Home

Isack Beeckman

(1588 - 1637)

"van wonder tot gheen wonder"

Kaarsenmaker, buizenlegger, leraar en rector, maar ook levenslang student en vragensteller ("hoe kompt?"). Op het gebied van de natuurkunde had hij vernieuwende ideeën over beweging ("dat eens roert, roert altyt, soot niet belet en wort"), luchtdruk (i.p.v. 'fuga vacui'), en kleinste deeltjes.  1

Journal

Beeckman heeft niets gepubliceerd; hij werd nog geen vijftig, en kon zijn werk niet afronden. Een manuscript met zijn aantekeningen bleef bewaard, en is met zeer veel zorg uitgegeven door C. de Waard.  2

  1. 1604 - 1619: in Zeeland
    1604/12 ,  1613 ,  1614 ,  1615 ,  1616 ,  1617 ,  1618 ,  1619
    Latijn   .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

  2. 1619 - 1627: in Utrecht en Rotterdam
    1619 ,  1620 ,  1621 ,  1622 ,  1623 ,  1624 ,  1625 ,  1626 ,  1627
    Lat.   . . . . . .. .. .. .. .. .. .. ..
    Collegium Mechanicum: geluid, beweging, molens, huizen, rivier, rook

  3. 1627 - 1634: in Dordrecht
    1627 ,  1628 ,  1629 ,  1630 ,  1631 ,  1632 ,  1633 ,  1634 ,  1635
    Lat.   .. .. .. .. .. .. .. .. .. ..

  4. Supplement, o.a.
    Auteurs voor studie in de wiskundige vakken, volgens Rudolph Snellius
    Promotie: rede, stellingen (v);   Lectio: openbare les in Dordrecht (v)
    Index
Appendices, o.a. uittreksels uit Stevins geschriften



Catalogus Librorum  1: boeken-veilingcatalogus (1637), met een
alfabetische lijst van auteurs over natuurwetenschappen.

Vertaling van enkele notities uit het Latijn.
Vertaling van brieven aan Mersenne.

Overzicht van bestanden (Site Map).




Curriculum vitae

1588, 10 dec.  geboren te Middelburg (vader: kaarsenmaker en buizenlegger)
1607-1610 studie te Leiden (letterkunde, filosofie, zelfstudie wiskunde)
1611 -1616 kaarsenmaker 3 en buizenlegger te Zierikzee
1612, jun.-nov.   op reis, o. a. naar de protestantse academie te Saumur
1616, mei verhuizing naar Middelburg (broer Jacob was nu rector in Veere)
1618, 6 sept. promotie in de geneeskunde te Caen (De febre tertiana)
1619, nov.   benoeming tot conrector van de Latijnse school te Utrecht
1620, 20 apr. huwelijk, met Catelyne de Cerf, "oudt 191/2 jaer" (vader: wagenmaker)
1620,  dec. verhuizing naar Rotterdam (deelt in Jacobs rectorsalaris)
1624, nov. benoeming tot conrector te Rotterdam (al eerder gaf hij er lessen)
1627, mei benoeming tot rector te Dordrecht (de school werd 'illuster')
1637, 19 mei  overleden te Dordrecht    4

In 1613 wilde Beeckman predikant worden. In 1626 schreef hij:
In de philosophie moetmen altyt procederen van wonder tot gheen wonder, dat is te segghen, men moet so langhe ondersoecken totdat hetgene ons vrempt dunket, ons niet meer vrempt en schyndt; maer in de theologie moet men procederen van gheen wonder tot wonder
Het eerste lag hem kennelijk beter dan het tweede, en de geneeskundestudie was toen misschien wel de beste opleiding daarvoor. In het Journaal kunnen we — beter dan in een afgerond product — het proces van nabij meemaken. In 1618:
... God beschict beyde: hetgeen dat wy weten, en hetgeene dat wy niet en weten. Maar hetgeene wy door neersticheyt ondervonden hebben en seecker weeten, daer laet hy geern ons den autheur van genoempt worden; maer hetgeene, dat wy noch niet seecker ende sonder foute doen en connen, daer wilt hy noch den beschicker van genoempt worden, tot dat wyt oock eens seecker comen te weten.

Geen wonder

Al heeft hij niets gepubliceerd, Beeckman heeft ongetwijfeld een bijdrage geleverd aan de ontwondering van de wereld, misschien juist doordat hij een groot talent had voor het zich verwonderen over verschijnselen die voor anderen geen wonder zijn. Zoals hij zegt (I, 121):
daer gebeuren wel meer sodanige dingen, daer men niet over verwondert is, omdat se so ordinaris syn. Ist niet vremt, dat men handen, voeten ende leden roeren kan, als men wil, deur gedachten?
Aan het strand, kort na zijn huwelijk (1620), als hij zandribbels vergelijkt met watergolven:
hoe kompt, dat het water geroert wert, dewyle de wint op elck deelken des waters even styf schyndt te dringhen?
Het woord 'atomen' wordt voor het eerst gebruikt bij de vraag (I, 117):
Waerom loopt het bier uyt de krane als men den tap daeruyt treckt? Om dieswylle, dat het water vergaert is ex atomis [...]
Verklaringen met deeltjes geeft Beeckman op allerlei gebieden: golven en getijden, warmte en magnetisme, druk en zwaarte (de Aarde trekt met 'cleyne hurtkens', doordat deeltjes omlaag stromen), geluid en licht, dode en levende materie.


Vragen geven stof tot nadenken. Bij het werken aan waterleidingen (I, 44):

Men soude moghen vraghen, alsmen door een buysken lanckx den sichteynder water speut, oft als men syn water maeckt, of als men een loot uyt een roer schiet, hoe het al vlieghende valt, dat is wat linie dat den cloot beschryft; [...]
Ick antwoorde, dat ickt niet en weet.
Maar beter dan een antwoord is het basis-principe dat volgt:
fondament: dat eens roert, roert altyt, soot niet belet en wort
Oftewel: ongeremde beweging gaat door. Simon Stevin had al duidelijk gemaakt 5 dat het beletsel (de wrijving) er de oorzaak van is dat een beweging niet vanzelf gaat. Maar dit 'traagheidsprincipe' was nieuw, hoewel nog niet perfect (Beeckman meende dat het niet alleen gold voor rechtlijnige, maar ook voor cirkelvormige bewegingen). In een brief aan Mersenne (IV, 186) staat de formulering "rust is voor lichamen niet natuurlijker dan beweging".


Een ander basisprincipe zien we bij het antwoord op de vraag (III, 43):

hoet kompt, dat de jongers met een leerken wel steenen uyt de straten trecken konnen
Dat komt niet doordat de natuur een afkeer heeft van vacuüm, maar door het persen van de lucht. De eerste stelling bij de promotie (1618) gaf dit al als verklaring voor het opzuigen van water:
Aqua suctu sublata non attrahitur vi vacui ...

Ontwondering, met nieuwe verwondering, bij het vinden van een kliktor:
Den 19en Junij 1628 hebbe ick een clickerken gevonden, dewelcke men des avonts in de bedtsteden ende schutsels hoort, waervan sommighe wel verveert worden, want het clopt kleyne, dichte clopkens, sodat sy het spoockerye houden te syn ende voorboden van geluck, maer soo men die kompt te sien, so ist ongeluck

[...] clopte met myn nagel eerst op de plancke, ende terstondt dede het wormken ook so. Het cruypt heel traech voort met voetjens.

Kritische blik bij proeven met een nieuw soort molen (II, 358):
hoorde dat ick allom berucht was van met assurantie geseydt te hebben, dat se niet deughen en soude
Een perpetuum mobile kan niet, "want Godt maeckt alleen levende raders" (ibid.), en met natuurkundig inzicht is het aan te tonen (III, 16).

Geen wonder dat de jonge Descartes veel kon leren van Beeckman (en andersom): er waren nog maar weinige 'physico-mathematici' in 1618. Uit de samenwerking volgde de eerste berekening van de vrije val (I, 262). En Gassendi hoorde hem in 1629 met bewondering aan (III, 123, goed overzicht van B.'s ideeën).

Beeckman probeerde de filosofie te ontdoen van opvattingen van Aristoteles die niet langer houdbaar waren: "ik laat namelijk niets toe in de filosofie dan wat voor de verbeelding, of waarneembaar, aanschouwelijk wordt gemaakt" schreef hij in 1629 in een brief aan Mersenne (IV, 162).
In de wiskunde was hij geen uitblinker, maar "op physisch gebied de waardige opvolger van Stevin en voorloper van Chr. Huygens" (De Waard). 6


Generale studien

Beeckman schreef in 1617 in zijn dagboek (I, 112):
Hetgene ick in desen boeck scrive, is hetgene ick niet gelesen noch gehoert en hebbe oft staet er by.
Ende al hebbe ick wel naederhant veel dingen daervan gelesen oft gehoret, soo laet ick het nochtans staen om niet te kladden ende te toenen, wat een agterdeel dat het is goede meesters te missen, tensy dat iemant achte, dat het verstant door den iver die men door het bedencken krygt, soo veel te meer gescarpt wort, als het missen van boeken ende meesters scadet.
Dan alle boecken gelesen hebbende, ende alle meesters gehoret, daer blijft noch sooveel te bedencken, dat men den iver niet sal missen.
Het nadeel van een gebrekkige schoolopleiding gaf Beeckman een grote ijver om inzicht te verwerven. Niet de Latijnse school in Middelburg had hem gevormd, maar de eenmansschool in Arnemuiden (waarschijnlijk i. v. m. de strenge geloofsopvatting van zijn vader). Was het maar waar dat voor iedereen gold: hoe minder onderwijs, hoe meer het verstand gescherpt wordt.

Kort na zijn sollicitatie in Dordrecht noteerde Beeckman een moment van bezinning op zijn drang naar kennis, tijdens een bespreking in het Collegium Mechanicum (II, 455):

    Terwylen men van d'een ende d'andersake sprack, dacht ick by my selven: Wy spreken nu van molens, daer wy niet in geoeffent en syn; hoe ist ons mogelyck daer yet goets in te doen, tensy dat wy alles datter op loopt soo wel weten als de molenaers, twelck ons onmogelyck is [...]

    Daerom moet ick van alles int gros wat nemen, ende in de generale studien my oeffenen ende alles brengen tot het keersmaken te verbeteren, daer ick verstandt van hebbe, of latyn leeren dat ick nu doe; of dat alle of meest alle menschen aengaet te weten ende te doen.

Als rector van de Latijnse school noemde hij het belang van zo'n 'college' voor mensen uit de praktijk (III, 61):
    De heeren doen sulcke groote onkosten aen de Latynsche scholen, waervan sy de vruchten selden selve genieten, waerom en doen se dan niet een weynich onkosten om haer borghers, die haer stadt nudt souden syn, te doen onderwysen in natuerlicke wetenschappen ende mathematische konsten?
Later ging hij zelf lenzen slijpen, en dat bleek niet mee te vallen (III, 403):
    Aen al dit schryven ende wryven an dese sake siet men hoe moyelick het is een ambacht by syn selven perfect te leeren.

Persoon

Van Isack Beeckman is geen portret bekend. Zijn broer Abraham beschreef hem in 1644 zo: 7
Was kort van posture, gelyck oock syn vader was; groot van oordeel, uytstekende in verstant, soet van aert ende aengenaem int converseren. Myde alle twist en tweedracht; was onder syn discipelen seer bemint ende lieftallich by iedereen.
In 1631 noteerde hij gegevens over zichzelf (III, 221), met o. a.:
Ick en ben noyt myn leven soo verloopen geweest van sinnen, hoe jonck ick oock was, dat ick yet dede sonder achterdyncken, altyt my bedenckende oft so wel soude syn.
handtekening in spiegelbeeld
    Met de linkerhand (1618)
handtekening
    Ondertekening brief aan Mersenne (1629)


    In deel II, p. 188 (1621) noemt hij zich: 'Isack Beeckman van Middelborch'.
    Op zijn proefschrift staat (IV, 42): 'Isack Beeckman Mittelburgo-Zeelandus'.



Noten

  1. Literatuur: Eio Honma, 'Studies on Beeckman'.
    K. van Berkel, Isaac Beeckman (1588 - 1637) en de mechanisering van het wereldbeeld (1983).
            Idem, Isaac Beeckman on Matter and Motion. Mechanical Philosophy in the Making, 2013.
            Idem, In het voetspoor van Stevin (1985), II, 2.
            Idem in A. J. Kox (ed.), Van Stevin tot Lorentz (1990), p. 20-33.
            Idem in A History of Science in the Netherlands (1999), pdf.
    Scuola Normale Superiore di Pisa, 'Philosophical libraries', Isaac Beeckman, met Catalogus Librorum, 1637.  [>]
    Henk Kubbinga, De molecularisering van het wereldbeeld (Hilversum 2003). Zie bij Kennislink: 'De eerste molecuultheorie'.
    Richard Arthur, 'Beeckman, Descartes and the force of motion' (2002).
    Floris Cohen, De herschepping van de wereld (Amsterdam 2007), 130-6.
        Idem, How modern science came into the world, Amst. 2011 (preview), bespreking in Studium 4-3 (2011) 181-2.
    Elisabeth Moreau, 'Le substrat galénique des idées médicales d'Isaac Beeckman (1616-1627)', in Studium 4-3 (2011).   «

  2. C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634  (den Haag, 1939-1953).
    Tekst bij dbnl: Tome 1,  2,  3,  4 en pdf bij DWC.
    Afbeeldingen van handschrift-pagina's: Zeeuwse bibliotheek.
    Het manuscript was niet alleen bijna verloren geraakt, maar ook bijna niet geschreven; zie het verhaal over een in 1612 beraamde roofmoord (III,  4).   «

  3. Zie de Kaarsemaaker-prent van Jan en Kasper Luiken.
    In:  J. en C. Luiken, Het Menselyk Bedryf (1694). Vg. 1704, 1767.
    H. Schopper (1568) heeft geen kaarsenmaker, wel een lantaarnmaker.
      «

  4. Korte biografie: Isaac Beeckman (Meertens, dbnl). Gegevens: Beeckman, Isaac (Galileo-project). Wikipedia: Isaac Beeckman.
    Langere biografie: NNBW (de Waard). Van hem zelf enkele notities in 1618.   «

  5. S. Stevin, Weeghconst (1586), 46, over het in beweging brengen van iets dat stilstaat:
    alle swaerheden voortghetrocken langs den sichteinder, als schepen int water, waghens langs t'platte landt, &c. en behouven gheen vlieghesterctens macht tot haer verroersel, meer dan de omstaende verhindernissen en veroirsaecken ...   «
  6. Nagelaten papieren van Simon Stevin: II, 291.
    Beeckman vond van Stevin dat hij te veel "addictus mathematicae" was en te weinig 'physica' erbij deed (III, 52, andersom was het bij Francis Bacon).
    Met veel waardering las hij G.B. Benedetti (III, 274, Diversarum speculationum ..., 1585): "deze heeft hier veel dingen waarvan me eerder toescheen dat ik ze als eerste bedacht had". Benedetti durfde het te hebben over een 'philosophia mathematica' (brief op p. 298).   «

  7. Isaaci Beeckmanni Mathematico-physicarum Meditationum, Quaestionum, solutionum Centuria (Utrecht, 1644) — het Utrechtse exemplaar komt uit de bibliotheek van Isaac Vossius. Honderd notities, door De Waard aangeduid met een ster: *, hier een index.   «




Home | Beeckman (top) | Journaal >
Ad Davidse, 2004-'16