Chr. Huygens | < Oeuvres XIII > | Brontekst

Wiselius , spiegeltje , Campani , Maan , oculair , Coveri , satellieten , kromming


Aanhangsel VI

Dioptrica, Pars Tertia 'De Telescopiis et Microscopiis'

Kijkers   (1654 - 1692)

[ 598 ]

§ 1*).   1654.

Telescopen van Wiselius te Augsburg


    1.  16 voet lang, met 3 lenzen. Vast staat dat hij hetzelfde effect heeft als een gewone van 30 voet. Voor 110 ducaten.

    2.  Van 10 of 12 voet, met 7 glazen om de Zon te bekijken en ook aardse dingen. Voor 75 ducaten, als ik me niet vergis.

    3.  7 of 8 voet. Met 5 glazen; voor de sterren. Voor 70 goudstukken, als ik me niet vergis.

    4.  Van 4 of 5 voet, voor hetzelfde gebruik. Met 4 glazen. Voor 40 goudstukken, meen ik.



    Halve diameter van de schotel van de grote: 6 voet min 17/10 duim.

    Halve diameter van de kleine: 2 en 61/3/10 duim°).


    *)  Ontleend aan p. 93 - 95 van het 'boeckje'. Elders is er nog de volgende beschrijving uit 1666:

Verkijckertie van Wiselius, van 3 duijm. het voorglas aen wedersijden in een schoteltie van 31/2 duijm radius. het oogglas aen wedersijden op een bol van 61/2/10 van een duijm radius. distantie tusschen beijde glazen 21/2 duijm. opening 34/100 van een duijm.

    Het objectief, opening 0,34 duim, en het oculair waren dus symmetrische bolle lenzen, met kromtestralen 3,5 en 0,65 duim, op een afstand van 2,5 duim.

    [ Vgl. I, 308: instructies voor gebruik; en XIII, 676: microscoop van Wiesel. ]

    °)  Het is niet bekend over welke lenzen het hier gaat [de 'schotel' is gebruikt bij het slijpen].

[ 599 ]

lijnen, cirkels, handschrift

Keffelaers kijcker — 4 voet min 2 duijm.   openingh [2,2 cm]   Hol glas gelijck het mijne.

    Waarschijnlijk een kijker gemaakt door Wiselius maar in het bezit van Keffelaer.

Verkijcker van Wiselius, van 41/2 voet. van 7 stucken.

tusschen 't oogh en 't eerste glas [6,9 cm].   van het 1te tot het 2de [20,3 cm].
van 't 2de tot het 3de [19,6 cm].   van 't 3de tot het 4de [10,4 cm].

omnia planoconvexa [alle platbol].   voorste openingh [2,1 cm].
foci distantia lentis magnae 21/3 ped.   utrinque convexa aequaliter.
[brandpuntsafstand van de grote lens .... aan weerszijden even bol.]

foci distantia van't 1te  [10,1 cm].     foci dist.a van't 2de  [13,3 cm].
foci distantia van 't 3de [15,5 cm].   foci dist.a van t vierde [10,4 cm].

[ 600 ]

§ 2.   1655.

Instructie voor het gebruik van kijkers met een spiegeltje*).


    Om objecten te zien die dichtbij zijn moet men de kijker verlengen.


    Als de kijker uitgetrokken is tot aan de cirkels die op het blanke ijzer zijn aangegeven, is hij geschikt om objecten in de verte te zien, maar om scherp te zien wat op maar honderd passen afstand is, of minder, moet men hem verkorten [verlengen] met een vingerlengte, of meer naar gelang ze dichterbij zijn.

    Om te kijken naar de Maan en naar de planeten moet men het spiegeltje wegnemen, en kijken door de kijker heen, zoals men zich bedient van gewone kijkers. Maar vooraf zal het goed zijn het glas dichter bij het oog te brengen dat aan die kant is, ongeveer een strobreedte. De Maan vereist ook dat de kijker iets langer is dan voor de andere planeten en de sterren, wegens de helderheid ervan.


oog bij spiegeltje in telescoop *)  [ 264 ]  Huygens heeft lange tijd veel belang gehecht aan kijkers met een spiegeltje [die een rechtopstaand beeld geven, met links en rechts verwisseld].

[ 267 ]  Twee figuurtjes met het oculair-gedeelte van zo'n kijker, uit 1659 en 1662.

... een spiegel ... met een elliptische vorm, en de lengte van een duim, van gegoten metaal en nauwkeurig gepolijst


telescoop, 4 lenzen


§ 3°).   1666.

    AB is hier wat groter dan de brandpuntsafstand.
    f  is gemeenschappelijk brandpunt van lens O en A.
    De afstanden AC en CD zijn gelijk en elk tweemaal Af.
    De bolle lenzen A, C en D zijn gelijk.
    DE = Af.


°)  [...] Het lenzenstelsel is identiek met dat van Campani, beschreven in de volgende paragraaf en in voorstel V op p. 469-473. De eerste figuur rechts toont hoe het gezichtsveld slechts afhankelijk is van de opening van lens A; zie de laatste alinea van p. 471.

[ Een opmerking over twee oculairlenzen en een spiegel staat in Voyages de Monconys (1666), II, 145.]


[ 601-602 ]

telescoop, 3 lenzen
§ 4.   1668.

Telescoop van Jos. Campani, 3 voet, 3 duim.


    A wijdte van het gat bij het oog.
    AB vanaf het begin van de buis tot aan de eerste oculairlens.
    C plaats en wijdte van het gat zonder lens.
    D tweede lens.
    E derde lens, wat kleiner dan de andere twee.
    De 3 lenzen B, D en E hebben geheel gelijke brandpunts­afstanden van 1 en 10/12 duim (van een Rijnlandse voet).
    Het objectief heeft een brandpuntsafstand van 2 voet 5 duim.
    De opstelling ervan is zo dat zijn brandpunt valt in F.
    Het deel GGG gaat in buis HH, en draagt lens B, met een houten schroef K als houder. En het deel G zelf heeft schroef L als houder.

    Buis M komt van de andere kant in buis H, en draagt aan de ene kant lens D, vastgezet door een schroef N van buxushout. Aan de andere kant krijgt hij de buis O ingestoken, die lens E draagt, vastgezet met schroef P.
    QQ is de afdekking die er opgezet wordt om hem stofvrij te houden.

cirkel


    Openingsdiameter van het objectief, 72/100 duim.


    [ Cf. brief van 11 mei 1668 aan broer Constantijn, VI, 213-4.]


§ 5.   1673.

Grootte van objecten op de Maan
zichtbaar met een kijker van 60 voet.


    Van 60 voet, opening van 6 duim 8 lijn: 240 maal.

    Maakt 60 voet, opening van 4 voet: 200 maal, met een oculair van 3 3/5 duim. Laat de diameter van de Maan zien met een hoek van 100 graden, aangezien die 1/2 graad is. Dat wil zeggen 500 Duitse mijlen met een hoek van 100 graden, of 5 mijlen met 1 graad, of 1 mijl met 12 min.

    1 graad is het 1/57 deel van zijn afstand tot het oog; dus op een afstand van 57 duim, dat is bijna 5 voet, zal men een rondje van een duim diameter hetzelfde zien als een vlek op de Maan die 5 mijl diameter heeft. En 2 2/5 lijn [0,5 mm], op deze zelfde afstand van 5 voet, als iets op de Maan met een uitgestrektheid van 1 mijl [7,4 km]. En iets van 1/2 mijl, zoiets als de stad Parijs, als 11/5 lijn op een afstand van 5 voet.

1800
30

  mijlen is de diameter van de Aarde
54000
3000
  mijlen naar de Maan.         3000 roeden.

162000000

[ ... ]


[ 607 ]

§ 7.   1683.

Oculair van een kijker van Huygens
dat zich bevindt in het Observatorium van Leiden.
*)


oculair, 3 lenzen


    De kijker heeft een objectief waarop Huygens met een diamant zijn karakteristieke handtekening schreef op de ene kant
Chr. Hugenius f.     [fecit - heeft gemaakt] en op de andere [12 voet beste]:    Ped. 12 Opt.

De buis van blank ijzer is samengesteld uit 5 stukken die in elkaar schuiven, afgezien van het 'aardse' oculair met drie lenzen, opgesteld zoals aangegeven in Voorstel V, p. 469.

    De figuur hierboven laat in detail de opstelling van dit oculair zien, hetzelfde naar ons lijkt als het in brieven van maart en april 1683 genoemde, zie p. 411 ... 420 van T. VIII.

    Men onderscheidt in de figuur de buis A met een lengte van 400 mm, waarin zich aan de kant van het objectief een buis B bevindt met twee dubbelbolle lenzen C en D, 38 en 40 mm in diameter, met brandpuntsafstanden van 104 en 106 mm, en aan de kant van het oog een buis E met de dubbelbolle lens F, diameter 38 mm en brandpuntsafstand 77 mm. [...]

    [ CD = 212 mm (max.),  fC + fD = 210 mm;   DF = 187 mm (max.),  fD + fF = 183 mm. ]

    Door de buis B te verwijderen kan men een astronomische kijker verkrijgen met een enkele oculairlens, die dezelfde vergroting geeft.

    [...]   F. Kaiser, 'Iets over de kijkers van de gebroeders Christiaan en Constantyn Huygens', in de "Verslagen en Mededeelingen van het Koninklijk Nederlandsch Instituut" van het jaar 1846.


    [ *)  Museum Boerhaave, id. V09196.]
    [ Peter Louwman, 'Christiaan Huygens and his telescopes', in Proceedings of the International Conference TITAN, ESA 2004.]

[ 608 ]

§ 8.   1683.

Over een kijker van Coveri.*)


cirkel     25 maart   Gezien een kijker van 6 voet 10 duim, van Stefano Coveri te Livorno met 4 glazen. De opening van het objectief was deze, te weten van een duim en 1/2 lijn. De brandpuntsafstanden van de oculairlenzen vanaf het midden van het glas: 2 duim 4/10. De opening van het diafragma: 101/2 lijn. De grootte van de oculairlenzen bijna de helft van hun brandpuntsafstand.

cirkel, lijnen


*)  Zie p. 415 en 420 van T. VIII ...

[ 609 ]

§ 9.   1684.

Manier om de satellieten van Saturnus waar te nemen
en andere kleine sterretjes.


    Om de begeleiders van Saturnus en andere heel kleine sterretjes te bekijken zou de opening van de telescoop veel wijder genomen kunnen worden dan de gewone, want omdat deze sterretjes maar als punten verschijnen is er geen voordeel in het vergroten van hun diameters met de telescoop, maar het is nodig dat ze met zoveel licht schijnen als ze kunnen.
Laat daarom de opening vergroot worden, wel tot het dubbele van de gewone breedte, en tegelijk een oculairlens genomen worden met een dubbele brandpuntsafstand. Zo zal het gebeuren dat deze sterretjes viermaal helderder verschijnen, en toch even scherp of welbegrensd. Inderdaad zullen ze tweemaal minder vergroot worden, maar dit doet er hier niets toe.
Op deze manier zouden we met een vergrote opening in een telescoop van 30 voet, even goed naar de Saturnus-satellieten kunnen kijken als nu met een 120 voet lange, omdat bij een viervoudige lengte maar een tweemaal zo grote openingsdiameter toegepast wordt [<]. Waaruit blijkt dat deze dan in een telescoop van 30 voet dezelfde zal zijn als anders past bij één van 120 voet. [<].


[ 610 ]

2 telescopen     Laat CF en cf gelijke brandpunstafstanden zijn. De openingen AC en ac ongelijk.

    Daar de afwijkingen [<] van de uiterste stralen FQ en fq zich tot elkaar verhouden als de halve openingsdiameters AC en ac, want BF en bf zijn gelijk (zoals blijkt uit hetgene dat op de volgende pagina gezegd wordt [621]), en daar verder zoals FQ tot fq zo FD tot fd (of FP tot fp) moet zijn, opdat de hoeken FDQ en fdq gelijk worden — waaruit een even volmaakte begrenzing volgt — daarom moet zoals AC tot ac is, zo ook FP tot fp zijn, en deze zijn de brandpuntsafstanden van de oculairlenzen [<].

    Dus moeten lenzen gemaakt worden van 20 of 30 voet, maar zo wijd dat ze openingen kunnen hebben van 4 9/10 en 6 duim. Kortere telescopen zijn immers handiger voor het gebruik.

    Om de helderheid van Saturnus niet nadelig te laten zijn, kan men een papieren staafje over het midden van de oculairlens plaatsen, of liever in het brandpunt van de grote lens, om Saturnus zelf te bedekken, zolang de satellieten gezocht worden.



    Alles wat zal verschijnen zou zestienmaal helderder gezien kunnen worden [<], omdat de beelden achterin het oog op een viermaal kleinere ruimte samengedrongen worden, en dit zal zo zijn, behalve bij de begeleiders van de planeten en de vaste sterren omdat — daar de beelden ervan in het oog maar als punten zijn als ze met elk van beide telescopen gezien worden — er uitsluitend op gelet moet worden hoeveel licht verzameld wordt om deze punten te verlichten. Want hoe meer er verzameld wordt, des te beter worden dergelijke sterretjes onderscheiden, en het doet er bijna niet toe wat voor oculairlens er is.

[ ... ]


[ 617 ]

gekromd vierkant in cirkel, lijnen
§ 14.   1692.

[...]

Oorzaak van de kromming.

    Gedeelten van het object die dichtbij de as zijn worden minder vergroot dan die er verder vanaf zijn; dat komt door de afwijking van de lenzen.

    CA wordt vergroot met 1/18 deel, zodat A in R is.

    CP wordt vergroot met 1/36 deel, zodat P in Q is.

    Dus wordt AP gekromd tot RQ.




Home | Huygens | XIII | Over telescopen, Aanhangsel VI (top) | App. X