IB | < Vertalingen > | Index

Schieten , lucht , kaars , weer , luchtdruk , hoepel , buskruit , beweging , Bacon


Isack Beeckman - 1623 v


[ 227 ]
Schieten        

Globi cur ex tubis longioribus
longius proijciantur.

    Ex tubis longioribus globi proijciuntur longius quam ex brevioribus, idque sive spiritu, sive pulvere pyrio*). Ore enim affixo tubi lignei orificio expiramus, aeremque qui est in tubo propellimus; globulus vero, vel ore detentus, vel prope os in tubo existens, et is a spiritu ori tangitur. Quoniam igitur omnis aer in tubo a spiritu propellitur, necessario etiam globulus, etiamsi aere gravior, promovetur, cum nullus ei aer obstet.
 
Waarom kogels uit langere buizen
verder weggeschoten worden.

    Uit langere buizen worden bollen verder geschoten dan uit kortere, en dit zowel door blazen als met kruit*). Want met de mond tegen de opening van een houten buis blazen we uit, en de lucht die in de buis is stuwen we voort; en is er een bolletje, in de mond gehouden, of bij de mond in de buis liggend, en dit wordt getroffen door geblaas van de mond. Aangezien dus alle lucht in de buis door het blazen wordt voortgestuwd, wordt onvermijdelijk ook het bolletje, hoewel zwaarder dan lucht, voortbewogen, daar geen lucht het tegenhoudt.
Audivimus autem ante [<] in vacuo corpora minimo momento moveri; hîc vero plus quam vacuum est respectu globi. Aer enim et spiritus eum a tergo pellunt; movebitur ergo celeriter aut tarde pro violentiâ spiritûs ex ore emissi.

  Nu hebben we eerder gehoord dat in vacuüm voorwerpen door het kleinste duwtje gaan bewegen; hier evenwel is meer dan vacuum met betrekking tot de bol. Want lucht en geblaas stoten hem van achter; hij zal dus snel of langzaam bewegen naar de hevigheid van het geblaas dat uit de mond komt.

    At cur non aeque celeriter movetur in brevioribus tubis, cum ante dictum sit primum impetum esse totius cursûs celerrimus? [<]

      Maar waarom beweegt hij niet even snel in kortere buizen, terwijl eerder gezegd is dat de vaart in het begin de snelste is van de hele vlucht?

    In brevi autem tubo primus impetus et spiritus oris non minus fortiter emittitur quam in longiori tubo. Nec videtur ad rem facere, quod diutius in eo motu celerrimo continetur globus in longiori tubo quam in breviori, nam hoc tantum potest evinci tanto longius globum proijci quo longior est tubus; id est, si tribus pedibus longior est, tribus pedibus longius proijci, quia globus extra tubi longioris finem non movetur celerius quam ad finem tubi brevioris.

      Verder wordt in een korte buis de beginvaart en het geblaas van de mond niet minder krachtig gegeven dan in een langere buis. En het lijkt er niet toe te doen, dat de bol langer in die snelste beweging gehouden wordt in de langere buis dan in de kortere, want er kan slechts dit gewonnen worden dat de bol evenveel verder wordt geschoten als de buis langer is; dat wil zeggen, als deze drie voet langer is, dat hij drie voet verder geschoten wordt, omdat de bol zich buiten het eind van de langere buis niet sneller beweegt dan aan het eind van de kortere buis.

    Verum hoc falsum est. Cum enim aer et spiritus ob levitatem, et quia causa sunt motûs globi, celerius moveantur quam globus, fit ut spiritus perpetuo, quamdiu in tubo est, adhuc aliquid addat motui primi impetûs. Nam globus prius extra tubum deprehenditur, etiam in longissimis tubis, quam spiritus oris cessat; at cum est extra tubum, spiritus sparsus per latum aerem et ab eo ubique impeditus, statim omnem vim amittit; in tubo vero a nullo circumstante impeditus, usque ad finem retinet, estque spiritus, motus in tubo, celerior globo; extra tubum vero globi motus celerior spiritu.

      Maar toch is dit niet waar. Daar immers lucht en geblaas wegens de lichtheid, en omdat ze oorzaak zijn van de bolbeweging, sneller bewegen dan de bol, is het zo dat het blazen voortdurend, zolang het in de buis is, nog iets toevoegt aan de beweging van de eerste vaart. Want de bol wordt al buiten de buis waargenomen, ook bij de langste buizen, voordat het blazen van de mond ophoudt; maar als hij buiten de buis is verliest het geblaas, verstrooid over de wijde lucht en er overal door belemmerd, terstond alle kracht; in de buis echter, door geen omgevingslucht belemmerd, houdt het aan tot het uiteinde, en het geblaas is, bewegend in de buis, sneller dan de bol; maar buiten de buis is de bolbeweging sneller dan het blazen.

    Si igitur tam longus foret tubus ut spiritus circa finem tubi non amplius celerius moveretur quam globus, ex tali tubo globus aeque longe proijceretur quam ex tubo breviori, spiritu motui proportionato.       Als nu een buis zo lang zou zijn dat het blazen bij het uiteinde niet meer sneller zou bewegen dan de bol, dan zou uit zo'n buis de bol even ver geschoten worden als uit een kortere buis, met het blazen aangepast aan de beweging.
Eadem dicta sint etiam de pulvere pyrio.

    Den 6en Jan. 1623 te Rotterdam.

  Hetzelfde geldt ook voor buskruit.

    De 6e jan. 1623 te Rotterdam.


    *)  Dit verschijnsel was besproken door Tartaglia, Quesiti et inventioni diverse (Venetië 1546/1554, fol. 18v-20v), Cardanus, de Subtilitate (Neurenberg 1550), ed. Lyon 1580 p. 93, en Benedetti, Div. specul. Lib. (Turijn 1585) p. 258. [Deze laatste leerde Beeckman pas later kennen: III, 273.]


Lucht niet door glas        

Aer etiam calidissimus per vitrum non transit.

    Den 22en Jan. 1623 te Rotterdam.

    Aqua in vitrum attrahitur in quo candela ardet [<], non quia aer attenuatus unâ cum igni per poros vitri transit [<]. Non enim videtur transire, nec ullo experimento id fieri cognitum habeo; imo si fieret, id instrumentum quo frigoris et caloris gradum per tempora annoto [<], tandem deficeret, calore intus penetrante et semper nonnihil aeris secum auferente. Sed potius credamus ignem quidem transire per poros vitri, aerem vero post se relinquere, non aliter quam aqua marina, transcolata per arenam, deponit suum salem.

 
Ook de heetste lucht gaat niet door glas

    De 22e jan. 1623 te Rotterdam.

    Water wordt opgetrokken in een glas waarin een kaars brandt [<], niet omdat verdunde lucht tegelijk met vuur door poriën van het glas gaat [<]. Die lijkt er immers niet door te gaan, en bij geen enkele proef gebeurt dat, naar mijn weten; ja als het zou gebeuren, zou dat instrument waarmee ik de koude- en warmtegraad in de loop van de tijd aanteken [<], tenslotte tekortschieten, als warmte binnen zou dringen en altijd enige lucht zou meebrengen. Doch laten we liever aannemen dat weliswaar vuur door de poriën van het glas gaat, maar dat het de lucht achter zich laat, evenals zeewater, door zand heen sijpelend, afstand doet van zijn zout.

[ 228 ]
    Est quidem aliqua differentia inter calorem instrumenti praedicti et flammae in vitro ardentis; ibi enim ubique est aequalis, hîc vero intus fervet, extus friget. At nihilominus, cum aerem transire nunquam expertus sim, malim dicere aquam ascendere quia aer, attenuatus antequam orificio aquam tangeret, extinctâ candelâ, densatur. Nam ipse poculum inverti atque ejus orificium in aquam immisi, superiusque igneis prunis calefeci vehementer; nec tamen quicquam aquae in poculum ingressum est, sed potius aer bullas excitando exijt, cum tamen vehementer aer intus incaluerit.       Er is ongetwijfeld enig verschil tussen de warmte van genoemd instrument en van een vlam brandend in een glas; daar is die immers overal gelijk, hier evenwel is het binnen heet, buiten koud. Maar niettemin, daar ik nooit bevonden heb dat lucht erdoor gaat, wil ik liever zeggen dat het water stijgt doordat de lucht, verdund voordat hij met de opening het water raakte, na het doven van de kaars verdicht wordt. Want zelf heb ik een beker omgekeerd en met de open kant in het water gedaan, en aan de bovenkant heel warm gemaakt met vurige kolen; en toch is er geen water de beker ingekomen, maar eerder ging lucht er uit, door bellen te maken, terwijl toch de lucht binnen hevig opgewarmd was.


Kaars onder glas        

Candela in inverso in aquam vitro,
cur extinguatur.

    Extinguitur autem candela quia aer, circa flammam adstans, intra flammam ab incumbente aere non cogitur, cum nullus aer eum aerem premat; obstant enim latera vitri. Aer igitur in vitro quiescit, etiam consumpto eo qui est in ipsâ flammâ, nam consumptus is, aut potius attenuatus, dispergitur in vitro quaqua versum. Sed is locus non habet vim attrahendi alium aerem, ut ante [<] saepius diximus, nisi quantum a motu aeris attenuati fortuito ad locum flammae pervenit, qui et ipse a flammâ attenuatur, parcior existens; unde fit ut flamma minuatur.
 
Kaars in omgekeerd glas in water,
waarom hij uitgedoofd wordt.

    De kaars nu gaat uit omdat de lucht, die de kaars omringt, niet de vlam in gedrongen wordt door erop liggende lucht, daar er geen lucht is die op deze lucht drukt; de glaskanten zitten immers in de weg. De lucht is dus in het glas in rust, ook als die in de vlam zelf verbruikt is, want als deze verbruikt is, of liever verdund, verbreidt hij zich in het glas naar alle kanten. Maar deze plek heeft niet een kracht om andere lucht aan te trekken, zoals we hiervoor vaker hebben gezegd, behalve zoveel als er door luchtbeweging toevallig ter plaatse van de vlam komt, die ook zelf door de vlam verdund wordt, en kariger voorhanden is; zo komt het dat de vlam kleiner wordt.
Aer enim liber in locum vacuatum impulsus, primo flammam undiquaque comprehendit, coarctat et, ne nimis celeriter diffluat, prohibet; quo fit ut sit calidior fortiusque fumum et oleum attenuet. Secundo suo accessu movet flammam, ut violentius oleo et fumo insinuetur. Tertio et ipse, cum possit a calore rarifieri sitque fumo immixtus, dissilit separatque fumum et motum auget. Quibus omnibus flamma conclusa in initio fere, post vero omnino caret.   Want vrije lucht, naar de lege plaats geduwd, sluit eerst de vlam van alle kanten in, perst hem samen en belet dat die zich te snel verspreidt; waardoor komt dat hij warmer is en sterker de walm en olie verdunt. Ten tweede beweegt hij bij het aankomen de vlam, zodat deze heftiger in de olie en walm gedrongen wordt. Ten derde doet hij ook zelf, daar hij door warmte verdund kan worden en met walm vermengd is, de walm uiteenspatten en scheiden, en de beweging toenemen. Door al deze dingen lijdt een opgesloten vlam gebrek, in het begin enigszins, later zelfs geheel.


Weervoorspelling        

Aeris qualitates
vitris quibus calor examinatur praedicere.

    Qui prognosticari aeris qualitates cupiunt, plurima vitra aerem frigore densantia (qualis ante descripsimus [<,>]), disponant multis in locis, primus a polo aequidistantibus, ut observent quid Luna reliquique planetae possint, conjuncti cum varijs fixis. Cum enim Luna singulis horis alijs fixis adsit, non erunt duo ejusdem paralleli loca, ad quae eadem vis coelestis pervenire possit. Etsi enim sequenti horâ Occidentaliores easdem omnino stellas videant, non tamen eas cernunt cum tali situ Lunae; quod multum forsitan ad rem faciet, cum saepe Luna vel Solem, vel fixam insignem etc., tum aspiciet, quam ante non aspexerat. Quod, si parum videatur facere ad mutationem, id indicabit vitrum; aut referemus ad naturam Terrae et aquae ejus loci.

 
Luchtgesteldheden voorspellen
met glazen waarmee bepaald wordt hoe warm het is.

    Wie de gesteldheden van de lucht van tevoren wil weten, moet veel van die glazen die lucht door kou verdichten (zoals we eerder beschreven hebben [<,>]) opstellen op veel plaatsen, eerst even ver van de pool, om na te gaan wat de invloed is van de Maan en de overige planeten, in samenstand met allerlei vaste sterren. Daar de Maan immers elk uur bij andere vaste sterren staat, zullen er geen twee plaatsen op dezelfde breedtecirkel zijn, waar dezelfde hemelwerking kan komen. Want ook al ziet men Westelijker op een volgend uur precies diezelfde sterren, men ziet ze toch niet met zo'n positie van de Maan; wat wellicht veel uitmaakt, daar het vaak zo is dat de Maan een bepaalde stand heeft t.o.v. de Zon, of een vast Dierenriemteken etc., die hij eerder niet had. En als het weinig blijkt uit te maken voor de verandering, zal het glas dit aangeven; of ook schrijven we deze toe aan de natuurlijke gesteldheid van land en water ter plaatse.

    Deinde vitra dispones ad meridiem etc.   [>]       Daarna stel je glazen op meer naar het zuiden etc.   [>]

[ Lat. ]


[ 235 ]
Luchtdruk        

Aer an rebus graviter incumbat
objectione examinatur.

    Contra primum Corollarium, sive Paradoxum, in thesibus meis de aere incumbente [<] quo ratio fugae vacui redditur, hanc objectionem opposui quae per integram horam tanta mihi visa fuit, ut de solutione desperaverim, fueritque commodissimum argumentum contra eos qui se optime putant confirmatos in hac opinione, vel gloriantur (quales tamen necdum vidi), se primo vel a multis annis excogitasse.
 
 
Of de lucht zwaar leunt op de dingen
door tegenwerping onderzocht.

    Tegenover de eerste toegift, of stelling, bij mijn proefschrift, over de drukkende lucht [<] waarin de reden gegeven wordt voor de vlucht voor vacuüm, heb ik deze tegenwerping gezet die mij een heel uur lang zo sterk geleken heeft, dat ik aan een oplossing gewanhoopt heb, en het is het geschiktste argument geweest tegen hen die zich het best bevestigd achten in deze voorstelling, of zich er op beroemen (en toch heb ik zulke mensen nog niet gezien), dat zij het voor het eerst, of al vele jaren geleden bedacht hebben.
 
    Objectio autem talis est:

    Si vas aquâ repletum, lanci trutinae imponas, idque cum alio pondere ad aequilibrium redigas, dein vase alio, inverso in eâ aquâ, nonnihil aquae attollas, ore secundi vasis undique aquam tangente aquaeque parte in vase secundo pendula existente — si, inquam, aer aquae incumbens aquam pendulam suo incubitu vel compressione in vase conservet, sequetur aquam reliquam in vase primo, ejusdem fore ponderis cujus erat ante, cum aer incumbens, nostro juditio, tam fortiter incumbat reliquae aquae extra vas secundum existenti, ut partem ejus in locum vacuum secundi vasis exprimat. Unde sequitur tanto fortius aerem incumbere aquae reliquae quam ante, quanto jam plus quam ante cogitur agere, sustinendo vel exprimendo partem illam aquae in vas secundum.*)
 
      De tegenwerping nu is deze:

    Als je een met water gevulde vaas op een schaal van de weegschaal zet, en deze met een ander gewicht in evenwicht brengt, vervolgens met een andere vaas, omgekeerd in dat water, wat water optilt, terwijl de opening van de tweede vaas overal het water raakt en een deel van het water daarin zich in hangende toestand bevindt — als, zeg ik, de op het water leunende lucht het hangende water door zijn leunen of samendrukken in de vaas houdt, dan zal volgen dat het overige water in de eerste vaas, van hetzelfde gewicht is als het eerst was, terwijl de leunende lucht, naar ons oordeel, zo sterk leunt op het overige water dat buiten de tweede vaas is, dat hij een deel hiervan in de lege plek van de tweede vaas omhoog perst. Waaruit volgt dat de lucht zoveel sterker op het overige water leunt dan eerst, als hij nu meer dan eerst moet doen, om dat deel van het water in de tweede vaas te dragen of omhoog te persen.*)
 
    Facilis enim videtur responsio per nudam fugam vacui tanquam primum principium. Vacuum enim in vase attrahere dicitur aquam, attractamque sustinere, ita ut reliquam aquam non magis premat quam si foret omnino ablata. Unde nullo modo mirum est aquam reliquam in vase primo esse minoris ponderis, cum pars ejus non aliter sublata sit quam si quis plumbum, ex lance manu suâ attollens, sustineat.
 
      Gemakkelijk lijkt immers een antwoord met alleen de vlucht voor vacuüm als eerste beginsel. Van vacuüm wordt immers gezegd dat 't het water aantrekt, en dan omhoog houdt, zo dat de rest van het water niet meer drukt dan wanneer het geheel weggehaald was. Zodat het helemaal geen wonder is dat de rest van het water in de eerste vaas minder gewicht heeft, daar een deel ervan niet anders opgetild wordt dan als iemand lood uit de schaal met zijn hand optilt en omhoog houdt.
 
    Veram vero solutionem nobis exhibent Statica, quae id, quod hîc miramur, nobis demonstrant in aquâ. Quod autem fit in aquâ, quis dubitet id fieri posse in aere, eandem fluxibilitatis rationem habente?
[...]
      Een werkelijke oplossing geeft ons echter de Statica, die dit, waarover we ons hier verbazen, aantoont in water. En wat gebeurt in water, wie zal betwijfelen dat dit kan gebeuren in lucht, die dezelfde aard van vloeibaarheid heeft?
[...]

    *)  Een dergelijk bezwaar werd nog in 1647 gemaakt bij de proeven over het luchtledige te Parijs, zie: C. de Waard, L'expérience barométrique (Thouars, 1936), pp. 84, 161.
[ Lat. (vervolg)]

[ 236 ]
Bodem en zijden dragen de last        

Fundus et latera vasis
cur ab aqua tantum onus
sustineant.

    [...] Exemplum est in praecedenti figurâ, ubi abcd vas, in quo globuli e, f, g, h sibi invicem imponuntur. Hi si inter se forent connexi, fundo bc tantum onus afferrent, quanti ipsi sunt ponderis. Jam vero solum contigui existentes, non minus afferunt ponderis fundo quam ante, verum etiam latus cd premitur a globis e, f, g. Impellitur enim globus g ad punctum i ab e, f, g et idem globus impellitur ad k ab h, g; ad dh vero impelluntur globi a globis e, f, g, h.
bolletjes tegen bodem en wanden van een vat
Waarom bodem en zijden
van een vaas een zo grote last
van water dragen.

    [...] Een voorbeeld is er in de voorgaande figuur, waar abcd een vaas is, waarin bolletjes e, f, g, h zich beurtelings op elkaar leggen. Als deze onderling gebonden waren zouden ze op de bodem bc zoveel lading brengen, als ze zelf gewicht hebben. Nu ze evenwel alleen aangrenzend zijn, brengen ze niet minder gewicht op de bodem dan tevoren, maar ook wordt tegen de zijkant cd gedrukt door de bollen e, f, g.  Bol g wordt immers tegen punt i geduwd door e, f, g en dezelfde bol wordt tegen k geduwd door h, g; en tegen dh worden de bollen geduwd door de bollen e, f, g, h.
    Ne igitur posthac amplius miremur lateribus vasis simul cum ejus fundo vim fieri, quin potius miremur corpora quaedam inter se ita posse connecti, ut lateribus non impingant dissoluta.*)     Laten we dus hierna niet meer verbaasd zijn dat er een kracht is op de wanden van de vaas zowel als op de bodem ervan, waarom verwonderen we ons er niet liever over dat lichamen onderling zo gebonden kunnen zijn, dat ze niet los tegen de wanden stoten.*)

    *)  Hier geeft Beeckman dus de verklaring voor alzijdige voortplanting van druk in vloeistof [<], zoals hij voor lucht al veel eerder had gedaan [<].
[ Ned. ]


[ 243 ]
Punt op hoepel        

Punctus in trocho converso
cur videatur circulus, et color coloratior.

    Punctus unus in trocho verso videtur circulus, quia totus semel vertitur antequam sensus puncti in oculo evanuit. Et circulus coloratus debiliter in trocho quiescente multo elegantior videtur coloratus inverso eo, quia eae partes in circulo quae non erant coloratae, ob circumgyrationem videntur coloratae. Sunt autem multae exiguae invisibiles particulae unde lux prodit, quas color non tetigit.
 
Waarom een punt op een draaiende hoepel
een cirkel lijkt, en kleur gekleurder.

    Eén punt op een draaiende hoepel lijkt een cirkel, omdat het eenmaal geheel rondgedraaid wordt voordat de indruk van het punt in het oog verdwenen is. En een gebrekkig gekleurde cirkel op een hoepel in rust lijkt veel sierlijker gekleurd als die omgedraaid wordt, omdat die delen op de cirkel die niet gekleurd waren, wegens de rondwenteling gekleurd lijken. Dan zijn er veel kleine onzichtbare deeltjes waaruit licht voortkomt, die bij het kleuren niet aangeraakt zijn.


Buskruit        

Pulvis pyrius cur tam facile accendatur.

    Philosophia naturalis  Sebastiani Bassonis*) incidens in manus meas, visa adhuc est parum aut nihil alienum ab ijs quae in hoc libro explicuimus, tractare.

 
Waarom buskruit zo makkelijk ontstoken wordt.

    Philosophia naturalis  van Sebastio Basso*), bij toeval in mijn handen geraakt, lijkt naar wat ik gezien heb weinig of niets te behandelen dat onverenigbaar is met wat we in dit boek uiteengezet hebben.

    Pag. 109 de pulvere pyrio facile ab igni externo accenso, cur non etiam ab interno suo igni accenditur, omittit mathematicam illam toties a me inculcatam rationem de superficierum ad corporeitatem proportione [<]. Hic enim ignis externus, circumvolitus exiguo corpori pulveris pyrij, magnus est respectu interiorum, cum superficiei magnae undique adhaereat exiguum corpus, ideoque etiam parum ignis interioris respectu exterioris ambienti.       Pag. 109 over buskruit dat gemakkelijk met uitwendig vuur ontstoken wordt, waarom het niet ook door zijn inwendig vuur ontbrandt, geeft niet die wiskundige door mij zo dikwijls ingelaste redenering over de verhouding van oppervlakte en lichamelijkheid [<]. Dit uitwendige vuur immers, rond een klein stukje kruit vliegend, is groot ten opzichte van het inwendige, daar het kleine stukje aan alle kanten aan een groot oppervlak vastzit, en daarom is er ook weinig inwendig vuur vergeleken met het uitwendige dat er rondom gaat.

    *)  Philosophiae naturalis adversus Aristotelem Libri XII ... a Sebastione Bassone, doctore medico (Genève 1621, vignet: 'Amicus Plato, amicus Socrates, sed magis amica Veritas'; herdruk: Amsterdam 1649).  [^]
[ Lat. ]


[ 245 ]
Beweging        

Motus minimus an detur.

    Basson, Libro de Motu [p. 410], existimat dari minimum motum, procul dubio etiam existimaturus esse minimum tempus.

 
Of er een kleinste beweging is.

    Basso, in het boek over Beweging [<], meent dat een er kleinste beweging bestaat, en ongetwijfeld zal hij ook menen dat er een kleinste tijd is.

    At quis comprehendat ingenio atomum unam non posse, nisi totum, suum locum mutare, id est non posse fieri ut locum pristinum non totum reliquerit, et cum parte sui extra priorem locum extet? Nec sectio in infinitum concludit atomum tempore finito nullam longitudinem, licet brevissimam, posse percurrere, quia etiam tempus finitum in infinita tempora secari potest. Quid mirum igitur, si atomus talem longitudinem tali tempore percurrat?   [<]       Maar wie kan met het verstand begrijpen dat één atoom niet zijn plaats kan veranderen tenzij geheel, dat wil zeggen dat het niet kan gebeuren dat het niet geheel zijn vorige plaats opgegeven heeft, en gedeeltelijk buiten zijn eerdere plaats uitsteekt? En ook houdt een oneindige verdeling niet in dat een atoom in een eindige tijd geen enkele lengte, hoe klein ook, kan doorlopen, omdat ook een eindige tijd in oneindig kleine tijden verdeeld kan worden. Wat is er dus wonderbaarlijk aan, als een atoom zo'n lengte in zo'n tijd doorloopt?

Divisio realis in infinitum an fiat.

    Ego vero, cum statuo atomos, non tales imaginor ut nequeam eas mente dividere, sed tales quae, cum poris careant, reipsâ nequeant dividi. Divisio quae fit mente, Aristotelem coëgit quodlibet corpusculum in infinitum secare; atomorum constitutio Bassonem coëgit describere tales atomos quae mente nequeant dividi ulterius, quales animus humanus non capiat.
 
Of er een echte verdeling in het oneindige is.

    Maar ik, terwijl ik stel dat er atomen zijn, stel me die niet zo voor dat ik ze niet in gedachten kan verdelen, maar zo dat ze, daar ze poriën missen, in werkelijkheid niet verdeeld kunnen worden. Verdeling in gedachten bracht Aristoteles ertoe een willekeurig deeltje tot in het oneindige te snijden; de vaststelling van atomen bracht Basso ertoe zodanige atomen te beschrijven, die in gedachten niet verder verdeeld kunnen worden, dat de menselijke geest ze niet kan vatten.
[ 246 ]
Punctum igitur non est atomus corporis, nec motus dividitur in minimum motum, nec spacium in minimum spacium, nec tempus in minimum tempus. Ex momentis enim non fit tempus secundum Peripatheticos, nam inter quaelibet duo momenta est tempus. Atque etiamsi non satis queam explicare quae sit ea temporis natura, quisque sit processus inter duo momenta disjuncta, id tamen non magis mirum videatur quam spacij in infinitum protensio, aut temporis aeternitas, aut corporum in immensum extensio, aut natura interior atomorum, quam dicimus corpus.

  Een punt nu is niet een atoom van een lichaam, en beweging is niet te verdelen tot op de kleinste beweging, en ruimte niet tot op de kleinste ruimte, en tijd niet tot op de kleinste tijd. Uit momenten ontstaat immers geen tijd volgens de Peripatetici [^], want tussen twee willekeurige momenten is er tijd. En ook, al kan ik niet goed verklaren wat tijd eigenlijk is, en hoe de voortgang is tussen twee afzonderlijke momenten, dit schijnt toch niet wonderlijker dan een voortzetting van de ruimte tot in oneindige, of eeuwigheid van de tijd, of uitgestrektheid van lichamen tot in het onmetelijke, of een inwendige natuur van de atomen, die we als lichaam stellen.

    Bene igitur Veteres: Deus omnia creavit pondere, tempore et mensurâ. Quid sit illud pondus, quid natura temporis, quid continuitas spacij, omnem captum nostrum superare videtur. Pondus dixerunt corporeitatem, mensuram spacium quodlibet; ex atomo vero spacij et temporis oritur motûs omnis aequalitas ejusque secundum solas quietes variatio.       Terecht zeiden dus de Ouden: God schiep alles met gewicht, tijd en maat. Wat dat gewicht is, wat het wezen is van tijd, en wat de continuïteit van ruimte, schijnt al ons begrip te boven te gaan. Gewicht hebben ze lichamelijkheid genoemd, en maat een of andere ruimte; en uit een atoom van ruimte en tijd onstaat alle gelijkmatigheid van beweging en de verscheidenheid ervan uitsluitend volgens rustpunten.
Unde id, quod ante [<] toties ursi de motûs semel inchoati perpetua continuatione, omnino everteretur. Quod tamen multo est verisimilius. Cur enim id quod in vacuo movetur semel, aliquando quiesceret? Quod tam necessarium videtur quam si id quod semel quiescit, non semper quiesceret, quamdiu ab alio non moveretur. Etsi igitur in motu nonnihil sit quod non intelligimus, et tamen, datum, non minus absurdum videtur negare per se posse quiescere, quam corpora evanescere in nihilum.   Waardoor dat, wat ik hiervoor [<] zo vaak benadrukt heb over voortdurende voortzetting van een eenmaal begonnen beweging, geheel omver geworpen zou worden. Wat toch veel waarschijnlijker is. Want waarom zou dat wat in vacuum eenmaal beweegt, ooit tot rust komen? Wat even noodzakelijk lijkt als te zeggen dat wat eenmaal in rust is, niet altijd in rust zou blijven, zolang het niet door iets anders bewogen werd. Ook al is er dan bij beweging het een en ander dat we niet begrijpen, toch staat vast dat het even absurd lijkt, te ontkennen dat iets vanzelf in rust kan blijven, als dat lichamen verdwijnen in het niets.

    Van het bovenstaande is een afbeelding te zien in Beeckmans handschrift.
[ Lat. ]


[ 276 ]
Bacon: water wordt lucht        

Aquam in aerem non verti probatur per vitrum
quo calor examinatur.

    Den 12en Decemb. 1623.

    Francis. de Verulamio in Historia sua ventorum*), ad Articulum 8 Inquisitionis topicorum particularium, Aphorismo 23, pag. 111, dicit aquam verti in aerem et capere locum centuplo majorem [<], ideoque per totam hanc Historiam putat facillimo negotio fieri aquam resolutam in vapores, atque ita statim fieri novum aerem.

 
Water verandert niet in lucht, bewezen met het glas
waarmee de warmte wordt onderzocht.

    De 12e december 1623.

    Francis Bacon zegt in zijn Verhaal van de winden*), bij Artikel 8 van het onderzoek van bijzondere onderwerpen, Aforisme 23, pag. 111, dat water in lucht verandert en een honderd keer zo grote ruimte inneemt, en daarom meent hij in heel dit Verhaal dat water op heel gemakkelijke manier ontbonden wordt tot dampen, en dat er zo terstond nieuwe lucht ontstaat.

    At hîc videtur hallucinari, cum ejus conversionis nullum probabile argumentum ullubi protulerit. Atque aer in diarijs, quibus frigus et calorem temporis exploramus [<], brevi aer auctus, aut diminutus, foret, et instrumentum id nullius usûs ferme. Cujus contrarium aut jam patet, aut experiri possumus, si observemus an sequenti anno die, aequaliter calido, eadem altitudo liquoris deprehendatur in tubo; nam integro anno vel periret omnino aer in aquam versus, atque ita vitrum plenum foret usque ad summum capitis, aut valde auctus, deprimeret omnem liquorem ex tubo. Augeri autem poterat ex liquore sensim, in aerem intra vitrum verso.   [>]       Maar hier schijnt hij te bazelen, daar hij van deze overgang nergens een aannemelijk bewijs naar voren gebracht heeft. Maar ook zou de lucht in dagglazen, waarmee we de koude en warmte van het weer onderzoeken [<], in korte tijd zou de lucht vermeerderd of verminderd zijn, en dit instrument zou dan van bijna geen nut zijn. Het tegendeel ervan blijkt, of kunnen we ondervinden, als we waarnemen of in het volgende jaar, op een dag die even warm is, dezelfde hoogte van de vloeistof in de buis wordt bevonden; want in een heel jaar zou de lucht wel geheel verdwijnen, overgegaan in water, en zo zou het glas vol zijn tot bovenin de kop, of de lucht zou zeer toegenomen zijn, en alle vloeistof uit de buis drukken. En het toenemen zou geleidelijk gegaan kunnen zijn, binnen het glas van vloeistof veranderd in lucht.

    *)  Francisci Baronis de Verulamio, Vice-Comitis Sancti Albani, Historia naturalis et experimentalis (Londen 1622). Dit is deel 3 van de Instauratio Magna, met 'Historia ventorum' op pp. 29 - 246.  [Heruitgave van dit deel: Leiden 1648, p. 44.]   [<,>]
[ Lat. ]



Isack Beeckman | 1623 v (top) | vervolg