IB | < Vertalingen > | Index

Lenzen , sterrenlicht , vacuüm , gebaren , telescoop , bijziend, diafragma


Isack Beeckman - 1633 v


[ 256 ]
Lenzen    

    Hieronymus Sirturus [<,>], parte 2, cap. 22 Telescopij dicit majus aut minus specillum sive lentem, in eadem forma paratam, suscipere diversam figuram.

    Hieronymus Sirturus [<,>] zegt in deel 2, h. 22 van Telescopium dat een groot of klein kijkglas of lens, in dezelfde slijpvorm gemaakt, een verschillende figuur aanneemt.

    Ubi ille errat, quia non videt majorem lentem per extrema sua punctum concursus propius lentem constituere quam lentes minores quia hi centro sunt proximiores. Deinde nescit radios, per extrema transeuntes, superare illos qui prope centrum transeunt, quia triplo plures radij transeunt per eandem latitudinem; circulus enim duplum habens diametrum, occupat quadruplum spatium.     Waarin hij zich vergist, omdat hij niet ziet dat een grotere lens met zijn buitenste delen het punt van samenkomst dichterbij de lens vormt dan kleinere lenzen omdat deze dichter bij het middelpunt zijn. Verder weet hij niet dat de stralen, die door de buitenste delen gaan, het (in aantal) winnen van degene die dichtbij het middelpunt doorgaan, omdat er driemaal meer stralen door dezelfde breedte gaan; want een cirkel met dubbele middellijn beslaat vier keer zoveel ruimte.
Cum igitur punctum propinquius a pluribus radijs constituatur, fit ut remotius obscuretur, id est negligatur. Idcirco forsitan praestabit loca circa centrum tegere, ne confundant punctum propinquius, nisi putes radios, proxime centrum paralleloos fere incidentes, illud punctum sub transitu illustrius reddere. Daar dus het punt dichterbij door meer stralen gevormd wordt, is het zo dat het meer veraf gelegen punt verdwijnt, d.w.z. niet waargenomen wordt. Daarom zal het misschien gunstig zijn plaatsen rond het middelpunt te bedekken, opdat ze het punt dichterbij niet in de war brengen, tenzij je denkt dat stralen, die het dichtst bij het middelpunt bijna evenwijdig invallen, dat punt bij hun doorgang helderder maken.

[ Ned. ]


[ 305 ]
Sterrenlicht    

Fixae omnes simul
cur Solem luce non superent.

    Stellarum fixarum visibiles diametri tam sunt magni ut si omnes totius hemisphaerij conjungerentur, Solis diametro multipliciter majores forent. Cur igitur non majus illo lumen nobis praebent? [<]
Waarom alle sterren samen
de Zon niet overtreffen in licht.

    De zichtbare middellijnen van de vaste sterren zijn zo groot dat als alle van een geheel halfrond bijeengevoegd werden, ze vele malen groter zouden zijn dan de diameter van de Zon. Waarom geven ze ons dan niet meer licht dan deze?
    Ratio una hujus rei esse videtur quod visibiles earum diametri multo majores sint ob radios corporibus illorum circumfusos, vel potius in aragnoide sparsos, quam in tali distantia et magnitudine earum esse deberent. Cum enim aeque ac Sol propria luce luceant, cur illis idem non contingeret quod multis candelis cum magna aliqua in distantia et magnitudine collatis? Etiamsi autem lumen aeri occurrens resiliat, id tamen fieri non potest in spatio quod est inter nostrum aerem et fixas; et si fieret, multum tamen lux Solis apud nos ab illarum luce superaretur.     Eén verklaring van deze zaak lijkt te zijn dat hun zichtbare middellijnen veel groter zijn — wegens de stralen die hun lichamen omringen, of veeleer die op het netvlies verstrooid worden — dan ze zouden behoren te zijn op zo'n afstand en met hun grootte. Daar ze immers evenals de Zon met eigen licht schijnen, waarom zou er dan niet hetzelfde bij voorkomen als bij veel kaarsen die met één grote vergeleken worden, naar afstand en grootte? En ook al kaatst er licht terug als het de lucht treft, dit kan toch niet gebeuren in de ruimte die er is tussen onze lucht en de sterren; en als het zou gebeuren, zou toch het licht van de Zon bij ons ver overtroffen worden door hun licht.
Sume experimentum in candela, uno pede a re visibili remota, talesque tam multos a re visibili per duos pedes removeto, donec aeque bene legere possis; atque haec confer cum Sole et fixis. Neem een proef met een kaars, één voet verwijderd van een zichtbaar voorwerp, en zet zoveel van zulke kaarsen op twee voet afstand van het zichtbare voorwerp, totdat je even goed kunt lezen; en vergelijk dit met de Zon en de vaste sterren.   [<]

[ Ned. ]


[ 306 ]
Vacuüm    

Vacuum esse probatum.

    In plano laevibus globulis pleno, atque ita tecto ut globuli pressi sursum moveri nequeant, globuli illi nullo modo moveri possunt; multo minus in pixide ita plena et nequidem in universo pleno. Ergo est vacuum intermixtum.
Dat er vacuüm is wordt bewezen.

    Op een vlak dat vol is met gladde bolletjes, en ook zo bedekt dat de bolletjes niet omhoog kunnen bewegen als er tegen gedrukt wordt, kunnen die bolletjes op geen enkele manier bewegen; veel minder nog in een doosje dat zo gevuld is en ongetwijfeld niet in een vol heelal. Dus is er vacuüm tussen gemengd*).

    [ *)  Vgl. de tweede stelling bij B.'s promotie.]

[ Ned. ]

Gebaren    

Concionatorum gestus in artem conferendi.

    Restat tractatus scribendus de gestibus concionatorum, et observandum quid commune inter se habeant; quod, si per divisionem tentaretur, non ita longum ac difficile foret ut ab eo omnes docti deterreri debeant. Hinc intelligemus ex quibus animi nixibus, quales gestus necessario oriantur, et vox etiam cum ijs videbitur convenire, nec multum differre a pulsuum differentijs; id est, ea quae Galenus de pulsuum differentijs notat, multo facilius in gestibus et voce notabuntur.
Gebaren van predikanten in wetenschap bijeenbrengen.

    Er moet nog een verhandeling geschreven worden over de gebaren van predikanten, en waargenomen wat ze onderling gemeenschappelijk hebben; en als dit met een indeling aangepakt zou worden, zou het niet zo lang en moeilijk zijn dat alle geleerden ervan afgeschrikt moeten worden. Hieruit zullen we begrijpen uit welke geestesneigingen, welke gebaren noodzakelijkerwijze voorkomen, en de stem zal ook daarmee blijken overeen te komen, en niet veel verschillen van verschillen in polsslag; dat is, dat wat Galenus opmerkt over verschillen in polsslag, zal veel gemakkelijker opgemerkt worden in gebaren en stem.   [<,>]

[ Ned. ]


[ 318 ]
Telescoop    

Telescopium promovere.

Telescoop verbeteren.

    Si quis faceret telescopium undique exacte clausum ita ut nec circa vitra ullus aer ingredi posset, aeris vero nonnihil ex tubo extraheret et quantum ferret laminae, ex qua tubus factus est, fortitudo, radij per illud vacuum, vel minorem aerem, euntes, minus perirent ad aerem repercussi; cumque ob transitum per vitrum prius pauciores sint, aliquid fortasse sensibile efficeret horum radiorum conservatio. Contrarium faceret tubus aqua plenus, quoque aqua foret densior, eo plus de radijs periret.

    Als iemand een telescoop zou maken die overal nauwkeurig afgesloten was, zodat er ook rondom het glas geen lucht in zou kunnen gaan, en als hij enige lucht uit de buis zou trekken en zoveel als de sterkte van de plaat zou verdragen, waarvan de buis is gemaakt, zouden de stralen die door dit vacuüm (of mindere lucht) gaan, minder verloren gaan door terugkaatsing tegen lucht; en aangezien er wegens de doorgang door het glas al minder zijn dan eerst, zou het behoud van deze stralen misschien iets merkbaars teweegbrengen. Het tegengestelde zou een buis vol water doen, en hoe dichter het water zou zijn, des te meer zou er van de stralen verloren gaan.

    Quod operae pretium foret experiri, ut D. des Cartes*) opinio refutaretur, ubi existimat eo fortiores fore radios, quo per densius medium transirent [<]. Nisi dixerit aliud esse medium densius, aliud plus medij°).     Wat de moeite waard zou zijn om te proberen, om de mening van Hr. Descartes*) te weerleggen, waar hij denkt dat de stralen des te sterker zullen zijn, naarmate ze door een dichter medium gaan [<]. Tenzij hij heeft gezegd dat een dichter medium iets anders is dan meer medium°).

    *)  Descartes verhuisde eind 1633 of begin 1634 van Deventer naar Amsterdam. Het kan door B.'s bemiddeling geweest zijn dat Stampioen jr. hem een wiskundeprobleem voorlegde (IV, 217-8).
    °)  Dichter medium, of meer medium. Misschien stond over de deeltjes al in zijn Monde: "que d'autant que les petites parties d'un cors transparant sont plus dures et plus fermes, d'autant laissent-elles passer lumiere plus aysement" [dat hoe harder en geslotener de deeltjes van een doorzichtig lichaam zijn, des te gemakkelijker ze het licht erdoor laten gaan] (Discours de la Methode, Leiden 1637, la Dioptrique, p. 23-24).

Hol of bol oculair    

Radij post concavum telescopij vitrum cur divergant.

Waarom de stralen na het holle glas divergeren.

    In telescopio radij per vitrum concavum ante punctum concursus positum, vel per alterum convexum post illud ita positum ut homo exacte videre possit aut ut maculae optime appareant — radij, inquam, non convergunt ut Scheiner vult*). Nullus enim homo unius penicilli concursum sentiret; oculus enim ita a Deo factus est ut omnes radij ab uno puncto visibili in pupillam cadentes (qui necessario divergunt), in retina conveniant.     De stralen in een telescoop door een hol glas voor het punt van samenkomst geplaatst, of door een ander bol glas daarachter zo geplaatst dat een mens nauwkeurig kan zien, of dat zonnevlekken het best verschijnen — de stralen, zeg ik, convergeren niet zoals Scheiner beweert*). Geen mens zou immers de samenkomst van één bundeltje waarnemen; het oog is immers door God zo gemaakt dat alle stralen van één voorwerpspunt die op de pupil vallen (die noodzakelijkerwijze divergeren), op het netvlies samenkomen.
Concavum igitur vitrum in telescopio facit ut in videndo radij divergant. In maculis vero examinandis tubus aliquantulum extrahitur fiuntque ob id radij omnes unius puncti visibilis, sive penicilli, ubi concavum perfoderint, inter se paralleli, uti antehac alubi scripsi [<]. Het holle glas in de telescoop maakt dus dat bij het zien de stralen divergeren. Maar bij het onderzoek van zonnevlekken wordt de buis ietwat uitgetrokken en daardoor worden alle stralen van één voorwerpspunt, of bundeltjes, zodra ze het holle glas hebben doorboord, onderling evenwijdig, zoals ik hiervoor ergens geschreven heb [<].

    *)  Kepler had in Doptrice, Prop. 86 (1611) aangetoond dat het oculair ook bol kan zijn. Scheiner zegt in Rosa Ursina [<], p. 130, I, r6, dat hij al in 1613 [1617, 13 jaar geleden] zo'n kijker had gemaakt [Fig. 3, C1, C2] (verwijzend naar zijn Oculus, 1619, cap. 20, 26), en vanaf 1625 de zonnevlekken ermee bekeken had. Pas midden 17e eeuw werden ze algemeen gebruikt.
    [ A. van Helden, 'The Development of Compound Eyepieces, 1640-1670', JHA 8 (1977) 26-36.]

[ 319 ]

Bijziend    

Myopes cur per exiguum foramen melius videant.

Waarom bijzienden door een klein gaatje beter zien.

    Per exiguum foramen, myopes praesertim, acutius videmus [<], quia radij qui per exiguam partem pupillae mediae transeunt, longius concurrunt. Sic oculis conniventibus melius videmus. Sic etiam si partem pupillae digito aut alio quovis opaco tegamus. Eo enim modo diversus radiorum concursus per diversas pupillae partes vitatur.     Door een klein gaatje zien we scherper, vooral bijzienden [<], omdat stralen die door een klein deel van het midden van de pupil gaan, verderweg samenkomen. Zo zien we beter als we de ogen samenknijpen. Zo ook als we een deel van de pupil bedekken met een vinger of iets anders dat ondoorzichtig is. Op die manier wordt namelijk een verschillende samenkomst vermeden van stralen door verschillende delen van de pupil.



Diafragma in telescoop    

Telescopij ex duobus convexis diaphragma ubi collocandum.

    In telescopio ex duobus convexis constructo [<] diaphragma collocandum est in ipso consursu radiorum, nempe ubi charta in speciebus excipiendis debet obtendi.

Waar het diafragma te plaatsen in een telescoop met twee bolle lenzen

    In een telescoop gemaakt van twee bolle lenzen [<] moet het diafragma geplaatst worden precies op de plaats van samenkomst van de stralen, namelijk waar het kaartje gehouden moet worden bij het opvangen van de beelden.

    In diaphragmate autem foramen rotundum faciendum est tantum quantum indicant lineae a centro primi convexi ad circumferentiam secundi circumcirca ductae; id est, si vitra sunt aequalia, et concursus radiorum exacte in medio inter utrumque, foraminis diameter sit exacte dimidia diametri diaphragmatis sive vitri alterutrius. Tunc enim eae species quae ad secundum vitrum perventurae non sunt, excludentur, ita ut earum radij, ad latera tubi reflexi, ad secundum vitrum non tantum inutiliter, verum etiam cum impedimento non perveniant.     En in het diafragma moet een rond gat worden gemaakt, zo groot als de lijnen aanduiden, getrokken van het middelpunt van de eerste bolle lens tot de omtrek van de tweede ongeveer; d.w.z. als de glazen gelijk zijn, en de samenkomst van stralen precies in het midden tussen beide is, moet de middellijn van het gat precies de helft zijn van de middellijn van het diafragma of van elk glas. Dan zullen namelijk de beelden die het tweede glas niet zullen bereiken, niet toegelaten worden, zodat hun stralen, teruggekaatst tegen de zijkant van de buis, bij het tweede glas niet alleen onnodig, maar ook hinderend, niet aankomen.
Multi enim per aliquotam reflexionem secundum vitrum transirent, ac se cum quibusque veris penicillis miscentes, confusiorem visum redderent. Penicillus enim cum quo mixti essent quidam radij puncti alterius, ex parte etiam visui punctum id inutile cum utili ostentaret atque ita punctum diversum a visibili videretur. Exclusi vero diaphragmati impingunt atque inde lateribus tubi ante diaphragma; etiamsi autem jam cum penicillis misceri vix possint, nisi illi qui ad latera tubi veniunt antequam ad diaphragma pervenire, tamen etiam illi suo discursu transversim diverberant multos verorum radiorum igniculos [<] qui legittime per foramen et vitrum secundum ad oculum venissent.

Veel zouden er immers door enige terugkaatsing het tweede glas doorlopen, en zich mengend bij alle ware bundeltjes het geziene verwarder maken. Want een bundeltje waarin enige stralen zouden zijn gemengd van een ander punt, ook van een deel van het geziene, zou dit als onbruikbaar samen met het bruikbare tonen en zo zou een punt gezien worden verschillend van het zichtbare. Maar als ze niet toegelaten worden stoten ze op het diafragma en daarvandaan op de zijkant van de buis voor het diafragma; en ook al kunnen ze zich nu nauwelijks mengen bij de bundeltjes, behalve die welke bij de zijkant van de buis komen voordat ze het diafragma bereiken, toch slaan die door hun dwars uiteenlopen veel vuurdeeltjes [<] uiteen van ware stralen die volgens de regels door het gat en het tweede glas naar het oog gekomen zouden zijn.

Telescopij diaphragma quale esse debeat.

    Conveniens erit igitur diaphragma hoc formare in modum coni cujus vertex versus primum vitrum vergit. Hoc modo radij inutiles intra has angustias, videlicet tubi et coni latera, suffocabuntur; conus vero sit decurtatus, ita ut foramen tantum sit quantum necesse est. Quia vero tubus et conus ex ferro, quod stanno obductum est, aut alia politiore materia, radios toties reflectit ut etiamnum multi ex illis angustijs emersi, alij a lateribus reflexi, ad angustias non pervenientes, cursum radiorum requisitorum impediri possunt, totus tubus cum ipso cono colore nigro intus afficiatur; niger enim color omnium colorum minime aptus ad reflectendum videtur. Vel potius utere nigra papyro mollissima et porosissima quam radij inutiles ingredi possunt atque in ea suffocari, id est quiescere.
Hoe een telescoopdiafragma moet zijn.

    Het zal dus passend zijn dit diafragma de vorm te geven van een kegel waarvan de top naar het eerste glas is gericht. Op deze wijze zullen de onbruikbare stralen binnen de beperkte ruimte, namelijk de zijkanten van de buis en van de kegel, worden uitgedoofd; maar het moet een afgeknotte kegel zijn, zodat het gat zo groot als nodig is. Maar omdat de buis en de kegel van ijzer zijn, dat bedekt is met tin, of een andere nogal gladde stof, kaatst het de stralen zo vaak terug dat ook nu vele ervan uit de beperkte ruimte gekomen, andere door de zijkanten teruggekaatst, deze ruimte niet bereikend, de loop van de vereiste stralen kunnen hinderen, en daarom moet de hele buis en die kegel binnenin van een zwarte kleur worden voorzien; zwart is immers van alle kleuren de kleur die het minst geschikt lijkt om terug te kaatsen. Of gebruik liever zwart papier dat heel zacht en poreus is, waarin de onbruikbare stralen kunnen gaan en erin uitgedoofd worden, d.w.z. ophouden.

[ 320 ]
    Imo ad arcendos hosce radios inutiles non erit inutile totum tubum circa conum hunc aperire, ita ut prior pars secundae adhaereat per duriora tria aut quatuor filamenta. Hoc modo enim radij, intra tubi et coni latera venientes, extra totum tubum reflectentur. Idque fieri posset per integram primam tubi partem, nisi ab aeris illustrati radijs, undique volitantibus, metueremus.     Zelfs zal het voor het weren van deze onbruikbare stralen niet onnuttig zijn de hele buis rond deze kegel open te maken, zodat het eerste deel aan het tweede hangt met drie of vier vrij stevige draden. Op deze manier zullen immers de stralen die tussen de zijkanten van buis en kegel komen, buiten de hele buis worden gekaatst. En dit zou kunnen gebeuren over het hele eerste deel van de buis, tenzij we zouden vrezen voor stralen van de verlichte lucht, die overal rondvliegen.

[ Lat. ]



Isack Beeckman | 1633 v (top) | vervolg