IB | < Vertalingen > | Index

Studie , geleerden , Ouden , dromen , oorzaken


Isack Beeckman - 1617 v


[ 126 ]
Studie        

Studendi ratio optima.

    Cum studiosus eousque in studijs pervenerit ut cum delectu possit legere et meditari, nitendum illi est ut annotet illa quae alibi legat vel audiat quae optet, ut sibi perpetuo memoriae haereant, addito authore. Cumque id egerit aliquot annis, dum doctior factus sit, vel gradum aliquem vel statum vitae alium acquisiverit, repetat annotata et quae illi memoriâ digna videntur transcribat illa, pergatque per omnem vitam hoc agere, toties mutatis et transcriptis codicibus, quoties congeriei multitudo id inquirere videatur. Si vero proprio marte aliquid inveniat, separatim id in alio libro colligat, quod nos jam facimus.
Beste manier om te studeren.

    Wanneer de studerende zover gekomen is in zijn studie dat hij naar keuze kan lezen en overdenken, moet hij er naar streven dat hij aantekent wat hij bij een ander leest, of als hij iets hoort dat hij verlangt, opdat hem voortdurend herinneringen bijblijven, met de auteur erbij. En wanneer hij dit enige jaren gedaan heeft, totdat hij geleerder is geworden, of een of andere rang of andere levenspositie bereikt heeft, kan hij het aangetekende weer ophalen, en overschrijven wat hem gedenkwaardig toeschijnt; en zijn hele leven moet hij dit blijven doen, met zo dikwijls veranderde en overgeschreven boeken, als de veelheid van zaken lijkt te vragen. Maar als hij zelfstandig iets uitvindt, kan hij dit apart in een ander boek verzamelen, wat wij al doen.   [<,>]

[ Lat. ]


[ 128 ]
Geleerden        

Docti fiunt qui mediis plurimis carent.

    Pauci reperiuntur docti viri quin de innumerabilibus studiorum suorum impedimentis querantur, multo doctiores alias futuri. Ast ego opinor doctos illos factos esse propter illa impedimenta. Impeditus enim unusquisque ab opere optato fuit et per occasiones multo avidius illi incumbit et admodum proficit, nunquam propter interpellationem fatigatus; contra vero: quibus nihil obstat in studijs, languent et cito saturati, fatigantur raroque doctissimi evadunt.

Geleerd wordt wie de meeste middelen mist.

    Men vindt weinig geleerden die niet klagen over de ontelbare belemmeringen bij hun studie, dat ze anders veel geleerder zouden worden. Maar ik ben van mening dat zij juist geleerd geworden zijn vanwege die belemmeringen. Want ieder van hen werd afgehouden van de gewenste bezigheid, en bij gelegenheid legde hij zich er veel begeriger op toe en vorderde zeer, in het geheel niet vermoeid wegens de onderbreking; daartegenover echter: degenen aan wie niets in de weg staat bij de studie, verslappen, ze zijn snel verzadigd en worden vermoeid, en zelden worden ze zeer geleerd.   [<,>]

[ Lat. ]


[ 135 ]
Ouden        

Scripta Veterum quomodo tractanda.

    Enitendum est studiosis non jam ut scripta Veterum excusent et defendant; inutilius enim hac ratione studiorum tempus transigitur quam ut vitia eorum demonstrent ac oppugnent, ne posteri cum illis errent potiusque et celerius veris quae illis supersunt, assentiantur.

Geschriften der Ouden, hoe te behandelen.

    Geleerden moeten zich niet langer inspannen om de geschriften der Ouden te rechtvaardigen en te verdedigen; met deze beweegreden immers wordt de studietijd nuttelozer doorgebracht dan wanneer ze hun fouten aantonen en bestrijden, opdat het nageslacht niet met hen blijft dwalen, maar eerder en sneller instemt met het ware dat hun overblijft.   [<,>]

[ Lat. ]


[ 136 ]
Dromen        

Insomnia quae fiant.

    Quî fit nos in somniis videre colores, sonos, audire etc., cum alibi dixerim [<] sensûs externos potissima subjecta esse singulos suorum objectorum? Verum intelligendum est species visibiles per oculos ulterius pergere in cerebrum atque ibi haerere, et memoriam constituere, quae species in cerebro aliquando vagantur, etc. Hoc videor enim alio in loco antea dixisse [<], ast tautologia in tantâ confusione, qualis hic chaos est, non supermiranda.
Dromen, wat er gebeurt.

    Hoe komt het dat we in dromen kleuren zien, geluiden horen, enz., terwijl ik elders gezegd heb dat de uitwendige zintuigen de voornaamste subjecten zijn elk van hun eigen objecten? We moeten ons echter voorstellen dat beelden door de ogen heen verder gaan naar de hersenen en daar blijven hangen, en een herinnering maken, en deze beelden zijn in de hersenen soms aan het dwalen, enz. Dit schijn ik immers op een andere plaats hiervoor gezegd te hebben, maar dat hetzelfde gezegd wordt is niet zo verwonderlijk bij zoveel verwarring als deze chaos is.

[ Lat. ]


[ 151 ]
Oorzaken        

Causae rerum tantum manifestarum quaerendae.

Oorzaken van zo onmiskenbare zaken te zoeken.

    Causae quaerendae sunt rerum tantum manifestarum. Alias enim fit magna nugacium causarum confusio, nec certa ars potest statui, cum alij videantur repugnare.

    Van zo onmiskenbare zaken (zoals warmte) moet men de oorzaken zoeken. Want anders is er grote verwarring van oorzaken van knoeiers, en een theorie kan niet zeker gesteld worden, als andere ermee blijken te strijden.   [<,>]

[ Lat. ]



Isack Beeckman | 1617 v (top) | vervolg