Beeckman | < Journaal > | Woordenlijst

Pachten , telescoop , rosmolen , toren , thermoscoop , uurwerk , ringlens , brandspiegel , Drebbel , school , pachten , wonder


Isack Beeckman - 1626 b

C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634

Tome II: 1619 - 1627



[ 356 ]     [22] juli - 6 aug. 1626

Pachten

Vectigalia correcta.

    De pachten maecken veel deughnieten ryck, omdat deghelicke lieden niet frouderen en willen. Om te maken, dat in de keerse-pacht de deughnieten niet meer voordeel en hebben dan de goede ende conscientieuse lieden, so behoorden de Staten te tellen alle de menschen die in alle steden ende dorpen syn, ende daer keersen moeten branden.
Als, by exempel, te Rotterdam soudender moghen syn 20000 ende t'Amsterdam 100000*); so salmen dan Rotterdam het vyfde deel doen geven in de keerspacht vant gene dat Amsterdam soude moeten geven, nadat de bedeelinghe gemaeckt soude syn van tgene men nu van de pacht kryght. Dit gedeelte moest de magistraet jaerlix onder de keersmakers distribueren: diet meest verkocht, meest oplegghende; twelck men sal vernemen door getuychenisse der keersmakers van malcanderen ende verclaringhe van gebueren etc. Ende men sal dan voor dat jaer de keersmakers na de uytsprake doen geven.

    Meughelick, dat sy tjarent meer of min neeringhe hebben, maer opdat niemant en klaghe, dat al de lieden, die hier wonen van dese keersmakers keersen en halen, maer vele van buyten ende dat sommighe steden in keersneeringhe andere te boven gaen, so salmen een pacht stellen op de keersen, die van buyten in kommen, dewelcke de keersemakers alhier sullen besorghen, ende tgene daervan kompt, onder malcander na proportie vant voorsz. bedeelen. Ende de pacht der inkommende salmen so stellen, dat de onkosten van de collecteur daer ruym van sullen moghen.


    *)  Tellingen uit 1622: 19 532, resp. 104 932 (i. v. m. belastingen, waarschijnlijk te laag).
    [ < , > ]
[ 357 ]

Telescoop: glazen niet naast elkaar

Telescopia ex multis vitris fieri nequeunt.

    Siet fol. 195 [<]. Desen 6en Augusti 1626 hebbe ick geproeft tgene ick vooren van de verrekyckers bedocht hadde. Ende hebbe eerst door experientie bevonden, dat de brillen op verscheyden plaetsen staende, teghen de Sonne haer vergaerpunt op één plaetse niet en konnen brenghen; maer hoe men die draeyt ende keert, de linea refractionis blyft deselvighe. lens

    De reden leert het oock, want cd een lens synde, ef een strale, die valt byna recht op cd, so is daerom de refractie fg oock byna recht. Maer ab een lens of glas van een oudt mans bril synde, ende ef de strale blyvende, die valt oblique op ab, waerom de linea refractionis oock obliqua is: fg teghen ab ende blyft deselvighe, hoe men t'glas oock keert. Ergo de glasen vaneen staende, so en kan t'vergaerpunt van d'eene opt vergaerpunt van dander niet vallen. teghen tgene staet fol. 195 a [<].
holle spiegel

    Maer soomen dese dynghen doen wilde met een parabolische spieghel, dan salt konnen geschieden, ja veel beter als door refractie, want de reflectie en verliest gheen radios, maer brencktse al in één punt. Men kan die oock grooter maken dan brillen ende veel radios vervanghen. Als men dan verscheyden spieghels byeen sedt, wiens stralen al in p vallen, wat en sal men al niet konnen doen? l is het punt, dat gesien wort, hki ende mon de spiegels. Siet fol. 245 [>].



    Hier volgt een korte notitie met een tekening van een molenwiek, afgedrukt in IV [>].
Bron: Abraham de molenmaker [<,>].



[ 358 ]

Paardenmolens

Rosmolens van my afgekeurd, nu beproefft.

    Den 6en Augusti hebbe ick de proeve sien nemen van de meulen met de steen, fol. 240 [<] staende, ende hoorde dat ick allom berucht was van met assurantie geseydt te hebben, dat se niet deughen en soude, ende dat mynheer Puyck my geloofde, ende tselvighe op verscheyden plaetsen geseydt hadde.

    T'is, segghe ick, desen dach geproeft, ende alsoo het na de brouwers sin niet en ginck, is hetselvighe moudt in een ander brouwerye gebracht om op de ordinare wyse gemalen te worden met hetselvighe peert, dat maer een half uere onderentusschen en ruste, ende de steenen waren plompt (twelck, seyden sy, brenght swaerte by, als men tgraen even wel wil breken, ende schyndt met reden te bestaen, dewyle ment gemackelicker met een scherp mes snydt dan met een plompt). Ende men heeft bevonden, dat het moudt daer wel so rasch gemalen wert, het peert min aerbeydt dede, ende langher herden konde, also dat d'een seyde: "ick houde my aent oude", d'ander: "ick en wilde myn landt niet inhueren, omdat ick hoopte, dat ick soveel peerden niet van doen hebben en soude"; den brouwer, daert werck staet, seyde: "Morghen sal icker met den hamer op bonsen ende afbreken".

    Dat is alles toegegaen gelyck ick geseydt hadde, te weten, dat het soveel moyelicker soude gaen als het naecksel bedroegh van de raders, kammen en staven, dieder meer waren als ordinaris. Ende dat bewees ick door reden als boven. Eerst, eer ick wist hoet kommen soude (alleenlick dat een peerde soveel soude doen als op andere meulens drye) segghende teghen mynheer van Berckel*), dat hy burghmr Puyck aensegghen soude, dat het niet deughen en sal, want Godt maeckt alleen levende raders of perpetuum motum.
Daerna teghen burghr Puyck, omdat de steen (wiens swaerte hy seyde de cracht doen moest door syn nederweghen) van den dray van d'ander wielen opgehouden wert, ende daerom syn dalende kracht verloor. Ende teghen den meester inventeur selve, ter presentie van den burghmr voorseydt, als den meester seyde, dat een groote slypsteen so gemackelick te bewegen is als een kleyne, dat dit in de locht waer is, maer niet als met de steen eenich radts omgedraeyt wert; want al en syn aen den steen gheen kammen, nochtans het drucken teghen het houdt, also dat de steen niet en schuyft is gelyck kammekens, dewyle int houdt ende steen pori syn; ende sy gaen beyde omme, gelyck offer kammen aen waren.


    *)  Gerard van Berckel, zoon van een lakenhandelaar die zich in 1587 in Rotterdam had gevestigd, werd lid van de magistraat, gedeputeerde in den Haag, en burgemeester. Hij was een gematigd man, en bij zijn overlijden in 1634 noemde Beeckman hem "de beste vriend die hij had in Holland".   [>]
[ 359 ]

Eeuwige beweging kan niet

Motus perpetuus probatur als één peert soveel doen kan als nu drye.

    Ende teghen al, die my daervan aenspraken, seyde ick: "dit werck en kan niet goet syn, na des meesters segghen selve, want hy seght, dat hy wel te vooren gemeynt hadde hiermede het motum perpetuum te procureren, maer hadde nu bevonden, dat het niet syn en konde daermede, maer slechs soveel konde doen met een peert als tevooren gedaen was met drye". Hierop seyde ick aldus:
"Tgene dat met één peert soveel doen kan als ander meulens met drye, dat kan met 1000 lb soveel doen als anders met 3000 lb, maer met de 3000 lb kan men meer gewichts op kryghen dan 2000 lb, ergo met 1000 lb in dese nieuwe meulen kan men oock 2000 lb op kryghen. Maer men heeft hier maer 1000 lb van doen om wederom 2000 lb op te kryghen, twelck sooment van boven laet kommen, so blyfter noch 1000 lb boven, ende twerck blyft altyt gaende. Twelck is teghen des meesters segghen: ergo na syn segghen selve, en salt werck niet deughen".

    Ende als ick borghmeester Goeree*) by desen niewen meulen brocht, seyde ick terwylen sy noch gemaeckt wert: "Kompt siet, mynheer, tgene hierna niet meer te sien syn en sal", waerop den brouwer seyde: "Wy hebben beter hope". Doch de uytkompste heeft dit al geopenbaert.


    *)  Pieter Willemsz Goedereede [<], broer van Govert de apotheker [<].
    [ > ]


Toren

Consultatien te vorderen van alle man in groote saken.

    Den toren van Rotterdam [^] is boven, so verde het nieuw werck kompt, de ooghe niet vermakelick, ende het schyndt te cleyn te syn teghen het steenwerck, dat van oudts gestaen heeft*). Daerom hadden sy behooren, eer men het werck begon, uytschryvinghe te doen, dat een yghelick syn advys schriftelick inleveren soude [<]. Dat hadde sonder kost konnen geschieden, alleenlick een prys voorstellende dengenen, wiens advys gevolcht wert, ende de sake alderbequaemst uytleyde ende verclaerde; twelck, behalven het vermaken, datter dickwils valt, verbeteren ende verfrayen, wel gevonden soude geweest hebben int gemack des wercks ende profytelicken aenlegh.

    Hadde dat gedaen geweest int stoppen van de riviere van Breda°), soudet daermede so gegaen hebben? Wat profyt ende sterckte soudet konnen geven int fortifieeren van sterckten ende steden? alsoock int colligeren van imposten, accynsen, licenten ende andere dynghen, daer eenich belangh aen is.


    *)  De fundamenten waren gelegd in 1449, in 1619 was de bouw hervat. [<]
    °)  Na het beleg van Breda [<] moest Justinus van Nassau de stad overgeven aan Spinola op 2 juni 1625.
[ 360 ]
prauwen

Prauwen

Schepen veel seyls te doen voeren.

    Den 15en Augusti ben ick by mynheer Puyck's prauwen geweest, ende gesien dat syn reden voornementlick was om te maken, dat se groot seyl konden voeren.

    ab ist schipken, ce, gh, dt balcken, daerover 20 voet uytstekende, waeraen cd ende ef holle balckxkens ende lichte syn, omdat het noch aen d'een syde noch aen dander syde niet omvallen en soude; maer al gaet het schip aen de syde, so wort het gestut door die holle houters als door blasen.

    De tweede figuere toont dat noch beter, want daer syn twee prauwen aeneen met balcken gemaeckt, samen seylende, die so staende, ymmers niet omvallen en konnen. Sy heben wel 300 ellen seyls gevoert, ende seylden geweldich rasch, doch niet dan teghen windt, so my ende Stampioen [<,>] docht.


10 schakels

Kandelaar

Kandelaers bollen in de kercken hangende, proportie.

    Aent gene, dat hier geplackt staet, is te sien, hoe dat, om een dinck so groot te sien alst beneden gesien wort, niet en moet geprocedeert werden na proportie van de hooghte, de linien alle uyt een center des ooghs getrocken synde; want de ooghe heeft eenighe grootte, waerdoor sy, de distantie kennende, als vooren geseydt is [<], maeckt oock haer gissinghe van de grootte.
[ 361 ]
    Dit is den kandelaer, die tusschen de Noort ende Suydt-deuren hanght, gehanghen door Abraham [<,>], de meulemaker, die de voorseyden aengeplackte proportie door mynen raedt gevolcht heeft. Want al en schynen alle de clooten ende distantien op alle plaetsen der kercke, den standt genomen synde, niet gelyck te syn (want dat is onmogelick), so schynen sy nochtans gelyck te syn alsmen staet op de voornaemste plaetsen der kercke ende verre genoech daervan.

de eerste schaeckel naest de croon lanck ses voet ende negen duim. Daer syn thien schaeckels in tgesicht daer knooppen aen syn, ende verschillen in lanckten elck twee duim soodat den bovenste ende donderste verschillen twintich duim, ende reyken lanck met hen tienen effen vyff ende tseventich roevoeten.

Regenboog

Iridis quoddam novum.

    Stampioen [<,>] seyde my in Augusto, dat als hy op de reyse naert Noorden was, een reghenboghe scheen; ende de maets riepen: "Siet, siet, men siet het landt achter de reghenboghe". Seyde oock dat hy sins dien tyt altyt daerop geledt hadde ende also bevonden, besluytende daeruyt dat den reghenboghe uyt het landt of water van onder moest spruyten.

    Ick antwoorde, dat dit my vermaeckelick was te hooren ende souder op letten, so haest als icker eene sach. Doch soveel ick dit verstondt en dunckt my so heel teghen reden niet, want, seyde ick, het gaet na de natuere van de holle spiegels, in dewelcke de schouwen of schynsels tusschen den spieghel ende d'ooghe staen, als blyckt in eenen schoonen lepel. Nu de wolcken ligghen hol ten aensien van ons. Dan salder breeder op letten.

    Dese bedenckinghe soude een occasie konnen syn om te ondersoecken de distantie van de wolken. Want als den regenboghe nader by ons is dan dese of die plaetse, die sus of so verde van ons staet, so sal men konnen rekenen hoe verde de spiegel, dat is de wolken, van ons syn, daer van de reflectie sulcken schyn gevet.


Thermoscoop: hoe lucht zich verdikt

Vitri quo calor examinatur aer quomodo condensando se habeat.

    Also ick gisteren, den 15en Augusti, Stampioen [<,>] voorstelde om te ondersoecken in het Drebbeliaensche instrument*), hoemen de duymen soude moghen verminderende maken opdat de koude ende hitte altyt soude syn in proportie met rysen ende dalen des waters in de buyse [<], so begeerde ick dat wy souden soecken te weten de manniere vant verdicken ende verdunnen des lochts, dewyle sy int beginsel door een kleyne koude gemackelicker verdickt wort dan daerna, alse qualick meer kan geperst worden door een grooter. Also gaettet oock met het spannen door de hitte.

    So ist, dat ick vandaghe voor myn deel dit volgende daertoe bedocht hebbe:

    Waert dat de locht altyt eenparichlick verdickt of gespannen wiert, so soude het water in de buyse (die gesupponeert wort allom van gelycke dickte gemaeckt te wesen, of daertoe gereduceert) altyt op ende neer gaen na de proportie van koude ende hitte, gelyck of men alle uere een nieu instrument int water stelde, evengroot met het eerste.


    *)  Deze naam kreeg de thermoscoop ook van Nicolaes van Wassenaer [<], in de winter van 1624/5.
[ 362 ]
So dan het eerste een duym geresen is, ende het ander so gestelt is, dat het water in de buyse effen so hooghe is als het baxken, indient dan noch al kouder wort totdat het water in dit tweede instrument oock eenen duym hoogh staet, so sal men weten dat de koude, sins dat het eerste instrument gestelt was totdat het water daerin een duym hooghe was, ende van dat het tweede instrument gestelt was totdat het water in syn buyse een duym hooghe stondt, evenveel vergroot is. Maer het water en sal int eerste instrument dese tweede reyse geenen heelen duym geresen syn: daerom moeten de duymen in één ende hetselvighe instrument hoe hoogher, hoe kleynder syn.

    Maer waert, dat de locht na proportie van de koude verdickt wiert, so soudet water int eerste instrument oock eenen duym geresen geweest hebben, want den ondersten duym is niet lichter voor eenen duym als den thienden duym voor thien duymen. So moet dan de locht, om den thienden duym te verhooghen, met thienmael soveel kracht gedouwen werden dan om den eersten duym waters in de buys te kryghen, alwaert dat de locht op den thienden duym, soveel syn natuere aengaet, so gemackelick geperst konde werden als op den eersten. So moet men dan rekenen dat het thienmael kouder geworden is, terwylen dat den thienden duym rees, dant wiert doen den eersten duym rees. Dits dan also wel te berekenen, alst te berekenen is wat kracht datter op verscheyden hooghten op eenen bodem rust.

Proef: lucht samenpersen

Aer quantum quanta vi comprimatur experiri.
buisje op vat
    Maer om dan te weten hoe de locht gepranght wert, dat sal men eerst door experientie soecken door dit voorstaende instrument, gietende door het buysken een pinte waters, ende besiende, hoe hooghe het water int buysken staet, ende dan noch een pinte ende besiende hoe hooghe het dan staet, ende so voort*). So sal men sien, dattet door de eerste pinte soseer niet gehooght en sal syn als door de tweede, ende door de derde pinte salt water hoogher staen dant door de tweede pinte dede. Dan de tweede pinte teghen de eerste, dat is de distantie int buysken tusschen de eerste pinte ende de tweede, sal kleynder syn dan tusschen de tweede ende de derde, etc.     Ende daerdoor salmen konnen rekenen de kraght, die de koude d'een of dander tyt doet, welcke rechte proportie van koude eenighe maenden ende jaren geobserveert hebbende, ende daerby de sieckten ende de vruchten°), soude moghen een groot voordeel doen tot prognosticatie.
   *)  Vgl. I: 142, met een dergelijk instrument.
    °)  Zulke waarnemingen had Beeckman eerder genoteerd [<].


[ 363 ]     16 - [21] aug. 1626

Met thermoscoop beweging opwekken

Vitro quo calor examinatur motum excitare.

thermoscoop en katrol     Daerom mach men volgens de manniere van de fortune te doen drayen, vooren geseydt [<], eenighe raderen appliceren, door dewelcke men wete, hoe langhe de hitte of koude geduert heeft, wat proportie van vermeerderinghe, hoe dickwils die verandert is etc. Maer omdat hetgene vooren ergens gestelt is, moyelick is om doen, so soude men in den back, daer de buyse inkompt, int water een blockxken, potken, of yet dat dryft, laten hangen. Want dewyle het water in den back hooght ende leeght naerdat het water in de buyse op ende neer treckt, so sal oock den block int water rysen of dalen; ende also den anderen block oock, dewelcke, met een touken over eenen as of wiel loopende, so sal daermede drayen alle, dat men wilt, alst slechs licht drayt, ende daer niet swaers aen en hanght.


Klavecimbel speelt op zonnewarmte

Clavichorda qui Solis solo calore agitetur.

    Ten is niet vrempt dat Drebbel [<,>] een klavercyne met de hitte van de Sonne doet spelen*), want men kan het korpus van de klavercyne, van de personage, die speelt ende vant gene, daer se opsit ende de clavercyne op staet etc., al hol maken van dun bleck of koper dicht toe, ende op de voorsz. manniere daerdoor water optrecken of opstooten door de hitte van de Sonne, dewelcke veel vermach op so veel lochts als in de clavercyne, personage, stoel, kiste, etc. gaen mach, dewyle daer veel lochts is, daer is de vergrootinghe oock groot. Siet pag. seq. [>]
    *)  Hero had ook al automaten geconstrueerd met temperatuurverschillen [zie Spiritalium liber: afb. tempeldeuren, p. 88, 90]. Drebbel demonstreerde in 1610 een orgel voor de koning van Engeland [>].
[ Lat. v ]

[ 364 ]

Torrentius op de vlucht

Taurentius ut me fugerit, quaeque sit ejus doctrina.

    Den 21en Augusti heeft my Abraham Vernat verhaelt, dat Taurentius onlancx te Rotterdam by den ridder synde*), so consulteerden sy onder malcanderen ofse my ontbieden souden om met desen Taurentius te confereren, doch mynheer (so sprack Abraham, meynende Taurentium) seyde: "Ten geeft nu gheen pas". "Hem was, seyde Abraham, van UE. geseyt, ende hadde al verstaen, dat ghy hem langhe gesocht haddet, wetende dat ghy al nauwe alles ondersoeckt ende niet licht met beuselinghen te payen en waert. Want vreesde, dat hy met U varen soude ghelyck vóór myn vaders doot (seyde Abraham) met myns moeder broeder, die hem so beschaempt maeckte, dat myn vader ende al dieder by waren, sins die tyt niet meer van hem hielden, maer verfoyden".
In somma ick verstondt sekerlick uyt Abraham, dattet (ghelyck ick altyt geseydt hadde) theologie was, daer hy de lieden mede verlyde ende perfectisterye. "Hy maeckt, seyde Abraham, die hem gelooven, byster ende dul". De rycke Coppens°) tot Haerlem heeft hy byster gemaeckt ende syn broer Giljame niet min dan dul ende sot.
[ 365 ]
Hy hadde voorseydt, dat de vader van de Vernats op syn dootbedde berouw hebben soude, dat hy hem, Taurentius, so qualick bejegent hadde ende syn kindreen vermanen hem te eeren; maer juyst ist contrarye geschiet.

    Desen Taurentius hebbe ick langhe gesocht te spreken, verstaende uyt Philibert Vernat, ridder, dat hy alles wist in philosophie, waertoe elckeen, so doende als hy gedaen hadde, wel kommen konde; doch uyt alle circumstantien versekerde ick my, ende seydet teghen myn vrienden, dat hy Davidjoristerye of diergelycke dreef. Socht hem derhalven te confronteren, van sinne synde hem in rebus philosophicis te examineren, ende daeruyt van de reste perfecter te oordeelen. Ick was eens drymael aent huys van den ridder, daer hy, Taurentius, aen tafel sadt (doch den ridder en was niet thuys), maer ick en mocht hem niet spreken.


    *)  Johannes Symonsz Torrentius, of van der Beeck (1589 - 1644) schilderde stillevens (met een geheime methode, misschien de camera obscura) en was Rozekruiser. Hij werd gearresteerd in 1627, gemarteld, en veroordeeld tot 20 jaar, maar in 1630 vrijgelaten op voorspraak van koning Karel I. In Engeland werd hij hofschilder.
    -  Abraham Vernat (geb. Delft ca. 1603), misschien oud-leerling van Beeckman, studeerde in Leiden. Vertrok in 1628 naar Engeland.
    -  De 'ridder' Philibert Vernat (1590 - 1648) had, na een rechtenstudie in Leiden, zijn titel in Venetië gekregen. Evenals zijn broer Abraham vertrok hij naar Engeland, en samen gaven ze veel geld voor droogmakingsprojecten.
    -  Vader Gabriel Vernatti (1569 - 1625) was in 1589 geïmmigreerd, en had fortuin gemaakt met een bank van lening.
    °)  Christiaen Coppens had Torrentius vaak in huis gehad, in de 'Zylstraet' in Haarlem. Hij werd eveneens vervolgd, en veroordeeld tot 15 jaar ballingschap.


Eeuwig uurwerk

Vitro quo calor examinatur horologium perpetuum facere.
dubbel rad
    Dit is een dobbel radt, hetwelck op i aen d'een syde hoogher, ende aen dander syde leeger, by beurte, geboghen kan werden. Als mab leegher is, so schuyft de touwe fke naer a toe, ende de touwe glh naer c toe. Nu naedien den cirkel ontrent a grooter is dan ontrent c, so sal tgewicht e meer doen konnen dan t'gewicht g, al synse beyde even swaer, ende also sal e drayende, g opweghen ende omhooghe brenghen; ter contrarien, als cdn wat leegher is dan mab, so sal e van g opgewoghen worden om deselfde redens wille.

    Alsmen dan doort gene opt voorgaende sydeken staet van het Drebbeliaens instrument [<] maeckt, dat, alst kouder wort dan te vooren, mlb nederwaerts helt, so sal dat dobbel radt drayen, twelck men sal moeten appliceren aen een uerwerck, dat pertinent gemaeckt is ende licht drayt. So sal het uerwerck (gaende door het gewichte e) wysen hoe langhe het weder in dien staet geweest is. Ende alst warmer weder wort, so moet ment so maken, dat dan cdn leegher getrocken wort, ende also stellen dat (al ist dat het werck door g contrary omdrayt) evenwel, door een raderken meer aen die syde te stellen, het uerwerck eveneens drayt als te vooren, waerdoor men weten sal, hoe langhe het weder warm geweest is.
Twelck beyde also synde, so salt een uerwerck syn, dat van selfs altyt gaet, sonder t'gewichte op te stellen, twelck van een ygelick langhe gesocht is. Maer men moet toesien dat dit dobbel radt nimmermeer paralleel met den horisont en staet, maer dat den as mn op een punt ruste, ende niet en hanghe, ende also altyt op d'een of dander syde na behooren nederstorte ende nimmermeer en kan blyven staen, gelyck de weeghkonst leert. Want andersins souden de gewichten e endeg evenveel vermoghen, haer touwen int midden van haer raders op even groote cirkels ligghende.

[ 366 ]
    Dit uerwerck is gelyck alle andere, die door veranderinghe des weders rasscher of tragher gaen, also dat de tyden niet recht ende effen gelyck en konnen syn; ende het kan gebeuren, soomen niet en rectificeert, dattet in langhen tyt wel eenen heele dach schillen soude, indien mer niet na en saghe. Daerom salmen diergelycke hieraen hechten, dat door de koude ende warmte van dach ende nacht gaet. Want al ist dat op eenen dach d'een uere het water wel altemets hooghe staet, de uere daerna leegher, ende een uere daerna wederom hoogher, waertoe het eerste uerwerck gemaeckt is, so en kant evenwel int alderheetste van den dach niet kouder syn dan int alderkoutste van de nacht voorgaende of naest volgende, waerdoor perfectelick het getal der daghen met het uerwerck sal konnen geweten werden.

    Ende oft noch so quame datter by ongelucke sulcken kouden dach geviele ende sulcken warmen nacht daernevens, so kanmen dat rectificeren door de watergetyden alle 14 daghen, want die houden den loop van de Mane, die moeste geschieden door de manniere rechs vooren verhaelt van de eeuwich sprynghende fonteyne [<], in dewelcke men een maenuerwerck stellen kan. Want ist dat het water de Mane volcht, so vindt men den loop van de Mane door hoogh ende leeghwater.

    Daerenboven kanmen door het voorsz. Drebbeliaens glas de jaren rekenen, nadien datter gheen winter en kan gevonden worden, wiens alderkoutsten tyt warmer is dan den alderheetsten tyt in den somer. Waerdoor men een instrument maken kan, dat maer eens des jaers en roert, gelyckt voorgaende eens smaens ofte 14 daghen, ende het ander eens daeghs. Ende het eerste kan alle uere veranderinghe krygen tot beweghinghe.
    [ < , > ]


thermoscoop, met buis in slangvorm

Thermoscoop, andere vorm

Vitrum quo calor examinatur alterius formae.

    Dese bystaende forme is het diarium Drebbelij tot beter bequaemheyt gebracht, dewyle ick rechs vooren [<] getoont hebbe, datter meer kracht moet syn des weers om het water te doen rysen alst opt hooghste gekommen is, dan alst maer en begint te rysen, ende dat dit groote inegaliteyt in duymen brenght.

    Om dit te voorkommen, soveel dese sake aengaet, so sal men het langh buysken, alst noch heet is, rontsom een columnaer yser buyghen om also slanghrinckront te maken. Hoe grooter of dicker yser, hoe beter, want dan en sal het water niet veel hoeven te rysen ofte daelen, ende evenwel evenveel weeghs gaen naer advenant der koude of hitte in den bol.     [ > ]


    [ Mooiere afbeelding van een dergelijk instrument: Abb. 16, IV, bij Thermometrie-Geschichte.]

[ 367 ]     [21] aug. - 30 sept. 1626

Telescooplens van ringen

Vitrum majus telescopij ex multis annulis formare.

    Siet fol. 242b [<]. Om eenichsins te maken, dat een glas syn stralen refringeert op één punt, ende datmen niet wel sulcken grooten cirkelradt terdeghen maken en soude konnen, so mocht men het glas slypen op een pladt yser, of dat wat bultich ware, ende by sticken ende punten dat slypen, dat het op één punt strale, door de proeve aen de Sonne.
Ofte men mochte het middelste brockxken slypen gelyck men nu doet (synde seer kleyn, dewyle de reste bedeckt wort met een schutselken, daer een gaetken in is) ende dan eenen platten rynck, daer dit brockxken in past, oock also slypen, dat de stralen op hetselvighe punt kommen; ende daerom noch even soveele alsmen wilt, dewyle die rynghen, eerse geslepen worden, konnen na de rondicheyt geboghen worden, also dat de stralen, daerin vallende, eenen grooten hoeck maken byna opt eerste punt, twelck doort slypen soude konnen effen gepast werden.
Ofte men mocht van brilglasen etc., alrede geslepen synde, het middelste, ende van sommighe de randen uytsnyden, naer datse op malcander pasten; ende daertoe d'een wat hoogher, ende dander wat leegher setten.

    Men soude oock het glas konnen in rynghen snyden eerment sleep om geen verloren moyte te doen, gelyck men hier siet. Daer de stipkens in staen is maer glas, de reste is gat. ringen Door dese manniere salmen een verrekycker konnen maken, dewelcke de saken niet grooter en representeert dan de ordinare, dewyle hier niet geseydt en wort van de buyse te verlenghen, oft tensy datmen hierdoor bequaemheyt verkryge om het hol glasken dichter aent vergaerpunt te stellen dan ordinaris, ofte om de buyse bequamelick te verlenghen doort tusschen stellen van een glasken dat vercleynt. Maer de sake blyvende int gesichte even groot als sy door de ordinare verrekyckers doet, sal soveel klaerder ende distincter, ja haer cleynste deelkens soveel meer openbaren alsser meer stralen van in de ooghe kompt.   [>]

[ 368 ]
    Nu dan een brilglas, also gesneden synde dat het middelste, een 1/4 van eenen duym groot, daeruyt valt, dat dan, segghe ick, dit middelste int midden van de buyse gestelt worde als a, den eersten rant gelyck bb, den tweeden gelyck cc, den derden gelyck dd, den vierden gelyck ee. glas met getrapte vorm Want bb, cc, dd, ee syn al ronden met gaten, daeruyt de middelstucken gesneden syn, d'een grooter als dander. Dat dan al de stralen op f kommen sullen als de voorsz. stucken bequamelick gestelt syn, ende f so verde staet, dat a daer bequamelick in strale (want f is het hol glas), dat kan (boven de reden genomen uyt de bollicheyt vant slypen ende de incidentie der stralen alsoock de refractie), bewesen worden door experientie, dewyle dat een brilglas, teghen de Sonne gehouden synde op een bequame distantie, syn stralen des middelpunts in één punt vertoont; maer houdt ghyt wat verder af, of naderby, so siet men, dat het schynsel ryncwys is, betoonende, dat dit dan de rechte distantie is voor de uyterste deelen des brilglas om haer stralen te vergaderen.

    Ende oock soudemen (als vooren geseydt ende herseyt is [<]) veel brilglaskens neffens malcanderen konnen setten; ende nadien geseydt is, dat haer vergaerpunten niet opeen kommen en konnen, so mocht men de stralen, nadat se den bril gepasseert syn, teghen een spiegelken laten schynen, ende also naer eenselve punt alle toewysen. Maer dan soude apparentlick de gesiene sake sowel dobbel in onse ooghe schynen alser veel brillen souden syn, twelck de sake niet verklaren en soude. Ende so mochtet oock wel syn met de holle spiegels, tot ditselfde vooren van my gebruyckt [<].

Lens van ijs

Telescopij vitrum ex glacie.

    Naerdien dat de brilslypers de glasen niet wel cirkelwys slypen en konnen, voornementlick alse groot syn, te weten een gedeelte van eenen grooten cirkel, maer dat se schier by gissinghe doen, waerdoor dat het gebeurt dat de stralen niet dicht aen één punt en vergaderen (wetende nochtans dat in een stick van eenen grooten cirkel het vergaerpunt nootsakelick altyt wat grooter moet syn), so hebbe ick bedocht, datmen soude konnen wat waters storten op een plat dinck tusschen een cirkelken van yserdraet; want dewyle het water niet strax over het yserdraetken en vliet, so en licht het niet waterpas, maer bultachtich, welcken bult in een groote cirkel kleender is. Waernaer men sich mach reguleren ende laten dat schelleken water bevriesen ende maecken daervan een buyse so lanck alsmen wilt.
Of wiltmen na den winter niet wachten, so mach men de buyse perpendiculaer setten, ende het water daerop gietende, een sterre alleen doorsien; of een liquer daerop gieten, dat terstondt styft ende deurschynende blyft, als witte clare gomme of diergelycke.
[ 369 ]

Derde lens met gat

Telescopium inversum cur omnia minora exhibeat.

    Als men in tubo oculari een bol glas, te weten vitrum convergens, stelt tusschen het oogh ende het vitrum divergens, so sullen alle dynghen kleynder schynen.

    De reden is, omdat de middelste stralen, die te vooren op de tunica aragnoides tsamen quamen, nu daervooren tsamen kommen, also dat de ander stralen rontsom de middelste, die achter de aragnoides tsamen quamen, kommen nu daer recht op concurreren. 2 bolle lenzen, een holle ertussen Indien men dan een bol glas int midden uytholde, de groote van een spelhooft of wat meer, na behooren, so souden door dat gat de middelste stralen blyven gelyckse waren, te weten te samen kommen in tunica aragnoide, ende die te verre tesamen souden gekommen hebben, sullen nu door het vitrum convergens, daertoe passende, recht op deselvighe tunica konnen gebracht werden, ergo meer stralen van deselve sake in de ooghe kommen dan te vooren, gelyck men hiernevens sien kan:

    a is de ooghe, fg het eerste bolglas, de het hol glas, bc het laetste bol glas. De stralen ia ende la kroken in fg ende in de wat van een, doch so niet of sy vergaren in a; maer de stralen ha ende ka souden door de twee glasen in t vergaert hebben, maer nu door t'glas bc, dat convergens is, gaende, kommen sy oock in a te gader.

    Ofte men soude een bol glas met een grooter gadt moghen stellen tusschen het hol ende bol glas in de midden van de buyse, ofte op sulcken plaetse al passende, dat de stralen, die doort gat vallen ende derhalven maer door twee glasen int selve punt vergaderen daer de stralen, die door dry glasen vallen, vergaderen; so langhe het gatich glas hoogher ende leeger stellende totdat het so is.

[ Lat. v ]

[ 370 ]     30 sept. - 19 nov. 1626
thermoscoop, dubbel uitgevoerd

Thermoscoop: stijgen èn dalen

Vitrum in quo calor examinatur, ubi aqua simul ascendit et descendit.

    In dit instrument sal het water met hetselvighe weder op ende nedergaen.

    ad is een cleyn buysken, dat in de groote buyse ec kan gesteken weren. Het water dat in dit cleyn buysken is, ryst als de locht in den ondersten glasen back d door de warmte verdunt wort.
Nu omdat a dicker is dan de wydte van de groote buyse, so is b een glas appart, verscheyden van de buyse ed [ec]. Daerom steekt men ad eerst int glas b, wiens gadt wyt genoech is; daerna steeckt men de buyse ec van onder over het buysken da, ende men maeckt de buyse ec aen het glas b vast, ende daermede dicht, gelyck oft aeneen geblasen ware.
Daernaer steeckt men het open baxken c oock van onder over da, totdat de bodem byna aent onderste van de buyse ec kompt; dan steeckt men den onderste back oock over da totdat den bodem byna aent onderste vant buysken ed [ad] raeckt.

    Alst nu warm weder wort, so sal het water in d, door de rarefactie des lochts in d, geperst worden int cleyn buysken na boven toe. Nu de locht in b mede verdunt synde, soude wel het water int buysken ad behooren nederwaert te persen, maer dewyle de locht in d mede perst, so en sal se dat niet doen, maer het water in de buyse ec sal nederwaerts geperst worden, dewyle den back c boven open is, ende sal soveel nederwaerts gaen als de verhooghinghe des waters int cleyn buysken ende de rarefactie des lochts int glas b vermoghen beyde samen, sodat het gat, datter in de groote buyse resteert, wel mach grooter syn dant cleyn buysken, int welcke de verhooghinghe maer en geschiet door de verdunninghe des lochts in d alleen.

[ 371 ]
    Om het water in de buyskens te kryghen, so machmen in d water gieten eermen den mont vast maeckt aen het buysken ende den open back; ende stellen d in een vat koudt water totdat het aent buysken ende den open back vast ende dicht is, want also sal de locht, al te dick synde, daerna rarefierende, het water int buysken persen, so hooghe als de koude des waters grooter is dan de tegenwoordighe koude des lochts.
Ende om het water in de groote buyse te kryghen kanment instrument ommekeeren ende met een krom gestelt stooppypken, of buysken, na de forme, die de wynverlaters hebben, het water daerin blasen ende dan ommekeren alser van passe in is; ofte tglas b met een warme handt etc. warm maken ende dan den open back vol waters gieten, want dan sal de locht, in b verkoelende, het water in de buyse trecken na behooren ende de warmte des handts etc.

    Het bacxken a is aent buysken da gemaeckt omdat de locht in d somers het water int buysken so hooghe niet persen en soude, dat het overloopen mochte maer daerin blyven staen, dewyle daer veel in mach.

    Dit bacxken boven aen te setten hebbe ick gesien by den paedagoge van den pensionaris Pauws kinderen*), doch in alio casu niet verschillende vant gene vooren geseyt is, ergens op een ander plaetse [<].


    *)  Henricus Reneri [>], of Hendrick Reyniersz (1593 - 1639), studeerde theologie in Leuven, maar werd protestant en ging in 1616 naar Leiden (studie geneeskunde vanaf 1625) [zie over hem: F. Sassen, Henricus Renerius, de eerste "Cartesiaansche" hoogleeraar te Utrecht, Amsterdam 1941]. Beeckman kende hem waarschijnlijk via André Rivet.
Adriaen Pauw (1585 - 1653) was sinds 1611 pensionaris van Amsterdam.

    [ > ]
[ 372 ]

Grote brandspiegel

Speculum comburens immensae virtutis.

    Om eenen grooten brandtspiegel te maken, die so verde ende so sterck brandt als ghy wilt, so maeckt een parabola van yser, koper, houdt etc., doet stucken van gebroken spiegels snyden, vierkant, van een duym groot, ende maeckt een stuck met cement aent center van de parabola vast. Dit sal stralen geven van een duym groot. Stelt dan een ander sulck stuck in den voorss. houten etc. parabola daer ghy wilt ende verhooghet of verleeghet met cement also dat dit stuck effen schyndt alst teghen de Sonne gehouden wort, op het schynsel vant eerste stuck, also dat beyde schynsels op één kommen ende beyde tsamen maer één duym groot. Ende doet so met al de stucken totdat de parabola vol beleydt is. Het schynsel altyt maer eenen duym groot blyvende, so sal de kracht van al de stucken samen op de plaetse van één en duym te samen kommen ende geweldich branden, na de veelte der stucken ende groote der parabola.


Drebbel: imitatie van getijden

Drebbelianum instrumentum quo aestum maris imitatur.

instrument van Drebbel met ronde buis, en rechthoekig
    De eerste figure is, naet segghen van de pedagoge van den pensionaris Pauw's kinderen [<] (dewelcke seght kennisse te hebben met een, die so familiaer met Drebbel is als met syn eyghen broeder), het instrument van Drebbel [<,>], daer hy de lieden mede wys maeckt, dat hy het water daerin doet rysen ende dalen gelyck de vloet in de see. Maer, seght hy, Drebbel die kan de warmte int glas A also regieren dat het ten naesten by alle twaelf uren eens aen de rechter syde ryst ende eens aen de slyncker syde*).
Maer ick meyne dat de lieden daer so langhe niet en blyven staen kycken; maer die smorgens kommen, bevindent water hooghst aen de slyncker syde, ende die na den middach kommen, bevindent gelyckt nu staedt.

    Maer ick salt selvighe fatsoneren op de wyse van de tweede figuere dewyle ick gheen gelegentheyt hebbe van glas te blasen na myn sin, ende sal misschien wel so aerdich syn.
ca ende db syn twee glase buyskens, cd ende ab twee copere buyskens, in dewelcke de glase buyskens steken, ende dicht end vast daerin gemaeckt.
Het buysken cd is aen e dicht toe gesloten ende tusschen c ende e ist open, doch so bedeckelick alst mogelick is, met een deckselken daerop te maken; ende ontrent d oock diergelycke om te abuseren. Het schutsel e is binnen in ende kan niet gesien werden. Alst nu warmer wort, so vergroot de locht in f ende dout het water in db nederwaerts, ende dan ryst het in ca.


    [ *)  Vgl. de tekening van Antonini.]
[ 373 ]

Een goede school

Scholam commodissimam instituere.

    Om een goede schole te maken, de kinderen in Godtsalicheyt ende geleertheyt op te queecken, behoort den rector gheen lessen te doen, maer in elcke schole eens, tweemael of drymael, de repetitie van al t'gene sy die weke geleert hebben te hooren, somtyts in presentie van de meesters, somtyts in haer absentie, naedat het den rector verstaet dan te behooren.
Bovendien sal den rector door den dach dan in dese, dan in die schole, onversiens kommen ende blyven staen hooren, ende segghen, of swyghen, soot hem goet dunckt; ende indien de meesters yet doen int leeren of andersins dat beter anders ware, dat sal hen den rector in conferentie int privé seggen. De conrector sal de primanos leeren in alle datse doen moeten, de ander meesters de andere, in eenighe schole elck twee classen, in andere elck eene, nadat de magistraet daertoe contribueert.

    Wat aengaet de kostjonghers, daerover sal den rector soveel meesters binnenshuys setten alser dosynen syn meer of min. Dese binnenmeesters sullen jonckmans syn, die slechts 25 £ sjaers hebben, dat is niet meer dan de kost, voor haren dienst. Dese sullen elck met syn dosyne aen één tafel ende camer apart eten ende die regieren. Ende savons ende smorghens deselvighe leeren, twee ueren daeghs.
Ende den rector sal ende aen tafel ende in de scholen so dickmael onversiens kommen luysteren alst hem goet dunckt; ende syn huysvrouw sal met verscheyden meyssens de tafels dienen ende gelyck tractement doen. Ende kondet geschieden dat dese jonckmans door den dach oock doceerden ende datter gheen buytemeesters en waren, ende dese boven de kost noch een goet tractement hadden, soude maer te beter syn.
Elcke dosyne sal oock een bysonder regiment hebben om te studeren in haer cantooren ende te slapen, dat d'een dosyne by dander niet kommen en kan, noch malcanderen hooren of sien ende de binnenmeesters sullen elck de hare daer in order houden ende den rector sal allom in konnen kommen. De dosynen sullen oock so syn, dat de geleertste by de geleertste syn, ende cleyne by cleyne.

    Daer de plaetsen niet en vermoghen soveel meesters te bekostighen, soude men dit alleen konnen doen door observatores, dewelcke onder haers gelycke beter gehoorsaampt souden worden dan als een kleene moest na de groote sien. Ofte men mocht de eerste classe, ofte het principaelste deel daervan, authoriseren om elck op een deel van de schole acht te nemen ende by te wonen etc., gelyck de socij in Engelandt in de academien in de colegien.

    De voorss. dosynen behoorden oock in verscheyden plaetsen te spelen, elcke plaetse groot genoech. Ende wilde men dan noch een gemeene plaetse, gelyck een breet velt daerby voeghen, dat soude maer te beter wesen.

[ 374 ]

Voordracht beschrijven

Dissertationes alio musices genere describere.

    Den 19en Novemb. 1626 te Rotterdam.

    Men behoort het spreken, voornemenlick het declameren, dissereren, ende predicken, so wel te verstaen gelyckmen de musycke doet, ende te konnen een geheele predickatie op noten stellen; niet soodanighe gelyck in de musycke, maer na den aert vant spreken gepracktiseert. Want het singhen bestaet voornementlick in profunditate, dat is acumine et gravitate, in hooghte ende leeghte. Daer kompt wel by de longitudo van maten, teweten rasch of traegh, ende pausen, maer secundario. De longitudo is het principaelste int dansen, waerby kompt de forme van gebochten des lichaems etc.
De latitudo schyndt het principaelste te syn int spreken, dat is, vox plena ende exilis, te weten met veel of weynich wints te spreken; daer kompt oock wel by de longitudo ende profunditas, doch secundario. Daerom behoort men noten te maken, die dese latitudo onderscheyden. Men mocht de steerten aen de noten laten gelyck sy syn ende de hoofjens maken a, b, c etc. of yet anders, ende besien of men daerin oock soude vinden yet consonants, yet gelyck semitonia ofte yet anders.
Hierby kompt oock de diverssiteyt van de organen des mondts, daerdoor de stemmen somtyts blyde, somtyts droeve etc. schyndt, overeenkommende met de verscheydenheyt van de instrumenten in de musycke als fleuten, orgelen etc., citers, luten, clavercynen etc., het cloppen met handen, hameren etc. op houdt, yser etc.

    De actien des predikants [<,>] konnen tot het dansen bekent worden, daer, behalven de longitudo, oock by kompt de forme van beweginghe, oock wat van profunditas, ende meer, naer dat elck dan soude konnen bedencken alsmen daerna stondt.
    [ < ]


Pachten goed maken

Vectigalia ut corrigi possint.

    Om de pachten goet te maken dat de goede lieden het niet erger en hebben dan de quade [<], so behoort men alle jaere, exempli gratia alle de keersmakers te vergaren, ende haer doen segghen, op haeren eet, wie sy meynen dat meest keersen verkoopt, ende wie daernaest, ende so voorts, twelck elckeen segghende, sal hy wel sichselven vercleynen om minst tot de pacht te contribueren, elckx oordeel door begeerlickheyt bedorven synde ontrent hemselven, maer elckx oordeel sal onbesmedt ende sinceer syn van andere. Daerom en salmen haer maer van alle d'andere laten oordeelen ende het oordeel van haerselven uytschrabben, gelyck men leest van de Griecken, dewelcke, post fugatem Xerxem, alle den hooghsten prys haerselven toeeygenden ende Themistocli den tweeden, dewelcke daeromme den eersten gecreghen heeft.
[ 375 ]
Als dan also geoordeelt is van de proportie van de neeringhe der keersmakers, salmen besien wat de pacht uyt behoorde te brenghen, ende elck naer advenant syn geoordeelde neeringhe oplegghen, ende elck dat strengelick doen geven.

    De heeren sullen oock wel letten offer sinceer in dit oordeelen gegaen wort ende niet teghen den eet, ende dat wel overlegghen sonder de keersmakers te laten weten, wat elck geoordeelt heeft; ende sy sullen van jare tot jare alle die oordeelen bewaren ende teghen het teghenwoordighe confereren, somptyts oock meest geloove de conscientieuste personen toeschryvende. Ofte indien men meynt dat dan d'een of dander heere synen vrient soude favoriseren, so mocht ment simpelick op de meeste stemmen der keersmakers, in haer briefkens overgelevert, laten kommen, ondertusschen favoriserende die sy verstonden dat door pyck van d'ander keersmakers te veel gestempt schenen te wesen. Want al segghen de keersmakers wie meer ende wie min keersen verkoopt, men hoeft haer juyst niet in alles te volghen, in hoeveel meer of hoeveel min.


Zieke zwager

Leucophlegmatiam curare.

    Ter occasie van dat ick verstae dat myn swager Jaques van Rentergem*) het water laet, ende ick hem geschreven hebbe, hoe dat hy hem behoort te wachten van drincken, hetselvighe van langherhant verminderende, ende dat de schippers segghen hoe groot een veranderinghe datter int lichaem kompt alsmen onde de linie is, ende dat ick verstae dat dit anders nergens door en geschiet dan door de gestadighe ende eenparighe warmte, so valt my in den sin ofmen dat niet en soude konnen nabotsen met stoven of kachels, ende of myn swagher desen winter niet en behoorde een stoofken te setten in een kamerken ende daer voor somer niet uyt te gaen, hetselvighe altyt even warm houdende, met evenveel turven alle uere daerin te stoken. De bequame warmte sal hy in een dach of twee konnen rekenen; want syn 3 turven niet genoech, so salder 4 insteken, so sy te veel, maer twee, ende eens wel synde, dat so continueren; ofte van langherhandt vermeerderen, naer dat het syn sieckte dienstich is.
    *)  Jacques van Rentergem (1594 - 1627), een jeugdvriend van Isaac Beeckman, trouwde in 1616 met diens zus Sara [>]. Hij was "vettewarier" te Middelburg.


Theologie en filosofie

Theologiæ et philosophiæ differentia.

    In de philosophie moetmen altyt procederen van wonder tot gheen wonder, dat is te segghen, men moet so langhe ondersoecken totdat hetgene ons vrempt dunket, ons niet meer vrempt en schyndt; maer in de theologie moet men procederen van gheen wonder tot wonder, dat is te segghen, men moet de Schrifture so langhe ondersoecken totdat hetgene ons niet vrempt en scheen, vrempt schynt, ende dat alles wonderlick sy. Gelyck het met den philosooph ghinck, die hoe langher hy op God docht, hoe wonderlicker hy hem scheen, so moeten wy oock segghen van syn regieringhe, hoe beter wy die verstaen hoe heerlicker ende wonderlicker sy is.
    [ < ]
[ Lat. ]



Beeckman | Journaal - 1626 b (top) | vervolg