- ori - , - ort - L : oriri, ortus sum - opgaan, geboren worden
L : origo , originis - oorsprong
Nederlands betekenis Engels Frans
- oorspronkelijk;
oorspronkelijke bewoner
aboriginal aborigène (indigène)
abortus miskraam abortion avortement
- mislukken abort avorter
desoriëntatie verwarring over plaats/tijd disorientation désorientation
Oriënt oosten, waar zon opgaat Orient Orient
zich oriënteren omgeving verkennen
("op 't oosten richten")
orient oneself s'orienter
origine oorsprong origin origine
origineel oorspronkelijk; creatief original original
Index L : ire - gaan ; natus - geboren
G : archè - begin