IB | < Vertalingen > | Index

Zonsverduistering , Mersenne , winden , telescoop , kanonskogel , levensvlam


Isack Beeckman - 1630 v


[ 153 ]

Zonsverduistering        

Eclipsis Solis 10 Junij 1630
a me observata et accurate descripta.

    Den 10en Junij 1630 observata est a me eclipsis Solis*) per tubum in loco obscuro, Solis et Lunae effigie in chartam translata, cujus in charta magnitudo erat unius pedis plus minus. Inter ultimum limbum ex centro duxeram quinque circulos concentricos; magnitudinem enim in charta paulo post meridiem ejusdem diei notaveram diviseramque diametrum in duodecim partes aequales perque divisionum puncta circulos duxi ex eodem centro, ita ut in universum essent circuli sex.

Zonsverduistering 10 juni 1630
door mij waargenomen en zorgvuldig beschreven.

    Op de 10e juni 1630 is door mij waargenomen een verduistering van de Zon*), terwijl met een kijker in een donkere ruimte het beeld van Zon en Maan op een papier werd overgebracht, waarvan de grootte op het papier plusminus een voet was. Binnen de uiterste rand had ik vanuit het middelpunt vijf concentrische cirkels getrokken; ik had namelijk de grootte op het papier even na de middag van dezelfde dag aangetekend en de middellijn verdeeld in twaalf gelijke delen, en door de deelpunten heb ik cirkels getrokken vanuit hetzelfde middelpunt, zo dat er in totaal zes cirkels waren.

    At nubibus aspectum Solis a nobis°) auferentibus, non incoepi observare antequam Luna jam octo digitos in charta occupasset; tunc enim octo occupare eam digitos statuebam, quando duos circulos interiores Luna sic occuparet, ut nulla eorum particula a Sole illuminaretur.     Maar omdat wolken ons°) het zicht op de Zon benamen, ben ik niet begonnen waar te nemen voordat de Maan al acht duim op het papier bedekt had; ik stelde namelijk vast dat deze op dat moment acht duim bedekte, wanneer de Maan de twee binnenste cirkels zo bedekte, dat geen stukje ervan werd verlicht door de Zon.
Ab eo igitur tempore jussi ut puer singulos pulsus horologij mei observaret, cumque centum numerasset alta voce indicaret; ubi vero ego Lunam alterius circuli limbum extremum tangentem viderem, jussi ut alius puer numerum omnium horum pulsuum notaret; numerus autem fuit tempus quod intercessit ab eo tempore quo Luna octo digitos in Sole occuparet usque ad illud quo eadem digitos occuparet novem. Vanaf dit tijdstip dus heb ik bevolen dat een jongen de afzonderlijke tikken van mijn uurwerk waarnam, en als hij er honderd geteld had dat hij dit met luider stem aangaf; zodra ik echter de Maan de uiterste rand van de andere cirkel zag raken, heb ik bevolen dat een andere jongen het getal van al deze tikken opschreef; het getal nu was de tijd die verlopen is vanaf dat tijdstip waarop de Maan acht duim op de Zon bedekte tot aan dat waarop die zelfde [Maan] negen duim bedekte.
Horologium vero eo et praecedenti die ita ad solarium rectificaveram ut viginti quatuor hora exigua esset horologij et solarij differentia; paulo tamen celerius (potius quam tardius) debito horologium vertebatur. [<] En het uurwerk had ik op deze en de voorgaande dag zodanig met de zonnewijzer gelijk gezet dat in vierentwintig uur het verschil van het uurwerk en de zonnewijzer gering was; toch liep het uurwerk een weinig sneller dan vereist (eerder dan langzamer).

    *)  Het midden van de verduistering was om 6 uur 's avonds (ze was totaal op 44° NB).
    °)  Aanwezig waren leerlingen en vrienden [>], onder wie ongetwijfeld Martinus Hortensius [>], oud-leerling uit Rotterdam, die door B.'s bemiddeling Philips van Lansbergen al kende.
[ Cf. IV, 191: waarneming te Dordrecht en Hortensius genoemd in Uranometria (1631), 92-3: 31 mei, oude stijl voor 10 juni.   Lansbergen noemt deze waarneming ook in Opera, Tabulae ..., Praecepta, p. 31-36; en Theoricae ..., 27, 111.]
[ Hortensius noemt Beeckman in het voorwoord bij zijn vertaling van Lansbergen's Bedenckingen op den ... loop van den Aerdtkloot (1629), Commentationes in motum Terrae ... (1630).  In een brief aan Gassendi (26 april 1633) zegt hij dat Beeckman het altijd maar over Gassendi had [<]; en dat de laatste zonsverduistering in Middelburg slechts kort waargenomen kon worden.]
[ Dat Hortensius inderdaad aanwezig was blijkt in zijn Responsio (1631, aan Kepler), p. 27: "... bij het nauwkeurig waarnemen van de zonsverduistering in 1630, 10 juni nieuwe stijl, in Dordrecht ...". Zoiets staat ook in zijn Dissertatio de Mercurio (1633), p. 82; en zie Ned. p. 42.]
[ 154 ]
    Intercesserunt igitur pulsus inter digitum 


    Tikken tussen duim 8 en 9 ...*)

8 et 9 300
9 et 10 288
10 et 10 1382
10 et 9 200
9 et 8 219
8 et 7 292
7 et 6 362
6 et 4 400
4 et 3 187
3 et 2 388
2 et 1 136
1 et 0 237
——
4391
    Hic vides ab eo tempore quo jam octo digiti essent obscurati, intercessisse pulsus 4391, quos idcirco addidi quia ob Solis tremulum ac instrumentum vacillans singulos digitos non tam accurate quam volebam observare potuerim. Omnes tamen pulsus simul juncti, satis exacte ostendunt tempus praedictum: exactissime enim observavi Lunae ex disco Solis exitum. Potuit tamen fieri ut dum juberem singulorum digitorum pulsus notari, tres aut quatuor pulsus in singulis digitis fierint neglecti; esto igitur numerus potius paulo major quam minor.     Hier zie je dat vanaf dat tijdstip waarop al acht duimen verduisterd waren, er 4391 tikken geweest zijn, die ik opgeteld heb om de reden dat ik wegens het trillen van de Zon en het waggelen van het instrument de afzonderlijke duimen niet zo zorgvuldig heb kunnen waarnemen als ik wilde. Alle tikken bij elkaar evenwel geven voldoende nauwkeurig de genoemde tijd: zeer precies heb ik namelijk het weggaan waargenomen van de Maan uit de schijf van de Zon. Toch zou het kunnen zijn dat terwijl ik opdracht gaf de tikken van telkens een duim te noteren, drie of vier tikken bij telkens een duim verzuimd zijn; het getal moet dus eerder wat groter zijn dan kleiner.
    Ab hoc tempore usque dum extremus Solis limbus horisontem stringeret, intercessit tempus pulsuum 584
Totus vero Sol occubuit post pulsus 256
    Vanaf dit tijdstip tot aan dat waarop de uiterste rand van de Zon de horizon net raakte, is verlopen de tijd van 584 tikken.
En de gehele Zon is ondergegaan na 256 tikken.

    [ *)  Er waren 4187 tikken per uur, volgens de berekening die volgt.]
[ Lat. ]

[ 156 ]

    Hi sunt pulsus de quibus in hujus eclypseos observatione locutus sum, qui paulo sunt minores quam secunda horaria quarum 3600 horam conficiunt.

   Deze [4187] zijn de tikken waarvan ik bij de waarneming van deze eclips gesproken heb, die wat kleiner zijn dan de uurseconden, waarvan er 3600 een uur maken.

    Haec tantummodo ob discipulorum amicorumque concursum notare potui. Inter quae observatio temporis inter exitum Lunae a Solis disco usque ad Solis occasum, tam secundum infimum quam supremum margines, adeo certa et exacta est, ut nemo astronomus de ea dubitare unquam debeat; utimini ea audacter.

    Dit heb ik alleen maar kunnen optekenen dankzij de medewerking van leerlingen en vrienden. Hierbij is de tijdwaarneming tussen het weggaan van de Maan uit de schijf van de Zon tot aan de ondergang van de Zon, zowel aan onder- als bovenrand, zo zeker en nauwkeurig, dat geen sterrenkundige er ooit aan hoeft te twijfelen; gebruik ze gerust.*)

    Praecedens eclipseos observatio facta est Dortrechti Batavorum in Gymnasio nostro ano 1630, die 10 Junij, ut dictum est.     De voorgaande eclips-waarneming is gedaan te Dordrecht in ons Gymnasium in het jaar 1630, op de dag 10 juni, zoals gezegd is.

zonsverduistering     [ *)  Met een astronomie-programma zoals Redshift is de eclips nu weer te zien (Dordrecht: 51° 48' N, 4° 40' O). De zonsondergang is ruim 4 minuten vroeger als niet gerekend wordt met de straalbreking in de atmosfeer, vgl. het Nova-Zembla-effect (<).]

[ Hiernaast een resultaat met Sky View Café, met UT+1 = 19h 55'.
    Zon geheel onder:  UT+1 = 20h 58'.]
[ Lansbergen: zonsondergang 20h 17' (lokale zonnetijd), in Opera, Uranometria, 52.   Tekening: Opera, Tabulae ..., Praecepta, p. 37.]


maan naast en voor de zon

[ Lat. ]


[ 161 ]

Mersenne in Dordrecht - Snaar    

Chorda duplo longior, eodem pondere tensa, cur octavam inferiorem sonet.

    12o Aug. 1630.

    Dordrechti cum Marinus Mersennus F. M. me inviseret*), mihi quaestionem reliquit solvendam: Cur chorda ejusdem generis, duplo longior, eodem pondere tensa, octavam inferiorem sonet.

Waarom een 2x zo lange snaar, met hetzelfde gewicht gespannen, een octaaf lager klinkt.

    12e Aug. 1630.

    Toen Marin Mersenne, Minderbroeder, mij in Dordrecht bezocht*), liet hij een probleem voor me achter om op te lossen: Waarom klinkt een tweemaal zo lange snaar van dezelfde soort, met hetzelfde gewicht gespannen, een octaaf lager.

Ratio dubitandi erat, quia videbatur utraque chorda aequaliter tensa; quî enim alias dimidia ejus octava altior foret? Cum igitur duplo ponatur major, quomodo (inquiebat) duplum ab eo pondere aeque fortiter tendi potest?

De reden om te twijfelen was, omdat beide snaren gelijk gespannen leken te zijn; hoe zou namelijk anders de helft ervan een octaaf hoger zijn? Daar hij dus dubbel zo groot gesteld wordt, hoe (zei hij) kan de dubbele door hetzelfde gewicht even sterk gespannen worden?

    Respondeo id mihi mirum non videri, quia quo longior est chorda, eo plus pondus tendendo descendit, id est, si chorda est duplo longior, pondus duplo plus spatij descendendo, dum tenditur chorda, peragrat; id iterum est: si pondus ex minori chorda pendens, uno digito deorsum movetur, id est uno digito longiorem chordam tendendo facit, idem pondus ex duplo longiore chorda facit eam duobus digitis longiorem, id est per spatium duorum digitorum deorsum movetur.

    Ik antwoord dat dit mij niet wonderlijk toeschijnt, omdat hoe langer een snaar is, des te meer het gewicht daalt bij het spannen, dat wil zeggen: als een snaar tweemaal zo lang is, legt het gewicht tweemaal zoveel afstand af bij het dalen, terwijl de snaar gespannen wordt; of nog anders: als het gewicht dat aan de kleinere snaar hangt, een duim omlaag beweegt, d. w. z. bij het spannen een snaar maakt die een duim langer is, zal hetzelfde gewicht aan de dubbel zo lange snaar deze twee duim langer maken, dus het zal over een afstand van twee duim omlaag bewegen.

    Mechanica autem instrumenta ita se habent ut spatium ad virtutem sit reciprocum [<], id est si vis quaedam aliquid moverit per tale spatium, eadem vis duplum pondus movebit per dimidium spatium, et si una hora moverit puer mille libras per spatium unius pedis, idem 500 libras una hora per spatium duorum pedum, vel semihora per idem spatium movere poterit.

    Verder gedragen mechanische werktuigen zich zo, dat de afstand omgekeerd evenredig is met de kracht [<], dat wil zeggen: als een of andere werking iets verplaatst over een bepaalde afstand, zal dezelfde werking het dubbele gewicht over de halve afstand verplaatsen, en als een jongen in een uur duizend pond verplaatst over een afstand van een voet, zal hij 500 pond in een uur over een afstand van twee voet kunnen verplaatsen, of in een half uur over dezelfde afstand.

    Cum igitur gravitas ponderis tendentis chordam, sit perpetua (id est tam secundo tendit momento quam primo, nec magis primo momento ab igniculis [<] superioribus pellitur, vel a vi magnetica inferiore trahitur), non mirum est si secundo momento tantum praestet quantum primo momento praestiterat.     Daar dan de zwaarte van het gewicht dat de snaar spant voortduurt (d.w.z. het spant op het tweede moment evenveel als op het eerste, en er wordt niet het eerste moment meer geduwd door de vuurdeeltjes [<] van boven, of getrokken door de magnetische kracht eronder), is het geen wonder als het in het tweede moment evenveel verricht als het in het eerste moment verrichtte.
Sic equi secundo passu tantum trahunt quam primo, ac tertio quantum traxerant secundo, etc. Si igitur chorda haberet longitudinem mille passuum, idem pondus ei appensum, eam aeque tenderet ac si unum tantum passum longa esset, at millecuplo plus spatij in tendendo peragraret, eo modo quo equus, loco ponderis chordae allegatus, millecuplo plus viae in hac quam in illa tendenda conficeret. Zo trekken paarden bij de tweede stap evenveel als bij de eerste, en bij de derde evenveel als ze bij de tweede trokken, enz. Als de snaar dus een lengte had van duizend passen, zou hetzelfde eraan gehangen gewicht deze net zo spannen als wanneer hij maar één pas lang was, maar het zou duizend maal zoveel afstand afleggen bij het spannen — op dezelfde manier als een paard, in plaats van het gewicht aan de snaar gespannen, een duizend maal zo lange weg zou afleggen bij het spannen van de ene, als bij de andere.

    *)  Mersenne [<] had in Leiden Rivet en Descartes bezocht, die hem deden kennismaken met Golius, Reneri en Hortensius. Hij bleef enkele dagen in Dordrecht, en kopieerde uit B.'s 'boek' [<,>].

[ Lat. ]


[ 171 ]     [17 nov.] - 1 dec. 1630

Winden

Galilei's redenering over winden uitgelegd.

    Gesien hebbende het tractaetken, genoemd Over eb en vloed van Galileo Galilei, in het Italiaans geschreven*), meen ik dat die redenering het overwegen waard is, en geenszins in strijd met mijn beginselen. Zoals ook wat hij eraan verbindt over winden. Hieruit volgt namelijk noodzakelijk dat bij de polen, waar geen dagelijkse beweging is, of een zeer langzame, de wind per uur en elk ogenblik van een uur verandert. Als namelijk een cirkel bij de polen verdeeld is in 24 delen, en op het middelpunt ervan een standaard met vlag is opgericht, is het zeker dat die vlag door zijn beweging niet minder precies dan schaduwen van de zon het uur van dag en nacht zal aangeven met de richting waarin hij is uitgestrekt. De lucht immers die daar is, wordt slechts door de jaarlijkse beweging en daarom onafgebroken altijd in dezelfde richting bewogen, die door de dagelijkse beweging, gelijk aan die van de cirkelomtrek, steeds gelijkmatig verandert. Wat dan vandaar naar andere gebieden voorbijvliegt, heet van het noorden te komen. En daar op alle plaatsen de beweging van de lucht steeds weer anders is — veranderend van uur tot uur, des te meer naarmate het gebied dichter bij de polen is — gebeurt het dat een samenstroming van alle of enige bij ons zulke verschillende winden voortbrengt. En als iemand deze oorzaken van winden theoretisch zorgvuldig zou onderzoeken, en zou nagaan wat daaruit noodzakelijk volgt in alle gebieden, dan denk ik dat hij niet het minste deel van een windvoorspelling zou verschaffen.   [>]
    *)  Uit 1616 (pas gedrukt in 1780). Het zal door Andreas Colvius [<] uit Venetië zijn meegenomen. Christiaan Huygens las het, Golius had een kopie. De getijden werden verklaard met het draaien van de Aarde [zie Galileo project - Tides].   [>]


Kanonskogel

Waarom omhoog geschoten kogels niet terugkomen.

    Er wordt gezegd dat van kanonskogels die loodrecht omhoog geschoten worden nooit waargenomen is dat ze terugkomen*). Als dit waar is, is de aantrekkende werking van de Aarde niet ver van ons vandaan, en dan beweegt iets dat eenmaal in beweging is gebracht altijd door. En veel dat door ons hierboven gesteld is als iets moeilijks, wordt er gemakkelijk door.
    *)  Probl. 86 van Recréations mathematiques [>] van Leurechon (Pont-à-Mousson 1624). Beeckman zal het van Mersenne vernomen hebben [<], met wie Descartes er later over sprak (1634), en die daarna vergeefse pogingen deed om kogels terug te vinden.
    Bacon had al in 1619 geschreven: "At si recipiatur opinio Gilberti, quod magnetica vis Terrae ad alliciendum gravia, non extendatur ultra orbem virtutis suae (quae operatur semper ad distantiam certam, et non ultra), hocque per aliquam Instantiam verificetur" (Novum organum, 1619, 256)  [Engl.].
    (Maar als de mening van Gilbert wordt aanvaard, dat de magnetische kracht van de Aarde, bij het naar zich toe halen van zware dingen, zich niet uitstrekt buiten de werkingskring ervan (die altijd tot een bepaalde afstand werkt, en niet verder), moet dit ook met een of ander voorbeeld bevestigd worden.)

[ Ned. ]


[ 172 ]

Telescoop: zonnevlekken        

Telescopij maculas Solis manifestantis ratio.

    Cum Sol per telescopium in chartam transit, necesse est unius puncti in Sole omnes radios in convexum vitrum incidentes, ita in cavo vitro uniri, ut unus duntaxat fiat radius. Alias enim, quo charta longius a tubo abest, eo maculae ut majores, ita etiam confusius apparerent, unius puncti quibusdam radijs supra, infra, etc., alterius puncti radijs conspersis. Idem etiam cum ex tubo in oculum ingrediuntur, fieri putandum est.
Manier waarop een telescoop zonnevlekken toont.

    Wanneer de Zon door een telescoop op een papier komt, is het nodig dat van één punt op de Zon alle stralen die op het bolle glas invallen, in het holle glas zo verenigd worden, dat er slechts één straal ontstaat. Want anders, hoe verder het papier van de buis af is, des te meer zouden de vlekken (en ook hoe groter des te meer) wazig verschijnen, met sommige stralen van één punt boven, onder, enz., met stralen van een ander punt er doorheen. Aan te nemen is dat hetzelfde ook gebeurt als ze uit de buis het oog inkomen.

    [ Hoe zonnevlekken werden getekend staat afgebeeld in: Christoph Scheiner, Rosa ursina (1630), p. 150.]
    [ < ]

Brandglas      

Vitri comburentis quaedam ratio.

Een redenering bij het brandglas.

    In vitrum convexum omnes radij incidentes, concurrunt in eodem diametro. Unde fit ut filum ferreum, secundum eum diametrum extensum, omnes eos recipiat, et propter continuitatem omnium eorum vim patiatur. Fili enim ferrei una extremitate igni inserta, totum filum calefit.     Alle stralen die in een bol glas invallen, komen samen op eenzelfde diameter*). Waardoor het komt dat een ijzerdraad, uitgestrekt volgens deze diameter, ze alle ontvangt, en wegens de samenhang alle kracht ervan ondervindt. Als immers het ene uiteinde van een ijzerdraad in vuur wordt gestoken, wordt de hele draad warm.

    [ *)  Waarschijnlijk bedoeld: middellijn van een kromtecirkel.]

[ Ned. ]


[ 175 ]

Levensvlam      

Olei accensi, id est ignis,
virtus major est quam ut se nutriat.

    Oleum accensum plus potest quam gravitas aut magnitudo ejus prae se fert, id est, ignis plus operatur quam materia ejus videtur reniti; idcirco ignis causa est omnis vitae, omnium actionum et motus perpetui. Si enim totum mare, ut constat ex aqua, constaret ex oleo, fieri posset instrumentum quod per flammulam plus olei tolleret quam ea flamma requirit ad restaurationem; imo nunc fieri possunt ejusmodi instrumenta ardentia quae se ipsa nutriunt ex oleo praesente, donec oleum omne est consumptum.
Aangestoken olie, dat is vuur,
vermag meer dan zichzelf voeden.

    Olie die aangestoken is kan meer dan de zwaarte of grootte ervan verraadt, dat wil zeggen, het vuur bewerkt meer dan blijkt uit het verzet ertegen door de materie ervan; daarom is vuur de oorzaak van alle leven, alle handelingen en voortdurende beweging [<]. Als namelijk de hele zee, zoals ze bestaat uit water, zou bestaan uit olie, zou een werktuig gemaakt kunnen worden dat met een kleine vlam meer olie zou ophalen dan deze vlam vereist tot herstel; zelfs nu kunnen dergelijke brandende werktuigen gemaakt worden die zichzelf voeden met aanwezige olie, totdat alle olie verbruikt is.
Hinc est quod animalia, per flammulam in corpore eorum accensam, non tantum se nutrire possunt ex alimento praesenti, verum etiam pedes movere ut eant eo, ubi alimenta invenire possint; imo cum alimentum in herbis etc. occultetur, tantum potest flammula illa ut non tantum animal incedat ut possint herbas invenire, verum etiam eas comedat, in stomacho et caeteris membris digerat, et tandem in purum alimentum convertat ex quo iterum talis flammula creari possit; adhaec superest ut se recreet, ludat multaque aliena a nutriendo agat.

Vandaar dat dieren, met een vlammetje dat in hun lichaam is aangestoken, niet alleen zich kunnen voeden met aanwezig voedsel, maar ook hun poten bewegen om daar heen te gaan, waar ze voedsel kunnen vinden; zelfs terwijl het voedsel verborgen is in gras enz., is dat vlammetje zo sterk dat een dier niet alleen voortstapt om het gras te vinden, maar dat ook opeet, het in de maag en andere lichaamsdelen verteert, en het tenslotte omzet in zuiver voedsel waaruit weer zo'n vlammetje voortgebracht kan worden; hierbij blijft er nog over zodat het weer opleeft, speelt en veel dingen doet die niets met voeding te maken hebben.

[ 176 ]
    Haec non difficulter credes, si animadvertas quantum operis fiat per exiguum pondus pulveris pyrij. Ignis igitur non tantum sufficit se nutriendo, verum etiam ut plurima opera praeter nutritionem, proferat; atque hinc est omnis vitae et actionum unica et vera causa et instrumentum.     Dit zul je niet moeilijk geloven, als je erop let hoeveel uitwerking gedaan wordt met weinig gewicht aan buskruit. Vuur is dus niet alleen sterk genoeg om zichzelf te voeden, maar ook om zeer vele uitwerkingen te voorschijn te brengen behalve voeding; en evenzo komt hiervandaan de ware oorzaak en het ware werktuig van alle leven en alle handelingen.

[ Lat. ]



Isack Beeckman | 1630 v (top) | vervolg