Beeckman | < Journaal > | Woordenlijst

Kaarsvlam , zuilen , samentrekkend , Catelyntje , tegenvoeters , pompen


Isack Beeckman - 1627

C. de Waard, Journal tenu par Isaac Beeckman de 1604 à 1634

Tome II: 1619 - 1627



[ 382 ]     18 dec. 1626 - [4] maart 1627

Kaarsvlam

Candelae flamma cur scintillet.

    Om te verstaen waerom een keerse flickert ende davert, d'een meer als dander, sommighe oock niet met allen, so moetmen letten boven t'gene dat verscheydemael te vooren geseydt is [<], op een keerse, die in de pype brandt ende opt uytgaen is, hoe geweldich die staet ende davert ende ophoudt dat int vier light, hoedat op sommighe plaetsen daervan de vlammen uyt ende d'inspeelt; dan looptse wech, dan vlieght se wederom daerna toe. Men moet dencken dat t'gene hier met merckelick onderscheyt gesien wort, dat dat in de keersen rasscher geschiedt, also dat men met d'ooghen so niet en kan de roock sien optrecken; ende als die sterck uyt het houdt kompt, hoe dat die dan door de hitte ronsom wederom ontsteken wort, alles geschiedende doort ongelyck opgaen van de roock.

Candela cur in puteo extinguatur.

Leght daer oock by hoe de keersen in eenen diepen nauwen put eerst verduysteren ende ten laetsten heel uytgaen, gelyck ofse gesuffoceert ende de vlamme versmoort werde als in eenen doofpot; te weten den damp of roock van de keerse de locht boven haer in de put also vervullende, datter van boven gheen aesem of locht by de keerse en kan. Ende besiet, als men een pampier ronsom een flickerende vlamme doet ende het daveren daermede beneempt, of dat met den put niet te vergelycken en is. Ende of het licht, uyt de vlamme (die selve licht wort) kommende, niet verhindert en wort haer soseer te verspreyden ende so rasch gegenereert te worden door de nauwte der plaetse ende de weynighe locht, die haer open gaende ontfanght.


Vijf zuilen

Columnarum elegantia unde et cur tantum quinque.

    Also ick al over langhen tyt ondersocht hebbe de reden van de compositie ende ornamenten des onderscheyts der vyf colommen ende daertoe veel boecken gelesen (behalven Vitruvium [3] nu onlanx ende Stevyn Huysbouw ongedruckt [<]), so en kan ick anders niet verstaen dan tgene ick vooren ergens geschreven hebbe [<] van het gebruyck, gewoonte van sien, ende de deylinghe in twee gelycke deelen, dat dat de dynghen syn, die een werck fray maken ende weynich anders; als namentlick, de 3 voorgaende geobserveert synde, dat men soveel veranderinghe make alsmen kan, hoe meer hoe frayer etc. Daerom sie ick tegenwoordich in kercken, etc., al heel anders alle dynghen.
[ 383 ]
Waerdoor my in den sin kompt, dat het plach te gaen met die treffelicke wercken gelyck het nu gaet met de slechte wercklieden; te weten de onervarene wercklieden, als sy een besteck sien van een fray huys, so schryven sy dat uyt ende formeren haer werck daerna, ende vreesen daerbuyten gaende, of sy misschien door veranderinghe het werck een ander ooghe deden hebben, de proportie anders wordende.
Also dewyle weynich wercken so treffelick als te Ephesen, Corinthen, ende als de eerste Dorica etc., gemaeckt syn geweest, dewelcke van een goet meester eerst gemaeckt syn na syn goetduncken (niet dat het anders niet syn en mocht, maer omdat het hem oock so goet docht ende dat hy veel ander gestichten gesien hadde, die niet goet en waren) — dese treffelicke gestichten dan de lieden behaghende, hebben de wercklieden daeraen haer maten genomen ende gevreest yet anders te doen dan daerin gedaen was; ja selve en dorsten sy die niet menghen, namentlick alser yet treffelickx gemaeckt moest worden. Twelck oock niet te verwonderen en is, omdat se seker hebben willen gaen daer haer eere aen geleghen was.

    Dits dan den oorspronck des onderscheyts der 5 colummen, ende hadden der meer treffelicke wercken, die d'een van dander niet en wisten, geweest in die tyden alsmen in Grieckenlandt daervan begon de beschryvinghe te doen, men soude al meer colummen gehadt hebben.   [>]

[ Lat. ]

[ 386 ]

Samentrekkend

Astringentium natura.

    Hoe kouder, hoe droogher ende hoe grover een medicament is, hoe meer het astringeert (want de koude beteeckent privatie des viers), treckt, ofte liever ontfanght, lichtelick het vier der tonghe, of dat in het vleesch is, daert op licht; de droochte is privatie van water, ontfanght derhalven lichtelick de vochticheyt. Ende als de homogenea grof syn, kander veel in; ende op één plecke blyvende, vloyter veel na toe, twelck maeckt de t'samentreckinghe. D'occasie hiervan wat te teeckenen heeft my gegeven Petrus Pigraeus, Lib. 10, cap. 3, Van de smaecken*), sed de his ante aliquoties non absimilia [<].

    Aluyn is wel heet ende astringerende; so oock gypsum, id est plaester, ende calck. Maer men moet weten dat die dynghen, haer water missende, so haest als syt wederom kryghen, vast worden. Nu dat kryghen sy uyt de vochticheyt van de plaetse daerse aen geappliceert werden, waerdoor sy, styvende ende vast wordende ende hart, moeten nootsakelick de partye sluyten, stoppen, ende tgene datter in is, repelleren.


    *)  Pigraeus, Epitome praeceptorum Medicinae chirurgiae (Parijs 1612), Cort begryp van de leere der Medicyne ende chirurgye (Dordrecht 1623).
[ Lat. ]

[ 388 ]     [4] maart 1627

Letters leren

Litteras docere quam sit facile in filia mea expertus sum.

    Ick hebbe Catelyntje, myn dochterken, oudt synde tusschen twee ende dry jaren, in twee of dry maenden den A, B geleert, also datse alle de letters daervan perfectelick kende. Om dit te doen hebbe ick eerst een of twee letters gaen uyt snyden, deselvighe haer inde handt gegeven, doende dan deen dan dander naer haer moeder of ymant anders draghen, of d'een of dander gaen halen, ende dat dickwils op eenen dach, al spelende, de letters grootachtich synde, deselvighe plackende dan hier dan daer aen de muer, aen haer voorhooft etc.
Want gelyck de kinders een tanghe, schoppe etc. leeren kennen doordien dat se die dickwils sien ende hooren noemen, so konnen sy even gemackelick de letters leeren kennen alse die dickwils bekycken.     [ < , > ]


Tegenvoeters binnenin

Antipodes intra Terram a quodam positi.

    Den 4en Meerte 1627 quam Balten Jacobs van Gorcom [<,>] met Stampioen [<] by my, welcke Balten my verhaelde een vremde opinie die hy vant aertryck hadde, te weten dat het binnen hol was, doch een myle of twee dick omvanghen met aerde ende water, waerop de menschen boven op ende binnenin wonen ende varen. Ende die van binnen en vallen niet na het centrum toe doordien dat het aertryck draeyt, daerdoor alles vant centrum af na de circumferentie toe treckt. Maer de menschen boven en konnen gheen gemeenschap hebben met die van binnen. Ende die van binnen hebben oock een Sonne int centrum, twelck hy het paradys noemde.
[ 389 ]
holle aarde     Dese aerde is op twee plaetsen open, also dat het water aen malcanderen kompt binnen ende boven. Ende als de Mane ontrent die gaten kompt, so werckt sy daerdoor also op de locht van binnen dat sy het doet vloyen, hier boven het water van binnen uyt kommende ende daerna wederom het leeghwater intreckende.

    Hy verstaet dat al de sterren weerelden geweest syn, die nu al geclarificeert syn ende daerom lichten. Dat onse weerelt oock so worden sal, ende dat God alle daghen noch nieuwe weerelden maeckt.

    Hy seyde ons oock, dat hy van hier in Oostindien met ymant spreken kan, ende doet aldus: hy steeckt in een van syn aren op den arm een gadt, ende laet daer bloet in loopen van uyt den arm van een ander persoon, ende hielt het dan toe. Dat bloet, seght hy, maeckt de correspondentie, ende so haest alsmen op die aere met een priemken prickt, so voelt het die persoon diens bloet daerin is; ende uyt de verscheydenheyt van pricken konnen sy malcanderen verstaen.

    Nugae.    [ Onzin.]     [<,>]


Manskracht

Vim rei cujusvis explorare mechanice.
    Den 7en Meerte.

    Als men rekenen wilt wat macht datter gedaen wort met een manskracht ende so voorts, of een instrument beter is als een ander, ende hoeveel, so moet men eerst ondersoecken, in hoeveel tyts dat één ponts gewicht, 2 lb, 10 lb, 100 lb, etc. valt een voet diep, 2 voet, 10 voet, 100 voet, etc. Dat wetende, sal men dat gewichte over een catrolle met een touwe hanghen; aen dander syde oock een gewichtken, half, het vierendeel byna, etc., so swaer als het eerste, ende besien in hoeveel tyts dat het dan nederkompt 1, 2, 10, 100 etc. voeten.


Zwierpomp

Aquam in altum tollere per vertiginem.

    Also ick Abraham de Gulde Waterman [>]'s instrumenten sach, daermede hy byster geworden was, wasser een, dat het water door den swier op dede gaen door buysen, welcke alle int water stonden. Maer ick seyde hem, dat het beter soude syn die buysen so hooghe boven het water te stellen alsmen dat hebben wilde, met een clappe in de buyse.
[ 390 ]
zwierpomp     De buyse cb wort gedrayt door het camrat g, maer men vult eerst het opperste van de buyse boven de clappe a met water. De armen dh ende ei moghen 4, 5, etc. syn. Als de buyse met de armen nu snel drayt, so swiert het water na d ende f, want al dat circkelwys gedrayt wert, loopt vant center af, gelyck ick vooren ergens gedemonstreert hebbe [<] (neempt een gelyckenisse aen de ketels met vier, die de jongher rontom drayen ende het vier valter niet uyt, prangende na de circumferentie teghen den bodem van de ketel).

    Het water dan aen d ende f kommende, hebbe ick die buyse gecontinueert nae den axis toe, om daer in een back te spuyen ende vandaer uyt te loopen (anders soude men ronsom eenen back maken, daer het water in gespeudt wert). Dit konde wel beter syn als pompen, dewyle het clapken hier altyt blyft open staen, ende het water houdt synen loop, dewelcke doort loopen op syn raschte geraeckt; maer daerenteghen de pompen altyt over ende weer gaen, de clappen open ende toe, het water opwaers ende strax wederom nederwaerts, twelck niet alleen en causeert traegheyt om de pausen tussen tween, maer oock omdat alle dat beweeght int beginsel tragher gaet dan alst op de ganck is; ende hier moet men elcke reyse selfs een contrary beweginghe maken, want als de suygher in de pompen neder gelaten worden, so sackt het water oock neer, twelck men stracks opwaerts hebben wilt.

    Als den voorseyden Abraham dat hoorde, was hy seer blyde, hopende daerdoor voor syn familie wat goets te doen. Want al stelt hy de buysen aen h ende i onder water in een schotel, opdatse door het water gaende, niet te veel vertraghen en souden door dat te naken, so ist noch al lichter yet inde locht te beweghen dan int water, de locht op verre na soveel teghenstandt niet doende; ende ist noch te veel, men mach weynich buysen ende groot maken. Men soude oock instede van die veel buysen met ééne konnen gedoen, so groot als de clappe a is opengaende, ende laten die slanghwys oploopen, gelyck de slanghen syn door dewelcke men brandewyn disteleert. Want in de voorss. buysen wort het water teghen een van de kanten der buysen gedruckt int drayen; maer als mense nu slanghwys maeckt, sal het water in de middel meer blyven, de slanghwysche buyse het water quansuys teghenloopende.

[ 391 ]     7 maart - [24] april 1627

Pompen

Pompen wat se doen konnen.

    Sanderdaeghs ginck ick tot van Nuffels, eenen brouwer, syn pompe besien, die stont 19 voet hoogh, de buyse wyt 2 duym, was gemackelick voor de knechts, dewelcke in één uere pompen konden 30 tonnen waters; maer, seyden sy, te vooren, eer sy vernieut was, konden wy 40 tonnen in één uere pompen, maer sy ginck wat swaerder ende stondt wat leegher. In een ander brouwerye, seyde de knecht, konden wy wel 50 tonnen pompen in een uere; dan het kan syn dat se leegher stondt.

    Ter Muyden in Zeelant pompten sy 200 tonnen in 5 ueren, dewelcke alle door de buysen liepen, die ick daer geleyt hadde, in deselve 5 ueren. Sy waren 21/2 duym wyt ende het gat, daert water in viel, mocht 7 of 8 voet hoogher staen dan t'gadt daert uytliep. zwierpomp 2

    Van Nuffels pompe voorss. was een dobbel pompe ende 1 man is gewent te pompen t'gene voorseyt is.


Zwierpomp (2)

Aquam per vertiginem in altum tollere.

    Men soude oock het voorsz. instrument aldus konnen maken, opdat al het water byeen in eenen stilstaenden back viele sonder storten, doordien dat daer drayende luskens over hanghen, daerover het water vloyende, valt in den stilstaenden back. Anders, als het water ronsom moet, gelyck in dit bystaende kleyne, so worter veel krachs te vergeefs gedaen, te weten die het water verder dryft dant van noode is, twelck int werck achterdeel geeft.
[ 392 ]

Niet handig

Aqua per vertiginem nequit commode attolli.

vertikale buis met zijbuisjes     Het voorgaende instrument gemaeckt synde opt fatsoen hiernevens staende, hebbe ick den 24en April 1627 geproeft, ende het en succedeerde niet, maer als het so diep int water stondt dat de armen totaen a ende b onder water stonden, so speute het water door den draey daeruyt.

    Dat het niet uyt en sprongh alst water onder de armen staet, geschiet omdat het water, dat in de armen is uytvlieghende, aen eenen kant gepranght synde, lanckx den anderen kandt de locht in laet, welcke locht, daer eens in synde, niet wederom uyt en kan raken. De locht treckter in, omdat se lichter de ledighe plaetse vervult, niet anders teghen de nature geperst wordende, dan het water, dat opkommen moet.

kleppen     Men mocht soecken oft met sulcke ermen gelyck hiernevens eene staet, konde geschieden, ofte den bocht boven kommende, of met clapkens aen den armen, die het water wel lieten uytgaen, maer gheen locht in lieten kommen, gelyck hierneffens oock te sien is.
Welcke nochtans in dese saken niet helpen en konnen, dewyle die so dicht niet toe en sluyten of de locht, die kan daer genoech door, die tot aen de klapkens lanckx de kant van de armkens kompt, door het uytspeuten van het water dicht aen den anderen kant dringhende ende het vacuum van binnen treckende; of liever de locht in de ydele plaetse van het leeghste van de armkens geperst wordende.


    In het manuscript [<] eindigt dit halverwege een blad. Na vier lege pagina's volgt het verslag van het Collegium Mechanicum [>].



Beeckman | Journaal - 1627 (top) | vervolg