Beeckman | < Journaal > | Woordenlijst

Mist , fontein , slijpen , dijken , dansend zand , ijzer , schaken , ballon


Isack Beeckman - 1632

C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634

Tome III: 1627 - 1634 (1635)



[ <   234 ]     30 okt. 1631 - [15] maart 1632

Mist

Nebularum causae et an gelu significent.

    Ick meyne dat ick vooren [<] ergens geschreven hebbe van de mist, dat se een teecken is van toekommende vorst, om dieswille dat de aerde ende het water warm syn, doch so warm niet dat se door de locht, die oock warm is, omhooghe vlieghen kan. So haest als door eenen Oostenwint de silticheyt des lochts weghgeblasen wort, ende also door de coelte dicker is, so kan het water op de aerde, dat te vooren veel viers by sich hadde (welck vier van de windt daer so niet uytgeblasen en kan worden omdat het vast licht daer de locht selfs wech geblasen wort) bequamentlick op de locht dryven, gelyck vuylicheyt, op de gront van reghenwater ligghende, niet veel swaerder synde als water, so wanneer men in dat water sou werpt (also dat het pekel wort), bovenop het water kompt te dryven omdat pekel swaerder is dan die vuylicheyt.   [>]


IJzervijlsel

Ignis natura per ferri ramenta in flamma ardentia, manifesta.

    Vylsel van yser, in een vlamme geworpen, brandt al sprinckelende. Twelck niet alleen een teecken is, dat het vier, twelck vant wetten kompt, uyt het mes vlieght ende dat het yser vol viers steeckt, maer gheeft oock te kennen de nature des viers, daer ick voor desen dickwils van geschreven hebbe [<] dat het anders niet en is dan oly, wiens deelkens styf ineen gebonden syn door vochtigheyt of ander substantie;
[ 235 ]
dewelcke door de vliegende beetjens des viers wechgestooten synde, wort ontbonden, ende sprinckt oock ende ontbint hetgene naest is. Welck springhen in de oly niet merckelick gesien en kan worden omdat de gebonden deelkens al te kleyn syn. Maer yser, swaer synde, heeft de gebonden deelkens grooter, dewelcke door de vlamme ontbonden synde, haerselve rechtende, moeten sprinckelen.

    So isser oock veel houdt, dat geweldich sprinckt. Soeckt daerom de reden; sult de nature des viers gevonden hebben.


Mist - 2

Nebulae quî gelu et contra significant.

    Van de mist hiervooren [<] 't verhaelde warachtich synde, so moet oock volgen, dat als de mist valt, het weer warm wort, want dan wort de locht so dunne, datse de dampen diese rechs te vooren droegh, nu niet meer draghen en kan.

    So mach men dan uyt optreckende mist koude ende uyt nedervallende mist warmte voorsegghen. Of ten minsten dat de locht dan kouder is of warmer alst rechs te vooren, uyt den optreckenden kouder, ende uyt den dalenden warmer.


Tering

Phtisicos curatoros, pondus eorum saepe expendat.

    Als men ymant, die de teeringhe heeft, genesen wilt, so sal men hem dickwils weghen. Want daerdoor sal men weten of de spyse, die men hem ordineert, maeckt dat syn vleesch groydt ende toeneempt; ofte hoeveel min datse het doet teeren of afnemen dan ander spyse. Welcke nu ende dan veranderende totdat men de beste voor syn nature treft, mach ment daer by houden.
[ Lat. ]

[ 236 ]
fontein

Fontein

Fons in cyato a me factus et decriptus.

    Sulcken schale als hierneven staet, hebbe ick den 1en Martij van silver doen maken, omdat my docht dat dese machina nergens in beter te passe en kompt dan in een schale, daer men uyt drinckt ende altyt van nieuws wederom in schynckt. Want hetgene in dese machina van noode is, wort hier vanselfs gedaen, sodat het niet en schynt gedaen te worden uyt noot.
Ende so geschiet het als men den wyn so hooghe in de schale schenckt, dat sy door c loopt in d ende de locht aldaer door e jaeght in f, ende die locht door g lanckx geheel wech, so kompt den wyn in de plaetse ende de ende gf worden heel vol wyn.
Maer als men drinckt, so keert men de schale om, also dat de wyn uyt den voet door e in f ende den wyn van f door g lanckx h uytloopt, also dat den voet ledich blyft. Doch onderentusschen treckt de locht door c lanckx d daerin. Als men dan weer schenckt, so sprinckt den wyn door h fonteynswyse.
    [>]

Slijpen

Slypen op punten.

    Men kan oock [<] convexa ende concava vitra slypen op een becken int welcke 4 punten wat hoogher verheven staen dan de reste, te weten één int midden ende 3 ontrent de circonferentie vant becken, even wyt vaneen staende. Dan sal het midden vant glas altyt op de hooghte vant middelpunt loopen ende niet anders raken. Ende ander punten aen de circumferentie sullen maken dat deselfde spheraliteyt behouden wort. Men sal wel langher werck hebben, maer seer perfect.
[ 237 ]
    In dit cas moet den dop [>] ten minste soveel grooter syn als het becken, als men het middel des glas groot hebben wilt. Ter contrarie, als het becken alom effen is, so kan men op eenen grooten dop 4 glaeskens placken, één int center ende dry in de circonferentie [>]. Dan sullen die kleyne so goet syn alsof den geheelen dop met een groot glas besedt geweest ware.   [>]
[ Lat. ]

Gemetselde regenbak

Trasback sonder borsten te houden.

    Om eenen trasback te maken onder de aerde, also dat het buytenwater, dat uyt de aerde daerteghen aen syckt, hem niet en doet borsten eer hy drooghe is, so sal men den back van binnen vol waters doen, so hooghe als het buytenwater is. Dan en sal het één water den mueren niet styver persen als het ander, ende so in eygen standt houden.


Drank

Potus mihi diu in stomacho haeret.

    Die int drincken veel pissen, dien gaet den dranck terstondt in de aderen ende de geest van den dranck vlieght door de warmte aldaer terstondt na het hooft ende maeckt droncken. Maer by my blyft se in de maghe ende de geest menght haer, ende incorporeert met de spyse.


Purgatie

Purgationes nimias et minimas curare.

    Die een purgatie ingenomen heeft ende purgeert niet genoegh na syn sin, die sal sich geduerich op syn teen oplichten ende styf op syn hielen laten nedersteuten, want dan moeten de excrementa, ende al dat int lichaem los is, nedersacken.

    Ter contrarien, die te veel purgeert, mach syn hant omhooghe teghen yet dat styf is, houden ende sich subitelick ende styf op syn teenen oplichten ende sachtkens op syn hielen laten daten, ende dat geduerich. Doch dit en valt so gemackelick niet als het eerste, omdat de moyelickheyt van de handt te styven hierby kompt.
    [ > ]


Brillen

Perspicillorum senum ratio

    De brillen en helpen niet alleen omdat de radij daerdoor in de retina net concurreren, maer oock omdatter meer radij of stralen byeen vergaert worden. Daerom en hebben de muopes soveel nuts niet van hare concave brillen als de presbutae*) van hare convexae. Ende die een die wel siet, noch beter wilt doen sien, moet een convexe ende concave bequamentlick conjungeren. °)
    [ *)  Retina: netvlies; muopes: bijzienden; presbutae: oudzienden; concave: holle (–); convexe: bolle (+). Geschiedenis van de bril: Vincent Ilardi, Renaissance vision from spectacles to telescopes, 2007.]
    °)  Niet opgenomen is de volgende fol. 394r (3 febr. t/m 15 maart): ziekte, gewichtsmetingen, en vier regels over de geboorte van zoontje Abraham (9 febr. - 8 aug. 1632) met in de marge "uxor mea 24 lb gravior gravida, infans vero 8 lb".

[ 238 ]     [15] maart 1632 - 1 jan. 1633

Steekfontein

Steeckfonteyne te maken in een somerhuysken.

steekfontein     Hierneffens staet een figuerken om een fonteyne te maken van twee tonnen, de eene in d'ander, met het bomgat omlege. Het water wort door het opperste gat gegoten totdat de spatie tusschen de tonnen vol is, want in de middeltonne en sal niet veel waters loopen omdat de locht nergens uyt en kan. Als nu die spatie vol is, so sal men het water, dat in het tobbeken is, dat op de tafel staende aen de buyse dicht vast is, met een pompstockxken neerwaerts in de tonne stooten, so langhe alsmer yet meer in kryghen kan.

    Nu de middeltonne van buyten byna sowel als van binnen geperst synde, en sal soseer in de gerren niet open gaen ende sal ronsom altyt met water bevochticht staen ende also sal de locht te beter daerin blyven. Maer de buytentonne moet wel vast ende sterck, met ysere banden, soo men wilt, dat se niet en rotte, gebonden syn. De binnentonne moet wel dicht sluyten, principael boven, daer van binnen noyt water aen en kompt om haer daer te doen swellen.

    Als nu het water in de tonne al genoegh geperst is, dan drayt men de krane, daer het klapken in is, half omme, opdat het te dichter syn soude, of misschien tussen het leer van het klapken ende het hout van de krane wat waters door leeckt. Dan treckt men het pompstoxken uyt ende stelt sulcken fatsoenken so dicht in de buyse alsmen wilt. Dan drayt men de krane dat het klapken omhooghe kompt; aldus wort het water van de locht in de middeltonne, tot syn voorighe grootte ende uytbreydinghe kommende, door het onderste gat lanckx, de tusschenspatie door het kraentjen ende het klapken oplichtende, van selfs uytgedreven ende valt weerom in het tobbeken, dat op de tafel staet.

    Als nu de fonteyne niet meer en loopt, so steeckt men het water, dat in dat tobbeken gekommen is, met het pompstockxken wederom in de tonne ende doet als vooren.   [>]

[ 239 ]

[ Lat. v ]

IJzeren pijl

Ferreae sagittae explosae cur plus possint quam globi.

    Met ysere pylen uyt een geschut geschoten, sal men meer machts doen dan met ysere bollen van evenveel gewichts, want de pylen vliegen rasscher, omdatse min lochts te scheyden hebben doordien al dat achterkompt en raeckt geen locht.

    Men mocht de pylen vooren wat swaerder maken opdatse recht vliegen souden, want het swaerst vlieght altyt vooren alser kracht genoch by is [<].


Dijken

Dycken, die scheuns syn, waerom so goet.

    De dycken, die men teghen de baren van het water maeckt, worden gemeenelick noes geleydt ende nu tegenwoordich wort den dyck van Westcappel in Walcheren [<] so scheuns teghen het water afdalende geleydt alst moghelick aldaer is. Jae de opinie is, waert sake datter eenen dyck so lanckxsaem opginck dat men niet sien of mercken en konde dat se rees, dat dan het water gansch gheen kracht teghen den dyck hebben en soude. Twelck so waerachtich is, dat ick segghe dat horisontael of gans waterpas voorlandt van het water niet met allen en lydt; want watter soude moghen door de baren losgemaeckt worden dat blyft ligghen ende en rolt niet af.
[ 240 ]
    Daerenboven so moet men weten dat de baren der see, gelyck overeynde staende mueren, na de dycken toevloeyen, het onderste deel van de bare so rasch voortgaende als het opperste. Dierhalven, als het onderste teghen de opgaende hooghte stoot ende weerhouden wort, so gaet het opperste evenwel noch voorwaerts; ende hoe hoogher, hoe min dat die beweginghe vertraeght wort. Nadien dan dat de bare al wat aeneen kleeft, so moet nootsakelick het opperste neerstorten, gelyck het geschieden soude indien een muer also voortgaende, onder gesteut wert.

Dycken, die perpendiculaer syn, waerom oock heel goet.

    Maer soude men also waterpas, of byna, de dycken maken, denckt eens wat kost dat dit syn soude door de overgrootte breette. Daerom soude het misschien beter syn dat men al de onkost dede aen eenen perpendicularen dyck met steenen, taras etc. so sterck te maken dat de baren daer niet teghen en konden doen. dijkkant Ofte liever, omdat het onderste deel dickwilder aenstoot lydt dan het opperste, so mocht men het voorlandt waterpas maken ende een stuck weechs innewaerts een hoeghte rechtop van een voet 3 of 4 seer sterck teghen het water van vooren; ende van het opperste innewaerts al waterpas, so hooghe alom als dit stuck dyckx is; ende dan noch een weynich innewaerts wederom; also in forme als hier aen de kandt geteeckent staet, alwaer vier hooghten dickxt staen, 1, 2, 3, 4, ende vier effen waterpasse vloeren a, b, c, d.
Het water en kan a geen leedt doen omdat het waterpas licht, ende gaet sonder steuten ofte branden (gelyck de schippers spreken) naer 1 toe, daer de bare gelyckelick teghen stoot, onder ende boven even gelyck. Daerna so oock lanckx b tot 2, etc. Ende soveel als 1, 2, 3, 4 tsamen korter is dan de gestipte linie da, sooveel min onkost kanmen doen aen 1, 2, 3, 4 dan men aen a, d soude hebben moeten doen. Ende indien men al den onkost daeraen doen wilde, so en soude 1, 2, 3, 4 niet alleenelick soveel stercker syn als d, a alser maer onkost op elcke roe aen gedaen wort, maer daerenboven soude het byeen syn groote kracht hebben secundum illud: virtus conjuncta fortior est eadem dispersa, gelyck ick vooren ergens [<] getoont hebbe, dat een solder stercker is met balcken dan of al het houdt tot plancken gemaeckt ware ende overal gelyckelick geleydt.
[ Lat. v ]

[ 241 ]
bol, beneden verbonden met U-buis

Weerglas

Weerglasen omgekeert te maecken.

    Omdat men het glas aen glas met cement niet wel lochtdicht maken en kan [<], so sal men het weerglas ab omkeeren ende daeraen den koperen of glasen dobbelen-elleboogh-buysken cementeren f, g, c, d, ende daeraen de glase langhe buyse ef. So sal het water door e ingegoten, den hals ende het geheel koperen buysken tot boven f vullen, daer het cement alleen kompt. Ende also en behoeven de jonctueren maer waterdicht gecementeert te wesen.
[ Lat. v ]

Zieken

Morbidi interdum diutius cur vivant.

    Ongesonde krakende lieden konnen wel langher leven dan gauwe, omdat taye humeuren traegh uytdoomen.


Eindnoot

Nota finalis sub principali quarta abest.

    Den 51 en Psalm toont dat nota finalis wel mach wesen een quarte onder de principale, want den psalm eyndicht in la ende elck veers in mi. Ergo den toon is re la mi.


Weken

Spiritus macerando ut conserventur.

    Als men int koken of int macereren seu in funderen, de spiritus behouden wilt, so sal men het glas of pot daer het kruyt in is, omkeeren, ende met den mont in een hol becken stellen ende so opt vier of in balneo stellen. Doch het becken moet so groot syn dat het al de vochticheyt, die van de gemaeckte spiritus uyt de pot gestooten wort, vaten kan.


Wrat

Wratten sive nodos assicula curare.

    Een spelle in een wratte gesteken, so diep totdat het begindt seer te doen ende met de vlamme van een keerse het hooft van de spelle soo heet gemaeckt alsment verdraghen kan, hebbe ick sien genesen aen myn broeder Abraham's handt, also dat die leelicke wratte binnen weynich daghen afviel, de wortel sonder twyffel ontrent de punt van de spelle geleghen, geschroyt ende gelyck verbrandt synde, gelyck op een verbrande plaetse gheen haer meer en wast.
[ 242 ]
    So soude men oock moghen genesen de exterooghen aen de voeten. Meughelick soude men die oock konnen afnypen met een schroeve, alle daghe die wat toedrayende.   [<,>]
[ Lat. ]

Slijpbekken

Becken om te slypen te maecken.

    Het becken om op te slypen, daer vooren van gesproken is [<], wort best geschuert alser aen den hangenden stock een swaer gewichte hanckt, heel omleege. Want dat is gelyck een slyngherwicht ende dringht hart deur, ende men en hoeft niet te douwen; neempt daerom gelyckelick af.


    Om te weten of des stockx vast punt ende den as, daer het becken op draeyt [>], in een rechte liny staen, so laet het punt van de hangende stock een seker punt in het becken effen raken ende draeyt het becken om dat punt van den stock, dattet selfde punt vant becken allom raeckt, dan ist so ende wel in een rechte linie. Ende indien des stockx punt met een punt van het becken sus is, ende met een ander punt anders, dan en is den as selve niet recht, dat is den hals en is niet ront ofte der halsen plana niet paralleel.


    Doorgehaald: "Als het becken drayende ende den stock vant center tot de circumferentie altyt aen een syde, id est versus eandem plagam, id est per eandem semper numero radium, geleydt wort om te doen schueren of afnemen met den beytel, so sal het becken evenwel recht sphaerael worden, al en ist vast punt juyst niet in de linie des asch. Daerom ist goet altyt met den beytel deselfde wech over ende weer te gaen. Aldus kan men het spherael snyden of slypen, hoe de stock oock hanght."


Slijpstok

    Om den stock hoogher, leegher, vooren, achter, ter rechter ende slyncker syde te versetten, hebbe ick 3 schroeven doen maken, die ineen steken. Die daer de stock aen hanght, kan over ende weer gaen met de stock, sonder d'ander twee te moyen. Maer als de tweede over ende weer gaet, so gaet de eerste oock so. Ende als de derde, die alles hooger ende leegher maeckt, over ende weer gaet, so gaen de eerste twee oock mede. Is seer bequaem hiertoe.
[ 243 ]
Stock die aen alle kanten roert, te maecken.
A is middelpunt van vierkant BCDE
    Om sonder touwe de stock aen alle syden te roeren, make ick sulcken instrument: De stock steeckt in a ende alsse na d of e gaet, so draeyt het instrument op bc, maer alse na b of c gaet, dan drayt het op ed, sodat b ende c mede op ende neer gaen, maer e ende d blyven altyt vast.   [>]


Psalm 68

Psalmus 68 cur a plebe aliter canatur.

    Psalm 68, versu 8, singht het volck in stede van mi fa la, mi la fa.

    De reden is omdat fa la op dien toon niet en past, ende het blyckt hier in desen psalm aldus: Int derde ende seste veers singht men van la tot mi, die dan springht; ergo la mi is hier een goede consonantie. Nu mi sol is oock goet, omdatter staet ut mi ende ut sol. So is dan la sol eenen kleynen toon. Maer op re draeyt de cadentie tot ut; ergo re maeckt een consonantie met een principale note, ergo met sol. Indien men dan mocht fa la singhen, so soude re fa oock goet syn, ende so oock re la, ende die is van re sol eenen grooten toon verschillende, daer flus gevonden is dat la sol eenen kleynen toon is. Ergo fa la, noch re fa en syn hier niet goet.


steekfontein-2

Steekfontein - 2

Steeckfonteyne te maecken.

    Aldus kan men een fonteyne maken om het water in te steken dat de pompe niet hoogher en sy dan de krane. De pompe blyft staen ende men setter wat op om door te springhen als de pompstock uyt is. Ende de krane moet men dan andersom draeyen, want het klapken is in de krane.   [<]


Blaasbalg

Blaesbalck tot een suyger maecken.

    Om van eenen ordinaren blaesbalck eenen suyger te maken, sal men een stockxken in het gat, daer de klappe tegen kompt steken, also dat de klappe niet toe en kan, ende een ander klappe daer bovenop maken.
[ Lat. ]

[ 244 ]

Glas slijpen

Slypen.

    Om gemackelick een glas te slypen, so bol ende so vlack als ghy begeert, so hanght u glas aen een touw, die door een ront effen gadt steeckt, het gadt so groot synde als de touwe dick is. Hanght dan aen het houtjen, daer u glas op gecementeert is [<,>], een swaer loot, hoe swaerder hoe beter. Onder leght eenen grooten slypsteen [>] vast, so groot als u handt verheyscht int gins ende weer gaen. Stoot dan sonder douwen aen dat gewichte, even gelyck men slypt, so sal het glas bol worden ende den steen hol, waervan den halven as van den sphaere effen so groot is als de lenghte van de touwe. Ende omdat de steen ende het glas altyt afslypen, so laet de touwe met het gat met al leger ende leegher, of den steen hoogher ende hoogher dat het glas den steen altyt geraeckt.

    Maer alsmen het becken draeyt ende so snydt, schaeft of slypt, met een hangende touwe ofte stock, so moet den as, daer het becken aen vast is, ende het gadt, daer de touwe deur steeckt, in een rechte linie syn [<]. Andersins wort het centrum van het becken te leeghe, so men den beytel aen de oversyde houdt, ofte te hoogher, soo men hem aen deselfde syde houdt daer de stock hangt.

[ Lat. ]

[ 245 ]

Bekken slijpen

Slypen.

    Als men een becken slypen wilt met eenen stock, die hanckt [<,>], om so recht spherael te maken, so sal men aen den stock vesten eenighe stoffe, die door slypen afneempt. So salt gebeuren dat sowel de stoffe, daer men mede slypt, spherael wort, als het becken. Jae, al ware het becken ende de slypsteen [<,>] beyde plane, souden beyde al slypende net ront worden, het een hol ende het andere bol. So ist dan goet sachter ende sachter stoffe te nemen om het becken so op het laetste te polysten. Want hoe ment maeckt, alles blyft altyt ront, so langhe als men met den hanghenden stock wryft.


    Het is lanck ende ongeleghen werck alsmen een becken, dat vast light, met eenen slypsteen, ofte yet anders, afnemen ende effenen wil, die aen eenen stock ofte touwe hanght. Want wilt men dat met een yser doen, so en moet dat yser het becken maer met een puntje raken, dewyl het allom niet gelyckx de hollecheyt en staet, ende dan ist seer lanck werck ende meughelick al vol strepen, omdat de handt so rasch niet over ende weer gaen en kan gelyck het becken soude konnen draeyen.

slijptoestel     Hierteghen is de voorgaende lesse goet, voornementlick indien den slypsteen groot is, opdat sy op veel plaetsen seffen vatten mochte. Maer om rasch te doen met een radt, so laet ab ende cd vast staen ende drayen, te weten a ende c omhooghe ende b ende d opt pampier, sodat ab ende cd teghen het planum perpendiculaer syn, maer den slypsteen ligghe also op het becken, synde soveel kleynder dan den slypsteen als de krompten van ab ende cd bedraghen, opdat het becken noyt ontbloot en worde, in geen van syn deelen, van den slypsteen, maer altyt allom gerocht worde; ende den slypsteen sy so dat se doort slypen slydt.

    Als dan ab omgedraeyt wort door hemselven, of liever door noch een ander radt (opdat ment so snel doe omdrayen als men wilt), so sal cd oock omdrayen even rasch, omdat de stock aen beyder krompten vast is. Ende den slypsteen, daer oock aen vast synde, sal niet alleen gins ende weer getrocken worden, maer oock aen alle syden eveneens, gelyck men met de handt soeckt te doen, also dat elck puntjen van de slypsteen eenen gelycken circkel beschryven sal op het becken, waerdoor het becken gelyck allom sal slyten. Want de circkels sullen alle deur malkanderen kommen gelyck se met de handt doen.

[ 246 ]
    Indien men te veel af te nemen heeft, so mach men sien waer het becken int slypen eerst drooghe wort, ofte van de slypsteen eerst vuyl, ende dat daer met eenen hamer neerkloppen, so de materie tin is, ofte yet dat het kloppen verdraghen mach.
[ Lat. ]

Figuren

Slypen alderhande figueren.

    Dese figueren toonen hoe men een becken op verscheyden mannieren sal slypen met een touwe ofte stock, daeronder een slypsteen aenhanght.
slijpen
[ 247 ]
    De eerste is om het becken net spherael te maken. Doch also de touwe boven aen het gadt van het yser, daer se door steeckt, alsse na den limbum ofte uyterste van het becken, toegaet, een weynich kroockt, so gebeurt het dat de diameter van het voorschreven gadt tot de limbum van het becken so lanck niet en is als het gat tot het centrum van het becken, doch hoe dunder ende hoe swacker de touwe is, hoe dat min verscheelt. Ende so het noodich ware dat gansch te voorkommen, so soude men het yser moghen maken als vooren getoont is [<] om sonder touwe alleen met een stock te slypen.

    De tweede figuere dient om het becken also te slypen dat de diameter vant centrum des beckens lanckxt is, ende hoe nader den limbus, hoe korter. Dat geschiet als men boven, niet verde van het gat, daer de touwe door steeckt, een swaerachtich gewicht hanght, twelck niet over ende weer en gaet, juyst gelyck de slypsteen; ende de onderste touwe, daer den slypsteen aen vast is, nochtans so gaet, dattet gewichte een weynich over ende weer kan gaen. Sodat als alles perpendiculaer hanght, is den diameter so lanck als vant gadt tot het centrum van het becken, maer naer den limbum ofte rant van het becken slypende, so kroockt die linie aen het gewicht, hoe nader den rant hoe meer; ook hoe swaerder gewichte hoe meer; oock hoe lichter slypsteen hoe meer; oock hoe leegher het gewichte hanckt etc. Dit mach men gebruycken daert schier of morghen te passe kompt.

    Maer de derde figuere is oock met een gewichte als de tweede, doch de touwe ofte stock is vast aen den limbum van het gewichte. Daerom gebeurt het dat den diameter van het gat tot den limbus of rant van het becken de langhste is ende tot het center van het becken de kortste, want de touwe kroockt alse naer het centrum toe gestooten wort. Ende het gewichte draeyt aan allen syden. Doch indien men meynt dat de touwe te veel draeyt door het keeren gins ende weer van het gewichte, men mach de knoopen, die op de gaten kommen van het yser ende van het gewichte, so maken, dat se in de gaten draeyen.

    Men mach dicker, dunder, styver, swacker touwen, ofte buyghende stocken of yserken of stale latten nemen, naerdat men int gebruyck dienstich vinden sal, want die dient om allerhande ellipses, parabolen ende hyperbolen te slypen [<,>]. Ende men mach het gewichte ende touwe etc. so langhe veranderen totdat men sulck forme heeft als men begeert.


Dansend zand

Vitrum tremulum aqua semiplenum cum ferreo vase confertur, dum vitra formantur.

    Hetgene ick voor desen geseyt hebbe [<] van een glas met water dat het ronsom den kant gewreven synde, sprinckelinghen van water daeruyt vliegen gelyck oft water sode*), so kan men oock sien, als men met heel sandt een glas op een ysere becken [>] slypt, dat elck sandeken danst. Waeruyt blyckt dat al dat geluyt geeft, uyt ende ingaet, by deelkens buygende. Ende is af te nemen dat de locht het becken ofte den roomer rakende, eveneens uytgeworpen wort, gelyck het water ende het sandt.
    [ *)  Alsof het water kookte. Vergelijk de brief aan Mersenne van 1 okt. 1629, IV, p. 159.]
[ 248 ]

Hard ijzer

Ferrum candens cur aqua frigida extinctum durius fiat.

    Het yser wort door het water hardt gemaeckt [<] als men het gloyende daerin steeckt, omdat de materie des viers in de gaetjens van het yser allom gelyckelick is; ende scheydt de homogenea ferri allen van malcanderen ende maeckt also de gaetjens even groot, daer andersins in het yser het een brockxken grooter ende dichter is als het ander. Als het water dan daerby kompt, dat stopt alles van buyten toe, also dat het vier niet meer vervlieghen en kan; waerdoor kompt dat de materie in de gaetjens, die noch niet vervloghen, dat is verbrandt en is, blyft gelyck se was, ende het vervlieghen staet stil, also dat hetgene, dat noch niet en vloogh, niet ontsteken en wort. Het stil syn anders is niet dan doof syn.
Het vier dan in de gaetjens doof synde, blyft daerin; dewelcke vol synde, so en kan het yser niet byeen vallen gelyck te vooren, maer moet so gescheyden staen gelyck het stondt alst gloyde, dat was met syn deelkens gelyck vaneen. Ende elck deelken, dat plach sich uyt te geven, moet nu dicht gedronghen blyven staen; want als het subtylste vier uyt de gaetjens vlieght door de homogenea, so en konnen de homogenea niet seer swellen, omdat de materie des viers de groote gaten ronsom vervult; ende het vier doovende, so krimpense ineen doordien dat de materie des viers in de groote gaetjens tusschen de homogenea blyft ligghen pranghende.
So moeten dan de homogenea harder syn dan sy souden geweest hebben, indien men het yser hadde laten koudt worden; dat is, al de materie des viers laten vervlieghen. So wort het oock kordtbrackich ende verliest syn tayheyt, omdat hetgene dat placht byeen, jae ineen te steken, nu vaneen staat, gelyck het oock geschiet in het glas.   [>]
[ Lat. v ]

Schaken

Schackiae ludo victores certo statuere.

    Om pertinent te schaken [<] sal men elck een sandtlooper omkeeren, elcke reyse als d'ander staet ende versindt; ende diet wint, sal soveel meer of min hebben als den tyt van versinnen bedraeght naer proportie. Ende naerdat ymant stucken overhoudt van importantie, sal hy meer winnen of min verliesen. Ende naerdatter in de victorie meer stucken op het bort blyven, sal men meer winnen; te weten, blyvenser al op aen weersyden, so sal hy dobbel winnen, ende so naer advenandt.
[ 249 ]

Slijpdop

Slypen.

    De doppen [<,>], daer men de glasen met peck aen vast maeckt, die en moeten niet hooghe syn, want als sy teghen een sandeken ofte teghen een plaetsken, daer geen sant op en is, stooten, ofte wat tragher voortgaen, soo blyft het opperste van den langhen dop al steevast in synen ouden voortganck. Ende so kompt het dat het glas met de kant teghen het becken stoot. Dit gebeurt voornementlick als het sandt ofte de schuersteen geheel fyn geslepen is, sodat het dan by horten gaet ende begint te schueren, twelck het glas vol strepen maeckt, omdat het sant allom noch niet ongevoeligh gebroken en is. Alsser dan een sandeken, dat noch niet fyn genoegh en is, onder het glas raeckt, terwylen dattet so teghen het becken schuert, so wryft het glas daerover ende maeckt een strepe gelyck of men met het ameril of diamant sneedt na de dickte om het voorseyde sandeken.

dop     Daerom ist best den dop heel leeghe te maken ofte, indien het glas styf genoegh is, met het bloote glas te slypen; ende alsmen het polysten wilt, dan eerst aen den dop vast te maken, ofte te gebruycken een manniere van doppen, gelyck hierboven staet.
ab is het becken, c den dop, daeraen dry styve ysers even groot gemaeckt syn cd, ce, cf, onder met dry ander ysers, die men af ende aen doet, aeneen gemaeckt.

    Alsmen dan met den dop slypt, ende dat se wat steut, so sal het gewichte d e f in synen loop blyvende, maken dat het glas niet en kandt, maer vooren wat oplicht, ende also sal men veel langher konnen het glas over het gebroken sandt doen rollen, welck rollen het sant kleyn maeckt, ende, in stede van streken, maeckt putteken; ende hoe kleynder het sandt wordt, hoe kleynder puttekens [>]. Ende hoe kleynder puttekens, hoe min stralen datter verstroydt worden, ende hoe klaerder dat het glas gepolyst kan worden; want het potey*) ofte de veselinghen van het laken, kan de ondiepe puttekens best tot op den grondt suyveren (dit syn de puttekens, daer ick voor desen [<] af geseydt hebbe dat de stralen des lichts in schieten, ende tegen aen reflecterende ende so deurgaende, een refractie causeren).


    *)  Potey - poeder (tinpoeder, F: potée).
[ 250 ]

Slijpen en polijsten

Slypen ende polysten op een becken met hetselfde sandt.

    De brilmaker te Middelborgh*) slypt altyts in syn stale of ysere becken heel op, met polysten met al, seght hy, alleen met wit sandt ende water, van eersten af.   [>]

    Hy seyde oock dat de beste beckens syn van stael, dat ontlaten is; dan ist sachte om geschuert te worden.   [<]

    Glas, hoe meer gekoockt, hoe min sandich.   [>]

    Hy kan oock (seght hy) van gebroken roomers glas gieten int kleyn.

    Amaril gegloydt, breeckt beter.

    De puttekens die te diep syn, kommen van grof sandt.


    *)  Johannes Sachariassen (geb. 1611), zoon van Sacharias Jansen [<]. Hij verklaarde in 1655 voor de magistraat dat zijn vader de verrekijker had uitgevonden [>], en dat hij zelf de eerste astronomische kijkers had gemaakt, bij hem gezien door Drebbel en Descartes.


Loodhagel

Hagel te maecken dat int schieten in oneyndelick veel deelkens vlieght.

    Neempt sulck loot daer men hagel van giet, te weten twelck gesmolten synde int water gegoten, sich in ronde bollekens verdeelt; ofte koopt twee oncen al gemaeckte hagel ende smelt die. Als het loot begint styf te worden ofte een weynich te vooren, so giet daerop anderhalf once quicksilver (het loot en mach so heet niet syn dat de quicksilver, daerin gegoten synde, opvlieght, want den damp is fenyn; men kant met een weynich seffens proeven; het gesmolten loot heeft vetticheyt op hem; dat moet men eerst afschuymen). Dit quicksilver menght sich gansch met dit loot ende laet sich gieten tot bollekens, so groot ende so kleyn alsmen begeert; dewelcke uyt een musquet geschoten synde, bedeelt sich in ontellicke deelen. Hoe meer quicksilver daerby is, hoe eer sich den bol begint te deelen, sodat een pampier byna tot poyer in stuckxken geschoten kan worden, ende een katte doot, sonder te sien dat se ergens gequetst is.

    Dit seyde my desen 6en Decemb. 1632 een soldaet dat hy dickwils gedaen hadde, ende was goet om veel vogels seffens te schieten.

[ Lat. v ]

[ 251 ]

Slijpstokgewicht

Slypen.

    Alsmen int slypen wilt dat het loot ofte steen rasscher over ende weer gaet dan na gelegentheyt van de lenghde van den hangenden stock, so mach men een groot gewicht int midden van de stock hoogher of leegher hanghen, want hoe hooger het gewichte hanght, hoe rasser den stock over ende weer gaet. Het is goet dat men het over ende weer gaen van de handt doe accorderen met het over ende weer gaen van de stock, gelyck se doen soude, eens geroert synde, want so en geschiet er niets hortende of violenter.


Middagregen

Pluvia meridiana unde ros, nebula, mist.

    Het regent somtyts smiddachs omdat de locht, onder de wolcken dunder wordende door de wermte van de Sonne, de wolcken so wel niet meer draghen en kan. Somtyts houdt den regen smiddachs op omdat de verspreyde vochticheyt warm wordende, beter opwaerts klimt. Hieruyt vindt men de gelegentheyt van de oorsaken van dauwe, rym, mist ende so voorts, soo men op elck syn onderscheyt wel ledt.


Maandstonden

Menses mulierum promovere.

    De maendstonden van een vrouw-persoon konnen bequamelick verweckt worden door hinckelen, dat is, gelyck de kinders op één been huppelen, ende veel beter dan door dansen. Want int dansen valt men saghtjens neder, maer int hinckelen plotselick, sodat de humeuren int lichaem haren loop houdende, sterckelick nederwaerts sacken.
    [ < ]


Hoofdpijn

Capitis mei dolorem qui curaverim.

    17en Sept.*) 1632, in navi post prandium, door het eten van viskens diemen vorentjens noemt, uyt het water sonder botter daerover ghesmolten, ende daerop wyn gedroncken, kreegh ick pyne in myn hooft des avons. Doch ick dede het luyck dicht toesluyten ende leyde myn hoet over myn aensicht, ende wert seer warm, ende de pyne verginck, niettegenstaende dat ick altyt mediteerde ende niet en sliep.
    *)  Waarschijnlijk 17 december.


Waterzucht

Leucophlegmaticos curare.

    Ick achte dat de watersuchtighe, leucophlegmatici genoemt, best genesen konnen worden, als men sich gewent syn asem langhe in te houden ofte dickwils een weynich touback te drincken [<], ofte met yet anders, daer men de longher mede warm maken kan, dewelcke dan dit phlegma per insensibilem perspirationem evacueert.


Zilverdraad

Valsch silverdraet brandt in een keerse.

    Valsch silverdraet dat niet van oprecht silver en is, brandt in de vlamme van de keerse gehouden synde, ende het oprechte niet, seggense.
[ 252 ]

[ Lat. v ]

Maanmodel

Lunam imitari.

    Een bolleken in een donkere kamer aen een drayken gehanghen, daerop door een kleen gaetjen de Sonne schynt, ende nergens anders teghen eenighe mueren etc., dat sal de Mane gelycken, pro ratione qualitatis et quantiën.


Loodgieter

Plumbum qui sub terra decrescat.

    Een loode buyse, met keersroet warm bestreken ende so in de aerde geleydt, wort in een jaer 2 of 3 wel de helft dunder, seght de lootgieter.


Hangend slijpbekken

Slypen.

    Om int slypen de kanten vant glas niet te stooten ende also de forme des beckens niet te missen, so mach men het becken hanghen ghelyck de schippers haer compassen doen, want dan sal men altyt recht nederwaerts douwen. Ende als den vyngher op het centrum vant glas light, dan sal dat centrum altyt op de leegste plecke van het becken syn, ende also niet steuten, noch stooten. [>]

    Als men siet dat de kanten altyt meest afnemen [>] door het schueren, so mach men een becken maecken, dat int midden een groot gadt heeft, jae ist van noode, so groot dat den overighen randt niet breeder en sy dan het glas groot is, of noch minder. So sal het centrum vant glas dickwilder gerocht worden dan de plaetsen aen de kanten, want het centrum blyft altyt op het becken ende en raeckt noyt int gadt of over den rant vant becken. Atque ita etiam semper erit idem manus ambitus; utrimque enim ambitus meta erit posita, hinc concava, illinc vero convexa.
[ Bovendien zal zo ook het heen en weer gaan van de hand altijd hetzelfde zijn; want aan weerskanten van de gang zal een begrenzing opgesteld zijn, hier hol, daar echter bol.]


Kam

Kam, id est pectem, te maecken alio modo.

    Men soude een kam konnen maken, wiens tanden heel deur gaen ende also en sal de vuylicheyt daer niet in blyven steken. Maeckt alle de tandekens vaneen, ende int midden wat breeder, ende heght se door die breette hooghe genoech aeneen. schuine tand van kam

    Dits de forme van eenen tant, de kam op haer kant ligghende gesien.


Bol

Globum ferreum totum aqua implere.

    Eenen yseren bol, gegloyt synde, trekt door een gaetjen, dat men int water steeckt, heel vol water, meyne ick, ende also synde, en wasser in den gloyenden bol gheen locht, tensy dat men geloove dat se so dun wort, datse met het vier door de gaetkens des ysers treckt.*)
    [ *)  Of zoals bij de natuurkundeproef met het blikje: wat water erin laten koken (waterdamp verdrijft de lucht) en omgekeerd in water steken (het ploft ineen).]
[ 253 ]

[ Lat. ]

Ballon

Globus vacuus an in aere ascendat.

    Te beproeven of een licht, dicht, styf, groot, hol dinck, de locht daer soveel uytgetrocken synde, niet min en weeght dan te vooren, al en scheelt het niet veel, want de locht is geweldich dun ende en scheelt niet veel van 't ydel of vacuum in regaert van water etc. Ende voorts te sien of ment niet soude so licht konnen maken dat het in de locht optrock, gelyck den roock ende een blase int water.
    Voor aerostatische projekten zie II, 238, 250-1 en III, 13 en 24 [alle Lat.]. Het idee van Beeckman is ook te vinden bij Francesco Lana, in Prodromo, overo, Saggio di alcune inventioni nuove (1670) [cap. VI, fig.].
[ 254 ]

Zand

Arena cur siccet.

    Sant drooght so wel omdat het, uyt kleyne, ronde bollekens bestaende ende so wyt van een ligghende, allom van de locht ende de warmte gerocht kan worden. Waerdoor de kleyne corporeiteyt des waters, die daerin is, lichtelick uytgedrooght kan worden.
[ Lat. ]




Beeckman | Journaal - 1632 (top) | vervolg