Chr. Huygens | < Oeuvres III >

1651-1654 , 1658-1659 , 1660 , 1664-1665


Vertaling van de

Briefwisseling met Gregorius van St. Vincent



Codices Hugeniani Online: HUG 45-255, 171.

[ 59 ]

No 737.

Gregorius van St. Vincent aan Christiaan Huygens.

2 april 1660.

Clarissime Domine.

  Men gelooft dat vooraf geziene werptuigen minder treffen; daarom, opdat ze minder treffen, ben ik genoodzaakt dit vriendelijk te schrijven aan een vriend. Ik zal erbij voegen de woorden die door mijn Gottignies uit Rome zijn gestuurd 1).

  Ziehier meneer de uitdaging tot een duel bij uw uitdaging.
  De basis die ongeloof wekt, ligt naar ik vermoed in datgene, wat in uw boek wordt gezegd, dat Saturnus door u is gezien volgens de ene figuur met een kijkerbuis van 12 voet lengte, en volgens een andere figuur terwijl u een tot 22 voet verlengde buis gebruikte. Men zegt namelijk dat alle kijkers dezelfde vorm moeten vertonen van het geziene object. Maar het zal voor u makkelijk zijn dit om te stoten.
Dit beschouwde ik als iets dat u, als het niet van elders bekend is geworden, veeleer zou doen opleven dan met droefheid vervullen. Zoals ik zie, de zaak zal behandeld worden: iemand met een nog betere kijker gaat het strijdperk betreden. En het geschil, dat een theorie van vrij groot belang inhoudt, zal uitkomen op het standpunt van de juiste gevolgtrekking.
Het ga u ondertussen goed en leef gedachtig aan

De uwe zoals u hem ken, uw beste vriend    
G. A. S. Vincentio.    
  Gent, 2 April 1660.


1)  Zie het Aanhangsel No. 738.



No 738.

G. F. de Gottignies aan Gregorius van St. Vincent.

1660.
Aanhangsel bij No. 737. 1)

  Vanaf de tijd dat ik mijn laatste brief voor uwe eerwaarde afgaf 2) heeft het boekje 3) van de heer Huygens langs verschillende handen gezworven, en het zwerft ook nu nog zonder eigenaar, en


1)  De kopie is van de hand van Gregorius van St. Vincent.
2)  In antwoord op de verzending van Systema Saturnium door Gregorius van St. Vincent (zie brief No. 680).
3Systema Saturnium, zie brief No. 640, noot 2.

[ 60 ]

het gaat rond onder een schare tegenstanders, zonder enige verdediger; ze wapenen zich door het uit het Latijn in het Italiaans te vertalen, om het te kunnen omstoten; ze maken kijkerbuizen, slijpen hun pennen, wat niet al? Ze zinnen erop de schrijver van dit werk, criticus van hun werken, een dag en plaats aan te zeggen waarop, na uitnodiging van een aantal van de uitnemendste wiskundigen, de kijkers vergeleken worden, en de zaak dieper wordt onderzocht, om een oordeel te vellen over de verschijnselen van Saturnus, zoals uitgegeven; op die voorwaarde, dat degene die uit het strijdperk stapt, overtuigd van zijn fout, de kosten betaalt.
Met deze voorwaarden heeft Eustachio Divini besloten de heer Huygens uit te dagen; en hij heeft al bijna een kijker gemaakt van 36 palm, dat is ongeveer 25 voet. De keuze van de plaats of de stad waar ze bijeenkomen zal hij aan de heer Huygens overlaten.



[ 62 ]

No 740.

Christiaan Huygens aan Gregorius van St. Vincent.

8 april 1660 (Concept).

8 April 1660.    

Gregorio à Sancto Vincentio.

    Reverende et Clarissime Vir.

  Dus vakmensen in Rome gaan tegen mij tekeer, en ze denken iemand in het nauw te brengen die van alles onwetend is en ook argeloos! Ik heb zeker niet weinig te danken aan de heer de Gottignies en aan u, die niet hebt geduld dat zulke grote kuiperijen mij onbekend zouden blijven. Mooie gevechten worden voorbereid, ik zie ze al voor me, en ik ben er wel zo weinig bang voor, dat mij niets aangenamers kan overkomen.
Wat echter die Eustachio Divini op mijn waarnemingen heeft aan te merken, weet ik niet, ik heb toch geschreven 1) dat de zijne het best van alle ermee overeenkomen, tenminste die welke hij heeft uitgegeven*) over Saturnus met de hengsels. Als hij echter op andere tijden in plaats van de armen van Saturnus twee bolletjes heeft gezien, zijn de telescopen die hij heeft gebruikt minder goed geweest, of klein. En ik geloof niet dat hij zo dwaas zal zijn, te beweren dat dezelfde vorm moet worden gezien, van welke grootte die ook zijn; aangezien de ondervinding zo duidelijk het tegengestelde leert. Want dat ik zelf juist hierbij oprecht heb gehandeld hebben anderen geoordeeld, toen ik liet blijken dat met kijkers van verschillende lengte verschillende gedaanten van Saturnus voor mij zichtbaar waren. Maar laat ze tegenwerpen wat er ook maar gezien is, ik meen dat we onze zaak gemakkelijk zullen handhaven bij onpartijdige beoordelaars.
Als zij met hun wapens naar Parijs willen gaan, zullen ze mij daar deze zomer vinden. De wapens zullen naar wat ik zie bijna gelijk zijn, kijkers van 25 voet, maar als de tegenstander de zijne goed heeft gemaakt, denk ik dat hij daarmee zichzelf zal ombrengen, voordat hij de strijd aangaat; zo niet, dan is er geen reden om er beducht voor te zijn.
Het ga u goed en geloof mij

De u zeer inachtnemende    
Chr. Hugenius de Z..    

divini: bol met ring er achter 1)  In Systema Saturnium, op p. 37.  [Ned.]
[ *)  E. Divini, 'Pleni-Lunium', 1649; zie bij 'Vormen van Saturnus', zie figuur.]



[ 72 ]

No 745.

Gregorius van St. Vincent aan Christiaan Huygens.

26 april 1660.

    Clarissime Domine.

  Ik ga door met u ter wille te zijn; dit heeft uw laatste brief namelijk ingegeven en ik voeg toe, wat ik uit Rome heb ontvangen van mijn Gottignies 1). Ik twijfel er niet aan dat deze aantekening u welkom zal zijn, zodat u zo spoedig mogelijk een exemplaar, door pater Riccioli uitgegeven, kunt aanschaffen uit Italië; als het niet al in uw handen is gekomen. Uw brief heb ik voorgelezen aan de heer Nonancourt 2), die opsprong, toen hij begreep, dat u deze zomer in Parijs zult zijn; hij heeft besloten daar tegen het eind van mei ook heen te gaan. Hij hoopt daar met verschillende ervaren wiskundigen kennis te maken en vriendschap te sluiten, tegelijk met u.
Ik eindig bij gebrek aan nog een ander onderwerp; en ik vraag dat u deze onderbreking goed opneemt, die begonnen is met als enig doel, te blijven tonen dat ik altijd hetzelfde gevoel ten opzichte van u zal houden als ik had.

De u zeer toegenegen    
G. A. S. Vincentio    
  Gent 26 Apr. 1669.


1)  Zie het Aanhangsel No. 746.     2)  Zie brief No. 149. [Ned.]


[ 73 ]

No 746.

G. F. de Gottignies aan Gregorius van St. Vincent.

[april 1660.]
Aanhangsel bij No. 745. 1)

  Pater Riccioli heeft iets in het licht gegeven 2) tegen het Systeem van Saturnus, door de heer Huygens uitgegeven, maar wat dat is heb ik nog niet kunnen zien; andere worden voorbereid, maar ze zien nog niet het licht.


1)  De kopie is van de hand van Gregorius van St. Vincent.
2)  We kennen geen geschrift van pater Riccioli tegen Huygens' Systema Saturnium.
[ Een ander werk van G. B. Riccioli dat in 1660 is uitgegeven (te Mainz): Prosodia reformata.
Vormen van Saturnus staan afgebeeld in Astronomia reformata (1665), p. 362-363, met op p. 365 een Appendix over Huygens' waarnemingen, en op p. 366-368 een gunstige bespreking van diens boek, met nog enige bedenkingen.]



[ 137 ]

No 786.

Gregorius van St. Vincent aan Christiaan Huygens.

10 oktober 1660.a)

10 Oct. 60.  

    Clarissime Domine.

  Uw boekje 1) is voorspoedig bij mij aangekomen, ik dank u ervoor; toen ik het zag was ik benieuwd en ik heb het meteen doorgelezen. Doch wat het geschrift van Eustachio bevat had ik eerder begrepen uit een brief van mijn Gottignies, die hij omstreeks begin augustus aan mij had gestuurd; wat de strekking ervan was voeg ik hierbij 2).

  Heel goed hebt u uw antwoord afgesloten [p. 20]:

Dat ik dit weinige heb geantwoord spijt me niet, omdat, al lijkt het erop dat ik terecht die vakman ongestraft had kunnen laten door te zwijgen, eenzelfde stilte misschien niet geschikt was ten opzichte van de ander [...]*), en velen kijken niet zozeer naar wát er is tegengeworpen, maar door wie.

  Ik betreur de wederwaardigheden van pater Fabri, een Fransman, dat hij zich met zo'n zaak heeft ingelaten; het is niet iets nieuws in de sterrenkunde dat een verschil van fasen op dezelfde tijd voorkomt in verschillende gebieden. Over die veelbesproken recente Eclips 3), enige jaren geleden, die Europa met schrik had vervuld, hebben we geleerd dat deze inderdaad totaal was, en de zonneschijf geheel verborg, in Perzië, van één van onze paters die vandaar is teruggekeerd; terwijl deze in onze delen van Europa niets buitengewoons liet zien dat verbazing kon wekken. Als voor mij in België een ander aanzicht van Saturnus te zien zou zijn dan voor Italianen te Rome, zou ik zeker oppassen het instrument van de telescoop de schuld te geven, het behoort met andere symbolisch tot de gewoon objecten.
Maar ik zou verondersteld hebben dat de afstand tussen de gebieden, of iets dergelijks, het verschil had kunnen veroorzaken. Wat mij bevalt is uw argument, waarmee u bekrachtigt dat de fase die betwist wordt, zowel door verschillende personen met een andere telescoop is gezien, als langzaam in een andere is overgegaan, wat de zaak in het bijzonder ondersteunt. Eenzelfde telescoop zal immers wat hij vandaag laat zien, ook op de volgende dag laten zien, tenzij in het object een verandering is voorgekomen.

  Ga door, ga verder door zoals u bent begonnen, en wees niet bang te worstelen, nu u hebt geleerd u te ontworstelen. Ik hoop, wanneer u via ons weer het vaderland opzoekt, mondeling meer met u te behandelen dan op afstand zwijgend per briefwisseling. Zoek niet de heer Nonancourt, vanuit Gent laat hij me u een groet sturen; en aan andere liefhebbers van de Meetkunde, met wie hij daar heeft kennis gemaakt. Als ik het boek van de heer Pascal*), dat ik met niet weinig


a)  Rcp [ontvangen] Hagae 18 Octobris 1660. [Huygens was op 12 oktober naar Parijs vertrokken.]
titelpagina Brevis Assertio 1Brevis assertio [Systematis Saturnii sui; Ned.]. Zie brief No. 782, n.3.
2)  Zie het Aanhangsel No. 787.
[ *)  Huygens zegt hier: "de andere tegenstander, van wie men zegt dat hij enige roem heeft; vooral daar het voor iedereen voldoende vaststaat dat door hem het meeste is verschaft". Even eerder (en al in het begin) werd de naam Fabri genoemd.]
3)  Deze zonsverduistering vond plaats op 12 augustus 1654. Zie brief No. 196.
[ Lettres de A. Dettonville, 1659.]

[ 138 ]

genoegen heb doorgelezen toen het me geleend was, via u zal kunnen verkrijgen, zal ik me verplicht voelen tot dankbare dienstvaardigheid.
Het ga u goed en leef, en denk eraan behouden naar ons terug te keren. Ik zal blij zijn u weer aanwezig te zien, die ik voor de meest bevrienden onder de vrienden heb gehouden, en diensten heb ik steeds in gedachte gehouden [animum conservavi]

Clarissimae Dominationis Tuae addictissimum
G.A.S. Vincentio.    
Gent, 10. Octobris 1660.



No 787.

G. F. de Gottignies aan Gregorius van St. Vincent.

[augustus 1660.]
Aanhangsel bij No. 786.

  Ik had een andere keer geschreven over wat Eustachio Divini hier overal verspreidde; bergen leken in barensnood te zijn, en tenslotte is een belachelijke muis geboren. Een klein boekje 1) namelijk, dat tenminste op dit punt belachelijk genoemd mag worden, dat het in het Latijn geschreven is en Eustachio de auteur ervan beweert te zijn, terwijl hij nog geen woord van de Latijnse taal begrijpt.


1Brevis annotatio [Ned.]. Zie brief No. 765, noot 1.




Zie ook T. I, T. II en T. V




Home | Christiaan Huygens | T. III | Gregorius van St. Vincent (top)