Lenzen , sterrenlicht , vacuüm , gebaren
|
| ||||
|
Hieronymus Sirturus [<,>], parte 2, cap. 22 Telescopij dicit majus aut minus specillum sive lentem, in eadem forma paratam, suscipere diversam figuram. Ubi ille errat, quia non videt majorem lentem per extrema sua punctum concursus propius lentem constituere quam lentes minores quia hi centro sunt proximiores. Deinde nescit radios, per extrema transeuntes, superare illos qui prope centrum transeunt, quia triplo plures radij transeunt per eandem latitudinem; circulus enim duplum habens diametrum, occupat quadruplum spatium. Cum igitur punctum propinquius a pluribus radijs constituatur, fit ut remotius obscuretur, id est negligatur. Idcirco forsitan praestabit loca circa centrum tegere, ne confundant punctum propinquius, nisi putes radios, proxime centrum paralleloos fere incidentes, illud punctum sub transitu illustrius reddere. |
Hieronymus Sirturus [<,>] zegt in deel 2, h. 22 van Telescopium dat een groot of klein kijkglas of lens, in dezelfde slijpvorm gemaakt, een verschillende figuur aanneemt. Waarin hij zich vergist, omdat hij niet ziet dat een grotere lens met zijn buitenste delen het punt van samenkomst dichterbij de lens vormt dan kleinere lenzen omdat deze dichter bij het middelpunt zijn. Verder weet hij niet dat de stralen, die door de buitenste delen gaan, het (in aantal) winnen van degene die dichtbij het middelpunt doorgaan, omdat er driemaal meer stralen door dezelfde breedte gaan; want een cirkel met dubbele middellijn beslaat vier keer zoveel ruimte. Daar dus het punt dichterbij door meer stralen gevormd wordt, is het zo dat het meer veraf gelegen punt verdwijnt, d.w.z. niet waargenomen wordt. Daarom zal het misschien gunstig zijn plaatsen rond het middelpunt te bedekken, opdat ze het punt dichterbij niet in de war brengen, tenzij je denkt dat stralen, die het dichtst bij het middelpunt bijna evenwijdig invallen, dat punt bij hun doorgang helderder maken. | |||
|
| ||||
|
cur Solem luce non superent. Stellarum fixarum visibiles diametri tam sunt magni ut si omnes totius hemisphaerij conjungerentur, Solis diametro multipliciter majores forent. Cur igitur non majus illo lumen nobis praebent? [<] |
de Zon niet overtreffen in licht. De zichtbare middellijnen van de vaste sterren zijn zo groot dat als alle van een geheel halfrond bijeengevoegd werden, ze vele malen groter zouden zijn dan de diameter van de Zon. Waarom geven ze ons dan niet meer licht dan deze? | |||
| Ratio una hujus rei esse videtur quod visibiles earum diametri multo majores sint ob radios corporibus illorum circumfusos, vel potius in aragnoide sparsos, quam in tali distantia et magnitudine earum esse deberent. Cum enim aeque ac Sol propria luce luceant, cur illis idem non contingeret quod multis candelis cum magna aliqua in distantia et magnitudine collatis? Etiamsi autem lumen aeri occurrens resiliat, id tamen fieri non potest in spatio quod est inter nostrum aerem et fixas; et si fieret, multum tamen lux Solis apud nos ab illarum luce superaretur. Sume experimentum in candela, uno pede a re visibili remota, talesque tam multos a re visibili per duos pedes removeto, donec aeque bene legere possis; atque haec confer cum Sole et fixis. | Eén verklaring van deze zaak lijkt te zijn dat hun zichtbare middellijnen veel groter zijn wegens de stralen die hun lichamen omringen, of veeleer die op het netvlies verstrooid worden dan ze zouden behoren te zijn op zo'n afstand en met hun grootte. Daar ze immers evenals de Zon met eigen licht schijnen, waarom zou er dan niet hetzelfde bij voorkomen als bij veel kaarsen die met één grote vergeleken worden, naar afstand en grootte? En ook al kaatst er licht terug als het de lucht treft, dit kan toch niet gebeuren in de ruimte die er is tussen onze lucht en de sterren; en als het zou gebeuren, zou toch het licht van de Zon bij ons ver overtroffen worden door hun licht. Neem een proef met een kaars, één voet verwijderd van een zichtbaar voorwerp, en zet zoveel van zulke kaarsen op twee voet afstand van het zichtbare voorwerp, totdat je even goed kunt lezen; en vergelijk dit met de Zon en de vaste sterren. [<] | |||
|
| ||||
|
In plano laevibus globulis pleno, atque ita tecto ut globuli pressi sursum moveri nequeant, globuli illi nullo modo moveri possunt; multo minus in pixide ita plena et nequidem in universo pleno. Ergo est vacuum intermixtum. |
Op een vlak dat vol is met gladde bolletjes, en ook zo bedekt dat de bolletjes niet omhoog kunnen bewegen als er tegen gedrukt wordt, kunnen die bolletjes op geen enkele manier bewegen; veel minder nog in een doosje dat zo gevuld is en ongetwijfeld niet in een vol heelal. Dus is er vacuüm tussen gemengd*). | |||
[ *) Vgl. de tweede stelling bij B.'s promotie.] | ||||
|
| ||||
|
Restat tractatus scribendus de gestibus concionatorum, et observandum quid commune inter se habeant; quod, si per divisionem tentaretur, non ita longum ac difficile foret ut ab eo omnes docti deterreri debeant. Hinc intelligemus ex quibus animi nixibus, quales gestus necessario oriantur, et vox etiam cum ijs videbitur convenire, nec multum differre a pulsuum differentijs; id est, ea quae Galenus de pulsuum differentijs notat, multo facilius in gestibus et voce notabuntur. |
Er moet nog een verhandeling geschreven worden over de gebaren van predikanten, en waargenomen wat ze onderling gemeenschappelijk hebben; en als dit met een indeling aangepakt zou worden, zou het niet zo lang en moeilijk zijn dat alle geleerden ervan afgeschrikt moeten worden. Hieruit zullen we begrijpen uit welke geestesneigingen, welke gebaren noodzakelijkerwijze voorkomen, en de stem zal ook daarmee blijken overeen te komen, en niet veel verschillen van verschillen in polsslag; dat is, dat wat Galenus opmerkt over verschillen in polsslag, zal veel gemakkelijker opgemerkt worden in gebaren en stem. [<,>] | |||