4.
Aan een Parabool EIK de raaklijn in punt K te vinden.
Stel je voor dat op de kegel een vlak BKD wordt gelegd, dat de kegel raakt in de rechte BK. KD raakt de basis van de kegel in punt K. We moeten dus vinden waar IG de lijn DB zal snijden.
Neem IE a; AF en FC b. De latus rectum van de parabool r; IG x.
Dus omdat hoek FKD recht is, zoals ook FIK en KID, zal gelden: zoals FI tot IK is, zo is IK tot ID.*)
[ Zoals √(bb ar) tot √(ar), zo is √(ar) tot ID. ]
Zoals IC tot IE, zo is AC tot AB.
[ Zoals b √(bb ar) tot a, zo is 2 b tot AB. ]
AF + FI + ID AD.
[ b + (bb ar) / √(bb ar) + ar / √(bb ar) AD. ]
Zoals AD tot AB, zo is ID tot IG.
[ Zoals {b √(bb ar) + bb} / √(bb ar) tot 2 ab / {b √(bb ar)}, zo is ar / √(bb ar) tot IG. ]
De tellers van de eerste en de tweede kunnen worden gedeeld door b, en de noemer van de eerste en de derde geschrapt omdat deze bij beide dezelfde is, en het zal alleen nodig zijn te vermenigvuldigen de tellers van de tweede en de derde [uitkomst: 2 aar] en dit product te delen door het product van de teller van de eerste en de noemer van de tweede.
Door dus te vermenigvuldigen b + √(bb ar), teller van de eerste,
met b √(bb ar), noemer van de tweede, komt er ar.
Dus 2 a x.
[ *) Toelichting: IE maal latus rectum: ar = IK2 , dus: FI = √(b2 ar).
Uit de eerste verhouding volgt: ID = ar / √(b2 ar).
Uit de tweede verhouding volgt: AB = 2 ab / {b √(b2 ar)}.
Geef FI dezelfde noemer als ID, en er komt:
AD = b + b2 / √(b2 ar), of onder één noemer: {b √(b2 ar) + b2} / √(b2 ar) en zo in de laatste verhouding.]
Vgl. Conicorum libri IV (1566, ed. Commandino), boek 1, Prop. XXXIII, p. 24v [Engl. 1896]: Apollonius volgde een andere methode.
[...]
|