uit uvres XIXOeuvres Complètes de Christiaan HuygensT. XIX (dbnl) | |
|
|
| 142 | Diepte van de zee | 27 aug. 1690 | |
Inventie om de onpeilbare dieptens van de zee te meten en met eenen kennis te krijgen van de grondt, als sand, schelpen, &c. Men kan maecken dat de stock met de steen daer aen, even soo veel in 't water neerwaerts weeght, als sonder de steen opwaerts, maer dit is niet noodtsaeckelyck ... AB stock van 10 à 12 voet. CBD vorck van hout, tusschen welcke hanght de steen E aen ijseren haeck van figuer als een 7. de eynden C en D onder met keersmeer bestreecken, om te sien wat grondt. Het gewight E de grondt ontmoetende soo sal den haeck los gaen om dat hij nae d'een sij weeght, en omdat de drift van de stock AB neerwaerts noch een weijnigh dueren sal. ... In de figuur: "korck" [kurk]. Robert Hooke had in 1663 zo'n toestel bedacht voor dieptemeting zonder lijn en bovendien een emmer (aan een lijn) om water van elke diepte te kunnen ophalen, zie Th. Birch, The history of the Royal Society (1756) I, 307-308. Het werd in 1667 genoemd door Adr. Auzout in een lijst van instrumenten, mee te nemen op een reis naar Madagascar [^]: "Toestellen om de diepte van de zee te peilen en om water op te halen vanaf de bodem van de zee" en "Men moet vaak de zeeën peilen waar men over gaat met het toestel van M. Hook" (Registres de l'Acad. I, 39 en 49). [ Vgl. X, 237, brief van broer Constantijn uit Engeland (26 jan. 1692): Edmond Halley had meer dan een uur in een duikerklok gezeten op een diepte van 60 voet.] | |||