
lichtverschijnsel 355   Verklaring van de Vierde Tabula of Print-verbeelding.
    [ Een nieuw Verschynzel in de Lucht, dat te Amsterdam zich op den 30 Maart 1719. 's avonds ten half negen uuren vertoont heeft.]
C. Het lugtvertoog in grootheid vermeerdert, het welke geschied is, terwyl het zeer snel bewogen wierd van A naar C. Want in A is het verscheenen geweest als een kleine vuurpyl, met een hooft en staart vuurig rood, .. by C gekomen zynde, byna met de Volle Maan vergeleken konde worden .. in welke plaatse het stille stond, en raakte in de brand met een heldere vlam, welkers coleur helder wit met groen vermengt was ..
.. nadat de vlam geblust was, scheen het weer vuurig rood, en vloog met een snelle loop in dezelfde grootte in 't ZW na den zigteinder ...
De tyd, die het geduurt heeft, is omtrent een half vierendeel van een uur geweest.

356   Aanmerkingen van den AUTEUR ...
361   ... wie zoude durven twyfelen, dat uit dezen aardkloot een gedurig brandende en drooge zwavelvloed na boven word gestookt, dewelke, als dezelve niet bygeleidt en vermengt wierd door andere water- of traagere deelen, in een gedurige vlam en vuur zoude staan?
Wy moeten het Aardryk aanmerken als een Distilleer-kolf, daar de Zon door zyn warmte eerst het water, en alle lichte en vlugge deelen gedurig uit ophaalt ...

363   De Schippers, Reizigers en Zeelieden ontmoeten op haare nacht-tochten veelderhande soorten van Lichten ...
364   ... een BALK genaamt, indien de Basis breed is, en het toppunt smaller en spitzer toeloopende, een PYRAMIDE. Indien zodanig een Licht-verschynzel rond is, gelyk dit Lucht-vertoog, het welke de voortreffelyke Wiskonstenaar de Heer Henry Schaink zo naauwkeurig heeft waargenomen .. een SCHILD enz. Behalven noch alle de naamen van Dwaal-lichtjes, Wilde Lantaarens, Ster-schot, Castor, Pollux, Helena, Draaken enz. dewelke ik nu niet zal beschryven.

364

Tweede Brief
    Geschreeven tot antwoord aan den Hoog-edel-geboren Heer D. I. BOTHNIA VAN BURMANIA.
364   ... ontvangen het uittrekzel met de bylagen van het zesde Kapittel van het werk, dat door U Hoog Ed: Geb: over de Voorwikking van het WEER geschreven is, mitsgaders de Kaarten van het Weer ...
    [ 1716, zie Zuidervaart (1999) 65, n76.]
365   ... dat .. B. Nieuwentydt Zal. Ged. een weinig na UHoog-Edelgeborenes Raisonnementen scheen te luisteren, gelyk my ook gebleken is uit de Brief, dewelke dezelve Heer .. op den 5 May 1718. aan U .. over dat Subject heeft geschreven, en dewelke U .. my de eere gedaan heeft te communiceren.
366   ... wanneer vaste en zekere regels van maand tot maand konden gevonden worden, om de tot noch toe onzekere loop der Weers-saizoenen voor te wikken, en door zekere tekenen te weeten. ...
Ik heb eenige weinige woorden en zelfs zeer kortelyk wegens UHoogEd. gedachten met een zeer groot Sterrekundige*) gewisselt ...
... dat ik ook oordeele, dat wy .. op duizend dingen bedacht moeten zyn, die uit onzen aardbodem opwaassemen ...
    [ *)  Zuidervaart (1999) 65, n77: wellicht Nicolaas Hartsoeker.]

366* Tab. II-IV.

1: Mey en Juny 1719.

369

Tweede Verhandeling van de Algemeene Natuurlyke Historischryvers ...
371   ... CONRADUS GESNERUS ...
389   Toen ik noch een jongeling was, (zegt GESNERUS) oordeelde ik, dat ik kennisse van alle de Gewassen hadde, dewelke in de wereld bekent waren; maar nu ik een oud Man begin te worden, en van myn jongelingschap tot nu toe veele Landen hebbe doorgekruist .. nu ik doorlezem hebbe alderhande Boeken in alderley Taalen .. zie ik klaar, dat het getal der Plantgewassen, dewelke ik weet, zeer klein en gering is, by het getal der Planten, dewelke ik noch niet kenne.

414   Deze aaloude Grieksche, Latynsche en Arabische Schryvers, dewelke te zamen een getal uitmaaken van hondert een en dertig Schryvers, zyn nu alle, dewelke moeten aangemerkt worden als de eerste bronnen en Fonteinen, daar de geheele Plantgewaskunde uit voortgekomen en van begonnen is; het welk de reden is, waarom ik de Lezer en My zelven het verdriet heb aangedaan, een zaak mede te deelen, dewelke zonder deze zeer nodige aanmerking en Letter-historie-kennisse van zich zelfs zeer schraal en onaangenaam is.
... Gesnerus .. Werken over de Dieren in vier Folianten, van dewelke het 1. Stuk uitkwam in den jaare 1551. tot Zurig ... [fig. 1553, 1555]
417   ... het Boekje, het welke hy uitgaf in octavo in den jaare 1565. tot Zurig, handelende van de Bergstoffen ... [De Omni Rerum Fossilium Genere ...]

417

Tweede Verhandeling van de Outheid der Natuurlyke Historie ... Hebreers.
438   De geleerde Hadrianus Reland heeft niet lang geleden, te weten in 't jaar 1706, een nieuwe uitlegging gegeven over .. de Stantplaats van het Paradys ...
    [ Vgl. A. Reland, Disputatio theologica de paradisi sede temerè apud Jordanem quaesita, 1698.]
465   Op dat nu de Lezer een klaar Denkbeeld zoude konnen krygen van de vier groote Water-vloeden, dewelke haar oorsprong krygen uit de Vloed van den Hof in Eden of het Paradys, daar Moses van spreekt, hebbe ik uit de Tafelen van Ptolemaeus .. een nieuw Land-kaartje gemaakt en laten snyden; ziet Tabula V. ...
    [ Paradys in Armenie, volgens Reland.]

487

Vierde verhandeling van het Goud ... hedendaagze Kennisse ... inleiding tot het Bergwerkers Ambacht.
498   Wat het Goud van Africa belangt ... In het jaar 1703. gaf de schrandere Heer Willem Bosman .. een zeer naauwkeurig bericht ...
    [ Nauwkeurige beschryving van de Guinese Goud- Tand- en Slavekust, 1704 .. 1737.]
510   ... de overige Rykdommen van goud, dewelke in Africa gevonden worden ...
517   ... Joannes Leo de Africaner ...
530   ... Goud-mynen op Sumatra ...
535   ... William Dampier ...
538   ... Persien ... de Thevenot ...

552*

Korten Inhoud van 't Eerste Deel, of van 't Half Jaar ...

Tab. V.



Deel 2
July en Augusty 1719

1

Derde Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus ...
2   In den jaare MDIC. gaf de Zoon .. dit kostelyke werk, dat by zyn Vader was nagelaten, in het licht tot Napels, in Folio, met zeer schoone plaaten ... XXVIII. Boeken. In het eerste Boek, dat uit 23 Kapittels bestaat .. van de Aarde, voor zo ver als deszelfs gebruik de Landbouw betreft ...
    [ Dell'Historia Naturale. Zie ook Historia naturale di Ferrante Imperato, Ven. 1672Lat. 1695.]

12  [Noot]  ... dat ik my in het uittrekken van dezen Schryver niet gebonden hebbe alleenlyk aan de zaaken, dewelke hy verhandelt ...
Ik hebbe bemerkt, dat zommige Menschen liever zagen, dat ik niet anders mede deelde als myn eigen verhandelingen ... maar byaldien deze haar oordeel eenigen tyd gelieven op te schorten, zullen zy van gedagten veranderen ..
.. dat ik myn Lezers zoude verongelyken, indien ik haare onkundige begeerte in dit verzoek kwam te voldoen ...

17   Het tweede Boek .. 30. Kapittels .. van de aardens, dewelke bekwaam zyn tot de AARDE-VORMERY ... leeme beelden .. gelyk onze hedendaagse Boetzeerders doen ...
35   Het Derde Boek .. verscheide soorten van aarde, dewelke gebruikt worden in de GIETKONST ...
48   In het vierde Boek .. van de AARDENS, in zo ver als dezelve gebruikelyk zyn in de SCHILDERKONST en in de LAKEN-VOLDERS-KONST.

66

Derde Verhandeling van de Outheid der Natuurlyke Historie ... Hebreers.
70   ... deze Zondvloedt ...
76   De Heer (a) Th. Burnet*) zegt; laaten wy eens stellen, dat de helft van dezen Aardkloot met water of door Zee bedekt is ...
77   ... dat wy noch acht zodanige Oceaanen ..zouden van nooden hebben ...
    (aVid. Th. Burneti Telluris Theoria sacra. [1681; Engl. 1684]
    [ *)  Op p. 380: NB. niet Hy, maar de Heer Gilbert Burnet is geweest Bisschop ...]

86   ... zamenvoeging der deeltjes ... maar wie zal ik nu gelooven, Renatus Descartes? wel degelyk, want deze Wysgeer heeft geheel Vrankryk, een groot gedeelte van Duitschland, en myn geheele Vaderland zeer langen tyd met zyn natuurkundigen Roman in de geks-kap gehouden.
88   [Burnet] ... Wat dunkt u Lezer, is dat niet al zeer gezwind een Wereld scheppen, zo als wy dezelve maar van nooden hebben ...?

98   ... nog eenige andere zaaken .. de Zondvloedt uit verscheide natuurlyke Schepzels trachten te bewyzen .. Schepzelen der Zeën en Zee-gewassen, dewelke gevonden worden in de hooge Bergen ...
107   ... heb ik op Tabula VI. Fig. 1. laaten snyden een natuurlyke groote paarlemoer-hooren.
115   ... ja, zommige Schryvers zyn zo ver gekoomen, dat zy geoordeelt hebben, dat het grootste gedeelte van het Aardryk gesmolten is geweest door de Zondvloedt, en dat alles naderhand laags-gewys door zyn eigen specifique zwaarte wederom is by malkanderen gezakt en gestremt ... Zie hier over Johan. Woodward Specimen Geographiae physicae [1704].
    [ Cf. John Woodward, An essay towards a Natural History of the Earth, 1702, 1e ed. 1695.]

117   Daar zyn veel redenen, dewelke ons dwingen om te ontkennen, dat deze bovengemelde Lichaamen door de algemeene Zondvloedt op het Aardryk opgeheeven zyn. ... Eerstelyk .. zelfs in de diepste ingewanden der Bergen ...
118   De tweede Reden .. op het oppervlak der Aarde ...
121   De derde Reden .. Schelpen ... van dewelke wy de weergaa tot noch toe in geen eene Zee of Water gevonden hebben ..
De vierde Reden .. veel Schepzels in Zee .. van dewelke nooit Schelpen .. of iets diergelyks op de Aarde en in de Bergen gevonden worden ...
122   De vyfde Reden .. veel grooter, als de natuurlyke, dewelke in Zee gevonden worden, zynde zommige dikwils twintigmaal grooter in haar omtrek ...
125   De Hooggeleerde Heer en Engelsche Professor WOODWARD ...

152

Vyfde Verhandeling van het Goud ... het Gouddraad-Trekkers Ambacht en het Gouddraad-Pletters Ambacht ... [Prent van Jan Wandelaar*).]
gouddraad-trekkers 152   Wy vinden in het Goud twee Eigenschappen ... 1. Deszelfs uitrekkende, uitbreidende en dekkende Hoedanigheid. En 2. deszelfs uitstekende Hoeveelheid van stof. De eerste Eigenschap word nergens beter door openbaar, als in de Gouddraad-trekkers, Goudblad-kloppers en Vergulders Ambachten ...
... de Overwigt van het Goud .. een Cubische voet Goud weegt 1368 Parysche Ponden .. een dito voet van Loodt weegt 828 .. van Water 72 Ponden .. van Lucht 4/5 Ons.

155   ... Gouddraad-grosseer-ambacht, dit word door een Grosseer-moolen en met een paard uitgewerkt ...
De staaf, welke op de grosseer-moolen getrokken word, is een zilvere staaf, dewelke omtrent de dikte heeft van een dunne bezemstok, en word een LANGOT genaamt .. hier op word nu goud gelegt ..
.. gouddraad, dat altyd maar zilver-verguldt is, gelyk de geheele wereld weet .. hoog goud .. laag goud .. middelsoorten ..

gouddraad op de bank 156   Na dat op de grosseer-moolen de staaf getrokken is, word dezelve .. verdeelt .. gemaakt tot een bos, dewelke de Goud-draad-trekkers de Ring noemen, gelyk de Lezer kan zien in Tabula VII. No. 1. leggende gerolt op de bank, daar de Gouddraad-trekker staat te trekken ...
... de ring of het stuk dik goud-draad .. gekreegen, om tot de uiterste fynheid te trekken, heeft een lengte van omtrent 15 rynlandze voeten ...
157   ... windt hy die vyftien voeten .. op een houte rol getekent No. 2. ... Zodanig een rol van essen-hout word een grosseer-rol genaamt .. nog een rol No. 11. ...
... grosseer-bank, grosseer-rollen, grosseer-yzer ... het trekken van het gouddraad tot die vereischte dunnigheid noemen zy grosseeren, zynde dit woord ontleent van het andere ambacht, dat door de grosseer-moolen met paarden word verricht.

driller 159   ... de dril, daar de meester mede draait, de snaar van deze dril geslagen zynde om het handvatzel van het dril-yzer, zo plaatst de drilder de punt .. op het .. staale plaatje .. daar hy gaatje voor gaatje in drilt, terwyl hy zyn linkerhand legt op de knop .. en leunt met zyn kin op die hand .. terwyl hy met zyn rechter hand de dril heen en weder beweegt, als de strykstok van een Fiool.
160   ... in dit grosseer-yzer of staale plaatje zyn gedrilt twaalf gaatjes ... het eerste .. de dikte van een toebakspyp op zyn einde ...
161   Dewyl de dril-yzers door de tyd verstompen .. opgesleepen met de slypsteen ...

163   ... de goud-draad-trekker draait met veel kragt en behendigheid zo lang, tot dat al het Goud van de eene grosseer-rol door het gaatje van 't grosseer-yzer heen passerende, om de andere grosseer-rol gedraait is.
In deze eerste draajing word het goud-draad, het welk vijftien voet lang was, uitgetrokken tot achtien voet ... is het zeer brandend heet ...
165   De goude Ring N. 1 .. vyftien voet lang .. verkrygt een lengte van over de tachtig voet ...
166   ... het neer-trek-yzer .. twaalf gaatjes ...
167   ... tot de lengte van over de driehondert en zestig voeten.
... de Finis-bank .. tot op zyn behoorlyke dunte ... met oly bestreeken ...
168   ... op een houte rol .. zeer groot .. omgedraait met een draai-hout .. aan een balk van de zolder vast geslagen ...

plet-winkel 174   Ik hebbe, om de plaats uit te winnen, en gemak aan den Lezer te geven, de Plet-winkel vertoont in de gouddraad-trekkers winkel ... IZAAK SWIGTERS in de Lelystraat .. zeer gerenommeert is door zyne naauwkeurige kennisse van het staal ...
175   ... galgje .. boven aan de zolder vast .. klosje .. knypertje .. knoopvangertje genaamt .. omdat het gouddraad .. zomtyds wel eens krinkelt ... plet-klosje N. 42 ...
176   ... het wyzertje N. 39 .. geboogen instrumentje met een zeer subtyl gaatje ...
Als nu het gouddraad de plet-schyven N. 40. passeert, word het van dezelve plat gedrukt, en door het Dochtertje, het welk hier verbeeldt staat, bestiert met de linkerhand ... de plet-moolen ...
177   De glans, hardigheid en gladdigheid van deze staale schyven zyn niet uit te drukken, dewyl geen spiegel in de wereld van die glans en reinigheid is ...

    [ *)  Een voorstudie voor de 'Gouddraadtrekkerswinkel' (pentekening in grijs gewassen, AHM), met uitleg, in Marianne Eisma, 'Amsterdams goud- en zilverdraad', p. 68 in Textielhistorische Bijdragen 39, 1999.
    Jan Wagenaar, 'Goud en Zilverdraadtrekkeryen', in Amsterdam ..., 9 (1766) 261-4.
    J. en C. Luiken, Het Menselyk Bedryf (1694), 'De Gouddraadtrecker'. Vgl. 1704, 1767.]

178   ... de Goudmynen ...
184   Ik zal na dezen, onder het verhandelen van de Handwerken en Ambachten ...
By aldien het echter tegens myn hoop mogte uitvallen .. eenige verklaaring ...
185   ... myn voorneemen in dit Natuur- en Konst-kabinet is, om de Natuur en de Konst zodanig te vereenigen, dat dezelve malkander konnen dienen en ophelderen ...

188* Tab. VI-VII.

2: September en October 1719.

191

Vierde Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
192   Het vyfde Boek .. handelt van de aarde voor zo ver als dezelve in de Geneeskonst te pas koomt ...
226   van het Water, in twee Boeken, namentlyk het zesde en zevende ...
255   Het zevende Boek .. van de oorsprong der Vloeden ...

268

Vierde Verhandeling van de Outheid der Natuurlyke Historien ... Hebreers.
296   ... Palaestina .. Tab. VIII. ...
306   ... het alderzoutste water ... Hadrianus Reland .. dit Asphaltische Meir ...
Hoe zeer wy anders de uitmuntende geleerde Josephus achten, begaat hy hier datelyk een zeer grove misslag, namentlyk dat de zwaarste of zeer zwaare lichaamen, in het water van deze Zoutzee geworpen zynde, bovendryven.
307   ... dewyl de aldersterkste pekel nimmer zo zwaar kan weegen .. als het zou zelfs ...
345   ... Thevenot ...

355

Zesde Verhandeling van het Goud ... Vergulders Ambacht.
358   Neemt een dragma goud van 24 karaat .. slaat dit uit in een plaatje .. snydt .. in zeer kleine snippertjes, werpt dezelve in een gietkroes, en doet daar te gelyk by zes dragma kwikzilver ... amalgameeren of in de kwik te smelten .. het goud door de kwik opgegeeten ...
361   Behalven de vergulding der Metaalen door insmelting, kan ook het Glas door insmelting verguldt worden ... onderscheidt, het welke in het Glas gevonden word.
367   ... alles wat het vuur maar eenigermaaten uit kan staan .. kan verguld worden .. door een vernis ...
379   Ik heb dikwils een Goud- of Zilver-grond gemaakt, dewelke doorschynend was ...

380* Tab. VIII.

2: November en December 1719.

383

Vyfde Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
383   ... achtste en negende Boek .. van de Lucht ...
429   ... de verdeelinge der Winden ...
430   ... zal ik in dit Uittrekzel meer acht geven op de Winden, in zo ver als zy betrekkelyk op onze gezondheid zyn.

445

Vyfde Verhandeling van de Outheid der natuurlyke Historien ... Hebreers .. Jordaan.

524

Zevende Verhandeling van het Goud ... en andere Metaalen en Mineralen te graaven, te bereiden, en te scheiden.
532   ... Tabula IX. ...
558   ... Tabula X. ...

564*

Korten Inhoud van 't Tweede Deel, of van 't Half Jaar ...

Tab. IX-X.



Deel 3
January en February 1720

[i] Opdragt : Aan alle rechtschaape Nederlandsche Liefhebbers ...
[i]   Dat op den den bekenden Aardbodem .. geen Gemeenebest gevonden word, in het welke in zodanig een kleinen lands-omtrek zulk een groot getal van Wetenschappen, Konsten en Handwerken gekent en geoefent word, als in dit ons volkryke Vaderland ...
... door de toevloedt van ontelbaare Vreemdelingen .. meerder .. als door eigen Onderzoek ...
... zyn wy verwonderenswaardig arm in waare Kenders der Natuurlyke Historien.

[ii]   Hier in bestaat de Welstand en de eigentlyke grond der zaakelyke en geen Papiere Finantien van een welgestelde vrye Borgerstaat.
... Italianen .. Broederschappen, Vergaderingen, Kweekschoolen en Konstkamers opgerecht ...
... Engeland .. Zendelingen afgevaardigt door alle
[iii]   welgestelde Deelen dezer Wereld, om .. Konsten en Konstgreepen af te kyken .. naauwkeurig Onderzoek ...
... die Koninglyke Maatschappy, die de geheele Wereld door vermaart is. De Koning van Vrankryk ...
[iv]   Om dan dit gebrek te vervullen .. word dit Tweemaandelyk Natuur- en Konst-Kabinet alleenlyk maar geopent, op hoop en een vast vertrouwen dat Verstandiger, Geleerder, Ervarener en Bekwaamer Mannen myn voorbeeld .. niet alleen zullen volgen, maar my ook de behulpzaame hand zullen bieden in deze Onderneeming ...
W. v. RANOUW. M. D.
    [ Zie Zuidervaart (1999, 85-) over 'de institutionalisering van onderzoek'.]

1

Zesde Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
1   ... het Tiende, Elfde en Twaalfde Boek .. van het VUUR.
3   ... onderaardsche Vuuren ...
20   ... Vuuren, dewelke in de Lucht gezien worden ...
54   ... de natuur des Vuurs zelfs, en deszelfs uitwerking in de Konst.

63

Zesde Verhandeling van de Outheid der natuurlyke Historikunde der Hebreers ... Jordaan ...

130

Achtste Verhandeling van het Goud, waar in vervolgt word de Konst van Goud te maaken ...
131   ... vier deelen .. het eerste Deel is de Metallurgia .. de drie andere Deelen behooren tot de Alchymia ...
De METAALKUNDE leert ons geen ander Goud maaken, als dat reeds door de Natuur tot zyn rypheid en volmaaktheid is gebragt in de Ingewanden der Aarde, en door een ontelbaar getal van heerlyke Konstgreepen in de gedaante van verscheide Berg-aardens of Ertzen uit de Aarde word gegraaven .. gezuivert en afgescheiden.
132   ... ook te gelyk alle de andere Metaal- en Mineraal-Graveryen en Bereideryen .. af te handelen.
134   ... 1. .. Berg- en Ertsaderskunde ... 2. .. Bergwerkkunde ...
135   ... 3. .. Erts-Proef- en Bereiding-kunde ... 4. ..Smelt- Roost- en Brand-kunde ... 5. .. Metaal-Scheidkunde ...
... Georgius Agricola ... (aVid. de Re Metallica Lib. I.

152   De Bygeloovigheid heeft de Berglieden een zekere gril aangepraat ... De gedaante van de Wichelroeden kan gezien worden in Tab. XI. Fig. 1. ... [links]
wichelroede   wichelroede bij Agricola
    [ Figuur rechts: Agricola (ed. 1621), met op p. 26-7: 'virgula furcata' (gevorkt takje) en 'contentiones' (twisten); Index (545): "die ruten damit er etliche vermeinen geng {Gänge?} auss zu richten".
Onderaan p. 27: "Magnes ferrum non volvit ...", de magneet draait het ijzer niet, maar trekt het naar zich toe; en barnsteen, door wrijving warm gemaakt, draait strootjes niet, maar trekt ze eveneens naar zich toe; evenzo zou een aderkracht de wichelroede niet zo dikwijls omdraaien, maar, slechts eenmaal naar een halfcirkelvormige ruimte gekeerd, recht naar zich toetrekken.]

    [ Pierre Le Lorrain de Vallemont, Physique occulte, ou traité de la baguette divinatoire, Amst. 1693 (fig.) en Lettres, 1696.
    Zie ook fig. bij de hierna genoemde Balthasar Rösler (1700), en p. 11 § 12 en 15: "die Ruthe".]

160   ... BALTHASAR ROSZLERN ... (bSpecul. Metallurg. Lib. I. Cap. 28.
162   Een diepzinkende Metaal-ader ... ziet Tab. XI. Fig. 2. ...
163   ... verspreide Metaal-erts-aderen ... gehoopte Metaal-aderen ...

bergaders 165   Op een en dezelfde Berg .. verscheide Metaal- of Mineraal-erts-aderen .. Fig. 3. [rechts] ...
176   ... in Tabula XII. Fig. 1. .. uitgebeeldt, dat de diepzinkende Metaal-aderen juist niet lynrecht inzinken ...

178   Om den Lezer een Denkbeeld te geven, hoe deze Aderen malkander doorsnyden of doorkruizen, heb ik de Plaatjes van Agricola in deze ordre geschikt ...
183   Ik heb in de uitbeeldinge van de Metaal-aderen bygevoegt de ontblootinge der Steenstof, dewelke gevonden word, als de Bouw-aarde, Keysteentjes, Zand, en verscheide Mineraal-gruis .. daar van afgegraaven of afgelicht zyn, gelyk de Lezer in de XI. en XII. Tab. kan nazien, behalven noch eenige andere zaaken, dewelke juist by den hooggeleerden G. Agricola niet waargenomen zyn geweest.

184* Tab. XI-XII.

3: Maart en April 1720.

187

Zevende Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
188   Het Dertiende Boek .. handelt van de zoute Mineralen of Bergstoffige Zouten.

288

Zevende Verhandeling van de Oudheid der Natuurlyke Historikunde der Hebreers ... Wateren der Jordane.

316

Negende Verhandeling van het Goud, waar in vervolgt word de Konst van Goud te maaken ...
317   ... de BERGWERKKUNDE ...

gereedschappen 346   Georgius Agricola (a) heeft eenige van deze Gereed-schappen in houte Plaaten verbeeldt [Lib. VI.] ... Ik heb dezelve in 't koper laaten brengen ...
347   Het eerste Breek-yzer kan gezien waorden in Tab. XIII. .. a.

352   By de Bergwerkers word ook een spit of klauw gebruikt ... Tabula XIV. .. a, dewelke de gedaante heeft van een vogel-klauw of nagel ...
358   ... water-emmers, putsjes en akers ...
Het water, het welk op deze wyzen uit de putten opgewonden word, ontvangen zy in groote trechters en daar toe gemaakte bakken en Canalen, dewelke van balken en planken worden getimmert .. Tab. XIII., letters v en w.
359   ... zeer groote Machinen en Werktuigen.

376* Tab. XIII-XIV.

3: Mey en Juny 1720.

379

Achtste Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
379   ... gaat hy in het veertiende Boek over tot alle de verscheide soorten van de Vetten der aarde of aardsche Vetten.
397   De BARNSTEEN of Succinum ... De Gagates of Gitsteen ...
398   Ik zal van de Barnsteen in dit Uittrekzel een weinig omstandiger schryven als Imperatus ...
400   Goebelius, een oud hoogduitsch Geneesheer, en een Navorscher van de Barnsteen ...
    [ Severin Göbel, Vom ursprung des Agadt oder Börnsteins, 1616.]

420   Zelfs oordeelt de Heer M. Philippus Jacobus Hartmannus, (a) dat de oprechte Barnsteen nergens anders gevonden word als in de Baltische Zee ...
    (aVid. Succini Prussici physica & civilis Historiae. [1677, fig. hieronder rechts]
barnsteen-visser   barnsteenvisser bij Hartmann
455   De manier van de Barnsteen te vergaderen .. op de stranden ...
De tweede manier .. Tabula XV. .. een Barnsteen-visscher ... [links]

457   ... Tabula XVI. ... [naar Hartmann, evenals XV.]
459   ... Landschap van Pruissen ... Tab. XV.

461   Omtrent het voorwikken ... als de graaver by het openen van een Barnsteen-ader eenig gerommel en geluit gewaar word, verstrekt zulks tot een groot voorteken van een ryke Barnsteen-ader. Zommige schryven dit geraas toe aan de Gespenzen, Spooken en onderaardsche Kaboutermannetjes ...
... Hout-aarde, daar de Barnsteen gelyk als in een moer of erts in voortgeteeld word .. Tabula XVI. letter f.
490   ... een kluit in Tabula XVI. letter g vertoont .. Barnsteen-klompjes letter h h h verbeeldt ...

Onder de verscheide verwonderens-waardige hoedanigheden van de Barnsteen, is altyd by elk een meest in aanmerkinge gekoomen
491   het vermogen van aantrekkinge, het welk byna als een onafscheidelyke eigenschap in de Barnsteen van zommigen gekeurt word.
492   ... byna geen aanmerkinge waardig om dezelve te vergelyken by de aantrekkende kragt van de Zeilsteen. ...

Ik zal eens een vergelykinge maaken, neemt by voorbeeld zeer koud water .. vezeltjes van stroo of hout .. in die gesteltheid, dat het water in het midden zuiver, helder en klaar is; giet een kookende gesmolten hars .. in het midden van 't water zeer schielyk, gy zult zien dat de hars .. gestremt zynde minder volumen beslaat. Veele van de pluisjes en vezeltjes .. zult gy aan de kanten van de hars zien aankleeven ...
493   ... brengt dit over by een stukje Barnsteen, het welk door wryvinge eenigzins op zyn oppervlak verdunt en verhit word, zal, niet datelyk deze warmte de lucht verdunnen, en de uitwaasseminge van de Barnsteen vermeerderen? ... koud geworden zynde .. zal .. door de veerkragt en zwaarte des koelen luchts wederom ten deele na de Barnsteen toe gedrukt .. worden, waar door de zeer lichte vezeltjes .. mede geparst en gesleept worden ..

.. byna op de manier als wy zien gebeuren in een glas water, in het welke niets is als de gewoonlyke lucht en een weinig water: want zo ras als dit glas met zyn bodem over het vuur word gehouden, zo lang dat het weinigje water aan 't kooken en aan 't dampen geraakt,
494   .. zult gy zien, dat, zo ras dit glas geheel van water en lucht berooft is door de hitte, en met zyn open einde word omgekeert, en in het water of ander vocht geplaatst word, niet de lucht maar het vocht of water zelfs in het glas opgeparst zal worden, in zo ver dat zelfs, als het glas volkomen van lucht ontbloot is geweest, het zelfde geheel vol met water zal worden ...

500

Achtste Verhandeling van de Oudheid der natuurlyke Historien, en van de Historikunde der Hebreers ... Woestyne.

540

Tiende Verhandeling van het Goud, waar in vervolgt word de Konst van Goud te maaken ...
541   ... BERGWERK-KUNDE .. de overige zaaken ...
557   Van dit koper word in Tabula XVII. .. vertoont een Hoefyzer van een paard, het welk .. aan my ter hand gestelt is door den Konst-lievenden Heer D. AMOURY.
558   ... b b is een breuk van 't Hoefyzer, door dewelke het bovenste gedeelte koper van het onderste gedeelte, dat noch volkomen yzer is, kan afgelicht worden ...

562*

Korten Inhoud ...

Tab. XV-XVII.



Deel 4
July en Augusty 1720.

[i]

Aan den Lezer.
[i]   Het oordeel, dat byna elk een velde over dit Werkje, toen ik het zelve voor de eerste maal in 't licht gaf, was geheel anders als het gevoelen, het welk de meeste Liefhebbers tegenwoordig voor het zelve schynen te hebben.
... na dat de Lezers gezien hebben, hoe ryk de Natuurlyke zaaken of schepzels zyn, en hoe veel van dezelve geweeten behoort te worden, hebben zy beginnen toe te stemmen, dat deze wyze van Schryvers uit te trekken en op te helderen zeer leerzaam en nuttig is.

7

Negende Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
tin-kristal 8   ... handelt in het vyftiende Boek .. van die Zelfstandigheden, dewelke behooren onder het geslacht der Metaalen.
42   ... het Tin .. groeit zeer dikwils uit een witte steen als Kristal, als uit een moer, op een zeer geestige wyze, gelyk ik aangewezen hebbe Tab. XVII. fig. 14. [rechts] ...

48   In het zestiende Boek .. van de Metaal-en Mineraal-aderen ...
63   Agricola [1621, 75] ... voorteken van toekomende rykdom .. voortgang van deszelfs aderen ... dunne blaadjes Metaal .. in de Steen en Key of Erts ingegroeit .. Tabula XVII fig. 3.

68   Het Zeventiende Boek .. van de wyzen om de Ertzen uit de erts-aderen te haalen en uit te werken, mitsgaders van de proeven, door dewelke de natuur en de rykdommen der Ertzen konnen ontdekt worden ...

90

Negende Verhandeling van de oudheid der Natuurlyke Historien, en van de natuurlyke Historikunde der Hebreers ... Woestyne.

154

Elfde Verhandeling van het Goud, waar in vervolgt word de Konst, van Goud te maaken ...
zilverpluim 156   ...besloten heb te handelen van de VEGETATIE DER METAALEN EN MINERALEN, EN DERZELVER VERSCHEIDE INGEMMATIEN .. dat dezelve groeyen op dezelve wyze als de boomen ...
159   ... de lood-erts .. Tab. XVII. Fig. 15.
160   ... het Goud .. (a) .. Tab. XVII. Fig. 3. .. daar de letter a aanwyst een blaadje zuiver goud, het welke uit de witte key, als uit zyn moer, uitbot ..
.. en ook in dezelve Tabula (Fig. 4, 5, 6.) .. de zilver-erts .. zien uitgroeien .. op de wyze als kleine rankjes .. of zomtyds wel op de wyze als franjen van zyde .. Fig. 7. .. of wel op de wyze als pluimen, gelyk te zien is in Tab. XVIII. Fig. 1. [rechts] ...
161   Zelfs vinden wy dikwils onder de Yzer-ertsen, zodanige uitbottingen uit de Ertsklompen, ziet Tab. XVIII. Fig. 2. ...
... ook dikwils in de Tin-erts .. Tab. XVII. Fig. 13. ...

164   De Ingemmatie, Kristal-schieting of Steen-botting is (wat de gedaante belangt) zeer verscheiden; ziet Tab. XVIII. .. Fig. 3. ...
165   ... Fig. 4. ... Fig. 5. ...
    [ Fig. 3-5 ook bij Kircher, d'Onder-aardse weereld (1682) 2, 22.]
169   ... aanwassing van Gibs word gezien in Tabula XVIII. Fig. 6. ...
170   ... de takagtige Gibs, vertoont in .. Fig. 7. ...
... de Amianthus, van dewelke de Aalouden het onverbrandelyk linden wisten te bereiden [asbest] .. Fig. 8 en 9. [vgl. 8.1, 78]

184   Wy vinden steenen, dewelke zeer met de dadelsteen in gedaante over een koomen, maar van dezelve verscheelen dat zy van binnen een holligheid hebben, en met andere steenen bevrucht zyn, ziet Fig. 11. .. adelaarsteenen .. Lapis Aetites genaamt ...
185   De Aetites, dewelke gevonden word op den berg Gargan in Apulien .. is een vuursteen van zelfstandigheid ... Fig. 12.
186   Fig. 13.     187   Fig. 14.     188-9   Fig. 15-9.

192* Tab. XVIII.

4: September en October 1720.

195

Tiende Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
196   ... de proeven, door dewelke ontdekt word, hoe veel metaal elk Erts of Ertsader in zich draagt en kan uitleveren ... dewyl ik .. noch maar afgehandelt heb de proeven van het Goud, Zilver, Koper, Loodt en Tin, zal ik de proeven van de andere Metaalen tegenwoordig vervolgen.
208   ... zullen wy overgaan tot de ophelderinge van de behandeling in het scheiden van de Metaalen in het groot.
209   ... achtiende Boek ...

241

Tiende Verhandeling van de Oudheid der natuurlyke Historien, en van de natuurlyke Historikunde der Hebreers ... Arabische Zee-boezem ...

337

Twaalfde Verhandeling van het Goud, waar in vervolgt word de Konst van Goud te maaken ...
put 337   De draad van myn voorgaande elf verhandelingen over het Goud enz. geleidt ons eindelyk in de loopgraaven, mynen, putten, kuilen, holen, kolken, wellen, en grouwzaame onderaardsche berg-spelonken, om zeer diep onder de aarde eens te gaan zien, hoedanig, en met welk een moeite en ongelooflyke onkosten, dezelve aldaar .. aangelegt worden.

338   ... begint hy datelyk aan het graaven van de Put. Boven deze put stelt hy een wind-werktuig of wind-as, om alles, wat in de put ingelaaten of uitgehyst moet worden, mede te winden .. Tabula XIX. Fig. 1. ...
Boven zodanig een put met deszelfs windas, bouwen zy een (a) hutje ...
    (aVid. Georg. Agricolae de Re Metallica Lib. V. [1621, p. 71: "inchoat putei fossionem, atque super eum statuit machinam tractoriam, itemque putealem casam" (hij begint een put te graven, en daarboven heef hij een trekmachine geplaatst, en eveneens een puhut), fig.]

340   Het Windas Fig. 1. .. wordt door twee mannen opgewonden, maar het Windas van Fig. 2. .. word bewogen door een groot radt .. in het welk gedurig een man treedt ...
... een Water-schacht. Ziet Fig. 3. Ook worden putten gemaakt, om door kragt van blaasbalken de wind in de onderaardsche loopgangen en berggroeven te parssen .. dewyl anderzins de Myn-graavers en werklieden zouden stikken of ziek worden.
341   ... deze loopgangen en Berg-groeven worden vertoont door Fig. 4. 5. 6. 7. 8.

367   ... Tab. XX. Fig. 3. verbeeldt een werktuig, het welk water door ronde klooten, dewelke aan een ketting gehecht zyn, uit de diepe gronden na boven windt met een rad ...
... Tab. XX. Fig. 1. a vertoont het vak of de kas, daar het getandt raderwerk in geplaatst is ...
370   ... Fig. 4. ... Fig. 5. ... Fig. 6. ...
372   De Heer (a) Balthazar Roszlern getuigt, dat het lucht- of regenwater in zommige metaal-graveryen, dewelke zeer diep zyn, niet eerder als na verloop van acht dagen doorzakt ...
    (a)  Ziet Balthazar Roszlern Hell-polierter Bergbau-Spiegel/ das andere Buch Cap. 17.

383* Tab. XIX-XX.

4: November en December 1720.

387

Elfde Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Ferrandus Imperatus.
388   ... uitkookinge van het Tin, en van het Yzer ...
401   ... het negentiende Boek .. van de scheiding der gezuiverde Metaalen die onder malkanderen vermengt zyn ...
425   ... vervolgt in zyn twintigste Boek .. dezelfde stof-scheidinge der gemengde Metaalen ...
436   ... het eenentwintigste Boek .. van de verwandeling der Metaalen in malkanderen, het welke de zoekers van de Lapis Philosophorum of Goudzoekers op het oog hebben. Wat de verandering van het yzer in goed koper belangt, zulks word van niemant ontkent .. het Hoefyzer .. uitgebeeldt in Tab. XVII. Fig. 1. [en 3, 557]

440

Elfde Verhandeling van de Oudheid der Natuurlyke Historien, en van de natuurlyke Historikunde der Hebreers ... Arabische Zeeboezem ...
441   De Volkeren van Europa zyn na 't verval van 't Roomsche Keyzerryk .. in een uitstekende woestheid, daar een puursteeke domheid en blindheid eenige eeuwen lang op gevolgt is, elendiglyk gevallen ...
445   Veele van onze Christen Schryvers hebben verscheide stellingen en gevoelens aan Mahometh en zyn Leer te laste gelegt, dewelke niet waar zyn ... onzen hoog-geleerden en zaligen Heer Hadrianus Reland .. heeft alle deze dwaalingen aangeweezen ... (a)
    (aVid. Adriani Relandi de Religione Mohammedica Lib. 2. [1717/18]

... zyn wy ook in een erbarmenswaardige onkunde, omtrent de geschiedenissen dezer eerste en zelfs hedendaagze Mahomethaansche Volkeren, en derzelver gesteltheid, als ook
446   den aart en natuurlyke Historien van derzelver bewoonde Landstreeken .. konsten, wetenschappen, ambachten ... niettegenstaande in die landen veel meer heerlyke en geleerde aaloude en zelfs nieuwe Schriften in 't Arabisch beschreven gevonden worden, als wy gelooven .. Manuscripten liggen te beschimmelen ...
447   De Hooggeleerde Heer Simon Ockley .. ontwerp van een Historie .. (a)
    (a)  Ziet the Conquest of Syria, Persia & Ægypt by the Saracens .. [1708]
448   ... AL-MAMOEN ...

570*

Korten Inhoud van 't Vierde Deel, of van 't Half Jaar ...

Tab. XXI.  [ Kaart: Roode Zee.]



Deel 5
January en February 1721

5

Twaalfde Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Proefkundige Natuurkunde enz. van den Hoogwaardigen Robertus Boyle.
6   ... onzen Ferrandus Imperatus .. Twee-entwintigste .. Achtentwintigste Boek ..
7   ... ROBERTUS BOYLE ... veel doordringender van oordeel .. ontelbaare proeven .. een groot getal fraaye en konstige Werktuigen ...
8   ... zyn vyftien Verhandelingen of letteroefeningen over de NUTHEID VAN DE NATUURLYKE EN PROEFKUNDIGE WYSBEGEERTE ...
    [ Some considerations touching the usefulnesse of experimental naturall philosophy, 1663-.  2nd part, Index 1, Index 2, 2nd tome (1671), Contents.  Advertisement (A 2): "divers parts were sent to the Press in 1660, or 1661 .. written divers Years before".]

10   De Heer Boyle heeft zich .. niet ontzien, de Proef-ondervindingen by de Ambagtslieden en Handwerkers zelfs op te zoeken ...
11   ... het voornaamste oogmerk .. de Historien van de Natuur en van de Konst door en met malkanderen op te helderen ...
19   ... de onwetendheid der menschen word alleenlyk voortgebragt, om dat zy de ter wetenschap leidende weg niet kennen, en dat zy gedurig afgetrokken worden van al te veel voorwerpen, dewelke zy dagelyks te haastiglyk beschouwen, springende als nieuwsgierige ydeltuiten van het eene op het andere, zonder aan hen zelven de tyd te geven, van eenig voorwerp wel en behoorlyk te bezien en te leeren kennen. Als wy veel willen zien, moeten wy onze oogen toesluiten, en met onzen geest zeer lang op een zaak ster-oogen*), en leeren doordenken.
    [ *)  B. Huydecoper, Proeve van taal- en dichtkunde (1782-94), 6, 169: "ster-oogen (nu ook wel staaren ..) met onbeweegde en als verstijfde oogen ergens op zien". Vgl. Simon Stevin, Eertclootschrift (1608), 1, 39: 'steerooghen'.]

41   de Zon, dewelke .. volgens de rekeninge van de Navolgers van Ptolemaeus .. hondert en zesenzestig maal grooter*) is als den Aardkloot dewelke wy bewoonen, en dat dezelve van ons afgelegen is hondert en vyfenzestig halve aardkloots diameters°); welke afstand niet eens in aanmerkinge komt by die der vaste Sterren en derzelver onmetelyke en oninbeeldelyke grootte, dewelke by de Navolgers van Copernicus zo onmetelyk groot en verafgelegen gestelt worden, dat ik derzelver Hypothesis hier niet zal aanraaken #), om niet in ongunst te geraaken by al te gestrenge Lezers ...
    [ *)  Met 'grooter' wordt hier bedoeld: in volume (het is: ruim een miljoen maal), vgl, Nieuwentijt (1715, 4e druk 1725, 617): "hondert duisent malen grooter" (in diameter); zie ook noot bij Blaeu [<]: tabel van Riccioli (1651).]
    [ °)  Bij Boyle (p. 32) niet 165 maar 1165 aardstralen, zo'n 20 maal te klein; het was geschreven voor de verschijning van Huygens' Systema Saturnium in 1659.  Vgl. Cheyne (1705, 98-9), en L. ten Kate (1716, 2e druk 1739, 79): ca. 13 000 aardstralen, volgens berekeningen van Whiston (zie A new theory of the Earth, 1696, Lemmata p. 31) — nu: ruim 23 000 aardstralen.]
    [ #)  Vgl. 1, 91.  Boyle zegt: "Copernicans (that growing Sect of Astronomers)".]

50   ... Ongodisten; want deze eigenwyze en onervarene geesten, dewelke zich zelven de naam van Esprits forts geven, worden in kennisse van zaakelykheden altyd onbedreven bevonden ...
52   Ik heb menigmaal het vermaak genomen, van aan zommige van de onderstellende en droomende Uitleggers der Natuur .. geringe verschynsels der schepzels voor te stellen, maar nergens gevonden meerder eigen wysheid .. en onbekwaamer werkmeesters in het aanleggen van proeven, dewelke zy dan al wederom en na hunne hypothesis verdraait uitleiden, tot dat ik hun dikwils de waarheid, terwyl zy de stoffen zelfs behandelden, tegens hunne onderstellinge en tegens hun neus deed opstuyten.

53   Komt het u niet zeer plaisant voor, bedreven Lezer, dat de Dichter Lucretius [<] de geheele Natuur, met alles wat daar in is, in een klein boekje heeft konnen beschryven, en daar by noch uitleggen ... [Boyle: p. 63, 73, 87]
54   ... is dit niet een arrogantie zonder weerga?
55   ... de deernis-waardige onnozelheid van de onderstelkundige Philosophen ...
56   ... het water opklimt, zo ras als de lucht uitgezogen word ... het van de Natuur gehaate Ledig Ruim of Vacuum. [Boyle, 66]

70

Eerste Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Historischryvers ... de Cacao en de Zuiker.
71   Nu onlangs is by den Boekverkoper Hendrik Strik voor den tweeden druk uitgegeven .. Histoire Naturelle du Cacao & du Sucre ...
72   Dit Boekje is voor de eerstemaal gedrukt binnen Paris [1719], maar het heeft aan den Schryver niet behaagt zyn naam voor het zelve te plaatzen ...
74   De bladeren van de Cacao zyn negen duim lang ... Tabula XXII.

110

Twaalfde Verhandeling van de Oudheid der Natuurlyke Historien, en van de Natuurlyke Historikunde der Hebreers ... Arnon ...

168

Dertiende Verhandeling van het Goud ...
169   ... dat .. uit de meeste Bergwerken het water met zuigpompen kan uitgepompt worden; van welke zuigpompen drie verscheide soorten zyn uitgebeeldt in Tabula XX. ...
Behalven deze kleine zuigpompen, dewelke door een man bewogen worden, heeft de voortreffelyke AGRICOLA aan ons zeer groote zuigpompen mede gedeelt ... een groot rad, het welk door het water van een rivier bewogen word .. Tabula XXIII. .. Fig. 1. ...

wind waait in put 175   ... de wind .. gedwongen word na beneden te dringen en in de put uit te waayen .. Tabula XXIV. Fig. 1. [rechts]
177   ... blaasbalken .. Tabula XXIII. ...
182   ... is de lucht onder in de bergwerken zeer onstuimig, en dikwils zo vol beroering, dat geen lampen konnen opgehouden worden, op die plaatzen daar geen deuren gemaakt zyn ...
184   ... kwaade lucht door het vuur .. weggedreven ... want als de lucht door 't vuur word heet gemaakt, heeft dezelve ongelooflyk veel grooter ruimte van nooden ... vuurmande .. Fig. 2. en Fig. 3. in Tab. XXIV. ...

190   ... een gat in 't gebergte geboort .. in het zelve een kardoes, daar twee pond buskruid in gestampt is, gesteken .. dicht toegeslagen .. een stukje gezwavelt linden, het welk met een lampje word aangesteken, ziet Tab. XXIV. Fig. 7. ...
Wy lieten op een tyd, zynde in een Steenbreek van Duitsch Marmer, by 't Huis te Bensburg over Keulen, eens een proef neemen, en een geboort gat met buskruid vullen, maar elk een van ons Nederlandsch Gezelschap was verwondert, over de kragtige werkdaad van 't besloten buskruid ...
191   ... buskruid .. om de al te dikke, vochtige en dampige lucht .. te zuiveren ... ziektens der bergwerkers ...

192* Tab. XXII-XXIV.

5: Maart en April 1721.

195

Dertiende Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Proefkundige Wysbegeerte van Robertus Boyle.
196   ... in het tweede deel, bestaande uit tien byzondere Verhandelingen, welk een nut en voordeel wy genieten voor ons lichaam ... [vgl. Boyle, Part 2]
202   ... de Physiologia ... [p. 3]       215   ... de Stofscheidkunde.
216   ... de Pathologia of kennisse der oorzaaken en gesteltheid van de ziektens ... [28]
231   ... het derde deel van de Geneeskunde (de Semiotica of tekenkunde) ... [56]
237   ... [Hygieine] de regelen .. om onze gezondheid .. te bewaaren ... [85]
253   ... vyfde en voornaamste deel .. de Therapeusis ... [85]

263

Tweede Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke History-schryvers ... de Cacao en de Zuiker.
298   Natuurlyke Historie van de ZUIKER.
301   ... Zuiker-riet .. Tabula XXV. .. Fig. 1.
304   ... Zuiker-moolens .. ros-moolens, of water-moolens, of wind-moolens ...
305   ... Tabula XXVI. ...
307   ... Zuiker-kookery .. Tabula XXVII. ...
325   ... Raffineerdery .. Tabula XXVIII.
328   ... Stoof .. Tabula XXIX.

333

Dertiende Verhandeling van de Oudheid der Natuurlyke Historien, en van de Natuurlyke Historikunde der Hebreers ... Wateren van Palestina.

384* Tab. XXV-XXIX.

5: Mey en Juny 1721.

387

Veertiende Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Proefkundige Wysbegeerte van Robertus Boyle.
388   ... recept .. eenvoudige zamenmenging van geneesmiddelen ... [Boyle: 2, 128]
412   Gelyk een Geneesheer, door de natuurlyke Historikunde enz. zeer veel nutheid en voordeel geniet, zal ook de kennisse der konsten, handwerken en ambachten veel ophelderinge aan zyn begrip, en veel dienst aan zyne oefeningen voortbrengen.

462

Derde Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Histori-schryvers, en in dezelve de natuurlyke Historie van de The.
462   Ik heb, in het doorbladeren van de Schryvers .. niemant gevonden ...
... dat de meeste malkander maar hebben uitgeschreven, en .. zonder eenige eigen ondervindinge, (uitgezondert Wilhelmus ten Rhyne) en meest van horen vertellen, van de THE dikwils zeer tegenstrydig geschreven hebben; daarom heb ik goed gevonden, zelfs een natuurlyke Historie .. mede te deelen ...
465   ... De Heer JACOBUS BREYNIUS .. heeft uitgebeeldt een The-boomtje*) .. Tabula XXX. ...
    [ *)  Exoticarum aliarumque minus cognitarum plantarum centuria prima (1678) 112. De figuur is van Willem ten Rhyne, zie p. 115. Zie ook Hedendaagsche Vaderlandsche letter-oefeningen, 5-1 (1776) 75.]

thee 476   ... dat de Sumach en het Theboomtje daar in overeenkoomen, dat zy roos-gelyke bloemen draagen. .. Tab. XXX. .. No. 1. is de bloem van de Sumach. 2. Is een blaadje van de bloem. 3. Is deszelfs kelkje, uit het welke het voortkomt. 4. Het pistillum, het welk naderhand verandert in 5. een rondachtig tonnetje als een bey, het welk bevrucht is met 6. een rond zaadje, gelyk buiten zyn bolstertje te zien is met No. 7.

570* Korten Inhoud van 't Vyfde Deel, of van 't Half Jaar ...

Tab. XXX-XXXI.



Deel 6
July en Augusty 1721

[i]

Opdragt : Aan alle rechtschaape Nederlandsche Liefhebbers ...
[i]   ... tegenwoordig schynt het my toe, dat de goede letteren, de lust tot wetenschappen, een nieuwe en hartelyke trek tot geleerdheid, deugd en godsdienst, onder onze Nederlandsche Natie wederom beginnen te herleven.
[iii]   ... zakelyke wetenschap van de natuur .. proefondervinding ...
[iv]   ... de vier uittrekzels van den hoogwaardigen ROBERTUS BOYLE ...
[v]   ... dat de Lezer die vier bovengemelde uittrekzels wel mag aanmerken, als een Inleidinge en Voorreden van alles wat tot noch toe is voorgestelt, en na deze noch voorgestelt zal worden in het geheele Kabinet ...

[vi]   het Uw E. E. behaagt heeft .. myne geringheid zelfs zomtyds al mede eens en andermaal te bekroonen met een gulhartige toejuiching van een onverdiende lof ...
Als ik de voortreffelyke Konstbeminnaren tot beschermheeren kan verkrygen, zal zelfs de nyd, de onkunde, noch de lastering .. niet in staat zyn, om dit goede Werk te storen of te verhinderen ...
[vii]   ... in zo verre te kort geschoten, dat wy byna een geheel jaar zyn ten achteren geraakt. ... de Mrs. Z. Moelé en J. de Ruiter, Boekhandelaars in Maatschappy, het Regt van Copy van
[viii]   mynen eersten Boekverkooper Sr. Hendrik Strik gekoft hebbende ...
... over te doen aan zyn gewezen Winkelknegt J. de Ruiter in Compagnie.
[xii]   W. V. RANOUW. M. Dr.     Amsterdam den 26 October 1722.

1

Vyftiende Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... proefkundige Wysbegeerte van Robertus Boyle.
2   ... of niet noch door andere ongewoone en verwonderenswaardige wegen, groote geneezingen konnen uitgevonden en verricht worden? ... het Sympathetische poeder ... [Boyle: 2, 224]
16   ... zommige Geneesmeesters doen niet als by dag en nacht droomen van Specifica, van Arcana, van een Panacea, of algemeen geneesmiddel ...
19   De machine van het menschelyk lichaam ...
23   ... onzichtbaare uitvloeizels uit de Amuleta ...
25   ... de Musyk ...

30   ... de Landbouwkunde .. door de natuurlyke Historiekunde .. ondersteunt ... [Boyle: 2nd tome, 2nd section p. 2]
37   ... dat naauwelyks een eenig handwerk of ambagt .. gevonden word, aan hetwelk een bekwaam Naturalist .. niet verscheide nutheden kan toebrengen.
38   Neemt eens byvoorbeeld het marmer, de albast, de hardsteen of andere steenen ... [Boyle: II-1, 21]
39   ... gereedschappen van yzer ...

62   Zommige menschen zyn zodanig teder van huid, en hard van baard, dat zy onder het scheeren dikwils veel pyn moeten uitstaan, maar de Turken .. hebben uitgevonden een zekere Compositie, dewelke zy rusma noemen, door dewelke zy het hair overal van het lichaam zonder eenige pyn of kwetzinge, van de huid weeten af te scheiden ... [5, 23]

82   Ik heb zelfs by toeval ontdekt, dat, als wy een stuk zeer heldere en harde witte kandy zuiker schielyk doorbreeken in het donker, het zelve eenige straalen licht uitschiet; het welk ik niet weet dat tot noch toe van iemant aangetekend is.
    [ Francis Bacon, Novum organum (1620) 181: "certissimum est, Saccharum omne, sive Conditum (ut vocant) sive simplex, modo sit durius, in tenebris fractum aut cultello scalptum coruscare", oftewel: het is heel zeker dat alle suiker, of het nu kandij is (zoals men het noemt) of gewone suiker, als het maar vrij grof is, in het donker bij breken of krabben met een mesje schitteringen geeft.]
    [ Boyle, 1669, 152: "hard Sugar, being nimbly scrap'd with a knife, will afford a sparkling Light". Vgl. 7c, 21. Het verschijnsel heet nu triboluminescentie.]

92

Vierde Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Historischryvers, en in dezelve de Natuurlyke Historie van de Kina-Kina.
kina-schors 121   De schors van deze zeer aangenaame boom is eigentlyk dat vermaarde koorts-middel, het welk wy gemeenlyk Kina-Kina noemen.
... word zeer dikwils vervalscht met ander schorzen, gelyk als met die van de Sassafras .. Tabula XXXII. Lett. AA, zynde een stuk schors van Sassafras, en BB een stuk schors Kina-Kina ...
136-145   [Brief] HENDRIK VAN RAAT. Rotterdam den 9 April 1722. [z.o. 7, 178]

176* Tab. XXXII.

6: September en October 1721.

191

Zestiende Verhandeling van de Algemeene Natuurlyke Historischryvers ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
192   Ik zal in deze bespiegelingen my op geenderhande wyze binden aan dien rigtsnoer, of order, na dewelke de verscheide natuurlyke en proefkundige verhandelingen in vervolg van tyd geschreeven, of gedrukt zyn ...
Ik zal veel liever eenen natuurlyken t'zamenhang en schikking volgen ...

193   Wy leeven in de Lucht, even gelyk als de vissen in 't water. ...
Het eerste Werk .. onder den (a) Titul van Nieuwe Natuur- en Werktuigkundige Proef-ondervindingen des Luchts VEERACHTIGE kragt, en deszelfs uitwerkingen. Voor het grootste gedeelte uitgevoert in de nieuwe Lucht pomp. De Heer Boyle schreef deze Verhandeling in 't Jaar 1659. briefsgewys aan zynen Neef ...
    (aVid. Nova Experimenta Physico-mechanica de Vi aëris Elastica & ejusdem effectibus, facta maximam partem in Nova Machina Pneumatica. [1661 (Inhoud); eerder Engl. 1660 (Summary).]

195   ... dat hy .. met hem gesproken hadde van het Boek*) van den naarstigen Jezuyt Scottus ... de nieuwe Proef-ondervinding, om de lucht uit te zuigen, van .. Otto de Guericke, Burgemeester te Maagdenburg ...
    [ *)  Gaspar Schott, Mechanica hydraulico-pneumatica (1657) met 'Experimentum novum Magdeburgicum', p. 441-, Ned.]

196   Deze Otto de Guericke ... (a) oordeelde dat alles, 't welk door de ondervinding en zinnelyke gewaarwording betoogt werd, verre de voorrang toekomt, boven de alderwaarschynlykste en opgesmukste redenkaveling ...
    (aVid. Praefatio ad lectorem libri Ottonis de Guericke, quo experimenta Nova Magdeburgica de vacuo spatio exhibentur. [1672, Praefatio, p. i: "Quod itaque experientiâ vel sensu demonstratur, omni ratiocinationi quantumvis probabili ac speciosae, anteponendum est".]

ton, luchtpomp, 4 trekkende mannen 201   ... nam de Uitvinder een zeker Wyn- of Biervat, dat geheel opgevuld wierd met water ... Onder aan dit Vat wierd een Spuit, of Kopere Pyp gevoegt, door welker behulp het water uit het Vat gepompt wierd, dat in 't Vat een lucht ledig ruim veroorzaakte.
202   Na dat nu deze uitkomst, met de verwagting van den Heere de Guericke over een gekomen was, liet hy een andere bekwame Spuit, of Water-pomp van Latoen*) maken, gelyk afgebeeld is in .. Tabula XXXIII, Fig. 1. a, b, c. ...
    [ *)  Latoen - messing, geel koper (Fr. laiton, van Arabisch: latun).]

203   De onbekwaamheid en tochtgatigheid van 't hout ... een zeer groote Bol van Koper .. Fig. 2. A.
204   ... de kopere Bol wierd met een groot geraas, en gekraak, zeer schielyk plat gedrukt ...
211   ... heeft de Heer Boyle .. tot medehelpers gehad, D. G.*) en R. Hooke ... heeft eindelyk de Heer R. Hooke toegestelt die Lucht-pomp, dewelke de Heer Boyle .. beschryft ... Tabula XXXIV, Fig. 1. ...
    [ *)  Bij Boyle (p. 6-7): "Mr. G. and R. Hook". Boyle bestelde in 1658 een luchtpomp bij Ralph Greatorex, zie A. W. Skempton (ed.), Biographical dictionary of civil engineers, vol. 1 (2002) 266.]

223   ... de uitmuntende Heer (a) G. J. 's Gravesande heeft door proeven getoont, dat dezelfde hoeveelheid van lucht in 't eene geval twintig duizendmaal grooter plaats beslaat, als in't andere ...
    (aVid. Physices Elementa Mathematica [^], Tom. I. Lib. II. Cap. XIII. [1720, p. 158: belletjes in water worden groter als de druk erboven verlaagd wordt.]

240   ... hebben wy goed gedacht, om onzen Lezer ook het vermaak aan te doen, van hem mede te deelen, de eerste en aldereenvoudigste proeven ... te meer, om dat wy in dit Boek wel meest voor zulke schryven, dewelke geheel onkundig, en onervaren in deze zaaken zyn ...
263   De uitmuntende Heer 's Gravesande heeft door Proeven (a) aangetoont, dat het kookend heet water al zyn hette daadlyk verliest, en dat het vuur daatlyk uit het water vertrekt, gestelt zynde in een lucht-ledige plaats ...
    (aPhysic. Elem. Mathemat. Lib. III. Cap. 2. Art. 577.

279

Vyfde Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Historischryvers, en in dezelve de Natuurlyke Historie en 't gebruik en misbruik van de Kina Kina.

380* Tab. XXXIII-IV.

6: November en December 1721.

381

Zeventiende Verhandeling van de Algemeene natuurlyke Historischryvers ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
383   ... zullen wy een weinig omstandiger van de zwaarte der lucht handelen ...
dop luchtblazen aan balans Proeven .. (a) .. laat dan bereiden een houtje, of dopje van palmhout, gelyk als Tab. XXXV. Fig. 1. A. B. uitgebeeld word. .. de hoogte van C. B. een duimbreed .. een opening .. gladde holte .. stukje leer .. als pomp-klepje ...

384   .. in den hals van een varkens-blaas ... drie blaazen, elk met zodanig een dopje .. door dit dopje de lucht zeer kragtig ingeblazen .. met een goede spuit ...
Als nu deze drie blaazen zeer vol lucht geparst zyn, worden zy aan een diamant balansje gehangen ... Als nu met een yzer priempje, of een brey-naald, door het gaatje D. E. gestoken word .. klepje een weinig word opgelicht .. lucht uitgelaten ..
385   .. zo veel zal uitvloeyen .. tot dat dezelve egaal is, omtrent deszelfs ineengedrongenheid, met de buiten-lucht. ... zult gy daatlyk zien, dat de blaazen lichter in gewigt worden ...
    (aVoiez Experiences de Physique, par M. Pierre Poliniere. D. en M. [1709/1718; Table]

392   ... dat deze kwik-kolom, op een en denzelfden grond geplaatst staande, door de verandering van de lucht of het weer, ten hoogste byna op 28 duim ryst, of ten laagsten op 26 duim daald.
... Barometers genaamt, die tegenwoordig zodanig algemeen bekent zyn, dat 'er byna elk een, die maar eenige liefhebbery heeft, van verzien is.
393   ... de Heer D. G. Fahrenheid, alhier te Amsterdam woonachtig, op den hoek van de Leidsche-straat en Keizers-gragt, van wiens Proef-kundige wetenschap, en geoeffendheid in de bewegingskragt-kunde, als ook het glasblazen aan de konst-lamp enz., ik zelfs by ondervinding kan getuigen. [7, 51: Brief van Fahrenheit]
... twee verscheide soorten van Barometers, de eerste soort noemen zy (a) enkelde Barometers, en de tweede soort te zamengestelde, of gecomponeerde Barometers.
    (aVoiez Experiences de Physique, par M. Pierre Poliniere. M. D. [p. 60]

409   Wy zien daaglyks, dat de Wynverlaters de Wyn van 't eene vat op 't andere, door middel van een Hever oversteken.

capillaire opstijging 415   ... Tab. XXXVI. ...
416   .. de oppervlaktens van de water-kolommen .. waterpas ... [in een U-buis]
Als de wydte van de armen van zodanig een Tubus zeer veel verscheelt, zien wy de twee water-kolommen op een verscheide hoogte staan. ...
Maar .. de kwik-kolom in den dunsten tak lager ...
417   ... in de naauwste pypjes zal het water alderhoogst opklimmen, gelyk in Fig. 3. uitgebeeld word. In een glaze pypje, welkers diameter maar een dardepart van een linie bedraagt, zal het water opklimmen omtrent twee duim-breed boven de oppervlakte L van 't water ... [vgl. 7b, 44]

422   ... Fig. 8. .. een fles vier en een half duim .. wydt .. deszelfs hoogte omtrent 8 duim. In den bodem .. moeten omtrent hondert kleine gaatjes gedrilt worden ... Stelt dit glas eenigen tyd in 't water, en opent de opening F, dewelke boven, of buiten 't water moet gehouden worden; daar op zal het water in de binnen-ruimte van de fles door de kleine gaatjes dringen ... word den duim op de opening F gehouden, en de fles uit het water gelicht, zo zal uit de gaatjes .. geene eenen drup water uitstorten ...
423   ...op dezelfde wyze als met de blikke of glaze pompjes geschied, die de Wynkopers daaglyks gebruiken, om, uit den mondt van een wynvat, een weinig wyn uit te trekken en te proeven. ...
424   ... zult gy het water uit de fles zien nederzakken, en den rooden wyn zien opklimmen onder de gedaante van een rook, om de plaats van 't water in te nemen.

428   Behalven de bovengemelde Proeven van den Heer Pierre Poliniere .. zwaarte van de lucht .. noch veel andere .. gelyk als wy ook zelfs verscheide Proeven .. hebben uitgedagt. ... Robertus Boyle ...
431   Onze Plenisten, die het ledige ontkennen ... [<]
433   ... de Proef van Evangelista Torricelli .. 1643 .. dat de kwik .. in een lucht-ledige plaats, door een uitwendige lucht-kolom, opgeparst word tot op de hoogte van zeven-en-twintig duim.
434   ... een AFKEER, die de natuur VAN HET LEDIGE of vacuum bezat*) ... Pater Mersennus ... Petit ... PASCAL ...
    [ *)  Zie bij IMSS: 'Horror Vacui?'.]

450   ... of in 't water een veer-kragt, of Elasticiteit was ... dat de Heer Boyle op dien tyd juist een volkome ronde tinne bol by de hand hadde, vertoont in Tabula XXXVI. Fig. 1. met A. ... Na dat nu deze met water gevulde tinne bol aan alle kanten gesloten was, wierd door de man B met een houte hamer zeer voorzichtiglyk op verscheide plaatzen van den tinnen bol geslagen ... [Exp. 20]
451   ... dat het ingesloten water zich in een naauwer plaats hadde laaten indringen ... een gat .. waterstraaltje .. twee of drie voeten hoog ...
454   ... oorzaak .. de lucht .. die in 't water verburgen en ingewikkeld is ...

455   ... of het water in lucht konde verandert worden, of niet ...
456   ... De lucht schynt een wezen op zich zelfs te zyn ...
459   ... zullen wy uit de wydloopige en zeer omstandige*) uitbreidingen van den Heer Boyle de voornaamste zaken uitkippen.
464   ... twee essentieglaasjes .. Tab. XXXVI. Fig. 16. ...
469   ... dat een gedeelte lucht, van 't zelfde volumen, veel lichter word .. als dezelve zich onder 't water heeft verwydert.
    [ *)  Over Boyle's wijdlopigheid zie p. xvi van Robert Boyle: A Free Enquiry into the Vulgarly Received Notion of Nature, 1996.]

470

Zesde Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Histori-schryvers, en in dezelve de Natuurlyke Historie, en 't gebruik en misbruik van de Kina Kina.

563*

Korten Inhoud van 't Zesde Deel, of van 't Half Jaar ...

Tab. XXXV-VI.



Deel 7
January en February 1722

[i]

Voorreden.
[i]   Terwyl ik ondernomen heb een Natuurlyke Historie van de Lucht te schryven, zal het niet ondienstig zyn .. zodanige Konsten en Handwerken te verhandelen, dewelke veel betrekkinge op de lucht hebben.
... de lucht van het Land ... zommige Konsten konnen niet zo gelukkig in de eene lucht als wel in de andere geoeffent worden. ... de Verw-konst ...
[ii]   ... de vermaarde verw-stof Indigo ... de Natuurlyke Historie van de Indigo ...
[iii] ... LE TEINTURIER PARFAIT ...
De Verw-konst kan niet geleerd worden uit boeken ...
[iv]   WILLEM van RANOUW. M. D.     Amsterdam den 15. April 1723.

1

Agttiende Verhandeling van de Algemeene Natuurlyke Historischryvers ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
2   ... of een slinger niet rasser en langduuriger zoude bewegen, in een lucht-ledigen Recipient ... [Boyle: Exp. 26]
3   Kircherus ... dat het geluid tot ons gehoor wierd gebragt door middel van een ander wezen, 't welk fynder als de lucht is ... [<] 
4   ... een zak-Horologie bekwaamlyk gehangen in den Recipient ... [Boyle: p. 206]

6   ... de Verheveling-kunde .. wat dienst eigentlyk de lucht in de opheffingen van de dampen en uitvloeyzels doet ... [Exp. 29]
7   ... heeft de Heer Boyle een zeker byzonder vogt bedagt. .. zo ras als het stopje van dit flesje afgeligt wierd .. wierp dit vogt .. een grooten overvloet van dampen uit .. dikke wolk ...
9   ... dat de damp van dit flesje in de lucht-ledige plaats naar beneden zakte, en in de open lucht in tegendeel kwam op te ryzen ...

14   ... een glaze bol .. zo groot als een hoender-ey [p. 273] ... wel digt toegezegelt, wierd de glaze bol aan 't eene takje van het
15   Diamant-balansje gehangen .. aan 't andere takje een gewigtje .. dat egaal met de glaze bol zwaar was. ... na drie uitpompingen van lucht uit den Recipient, begon de Balans zyn evengewigt al te verliezen, en de glaze bol die vol lucht was, al een weinig over te halen ...
18   Dat de delen van de lucht niet zodanig fyn zyn, als zommige misschien wel oordeelen, blykt ook daar aan, dat wy de lucht in zeer fyne en glaze flesjes konnen besluiten, niet tegenstaande elk een wel kan begrypen, dat het glas zeer togt-gatig is. Aan my zyn verscheide
19   bereide Liqueure bekent, die in geen glas, al schoon het zelve Hermetische is gesloten, konnen bewaart worden ...

22   ... dat de proportie van de zwaarte, tusschen de lucht en 't water, niet meer als 1. tot 938. was ... [p. 290]
25   ... de proportie van de zwaarte, tusschen het kwikzulver en 't water .. Tab. XXXVII. Fig. 1.
28   ... de nette hoogte van den Dampkring ...
30   ... zeven mylen, van dewelke elke myl duizend Geometrische treeden*) lang is ... als de lucht van beneden tot boven nog maar van een en dezelve Consistentie was.
    [ *)  Boyle, p. 298: "reckoning five Foot to a Geometrical Pace".]

33   ... een nieuw verschynzel van een licht in den Recipient ... [Exp. 37; vgl. 7c, 21]
    [ Huygens (O.C. 17, 315, nr. 8): "waessem ... Desen damp is het die Boile een schielijcke flickeringh van licht meent te sijn"; verklaring: door afkoeling bij plotseling uitzetten condenseert waterdamp.]

51

Brief van den Heere Daniel Gabriel Fahrenheit aan Willem van Ranouw ... Barometers.
51   ... met groot genoegen gezien, dat gy ondernomen hebt een Natuurlyke Historie van de Lucht aan 't gemeen mede te deelen ...
52   ... hebbe ik my (aangenoopt door de waare vriendschap, dewelke ik u toedrage ..) de eere willen geven, dezen Brief .. met veel eerbiedigheid aan u te schryven.
53   ... de volkomen Evacuatie van de lucht uit de glaze buizen ...
54   ... de inwendige zuiverheid en bekwaamheid van de glaze pypen ...
55   De inwendige wydte van de Barometer-buizen ... zal .. de kwik-kolom in de pyp die al te naauw is veel lager staan ... oorzaak, dewelke gy in uw Natur- en Konst-Kabinet hebt (a) voorgestelt.
    (aZiet Natuur- en Konst-Kabinet November en December 1721. pag. 416. en Tab. XXXVI. Fig. 2.

56   ... het kwikzulver, waar mede de Barometers worden gevuld ...
58   ... dat onder een groot getal Barometers, dewelke wy daagelyks ontmoeten, zelden een gevonden word, die inderdaad goed is.
59   Het verschil van de hoogte des kwik-koloms, in verscheide Barometers in een en dezelve zwaarte-kragt des dampkrings, is aldereerst ontdekt .. van .. den Heere de la Hire*) ...
    [ *)  Correctie in 7c, 39: Amontons was de eerste. De la Hire le fils in Hist. de l'Ac. 1705, 226-8: 'Remarques sur quelques Experiences faites avec plusieurs Barometres, & sur la Lumiere ...' (Barometric light); Philippe de La Hire in Hist. de l'Ac. 1708, 154-167: 'Description d'un nouveau Barometre ... avec quelques remarques sur les Barometres ordinaires' (fig.) en 1709, 176-184: 'Observations de la pesanteur de l'Atmosphere ... avec le Barometre double de M. Hugens' (zie bij Huygens).]

60   Omtrent de bakjes die aan de Barometers gevoegt worden ...
61   Omtrent de maat, dewelke aan de Barometers gevoegt word ...
62   ... ik bedien my .. meest van de Fransche Konings-duimen, of van de Londonsche duimen, maar niet van onze
63   Inlandsche noch Rynlandsche maat. ... de aantekeningen van Parys en Londen ...
... eenige observatien aangaande de ligtende Barometer, benevens noch verscheide andere zaaken van dewelke wy onlangs in een zamenspraak gehandelt hebben .. in een tweeden Brief [Aug.-dec. p. 21-44] ...
Amsterdam den 18. February 1723.

64

Zevende Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Histori-Schryvers, en in dezelve de Natuurlyke Historie van de Indigo.
64   De Indigo is een blaauwe verf-stof ...
123   ... Tab. XXXVII. .. Fig. 2. de tamme wede .. Fig. 3. de wilde wede.
155   In Tabula XXXVIII. Fig. 1 .. de Genista ...
178   Brief van den Heere Hendrik van Raat .. over de verscheyde zoorten van Indigo. [z.o. 6, 136]

183*

Beregt van den Boekverkooper.  [Balthazer Lakeman]
De Heer van Ranouw heeft aan My toegestaan, om op de twee volgende Stukjes van dit Zevende Deel, de Maanden die wy ten agteren zyn, te stellen, op dat wy met den tyd te eerder gelyk mogen geraken. Want het verschil van de dagtekeningen van de Brieven, die zomtyds in 't Kabinet gedrukt worden, is anders te groot, ten opzigte van den Datum van 't Kabinet zelfs.

Tab. XXXVII-VIII.

7b: Maart — July 1722.

3

Negentiende Verhandeling van de Algemeene Natuurlyke Historischryvers ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
4   ... twede [Brief] aan dien zelven Heer [Neef], en dewelke gedagtekent is tot Oxfort den 24 Maart 1667 [p. 176] ...
... een Lucht-pomp van een geheel andere zamenstelling ...
    [ A continuation of new experiments physico-mechanical, touching the spring and weight of the air and their effects, 1669, Contents.]

5   De Heer Boyle klaagt .. over de gebrekkelykheid van de figuuren en platen, maar ik hebbe dezelve niet alleen in onze tab. XXXIX. .. verbetert, maar ook eenige werktuigen uitgebeeld, die in de platen van den Heere Boyle niet zyn. ...
Door verscheide proeven is onfeilbaar gebleken, dat de Lucht een zekere zwaarte heeft, maar behalven dezelve zo ondervinden wy ook in de Lucht een wederstrevende kragt, of elasticiteit ...
13   Tot vermaak van eenige liefhebbers vertoonde de Heer Boyle een Fontein, dewelke sprong door de elasticiteit van de lucht, zo als dezelve zonder eenige inperzinge of aanzettinge van warmte gestelt is. .. Fig. 3. [Boyle: Exp. 4, fig.]

buis naast huis, pomp op plat dak 29   ... een plat op een huis, het welke 30 voeten van den grond hoog was .. tabula XXXIX. fig. 8. .. uit gebrek van een glazen buis van de vereischte lengte, liet de Heer Boyle een pyp C. toestellen van 31 Engelsche voeten lengte .. een duim wydte .. van Cypersblik ..
In het boven einde .. een zeer sterke glazen pyp D .. Op dat als het water hoger kwam te klimmen, als de lengte van den blikken pyp bedroeg, het zelve in deze glazen pyp zoude konnen gezien worden. ... een pyp van blik .. als een omgebogen Arm .. tot aan het werktuig G ...
30   Het onderste einde van den langen blikken pyp stak in het vat K, in het welk .. water wierd gegoten ... de lucht-pomp G aan de gang gebragt, en vlytig bewogen door den Arbeider die op het plat verbeeld staat met L.
31   ... wierden aan het bovenst gedeelte van de water-kolom ongemeen veel lucht-blazen gezien, het welk de lucht was die in het water tevoren ingewikkelt was geweest ...
    [ Nee, waterdamp! Bij 20° C kookt water al onder 2 cm kwikdruk.]  [Boyle: Exp. 15, fig.]

33   ... een regelmaat of aanwyzer uit te vinden, door dewelke naaukeurig aangetoont, en als gepeilt wierd, de nette hoeveelheid van lucht, dewelke in elke recipient na de uitpomping overblyft.
35   Zodanig een werktuigje .. een glazen pyp .. 6 of 8 of 10 duim lang .. gebogen .. fig. 9. .. een snoertje met zeer fyne koraaltjes ...
36   ... zodanig een lucht-verklikkertje ... [Boyle: Exp. 17.]

44   Ik heb onlangs eens aangetoont [6, 416] dat het water in zeer naauwe pypjes van zelfs, en zonder eenige parzinge konde opklimmen ...
47   Zommige geleerde mannen hebben geoordeelt, dat het opklimmen der zappen in de pypjes der plantgewassen konde uitgelegt worden, door de proef van het opklimmen van het water in de zeer dunne glaze pypjes ...

55   ... GASSENDUS .. DESCARTES ... twee Sectens .. verschil omtrent de ruimtens .. tusschen de aarde en de sterren ...
De Atomisten .. oordeelden dat die groote ruimtens ledig waren, en dat door dezelve niet als stralen van het licht passeerden. De Kartesianen .. vervult met een stof, die fynder als de lucht is [^] .. Æther ... [Boyle: Exp. 38 en p. 177-.]

56   Ik weet van goeder hand, en uit een Man die zeer lang gemeenzaam met de Heer Boyle verkeerd heeft, dat het, zo ras als de Heer Boyle bemerkte dat een Schryver in de plaats van een proefkundige, onderstelkundige zaken voort bragt, en in de plaats van op proeven, op onderstellingen, en opgesmukte speculatien en opinien bouwden, aan dien Heer naauwelyks de moeite waardig was, de boeken van zodanig een Schryver eens te lezen.

59   ... kreeg de natuurkunde van Deskartes zeer veel aanhangers ... dat binnen zeer korten tyd de snyders en de wevers, de dames aan het A lombertafeltje, de vergulde jonkers der zaletten, en wel voornamentlyk de jonge Studenten, de luidrugtigste Natuurkundigen des Werelds wierden ...
65   ... Fig. 14. ... Na dat nu de lucht .. was uitgepompt, wierd een pluisje los gelaten, het welk in een regte lyn, als een stuk lood, zonder de minste omdraaijinge nederzakte ... [Boyle: Exp. 40.]

67

Agste Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Historischryvers, en in dezelve het vervolg van de natuurlyke historie en de bereidinge van de Indigo.
68   De Indigo-tuinen ... Tab. XL ...

119

Veertiende Verhandeling van het Goud ... beschryving der Juweliers Konst.
185   ... in den Agaat, als wy in dezelve door konst met zappen enige koleuren en tekeningen trachten te maken, gelyk als ik geleerd hebbe van den vermaarden Here Walraven ... konststukken .. van dien Heer ...

192* Tab. XXXIX-XL.

7c: Augustus — December 1722.

3

Twintigste Verhandeling van de Algemeene Natuurlyke Histori-schryvers ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
schel in luchtledig 4   De Heer Boyle was over de voor heen in het werk gestelde proeven [7a, 4], wegens de verspreidinge van de klank in een luchtledige plaats, noch niet al te wel voldaan. ... een byzonder werktuig .. tabula XLI. Fig. 1. Het bestond in een schel A, en een stuk yzer B, en was
5   zodanig toegestelt, dat als de Haan C gedraayd wierd, het stuk yzer B even als een hamer aan de schel kwam te slaan, en geluidt te verwekken.
6   ... nog ook met een horologie daar een morgen-wekker aan was. ... Als nu den tyd verstreken was, dat de wekker geluid moeste geven, dat op een ander horologie te gelyk ook gezien konde worden .. wierd geen het alderminste geluid gehoord; in zoo verre, dat gevreest wierd, of het horologie wel mogt opgehouden hebben te gaan. ... [Boyle: Exp. 41.]

8   ... of niet wel de hoedanigheid van de klanken, of van het geluid, zomtyds zeer onderscheiden zyn naer den verscheiden staat in de welke de lucht zich bevind.
... dat de klank des nachts veel verder kan gehoort worden als by den dag.
9   ... de klank by flaauw sterligt beter, als zelfs by een lichte Maan ...

10   Omtrent het aan stuk barsten van die spring-glaasjes de welke wy den naam van Glas-droppels [<] geven, was onder de liefhebbers een verschil ontstaan.
... stelde de Heer Boyle met deze spring-glaasjes een proef in het werk in een lucht-ledige recipient. [Boyle: Exp. 42.]
11   Alhoewel de springglaasjes zeer bekent zyn .. zal ik dezelve alhier beschryven ... dit geestige verschynzel der Natuur, in het welk een hart en bestendig stukje glas, op het afbreeken van deszelfs uiterste puntje, daatlyk komt te barsten tot zeer fyn gruis. Deze Glas-droppels worden gemaakt, als wy een drop gesmolten glas in het water laten druppen ...
glasdruppels 12   ... de schielyke hartwordinge belet, dat de glaze drop met deszelfs staart in het water tot malkander kan vloeijen ... verkrygt de gedaante die uitgebeeld is in tab. XLI. Fig. 2. ...
Zomtyds is de oppervlakte van den drop glad .. en zomtyds rimpelig .. Het dikke gedeelte .. is zeer vast en bestendig .. kan zomtyds een matigen hamerslag uitstaan.
13   ... de vermaarde Heer Wolfius * getuigt, dat hy de zelve geslepen, en bevonden heeft dat zy harder zyn als gewoonlyk glas.
Dat onder het springen vry wat kragt geschiet worden wy gewaar, als wy zo een glas-traantje met het hooft AB in onze hand leggen, en onze hand sterk toedrukken, en met onze voorste vinger en duim, of met de andere hand, een stukje van de staart by C afbreken. Want wy voelen als een slag geschieden van binnen tegen onze hand; maar dewyl het glas tot zeer fyn gruis komt te springen, geschiet dit altyd zonder enige kwetzing ...
    *  Zie Christian Wolffen Allerhand Nutzliche Versuche Dritter theil. 3 Capitel.

15   Die nu oordeelden, dat de buiten-lucht de oorzaak .. was, begrepen, dat deze blaartjes of blaasjes van de glasdrop luchtledige plaatsjes waren ...
16   ... heeft echter de ondervindinge geleert dat de buiten-lucht geenzints de oorzaak is ... Door welke ondervindinge wy ook te gelyk leren, dat wy alles wat waarschynelyk is ook nooit hoger behoren te boek te stellen als waarschynelyk, om dat wy zo menigmaal bedrogen worden, als wy onze zeer waarschynelyke gissingen als loutere waarheden aanmerken, en onze harzenschilderyen aan een ygelyk trachten op te dringen als volkomen zekerheden.
17   Als de harde lichamen in het vuur gloeijend gemaakt, en schielyk in het water geworpen worden, verkrygen de zelve wel een hardheid, maar ook te gelyk een brosheid, gelyk als wy zien aan het staal .. harde keistenen ...
... laten de glasblazers hunne romers, kelkjes .. allengskens verkoelen ...

21   ... het verwekken van licht in een lucht-ledige recipient .. het tegens malkander knarzen van harde kandy-zuiker. [Vgl. 6, 82. Boyle: Exp. 43.]
... een ongewoon licht [vgl. 7, 33] .. Maar ik heb reden om te geloven, dat dit licht het zelfde is geweest, het welke naderhand ontdekt is in de lichtende Barometers, en in de lucht-ledige glaze-bollen, aan de welke wy tegenwoordig den naam van lucht-ledige nacht-lichters geven .. Fahrenheit .. over die zaak een brief ...

21

Brief van den Heere D. G. Fahrenheit aan Willem van Ranouw over de lichtende Barometers, en over de kentekenen van een goeden Barometer.
22   ... de Heer Picard de eerste is geweest*), die aan een Barometer, de welke door hem gemaakt was, heeft waargenomen, dat, terwyl dezelve op en neer bewogen wierde, zich by 't zakken van de kwik, op deszelfs oppervlakte in het donker een helder licht kwam te vertonen, in die plaats van de Barometers-buis, daar de zelve ledig was van de grove lucht des Dampkrings.
... in het jaar 1700 .. Johan Bernoulli °) ...
    [ *)  'Experience faire a l'Observatoire sur le Barometre simple touchant un nouveau Phenomene qu'on y a découvert', in Le Journal des sçavans, 1676, 112-3.]
    [ °)  'Nouvelle maniere de rendre les Barometres lumineux' (lettre 19. Juin 1707), in Hist. de l'Ac. Année 1700, Memoires, 178-190 (manier: 185, 2e manier: 187).]

23   ... in de jaren 1705 en 1706 door den voortreffelyken Mechanicus Haucksbee .. is bekent gemaakt*) .. op wat wyze de lichtinge .. ook in groote en lucht-ledige glaze bollen, zelfs zonder dat in de zelve enig kwikzilver gedaan wierd, te wege gebragt konde worden ...

    [ *)  Francis Hauksbee, 'Experiments on the production and propagation of light from the phosphorus in vacuo', in Phil. Trans. vol. 24 (years 1704 and 1705), p. 1865-6; 'Several experiments on the mercurial phosphorus;, ibid. p. 2129-35; 'Several experiments on the attrition of bodies in vacuo', ibid. 2165-75;  Vol. 25: '... production of a considerable light on a slight attrition of the hands on a glass globe exhausted of its air ...', ibid. 2277-82; '... production of light, by the effluvia of one glass falling on another in motion', ibid. 2313-15; '... extraordinary electricity of glass, producible by a smart attrition ...', ibid. 2327-35; '... strange effects of the effluvia of glass ...' ibid. 2372-77;  Vol. 26 (1708): p. 82-6, 87-92; '... production of light within a glass globe, whose inner surface is lined with sealing-wax, on an attrition of its outside', ibid. 219-21; p. 391-2;  Physico-mechanical experiments (1709), Tab. VII.
Uffenbach zag in 1710 proeven bij Hauksbee: Merkwürdige reisen, 3, p. 224-6.]

24   ... alle de Barometers, de welke ik kwam toe te stellen op die tyden, in de welke de lucht met veel vogtigheden, dampen, sware nevels, misten of regens bezet was, bleven my hartnekkig weigeren enige licht schitteringen uit te geven ...
26   ... dat ik .. in der zelver lucht-ledige plaats, die boven de kwik-kolom in de Barometers-buizen gevonden word, overliet een klein lucht-belletje, dewyl dit dienstig bevonden word tot het aanwakkeren van de licht-schittering ...
... kan ik echter tot noch toe, niet bepalen, hoe groot of klein dit lucht-belletje wel zoude mogen zyn ... ik hebbe ondervonden dat een lucht-belletje, het welk niet groter is als de knop van een spelde, genoeg is ...

28   ... enige lange Cylinder-glaasjes, de welke ter lengte van omtrent 3 of 4 duim, daar toe van my gemaakt worden, en aan de welke ik den naam heb gegeven van Phosphori Æthereï, om dat de zelve op de zelve wyze voor nacht-lichtertjes konnen verstrekken, als de lucht-ledige glaze bol van Hauksbee, of als de lichtende Barometers.
handen op bol 30   ... Fig. 6 verbeeldt zodanig een lucht-bol die in het duister gevreven word door de handen A en B om voort te brengen de licht-schitteringen CCCC.
... een verschynzel, van het welke myn Heer zelfs, over omtrent 5 jaren, oog-getuige geweest is ...
32   Om van deze zaak nader onderregt te worden ... Ik stelde een lucht-ledig Cylinder-glaasje of Phosphorus Æthereus, gelyk als uitgebeeld word in Fig. 7 .. in een wyder Cylinder-glas ...
33   ... door de beweginge van een fynder stof, als de lucht, en die zich in de lucht bevind, en gemeenschap kan maken, zelfs door de zelfstandigheid van het glas, met de licht-stof die in de lucht-ledige bol is, en aldaar de licht-schittering vertoont.

36   ... de tekenen, door de welke een goede Barometer kan gekent, en van een slegten Barometer onderscheiden worden.
37   ... een vuyl vlies aan de pyp ...
39   Ik hadde in myn brief van den 18. February 1723 aangetekent [7a, 59], dat myn Heer de la Hire de eerste is geweest, de welke het verschil omtrent de kwik-kolom in de Barometers heeft waargenomen, maar .. bevonden, dat die lof .. aan myn Heer Amontons toekomt.

44

[ Vervolg van ] Twintigste Verhandeling ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
44   De laatste proef, van welke de Heer Boyle in dezen brief komt te spreken [Exp. 50], is wederom aangelegt tegens de Plenisten van zynen tyd. Om dat twe even gelyke en wel gepolyste marmer-stenen, op malkander gelegt zynde .. alle lucht tusschen beide weg .. zodanig aan malkander geparst worden van de omringende lucht, dat de zelve niet als met een uitstekent geweld wederom te scheiden zyn,
    [ Is. Beeckman gaf al in 1619 de juiste verklaring, zie I, 281.]
marmerplaatjes in luchtledig 45   oordeelden de Plenisten dat dit een klaar bewys was, dat alles volkomentlyk met ligchamen of matery vervult was. Maar de Heer Boyle bewees het tegendeel met hun eigen proef.
Hier toe hadde die Heer doen maken twee Marmer-steentjes, de welke plat en rond waren op de manier als de schyven van een tiktak-bord. .. Fig. 11 ... zodanig vast op malkander kwamen te sluiten en geparst wierden van de buiten lucht, dat aan de zelve konde gehangen worden meer als 80 ponden gewicht, zonder dat zy van malkander gescheiden wierden.
... geplaatst in de recipient .. toutje .. gewigtje H, het welk enige oncen swaar was.
Na dat nu enigen tyd lang de lucht uit de recipient wierd uitgehaalt door de lucht-pomp .. kwam het wigtje H neder te zakken, en het Marmer-steentje A scheide zich af van het Marmer-steentje B ...

46   ... heeft die Heer naderhand deze stof vervolgt in een Derde Verhandelinge*), de welke wel voornamentlyk bestaat in een beschryvinge van twe zoorten van proef-ondervindingen. ... te zamen geperste lucht ... door konst voortgebragte lucht ... verscheide proeven van den vermaarden Heer Papin ...
47   Onder de uitgevonden werktuigen van den Heere Papin kwamen, volgens de getuigenisse van den Heere Boyle, uit te munten een dubbelvoudige lucht-pomp, een lucht-roer, en verscheide andere ingenieuse werktuigen.
    [ *)  Experimentorum novorum physico-mechanicorum continuatio secunda, 1682.]

67

Vyftiende verhandeling. Van het Goud enz. in de welke vervolgt word de Juweliers-konst en de Natuurlyke Historie der Stenen.
76   ... tab. XLII ...
92   ... Joh. Jacob Scheuchzerus .. * ...
    *  Zie Natuur-geschichten des Schwitzerlands 6 Theil. [1716-18]
96   Dat deze [ley-]steen uit een vloybare stof komt te groeyen word ook geoordeelt om dat in dezelve zomtyds gevonden worden stenen, die de gedaante hebben van visschen, of van kruiden, die de Heer Scheuchzerus oordeelt te zyn overblyfzels van de zond-vloed, die versteent zyn geworden, van het steenzap, van het welke deze ley-stenen gegroeid zouden zyn. Deze leyen worden ook zeer veel gebruikt tot het bedekken van de daken en wanden der gebouwen.

166

Negende verhandeling. Van de Byzondere Natuurlyke Historie-schryvers en in de zelve het gebruik van den Indigo.

193*

Korten Inhoud van 't zevende Deel ...

Tab. XLI-XLII.



Deel 8
January en February 1723

[i]

Voorrede aan den Lezer.
[i]   Als wy een bekwaam verstand hebben, is niets zo noodzakelyk als dat wy onze nieuwsgierigheid en al te groten drift beteugelen, eer wy ons begeven om de ene of de andere wetenschap of konst in den grond te leren.
... verwaande weetnieten en narren vol ingebeelde kennisse ...

[xi]   Onder het schryven van dit eerste stukje van het Achtste Deel is de verhandelinge van de Stenen ongevoelig zo veel uitgedyd, dat de Drukker de laaste verhandelinge dewelke ik over den Indigo daar ook by hadde gevoegt niet in dit stukje heeft konnen plaatzen. Dit is de rede dat dit tegenwoordige maar uit twe verhandelingen bestaat ...
Uit die zelfde oorzaak is ook om het bestek te voldoen, en de plaats te vullen noch meerder by die verhandelinge der Stenen gevoegt als anders het oogmerk was, en de overige plaats tot deze lange Voorrede gebruikt.
Van welkers inhoud ik zelfs oordeel dat weinig Lezers de regte nutheid zullen trekken. Want de vooroordelen en ingewortelde gewoontens, die de leuiheidt Caresseren, en krukken byzetten, en de schyn geleerdheid met honderde Maskers optooijen, vernissen, en zodanig vergulden, dat zy by de ongeletterde meerder uitschittert als de ware Geleerdheid, laten zich niet licht uitroeijen.

1

Eenentwintigste Verhandeling. Van de Algemene Natuurlyke Historischryvers ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
2   ... verder onderzoek op de door konst gemaakte lucht ...
De Heer Onderzoeker maakte uit bloem of fyn tarwe meel een deeg, en deed het zelve op den 21 December 1678 in een lucht-ledigen recipient.
5   ... eenige peeren ...
9   ... gestote Rozynen met zes oncen Azyn gemengt ...
13   ... kerzen ... pruimen en appelen ... druiven ...
15   ... brandewyn ... Persiken ...
21   Het is een zeer aangenaam onderzoek, waar door ontdekt kan worden of de gemaakte lucht wel zoo bekwaam is voor het leeven der dieren als de Natuurlyke lucht.
23   ... dat de vliegen niet alleen konden leven maar zelfs ook vliegen in een verdunde lucht. [23 i.p.v. 30 duim kwik]
Het schynt dat de vlam des levens word uitgeblust van de meeste dieren, als hen de lucht word onthouden. Maar dat zich de vlam des levens in zommige dieren wederom laat aansteeken, al schynen zy zelfs een geruimen tyd gelegen te hebben als dood in een lucht-ledige plaats, zoo ras als in die plaats natuurlyke lucht ingelaten word.

47

Zestiende Verhandeling. Van het Goud enz. in de welke vervolgt word de Juweliers-konst en de Natuurlyke Historie der Stenen.
59   ... een kei-steen, die geelachtig van koleur is en byna overal bezet met indrukzels die een zon verbeelden, gelyk als wy in Tab. XLIII uitgebeeld hebben met Fig. 5.
65   In 't kabinet van Beslerus*) is een hairachtige kei-steen zie Fig. 10. Als ook een grauwe kei-steen die de gedaante van een menschen-hand verbeelt; uitgebeelt in Fig. 11. Een vuurkey vol kromme plooyen als of dezelve door konst gemaakt was, uitgebeelt in Fig. 12.
    [ *)  Rariora musei Besleriani, 1716. Zie voor Fig. 10: T. XXXVI, Fig. 11, 12: T. XXXIV.]

fig. 12 78   De oude schilden de draden van den Amianth-steen .. [vgl. 4, 170] ... Tab. XLIII. Fig. 13. in de welke twe Amianth-stenen uitgebeeld werden. ... het onverbrandelyke linden, het welke zodanig vermaard is, dat de liefhebbers het zelve in hunne natuur- en konst-kabinetten bewaren als een groote rariteit.
79   ... dat, als het zelve vuil en besmeurt, of bevlekt, of swart is geworden, niet gelyk als ander linden in het water, maar in het vuur gewassen en gezuivert werd .. Fig. 14.
Ettmullerus verhaalt, dat Hy zelfs te Milaan in het kabinet van Septalius een goud-beurs gezien heeft, die van Amianth-steen gebreid of geweven was. Dat het goud of zulver gelt in deze gout-beurs door 't vuur konde gesmolten werden, zonder dat de goud-beurs in het minste beschadigt werd. ... In museo septal.*) werden verscheiden konststukken gevonden die van de amianth gemaakt zyn.
    [ *)  P. M. Terzago, Museo, o galeria adunata dal sapere e dallo studio del sig. canonico Manfredo Settala nobile milanese (1677), p. 210-3.]
83   De ware en opregte Amianth is my toegezonden van mynen waarden vriend, den Heer Hendrik van Raat .. Tab. XLIV. Fig. 1.

106   ... tab. XLIV. Fig. 11. .. Spiegel-steen ...
124   De Heer van Raat schryft aan my in een brief uit Rotterdam den 12. October 1723, dat onder de Gom Olibanum of mannetjes wierook die uit de Levant gebragt werd gevonden werden diergelyke blinkende vierkante steentjes .. Fig. 16.

176* Tab. XLIII-XLIV.

8b (1724): Maart — July 1723.

3

Twe en twintigste Verhandeling van de Algemene Natuurlyke Historischryvers ... Robertus Boyle ... van de Lucht.
40   ... kwam te blyken .. dat het volumen van de uitgezette lucht-bel dartien duizend zeven hondert en negen en zestig maal groter was, als het volumen van die zelfde lucht-bel, in deszelfs natuurlyke Consistentie. Deze zaak is voor het menschelyke verstant onbegrypelyk, en van dezelve kan, naar myn oordeel, geen beter reden gegeven worden, als onder andere de uitmuntende wiskonstenaar en proefkundige Wysgeer de Heer 'sGravezande daar van geoordeelt heeft gelyk als wy voor dezen reets hebben aangetekent [6, 223]; namentlyk: dat de luchtdeelen zodanig gestelt zyn, dat zy zich van malkander gedurig trachten te verwyderen, zo lang als zy daar niet in wederhouden werden van andere zaken ..
41   .. als wy daar toe iets, dat aan ons onbekent is komen te vercieren of te onderstellen, wy ons in gevaar stellen van gedurig te vervallen in alderhande onzekerheden en dwalingen, daar niets met zekerheid op gebouwt, uit vastgestelt, of besloten kan werden. Wy behoeven ons niet te bekommeren noch op te houden, en te malen met ons verstant, omtrent de dingen dewelke wy niet konnen achterhalen.

47

Zeventiende Verhandeling van het Goud enz. In dewelke vervolgt word de Juweliers-Konst en de Natuurlyke Historie der Stenen.
48   De konsten en Ambagten die van eene natuur zyn, en in de zelfde natuurlyke stoffen en onderwerpen besig zyn, geven zeer veel licht en opheldering aan malkander ...
53   ... de Beeld-stenen ...
58   ... eerste Classis .. ster-stenen ... tab. XLV. Fig. 1.
70   Star-steen ... Gestarde steen ... starre-steen ... starren-steen ...
Uit deze en een zeer groot getal andere zaken oordeelden de geleerde Scheuchzerus, Steno, Boccone enz. dat overblyfzels van de Zondvloed zyn. Als de menschen eenmaal een harzen-schildery tot een grondstellinge van zaken, die zy daar naderhand op staan te bouwen, gestelt hebben, verslyten zy menigmaal hun gehele leven met alles uit de vierhoeken dezer Waereld daar na toe te halen, het welke naar hunne inbeeldinge hunne grondstelling maar enigzints waarschynelyk maakt. ...
  71   ... verkeerde bewyzen by te brengen tot verdediginge van de waarheid des Zondvloeds, is die waarheid onder mynen en onwaarschynelyk maken, gelyk de Lezer breder kan zien in myne verhandelinge over de Zondvloed [2, 117].

98 Tiende Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Historie-Schryvers, en in de zelve het laatste vervolg van de Natuur- en Konst-Historie van den Indigo.

134

Elfde Verhandeling van de Byzondere Natuurlyke Historie-Schryvers, en in de zelve een Proefkundige-Historie, van de zigtbare gesteltheid, voortbrenginge, en verwonderens waardige veranderinge der Koleuren, en Gekoleurde Ligchamen.
134   Als de Lezer een vaste en wel gedemonstreerde theory van de koleuren verlangt, kan hy zich oefenen in de Natuur- en Gezigt-kundige Schriften van de Heeren Isaac Newton, en G. J. 's Gravesande;
135   welke laatste zeer beknoptelyk, onderscheidentlyk en klaar deze stof heeft voorgestelt in Phil. Newton. Institution. Lib. III. Part. III. de Opaca & Coloribus, van pag. 253. tot 284. ...

Maar dewyl myn verstand zo verre niet komt toe te reiken, zal ik de koleuren gaan beschouwen als een eenvoudig natuurlyk Historie-schryver en als een werkman tot nut en zamenvoeginge van Natuur en Konst.
136   ... tot groot nut van de Amolieer-konst, als ook tot nut van de glas-schryvers-konst; pastelein-bakkers en andere koleur in bakkers-konsten; tot nut van de verf-konst, verligtery-kunde, en andere konsten en handwerken ...
137   De beschouwinge van de koleuren, die op deze proef-kundige wyze geschied is zo zeer aangenaam, en zelfs verkwikkende aan den geest, dat ik menigmaal van het doen der proeven, zelfs maar voor een korten tyd, niet heb konnen afscheiden, als met ongenoegen. ...
De Heer R. Boyle is de eerste geweest ...

138   Ik zal my in deze beschryvinge zo wat aan de eenvoudige en lage kant houden; want ik bevinde dat de hoogvliegers dikwils stikziende en schemerende van gezigt werden, en dat zy veeltyds hun eigen verstand niet kennende, het zelve averechts komen toe te passen op zaken die geen voorwerpen van het menschelyke verstand zyn en ook zullen konnen zyn.
141   Want het is een ondervonde waarheid, dat veel konsten in hunne voortgang gesteuit, en lange eeuwen stil gestaan hebben, om dat zy al te vroeg tot systema gebragt zyn. ... gebrek van data ...
142   ... dewyl het doen van dit onderzoek, zedert den tyd van eenendartig jaren altyd myn favoryt studie is geweest, om deszelfs onuitdrukkelyke vermakelykheid, nutheid en gebruik genoegzaam in alle konsten, handwerken, enz. zullen misschien zommige lezers uit deze proef-kundige Historie der koleuren zomtyds wel een weinigje vermaak en dienst, tot voordeel konnen trekken of genieten.

144   De Heer Boyle .. overwegingen .. in 't Latyn .. zullen wy met meldinge van de naam van dien groten Man, enige van dezelve voegen in deze onze proef-kundige aantekeningen der coleuren.  1. Om dat dezelve zeer nut zyn voor den Lezer; en 2. om dat wy zonder dezelve deze Beschryving niet klaar en verstaanbaar genoeg aan de onbedrevene zouden kunnen voorstellen; en 3. om dat wy oordeelen, dat wy niet bekwaam genoeg zyn, om vele redenkavelingen en overwegingen in der zelve plaats te stellen, die beter zyn. In welk geval ik my noit zal schamen, de bewysstukken van andere by te brengen ...
146   De Heer Boyle .. (a) .. de natuurlyke gesteltheid van die stoffen .. agt te geven op de weerschynende koleuren van de taffen, of op de blaauwe en gout-koleurige halzen van de duiven ..
147   .. regenbogen .. welker koleuren geen zakelyke, maar verschynende van de natuurkundige, en wysgeren genaamt werden.
... pappegayen, vinken, puttertjes .. in de verscheide delen van een en dezelfde veer of pluim, een grote verscheidenheid van vaste koleuren. Gelyk als ook in een ontelbaar getal bloemen ...
    (aExperimenta & Considerationes de Coloribus [1677], Part. 1. Cap. 2.

149   ... het temperen van het staal ...
150   ... dat elke koleur een byzondere getempertheid van het staal betekent ...
158   Wy zien dagelyks dat het vuur op onzen haart, aan de glad-geschuurde yzere platen verwekt de koleuren van den regenboog, en wel voornamentlyk blaauw, rood en geel. Echter .. de dienstmeisjes konnen deze koleuren wederom in een zeer korten tyd wegschuuren.
159   ... als wy een goed en welgeglomme kool in onze dagelyksche gladgeschuurde kopere tabaks-comfoortjes leggen, zien wy daatlyk deze drie coleuren te voorschyn komen ...

166   ... het maken van de vermilioen. .. swavel en kwik ...
182   ... Deze proeven konnen van elk een zeer ligt en met weinig onkosten gedaan worden, en een onervarene zal zeer veel vermaak genieten in de schielyke veranderingen van de koleuren.

192* Tab. XLV-XLVI.

8c, Slot (1727): Augustus — December 1723.

[i]

De Boekverkooper aan den Lezer.
[i]   Alzo wyle de Hr. W. v. Ranow, M. D. .. niet lange na ons uitgeven van het Deeltje voor de Maanden Maert — July 1723. dezer Wereld is komen te overlyden ...
[ii]   ... dat ymand van myn Kennis, Liefhebber zynde van Konsten en Wetenschappen, twee voorname Uittreksels .. hadde gemaekt, ten dienste van zig-zelf en eenige anderen zyner gemeenzame Vrienden ...
[iii]   ... ondertusschen bereide ik my ook om eerlang een
[iv]   bequaem Register van het gantsche Natuur- en Konst-kabinet in een byzonder Deeltje daer by te voegen ...
    B. L. [Balthasar Lakeman]

[v]

Tweederhande Natuerkundige Beschouwingen omtrent den Groey, Bloey, 't Onderhoud, en de Vrugtmaking der Plant-Gewassen. ...
[vii]   VOORBERICHT.
[x]   L. T. K. H. [Lambert ten Kate Hermansz.]
[xi]   INHOUD van de Eerste Beschouwing ...
[xiv]   INHOUD van de Tweede Beschouwing ...

1   EERSTE BESCHOUWING ... Getrokken uit de Botanick Essais van Patrick Blair, Lidt van de Kon. Societ. tot London; gedrukt Ao. 1720. in 8o.
46   Bygevoegd Verhael van de Proeven van Dr. Woodward wegens Land-planten in Water te groeyen gezet.
60*   Eerste Plaat

63   TWEEDE BESCHOUWING ... Getrokken uit Julii Pontederae Anthologia, sive de Floris Natura Libri tres, ac ejusdem Dissertationes XI. Patavii 1720. in 4o.
138*   Tweede Plaet
142   Eenige Opmerkingen wegens de Afkomste en Geboorte van Muggen, uit het Water.
152*   Derde Plaet



Deel 9
Register (1732)

Register tot alle de Deelen van het Kabinet der Natuurlyke historien, wetenschappen, konsten en handwerken, van W. v. Ranouw, M. D. door P. vander Meersch.
[i]   BERICHT.
... voor de Talletters der Bladzyden, de Letters A. B. .. H. gestelt zyn; betekenende A. het Eerste Deel ...
... de byzondere Stukjes van het Zevende en Achste Deel .. met nieuwe Getallen van de Bladzyden beginnen.

[iii]   VOORREDEN.
... de Moeite en Arbeidt om een Register, zoo van Woorden als van Zaaken te maaken, inzonderheit van Boeken die Ryk van Stoffe zyn ...
[iv]   ... dit Keurlyk Werk, 't geen met recht den Naam van Kabinet verdient ... doorwrochte Kennis en Geleerdheit ...
En waarlyk, hoe nuttelyk en dienstig dit Kabinet voor veel Soorten van Menschen zy, zulks is naauwlyks te gelooven, dan door die gene die 't met Oordeel hebben geleezen ...
[ix-x]   Wat worden onze oogen in veele Zaaken verlicht, onze misvattingen en dwaalingen gezuivert, en den rechten aart, natuur en eigenschap der Zaaken, ieder in zyne Soort, zoo Ryk, zoo Overvloedig aangeweezen, dat men verstomt staat, over zoo grooten Schatkist der Geleerdheit.
    P. Vander Meersch.

1   REGISTER ...
1 A , 99 B , 192 C , 247 D , 264 E , 279 F , 283 G , 325 H , 346 I/J , 365 K , 405 L , 431 M , 472 N , 484 O , 493 P , 527 Q , 534 R , 553 S , 593 T , 610 U , 612 V , 632 W , 647 X , 648 Y , 653 Z -690.



Home | Verhandelingen | Natuur- en Konst-Kabinet (top)