Der Naturen Bloeme   -   Introductie


Maerlant, bestiaris, verhalen, waarnemingen, natuurfilosofie, afbeeldingen, leestips

Der Naturen Bloeme betekent niet: de bloemen van de natuur, maar: het beste van de natuur.

Puzzelend lezen, dat is wel nodig bij zo'n oude tekst. En niet alle stukjes zijn te vinden. Maar als je de uitdaging aangaat blijken er verrassend veel stukjes op hun plaats te vallen. En je gaat iets proeven van een lang vervlogen wereld zonder gedrukte boeken.

Het lezen gaat steeds makkelijker, vooral als je (in gedachten) hardop voorleest. Voor een eerste kennismaking zie Fabeldieren, korte stukjes met vertaling in hedendaags Nederlands, en met plaatjes.


        Jacob van Maerlant

Op Voorne lag Maerlant (mare-land, zee-land), en Jacob uit Vlaanderen (geboren na 1230) was daar koster / klerk / onderwijzer / vertaler / dichter, van ca. 1259 tot ca. 1266. Hij vertaalde voor de jongeheer van Voorne, die later Floris V zou heten, uit het Latijn een levensverhaal van Alexander de Grote: Alexanders Geesten (op te vatten als: 'gestes', daden).

Naar Franse bronnen dichtte hij er: Historie van de Grale, Torec, Historie van Troyen. Verloren gegaan zijn: Sompniarys, een dromenboek; en Lapidarys, een stenenboek.
In 1266 werd de twaalfjarige Floris graaf van Holland en Zeeland. En zoals Aristoteles zijn leerling Alexander intellectueel had voorbereid op zijn grote daden, zo onderwees Maerlant zijn leerling met een 'vorstenspiegel': Heimelijkheid der heimelijkheden, naar het Latijnse Secreta Secretorum.

In Damme (bij Brugge) maakte Jacob, nu "van Merlant" geheten, tussen 1266 en 1270 de eerste natuurlijke historie in het Vlaams / Diets: Der Naturen Bloeme. Hij droeg zijn Bestiaris op aan Nicolaas van Cats, raadsman van Floris V. Er bestaan nog 11 handschriften van, waarvan 7 met illustraties.
In Der Naturen Bloeme staat in boek 9 een verwijzing naar Alexanders Geesten.

Daarna schreef Maerlant o.a. de Rijmbijbel, en een grote (onvoltooide) wereldgeschiedenis, opgedragen aan Floris V, de Spiegel Historiael (ca. 1285, naar: Speculum Historiale van Vincent van Beauvais, uit 1245).

Voor 1300 stierf Jacob van Maerlant. Over zijn leven is verder weinig bekend.
Zie Frits van Oostrom, 'Maerlant tussen Noord en Zuid'. In Maerlants wereld zegt hij (p. 440):

"... dat hij met de combinatie van omvang, reikwijdte en actualiteit van zijn werk niet alleen binnen de Middelnederlandse literatuurtraditie een aartsvader is, maar feitelijk een fenomeen van Europees formaat".

        Van Bestiaris naar Biologie

Naast het ridderverhaal was in de Middeleeuwen het bestiarium een geijkt (voor)leesverhaal ter lering, stichting, en dagkorting voor de hogere standen. Sinds de Romeinse tijd was de Physiologus in vele vernieuwde versies overgeschreven en aangevuld, met weinig kritische zin. Eerst alleen in het Latijn, vanaf de 12e eeuw ook in het Frans. De handschriften zijn vaak prachtig geïllustreerd, zie: Aberdeen Bestiary.

De bestiaris was een natuurbeschrijving met levenslessen, voor een aandachtig gehoor, of voor zelfstudie. Aan bod kwamen meestal: mensen, dieren, planten, edelstenen en metalen. Je kon er veel uit opsteken over geneesmiddelen tegen allerlei kwalen, en over vreemde wezens:

Waarom zou je het niet geloven, als geleerden er al meer dan duizend jaar over schreven? En nog tot in de 17e eeuw hadden ze het moeilijk met de 'moderne monsters'. Bewijzen dat iets niet bestaat is minder eenvoudig dan iets uit je duim zuigen of een pseudodoxie overschrijven.

Voor het volk was de fabel meer geschikt, met bekende dieren die vreemde rollen speelden. Bij de vos kan Maerlant het niet laten de naam Reinaert te laten vallen, en de haas wordt ergens Cuward genoemd. Typisch is, dat er kanttekeningen staan juist naast de tekst over de vos, in een handschrift-fragment (in 1992 ontdekt in een Portugees kerkarchief, afgebeeld in IBO). Is er een verband met het dierenepos?
Nu zijn draak en eenhoorn de meest geliefde fabeldieren.

Der Naturen Bloeme is een bekorte vertaling van: Thomas van Cantimpré, De Natura Rerum (ca. 1245). Van de 20 boeken heeft Maerlant er 7 niet vertaald: anatomie, de ziel, zeven regio's, de hemelbol, de lucht, vier elementen, en de sterren. Cantimpré's werk werd later ook vertaald door Konrad von Megenberg: Das Buch der Natur (1349).
    Megenberg bespreekt de hemel wel, en geeft zelfs een eigen waarneming van de komeet van 1337, gezien te Parijs. Andere vermeldingen van deze 'comet of 1337': Ref. to historical cometsAncient comets in Italy,  Thorndike 1950.

Maerlant (en ook von Megenberg) meende dat De Natura Rerum van Albertus Magnus was, de 'doctor universalis'. Hij was het die het werk van Aristoteles weer bekend maakte, ondanks een verbod aan de universiteit van Parijs. Omstreeks 1220 had Michael Scotus voor keizer Frederik II een vertaling gemaakt, uit het Arabisch in het Latijn.
Albert de Grote had wel veel overgenomen van zijn leerling Thomas van Cantimpré, maar niet klakkeloos:

  • de linkerpoten van de das zijn niet korter
  • rotganzen groeien niet aan bomen, in gevangenschap leggen ze eieren
  • het hazelhoen wordt niet bevrucht door speeksel
  • een kaal ijsvogelvel krijgt geen nieuwe veren
  • een struisvogel lust geen ijzer, wel steentjes
Albert deed al aan natuurwetenschap: zelf waarnemen, en proeven doen. Maar Maerlant had het al moeilijk genoeg met vertalen.
Bij voorbeeld: hoe vind je zonder woordenboek de betekenis van al die Latijnse namen? Veel genoemde dieren en planten komen bij ons niet voor, en de dierenverzameling van Frederik II von Hohenstaufen had hij vast niet gezien. De keizer († 1250) komt als "wilen van Stoyfen Vrederike" voor in boek II bij de giraf. Zijn hof was op Sicilië, maar hij nam de dieren mee op reis in zijn Heilige Roomse Rijk, tot in Duitsland toe.
    Zie over hem ook PB, 133.
Van de 108 viervoeters in boek II zijn er 43 waaraan Maerlant een naam in onze taal kon geven (na verder zoeken kwam ik tot 57).


        Merkwaardige verhalen

"Niets is gemakkelijker, niets goedkoper dan een bloemlezing samen te stellen van naïeve denkbeelden, foutieve beweringen en onhoudbare beschouwingswijzen die er in voorkomen en zodoende de eerbiedwaardige auteurs over te leveren aan de hilariteit van een door gemis aan historische scholing laatdunkend geworden nageslacht" (Dijksterhuis, Mech. p. 110). Een kleine selectie: Wie dit soort verhalen nu nog gelooft zij gewaarschuwd: volg Maerlant's medische adviezen niet op! In 700 jaar hebben de natuurwetenschappen grote vorderingen gemaakt. Maar Middeleeuwse geneeswijzen worden nog steeds kritiekloos toegepast als 'alternatief', en het geloof in magische krachten van stenen is niet verdwenen.
    Tot in de zeventiende eeuw werden magie en wetenschap niet goed onderscheiden. Zie:
Lynn Thorndike, 'Mediaeval Magic and Science in the Seventeenth Century', in Speculum 28-4, 1953 (met gegevens over geloof in de zuigvis of remora, p. 694-5).


        Interessante waarnemingen

Anderzijds zijn er ook waarnemingen die later niet altijd geloofd werden, maar die juist bleken te zijn. De natuur is inderdaad merkwaardig:
  • de vos doet alsof hij dood is, om een vogel te vangen
  • wilgebloemensap is goed tegen koorts
  • een appelronde beril "doet doden colen vuur ontfaen", met water en zonlicht
  • met een iris in zonlicht maak je regenboog op de muur
  • een magneetsteen trekt ijzer aan, maar niet als er een zeilsteen bij is
  • amber (barnsteen, G: èlektron):
    "Men makene met wrivene warem so / So heft hi up caf ende stro"
    (ook de gagates en de lynx-steen doen dit)


        Natuurfilosofie

De Bijbel stond bovenaan als bron van kennis; wat de kerkvaders daarover gezegd hadden was samengevat in de 12e-eeuwse Glosse. Maar ook enkele principes van de klassieken beheersten het denken over de natuur:

Volgens Aristoteles zijn alle dingen opgebouwd uit vier elementen: aarde, water. lucht, en vuur.

Ze hebben de eigenschappen: vochtig/droog, koud/heet (en zwaar/licht).

warm
VUURLUCHT
droogvochtig
AARDEWATER
koud

Wij spreken wel van "hete" kruiden, maar Maerlant weet meer: hij noemt peper "in den vierden graet drooghe ende heet". Dit naar de onderverdeling van de eigenschappen in vier graden.

Volgens Galenus is er in ons lichaam een evenwicht tussen de vier lichaamsvochten (humores): slijm, gele gal, zwarte gal, rood bloed. Niet bij iedereen is dat evenwicht hetzelfde, er zijn verschillende temperamenten: flegmatisch, cholerisch, melancholisch, sanguinisch.
Ziekten ontstaan door verstoring van het evenwicht, en herstel is mogelijk met juist gemengde geneesmiddelen die een teveel van iets bestrijden met het tegendeel daarvan (de homeopathie zou het later juist met het gelijke doen). Herstel kan ook bevorderd worden door afvoer van vocht. Vandaar het geloof in de heilzame werking van aderlating in sommige gevallen.


        Over afbeeldingen

In de Middeleeuwse handschriften waren er wel fraaie illustraties, maar vrijwel geen afbeeldingen naar de natuur — een uitzondering is wel het Londense handschrift van de 'Bloeme' (in PB), zie bijvoorbeeld het paard. Enkele belangrijke data zijn:

6e eeuw: planten in Dioskorides, De Materia Medica
1250:  Frederik II, De Arte Venandi cum Avibus (over de kunst van jagen met vogels)
1475:  houtsneden van planten in de 1e druk van Megenberg's Buch der Natur
1485:  Bartholomaeus Anglicus, Van den proprieteyten der dinghen, met o.a. de olifant
          zie ook: BL, Harley 3244 (3e kwart 13e eeuw): elephant and dragon; 
          KB, drukkersmerken: olifant & kasteel;  vgl. een afb. uit 1480
1510:  Leonardo da Vinci, anatomische studies (niet in druk)
1515:  Albrecht Dürer, rinoceros , gebruikt in Gesner en Jonston
1543:  Andreas Vesalius, De Humani Corporis Fabrica (bouw van het menselijk lichaam)
1551 - 1587:  Conrad Gesner, Historia Animalium
1553:  Pierre Belon, Les observations ... pays estranges, b.v. kameleon
1599 - 1603:  Ulisse Aldrovandi, Ornithologia (vogelkunde) e. a.
1657 / 1660:  Jan Jonston, Theatrum Universale / Naeukeurige Beschrijvingh van de Natuur

Bij de tekst van Der Naturen Bloeme staan hier kleine afbeeldingen uit het 'Haagse' handschrift in de KB (van ca. 1350), en verwijzingen naar boeken en naar andere plekken op het internet. Fabeldieren die ook nog bij Jonston voorkwamen zijn te bewonderen bij de vertaalde stukjes.


        Leestips

Lezen op scherm:
  1. helderheid steeds bijregelen naar omgevingslicht
  2. lettertype en -grootte goed instellen (ook als een internet-pagina het anders wil: je kunt je browser-programma zo instellen dat jij de baas blijft)

Middelnederlands is lastig lezen, maar:
  • hardop lezen van een hele zin kan een onherkenbaar gespeld woord duidelijk maken:
    boem (boom), cruut (kruid), eist (is het), Endi (Indië), oec (ook), vrechede (vrek-heid)
  • oude Nederlandse woorden zijn niet geheel verdwenen:
    coppe (spinnekop), ghemene (algemeen), men waent (waan van de dag), wassen (aanwas, gewas)
  • Engelse, Franse, en Duitse woorden bieden hulp:
    geesten (F: gestes), lettel (E: little), pensen (F: penser), spade (D: spät), stonde (D: Stunde)
  • vertaalde stukken zijn te vinden in boeken (PB, IBO, FvO, IB)  [>]
Zie verder de woordenlijst.


De spelling van de brontekst is nogal aangepast. Zo is een h van plaats veranderd in:

"Ende someghe creaturen oren / Met gaten al sonder horen" (boek II, begin)
Nog enkele voorbeelden van het oude Vlaams uit de brontekst:
als wijd ore (zoals wij 't horen), delt (de helft), doghen (de ogen), etemenne (noemt men hem), hoest (oogst, augustus), huter erde (uit de aarde), onege (honing), oric (hoor ik), tanscijn (het aanschijn), torloghe (ten oorlog), tue (twee), wl (vol, of: wol), wwe (wouw), ydoghe (gedogen), yuanghe (gevangen)

Een oorspronkelijk handschrift lezen is wat moeilijker, maar wel te doen met de ontcijferde tekst ernaast. En dat brengt je nog veel dichter bij de 13e eeuw:


Maerlant, bestiaris, verhalen, waarnemingen, natuurfilosofie, afbeeldingen, leestips
        Der Naturen Bloeme