Beeckman | Journaal > | Woordenlijst

Copernicus , praktisch , zwaartepunt , kaarsen , zonnewijzer , waterput


Isack Beeckman - 1604 .. '12

C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634

Tome I: 1604 - 1619



Loci communes

[ Latijn , vertaling ]

[ 1 ]     [ 1604 - 1608 of 1610 ]

Argument voor Copernicus

Epicycli planetarum per motum Terrae pereuntes eum probant.

    Naerdien dat door de stellinghe eens roerenden eertcloots alle de inronden der dwaelders wechgenomen werden ende sonder missen so groot te syn gerekent moghen worden als den eertclootwech, ecce argumentum pro Copernico.
Stevyn, 13e voorstel Van den roerenden eertcloot.

[ 2 ]     [ 1608 of 1610 ]

Vreemde talen in de Kerk

Linguarum in Ecclesia non intellectarum usus.

    Cal. aux Cor. 14, 5: "Quelle sottise seroit-ce de prononcer une mesme chose en plusieurs langages sans necessité quelconque? Mais il peut souvent advenir qu'il y aura bonne occasion d'user de langue estrange".*)

    Welck occasie ick misschien t'Amsterdam gesien hebbe, als den predicant op my begeerde, dat ick int latyn soude propheteren in de kercke, naerdien dat ick het Engels wel verstondt, maer niet spreken en konde; ende hy beloofde dat het volck int Engels te segghen.°)
— Vide vers 13.


    *)  Commentaire de  M. Iean Calvin sur la premiere Epistre aux Corinthiens (1547).  [^]
[ "Wat een zotheid zou het niet zijn een zelfde zaak in verschillende talen te zeggen zonder enige noodzaak? Maar het kan vaak voorkomen dat er een goede gelegenheid is een vreemde taal te gebruiken".]

    °)  Mogelijk bij de Engelse gemeenschap van 'Brownisten'. Hun leider Henry Ainsworth gaf in 1608 les in Hebreeuws aan Isaac en Jacob Beeckman [>]. Twee jaar later was onze auteur ook in Amsterdam: "Anno 1610, den 23 Febr., wast mede sulcken hooghen vloet, dat ick t'Amsterdam over sommighe straten gevaren hebbe ....".
[ Lat. ]

[ 3 ]     [ 1608 of 1610 ] - 18 juli 1612

Praktisch

Practica.

    Men en moet onses vriendts dienst niet bedroeven en laet niet blycken, dat synen dienst u niet veel en helpt. — Laet u van uwen vrient somtyts helpen, al en ist niet van noode, want dat sal hem verblyden, ende sal hem een stouter ende vaster vriendt maken.
[ 4 ]
    Die meest verdraghen moeten, synder van naturen best toe bequaem; want die cleyn verstandt hebben, lyden om haer onverstandtswille veel spot en smaet, en worden van naturen niet licht gestoort.

    Int jocken [schertsen] voecht u altyt by de cranckste partye, so sult ghy den stryt gelyck maken ende d'een partye en sal niet beschaemt blyven.   [>]

[ Lat. v ]

Zwaartepunt

Swaerheyts middelpunt.
[ Afb. Zeeuwse bibliotheek ]    
balk op 2 steunpunten

    Het swaerheyts punt van het block prtvq synde t,*) so en volcht nochtans daeruyt niet, dat tp en tq even swaer syn, want rt en vq soveel verlichtende als pr en tv verswarende, so soude t noch het swaerheyts middelpunt blyvende, tgewichte op r verswaren ende op v verlichten ende de reden tusschen vt ende tr deselve blyven, twelck onmoghelick is.
    *)  Tekening vergelijkbaar met Simon Stevin, Weeghconst, 35.
[ 5 ]

Sinus

Stevyn, Lib. 2. prop. 6 van de Deursichtige explicatus.

cirkeldeel, lijnen     Stevyn aent 6 voorstel syns 2 Boeckx Van de Doorsichtighe.

    Ick segghe, dat sinus angulorum, dat is de hoeckmaten, van ckg en ceg sunt reciproce proportionales cruribus kc et ce.
[... omgekeerd evenredig zijn met de benen kc en ce.]

    Want doort 5e voorstel der platte dryhoecken ut ck ad cgk, sic cg ad ckg; et ut ce ad cge, sic cg ad ceg. Cum autem cgk et cge sint aequales et cg et cg idem, ergo planum ex ck et ckg aequale est plano ex ce et ceg, ergo reciproce ut ck ad ce, sic ceg ad ckg. Cum enim planum ex cgk et cg aequale sit plano ex ck et ckg et quoque planum ex cge et cg aequale sit plano ex ce et ceg et cum planum ex cgk et cg et planum ex cge et cg aequalia sint, palam est propositum.
[ ... zoals ck tot [hoek] cgk, zo cg tot [hoek] ckg, ... Daar nu cgk en cge gelijk zijn ... is dus de oppervlakte uit ck en ckg gelijk aan die uit ce en ceg [?], ... is het voorgestelde duidelijk.]


Afgeknotte pyramide

Pyramis, gecort synde, gemeten.

omgekeerde piramide     Daer is eenen back van efghiklm, waervan de hoochde ac 1841/2 deelkens, ende de hoochde bc doet 165 deelkens. Den back houdt in 554 lb gewicht ende het deel nfghipqo houdt 483 lb. De vraghe is, hoe hooghe dat cd is.

    Ick neme voor cd  1 x, so doet dan ad 1841/2 + 1 x, a cujus cubo si auferas cubum 1 x, id est cd, remanet gnomo ac . d. Eodem modo notus tibi fiet gnomo bc . d.


Huidige notatie:     ( x + 1841/2 )3 - x3
en   ( x + 165 )3 - x3

[ De tekening is niet correct.]

[ 6 ]
Ergo
berekening

    a, b, c)  Fouten. De Waard: enkele rekenfouten ter attentie van de lezer. [ Deze vond:  cd = 704, ipv 4239.]
     1)  Beeckman gebruikt 'cos'-tekens van Stifel en Clavius. Er staat:
{ 5531/2 x2 + 1021203/4 x + 62804261/8 } : 554  =  { 495 x2 + 37125 x + 2041875 } : 483


Eb en vloed

Ebbenvloedt hoe sy in een tobbe toegaet.

    Stevyn, Van den Ebbenvloet opt 3e voorstel. — Ten schyndt niet, dat de mane het water also omhooghe treckt, dat het van onder ledich soude syn, maer dat sy dat van beyde syden op eenen hoop treckt, welcke optreckinghe men in een vadt water oogenschynlick niet sien en kan, want het oppervlac vant water int vat is evenwydich met het water in de haven daert staet, sodat men niet mercken en kan dat het water aen de kanten leegher is dan in het midden vant vat.
Want waer het vat so groot als half de weerelt ende de mane recht over het midden, dan en soude het water in de midden maer soveel hoogher syn als aen de kanten, gelyck het hooghwater van het leechwater verscheelt.   [>]


Donkere kamer

Specierum in obscura camera erectio.

    So ghy voor een cleen gaetken, daer Ramus van spreeckt Lib. I Optices, propositione 19, een brantgelas houdt, soverre daervan dat het punt, daer de stralen in vergaderen, het gaetken noch niet en raeckt, ich mejne, dat teghenover het gaetken op den muer de schaduwen van de dynghen, die tusschen het licht ende het gelas staen, recht sullen schynen.


Praktisch

Practicum.

    So ghy voor de jonckheyt yet oneerlickx bedryft, denckt niet of ghy en sult u leven lanck daerom van haer missien werden.   [<,>]

[ 7 ]

Kaarsen en pitten

Candelarum incrementa ratione ellychnii etc.

    Fibrae candelarum si mergantur in saebum, tantum bibent liquoris ut maneant in eadem proportione cum fibris, quia etiam interiora fibrarum madefiunt. Si vero jam madefactae candelae ejusdem longitudinis et diversi ponderis mergantur eodem modo per omnia, saebum, quod adhaeret, est tantum in duplicata ratione diametrorum: augentur enim diametri aequali incremento. Ex pondere ergo candelarum elicitur ratio diametrorum.

    [ Als kaarsvezels in kaarsvet ondergedompeld worden nemen ze zoveel vloeistof op dat ze in dezelfde verhouding blijven met de vezels, omdat ook het inwendige van de vezels vochtig wordt. Wanneer evenwel al bevochtigde kaarsen van dezelfde lengte en verschillend gewicht op dezelfde wijze geheel ondergedompeld worden, is het kaarsvet, dat er aan kleeft, zoveel als in verdubbelde verhouding der diameters: want de diameters nemen gelijkmatig toe. Uit het gewicht van kaarsen is dus de verhouding van de diameters te bepalen.]

Brandtijd

Candelae variae quamdiu ardent.

    De eerste columne beteeckent
hoeveel drayken in elck lemente
waren.

    De tweede hoe groot de keersen
waren doen ick se ontstack.

    De derde hoeveel dat elcke le-
mente woech, eer se afgesopt waren.

    De vierde hoeveel uren en mi-
nuten dat elcke keerse brande.

8-
8-
8-
8-
4-
4-
4-
4-
2-
1-
1-
1-
21-
8-
3-
2-
1-
1-
    50- 06-
11- 21-
46- 28-
59- 16-
40- 00-
 9- 18-
47- 26-
10- 24-
25-  6-
23-  0-
 5-  7-
21-  6-
63-  0-
73-  0-
36- 10-
49- 16-
42- 16-
22- 16-
    23-
23-
16-
31-
111/2-
111/2-
151/2-
151/2-
 4-
 3-
 3-
 2-
28-
33-
 4-
 9-
 4-
 11/3-
    7 - 30
2 - 30
8 - 00
7 - 24
8 - 30
2 - 24
8 - 00
2 - 30
7 - 30
7 - 20
2 - 15
7 - 24
8 - 15
8 - 30
11 - 15
9 - 08
10 - 15
5 - 23
    Het gewichte
syn Engelsen
en asen.

De lenghde
was gelyck
van onse
nachtkeersen.


Lengte

Candelarum longitudo.

    De mate, die ick allom gebruycke, is die op den kant*), waervan ab  50 deelkens doet. Van sulcke deelkens is de lenghde van de keersen, weghende Middelburchs gewicht, het pont
van twelven
van thienen
van achten
van sessen
van vieren
nachtkeersen ende van dryen    
-262
-284
-3061/2
-329
-373
-417
accolade     dobbel gemeten°) met
neuskens met al.
    Quos numeros si medies, habebis justam longitudinem candelarum; ex hoc mediatio si auferas 15 partes, nasum restabit quantum saebo obducitur.
[ Als je deze getallen halveert krijg je de juiste lengte van de kaarsen; als je van dit gehalveerde 15 delen aftrekt (het 'neusken'), zal overblijven hoeveel er met kaarsvet bedekt wordt.]
Maer om het gedraejswille so gebeurt het, dat de lementen, daer acht draykens in syn en weghen -59-16 ende lanck syn 417 deelkens, maer aen roet lanck syn 186 deelkens.

    Ses kleynkens Middelburchs ende Zyriczees gewicht weghen seven Engelschen goudtgewicht, twelck allom even groot is, so men seght, twelck ick oock allom int weghen gebruycke.


    [ *)  De Waard, Journal, in de kantlijn: ab is ± 9 cm. Een 'deelken' zal een twaalfde duim zijn.
Zie: Huygens Web - 'Maten, gewichten, tijd en geld in de 17de eeuw'.]
    [ °)  Zie de Kaarsemaaker-prent van Jan en Kasper Luiken (1694): twee kaarsen per 'lement'.]
[ 8 ]

Gewicht van pit

Candelarum ellychnij pondus.

    De lementen, soveel alser aen een spit geschoven worden, syn:
van twelven    
van thienen
van achten
van sessen
van vieren
-25 en weghen -5- 1
-24 en weghen -6-16
-23 en weghen -7-29
-21 en weghen -9-24
-19 en weghen -14-13    
aes.
aesen.
aesen.
asen.
asen.
[ Lat. ]

[ 10 ]     18 juli 1612

Luidklok

Campana Rothomagensis.

    De grootste clocke van Roanen weecht 70.000 pont ende heet Joris d'Amboise.
    [ Naar George d'Amboise (1460-1510). In 1655 schrijft Lodewijk Huygens in zijn journaal (>): 11 000 pond.  In het Journal des Sçavans, 1687, p. 19: 36 000 — zonder gewichtseenheid: "Elle fut fonduë le 2 d'Août 1501 & fut trouvé peser trente-six mille"; met 'livres' in Expilly, Dictionnaire ... (1770) VI, p. 409 en daar ook de opschriften, met 'poise' rijmend op Amboise, naar 'poids' - gewicht.
A. Hugo, France pittoresque (1835) 3, 141: in 1793 werd de klok omgesmolten in kanonnen en penningen.]  [^]
Genoemd in Madam Bovary van Flaubert. [^] 
[ Lat. ]

[ 12 ]     18 juli - [nov.] 1612

Canon

Canon musicus.

muzieknoten

    Dit wort al met dryen ront gesonghen.

[ Lat. ]

[ 14 ]

Draagbare zonnewijzer

Horas indagare per annulum.

2 cirkels, met jan. feb. ... en 1, 2, 3...     Laet dc so lanc maer syn als ba ende maect een koperen rynck so breet als bd. Ende ef sy een spleete ende daerover een koperen halfrondeken, dat drayen kan met een gatken daerin, welk gaetken moet op de maent komen, daer ghy in syt. Ende houdt den rynck, dat het gaetken in den rynck aen dander syde schynt, die wyst u de uren. ba moet perpendiculariter hanghen.
    Vgl. p. 10 (Latijn).
    Hier op deze wijze:    
2 overlappende cirkeltjes


Water putten

Chordâ multo minore quam est puteus, aquam haurire.

losse katrol in waterput     Jan oom*) seyde, dat hy een kunste wist, die schier niemant meer en wiste ende was, dat hy eenen eemer waters op konde halen met half soveel touwe op te trecken als den put diep was ende en wilde dat my niet leeren.

    Ego vero quaesitum excogans, hoc theorema condidi:
    Omnia instrumenta, quae motum facilitando, tempus motûs producunt, eadem e contrario possunt motum, gravando tempus motûs, minuere, si subjectum loces ubi erat vis, et vim ubi subjectum, ut patet in figura.


    [ Ik heb echter, de kwestie doordenkend, deze stelregel opgesteld:
    Alle werktuigen, die, een beweging vergemakkelijkend, de bewegingstijd verlengen, dezelfde kunnen daarentegen, de beweging verzwarend, de bewegingstijd verminderen, als je het voorwerp plaatst waar de kracht was, en de kracht waar het voorwerp was, zoals blijkt in de figuur  (d vast aan de muur).]
  [>]


    *)  Jan Pietersz van Rhee, geboren ca. 1570 in Engeland, broer van B.'s moeder, was kaarsenmaker en oliefabrikant te Middelburg. Hij (her)trouwde op 21 okt. 1612, en B. kan toen in deze stad geweest zijn. [In deel IV, p. 35-37: octrooi voor "konsten ende inventien", 1616.]
    [ Vgl de figuur in M. Bettini, Apiaria universae philosophiae mathematicae (1645) Ap. IV, Progymn. II, p. 40; erbij een verwijzing naar Gabriel Arator bij Cardanus, De rerum varietate, lib. 12, cap. 58, p. 556-7. Engl. 1661 (Wecker/Read).]
[ Lat. ]

[ 15 ]     [ nov. 1612 ]

Bloedneus

    Een half roomerken webreewater en een lepelken serope van munte onderene geroert ende gedronken, stelpt het bloyen uyt den neuse. Ofte bint de twee middelste vyngers te gare. — Avunculi uxoris experimento. [ Uit ervaring van ooms echtgenote.]


Blussen

    Een handtvol soudts int vier geworpen alst laeyt, blust den lay ende de vlamme gaet uyt. Vidi. [ Ik heb het gezien.]
    Na deze notitie volgt (op fol. 6) het weerkundige Journael vant jaer 1612 (30 nov. - 6 maart 1613), met o. a.:
"Den 12en (jan.) W.S.W. geweld.; den heelen dach met buyen reghen. Ten 71/2 tsavons was het water te Zyricsee verveerlick hooghe".   [>]
[ Meer gegevens in: J. Buisman, Duizend jaar weer, wind en water in de Lage Landen, 4 (Franeker 2000).]


Lijm

Lym te maken.

    Het lym wort gemaeckt van schaepsvellen, dermen of senuen, met water sterck gesoden, heel, ongekapt. Ende indien men daer veel waters in laet, so wort het sochter ende is goet om in witsel te doen en dan en sal het witsel niet afschieten. — Mr Edderenton*).
    *)  John Edrington, Engelsman, kreeg op 21 dec. 1611 octrooi "om van cleye te maecken buysen, pypen ofte goten ... verciersels van gevels, cantillen, lysten, kazynen, dorpels ..., schinckels omme schoorsteenen te vercieren, wit grauw ofte arduyne ...". [ Ook genoemd in volgende notitie.]

[ Lat. ]



Isack Beeckman | Journaal - 1604 .. '12 (top) | vervolg