Een ander orgel: 12 mei in de Geref. Kerk

Het zal bij een orgelconcert niet vaak voorgekomen zijn, dat de organist zei "En nu ben ik klaar", nog voordat hij een noot gespeeld had. Dit gebeurde op 12 mei in de Gereformeerde Kerk te Breukelen, toen Jan Pieter Karman zijn concert "van Passie tot Pinksteren" ingeleid had met een boeiende uiteenzetting over de koralen uit het Orgelbüchlein van J. S. Bach die op zijn programma stonden.

Hij maakte ons attent op muzikale uitdrukkingsvormen als zuchtfiguren, dissonanten, en een mislukte canon bij de Passie (het lijden), op stijgende lijnen en pedaalsprongen bij Pasen (de opstanding), en de derde tel waarop het pedaal kwam bij Pinksteren (de geest). De koralen waren ingebed tussen het begin van de Fantasia in c en de bijbehorende (dubbel)fuga aan het eind, en werden afgewisseld met twee delen uit een Trio en een Fuga.
En deze organist, die de muziek zo goed in woorden kan uitleggen, gaf ook blijk van zijn kennis van het orgel als instrument, en nu in het bijzonder van dit exemplaar: het neobarok-orgel van De Koff (uit 1953), waarop nog maar weinig concerten zijn gegeven. Hij legde uit waarom het goed kon dienen om deze muziek te laten horen, nu het (sinds oktober vorig jaar) weer in goede staat is.

Na het "En nu ben ik klaar" (hij was meer dan een kwartier aan het woord geweest) snelde hij naar boven om het orgel te laten spreken. En dat bleek inderdaad goed te kunnen zeggen wat hij bedoelde. Veel verschillende klankkleuren brachten Bachs prachtige muziek weer tot leven, waarbij zoete roerfluiten en roerende dulcianen het oor streelden, trompetten daverden, en bazuinen klonken. "Het orgel speelde" zoals dat ooit bedoeld moet zijn. En de organist? Die was inderdaad allang klaar: hij had zich volkomen in dienst gesteld van de muziek, dus nu was er niets van "hoor mij eens".
Alleen een ruime concertervaring en grondige voorbereiding, samen met bescheidenheid, kunnen een talentvol musicus zover brengen dat hij volkomen recht doet aan muziek en instrument. De (enkele tientallen) toehoorders staken hun waardering niet onder (stoelen of) banken. "Het lijkt wel een ander orgel" liet iemand zich na afloop ontvallen.

Waren er dan geen minpunten? Niet veel meer dan de volgende. Het orgel behoort niet tot de absolute top van de Hollandse orgelbouwkunde: sommige stemmen klinken wat vlak, de trompet wel eens schel. De akoestiek van deze ruimte speelt niet optimaal mee: de nagalm is kort.
Maar we mogen hopen dat Jan Pieter Karman nog niet klaar is, en we kijken uit naar een volgend concert van deze meester, die ons eerst een duik laat nemen in de geschiedenis, en die dan wegkruipt achter het orgel.

A. D.



< | adcs | >