Stevin | Varia | Hugo Grotius

Prent, Parallelon, Stevin, Const. Huygens, Flayder, Jonston, Flora, Peiresc, Wilkins, Joh. Blaeu, Caramuel, Leibniz,
Pars, Fernner, Sterne, Meerman, Prudens, Capiteyn, China e.a.


Stevin en de zeilwagen - bronnen

De zeilwagen van Maurits dateert van ca. 1600. Hugo de Groot maakte een rit mee en schreef er gedichten over. Op een prent uit 1603 omlijsten ze een gravure van Willem van Swanenburg, naar een tekening van Jacob de Gheyn II.

zeilwagen
Jacob de Gheyn II, 1603 (Rijksmuseum).

De prent is meer dan een meter breed. De tekening onderaan toont het onderstel (10 voet van as tot as) van de kleine zeilwagen, rechts op de gravure.
Bijschriften: 'Wtlegginge der Wintwagens van sijn Vorstelijcke Ghenade. Wt het Latijn', gedichten I-XVIII, en rechts op de prent (ook in dichtvorm): 'De Reys, Van den vinder, Van d'afbeelding, Van de selve'.

            DE REYS.

Hoort wonder, doch by my gesien, en wel bekent,
Hadt ickt noyt selfs gesien men deedt my noyt gheloven.
...
Een mijlken vanden Haech men Schevring vinden sal,
Alwaer van versche visch de best' en meeste vanck leyt:

Van hier tot Petten toe, of aen der Zypen dijck
Men veerthien mylen telt, waer van elck op een uyre
Een ganger clouck en radt pas soude gaen, ghelijck
Een Kempenaer, of een van Luyck, of sijn gebuyre.

Dees wegh men vliegen most ter wagen; elck sat neer
...

Tis Scylla daer genaemt, het welck hier Honsbosch hiet,
De Schipper vreest dees plaets om schipbreeck niet te lijden,
Het hooft ter zeevaert in men bruysschend' alhier siet,
Het Bosch van hout en steen de baren t'landt doet mijden.

Want anders Nereus soect te doen hier sijn profijt
Met schade van ons Landt, en meent daer in te boren,
Gheen plaets in Hollandt werdt so seer besorght met vlijt,
T'landt anders stont in vrees hier deur te gaen verloren.

Ten waer dit sterck gebou der stormen cracht benaem,
Gants Hollandt waer geen Landt, t'ging als in Noës dagen,
Ia selver het gewelt van steen en d'eycken raem
Breect ende berst van een, en leyt langs strandt verslaghen.

Maer werck op werck gewrocht, hoop steens op steen gehoopt
Maect dat den grimmen moet sijn wil niet kan volbrengen.
...
Wy zeylden al dees wegh ter Wagen in twee uyren.

Hondsbos Verder rijden was toen niet mogelijk:

Wikipedia: Kop van Noord Holland. Hollandia uit de atlas Theatrum Orbis Terrarum (16e eeuw).
Zie UvA: Ortelius, 1570; ook bij UU.

The Principal Works of Simon Stevin (zie bij DWC) deel 5, p. 6: de reis vond plaats tussen 1 juli 1600 (slag bij Nieuwpoort) en 29 mei 1602 (uitlevering van Mendoça); enkele andere tochten met de zeilwagen zijn bekend, in 1613, 1621, 1633 en 1790 (>).
De prent van de Gheyn is nagevolgd: Esaias van de Velde, schilderij (1608) en Claes Jansz. Visscher, afbeeldingen (vgl. RKD), en een prent 'Seylende windwagen' (1610-1615).
David Bierens de Haan beschrijft een plaat van Visscher uit 1652 in 'Nalezingen op de Bouwstoffen', Verslagen en mededeelingen, 3-4 (1888), p. 70-75, met teksten ('Windt-wagens' niet in dichtvorm) en tekening onderstel — geen zeilwagen in Bouwstoffen XXV waarnaar wordt verwezen.




Hugo de Groot, 'Vergelijking der Gemeenebesten', ed. J. Meerman, 3 (1802), p. 3:28.
Onlangs hebben wij ook aangevangen op het land te vaaren: want wij bezitten wagens die door den wind gedreeven worden, met zeilen voorzien zijn, en driemaal zoo veel spoed maaken als een schip: daar zij met geen baaren, die 'er tegen aan stroomen, te worstelen hebben, maar door vlaktens heensnellende met een' ongelooffelijken spoed voortvliegen, en, het geen ik vergen mag dat men mij als een' ooggetuige geloove, de winden, door welken zij in beweeging geraaken, schier ontvluchten. Ik heb het bijgewoond, toen men 'er binnen minder dan twee uuren tijds veertien van onze mijlen meê heeft afgelegd, waar van iedere den weg van een uur bevat.
Dit zelfde heb ik daarna vernomen, dat ook bij de Chineesen*), de schrandersten van alle volkeren, in gebruik is, die op eene gelijke wijs als wij 't genot van zon en hemel hebben: van waar het, zo ik mij niet bedriege, ook koomt, dat dezelfde dingen, die wij hebben uitgedacht, insgelijks bij hen worden aangetroffen en in zwang gaan: daar het verstand 'er op dezelfde trap van weligheid staat als onder ons.
In navolging der Zeilwagens, laat men ook vaartuigen over het ijs snellen door de blaazing des winds; en in eene twijffelachtige vorst, wanneer de zolderingen der wateren breeken, bewijzen deeze ook den dienst van een schip.
Origineel: 'Parallelon rerumpublicarum' (voor 1605), p. 19:
Nuper etiam Terra navigare coepimus. Currus enim habemus Anemobatas, velis instructos, qui navibus triplo antecurrant: neque enim luctantur insurgentibus contra fluctibus, sed per plana rapti volant celeritate incredibili, &, quod testimonio meo credi velim, ventos ferentes tantum non effugiunt. Vidi cum minus quam duarum horarum spatio confecta sunt Milliaria nostratia quatuordecim, quorum singula Horae sunt iter.
Hoc ipsum postea apud Sinarum gentes factitari intelleximus omnium sollertissimas: quae pariter nobiscum Sole utuntur & caelo: unde evenisse arbitror, ut quae nos excogitavimus, eadem apud illos usitata inveniantur, aeque vigentibus ingeniis.
Curruum veliferorum imitatione Machinae etiam per glaciem vectae venti spiritu: quae dubio gelu, ruptis aquarum tabulatis, Navis quoque praestarent officium.



In de werken van Stevin komt de zeilwagen niet voor; Principal Works (^), vol. 5, p. 8:
... Stevin was not the inventor of the sailing chariot ...
... Stevin may have constructed such chariots to satisfy a whim of Prince Maurice, but he was certainly not very proud of such a mechanical toy and never bothered to mention it in his books and notes.



Constantijn Huygens, Gedichten deel 1, p. 42 (1612):
            Ad Aeolum de curru velifero.

Aeole, qui domitos aeterno carcere ventos
    Claudis, et horrendo subiicis imperio:
Hactenus a solis venerate et cognite nautis,
    Hactenus in fluctus viribus use tuis.
 5 Aspice iam duplici gaudebis numine, iam te
    Agricolae, nautae quod soluere, colent.
Carbasa currus habet, Scythica quibus ille sagitta
    Ocyus inflatis littora sicca secat.
Nec volat expansis per arenam segnius alis,
10     Quam solet in vasto puppis adunca mari.
Quaque solet lentos aegre producere gressus,
    Quaque solet binis repere tractus equis,
Hac volat, et celeres cursu praevertitur Euros,
    Adiiciant flatus dummodo pone suos.
15 Aeole, sic duplici veneratus numine, semper
    Cultus eris nautis, cultus et agricolis.
Vertaling, in Latijnse gedichten 1607-1620 (2004, ed. Tineke ter Meer), p. 295:
        Aan Aeolus, over de zeilwagen.
Aeolus, die de winden besloten houdt in hun eeuwige gevangenis en onderwerpt aan uw huiveringwekkende heerschappij, tot heden vereerd en gekend alleen door zeelui, tot heden uw macht uitoefenend over de golven, [5] zie: weldra zult gij u verheugen in tweevoudige macht, weldra zullen landlieden u dienen, zoals zeelui plachten te doen.
    [7] Deze wagen heeft zeilen en als de wind ze doet bollen kerft hij sneller dan een Scythische pij1 de droge kust. Even snel vliegt hij met uitgespreide vleugels over het zand als de gekromde steven pleegt te doen op volle zee. Waar hij amper met trage gang pleegt vooruit te komen en waar hij pleegt te kruipen als hij getrokken wordt door een span paarden, daar gaat het nu in vliegende vaart, en de vlugge winden streeft hij in zijn vaart voorbij, mits zij hun geblaas richten op de achterkant.
    [15] Aeolus, aldus vereerd om tweevoudige macht, altijd zult gij aanbeden worden door zeelui, aanbeden ook door landlieden.
Idem, Gedichten deel 4, p. 124 (1647, 15 feb.), Koren-Bloemen, 2 (Amst. 1672), p. 195, '34. Op den selven Wagen':
Ghy hoeft het niet op 't strand te wagen,
Om naer Stevin sijn' kunst te vragen:
Cupido kan hem over-jagen:
Dit 's binnen lands de malle wagen.
Idem, Gedichten deel 6, p. 13 (1656, 9 febr.), 'Koets'-8, Koren-Bloemen, 2, p. 35, 'Coets'-11:
't Is uyt met Scheveningh, en all sijn wonder oud:
Zijn daer noch Liefhebbers die nae wat vreemders vragen,
Sy gaen maer om en om en weer om 't Haeghsch Voorhout,
Daer komt het niet eens aen op eenen Mallen Wagen.
Idem, De Zee-straet, 's-Graven-Hage 1667, p. 21:
Brenght Wagens onder Zeil: daer leef'ter noch wel een,
Betakelt by Stevin en van sijn' Vorst bere'en;
Ick gev' u niet alleen mijn' Haegenaers te wachten,
Heel Delft, heel Rotterdam sal Ross en Rad bevrachten,
Om 't oud-nieuw wonderwerck te loecken op het Strand
Daer 't een Zuyd-weste storm doe vliegen over 't Sand.
Idem, Gedichten deel 8, p. 161 (1677, 23 mei) 'Haegsche coetsmal':
Loopt niet na Schevling meer den mallen wagen sien,
Met minder ongemack en evenveel behagens
Kan u deselve vreugd en vreemdigheit geschien,
In onsen mallen Haeghs veel hondert malle wagens.



Friedrich Hermann Flayder, De arte volandi (Werlin 1627), p. 12:
Nemo nostrum est, cui ignotus sit ille Divi Mauritij Currus velivolus: à quodam ingeniosissimo Stephino inventus: qui omni equorum, aliarumq; rerum impellentium ministerio carens, solâ vi ventorum, carbasis expansis, tantâ cum rapidissimâ celeritate in littore aequabili defertur; ut etiam ipsas in Oceano naves, vento secundissimo currentes, longissimo post se relinquat spatio, & paucarum horarum interstitio viginti aut triginta Miliaria Germanica emetiatur.

[ Er is niemand onder ons, aan wie onbekend kan zijn die vliegende zeilwagen van de goddelijke Maurits, uitgevonden door ene zeer vernuftige Stevin. Die zonder enige hulp van paarden, en andere voortstuwingsmiddelen, met ontplooid linnen op een vlak strand wordt aangedreven met zo'n heel snelle vaart, dat hij ook schepen die bij zeer gunstige wind op de Oceaan varen heel ver achter zich laat, en dat hij in een tijd van weinig uren twintig of dertig Duitse mijlen aflegt.]



J. Jonston, Naturae constantia (Amst. 1632/34, p. 86-87):
Notum est currus veliferi artificium à Stevino inventum, de quo sic Grotius:
Ventivolam Tiphys deduxit in aequora navim,
    Iuppiter in stellas aetheriamque domum.
In terrestre solum virtus Stevinia: nam nec
    Tiphy tuum fuerat, nec Iovis istud opus.
Septendecim milliaria duabus horis se in eo confecisse alibi affirmat.
Idem, An history of the constancy of nature ... that the World doth not decay universally (1657, p. 110):
The Coach that saild with the Winde, that Stevinus invented is well known, of which Grotius writes thus.
Typhis first made a Ship with sails, which Jove
Did soon translate amongst the Stars above,
But Stevins brought it on the Earth to sail.
Typhis and Joves, may, Stevin's shall not fail.
He affirms elsewhere that he could run with it seventeen miles in two hours.
Vertaler: John Rouland, opdracht aan George Pit, met "men of our daies, are reputed generally to be as Pigmies, compared with those Giantlike Heroes that were before us ... we, though dwarfs, standing on their shoulders may see farther than they could."
Het is gedicht XIX. 'De inventore' vertaald als 'Van den vinder' (1603):
Het Windtvoortvliegend' hout heeft Tiphys in de baren,
En Iupiter daer na gebracht in s'Hemels perck? *)
Maer door Stevijnen konst, is 'over t'landt gevaren,
Want dat noch Tiphys was, noch Iupiter sijn werck.


*)  In puntdicht XIV wordt het sterrenbeeld genoemd:
Men siet in 't hoochste dack Argo geschildert staen,
De welcke dorst alleen door natte wegen gaen.
Andere vertaling, J. Vollenhove, 1688:
Een schip van Tifis eerst gebout, doorsneed de baren;
't Quam door Jupijns bevel de starren ingevaren.
    Een zeilend schip te lande is 't konstwerk van
Stevijn;
    Want zulken wonder wrocht noch Tifis, noch Jupijn.

In: Adriaan Pars, Index Batavicus (1701), p. 320. Aanh. p. 440:
Van desen Stevin maakt G. Brand gewag in sijn Poesij, bl. 449.
In wie   (Katarine Roseboom, gewesen huisvrouwe van den Heer J. Vollenhove.) [^]
            Stevin haar grootvaar ademhaald,
De grootvaar die held
Maurits hov vereerde,
Hem, 't land ten dienst, de nutte Wiskunst leerde,
    En Hollands taal holp bouwen met sijn pen. ens.
Prudens van Duyse, De zeilwagen van Simon Stevin, 1846, p. 31:
Deed Tiphys 't schip de wiek in bare zee verbreiden,
En Jupiter in 't oord, waer 't starrenchoor ontbrandt,
Stevin's ontembre geest bestond iets meer dan beiden:
    Hy wil: zijn Schip vliegt door het zand.



Er is een schilderij van Hendrik Pot, 'Flora's mallewagen' ca. 1640.

Flora's mallewagen
Mallewagen (Wikipedia)

Zie ook de gravure in E. H. Krelage, Bloemenspeculatie in Nederland (1942), p. t.o. 88.




Pierre Gassendi, Vita ... de Peiresc (1641) II, 94: Peiresc maakte een ritje in 1606, voelde geen wind terwijl het hard waaide.
Divertit verò Schevelingam, ut exploraret vectationem, & velocitatem Currus eâ solertiâ à paucis annis excogitati, ut passis velis in littore navigij instar evolaret. Inaudierat nempe Comitem Mauritium post Neoportuensem victoriam experiundi gratiâ illum conscendisse, unà cum capto in praelio Francisco Mendoza, ac intra duas horas attigisse oppidum Puttenum, quod inter, atque Schevelingam horaria milliaria quatuordecim intercipiuntur.
Quare ipse quoque experiri voluit, commemoraréque solebat stuporem, quo correptus fuerat, cùm vento translatus citatissimo, non persentisceret tamen (nempe tam citus erat, quàm ventus) cúmque animadverteret scrobeis occurenteis praetervolari; restagnantes passim aquas superficie tenus duntaxat attingi; qui antecedebant cursores visos quasi retrorsum niti; quae distantissima apparebant, momento penè praetervehi; & quaedam id genus similia.

[ En hij maakte een uitstapje naar Scheveningen, om het rijden en de snelheid na te vorsen van de Wagen die weinige jaren tevoren zo vindingrijk was bedacht, dat hij met ontplooide zeilen op het strand voortvloog als een schip. Hij had namelijk gehoord dat graaf Maurits na de overwinning bij Nieuwpoort deze had bestegen om hem te beproeven, samen met de in de slag gevangen genomen Franciscus Mendoza, en dat hij binnen twee uur de plaats Petten had bereikt, die veertien uurmijlen van Scheveningen ligt.
Daarom heeft hij het zelf ook willen beproeven, en hij vertelde gewoonlijk over de verbazing die hem overviel, toen hij zeer snel door de wind werd meegevoerd en er toch niets van voelde (hij ging namelijk zo snel als de wind) en toen hij merkte dat er over aankomende kuilen heen werd gevlogen; dat het hier en daar aanstromende water slechts aan de oppervlakte werd geraakt; dat lopende mensen die ze voor zich zagen als het ware achterwaarts bewogen; dat dingen die heel ver leken, bijna in een ogenblik voorbijgereden werden; en enige dergelijke zaken.]



Valerius Andreas, Bibliotheca Belgica, Leuven 1643, p. 813:
    SIMON STEVINUS, sive STEPHANUS, Brugensis ...
Inventor fuit curruum velivolorum apud Batavos, quos ne equus quidem, licet celeritate ingenti praestans, longo spatio aequare possit. Ferunt enim sedentes in ejusmodi curru duarum horarum spatio leucas Hollandicas quattuor°), videlicet Sceveringâ Pettenum usque confecisse.

   [ SIMON STEVIN, of STEPHANUS, van Brugge ...
Hij was uitvinder van de zeilwagens bij de Nederlanders, die zelfs een paard, ook al ging het met een geweldige snelheid, op een grote afstand niet kon bijhouden. Men zegt namelijk dat de inzittenden van zo'n wagen in een tijd van twee uur vier°) Hollandse mijlen hebben afgelegd, te weten van Scheveningen tot aan Petten.]

    °)  Dit moet zijn: quattuordecim, veertien.
Het stukje staat niet in de 1e editie van Bibliotheca Belgica, 1623, p. 719.




John Wilkins, Mathematical magick (1648), ed. 1680, p. 154-9:
zeilwagen volgens Wilkins
    That such Chariots are commonly used in the Champion plains of China, is frequently affirmed by divers credible Authours.

... Stephinus ... Peireskius ... Grotius ... Geynius ...

The form of it is related to be very simple and plain, after this manner:

The body of it being somewhat like a boat, moving upon 4 wheels of an equal bigness, with two sails like those in a ship; there being some contrivance to turn and steer it by moving a rudder which is placed beyond the two hindmost wheels: and for the stopping of it this must be done either by letting down the sail, or turning it from the wind. Of this kind they have frequently in Holland other little Vessels for one or two persons to go upon the ice, having sledges instead of wheels, being driven with a sail; the bodies of them like little boats, that if the ice should break, they might yet safely carry a man upon the water, where the sail would be still useful for the motion of it.

zeilwagen met molen
    I have often thought that it would be worth the experiment to enquire, whether or no such a sailing-Chariot might not be more conveniently framed with moveable sails, whose force may be imprest from their motion, equivalent to those in a wind-mill. Their foremost wheels (as in other Chariots) for the greater facility, being somewhat lower than the other, answerable to this figure.

    In which the sails are so contrived, that the wind from any Coast will have a force upon them to turn them about, and the motion of these sails must needs turn the wheels, and consequently carry on the Chariot itself to any place (though fully against the wind) whither it shall be directed.

    The chief doubt will be, whether in such a contrivance every little ruggedness or unevenness of the ground, will not cause such a jolting of the Chariot as to hinder the motion of its sails. But this perhaps (if it should prove so) is capable of several remedies.

    I have often wondred, why none of our Gentry who live near great Plains, and smooth Champions, have attempted any thing to this purpose. The experiments of this kind being very pleasant, and not costly: what could be more delightful or better husbandry, than to make use of the wind (which costs nothing, and eats nothing) instead of horses? This being very easie to be effected by those, the convenience of whose habitations doth accommodate them for such experiments.

Pepys diary, 11 jan. 1665/66: "a new invented chariott of Dr. Wilkins".
Zulke wagens ook in: W. Emerson, The principles of mechanics, 1758, Pl. XIII - fig. 213-214 (beschr. p. 199) en Pl. XV, fig. 234 (beschr. p. 211). En in W. Hooper, Rational Recreations (1774/82), vol. I, Pl. IX en Pl. X. Voor de molenwagen zie ook Vigevano en Valturio hierna (>).




Joan Blaeu, Toonneel der steden, Amsterdam 1649: afbeelding, met beschrijving:
    De doorluchtige Vorst Maurits ... pooghde met een eerlijck vermaeck, den Vorsten betamelijck, de moeyelijckheden der vorige groote en gewichtige beesigheden te versachten. Hier toe liet hy dese Zeylwagen op een wonderlijcke wijse maken, daer hy en de Grooten van het hof sich somtijts in verlustighden.

zeilwagen 1649
Zeilwagen 1649 (Wikipedia; groter: UvA)

Indien gy acht neemt op de asse, raderen, en diergelijck toestel, ghy sult seggen, dat het een wagen is: maer soo ghy de seylen, en het roer aensiet, en bemerckt dat het de wint doet voortgaen, dan sult ghy toestaen, dat men 't een schip behoorde te noemen. In voegen, dat men om dese saecken over een te brengen, dit kunstigh stuck een Schip met raders, oft een Zeylwagen, gelijk in 't gemeen geschiet, moet noemen.

    De nieuwigheyt en wonderlijckheyt van dit varen oft rijden, oft eygentlijcker beyde te gelijck, scheen ongelooflijck, en trock yders nieusgierigheyt ...
Maurits alleen verdiende, dat de winden, die over 't geheele aertrijck vliegen, hem langs de Hollantsche Zeekusten voerden, terwijl 't gerucht van sijn heerlijcke daden door de gantsche weerelt klonck. De vinder en toesteller van dit overkunstigh stuck wercks was Symon Stevin, een vermaert Mathematicus oft Wiskonstenaer, die Prins Maurits bysonderlijck beminde, om sijn uytnemend vernuft in een wetenschap, die hy niet niet alleen ten hooghsten achte en eerde, maer self oefende. Iacques de Geyn, een kunstigh schilder en plaetsnijder, heeft dese Zeylwagen eertijts in 't groot uytgegeven.


Meerman merkt op (1802, 237):
Bij Blaeu, in zijne verkleining van de plaat van de Geijn, is alles getrouw gevolgd: alleenlijk, gelijk het dikwijls met nagegraveerde prenten of schilderijen gaat, ziet men hier alles verkeerd: zoo dat de Zee zich ter rechter hand der reizigers vertoont, en men dus in de waan zou kunnen geraaken, dat het een andere tocht was, die niet van Scheveningen naar Petten, maar in 't tegendeel Zuidwaards voortgezet wierdt.



Juan Caramuel y Lobkowitz, Mathesis biceps, vetus et nova, Campaniae/Lyon 1670, p. 646, met figuur:
Currunavium ... quid .. respicio? Navim-ne an Currum? porrò, machinam brevem; à quâ, si vela auferam, currus est; si auferam rotas, navis est: unde, quia è navi, & curru coalescit, poterit ΑΡΜΑΠΛΟΙΟΝ, Currunavium vocari.
    Primi, qui velis, coeperunt currus vehere fuerunt Tartari, qui borealiorem Asiae partem habitant: apud quos est longa, & aperta planities, quam traiiciunt curribus, quos nulli equi, aut rengiferi trahunt, sed venti promovent.
    Ejusmodi Hollandi currunavia ausi sunt imitari, & supra aggeres non sine periculo ventis exponere: sed per littora maris seriùs illa proveunt, & sunt aliis exemplo: nam Hungari, & quotquot planam regionem habitant, juvari ab Æolo possunt, nec equis, aut bobus indigent, ut currus trahant, quando, vel minimus ventus spirat.
    Debet currus fieri, qualem Figura repraesentat. Habet rotas, ut caeteri currus; sed tamen instruitur malo, antennis, & velis, ut navis. Si ventus sit secundus (hoc est, Puppius) feliciter procedit Currunavium: si autem sit à latere (hoc est, Dextrius, aut Laevius) magnam in Rectore scientiam, aut etiam providentiam requirit.

[ ... wat zie ik? Is het een schip, of een wagen? Verder is het een klein toestel; en als ik de zeilen er afhaal, is het een wagen; als ik de wielen er afhaal, is het een schip; dientengevolge, omdat het uit een schip en een wagen één geheel wordt, zal het een Bootwagen genoemd kunnen worden.
    De eersten, die zijn begonnen wagens met zeilen aan te drijven waren de Tataren, die een noordelijker deel van Azië bewonen; bij hen is er een lange en open vlakte, die ze oversteken met wagens die niet getrokken worden door paarden of rendieren, maar winden bewegen ze voort.
    De Hollanders hebben het gewaagd zulke wagenboten na te maken, & niet zonder risico op dijken aan de winden bloot te stellen; maar langs de zeestranden gaan ze echt vooruit, & zijn ze anderen tot voorbeeld; want Hongaren, & allen die een vlak gebied bewonen, kunnen worden geholpen door Aeolus, en ze hebben geen paarden of ossen nodig om wagens te trekken, wanneer ook maar de minste wind waait.
    De wagen moet worden gemaakt zoals de figuur weergeeft. Hij heeft wielen, zoals andere wagens; maar toch is hij uitgerust met een mast, ra's en zeilen, zoals een schip. Als de wind gunstig is (dat is, van achteren) gaat de Bootwagen met succes vooruit; als er evenwel zijwind is (dat is, van rechts of links) vereist hij een grote kennis, of ook voorzichtigheid, bij de stuurman.]




G.W. Leibniz vermeldt de zeilwagen als "Le Chariot à voiles de Hollande ou plustost de Chine", in 'Drôle de pensée, touchant une nouvelle sorte de représentations' (1675/'95).

Jan Lazardzig, 'The Machine as Spectacle', in Instruments in art and science (2008), p. 152-.




Adriaan Pars, Index Batavicus (1701), p. 317:
. . . kan ik niet nalaten te gewagen, het geen ik lees van Simon Stevin, eertijds Vorst Maurits onderwijser in de Wiskonst, en groot vriend van den Drost Hoofd en van H. de Groot, als vinder van een wonderlijke en vermaarde Seilwagen. . . .
    Lees van den selven in 't Leven van Prins Maurits [1651] op het Jaar 1600. Bl. 215. en van diergelijke seildragende wagens, dat sij sulken vaart en spoedigen voordgang hebben, dat sij in de tijd van 2 uren, langs de strand henen, van Scheveningen tot de Sijp en Petten toe, sijnde veertien Hollandse mijlen, of uren wegs, kunnen seilen of liever voordvliegen. Deze Wagen wierd konstig getekend en afgemaald na 't leven van [p. 318] M. Jakob de Gein, en naderhand meer in koperen Platen gesneden, en uitgegeven, met onvergelijkelijke puntdigten van H. de Groot, welke den selven vereeuwigd hebben. Een stuk daar van soude nog te sien sijn te Scheveningen, van de gemene man, onbequaam om konstwerken na verdienste te waarderen, de Malle Wagen genaamd. . . .
'Iter curri veliferi' van Grotius op p. 458-.



Bengt Ferrner's Dagboek (1759), ed. G. W. Kernkamp, in Bijdragen en mededeelingen van het Historisch Genootschap, deel 31 (1910), p. 344-5:
Van hier gingen wij het dorp in en bezagen in een schuur den beroemden zeilwagen van den mathematicus Stevin , die met een zeil over land reed en dat zoo snel , dat hij in zes minuten een mijl aflegde, als de wind goed was. Hij had de gedaante van een gewonen postwagen , maar een weinig lager en breeder. De afstand tusschen de raderen was breeder dan gewoonlijk en de banden zelve van de wielen waren ruim een kwart el breed , buiten den ijzeren band. Het roer was aan de as bevestigd en kon gemakkelijk aan de raderen en dientengevolge aan den wagen de gewenschte richting geven. De mast voor het zeil was 36 voet hoog of lang. Deze wagen is het eerst gemaakt voor stadhouder Prins Maurits van Oranje , wiens hofmathematicus Stevin was 1). In het jaar 1750 was hij voor de laatste maal gebruikt in tegenwoordigheid van den stadhouder Willem IV.
1)  Een uitvoerige beschrijving van Stevin's zeilwagen vindt men bij Fred. Muller , De Nederl. geschiedenis in platen I blz. 139 vlg. en IV blz. 118 vlg. [Over den zeilwagen zelven heb ik niets meer kunnen vinden ...], bij de Nos. 1157, 1158 en 1159. Zie ook Haagsch Jaarboekje 1899 blz 63 vlg. Vermoedelijk heeft Ferrner den kleinsten van de twee zeilwagens gezien , die bij Fred. Muller t. a. p. worden beschreven.



Laurence Sterne', The life and opinions of Tristram Shandy (1760), vol. I, p. 87-91:
... the celebrated sailing chariot, which belonged to Prince Maurice, and was of such wonderful contrivance and velocity, as to carry half a dozen people thirty German miles, in I don't know how few minutes, — was invented by Stevinus, that great mathematician and engineer.

... in my return from Leyden thro' the Hague, I walked as far as Schevling, which is two long miles, on purpose to take a view of it.

... Peireskius ...

... and I have often wondered ... why none of our gentry, who live upon large plains ... attempt nothing of this kind ...




Nader bericht van J. Meerman, in Vaderlandsche Letteroefeningen, 1803, p. 338:
Uit: 'Aanmerkingen op het 23e hoofddeel' in Meerman, 1802, p. 228-238.  
De kleinere Zeilwagen is nog aanweezig, en kan in het eerste huis van Scheveningen, ter linker zyde wanneer men uit den Haag komt, door een ieder bezigtigd worden; deszelfs mast en zeilen hebben eene andere bewaarplaats. Zyne lengte zal omtrent van vyftien, en de breedte van omtrent zes voet zyn. Uit effen en ongeverfd eikenhout zamengesteld, is hy nog volkomen gaaf.
Zyne jongste lotgevallen zyn, dat men by gelegenheid van het huwelyk van den Erfprins van Brunswyk met Mevrouw de Princes Louisa, ten gevalle van dien Vorst, die hem beklommen had, nog eene proeve met hem op het strand genomen heeft, welke door de onbedreevenheid des Voermans niet zeer gunstig uitviel*): terwyl men zich niet in staat bevondt hem te bestuuren; en hy, na eenige keeren heen en weer geslingerd te hebben, gelukkig nog tegen de duinen t'huis kwam. Een ooggetuige heeft my verzekerd, dat de vaart onbeschryflyk snel was, en dat men onderweegs even in zee moest ryden, om het in brand vliegen der raderen te voorkomen.
Toen Frankryk ons in 1795 de goederen des Stadhouders schonk, om 'er hem zeven jaaren daar naa door de ingezetenen eeniger Duitsche Abdyen en Rykssteden de waarde van te rug te doen geeven, verscheen de wagen ook op zyne beurt in het Vorstlyke boelhuis; en eenige Scheveningsche Burgers, aan een voorwerp, dat hun Dorp hadt helpen opluisteren, verkleefd, kochten hem voor tachtig Gulden in.

*)  A. W. Engelen, Uit de gedenkschriften van een voornaam Nederlandsch beambte (Tiel 1882), p. 166-:
Het huwelijk werd in den Haag met groote plechtigheid voltrokken [Oct. 1790], en ingezegend door denzelfden Predikant, die twintig jaren te voren aan Prinses Louise den doop had toegediend.
Tot de feesten en vermakelijkheden, welke bij die gelegenheid plaats hadden en verscheidene dagen aanhielden, behoorde ook een uitstap der vorstelijke familie met een aanzienlijk gevolg naar Scheveningen, waar de zeilwagen van Stevin voor den dag gehaald en in tegenwoordigheid van een ontelbare menigte belangstellenden aan het zeestrand beproefd werd 1), maar niettegenstaande herhaalde pogingen en ofschoon de wind zich vrij wel daartoe leende, met geen gunstig gevolg.

1)  Dit zal dan waarschijnlijk de kleine zeilwagen geweest zijn. ...



Prudens van Duyse, De zeilwagen van Simon Stevin, Gent 1846. Noemt o.a Jonston en Sterne (zie hierboven), en Magasin pittoresque, 1844, p. 289 (met afb.).

Fred. Muller, De Nederlandsche geschiedenis in platen, deel I (1870), blz. 139-141.

Franz Maria Feldhaus, Die Technik der Vorzeit, der geschichtlichen Zeit und der Naturvölker (1914) geeft bij 'Wagen mit Segeln' gegevens en afbeeldingen van Stevin's zeilwagen, met het jaartal 1599.
    M. Zeiller, Topographia Germaniae inferioris (1659), p. 150 en Itinerarium Galliae (1634), p. 588 (noemt Hegenitius, Itinerarium frisio-hollandicum, 1630, p. 140).  Valerius Andreas, Bibliotheca Belgica (1643), p. 813.  Gerhard Vossius, De scientiis mathematicis (1660), p. 337 [ook 1650];  Joannes Walchius, Decas Fabularum (1609), p. 247 (erna: telescoop!).

zeilwagen in een pamflet
Zeilwagen in een pamflet




J. D. C. van Dokkum, 'Een stukje voorgeschiedenis van het rijwiel', in De Navorscher, 55 (1905) 81-95. Op p. 85 staan "eenige regels, voorkomende in het Ordonnantieboek der Staten Generaal van 1615-1630, fol. 165" (1621 volgens PW 5):
Gerrit Gerrits, Capiteyn van de Zeylwagens.
De Staten Gen. .... Ordonneren .... te betalen G. G. C. v. d Z. van Schevelinge, veerthien ponden, twaelff schell. van XL gr; daertoe beloopt de bijgevoeghde declaratie, over oncosten gedaen om volgende den last van hare Ho. Mo. te dresseren de twee zeylwagens tot Schevelinge tot dienst van den den Heere Fresiano, Ambassedeur van de Repueblicque van Venetien, ende des zelfs geselschap .....
De schrijver voegt eraan toe:
De windtramdienst tusschen Scheveningen en omgeving nam nochtans niet zóó toe, dat er een 'admiraal van de zeilwagens' noodig werd.
In de geschiedenis is na dien over den grooten zeilwagen stilte als des grafs: niemand weet wat er van geworden is.
Tussen p. 84 en p. 85 twee afbeeldingen van ontwerpen van Du Quet, "waaraan deze geleerde knutselaar veel vernuft verspild heeft". Zie Machines et inventions approuvées par l'Académie royale des sciences, T. 3 (1735), p. 33 e.v. (A. 1714).


In Scheveningen is men de zeilwagen van Stevin nog niet vergeten.




*)  Over China zegt Jan Huygen van Linschoten, Itinerario, 1596 (24 cap.):
Die Chinen zijn groote konstenaren ende seer vernuftigh, alsmen sien mach aen alle die wercken, die daer van daen comen. Zy maken ende ghebruijcken karren met seylen, in maniere van schuyten, met wielen, met sulcken subtijlheyt, datse met de wint op een vlack velt voort gaen en ghedreven worden al oftse in 'twater waren.
kleine zeilwagen, 1603
J. de Gheyn, 1603
zeilwagen in China
China 1593 (Princ. Works, V)
Zandvoorder speelwagen
Zandvoorder speelwagen

Links: detail uit de bovenstaande prent van Jacob de Gheyn II (1603).
Midden: uit 'Principal Works' (zie bij DWC), deel V, t.o. p. 5: shown in the lower right hand corner of a map of China in Gerard de Jode's Speculum Orbis Terrarum (Antwerp 1593).
Rechts: op titelblad van De oprechte Zandvoorder speelwagen, Amst., B. Koene (andere ed.: 'opregte', S. en W. Koene, Amst. 17XX en 1780, Amst. erve vander Putte), genoemd in Prudens van Duyse, 1846.

Nic. Witsen, Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier (1671), p. 223:

Men vint Schepen in Sina, die op rollen over landt zeilen: te weten in platte lantschappen.
J. Needham, Science and civilisation in China (1965) IV:2, p. 278 (met fig.):
... how odd it was that the early European travellers spoke of sailing-carriages rather than sailing wheelbarrows. Whether any of them could actually have seen four-wheeled wagons fitted with sails remains conjectural, for Chinese literature itself is quite silent concerning the use of sails on land in the Ming.
    There are one or two rather important references much earlier, however, indeed in the +6th century. ... a wind driven carriage .. which could carry thirty men ...
Zie ook bij Janus: 'Papers of Joseph Needham', Sailing carriage.

J. Meerman, deel 4, Register (1803), p. 196, over China:

Staunton ... tegen het eind van het eerst Hoofddeel in Macartney's Gezantschaps-Reize. [1799, vol. I, p. 294-5]
"De Zeilwagens, zegt hij, waar van de oude Schrijvers melding maaken, zijn er nog heden niet geheel in onbruik geraakt. Het zijn kleine karren, of dubbele kruiwagens van Bamboo, met één groot wiel tusschen beiden.
Wanneer er geen wind is, trekt een man dezelven voort, die er gewoonlijk aan gespannen is: terwijl een ander ze van achteren in evenwicht houdt, en ze helpt voortstuwen. Het zeil, wanneer het waait, spaart den voorsten deezer beide lieden zijn' arbeid. Het bestaat uit eene mat, vastgemaakt tusschen twee staaken, die van de twee tegen elkander overgestelde zijden van de kar om hoog rijzen. Het kan dus alleen van dienst zijn, wanneer men den wind van achteren heeft.



Andere ontwerpen

Ulrich Alertz, 'Der Windwagen des Guido von Vigevano, 1335'.

Bootwagen van Mariano di Jacopo, bijgenaamd Taccola (ca. 1430). Zou er verband zijn met een verondersteld bezoek van Zheng He aan Florence? (^)

Roberto Valturio, Elenchus et index rerum militarium, aan het eind genoemd De re militari (Verona 1472), p. 315: "Est & alia mirifica bellici currus non falcati forma, flabellis ventoque; in hunc modum adacti." (Er is ook een andere verbazende vorm van strijdwagen niet met zeisen, met waaiers en door de wind op de volgende manier aangedreven), te zien op p. 316 — ed. 1534, p. 232.

Een windmolen op wielen voor landbewerking zonder dieren staat in: Machines et inventions approuvées par l'Académie royale des sciences, T. 4 (1735), p. 157: 'Moulin pour labourer les terres sans bestiaux, inventé par M. Lassise', 1726.

molenwagen en ploeg
Molenwagen bij ploegen



Op een discussieforum over Huge land yachts (febr. 2011): "This one left the drawing board ...", de prent van de Gheyn wordt getoond. Ook zijn er foto's te zien van zeilwagens op rails, rond 1900.

zeilwagen op rails
Sails on railsSpurn Head railway

Wikipedia: 'Land sailing'.



Simon Stevin | Zeilwagen (top) | Hugo Grotius