Chr. Huygens | < Oeuvres XIX | Brontekst

Meteora

[ 311 ]

II.   Aardbeving


    Aardbeving.  1692, 18 sept. in Hofwijck bij Voorburg om half drie in de middag, terwijl ik een boek zat te lezen, heb ik plotseling en niet zonder schrik een aardbeving gevoeld. Het huis schudde duidelijk, en bewoog heen en weer, zodat in de eetkamer hangende schilderijen tegen het goudleer geslagen werden dat de wanden bedekt. De stenen vloer waarop ik stond werd enigszins opgetild, en zakte weer in, en dat enige malen gedurende ongeveer 10 of 12 seconden. De gracht rondom het huis, 60 voet breed, bewoog met enige brede golven naar de kanten. Bedienden in de keuken, die onder de eetkamer is, hadden dezelfde beweging gevoeld, en waren angstig naar mij toe gesneld.
Er was geen wind. Ik was enige tijd in de veronderstelling dat het arsenaal van de Duinkerkers door buskruit volledig vernield was, aangezien dagelijks verwacht werd dat die stad door ons leger belegerd zou worden, en met vuurpijlen en geschut in brand gestoken zou worden. Maar van zo'n grote afstand kon ternauwernood een zo grote druk aan de lucht gegeven zijn, en er was geen geluid of klap gehoord. Twee dagen later hebben we begrepen dat er te Duinkerken nog niets ondernomen was, en dat het dus echt een aardbeving geweest was. En deze heeft ook te Amsterdam en te Antwerpen allen bang gemaakt. Aan een Amsterdamse waarnemer leek het toe dat er als het ware golven van Noord naar Zuid (van 't N.N.W. naar 't Z.Z.O.) voortgingen, en dat alles wankelde. Men zegt dat vooral torens op een verbazende manier slingerden, en dat in sommige de klokken vanzelf gingen luiden.
Mijn huismeester, in beslag genomen door werk in de tuin, had niets gevoeld; ik denk omdat hij zelf in beweging was. Kort nadat de beweging opgehouden was ben ik naar boven gegaan om de barometer*) te inspecteren. Hij stond op 12 graden, terwijl hij de vorige dagen op 14° en 16° gestaan had. Maar de volgende dag is hij verder gedaald naar 10°; en het heeft overvloedig geregend.
Overal in Zeeland, in Vlaanderen in de forten van koning Willem, Luik, Keulen, Parijs, Londen en in Schotland is dezelfde beweging opgetreden. In Hamburg schijnt hij niet waargenomen te zijn. In Luik was hij heviger, niet zonder enige schade. Het tijdstip was daar kwart over twee, dus vroeger dan hier°).


    Als de Aarde door een soort golven zich verheft en inzakt, moet ze onder de grond hol zijn, of op water rusten dat dan zo beweegt. Maar waarvandaan komt de beweging ervan? Waarschijnlijker is een holte, waarin zich dampen verzamelen, ofschoon ze niet ontbranden zoals in de lucht, wanneer het dondert. Zou uit de afstand, waarover deze opeenvolging zich uitstrekt, iets opgemaakt kunnen worden over de diepte van de holen en van de dampen?


    [ *)  Zie over de barometer van Huygens: Een vernuftig geleerde, 34 (pdf). ]
    [ °)  Zie Aardbeving Verviers 1692. Luik ligt ruim een graad oostelijker: zonnetijd verschilt ruim 4 min. Afstand zo'n 140 km, aardbevingsgolven gaan met 3,5 of 6 km/s. Totaal ca. 5 min. tijdsverschil.]
[ 312 ]
    In de marge: 1580, 6 April. tussen 5 en 6 gedruijs tot Leyden. als van aerdbeving met stil weer, de klocken van selfs geluijt. Beschryving van Leyden. Orlers, gedr. 1641*).
    *)  "Beschrijvinge der Stadt Leyden, etc. door I. I. Orlers" (Leyden, A. J. Cloeting et A. Commelijn, 1641) p. 575. Huygens citeert niet letterlijk.
[ J. Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, V, p. 184-188. ]
[ Jeroen Blaak, Geletterde Levens (2004), p. 118.  Const. Huygens jr, Journaal, 2, p. 124-127.]



Christiaan Huygens | XIX | Aardbeving 1692 (top)