Chr. Huygens | Oeuvres XXII

Vacuüm trekt niet

[1661]
[ 290 ]

Aanhangsel VI

bij

Varia  1666-1681.


    Dit Aanhangsel — zoals men ziet begint het bewaard gebleven blad, komend uit de 'Portefeuille anonyme' [Hug 50:2, 5r-6v], midden in een zin — is niet gedateerd: het is naar het handschrift dat we dit Stuk beoordelen als van na 1665*). Aangezien Huygens — zie de laatste alinea — het niet heeft over de subtiele materie die zijns inziens door haar druk twee vlakke plaatjes bijeen zou kunnen houden, zelfs in het geval van afwezigheid van de gewone lucht (zie o.a. p. 332 van T. XIX), denken we niet — ofschoon dit argument niet zeer sterk is — dat het van na 1673 is. We weten niet welk boek het is dat hij bekritiseert°).
    [ *)  Of 1661? Zie de brief aan Moray van 16 sept. 1661, waarin ook het in vacuüm brekende flesje voorkomt. En zie de hieronder op p. 291 toegevoegde noot.]
    [ °)  Additions p. 918 noemt Birch, The history of the Royal Society (1756), p. 197, de brief van Huygens aan Moray van 2 febr. 1663 (T. IV, p. 405, dat is 305) en ook Linus.
De in het stuk genoemde pag. nummers zijn p. 113 en 123 in Fr. Linus, Tractatus de corporum inseparabilitate, 1661.]


buisje hangt aan vinger, bovenrand scherp     ... fout noemt is, omdat daarmee deze verschijn­selen niet verklaard kunnen worden; als u of ik het niet kunnen verklaren, kan het daarom niet verklaard worden. Maar ik kan het.
Omdat namelijk AB luchtledig is wordt er niet gedrukt op het oppervlak B van het kwik, zodat er op heel deze breedte niets is dat de buis omlaag drukt, maar aan de onderkant wordt hij over de breedte CD van de hele bodem omhoog gedrukt door de lucht eronder; geen wonder dus als hij op de vinger wordt gedrukt als de zuiger die de hele buis vulde wordt weggetrokken, wat zal hij zeggen dat er komt op de plaats die verlaten is? Waar is immers het verdunde deel van de vloeistof?

    Maar als het kwik BE een hoogte van 2 voet en 3 duim (29½ vingers) heeft, zal hij slechts niet van de vinger vallen omdat hij evenveel op de bodem E drukt als de lucht die er onder is, zodat ik over wat hij zegt [p. 32] over het aanmerkelijke gewicht, dat er bovendien aangehangen moet worden, durf te verzekeren dat het slechts heel klein zal zijn.
Doch een heel klein gewicht zal hij erbij kunnen dragen aangezien de bovenrand van de buis geen breedte heeft; en omdat deze vaster met de vinger is verbonden dan zoals de lucht hem met de gewone kracht zou kunnen duwen, moet erop gelet worden dat de hele breedte HF van de buis door geen gewicht omlaag wordt gedrukt, maar de hele zelfde*) breedte KL omhoog. Zodat niet slechts een kwikkolom met breedte ES maar met breedte KL, en ook 29½ vinger hoog, nodig is en daarbij nog een heel klein gewicht, voordat de buis loskomt van de vinger. En dit bijkomende, dat hij een aanmerkelijk gewicht noemt, zal des te kleiner zijn naarmate de buis van een dunnere rand is voorzien.
En dat hij van de vinger vallend door een plotselinge beweging loskomt, ook al is het alsof hij er nog stevig aankleeft, de oorzaak is een onverwacht binnenkomen van lucht; ook dat er op dat moment een eind komt aan het omlaag getrokken worden van de vinger, of juister: het omlaag gedrukt worden. Want deze werd omlaag gedrukt, zeg ik, niet getrokken. Als namelijk gevraagd wordt hoe de buis, terwijl hij nog aan de vinger vastzit, enige zwaarte voelt, als tenminste de buis krachtiger omhoog geduwd wordt door de lucht eronder dan omlaag door het gewicht van het kwik,


    [ *)  Zie de figuur op p. 291.]

[ 291 ]

buisje hangt aan vinger dan antwoord ik dat er op de vinger gedrukt wordt door de lucht die erboven staat. Want als de aan de vinger hangende luchtledige buis AES noch kwik zou bevatten, noch zelf enig gewicht zou hebben, zou de lucht die de onderkant ervan omhoog drukt opwegen tegen de lucht die erboven staat en die de vinger omlaag drukt. Maar nu, aangezien de druk van de lucht eronder met gelijke kracht wordt tegengegaan door het gewicht van het kwik, is er niets, zeker als er nog iets kleins aanhangt, dat de vinger omhoog drukt, maar een luchtkolom zo breed als de breedte van de buis rust er bovenop en daardoor is het zo dat als het ware de zwaarte van al het kwik en van de buis op de hand wordt gevoeld.

    Verder is de oorzaak waarom de vingertop als door een kracht binnen de buis wordt getrokken, zodat de huid erbinnen opzwelt, hier geen andere dan dat hij aan die kant niet de gewone luchtdruk voelt en dan zo wordt opgeblazen, omdat hetgene dat anders in de weg zit nu afwezig is. Zo gebeurt het ook in ventouses [en zuignappen]. En ongetwijfeld, als de hele hand in het luchtledige vat kon worden geplaatst, zou duidelijk gezien worden dat die aan alle kanten enigszins zou opzwellen.*)

    Het experiment op de Berg 1) houdt hij voor verdacht [p. 67], of als hij moet toegeven voert hij een onbeduidende oorzaak aan.

    Als de oorzaak van alle verschijnselen verklaard zou kunnen worden volgens beide hypothesen, zal hij naar ik hoop erkennen dat de Torricelliaanse verreweg de eenvoudigste en geloofwaardigste is.


    Een glazen bolletje vol met lucht en afgesloten breekt in het vacuüm. We zeggen dat dit gebeurt doordat de lucht erin uitzet 2). Hij zegt [p. 24] dat er van buiten aan alle kanten aan wordt getrokken als met draadjes van een of andere ijle substantie die het kwik daar loslaat. Opdat blijkt dat dit onjuist is kan in het vacuüm een dergelijke glazen bel vol water of kwik gezet worden. Deze zou immers ook moeten breken als ze door die ijle substantie omgeven vroeger door aantrekking brak. Maar ik verzeker dat ze heel zal blijven ook al bestaat ze uit heel dun glas, tenminste als deze vloeistoffen helemaal geen elastische eigenschap hebben. Waaruit zal blijken dat er zelfs niet de minste aantrekking is van die ijle substantie van hem.

    Pag. 113. Het water in het flesje kon op geen enkele manier in beweging komen, omdat er evenveel op gedrukt wordt


    [ *)  Dit experiment is gedaan in de Royal Society, zie de brief van Moray van 16 mei 1662, T. IV, p. 131. Dat Huygens dit hier niet noemt is een argument om dit stuk de datum 1661 te geven.]
    1)  Het gaat — zie p. 261 van T. XVII — over de Puy-de-Dôme, waar in 1648 werd geconstateerd dat het kwik in de buis van Torricelli minder hoog stond naarmate men steeg.
    2)  Vergelijk p. 259 van T. XVII waar men ziet dat Huygens al in 1648 begreep dat het opzwellen van een bijna lege blaas komt door uitzetting van de weinige lucht die er nog in zit [brief aan Mersenne, 20 april 1648].

[ 292 ]

door de lucht die in het flesje zit als door de lucht die door de buis zwaarte geeft. En aangetekend moet worden dat bij dit experiment het flesje niet met een grotere kracht dan nu verbrijzeld zou worden, ook al was het afgesloten zonder dat de buis erin was gestoken. [Boyle 1660: Exp. 9, p. 66, fig. 6.]

    Pag. 123. Er is niets verbazends aan dat de marmerstenen niet gescheiden werden; want wanneer er zoveel lucht is achtergebleven dat deze het water van een voet hoog in de buis niet liet dalen, kan bewezen worden dat de onderste steen, 2½ duim lang en breed, en slechts ¼ duim dik, samen met 4 ons eraan gehangen door diezelfde lucht moest kunnen worden gedragen, ja zelfs als er twee pond en meer aangehangen was. [Boyle: Exp. 31, p. 229-233.]




Home | Huygens | XXII | Vacuüm trekt niet (top) | Brief aan Moray, 16 sept. 1661