Loci , wetenschappen , sterren , H. Schrift , studie , spraakgebruik , meetkunde
Qui destinavit per omne genus auctorum lectione grassari
primo sibi quam plurimos paret locos: eos sumat
partim a generibus ac parte vitiorum vir-
tutumque, partim ab alijs quae sunt
in rebus mortalium praecipua, di-
geratque iuxta rationem af-
finitatis et repugnantiae.
Wie besloten heeft al lezend rond te gaan bij schrijvers van elk slag
verschaffe zich eerst zoveel mogelijk onderwerpen: neem
die deels naar soorten en aandeel van ondeugden en
deugden, deels uit andere die bijzonder zijn
in de zaken van stervelingen, en orden
ze naar de aard van verwantschap
en tegenstrijdigheid.
Nam et quæ inter se cog-
nata sunt, ultra ad-
monent quid con-
sequatur, et
contrariorum
est eadem
memoria
Want niet alleen maken de onderling
verwante meer opmerkzaam op
wat volgt, ook van hun
tegengestelde is er
dan dezelfde
herinnering.
[ > ]
Anno 1604
|
|
| |||
| | ||||
|
Quaeritur cur artes inter se non sint subordinatae, hoc est, cur non sit generalis scientia vel ars totius mathematicae, et iterum mathematicae et physicae, et iterum physicae et ethicae, et iterum physicae et alchymiae etc., cum sit generalis aliqua scientia omnium artium, ut Logica, et cum tradantur generalia praecepta de triangulis in genere aeque ac specialia in specie; cum Mathematica tam sit genus geometriae et arithmeticae quam triangulum rectanguli et obliquanguli. |
Gevraagd wordt waarom de wetenschappen onderling niet ondergeschikt zijn, dat is, waarom er geen algemene kennis of wetenschap is van de gehele wiskunde, en ook van de wiskunde en de physica, en ook van de physica en de ethica, en ook van de physica en de alchemie etc., terwijl er een algemene kennis is van alle wetenschappen, zoals de Logica is, en terwijl er algemene regels gegeven worden over driehoeken als hoofdsoort, evenals bijzondere naar verschijningsvorm; terwijl de Wiskunde evenzeer de hoofdsoort is van meetkunde en rekenkunde, als de driehoek van de rechthoekige en scheefhoekige. | |||
|
| ||||
|
Sidera sunt globosa, quia Luna, cum sit minor Terra, lumen tamen Solis per totam Terram demittit, quod in planis non fit. |
Hemellichamen zijn bolvormig, omdat de Maan, terwijl ze kleiner is dan de Aarde, toch het licht van de Zon over de gehele Aarde laat vallen, wat met vlaktes niet gebeurt. | |||
|
| ||||
|
possint judicare. Admonendi sunt studiosi, ut in biblijs sacris, sicut jam, similes sententiae in margine annotentur. Ita quoque praecipua verba et phrases annotent ex linguis originalibus, ut etiam privati sciant quibus in locis Spiritus sanctus ijsdem verbis usus sit, quamquam eadem aliter atque aliter in linguam vernaculam interpretes verterint, et sic etiam ipsi de legitima versione judicare possint, quod opus erit generale ad omnes alias linguas; nec opus erit reparatione, quamquam versiones vernaculae in dies mutentur. Annotabunt autem sic, ut, de aliquo verbo quaestione incidente, omnes loci in quibus idem verbum scriptum est, vicissim inveniri possint; quod fiet si primus locus monstret sequentem, secundus tertium etc., et tandem ultimus iterum primum. |
de betekenis van de H. Schrift. Men moet studenten erop wijzen, dat in de heilige boeken, zoals nu gebeurt, gelijkende zinnen in de kantlijn aangetekend worden. Laat ze zo ook bijzondere woorden en zinnen aantekenen uit de brontalen, opdat ze ook elk voor zich weten op welke plaatsen de heilige Geest diezelfde woorden gebruikt heeft (ofschoon vertalers die nu eens zus en dan weer zo overgebracht hebben in de volkstaal), en zo ook zelf kunnen oordelen over de juiste vertaling, wat in het algemeen nodig is voor alle andere talen; en dan is herstel niet nodig, hoewel versies in de volkstaal met de dag veranderen. Verder moeten ze hun aantekeningen zo maken, dat, als over een woord een kwestie rijst, alle plaatsen waar hetzelfde woord geschreven is weer te vinden zijn; wat het geval zal zijn als de eerste plaats verwijst naar de volgende, de tweede naar de derde etc., en ten slotte de laatste weer naar de eerste. | |||
|
| ||||
|
* Ad excitandum artium studium illud maxime faceret, si immunitates alicujus vectigalis etc. ijs qui Euclidis Elementa intelligerent, promitterentur. Quibus bene intellectis, pauci caetera studia negligerent, etiam in medijs occupationibus mechanicis. |
Voor het aanwakkeren van de studie der wetenschappen zou dit het meest teweegbrengen: als vrijstellingen van enige belasting etc. toegezegd werden aan hen die de Elementen van Euclides begrepen. Met een goed begrip hiervan zouden weinigen de overige studiën veronachtzamen, ook in de gewone technische beroepen. | |||
|
Ad prosperitatem vero urbium, si statis temporibus quotquot vellent cives, consilium aliquod scripto apportarent. |
Tot de voorspoed van steden, als de burgers op bepaalde tijden zo vaak ze wilden, een of andere beraadslaging schriftelijk zouden indienen. [>] | |||
[ * De notities met een ster zijn opgenomen in de uitgave van Abraham Beeckman: | ||||
[ Ned. ]
|
| ||||
|
Cal., Inst., Lib. 4, 12, 24*) dicit: "Si Deo placet", nec video quomodo illic pertineat nisi propter phrasim linguae, ut Hebraïce dicitur: "ignis Dei". Et in lib. Hester talis etiam aliquis phrasis reperitur, cum nomen Dei in eo libro undique taceri dicatur. Unde videtur probari posse male dicta, cum in usum phrasium abierint, desinere esse male dicta. |
Calvijn zegt in Inst., Lib. 4, 12, 24*): "Zo het Gode behaagt", en ik zie niet hoe het daar behoort behalve bij wijze van spreken, zoals in het Hebreeuws gezegd wordt: "vuur van God". En in boek Hester vindt men ook zo'n uitdrukking, terwijl gezegd wordt dat in dit boek de naam van God overal verzwegen wordt. Waaruit bewezen blijkt te kunnen worden dat iets dat slecht gezegd is, als het een gebruikelijke uitdrukking is geworden, ophoudt slecht gezegd te zijn. | |||
*) Institutio Christianae Religionis, Ioanne Calvino Autore (Genève 1559). | ||||
| | ||||
|
explicatus. Nota ad 12, 4 Geom. triang. Lansberg.*) Quia ab ad ac perpendicularis est et radius ag perpendicularis ad eandem, cadet bk erecta super planum dgc in radium ag. Iterum quia bh perpendicularis est ad gc radium, et hk perpendicularis ad eandem, cadet bk eadem in lineam hk, ergo in punctum intersectionis hk et ga, per 7: 21 Ram.°) et 11: 11 Euclidis Element. |
|
uitgelegd. Aantekening bij Driehoeksmeting 12, 4 van Lansbergen*). Omdat AB loodrecht op AC is, en straal AG loodrecht op deze, zal BK (opgericht op vlak DGC) op straal AG vallen. En omdat BH loodrecht is op straal GC, en HK loodrecht op deze, zal BK op dezelfde lijn HK vallen, dus op het snijpunt van HK en GA, volgens Ramus°) 7: 21 en Euclides Elementen 11: 11. | ||
*) Philips Lansbergen [>], Triangulorum Geometriae Libri quatuor (Leiden 1591), boek 4, 12 (figuur daaruit) [in Opera, p. 66]. | ||||
[ Ned. ]