Huygens,  1,  2,  3,  4,  5,  6,  7,  8,  9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 1-22, Varia

uit

Œuvres XVII

Oeuvres Complètes de Christiaan Huygens, T. XVII   (dbnl)

Slingeruurwerk, 1656 - '66



In het Nederlands

titelblad Een publicatie:
  • 199 - 237:   Kort Onderwys aengaende het gebruyck der Horologien tot het vinden der Lenghten van Oost en West (1665).
Het nieuwe slingeruurwerk kon misschien gebruikt worden om het probleem van de lengtebepaling op zee op te lossen. Dan moest men de klok wel kunnen gelijkzetten met de Zon. Maar:
Het is te weeten dat de daghen van den eenen middagh tot den anderen, ofte van dat de Son in 't Zuyden geweest hebbende wederom in 't Zuyden komt, eenichsints ongelijck zijn
Het slingeruurwerk bleek nauwkeuriger te lopen dan de Zon! In het Kort Onderwys staat de eerste tabel voor de 'tijdvereffening'*), met uitleg in eenvoudige taal.
*)  In 1686 kreeg Thomas Helder voor een proef op zee een vernieuwde instructie. Daarin staat van de ongelijkheid der dagen ook een verklaring, kort maar duidelijk (IX, 59).


Verder over uurwerken:
75 e.v., bij Horologium (1658): veranderingen aan het uurwerk
77-81: juridische stukken.
100 (ca. 1660): "Het getal van de dobbele slaegen ... de lenghde van het pendulum. ...", hoe de klokkenmaker de slingerlengte kan berekenen.
101-102 (jan.-sept. '60): de gang van een uurwerk vergeleken met de zon.
168-175 (1664-5): betaling, veranderingen aan een uurwerk, octrooi.
236 (1662 of 1663): eerste opzet van 'Kort Onderwys'.


Vertaald:
-  183-186 (febr.-apr. 1665): Sympathie van uurwerken.

2 klokken hangend aan balkjes over stoelleuningen; 2 slingers



Enkele notities in het Nederlands:

  • 273 - 276:  Hydrostatica (ca. 1650), over de kracht van water op de zijwand van het vat.

  • hand aan slijpstok 293 - 304:  Lenzen slijpen (ca. 1660), over het moeizame handwerk ("ick sleep 9 uren") dat nodig was om verder te kunnen kijken.
Figuren:


Uitgebreid verslag in het Nederlands:
  • 307, 313 - 333:  Het luchtledige (1661-2), experimenten met een luchtpomp.
Begin 1661 was Huygens in Londen, hij sprak er met Robert Boyle, ontving diens pas verschenen boek*), en zag experimenten met een luchtpomp. Hij kende al de kwikbuis van Torricelli (1643) en de proeven van Pascal (lagere barometerstand op de Puy de Dôme, 1648), en hij had in 1660 te Parijs gezien dat een platte blaas opzwelt in het luchtledige, en Pascal ontmoet. Eind 1660 werd hem bericht dat men in Florence had waargenomen dat rook daalt in het luchtledige [>].

pomp En nu ging hij zelf aan de slag, met een beter toestel dan Boyle (een hele nacht bleef er vacuüm in de fles). Allerlei verschijnselen werden nauwkeurig beschreven. Een vogelveertje bleek even snel te vallen als een stukje lood (het vogeltje had eerder op de dag als proefdier het leven gelaten [>]). Geluid klonk veel doffer. Heet water leek te koken, maar hete brandewijn gaf geen belletjes en koude juist wel [>]. Het woord 'verwondering' werd genoteerd [>] toen het van lucht gezuiverde water niet wilde zakken, en dit vroeg om nader onderzoek.

Hier zien we de onderzoeker aan het werk: goed waarnemen, niet te snel conclusies trekken, proef herhalen. Zoals bij het veertje dat wel snel viel, maar op het lood liggend: "scheen daer aen vast te blijven"; dus nog eens doen, en nog eens, en "eens viel het veertien alleen eer ick den haeck los smolt, ende sagh doen dat het mede evenzoo ras als loot om leegh quam".

luchtpomp Ook het onwerp van de pomp kreeg veel aandacht: de kraan en de zuiger worden uitgebreid beschreven (p. 319) evenals de afdichting; er kwam een manier om de luchtledige fles van het plateau af te halen (p. 331); en de pomp werd ondersteboven gezet in een nieuwe versie (figuur rechts).


    *)  New experiments Physico-Mechanicall, touching the Spring of the Air, and its Effects, etc. (1660) [zie Summary].




Nederlands, afgewisseld met Latijn, van omstreeks 1660*):
•  351 - 516:  De coronis et parhelijs •  Over kringen en bijzonnen
§ 1 - 6
§ 7 - 23
§ 24 - 34
§ 35 - 45
Appendices
halo
Rome 1629
tegenzonnen
overige
waarnemingen
  § 1 - 6 (v.)
§ 7 - 23
§ 24 - 34
§ 35 - 45
Aanhangsels

bijzonnen Het is een uitgebreid stuk ter verklaring van kringen om de Zon en bijzonnen, verschijnselen wel dikwijls te zien zijn, maar die door velen niet worden opgemerkt. Ze zijn van oudsher vermeld door geschiedschrijvers als bovennatuurlijke tekens, maar in de zeventiende eeuw werd het steeds duidelijker dat er natuurlijke oorzaken gezocht kunnen worden voor het onbegrepene.°)

lichtbreking in druppels Zoals Descartes de regenboog had verklaard met lichtbreking in waterdruppels, zo verklaart Huygens de kringen en bijzonnen met lichtbreking in ijskristalletjes die deels gesmolten zijn. Mariotte gaf in 1681 een betere verklaring, met prismaatjes.
Rustig redenerend, met meetkundige beschouwingen bij tekeningen van eigen hand, en aan de hand van enkele experimenten, bespreekt Huygens een aantal door hem verzamelde waarnemingen, uitgaande van die van Christoph Scheiner uit 1629, het 'Phaenomenon Romanum'.


    *)  Later opgenomen in Opuscula Postuma (1703), in het Latijn vertaald door Daumesnil.
English translation: Robert Smith, A compleat system of opticks (1738), p. 199-228 (App. -237).

    °)  Zie Beeckman, die zichzelf verzekert dat God het goed vindt als wij meer komen te weten (I, 229).

manuscriptblad
UB Leiden: Hug 10  (zie Aanh. II)


Bij de Aanhangsels nog de volgende twee stukken:

In 1681 werden nog brieven over kringen en bijzonnen uit Zweden doorgestuurd naar Constantijn Huygens sr., met drie figuren: O.C. VIII, p. 324, 332 en 336.




Elders over uurwerken:

Chr. Huygens, Horologium, Den Haag 1658.
'Christiaan Huygens van Zuilichem, zoon van Constantijn, HOROLOGIUM', 's-Gravenhage * Uitgegeven door Adriaan Vlacq * 1658
(Vertaling uit het Latijn: Tijdschrift voor Horlogemakers, 1e Jaargang No.5, 1 Maart 1903).
'Christiaan Huygens of Zulichem, Son of Constantine, THE TIMEPIECE'
(English translation by Ernest L. Edwardes in Antiquarian Horology Volume 7, No. 1, December 1970).

J. H. Leopold, 'Clockmaking in Britain and the Netherlands', in Notes and Records of the Royal Society of London, 43-2 (1989) 155-165.



Over kringen en bijzonnen:

Pierre GassendiParhelia, sive soles quatuor qui circa verum apparuerunt Romae die XX mensis martis, anno 1629. Et de eisdem Petri Gassendi ad Henricum Renerium epistola, (Par. 1630) Hagae Comitis 1656 (bij Institutio Astronomica).

'Extrait de deux lettres ... quatre Soleils ... Chartres ... 9 Avril 1666', in Journal des sçavans, Amst. 1667, p. 129.
    Zie ook 'An account of four suns', in Philosophical Transactions, 1665-1666, p. 219.

Georg Seger, 'Pareliorum historia', in Miscellanea curiosa medico-physica, 1670, p. 28.
    Met aanhaling van Huygens: "Ephemerid. Gallic. Tom. III. Ephem. 12. p. 188" (bespreking van de publicatie van 1667 in Journal des sçavans, 1667, p. 150, Amst. p. 24/203); genoemd worden de kleine cilindrische ijskernen.

Edme MariotteQuatrième essay. De la nature des couleurs, 1681.
    P. 466: 'Les grandes couronnes', 468: "prisme triangulaire", 486: 'Les Parelies ou faux Soleils'.
Ook in: Oeuvres de Mr. Mariotte (1717), T. I, p. 272-281. Figuren: Tab. XII.

Oude afbeeldingen: Alte Halo-Darstellungen.

Jezuïeten in Canada: 21 jan. 1671, en ook op 16 maart daarna (2x: 's morgens en 's avonds), op drie verschillende plaatsen, 50 mijl van elkaar (figuur).
    R. G. Thwaites, Travels and explorations of the Jesuit missionaries in New France (Cleveland 1899) Vol. LV.
    Uit: Relation de ce qui s'est passé en la Nouvelle France, les années 1670 & 1671 (Parijs 1672).

Kees Floor, 'Halo's', in Natuur en Techniek, juni 1977.

Alan E. Shapiro, 'Newton and Huygens' Explanation of the 22° Halo', Centaurus 24-1 (1980), 273-287.

Hyperphysics, 'Parhelions or Sun dogs'.

Atmospheric optics.

Astronomy picture of the day: Sun and Moon Halo.



Home | Huygens | uit Oeuvres XVII (top) | Sommaire , Inhoud