Home | Orgelconcerten | Marktconcerten 2017 | 2016
Nog enige tijd te beluisteren op Kerkomroep.nl

Marktconcerten 2017

op het Bätz-orgel

in de
exterieur
Bron: www.reliwiki.nl
Edward Ippel
 

Pieterskerk

Straatweg 59

elke vrijdag in juli en augustus
12.45 - ca. 13.15 uur

toegang vrij / collecte
orgel
Bron: www.reliwiki.nl
Dispositie
 




               2017

 7 juli              Frank Schneider

14 juli             Peter Verhoogt

21 juli             Jan de Viet

28 juli             Jaap Jan Steensma

 4 augustus         Willeke Smits

11 augustus         Teus de Mik, m.m.v. Frans Oosterhuis, hobo

18 augustus         Diederik Bos

25 augustus         Johan Erné


Marktconcerten in Breukelen

Iedere vrijdag van juli en augustus heeft u een extra reden om de Breukeler markt de bezoeken: om 12.45 begint dan het betoverende orgel van de Pieterskerk te spelen*) - en u kunt gewoon binnenlopen om het te horen. Een half uur lang (en soms stiekem wat langer) bespeelt een professionele organist het historische instrument met het prachtige klankpalet. Parelende klanken, stevige bassen, alle registers, beurtelings, in groepjes, alleen.
Een feest voor het oor.
Eh, kunt u maar even? Geen probleem: u kunt weggaan als het u uitkomt; de deuren blijven openstaan. Later binnenkomen is dus ook een mogelijkheid. Altijd welkom!
Wat ook altijd welkom is: uw bijdrage, groot of klein, om de Marktconcerten voor Breukelen te behouden. Aan het eind van het concert word hiervoor gecollecteerd; wie eerder vertrekt, kan zijn gift kwijt in de veelkleurige doos in het koor van de kerk.
    N.B.:  het orgel gaat niet vanzelf spelen!

De kerk zelf blijft op vrijdag tot 16.00 uur open. Het fraaie interieur van de monumentale kerk verraste al heel wat toeristen, en voor wie het kerkgebouw al kent, biedt de openstelling een extra gelegenheid ervan te genieten.
Nodig familie of vrienden uit: ze zullen niet teleurgesteld worden!






Home | Orgelconcerten | Marktconcerten 2016 | 2015
Nog enige tijd te beluisteren op Kerkomroep.nl

Marktconcerten 2016

op het Bätz-orgel

in de
exterieur
Bron: www.reliwiki.nl
Edward Ippel
 

Pieterskerk

Straatweg 59

elke vrijdag in juli en augustus
12.30 - 13.00 uur

toegang vrij / collecte
orgel
Bron: www.reliwiki.nl
Dispositie
 




               2016

01-07:  Willeke Smits, Maarsen
08-07:  Peter Verhoogt, Utrecht
15-07:  Johan Erné, Utrecht
22-07:  Everhard Zwart, Krimpen a/d IJssel
29-07:  Frank Schneider, Breukelen
05-08:  Jaap Jan Steensma, Zeist
12-08:  Jan de Viet, Tholen
19-08:  Inge Westra, Harmelen
26-08:  Johan Erné, Utrecht


Marktconcerten in Breukelen

Iedere vrijdag van juli en augustus heeft u een extra reden om de Breukeler markt de bezoeken: om 12.30 begint dan het betoverende orgel van de Pieterskerk te spelen*) - en u kunt gewoon binnenlopen om het te horen. Een half uur lang (en soms stiekem wat langer) bespeelt een professionele organist het historische instrument met het prachtige klankpalet. Parelende klanken, stevige bassen, alle registers, beurtelings, in groepjes, alleen.
Een feest voor het oor.
Eh, kunt u maar even? Geen probleem: u kunt weggaan als het u uitkomt; de deuren blijven openstaan. Later binnenkomen is dus ook een mogelijkheid. Altijd welkom!
Wat ook altijd welkom is: uw bijdrage, groot of klein, om de Marktconcerten voor Breukelen te behouden. Aan het eind van het concert word hiervoor gecollecteerd; wie eerder vertrekt, kan zijn gift kwijt in de veelkleurige doos in het koor van de kerk.
    N.B.:  het orgel gaat niet vanzelf spelen!

De kerk zelf blijft op vrijdag tot 16.00 uur open. Het fraaie interieur van de monumentale kerk verraste al heel wat toeristen, en voor wie het kerkgebouw al kent, biedt de openstelling een extra gelegenheid ervan te genieten.
Nodig familie of vrienden uit: ze zullen niet teleurgesteld worden!




Willeke Smits Het eerste concert van dit jaar, op vrijdag 1 juli, wordt gegeven door organiste Willeke Smits.
Willeke, die een bloeiende concertpraktijk heeft, heeft voor Breukelen een programma samengesteld onder de titel 'Met een Franse slag'. Dat belooft wat! Misschien speelt ze ook iets van haar cd 'Happiness', een cd waar je vrolijk van wordt.
Deze cd, en enkele andere van haar succesvolle cd's (Hendrik Andriessen, Johann Gottfried Walther, Johann Sebastian Bach) zijn na afloop verkrijgbaar in het koor van de kerk.
    Willeke Smits speelde al eerder een marktconcert in Breukelen: 2014, 2013, 2012.




vrijdag 8 juli 2016:  Peter Verhoogt

Peter Verhoogt, Orgeltribune Pieterskerk
Peter Verhoogt naast het Bätz-orgel (foto: Wim Dannenberg)


'Engeland in ere' — muziek van o.a. Purcell, Stanley en Wesley

  1. Doctor Bull  (1563-1628)Bonni swet Robin (Uit The Lynar Virginal Book)
  2. Orlando Gibbons  (1583-1625)Fantasia in a minor
  3. Henry Purcell  (1659-1695)Voluntary on the 100 Psalm
  4. Georg Frideric Handel  (1685-1759)Variations from Organ Concerto (Opus 4 nr 1)
  5. John Stanley  (1713-1786)Cornet voluntary (Opus 6 nr 2)
  6. Samuel Wesley  (1766-1837)Air and Gavotte
  7. Gordon Young  (1919-1998)Toccata

    Peter Verhoogt eerder: 2014, 2013, 2012.




vrijdag 15 juli 2016:  Johan Erné

Johan
(foto: Cathie Schrier)

  1. J.S. Bach  (1685-1750),  Praeludium en Fuga in a (BWV 543)

  2. J. L. Krebs  (1713-1780)Warum betrübst du dich, mein Herz

  3. C.Ph.E. Bach  (1714-1788),  Sonata in a

  4. F. Mendelssohn  (1809-1847),  Praeludium en Fuga in G


Toelichting

1.  'Grosses Praeludium und Fuge (A moll) - Sebastian Bach', zo stond er in het programma van het Bach-concert dat Mendelssohn op donderdag 6 augustus 1840 in de Thomaskerk in Leipzig heeft gegeven. Tussen 1830 en 1840 vierde Mendelssohn juist met dit stuk triomfen in Engeland.
In 1844 introduceerde de Breslauer organist Adolph Hesse met onder meer deze BWV 543 de 'Bach-traditie' in Parijs. Alleen in Berlijn was de traditie van het Bach-spel sinds de dagen van Carl Ph. E. Bach nooit weggeweest. Tot en met Carl Aug. Haupt (1849 - 1891) zijn de grote Bach-werken daar immer "per l'Organo pleno" gespeeld.
Bach componeerde het stuk in de stijl van het Venetiaanse concerto. naar velen aannemen ergens tussen 1712 en 1714.
Bach? Bach-wetenschapper David Schulenberg weet in 2013 te melden dat Bach's auteurschap "weinig plausibel" is en de discussie erover "zeker gerechtvaardigd". "Ach, mein lieber Augustin, alles geht... hin".

2.  In 1756 publiceerde Bach-leerling Johann Ludwig Krebs een "Erste und zweite Lieferung der Clavier Ubung". Krebs was toen slotorganist in Zeitz. Krebs spreekt de taal van de 'style galant'.
"Galant' is een 18e eeuws modewoord. Voltaire definieert het als 'verzuchting om te behagen'. J.S. Bach's 'geleerde' en de 'galante' stijl van zijn leerlingen verhouden zich tot elkaar als het onderscheid tussen complexiteit en eenvoud, ouderwetsheid en moderniteit.
In zijn muzikale vormen blijft Krebs trouw aan zijn leraar, maar zijn taal spreekt in de nieuwe tijd, op eigenzinnige, 'Krebse' wijze.

3.  De sonate in a-klein is de 4e van 4 "Orgel Solos" die Carl Bach schreef voor prinses Anna Amalia van Pruissen (1723 - 1787), zijn brooddame, om haar iets te spelen te geven op het orgel dat zij in 1755 voor zichzelf liet bouwen.
De aantekening "Orgel Solo" stamt van de componist zelf. Is het een aanduiding dat de muzikaal zeer begaafde prinses haar orgel vnl. bespeelde als continuo-instrument?
In een brief uit 1768 schreef Carl "dat de galante stijl weliswaar 'de oren vult, maar niet het hart'." (Berger, p.15). Zelf ontwikkelt hij dan ook een stijl die wordt aangeduid als 'Empfindsamkeit' of de 'empfindsame' stijl. In deze stijl, die emotioneel en hypersensitief is, wisselen gemoedstoestanden elkaar snel en bruusk af. In de sonate in a valt het Onderpositief het Manuaal bijvoorbeeld voortdurend in de rede. Het instrument speelt alsof het spreekt. Versieringstonen zijn geen opsmuk meer, maar bepalen de essentie van de melodie. Dit laat zich vooral in het 3e deel van de sonate horen.
'Emotionele betrokkenheid' is Bach's sleutelbegrip. "'Op droevige plaatsen wordt de musicus droef', zo schrijft hij. 'Je hoort het en je kunt het van hem aflezen'" (Berger, p. 17).
Bach maakt gebruik van 4 muzikale persoonlijkheden die hij in zijn muziek tegen elkaar afzet: de 'zwartkijker', de 'woeste driftkop', de 'gloedvolle warmhartige' en de 'gelatene'. Ik hoop dat deze of gene vanmiddag zélf het woord tot u zal richten.

4.  De "Three Preludes & Fugues" verschenen in 1837 als opus 37 gelijktijdig bij Breitkopf in Leipzig en Novello in Londen in druk. Mendelssohn componeerde het preludium op 4 april 1837 in Speyer (tijdens zijn huwelijksreis met Cécile Jeanrenaud). De fuga ontstond in Leipzig op 1 december 1836.
Het preludium is in 6/8 maat met als tempoduiding 'Andante con moto' en 'mp' (mezzo piano) als dynamische aanwijzing. De fuga geeft als maat 4/2 en 'mf' (mezzo forte).
Het spreekt welhaast vanzelf dat Mendelssohn's idioom 'romantisch' is. Maar hij grijpt terug op het volstrekt 'ouderwetse' contrapunt van de 'oude Sebastiaan', zoals Felix Bach placht te noemen. Zo komt hij tot een geheel eigen en nieuwerwetse fugavorm die met de late Barok weinig meer van doen heeft.

De muziek laat mij horen waarom Mendelssohn niet alleen 'Felix' heette maar dat 'geluk' ook in zijn muziek uitstraalde. Het voorspel zingt ons toe in warme, pastorale tinten en kent de klassieke 'sonatevorm' met een melancholisch 'zangthema' in g klein. Het magistrale fugathema zet in met het pedaal en zingt de sterren van de hemel. De fuga eindigt bijna verstild in een muzikaal decrescendo om als het ware ruimte te scheppen voor de bespeling op 26 augustus die lucht zal geven aan de Spaanse 18e eeuw.



Johan Erné (1956) heeft maar wat een hekel aan al dat biografische gebabbel waarin iedere oprisping als een gouden ducaat wordt opgevoerd.
Laten we het er hier maar op houden dat Johan Erné eet, drinkt, slaapt, geregeld te veel chocola eet en af en toe orgel speelt in de Pieterskerk
en recent Wm. A. Little's prachtige boek "Mendelssohn and the organ" (Oxford, 2010) las, waaruit de inspiratie voor deze orgelbespeling kwam.
Veel bracht hem ook Pieter Berger's "Carl Philipp Emanuel Bach" (Leuven, 2004) waaruit hij dankbaar putte (zie de citaten hierboven).
Hij is u dankbaar voor uw komst en groet een ieder met hoogachting.
    Hij speelde eerder marktconcerten in 2015 (17/07 en 28/08), 2014 (25/07 en 22/08), 2013 (12/07 en 9/08) en 2012.




vrijdag 22 juli 2016:  Everhard Zwart

Everhard Zwart

  1. Jan Zwart (1877-1937),
    - Hymne Psalm 75 "U alleen, u loven wij"
    - Orgellied "Neem Heer, mijn beide handen"
  2. Berthold Tours (1838-1897), Allegretto grazioso
  3. Frits Tollig (1876-1943), Marche Héroique
  4. Joz. Schravezande, Andante in As
  5. Jan Zwart, Toccata Psalm 146
CV
Everhard Zwart (1958) studeerde aan de Conservatoria van Utrecht, Rotterdam en Parijs, en volgde, op uitnodiging, internationale meestercursussen bij de bekende Franse orgelvirtuoos Jean Guillou. In 1987 studeerde hij bij de Duitse organist Günther Kaunzinger te Würzburg. Inmiddels speelt hij op de grootste, en op de kleinste orgels van Europa en Amerika. Zijn voorliefde gaat uit naar de Franse romantiek van o.a. Widor, Vierne, Guilmant, Franck, maar hij is ook een majestueus vertolker van Bach, Reger, Liszt en andere beroemde componisten zoals Händel of Mendelssohn en de meer eigentijdse Andriessen. Verder ontbreekt op zijn programma's bijna nooit een werk van grootvader Jan Zwart, vader Willem Hendrik Zwart of leermeester Feike Asma, die, net als hij nu, pleitbezorgers waren van de "Hollandse Koraalkunst".
Everhard Zwart is Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, en onderscheiden met de zilveren medaille van de "Société Arts-Sciences-Lettres" te Parijs.
    Hij speelde eerder een marktconcert in 2014.




vrijdag 29 juli 2016:  Frank Schneider

Frank Schneider

N. Bruhns  (1665 - 1697),  Praeludium e-moll ('de kleine')

J. S. Bach  (1685 - 1750),  Wachet auf, ruft uns die Stimme  (BWV 645)

F. Mendelssohn-Bartoldy  (1809 - 1847),  Sonate IV  (Op. 65)
  - Allegro con brio
  - Andante religioso
  - Allegretto
  - Allegro maestoso e vivace


Frank Schneider, geboren op 17 augustus 1982, ontving op 10-jarige leeftijd zijn eerste orgellessen van Leo-Hans Koornneef op muziekschool "Op Maat" te Vlaardingen. Zijn opleiding orgel en kerkmuziek volgde hij aan het conservatorium van Utrecht, met als hoofdvakdocenten Jan Raas en Reitze Smits. Als vaste organist was hij verbonden aan verschillende kerken en tevens was hij dirigent van diverse koren.
Na zijn conservatoriumopleiding studeerde hij theologie aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn. Sinds 2014 is hij als predikant verbonden aan de Nederlands Gereformeerde Kerk (Het Witte Kerkje) in Breukelen.
Hij speelde ook een marktconcert in 2015.
Dezelfde stukken zijn in de week na het concert nog eens gespeeld en op Youtube gezet (opname en montage Warry Spykstra).
orgel in de Pieterskerk, Breukelen




vrijdag 5 augustus 2016:  Jaap Jan Steensma

Bewerkingen en programmamuziek van Claude-Bénigne Balbastre
(1724-1799)

  1. uit Rameau's opera Pigmalion (1748):
    - Ouverture
    - Pantomime (air gai)
    - Gigue (gayement)
    - Contredanse en Rondeau

  2. uit l'Art du Facteur d'Orgues IV (1778):
    - Romance

  3. karakter- en programmamuziek:
    - Marches des Marseillois et l'Air Ça-ira (1792)
    - Pastorale in a/A (1767)
    - La Cannonade

Jaap Jan Steensma Jaap Jan Steensma is organist van de Universiteit Utrecht, de OLV Onbevlekt Ontvangen te Hilversum en (als assistant) van de Holy Trinity Anglican Church in Utrecht. Daarnaast speelt hij regelmatig basso continuo of 'groot orgel' in vocale en/of instrumentale concerten.
Sinds het cum laude afronden van zijn adviseursopleiding (LOTO) werkt hij als gecertificeerd adviseur. Hij is gelieerd aan de Commissie Orgelzaken van de PKN en lid van het College van Orgeladviseurs Nederland.
Als docent Historical Documentation and Performance Practice is hij sinds enige jaren verbonden aan de Oude Muziek-afdeling van de HKU-Utrechts Conservatorium; in 2014 mocht hij meewerken aan de inhoudelijke en artistieke vormgeving van de derde editie van het Bachfestival Dordrecht.
Voor dit festival heeft Jaap Jan in 2014/2015 het concept en de programmering ontworpen van de muzikale invulling voor Koningsdag 'nieuwe stijl'. Dit evenement vond plaats in de Grote Kerk te Dordrecht op 27 april 2015 en het werd live uitgezonden op TV.
    Hij speelde ook een marktconcert in 2015.




vrijdag 12 augustus 2016:  Jan de Viet

Jan de Viet
Jan de Viet aan het orgel in het Oude Stadhuis te Tholen

" Zuid-Duitse Delicatessen "
Johann Krieger (1651 - 1735) Toccata
Johann Jakob Froberger (1616 - 1667) Ricercare undecima
Johann Pachelbel (1653 - 1706) Aria quarta
uit Hexachordum Apollinis
Johann Ernst Eberlin (1702 - 1762) Toccata sexta
Joseph Nicolaus Torner (1700 - 1762) Elevatio
Franz Xaver Schnitzer (1740 - 1785) Sonata quinta
- allegro
- minuetto, trio, minuetto
- presto

Toelichting
De componisten van de muziek in dit programma zijn allen geboren Zuid-Duitsers. De composities zijn grotendeels gerelateerd aan de Zuid-Duitse Rooms Katholieke traditie, en daarmee aan de Italiaanse liturgische orgelmuziek.
Het Ricercare van Froberger toont duidelijk verwantschap met de gelijknamige vorm van Frescobaldi.
De Toccata van Eberlin is onmiskenbaar geïnspireerd op de vorm Toccata con durezza e ligature.
Ook de Elevatio van Torner komt voort uit de Italiaanse katholieke orgelmuziek traditie, de Toccata per l'Elevazione.
De Toccata van Krieger eindigt met de typisch Italiaanse "ribattuta".
De Sonata van Schnitzer is beïnvloed door de Italiaan Domenico Scarlatti.
Alleen de variatiereeks van Pachelbel kan als louter Duits beschouwd worden.

Jan de Viet studeerde orgel aan het Arnhems en Utrecht conservatorium bij Bert Matter en Jan Welmers, en clavecimbel bij Kees Rosenhart. Tevens ontving hij privélessen bij Stephen Taylor te Utrecht. Hij gaf orgelconcerten in Nederland, Belgie en Duitsland.
Hij was de initiator tot de oprichting van de Stichting Anthonie Keldermans Concerten die in het 15e eeuwse voormalig stadhuis van Tholen een oude-muziekpodium exploiteert.


    Hij speelde ook een marktconcert in 2015 en in 2014.




vrijdag 19 augustus 2016:  Inge Westra

Inge

  1. Johann Sebastian Bach  (1685-1750),  Fuga in g-mol, BWV 578

  2. John Stanley  (1713-1786),  Voluntary in e minor
    Adagio  -  Allegro

  3. Ad Wammes  (*1953),  Uit 'Triptych'
    Les Cloches I  -  Joy I  -  Contemplation III

  4. Johann Gottfried Walther  (1684-1748)
    Concerto del Sigr. Tomaso Albinoni in F-dur
    Allegro  -  Adagio  -  Allegro


Toelichting

De werken van J.S. Bach, Stanley, Albinoni/Walther die tijdens dit Marktconcert gespeeld worden, zijn alledrie geschreven kort voordat de Fa. Bätz te Utrecht het orgel in de Pieterskerk opleverde (1787). Het orgel en de muziek lijken voor elkaar gemaakt. Maar ook het werk van Ad Wammes, geboren in 1953, klinkt er uitstekend op!

Johann Sebastian Bach heeft voor orgel vele praeludiums met fuga geschreven; de Fuga in G moll van vandaag heeft geen praeludium, hij staat op zichzelf.
De eerste maat van het thema van de fuga is een gebroken drieklank in g-mineur; hij heeft een soort signaalfunctie. De maten daarna vormen een omspeling van die drieklank die leiden naar de tweede inzet van het thema. De registratie bij de fuga is zo gekozen dat de klank lichtvoetig blijft en alle thema's en inzetten goed te volgen zijn.

John Stanley, geboren In Londen raakte door een ongeluk op jonge leeftijd blijvend blind. Op zevenjarige leeftijd begon hij met muziekles; hij maakte als organist snel vorderingen en op negenjarig leeftijd mocht hij al orgel spelen tijdens de kerkdienst, zo getalenteerd was hij. Zijn muzikaal geheugen was uitzonderlijk: als hij één keer aandachtig luisterde naar een muziekstuk dat hem voorgespeeld werd, kon hij het naspelen. Stanley heeft vele composities geschreven waaronder verschillende voluntary's.

Tryptich van Ad Wammes is vers van de pers, uitgegeven in maart 2016, geschreven voor kamerorgel in opdracht van de Amerikaanse componist en organist Carson Cooman.
Tryptich, "drieluik" bestaat uit Les Cloches I, II en III, Joy I en II en Contemplation I, II en III. Het laatste deel van Tryptich is opgedragen aan de helaas te vroeg overleden Engelse organist John Scott, die vooral de compositie Miroir van Ad Wammes vaak speelde bij zijn vele internationale orgelconcerten.

Het programma eindigt met een concerto van de Italiaanse componist Albinoni, in een bewerking voor orgel door Johann Gottfried Walther. Albinoni studeerde viool en zang, en was zeer talentvol. Compositie heeft hij zichzelf aangeleerd. Hij was een zoon van rijke ouders, en hoefde geen baan te nemen als muzikant bij een kerk, of kapelmeester te worden aan het hof. Hij kon componeren voor wie hij maar wilde. Hij leefde een teruggetrokken bestaan.
Johann Sebastiaan Bach was een bewonderaar van Albinoni, en componeerde 4 fuga's op thema's van Albinoni's opus I.



Inge Westra studeerde orgel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium, haar docent was Nico van den Hooven. In de Pieterskerk in Breukelen met het prachtige historische Bätzorgel is ze ruim 20 jaar cantor-organist geweest.
Sinds haar studietijd is ze ook dirigent van het Kamerkoor De Bilt, een enthousiast koor waar kwaliteit voorop staat.
Na een jarenlange lespraktijk en het dirigeren van het kinderkoor Harlekiko heeft ze een nieuwe uitdaging gezocht en gevonden als docent eerste graad muziek en CKV aan het Veenlanden College in Mijdrecht.
Daarnaast kan ze haar muzikale ambities kwijt in het zingen; dat doet ze dan ook in diverse semi-professionele kamerkoren.
    Zij speelde ook marktconcerten in 2015, 2014, 2013.




vrijdag 26 augustus 2016:  Johan Erné

Johan
(foto: Cathie Schrier)

  1. Fuga Moderato "The Cat's Fugue" (K. 30) - Domenico Scarlatti (1685 - 1757)
  2. Andante allegro. Per Organo (K. 287) - Idem
  3. Andante comodo (K. 328) - Idem
  4. Sonata - Sebastián de Albero y Ananos (1722 -1756)
  5. Sonata (K. 461) - Domenico Scarlatti
  6. Adagio - José Ferrer (ca. 1745 - 1815)
  7. Sonata (R. 117) - Padre Antonio Soler (1729 - 1783)
  8. Elevatione - Padre Davide da Bergamo (Felice Moretti) (1791 - 1863)
  9. Sinfonia. Per Organo - Idem
Domenico Scarlatti was zoon van Alessandro Scarlatti (1660 - 1725), die wordt beschouwd als de grondlegger van de Napolitaanse operastijl (hij paste daartoe om. bestaande Venetiaanse opera's aan de Napolitaanse smaak aan).
Rond 1723 was Domenico een bekend componist van voornamelijk opera's, oratoria en cantate's. Als kapelmeester wisselde hij nog wel eens van baan. We treffen hem aan in dienst van Maria Casimira, de koningin van Polen, hij duikt op in de Santa Maria Maggiore. Zijn composities steken echter niet boven het maaiveld uit.
En dan laat de Portugese koning Johan 5 zijn naar status begerig en door het Braziliaanse zilver verblind oog op hem vallen. Hij haalt Scarlatti met zijn gezin naar Lissabon, stelt hem aan tot kapelmeester en draagt hem op zijn broer en dan 11-jarige dochter, Maria Barbara de Bragança, muziekles te geven. Het historische schot in de roos!
Het blijkt wonderwel te klikken tussen de prinses en de bijna 30 jaar oudere Scarlatti. Hij begint clavecimbel- en/of pianofortestukken voor haar te schrijven in de min of meer door hem zelf(?) ontworpen vorm van de "Scarlatti-sonata".
Als Maria Babs in 1729 wordt uitgehuwelijkt aan de Spaanse kroonprins Fernando gaan Scarlatti en zijn gezin als boedel mee naar Spanje. Ook als Fernando in 1746 koning van Spanje wordt (Scarlatti is dan inmiddels weduwnaar en hertrouwd) blijft hij bij koningin Maria Barbara in dienst en voor háár componeren, hoewel de muzikale bakens in Madrid door de komst van de Italiaan Farinelli al lang verzet zijn.
Tot zijn dood in 1757 leidt hij een vrijwel anoniem, maar compositorisch vlijtig leven in de donkere krochten van het Madrileense hof. Maria B sterft trouwens in 1758, Fernando 6 in 1759. Als waren zij de Drie Musketiers van de Melomanie.
Johan 5 sloeg Scarlatti op zeker moment tot ridder in de orde van Santiago: "Don Domingo Escarlatti", zo staat er trots in zijn testament.
En zover hebben de eveneens in 1685 geboren Bach en Händel het nooit geschopt, of liever geslagen.
En dat alles leidde dan tot zo'n 555 sonate's die, revolutionair gecomponeerd, hun tijd ver vooruit waren en tot in de 19e eeuw grootheden als Clementi en Czerny tot bewondering en navolging dwongen.
Waarmee het tijd is de stukken van vanmiddag wat toe te lichten.

1.  De enige gedrukte uitgave van zijn werk waaraan Scarlatti zelf te pas is gekomen zijn de 30 sonate's van de "Essercizi per gravicembalo" die in 1738/39 in Londen verschenen. Ze zijn opgedragen aan Johan 5.
Sonata 30 is de fuga die u vanmiddag hoort. Was voor Bach de ouderwetse fuga dé vorm waarin hij zich naar hartelust kon uitdrukken en waarmee hij kon lezen en schrijven, voor Scarlatti (hij schreef er niet meer dan 5) was het een archaïsch fossiel dat slechts plichtmatig ingevuld kon worden.
Met uitzondering wel van deze sonata 30. Het bizarre thema is vanzelf gecomponeerd door de dansende poezepootjes van de huiskat op het clavecimbel, de uitwerking grillig, niet academisch en bij vlagen geniaal.

2. en 3.  Beide originele orgelwerken van Scarlatti naar men vermoedt uit de tijd dat hij als 16-jarige zijn loopbaan begon als eerste organist van de onderkoning van Napels (dat trouwens onder de Spaanse kroon viel).
2.  Is een kleine fugetta in een dialoog tussen beide manualen. De registratie is van de componist zelf: de trompet afgewisseld met het tutti van het onderpositief bij wijze van registratie in prestantkleur.
3.  Is een siciliana, één van de stijlkenmerken van de Napolitaanse opera. De componist schrijft 'organo' en 'flauto' voor. Op Italiaanse orgels betekent dat immer een viervoets fluit. U beluistert de Roerfluit 4' van het Onderpositief.

4. en 5.  Kort nadat Fernando in 1746 de troon had bestegen benoemde hij Sebastián de Albero tot eerste hoforganist. Nu zijn de werken van De Albero ons alleen in afschriften bekend. Dat geldt trouwens ook voor Scarlatti. De Sonata in g van De Albero en de Sonata K. 461 van Scarlatti treffen we aan in een manuscript dat kennelijk door éénzelfde hand geschreven is. Vandaar het idee hen met elkaar te combineren en eens na elkaar te spelen.
4.  Is een juweeltje van Spaanse compositiekunst uit de 18e eeuw. Vanzelf is de invloed van Scarlatti hoorbaar, maar de dissonanten zijn zachter, de toon is melancholischer.
5.  Is een bekende sonata van Scarlatti. De hoekdelen in C, het middendeel in g. Scherp, brutaal en uiterst geraffineerd. Het achtvoets plenum wordt verstekt met de sexquialter in de discant en de Quintadeen in de bas.

6.  José Ferrer is de enige (traditioneel Spaanse) kathedraalorgenist in het gezelschap van vanmiddag. Hij diende ondermeer de kerkfabrieken in Pamplona en Oviedo.
Zijn bekoorlijke Adagio laat ons horen dat Spaanse componisten tot in de 19e eeuw de toon die Scarlatti had gezet trouw zijn gebleven zonder erin verstard te zijn geraakt.

7.  Antonio Soler, pater in de orde van Sinte Hiëronymus, is een gigant geweest. Niet een gigantje, maar een hele grote grootgigant. In een brief aan padre Martini in Bologna (ook al zo'n gigant) noemt hij zich "scolare dil Sr. Scarlatti" wat hier gelezen dient te worden als "bewonderaar", of "zich rekenend tot de muzikale school van".
Soler kreeg tot 1746 zijn opleiding aan de beroemde koorschool van Montserrat en heeft zich -naar eigen getuigenis- de werken van de zeer behoudende Cabanilles eigen gemaakt.
Na zijn intrede in het klooster van El Escorial in 1752 werd hij in 1757 aldaar tot "maestro" benoemd.
In 1766 kreeg (ook) hij de verantwoordelijkheid over de muzikale opleiding van de prinsen don Antonio en don Gabriel. Vooral voor de laatste componeerde hij ontiegelijk veel en graag.
Zijn sonata van hedenmiddag laat (hoop ik) horen wat Spaanse muziek zo sympathiek, zo oneindig "Spaans" maakt. En zo vrukkeluk om te speule.

8. en 9.  Padre Davide da Bergamo kwam uit Bergamo, was sinds 1819 pater van de Franciscaanse reformaten en daarnaast organist en componist te Piacenza.
De werken van vanmiddag komen uit de serie: 'Raccolta di Musica Sacra per Organo del R.P Maestro Davide da Bergamo' van uitgever Ricordi/Milano (drukplaatnrs. 82430 en 82518).
Is dit een hoop onzinnige bladvulling? Neen, geenszins. Het werk van de pater wordt namelijk vrij algemeen gekarakteriseerd als "kitsch". Ik bestrijd dit. Het werk van de brave pater is m.i. bloedserieuze kerkmuziek. Hoe zit dit?
Pater David studeerde (met oa. Donizetti, Donizelli en Rubini) bij Johann Simon Mayr (1763 - 1845), de grondlegger van de 'nationale' Italiaanse stijl van de "opera seria" (de ernstige, dramatische opera) die de 19e eeuw tot en met Verdi toe muzikaal domineerde.
Alle Italiaanse muziek, inclusief de kerkmuziek (sic!), werd in die tijd eenvoudigweg in dat idioom geschreven. Het is de taal van het 'ottocento'. Het mag dan volks, rauw, dom, bluh, of "kitscherig" wezen, het was wel de muzikale taal van die tijd. En het is nu nog steeds de taal van zeg maar Willy Alberti, André Hazes, René Froger en Marco Borsato en-zo-vóórts.
Ik gun de criticaster de term "kitsch", maar ik zou het zélf graag "muzikaal emotioneel vakwerk" willen noemen. Bravissimo, padre, laat van u spreken!

8.  De Elevatione wordt gespeeld na de consecratie, het meest dramatische en gewijde moment van de eucharistieviering. Het is het moment waarop de gelovige knielt en stil aanbidt. De registratie volgt het voorschrift van padre Davide.
9.  De Sinfonia is te dien tijde de instrumentale inleiding op de opera. Op hoogfeesten wordt er tijdens het offertorium of als sortie met een dergelijk stuk groots en breed uitgepakt. De padre schrijft op onduidelijke plekken 'piano' voor, maar omdat Breukelen een volwaardig 2e klavier ontbeert, houd ik het maar bij het volle werk.

Waarom ook niet? De serie Martconcerten 2016 is hiermee immers ten einde? Vaart allen dus wel. Vrede en alle goeds, om Sinte Franciscus het laatste woord te geven.

Johan Erné,
verontschuldigt zich dat hij de muziekwetenschapper in hem maar niet het zwijgen op kan leggen,
bedankt Cathie Schrier voor haar niet aflatende inzet m.b.t. de organisatie van de Marktconcerten,
u allen voor uw belangstellende aanwezigheid,
de volgende schrijvers voor hun inspirerende boeken:
Ralph Kirkpatrick, Domenico Scarlatti (Princeton, 1953 ev.),
Malcolm Boyd, Domenico Scarlatti - Master of Music (London, 1986),
Barry Ife en Roy Truby, Early Spanish Keyboard Music, volume iii (Oxford, 1987),

en laatst, but not least, Hansje voor het omslaan van de blaadjes.


    Johan Erné speelde ook al het derde marktconcert van dit jaar, op 15 juli.






Home | Orgelconcerten | Marktconcerten 2015: 3 juli , 10 juli , 17 juli , 24 juli , 31 juli , 7 aug. , 14 aug. , 21 aug. , 28 aug.

Marktconcerten 2015




3 juli 2015

Diederik Bos

(Utrecht)

J. S. Bach — Toccata & Fuga in d klein, BWV 565,
J. P. Sweelinck — Ps 23
D. Bos — Ps 23
J. S. Bach — Prelude en Fuga in C groot, BWV 547 (9/8)





10 juli 2015

Frank Schneider

(Breukelen)

A. Guilmant — Choral 'Was Gott tut das ist wohlgetan' (Opus 93)
J.S. Bach — Fantasia in G 'Pièce d'orgue' (BWV 572)
Ch. M. Widor — Andante Cantabile uit Symphonie IV (Opus 13, nr. 4)
L. Vierne — Carillon uit '24 Pièces en style libre' (Opus 31)

Frank Schneider, geboren op 17 augustus 1982, ontving op 10-jarige leeftijd zijn eerste orgellessen van Leo-Hans Koornneef op muziekschool "Op Maat" te Vlaardingen. Zijn opleiding orgel en kerkmuziek volgde hij aan het conservatorium van Utrecht, met als hoofdvakdocenten Jan Raas en Reitze Smits. Als vaste organist was hij verbonden aan verschillende kerken en tevens was hij dirigent van diverse koren.
Na zijn conservatoriumopleiding studeerde hij theologie aan de Theologische Universiteit in Apeldoorn. Sinds vorig jaar is hij als predikant verbonden aan de Nederlands Gereformeerde Kerk (Het Witte Kerkje) in Breukelen.

Frank Schneider




17 juli 2015

Johan Erné

(Utrecht)

1. Toccata octava — Georg Muffat
2. Variationen in G — Johann Kaspar Kerll
3. Ciacona octavi toni — Georg Muffat (?)
4. Galliarda secundi toni — Pater Anton Estendorffer  (1670-1711)
5. Ciacona quarti toni — Georg Muffat (?)
6. Toccata septima — Georg Muffat


De toccata's komen uit de "Apparatus musico-organisticus" die in 1690 in Salzburg in druk verscheen. Toccata 8 is in de Italiaanse stijl, toccata 7 is in de Franse stijl.
Muffat werd tussen 1663 en 1669 in Parijs gevormd. Bij niemand minder dan de fenomenale Jean-Baptiste Lully? Hij laat dat zelf in het midden.
In 1681/82 studeerde hij bij Bernardo Pasquini in Rome. Hij kende Arcangelo Corelli persoonlijk. Zijn "Apparatus" oogstte roem en geldelijk gewin.
Hij heeft zijn hele "Apparatus" (12 grote toccata's, een ciacona, een passacaglia èn een aria met variaties voorgespeeld aan de keizer van Oostenrijk, bij wie het Muffat niet lukte 'hof-organist' te worden. De keizer zat de rit uit. De componist won de veldslag en ging er met de Bisschopsvorst van Passau vandoor en gaf de keizer het nakijken: Had-jij-me-maar!

De overige stukken komen uit het belangrijke muziekhandschrift van de niet genoeg te prijzen frater Honorat Reich (1677-1750), een monnik-benedictijn in het klooster te Ottobeuren, dat hij in 1695 neerpende.
De beide ciacona's worden aan Georg Muffat toegeschreven. Vandaar het (?).
Kerll was 'keizerlijk hof-organist' en beroemd en bejubeld.
De Augustijnerpater Estendorffer werd in 1697 tot priester gewijd en bediende de parochianen van het onbeduidende Reichersberg.
Groter kon de afstand tot de pracht en praal in Wenen bijna niet wezen.

2. De Variationen in G vormen een 'suite' van Franse dansen. Allemande + Variatio H8+O4, Courante (zonder Variatio) H8+O2, Sarabande + Variatio O4.*)

3. De Ciacona octavi toni is een 'thema' met 10 variaties. Het 'thema' met de VdG8, de rest ontrolt zich vanzelf. In de variaties 6 en 8 VdG8+Rfl4, een beetje "weird" geluid. U hoeft niet te tellen. Er valt u vanzelf ergens wat op. De ciacona van de 8ste toon is "blij". De ciacona van de 4de toon is "verdrietig". Ze verhouden zich tot elkaar als donker en licht. Evenzo zijn de Franse en de Italiaanse stijlen twee werelden in 'clair-obscur'.

4. De Galliarda is een Italiaanse dans met variaties: H8, H8+F4, H8 +F4+Q3, H8+F4+O2 en H8+F4+ Q3+O2.
Alle werken van de bescheiden pater Estendorffer bevinden zich in bovengenoemd manuscript.

5. De Ciacone quarti toni wordt gespeeld op de trompet en de fluiten van het OP. En wel aldus: O4+T8+Q8 Bas met op het OP Hfl8+Rfl4 en aan het slot de Co ipv de T8 Disc.
De prominente plaats van de variatievorm in al deze muziek had een doel: Al deze muziek diende in de eerste plaats tot meerdere eer en glorie van het werk van de orgelmaker. Niet de componist stond centraal, zelfs niet eens de compositie als zodanig, maar de bouwer die het instrument zijn stem gaf.
Dat het fraaie orgel van Breukelen zich vanmiddag mag laten horen tot roem van zijn makers! En zulks nog tot in lengte van dagen mag blijven doen in goede welstand en gezondheid. Vuriger kan onze wens niet zijn!
    *)  De afkortingen geven de registratie aan (zie Dispositie van het Bätz-orgel):
H: Holpijp, O: Octaaf, VdG: Viola da Gamba, Rfl: Roerfluit, F: Fluit, Q: Quint/Quintadeen, T: Trompet, Co: Cornet; OP: onderpositief.




24 juli 2015

Christine Kamp

(Weesp)

J. S. Bach — Partite diverse sopra: O Gott du frommer Gott
D. Buxtehude — Passacaglia in d Bux WV 161
P. E. Verheyen — Sonata II
    Allegro
Chr. Fr. Ruppe — Concert in C
    Allegro maestoso - Larghetto con espressione - Allegretto (rondo)

Christine Kamp
aan het Cavaillé-Coll orgel van de St. Sernin-kerk, Toulouse

Christine Kamp (Strasbourg 1966) studeerde orgel aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam bij Jacques van Oortmerssen en Ewald Kooiman; zij studeerde piano bij Ronald Brautigam. Haar orgelstudie voltooide ze bij Jan Raas aan het Utrechts Conservatorium, waar ze zich naast kerkmuziek ook specialiseerde in kamermuziek en liedbegeleiding bij Thom Bollen.
Ze concerteert als organiste en pianiste in binnen- en buitenland; voor het label Festivo heeft ze het complete orgeloeuvre van Louis Vierne op 5 dubbel-cd's gezet. Voor deze opnamen zijn de voornaamste Cavaillé-Coll orgels in Frankrijk gebruikt. Ook verschenen twee cd's met werken van Josef Rheinberger, Richard Bartmuss (eerste cd-opname), Julius Reubke, Gustav Merkel, Bach/Sigfrid Karg-Elert en Franz Liszt. Christine Kamp trad onder meer op in het Concertgebouw in Amsterdam, het Festival Oude Muziek in Utrecht, de Bavokerk in Haarlem en de St. Clotilde in Parijs.
In 2002 werd zij vanwege haar verdiensten voor de franse orgelcultuur onderscheiden met een zilveren medaille door het genootschap 'Arts-Sciences-Lettres' te Parijs. In 2008 werd haar de Weesper Cultuurprijs toegekend. Ze is sinds 1996 hoofdorganist van de Grote Kerk te Weesp.




31 juli 2015

Teus de Mik

(Deventer)
Teus de Mik
1. Hermann Schroeder — Vivace, in: Präambeln und Interludien, 1954, D-majeur
2. Jan Pz. Sweelinck — Balletto del granduca, SwWV 319, 4 variaties, G-majeur
3. Wolfgang Amadeus Mozart — Andante 'für eine Walze in eine kleine Orgel',
    KV 616 (1791), F-majeur
4. Hans Kox — To-morrow is another day, in: 5 Nederlandse piano composities
    (1970), g-frygisch/lydisch
5. Johann Sebastian Bach — Fuga van Fantasie en Fuga, BWV 542, 1720, g-mineur



Ad 1: Hermann Schroeder (organist, dirigent en componist) was lange tijd professor aan de Hochschule für Musik te Keulen, waar hij ook de Bach-Verein leidde. In zijn tijd was hij een van de belangrijkste figuren uit de katholieke kerkmuziekwereld. In zijn composities zijn elementen uit het gregoriaans aanwezig en hij grijpt graag terug naar oude modi en technieken (polyfonie, faux bourdon, ostinato etc.). Harmonisch is hij sterk door Hindemith beïnvloed (samenklank gebaseerd op kwarten- en kwintenintervallen in lineair 20e eeuwse polyfonie).

Ad 2: In de 17e eeuwse Republiek was de melodie van het Ballo del granduca, waar Sweelinck variaties over noteerde bijzonder in trek. Deze 'grand duca' was Ferdinando I de' Medici, groothertog van Toscane, die voor zijn huwelijk met Christine van Lotharingen in 1589 een groot spektakel opzette met tussenspelen van balletten en muziek. De melodie behoort bij het laatste stuk daarvan en heeft bij meerdere componisten toendertijd als uitgangspunt voor een instrumentale compositie gediend.

Ad 3: Tijdens een fietsvakantie dit jaar belandde ik op een overnachtingsadres van Stichting Vrienden op de Fiets in Groningen bij iemand die zo'n 1000 wandklokken in huis bleek te hebben, waarvan vele met slagwerk en gewichten. Mozart heeft enkele werken geschreven voor speelautomaten met orgelpijpjes in een mechanisch uurwerk. Hij componeerde deze stukken voor de orgels uit het rariteitenkabinet van graaf Joseph Deym/Müller. Zo ontstond het idee om een van deze stukken in dit afwisselende marktconcert te laten horen.

Ad 4: De componist van dit lichtvoetige werkje, Hans Kox, studeerde Compositie bij Henk Badings aan het Utrechts Conservatorium, waar hij 23 jaar later zelf docent wordt. In Haarlem werkt hij vanaf 1970 als adviseur van het Noordhollands Philharmonisch Orkest. Het bundeltje 5 Nederlandse piano composities is verschenen als bijlage bij het 25-jarige jubileumnummer van Mens en Melodie, sinds 1946 opgericht op initiatief van Wouter Paap, Utrechtse componist, essayist en muziekrecensent.

Ad 5: Bach heeft deze fuga uitgevoerd in 1720 in Hamburg, Sankt Catharinenkirche, onder de aanwezigheid van Johann Adam Reincken. Al 20 jaar eerder had de jonge Bach hem daar bezocht. Deze fuga is krachtig uitgewerkt met als basis een vrolijk Nederlands volksliedje, uit de verzameling Oude en Nieuwe Hollantse Boeren Lieties uit begin 18e eeuw. Dat Bach hiervoor dit lied uitkoos was een mooi eerbetoon aan Reincken: deze was immers uit Deventer afkomstig en organist in de Bergkerk geweest.



Teus de Mik is assistent-organist in de Grote of Lebuinuskerk te Deventer. Hij volgt zijn muziekopleiding aan Schumann Akademie te Zwolle. Dit jaar heeft hij in juni 2015 gespeeld bij een kooroptreden van Doré Dubbelkwartet in Diepenveen. Eind juni heeft hij in de Kerkennacht in Deventer gespeeld bij een optreden van de Lebuinuscantorij onder leiding van Kirstin Gramlich. Het marktconcert in Breukelen verzorgt hij voor 't derde opeenvolgende jaar. [>]





7 augustus 2015

Jaap Jan Steensma

(Zeist)

1. Padre Giambattista Martini — Toccata
2. Quirinus van Blankenburg — 'Les Plaisirs de Blankenburg'
    [Trompette en Violons, met een Air de Trompette en Basse de Tymbales]
3. Arcangelo Corelli — Triosonata in d, Op. 11/5
4. Anonymus (Leiden 1763) — Menuet met variaties
5. Vier zettingen van 'het Gebed onses Heeren Iesu Christi'
    (Q. van Blankenburg 1746, Ph. Pool 1764, 2x H. Radeker ± 1750)
6. Anonymus (Leiden 1763) — Andante en Allegro
7. Christian Friedrich Ruppe — Variaties over 'Io Vivat'



Jaap Jan Steensma brengt een 'Nederlands' programma: muziek uit de 18e-eeuwse Republiek.Op het programma staat 'Anonymus' (handschrift uit Leiden), Ruppe en Italiaanse muziek die in de Republiek gespeeld werd.

Jaap Jan Steensma Jaap Jan Steensma is organist van de Universiteit Utrecht, de OLV Onbevlekt Ontvangen te Hilversum en (als assistant) van de Holy Trinity Anglican Church in Utrecht. Daarnaast speelt hij regelmatig basso continuo of 'groot orgel' in vocale en/of instrumentale concerten.

Sinds het 'cum laude' afronden van zijn adviseursopleiding (LOTO) werkt hij als gecertificeerd adviseur. Hij is gelieerd aan de Commissie Orgelzaken van de PKN en lid van het College van Orgeladviseurs Nederland. Op het gebied van orgeladvies werkt hij intensief samen met oud-mentor en inmiddels-collega Peter van Dijk.
Als docent Historical Documentation and Performance Practice is Jaap Jan sinds enige jaren verbonden aan de Oude Muziek-afdeling van de HKU-Utrechts Conservatorium en in 2014 mocht hij meewerken aan de inhoudelijke en artistieke vormgeving van de derde editie van het Bachfestival Dordrecht.
Voor dit festival heeft Jaap Jan in 2014/2015 het concept en de programmering ontworpen van de muzikale invulling voor Koningsdag 'nieuwe stijl'. Dit evenement vond plaats in de Grote Kerk te Dordrecht op 27 april 2015 en het werd live uitgezonden op TV.




14 augustus 2015

Jan de Viet

(Tholen)

1. Johann Ernst Eberlin — Toccata et Fuga
2. Johann Georg Albrechtsberger — Praeludium, opus 2b nr. 11
3. Wolfgang Amadeus Mozart — Adagio fur Glasharmonika, KV 617
4. Johann Nepomuk Hummel — Andante in As fur die Orgel
5. W.A. Mozart — Andante cantabile, KV 15
6. W.A. Mozart — Andante uit Sonata facile, KV 545
7. Joseph Haydn — Finale uit Sonate 50, Hob. 16 nr. 37

Jan de Viet
Jan de Viet aan het orgel in het Oude Stadhuis te Tholen
 
In het programma 'Wiener Melange' worden werken uitgevoerd van in Wenen werkzame 18e eeuwse componisten die in zekere relatie met elkaar staan.

Johann Ernst Eberlin was organist aan de Dom van Wenen, Wolfgang Amadeus Mozart, die waardering uitte over Eberlin's contrapunt, volgde hem op.
Johann Georg Albrechtsberger, de compositieleraar van Ludwig van Beethoven, volgde Mozart op als Domorganist.
Johann Nepomuk Hummel was Mozart's belangrijkste compositieleerling.
Joseph Haydn en Mozart, met Beethoven behorende tot de Eerste Weense School, bewonderden elkaar als componist. Mozart droeg een aantal strijkkwartetten aan Haydn op.

Jan de Viet studeerde orgel aan het Arnhems en Utrecht conservatorium bij Bert Matter en Jan Welmers, en clavecimbel bij Kees Rosenhart. Tevens ontving hij privelessen bij Stephen Taylor te Utrecht. Hij gaf orgelconcerten in Nederland, Belgie en Duitsland. Hij was de initiator tot de oprichting van de Stichting Anthonie Keldermans Concerten die in het 15e eeuwse voormalig stadhuis van Tholen een oude-muziekpodium exploiteert.





21 augustus 2015

Inge Westra

(Harmelen)

1. Johann Gottfried Walther — Concerto del Sigr. Torelli in d moll
2. William Russell — Voluntary IV in a moll
    Largo - Allegro
3. Johann Ludwig Krebs — Trio in F dur
4. Johann Sebastian Bach — Praeludium en Fuga in C dur, BWV. 547

Ad 1. Guiseppe Torelli was een Italiaanse componist die leefde van 1658 tot 1709, hij was één van de grote componisten van zijn tijd. Hij schreef veel concerto's en soloconcerten voor o.a. viool en trompet.
Johann Walther was zo onder de indruk van het werk van Torelli, dat hij van een aantal van de concerto's een bewerking voor orgel heeft geschreven. Meestal bestonden de concerto's uit meerdere delen die elkaar in een snel en langzaam deel afwisselden, maar in dit geval is er maar één deel: een allegro. In het allegro kunt u wel heel goed het verschil horen tussen de solo gedeeltes en het orkest, in dit geval het volle orgel.

Ad 2. We maken nu een uitstapje naar een ander land, namelijk Engeland. William Russell was de zoon van een orgelbouwer en heeft vanaf zevenjarige leeftijd orgel gespeeld. Hij is vooral als organist werkzaam geweest in verschillende kerken in Engeland. Daarnaast heeft hij ook muziek gecomponeerd, vooral voor orgel; een zestal voluntary's zijn uitgegeven.
Het eerste deel van de voluntary is een largo, een langzaam deel waarbij de melodie als een vioolsolo klinkt. Het tweede deel is een snel en vrolijk allegro waarbij er een afwisseling is van een solo instrument, in dit geval de cornet met de zachte 8' en 4' fluit.

Ad 3. Trio in F dur is, zoals de naam het al zegt, een driestemmig stuk waarbij iedere partij een even belangrijke stem heeft, verdeeld over beide handen en voeten.
Het is gecomponeerd door Johann Krebs, leerling aan de Thomasschule in Leipzig. Hier leerde hij Johann Sebastian Bach kennen, die cantor was aan de Thomasschule.
Negen jaar lang was Krebs bevriend met Bach, hij kreeg van Bach privéles op orgel. Hij heeft ook voor Bach gewerkt, hij kopieerde diens muziek en schreef van de orkestpartituur de instrumentale partijen uit.
Toen Bach in 1750 stierf wilde Krebs heel graag zijn baan aan de Thomasschule overnemen, dat is helaas voor Krebs niet gelukt. Johann Gottlob Harrer (1703-1755) is in 1750 de nieuwe cantor van de Thomaskirche geworden.

Ad 4. Het programma eindigt met het praeludium en fuga in c majeur van Johann Sebastian Bach.
Het bijzondere van het praeludium is, dat het geschreven is in een 9 achtste maat, 3 groepjes van 3. Een maatsoort als die van de gigue, een dans uit de barok. Het eerste motief dat u hoort is een toonladder in opgaande lijn waarbij de 3e en 6e toon worden herhaald. Het tweede motief klinkt als een signaal, het derde motief hoort u in het pedaal.
Het praeludium wordt gevolgd door een fuga waarbij de maatsoort weer gewoon een vierkwarts maat is. De fuga heeft een heel ander karakter dan het praeludium, minder dansant, strenger, waarbij ik de fuga toch probeer lichtvoetigheid mee te geven.



Inge Westra Inge Westra studeerde orgel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium, haar docent was Nico van den Hooven. In de Pieterskerk in Breukelen met het prachtige historische Bätzorgel is ze ruim 20 jaar cantor organist geweest.
Sinds haar studietijd is ze ook dirigent van het Kamerkoor De Bilt, een enthousiast koor waar kwaliteit voorop staat.
Na een jarenlange lespraktijk en het dirigeren van het kinderkoor Harlekiko heeft ze een nieuwe uitdaging gezocht en gevonden; docent eerste graad muziek en CKV aan het Veenlanden College in Mijdrecht.
Daarnaast kan ze haar muzikale ambities kwijt in het zingen, dat doet ze dan ook in diverse semi-professionele kamerkoren.




28 augustus 2015

Johan Erné

Francisco Correa de Araucho:
Tiento 5 — Tiento 54 — Tiento 15 — Tiento 23

Juan Bautiste José Cabanilles Barberà:
Tiento 19 — Tiento 22 — Pasacalles 2

Op 28 augustus speelt Johan Erné uitsluitend werken van twee grote Spaanse componisten uit de 17e eeuw, te weten Francisco Correa de Araucho uit Sevilla en Juan Bautiste José Cabanilles uit Valencia.
Correa is door de beroemde Spaanse musicoloog Higini Anglès (1888 - 1969) "een kolos en revolutionair" genoemd.
Hij componeerde in het overgangsgebied van Renaissance naar Barok en mengde de 'oude' grondslag van de (vocale) polyfonie met de 'nieuwe' instrumentale (virtuoze) versieringskunst.
Zijn werk wordt wel vergeleken met de schilderkunst van zijn tijdgenoot El Greco.
Cabanilles was 47 jaar organist van de kathedraal van Valencia. Hij combineerde er deze functie met 44 jaar priesterschap en was er ook dirigent van het knapenkoor.
Hij wordt wel betiteld als de "Spaanse Bach" wat (enerzijds) merkwaardig is omdat zijn jaartallen vrijwel overeenkomen met die van Dieterich Buxtehude uit Lübeck, Bach's "Johannes de Doper".
Zijn verzameld (orgel)werk omvat 9 dikke delen, die door Anglès zijn uitgegeven. Op magistrale wijze sluit hij de Spaanse 17e eeuw in orgelmuziek af en stuwt deze als het ware samenvattend op tot ongekende hoogte. Hij kende zijns gelijke niet. In dat opzicht mag hij (anderzijds) met recht de "Spaanse Bach" worden genoemd!
Aldus zijn in Spanje twee Duitse giganten in één persoon verenigd. Het woord 'tiento' komt (volgens Wikipedia) van 'tentar' = 'betasten'. Het is dan tastenderwijs de typisch Spaanse vorm die Ricercare en Toccata combineert. Ziezo, dan weet u dat ook weer.
De vraag blijft dan wel wat u dan eigenlijk weet.
Ik zou bijna zeggen: komt u de 28e eens luisteren en neem nippenderwijs de Spaanse pracht tot u.



De 17e eeuwse Spaanse orgelmuziek is voor 21e eeuwse Hollandse oren tamelijk ver van ons bed. Daarom nippenderwijs enige bij-lichting in woorden.

Centraal staat de tiento, de typisch Spaanse vorm van polyfonie, ontstaan in de 15e eeuw. Tiento komt van het werkwoord 'tentar': betasten, voelen, proberen - vergelijkbaar met het Italiaanse ricercare. Tientos zijn vaak niet zozeer een rigide structuur als wel een verzameling richtlijnen. In hun grote diversiteit worden tientos dan ook wel vergeleken met fantasieën, toccata's en fuga's. Aan het eind van de 16e eeuw werd de tiento praktisch alleen nog in de orgelmuziek gebruikt.

1. Tiento 5  is een Tiento de Quinto Tono uit de 1ste verzameling van 12 grote tiento's voor ongedeelde registers (één voor iedere modus of kerktoonsoort ). Deze tiento is dus geschreven in de Lydische meester-modus. De slottoon is F.
Het thema bestaat slechts uit 3 luttele noten: C-C-C-D-B/F-F-F-G-E, dat ordentelijk 'fuugsgewijs' behandeld wordt. Op de 2e blz. vindt er een kleine 'revolutie' plaats: het thema klinkt hier als: C-Cis-Cis-D-B. Op blz. 4 zelfs getransformeerd tot: Cis-Cis-Cis-D-B. Dat is in die tijd 'ongehoord' en 'not-done'! Natuurlijk komt aan het eind alles weer braaf op zijn pootjes terecht, maar het zijn 'kruiderijen' als deze die Correa tot een zeer dwarse, ongewone en dus aantrekkelijke componist maken. Het thema wordt steeds omlijst met beweeglijke melodische invallen en andere ideeën, 'dan sus, dan soo'.
De registratie is met een plenum ('vol orgel') op basis van de Holpijp 8.

2. Tiento 54  is geschreven in de 7e Mixolydische meester-modus die eindigt op G. Deze modus komt zeer van pas als de registers zich delen tussen c en cis zoals dat bij het Vlaams-Spaanse orgeltype het geval is. De tiento is 5-stemmig geschreven: 3 in de linkerhand en 2 met elkaar wedijverende solisten voor de rechterhand. Er zijn 3 episodes die telkens met gedragen donkere voorimitaties door de linkerhand worden ingeleid.
De felbrandende zon van de solisten wordt verbeeld met Cornet én Sexquialter.

3. Tiento 15  komt uit een verzameling van weer 12 tiento's voor registers zonder deling die volgens Correa "gemakkelijker" zijn dan de eerstgenoemde.
De tiento staat in de 4e Phrygische leerling-modus, de toonreeks van de melancholie die zich kenmerkt door de halve toon tussen E en F, de 1ste (tevens laatste) en 2e toon van de modus. Het beroemde dalende 'Phrygische' tetrachord a-g-f-e horen we historisch nog terug tot en met Bach's Toccata in d die Diederik Bos aan het begin van de zomerserie heeft gespeeld. Van fado en flamengo tot pop en country & western, de melancholie van deze modus staat onuitwisbaar gegrift in ons luistergeheugen.
Correa ìs (componisten die nog worden gespeeld gaan niet dood) een meester in de ziel van deze modus waarin hij 10 tiento's heeft gemaakt.
Geregistreerd met Prestant 8' en Fluit 4'.

4. Tiento 23  is een (3de) tiento van de 6e Lydische 'leerling'-modus uit bovenstaande "makkelijke" verzameling. Correa zegt: "sobre la primera parte de la Batalla de Morales". Het betreft hier dus een tiento uit het beroemde Spaanse batalla-genre. Ieder beetje Spaans orgel heeft een batterij horizontale toeters*) om dit genre met veel bombarie te verklanken. In de eredienst kreeg de Batalla een uitgesproken plek met Pasen als verbeelding van de over de dood zegevierende opstanding.
Correa maakt hier een orgelparodie van het Kyrië van één van de 20 (vocale) missen van Cristóbal de Morales (ca. 1500 - 1553), in die tijd al legendarisch en evenals Correa afkomstig uit Sevilla. Op zijn beurt parodieerde De Morales weer het beschrijvende chanson "La Guerre". Dit Franse stuk staat bekend als de oervorm van het 'slagveld-genre' dat door de Spanjaarden daarna tot grote hoogte werd getild. Het chanson van de Parijzenaar Clément Janequin (ca. 1485 - ca. 1560) werd zo goed als zeker geschreven n.a.v. de slag bij Marignano (13-14 september 1515). Bijna op de kop af 500 jaar geleden stierven in Marignano 15.000 mensen in een tweedaagse strijd die de fransoos François 1 won van de spanjool Ferdinand 2 van Aragón. Zo werd een grote historische Spaanse nederlaag de grondslag van een muzikaal genre van uitgesproken Spaans triomfalisme.
Hoe het ook zij: het stuk van Correa heeft een 7-tal duidelijk onderscheiden episoden, waarin zonder enige moeite uitbeeldingen van het strijdverloop te herkennen zijn. Als bewerking van een vocale mis is het (op een enkele episode na) ook één van de meest vocale orgelstukken van Correa, tot slot en besluite van een 4-tal 'nipjes' van deze Echt Heel Grote Spaanse Orgelcomponist.
In de registraties volg ik de gewoonte van Spaanse organisten: Mixtuur en Trompet wisselen elkaar af en brengen samen het stuk tot een intrigerend zeer dissonant einde.


    *)  Orgel met de batalla-registers in de kathedraal van Santiago de Compostela:
toeters
5. Tiento 19  [Cabanilles] is een tiento de falsas net als de vorige in de 6e modus.
'Falsas' zijn dissonanten en dissonanten zijn 'wanklanken' die erom smeken zich te laten oplossen tot consonanten, 'brengers van rust en vrede'. De toepassing van dissonanten is aan (historische) regelgeving gebonden, al merkt Gioseffo Zarlino in 1558 reeds op dat muziek niets anders is dan de regelmatige opeenvolging van con- en dissonanten. In de tiento de falsas wordt de dissonant als expressief stijlmiddel gehanteerd: niet aflatend eindeloos dissonantgebruik verklankt het eindeloze lijden van Christus en spoort de vrome gelovige aan tot aanbidding in de gedaante van mede-lijden. Het Concilie van Trente (1545 - 1563) had immers alle kerkelijke kunst geschaard onder de noemer: dienstig aan aanbidding.
Deze muziek luistert (en speelt) toch het beste als men de lijdende Christus of Maria-Moeder-der-Smarten visualiseert en - al was het maar voor een moment - zich met Hem of Haar vereenzelvigt. Persoonlijk denk ik niet dat deze muziek aan een bepaalde confessie gebonden is, maar er veeleer overheen reikt.

6. Tiento 22  is een strikt 3-stemmig stuk waarin de linkerhand soleert. Het staat evenals tiento 54 in de 7e modus, maar hier een kwint lager getransponeerd naar C. Dit stuk is nou typisch 'Cabanilles': een vreemde mélange van ontraditionele modaliteit en onvoorspelbare harmonische vondsten. In lange lyrische melodielijnen die bij tijd en wijle aan de 'blues' herinneren.
In de registratie benut ik de curieuze ('Spaanse') deling tussen c en cis van een aantal registers van het Bätz/Witte-orgel.

7. Pasacalles 2  is geschreven in de 1ste Dorische 'meester'-modus die eindigt op de D. Het stuk bestaat uit 26 variaties op een bas van 4 maten (2 maten D, 1 maat G, 1 maat A: kan het saaier?) en een 105e slotmaat (in D dus). Anders dan bij Buxtehude of Bach is deze baslijn slechts af en toe duidelijk herkenbaar te volgen: 'papa bas' laat zich ertoe verleiden in de variaties te verdwijnen of zelf (heel) wat van gedaante te veranderen.
Sinds Maestro Uriol me op het stuk opmerkzaam heeft gemaakt is het me blijven fascineren. Ofschoon het stuk alle registraties verdraagt en toelaat, trek ik bij wijze van 'sortie' de meeste registers maar zo'n beetje bij.
Dat het ons wél moge bekomen.



Johan Erné verzorgt samen met Martine Dannenberg en in de eerste plaats Jan Pieter Karman het orgelspel tijdens de erediensten in de Pieterskerk.
Johan Erné
Hij is reeds 25 jaar vaste organist van het Pastoraat in de Verpleeg- en Verzorghuizen van de PGU.
Met anderen bespeelt hij het fraaie kabinetorgel uit ca. 1750 (wsch. Pieter Müller) in het Diakonessenhuis te Utrecht.
Door Matteo Imbruno (org. Stichting De Oude Kerk/A'dam), Anton Pauw (stadsorganist te Haarlem/Grote of St. Bavokerk) en José Luis González Uriol (org. kathedraal La Seo/Zaragoza, Spanje) werd hij binnengevoerd en wegwijs gemaakt in het boeiende landschap van de 16e- en 17e-eeuwse Spaanse orgelcultuur.
Hij heeft zich nog nooit ergens muzikaal zo thuis gevoeld als juist in de Spaanse contreien. De prachtige námen alleen al, om te smullen. Die zijn op zich al de mooiste muziek!
Hij is zijn leraren dan ook immens dankbaar.
Ook gaat zijn uitdrukkelijke dank uit naar Cees Nooteboom voor zijn prachtige boek "De omweg naar Santiago".





Home | Orgelconcerten | Marktconcerten 2014: 4 juli , 11 juli , 18 juli 25 juli , 1 aug. , 8 aug. , 15 aug. , 22 aug. , 29 aug.

Marktconcerten 2014




4 juli 2014

Jan de Viet

Zeeuwse organist met Franse slag

1. Willem Lootens
   (1736-1813, Middelburg)
Mars - menuet - trio - menuet - mars
2. Guillaume Lasceux
    (1740-1831)
Thema con variazioni
3. Giovanni Battista Martini
    (1706-1784)
Uit de 6e Sonata: Adagio
4. Johann Sebastian Bach
    (1685-1750)
Fuga sopra Magnificat BWV 734
5. Wolfgang Amadeus Mozart 
    (1756-1791)
Adagio voor Glassharmonika, KV 356
6. Guillaume Lasceux Flütes
7. François Couperin
    (1668-1733)
Uit: Messe pour les Convents
Plein Jeu - Récit de Tierce - Offertoire sur les Grands Jeux



Jan de Viet, Zeeuws organist met Franse slag, woont en werkt in Tholen, Zeeland; zijn voorouders waren Fransen. Het programma volgt beide sporen: muziek van Zeeuwse en Franse bodem. Willem Lootens was een 18e eeuwse Zeeuwse componist en organist; hij werkte eerst in Zierikzee en werd later stadsorganist van Middelburg.  [^]

C.V.
Jan de Viet studeerde orgel aan het Arnhems en Utrecht conservatorium bij Bert Matter en Jan Welmers, en clavecimbel bij Kees Rosenhart. Tevens ontving hij privélessen bij Stephen Taylor te Utrecht. Hij gaf orgelconcerten in Nederland, België en Duitsland. Hij was de initiator tot de oprichting van de Stichting Anthonie Keldermans Concerten die in het 15e eeuwse voormalig stadhuis van Tholen een oude-muziekpodium exploiteert.





11 juli 2014

Diederik Bos

Diederik Bos

1. Jan Pieterszoon Sweelinck 
   (1562 - 1621)
Psalm 36
2. Jean Philippe Rameau
   (1683 - 1764)
Prelude in A
3. Johann Sebastian Bach
   (1685-1750)
Allein Gott in der Höh sei Ehr (BWV 664)
4. Johann Sebastian Bach 2e Franse Suite (BWV 813)
Allemande - Courante - Sarabande - Air - Menuet - Gigue 


Toelichting

Psalm 36 - Jan Pieterszoon Sweelinck
In 1578 vond de Alteratie van Amsterdam plaats. Amsterdam zette het Katholieke stadsbestuur af en benoemde een nieuwe raad, hoofdzakelijk bestaande uit Calvinisten. Een aantal jaren hiervoor, in het geboortejaar van Sweelinck (1562), verscheen het gehele (Calvinistische) Geneefse Psalter met alle originele melodieën en berijmingen.
Sweelinck heeft al deze 150 psalmen vocaal getoonzet voor gebruik in de huiselijke kring; de taal is Frans gebleven. Daarnaast heeft hij nog een aantal variaties geschreven voor orgel. Deze variaties zijn nooit in de kerkelijke liturgie gebruikt, er mocht namelijk alleen éénstemmig gezongen worden door de gemeente en het orgel mocht niet gebruikt worden. De variaties zijn wel gebruikt op de andere momenten dat het orgel bespeeld werd, namelijk tijdens de dagelijkse orgelbespelingen. Ongetwijfeld zijn de psalmvariaties ook in zijn omvangrijke lespraktijk gebruikt.
Psalm 36 bevat 3 variaties, evenzoveel als er strofen zijn in het Geneefs Psalter voor deze psalm. De eerste variatie heeft de c.f. in de Sopraan, de tweede variatie de c.f. in de Tenor, de derde variatie c.f. in de Bas.
De muziek van Sweelinck kan gerekend worden tot het grootste wat Nederland ooit heeft voortgebracht en is daarom op dit programma terecht gekomen.

Prelude in A - J. P. Rameau
In het jaar 2014 gedenken we de 250 jaar geleden overleden componist Jean Philippe Rameau (1683 - 1764). Hoewel Rameau een groot gedeelte van zijn leven organist geweest is, heeft hij geen muziek nagelaten die expliciet geschreven is voor orgel.
Tegenwoordig is hij vooral bekend vanwege zijn klavecimbelwerken (met of zonder orkest) en opera's. Een aantal van deze composities zijn heel goed op orgel uit te voeren en het is verdedigbaar dat deze muziek ook door Rameau op orgel gespeeld is.

Allein Gott in der Höh sei Ehr - BWV 664 - J. S. Bach
'Allein Gott in der Höh sei Ehr' is één van de bekendste liederen uit de Lutherse traditie en is hoofdzakelijk geschreven door Nikolaus Decius. Het lied is gebaseerd op het gregoriaanse 'Gloria in excelsis Deo' - een ordinariumdeel uit de mis. Het lied is ontstaan tussen 1522 en 1525, de periode waarin Maarten Luther opriep om liederen in de volkstaal te schrijven.
Johann Sebastian Bach heeft zes verschillende orgelbewerkingen op het lied geschreven. Daarmee is 'Allein Gott in der Höh sei Ehr' het meest bewerkte lied voor orgel door Johann Sebastian Bach. Er zijn drie kleine en drie grote bewerkingen (BWV 662, 663, 664) geschreven.
BWV 664 - de bewerking in dit programma - is de meest vrije bewerking op 'Allein Gott in der Höh sei Ehr' omdat de melodie zelden nadrukkelijk tot uiting komt. Slechts vlak voor het einde van het werk komt de melodie in het pedaal naar voren. Deze koraal-bewerking heeft het meest weg van een triosonata omdat er twee onafhankelijke melodielijnen zijn en een generale bas die de twee melodielijnen ondersteunt.

2e Franse Suite - BWV 813 - J. S. Bach
De 2e Franse Suite bestaat uit de delen Allemande, Courante, Sarabande, Air, Menuet en Gigue. De zes Franse Suites zijn eigenlijk werken voor kavecimbel, maar kunnen bijzonder goed op het orgel van de Pieterskerk gespeeld worden omdat de individuele registers een bijzonder verfijnde klankkleur hebben.



C.V.
Diederik Bos (1978) kreeg zijn eerste orgellessen toen hij 9 was. Na een bezoek aan de Matthäus Passion in 1990 kreeg zijn interesse in kerkmuziek een sterke impuls. Dit resulteerde in de beslissing om meer met muziek te gaan doen: in 2007 ging hij kerkmuziek studeren aan de Schumann Akademie en in 2010 Kerkmuziek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, deze opleiding rondde hij in juni 2014 af.
Van 2004 tot 2011 was hij organist van de Dorpskerk van Woudenberg en vanaf april 2012 is hij cantor-organist van de Pauluskerk in Breukelen.





18 juli 2014

Willeke Smits

Willeke Smits

"Zo vader, zo zoon ?"

Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788)
    1.  Sonata in D Wq 70:5
          Allegro di molto - Adagio e mesto - Allegro
    2.  Fuga à 2 Wq 119:2

Johann Sebastian Bach (1685-1750)
    1.  Duetto in F, BWV 803
    2.  Concerto in G, BWV 592
          (Allegro) - Grave - Presto




Willeke Smits studeerde orgel, piano, kerkmuziek en koordirectie aan het Utrechts Conservatorium. Ze heeft een bloeiende concertpraktijk waarin een uitdagende programmering centraal staat. Ze concerteert solistisch, maar begeleidt ook met veel passie koren en solisten.

Willeke is organist van het monumentale Ruprecht-orgel van de Tuindorpkerk in Utrecht en is cantor-organist van De Rank in Nieuwegein. Ze is vaste dirigent van het Nieuwegeins Kamerkoor, dat in 2011 de Cultuur Award Nieuwegein heeft gewonnen. Daarnaast heeft Willeke een privé-lespraktijk voor orgel en piano.

Ze bracht diverse cd's uit waarvan de cd met orgelwerken van Hendrik Andriessen een 10 kreeg in het blad Luister. Onlangs bracht ze een dubbel-cd uit met werken van Johann Gottfried Walther, ondergewaardeerd tijdgenoot van Johann Sebastian Bach, die met een 10+ in het blad De Orgelvriend werd geprezen.

Naast de muzikale werkzaamheden is Willeke bestuurslid van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici (KVOK) en de Stichting Utrecht Orgelland.





25 juli 2014

Johan Erné

"Spaans !"

Op het programma staan uitsluitend werken uit het zeventiende-eeuwse Spanje (als troost na de 5-1 nederlaag).
Uit het begin van die eeuw composities van Sebastián Aguilera de Herédia, tijdgenoot van onze eigen Sweelinck. Uit later tijd werken van de unieke Francisco Correa de Arauxo, die in 1654 overleed. Uit de laatse periode muziek van Sebastián Durón en Joan Cabanilles, ook wel de 'Spaanse Bach' genoemd.
Een bont gevarieerd programma dat de mogelijkheden van het fluwelen Dorpskerkorgel optimaal benut. Komt dat allen beluisteren!

1. Tiento de primer tono sobre el paso de la Salve
    Sebastián Aguilera de Heredia (1561-1627)
2. Pange Lingua "La Reyna de los Pangelingua"
    Sebastián Aguilera de Heredia
3. Falsas del sexto tono
    Sebastián Aguilera de Heredia
4. Segundo tiento de medio registro de tiple de septimo tono
    Francisco Correa de Araucho (1584-1654)
5. Obra de primer tono (Gaytilla de mano izquierda)
    Sebastián Durón (1660-1716)
6. Tres Glosas sobre el Canto Llano de La Immaculada Concepción
    Francisco Correa de Araucho
7. Pascalles IV de cuarto tono
    Joan Cabanilles (1644-1712)
8. Tiento lleno del primer tono
    Joan Cabanilles
9. Obra de 8o tono alto: Ensalada
    Sebastián Aguilera de Herédia


Toelichting

1.  Dit stuk wordt gespeeld met de mixturen.
Het thema is de aanhef van het Salve Regina, de Maria-antifoon waarmee de monialen [vrouwelijke kloosterlingen] hun dagelijks koorgebed afsluiten in de periode tussen Trinitatis en Advent. Na de kenmerkende dalende kwint vult De Heredia zijn thema verder in met chromatische tonen in de stijgende lijn.
Streng, plechtstatig en grandioos zijn de kenmerken van het stuk dat aldus ontstaat. Net als zijn tijdgenoot Sweelinck beperkt De Heredia zijn hele fantasie tot dit ene thema, dat telkens weer met andere motieven omspeeld wordt.

2.  Dit bekoorlijke werkje wordt gespeeld met de viervoetsregisters.
De melodie is te beluisteren in de bovenstem die met eenvoudige motieven omspeeld wordt. Net als bij veel hymnen is de maatsoort driedelig. Het Pangelingua is dé hymne van Sacramentsdag. De tekst ervan wordt toegeschreven aan Thomas van Aquino (1224/5-1274). De hier gebruikte melodie is die van het Pangelingua zoals dat in Spánje werd (en wordt) gezongen.

3.  Met de prestant 8.
Falsas zijn dissonanten, dat wil zeggen, chromatische tonen die op zichzelf niet in de gebruikte natuurlijke reeks voorkomen, kruiderijen dus. Ach, men hoort vanzélf hoe kunstig gekruid deze muziek zich laat consumeren... De Heredia - die organist was in Zaragossa - komt de eer toe de Falsas als génre in Spanje geïntroduceerd te hebben.

4.  Met de stralende zon van de Cornet in de rechterhand en de koele stemmen van het donkere huis in de linkerhand.
Ook hier horen we de aanhef van het Salve Regina, zij het minder uitgewerkt. Het "licht-en-donker" tussen solostem en begeleiding stamt uit de belevingswereld van die tijd.
Toen hij organist was in Sevilla, publiceerde Correa in 1626 een grote theoretische verhandeling, Facultad Orgánica - vergezeld van een exquise bundel praktische voorbeelden: Libro de Tientos y discursos de musica practica. Daaruit dus vanmiddag twee werken. Nipperderwijs twee Spaanse vergezichten voor wie zo wijs zijn het binnenland in te toeren, vér weg van de Transavia-kusten, waar de adelaar rusteloos wiekt boven altijddurende rotsen.

5.  Met de solostem in de linkerhand - zoals de titel zegt - en de begeleiding rechts.
Durón komt uit de school van De Heredia, die school maakte in Zarogossa.
Dit stuk is hoorbaar later: Renaissance-elementen zijn verdwenen. Het werk is in feite een Franse "Basse de trompette", maar dan vanzelf op zijn Spaans (en misschien ook gespeeld met een mixtuur-bas i.p.v. de Trompet-bas). Het stuk bestaat uit twee delen, doorbruisd door de bas als door de kloof in Ronda.

6.  Dan volgt een hymne met drie variaties. De hymne eerst met uitkomende stem en begeleidende stemmen. Drie variaties omspelen vervolgens de melodie: twee, drie en vier noten per melodienoot. Het resultaat is geraffineerde eenvoud. Met deze compositie, opgedragen aan de "onbevlekte ontvangenis van de maagd Maria, onze 'Señora', verwekt zonder het gebrek van de erfzonde" sluit Correa zijn Libro de tientos af.
Het feest van 'Maria Onbevlekte Ontvangenis' - hier te lande alleen in het bisdom Roermond gevierd - valt op 8 december. Dé hymne van dit feest "Todo el mundo en general" heeft een Spáánse tekst in plaats van het obligate Latijn. Een aanwijzing dat het vooral een feest van het volk is geweest. Het feest zélf is eerder gestoeld op dogmatische logica dan op bijbelse gegevens. Wél geeft het blijk van een enorme devotie voor Maria, de Moeder Gods. Devotie voor Maria en het Heilig Sacrament: hiervan getuigen talloze hymnen. En ze zijn luidkeels en met volle overgave door het vólk gezongen.

7.  Dan een passacaglia van Cabanilles met 8- en 4-voets registers. Die vierde toon is de toon van de melancholie. Dit is geen Noord-Duitse passacagliavorm. In Spanje is de "pasacalles" begonnen en geëindigd met Cabanilles en zijn leerling Elias, de hekkensluiters van de Spaanse barok. De pasacalles van de 4e toon is eigenlijk een variatiewerk zonder vast thema. Wat valt er verder over te schrijven? Om met de jarige Carl Philipp Emmanuel te spreken: "Laat ons ontroerd raken!".

8.  Dan met de registers van de 16- tot en met de 2-voet een stuk van Cabanilles met een duidelijke rode themadraad. Het stuk houdt het midden tussen een Falsas (zie 3.) en een kort ricercare. Maar dan "Suaviter" op zijn 'Cabanilliaans'. Cabanilles werd in 1665 organist van de kathedraal van de havenstad Valencia. En blééf dit tot aan zijn dood. Zijn orgelwerk is tot nu toe uitgegeven in 5 dikke delen. De meeste stukken duren een stief kwartierke. Het was moeilijk korte stukken te vinden. Zijn geheel oorspronkelijke omgang met de traditie fascineert velen met mij. De stukjes van vanmiddag vormen slechts een flintertje van 's mans genialiteit: "micro-cooking".

9.  Met trompet- en cornetgeschal terug tot De Heredia. Een 'pastiche' met de unieke titel "Ensalade". Een bord tapas-gerechten met een koud tomatensoepje. Heerlijk? Voor het zingen de kerk uit naar bar en bodega. Ik besluit met de woorden van Correa de Araucho, in de vertaling van Tjeerd van der Ploeg: "Moge dit alles zijn tot eer en glorie van God, tot vermeerdering van zijn heilige eredienst en verbetering van ons geestelijk bestaan. Amen".



Johan Erné (1956) was leerling bij Peter van Dijk en Jan Raas. Hij is een vaste bespeler van het Bätz-orgel van de Pieterskerk te Breukelen.
    Zie ook bij 22 augustus 2014.





1 augustus 2014

Peter Verhoogt

Peter Verhoogt en Jan Pieter Karman

1.  Carl Philipp Emanuel Bach
    (1714-1788)
Sonate in g-klein Wq 70 nr. 6
    Allegro moderato - Adagio - Allegro
2.  John Stanley
    (1712-1786)
Voluntary in G-groot op. 5 nr. 3
    Adagio - Allegro (Cornet)
3.  Felix Mendelssohn
    (1809-1847)
Sonate nr. 2 in c/C, Op. 65
    Grave - Adagio - Allegro maestoso e vivace - Fuga

Peter Verhoogt studeerde orgel bij Frits Bayens, Peter van Dijk, Bert Matter en Stephen Taylor. Hij studeerde muziekwetenschap aan Universiteit Utrecht en kerkmuziek op Utrechts Conservatorium. Zijn eindscriptie handelde over een echtheidsonderzoek van vermeende Bachwerken (Neumeister-Sammlung).
In 1980 winnaar Domstad Orgelconcours.
Sinds 2010 verbonden als dirigent en organist aan de Willibrorduskerk te Bodegraven. Begeleidt verschillende koren en geeft soloconcerten door het hele land. Werkt mee aan tv-vieringen van RKK vanuit Bodegraven.





8 augustus 2014

Everhard Zwart

Everhard Zwart

  1. Dieterich Buxtehude (1637-1707)
    Praeludium und Fuge D-dur, BuxWV 139
  2. Johann Sebastian Bach (1685-1750)
    variaties over "Wer nur den lieben Gott läszt walten" BWV 691, 690 en 642
  3. Felix Mendelssohn Bartholdi (1809-1847)
    Andante religioso en allegro maestoso e vivace uit Sonata IV in Bes-groot, Op. 65/4
  4. Jan Zwart (1877-1937)
    Fantasie-toccatine over Psalm 33 : 'Komt nu met zang en roert de snaren'
CV
Everhard Zwart (1958) studeerde aan de Conservatoria van Utrecht, Rotterdam en Parijs, en volgde, op uitnodiging, internationale meestercursussen bij de bekende Franse orgelvirtuoos Jean Guillou. In 1987 studeerde hij bij de Duitse organist Günther Kaunzinger te Würzburg. Inmiddels speelt hij op de grootste, en op de kleinste orgels van Europa en Amerika. Zijn voorliefde gaat uit naar de Franse romantiek van o.a. Widor, Vierne, Guilmant, Franck, maar hij is ook een majestueus vertolker van Bach, Reger, Liszt en andere beroemde componisten zoals Händel of Mendelssohn en de meer eigentijdse Andriessen. Verder ontbreekt op zijn programma's bijna nooit een werk van grootvader Jan Zwart, vader Willem Hendrik Zwart of leermeester Feike Asma, die, net als hij nu, pleitbezorgers waren van de "Hollandse Koraalkunst".
Everhard Zwart is Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, en onderscheiden met de zilveren medaille van de "Société Arts-Sciences-Lettres" te Parijs.





15 augustus 2014

Teus de Mik

Programma:
1. Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847), Präludium und Fuge in c, Op. 37/1
2. Matthias Weckmann, (ca. 1616-1674), Praeambulum in G
3. Toon Hagen (geb. 1959), Shalom, fantasie voor orgel
4. Johann Gottfried Müthel (1728-1788), Fantasie in F-majeur

Curriculum vitae:
Teus de Mik is organist bij Protestantse Gemeente Deventer en PG Zutphen. Hij volgt een muziekopleiding aan Schumann Akademie te Zwolle. Momenteel bereidt hij zich voor op het praktijkexamen voor Bachelor of Music, onder begeleiding van zijn hoofdvakdocent Jan Kleinbussink.

In Breukelen is hij nu voor het tweede jaar te gast. In september 2013 trad hij samen met Frans Oosterhuis (hobo) op in de Dorpskerk van Wilp. Verder was hij te horen in het Foreestenhuis in Hoorn en de Keizersgrachtkerk in Amsterdam. Voor dit jaar staat ook een drietal pianoconcerten op het programma. In november verzorgt hij in de Grote of Lebuinuskerk te Deventer voor de Hanzesteden Orgeltocht het slotconcert.





22 augustus 2014

Johan Erné

Girolamo Frescobaldi
  (1583-1643)  

  • uit Fiori Musicali (1635):
    • Tocata Avanti la Messa della Domenica
    • Kirie Della Domenica (12 versi)
    • Canzon Dopo la Pistola
    • Recercar Dopo il Credo
    • Tocata Chromaticha per le levatione
    • Canzon post il Comune
  • uit Il Secondo Libro | Di Toccate (1627):
    • Aria detta la Frescobalda
    • Quinta Toccata sopra i pedali, e senza



De Fiori Musicali (1635) is een bonte bundel liturgische muziek ten behoeve van de katholieke eredienst. Frescobaldi verwerkt de cantus firmus van drie Gregoriaanse missen tot instrumentale motetten voor orgel, met dien verstande dat hij alleen de kyrië-melodieën kiest, de rest van de missen laat hij buiten beschouwing.
Vanmiddag dus de kyrië-melodieën van mis XI Orbis factor, die gezongen worden op de zondagen door het jaar heen, zeg maar, als er geen feest te vieren valt. In het totaal passeren drie kyrië-melodieën (de 1e wordt na de 2e letterlijk herhaald) de revue: in de bovenstem, de alt, de tenor of de bas, in hele lange noten, of geritmiseerd, of in gedeelten, telkens voorzien van nieuwe invallen als tegenstem.

Inderdaad een bonte bos ruikers [fiori, fleurs, flowers] die de roep der Ontferming bundelen in de verstilde schoonheid van de liturgie.
Frescobaldi vertelt er trouwens bij dat zijn kyriën ook anders - dus niet per se als 'kyrië' - gebruikt kunnen worden.
Messa della Domenica, lijst in originele uitgave
Messa della Domenica
(1635)
 
Vanmiddag dus als 12 variaties met telkens een andere registratie in de taal van het orgel in Breukelen. Maar wel in de stroom van het kyrië-gebed: "De Heer om ontferming aanroepen voor de nood van de wereld want ... zijn Barmhartigheid kent geen einde". En niemand hoeft erbij tot 12 te tellen, want Frescobaldi zoekt zijn heil in de verstilling van het laatste kyrië.

Voorafgegaan door een 'speelstuk voor de mis'. Deze toccata zet de toon. Toccata's zijn geschreven in de stylus fantasticus. Wat dat zou kunnen zijn wordt eenvoudigweg door het stuk zelf geïllustreerd: slechts 8 maten lang, maar wat een rijkdom aan invallen, stijlen en stijlfigureren. Met de mixtuur en de Bourdon 16'.

Dan een canzona bij de epistellezing, dwz. de tweede schriftlezing, tussen Oude Testament en Evangelie in.
Men herkent in canzona wellicht het woord 'chanson'. En dat waren ze ook: gedichten, liederen in de volkstaal ipv. het Latijn. Die betekenis heeft canzona hier allang niet meer. Hier beklemtoont canzona meer een specifiek instrumentale wijze van componeren, waarbij de band met de vocaliteit steeds dunner wordt. Zeg maar, steeds meer orgelmuziek, en steeds minder koormuziek op orgel. Tricky hoor, zo'n uitspraak!
Drie delen, met resp. de 4', de 4' en de 2', en tot slot de sexquialter.
In elk geval van een "hübsch-heid" die de apostel Paulus vreemd is. Of verbeeldt het de "vrijheid in Christus"?

Bij het Credo hoort een ricercare.
De motet-stijl, strenger dan de canzona, vocaal geschreven, plechtiger. Want wat "ik geloof" is niet niks.
Hier eindigt ook de 'voor-mis' en gaan we over tot de Eucharistie, de Dankzegging. De toon wordt grave, ernstig, en deze heilige ernst leidt ons naar het mysterie van het lijden van Christus.
Met de bourdon 16' een octaaf hoger gespeeld. Donkere pedaaltonen die de cadenzen onderstrepen.

De chromatische toccata: het Heiligste Moment van de Eucharistie: het hele liturgische gebeuren valt daar stil en stáát daar stil: na het belletjesgerinkel staat de priester daar, de armen hoog gestrekt, de blik op de hostie die het lichaam van Christus, dus Christus Zelf, geworden is.
En dan, precies daar, zet de organist deze toccata in: scherpe chromatiek, doelloze melodieën vreemde harmonieën, kortom één lange, lange lijdensweg, een gebed zonder end.
Zó is Christus aan het lijden, en lijdt de priester met hem, al die tijd die hoog geheven armen, en staat de geknielde gelovige het Mysterie van Christus op het netvlies gebrand. En zuchten prestant en holpijp maar door... het duurt een eeuwighid. Precies dát: een eeuwigheid 'aeternus, non perpetuus'.

En na de communie is iedereen blij - en ook omdat het er bijna opzit - en snateren de trompetten lustig deze drie-delige canzona: het 1e thema valt met het "Komt-nu-met-zang"-motief" met de deur in huis, weldra gevolgd door de onvermijdelijke figura corta, kiemcel van het affekt van 'vreugde'.


Dan volgt een aria toegewijd aan "Vrouwe Frescobalda" [la Frescobalda]. Tja, een bestaande melodie? Een Teerbeminde? Een Aanbedene? Maria? In elk geval niet zomaar een deuntje! En zeker een revolutie in de muziekgeschiedenis: variatie 3 is namelijk een 'Gagliarda' en variatie 5 een 'Corrente'. Dit is dus historisch de eerste keer dat dansvormen onderdeel van een variatiereeks zijn. Hier is de 'dans-suite' ontstaan!

Tenslotte de Quinta Toccata, "mèt pedaal", en "ook zónder pedaal" [sopra i pedali, e senza], waarvan niemand wéet wat dat betekent. Lange pedaalnoten op G, C, F, A, D en G. Met de ene inval na de andere er bovenop. Maar let op: allemaal varianten van een ingevulde kwart-interval (4 saaie noten) en de chromatiek aan het eind niet meer dan een grote terts (4 halve saaie noten): Ruis, orgel, bruis! Godlof in alle eeuwigheid, amen!


Besluiten we nog eventjes met J.S. Bach. Behalve dat het me gaandeweg duidelijk werd dat veel van Bach's geniale muzikale invallen zonder meer in de Fiori Musicali aan te wijzen zijn, werd mijn aandacht ook nog door iets anders getrokken.
Bachs Orgel-büchlein heeft als motto "Dem hochsten Gott allein zu ehren, dem Nächsten draus sich zu belehren". Ik heb deze zin altijd fascinerend merkwaardig gevonden. Vanwaar deze val uit de blauwe lucht? Tot ik het 'Al Lettore' in de Fiori Musicali zag. Frescobaldi begint zo: "Het was steeds mijn streven - middels het talent dat me door God werd gegeven - met mijn werk de leergierige en de muzikale professie behulpzaam te zijn".
Behalve dat het steeds mijn streven is (geweest) om het imperialisme van de 'Grote Muzikale Jongens' wat te dimmen, en de veronderstelde 'mindere Goden' het toontje hoger te laten zingen dat hun toekomt, besluit ik met: "Bedankt, Jerommeke, je hebt er een fan bij" [Girolamo Frescobaldi].
En Bach, de grote Bach? Die wist kennelijk heel goed waar de mosterd te halen viel.



Johan Erné (1956) was leerling bij Peter van Dijk en Jan Raas. Hij is een vaste bespeler van het Bätz-orgel van de Pieterskerk te Breukelen.
    Hij speelde ook op 25 juli.





29 augustus 2014

Inge Westra

Programma
 
  1. Georg Böhm  (1661-1733)  —  Wer nur den lieben Gott lässt walten
        Allegro moderato - Adagio - Allegro
  2. Johann Ludwig Krebs  (1713-1780)  —  Trio in C dur
  3. Johann Sebastian Bach  (1685-1750)  —  Concerto I in G dur
        Allegro - Grave - Presto
  4. Albert de Klerk  (1917-1998)  —  Dialoog
  5. Ad Wammes  (*1953)  —  The messenger on the hill



Inge Westra Inge Westra studeerde orgel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium, haar docent was Nico van den Hooven. In de Pieterskerk in Breukelen met het prachtige historische Bätzorgel is ze ruim 20 jaar cantor-organist geweest.
Sinds haar studietijd is ze ook dirigent van het Kamerkoor De Bilt, een enthousiast koor waar kwaliteit voorop staat.

Na een jarenlange lespraktijk en het dirigeren van het kinderkoor Harlekiko heeft ze een nieuwe uitdaging gezocht en gevonden; docent eerste graad muziek en CKV aan het Veenlanden College in Mijdrecht.
Daarnaast kan ze haar muzikale ambities kwijt in het zingen, dat doet ze dan ook in diverse semi-professionele kamerkoren.



Toelichting

De orgelwerken die tijdens dit lunchconcert gespeeld worden zijn voornamelijk geschreven door Duitse componisten, die leefden in dezelfde tijd als het Bätzorgel in de Pieterskerk gebouwd is: namelijk 1787.
Toentertijd, zo rond 1700, was het gebruikelijk, dat wanneer een componist een andere componist bewonderde, hij zijn werken bewerkte voor een ander instrument.

Johann Sebastiaan Bach bewonderde de beroemde Italiaanse componist Antonio Vivaldi en heeft drie van zijn vioolconcerten bewerkt voor orgel. Vandaag hoort u Bach's bewerking van Concerto I van Vivaldi.
Dit concerto bestaat uit 3 delen, een vrolijk en frivool allegro/presto als 1e en 3e deel en een langzaam adagio als 2e deel, waarbij je zelfs op het orgel de droevige vioolsolo goed kunt horen.

Het concert begint met "Wer nur den lieben Gott lässt walten". Dit koraal werd rond 1650 door de 20-jarige Georg Neumark geschreven en was meteen zeer geliefd in Duitsland en Nederland. Het koraal bestaat uit zeven coupletten. Böhm heeft van ieder couplet een variatie gemaakt.

Trio in F dur is, zoals de naam het al zegt, een driestemmig stuk waarbij iedere partij een even belangrijke stem heeft, verdeeld over beide handen en voeten.

Het concert wordt besloten met werk van de Nederlandse componisten Albert de Klerk en Ad Wammes.

Albert de Klerk
De Klerk was organist en componeerde orgelwerken, die hij aan zijn leerlingen of aan vooraanstaande musici die hij bewonderde, opdroeg.
"Dialoog" is een werk opgedragen aan Herman Strategier, componist en tijdgenoot van de Klerk.

Ad Wammes
Ad Wammes componeert vaak voor zijn leerlingen werken waarin een bepaalde moeilijkheid wordt behandeld, bijvoorbeeld onregelmatige ritmes of grote sprongen voor de linkerhand. Deze composities zijn uitgegeven in de serie "Different Colours" en de bundel "Dedicated to you and you and you".
Eén van de werken uit deze laatste pianobundel, "The messenger on the hill", heeft hij bewerkt voor orgel.
Ad Wammes componeert ook in opdracht van particulieren. Daarbij valt te denken aan bijzondere gebeurtenissen zoals geboorte, huwelijk, jubilea. Hij heeft hiervoor een aparte website geopend: www.compositiecadeau.nl

Inge Westra




adcs | Orgelconcerten 2013 | Marktconcerten 2013: 5 juli, 12 juli, 19 juli, 26 juli, 2 aug., 9 aug., 16 aug., 23 aug., 30 aug.

Marktconcerten 2013




5 juli 2013

Diederik Bos

1.   Fantasia c1 - Jan Pieterszoon Sweelinck (1562 - 1621)

Sweelinck is de grootste componist die Nederland ooit gekend heeft. Hoewel het Bätz orgel en de Fantasia c1 uit een andere tijd komen, kan de Fantasia uitstekend op dit orgel gespeeld worden vanwege de grote en veelzijdige klankrijkdom van het instrument. De Fantasia c1 is een zogenaamde Echofantasie. "Echo" wil hier zeggen dat een bepaald thema herhaald wordt, zoals dat ook bekend is uit de volkszang: call and response. Een voorzanger zingt iets, het volk zingt dit vervolgens na. Dit principe is op veel plaatsen, doch niet overal, aanwezig in deze Fantasia.

2.   Praeludium en Fuga in G - BuxWV 148 - Dietrich Buxtehude (1637 - 1707)

Zoals de Fantasia van Sweelinck veel verschillende passages met echofiguren heeft, kent de Praeludium en Fuga van Buxtehude vele karakters in de diverse delen die het werk heeft. Sommige delen zijn fantasierijk en vrij, andere delen zijn weer in een strikt fugatische vorm geschreven. De titel Praeludium en Fuga duidt dus niet zozeer 1 Praludium en 1 Fuga aan, maar meer dat het een verzameling is aan Praeludium- of Fantasia-achtige delen, alswel Fugatische delen. Dit is in feite een doorontwikkeling uit de tijd van Sweelinck en - jawel! - Sweelinck heeft zeer veel invloed gehad op de Noord-Duitse orgelschool waar Buxtehude toe behoorde.

3.   Wir Glauben all an einen Gott - BWV 680 - J. S. Bach (1685 - 1750)

In 1739 publiceerde Bach zijn Clavierübung III. De volledige Lutherse Mis is door middel van orgelkoralen hierin uitgewerkt. Het 'Wir Glauben all an einen Gott' is de verduitste versie van het Credo - de geloofsbelijdenis. In tegenstelling tot alle andere orgelkoralen uit dit boek, is er geen Cantus Firmus (melodie) herkenbaar. Bach kiest voor een statige fuga, op basis van de eerste 4 noten van het Lutherse Credo. Deze fuga heeft als vaste ondersteuning duidelijke pedaaltonen die omhoog lopen en weer naar beneden.

4.   5 variaties op Psalm 5 - Diederik Bos
Geschreven voor een overgangstentamen.

a.   Zetting in 3-klanken
In de 16e eeuw kende men uitsluitend 3-klanken. Deze eenvoudige harmonisatie gaat uit van harmonisch materiaal dat in die eeuw beschikbaar was.
b.   Bewerking in de stijl van Anthoni van Noordt (17e eeuw)
Van Noordt was in het midden 17e eeuw organist van de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Hij schreef diverse koraalbewerkingen. Deze bewerking komt het dichtst in de buurt van zijn stijl, waarbij de melodielijn veel variatie kent.
c.   Bewerking in de stijl van Bachs 'Durch Adams Fall' - laat barok
Deze bewerking is geïnspireerd op Bachs 'Durch Adams Fall'. Kenmerk zijn de klagende motieven en de rijk uitgewerkte harmonie.
d.   Bewerking in de stijl van Bach zonder verdere associatie
Deze bewerking gaat uit van algemene barokfiguren die in de barok veelvuldig toegepast werden.
e.   Zetting in de stijl van een koraalfantasie
In Bachs tijd werden melodieën vaak vereenvoudigd door het ritme eruit te halen en aan te passen naar de harmonieen van zijn tijd. In deze zetting is hetzelfde gedaan. Ook zijn er tussen de versregels versieringen geplaatst.



CV Diederik Bos

Diederik Bos (1978) kreeg zijn eerste orgellessen toen hij 9 was. Na een bezoek aan de Matthäus Passion in 1990 kreeg zijn interesse in kerkmuziek een sterke impuls. Dit resulteerde in de beslissing om meer met muziek te gaan doen: in 2007 ging hij kerkmuziek studeren aan de Schumann Akademie en in 2010 Kerkmuziek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Momenteel staat alleen het eindexamen nog open.
Van 2004 tot 2011 was hij organist van de Dorpskerk van Woudenberg en vanaf april 2012 is hij cantor-organist van de Pauluskerk in Breukelen.





12 juli 2013

Johan Erné

"Flow my Tears, fall from your springs"

1. Peeter Cornet
    (15?? - 16??)
Fantasia
2. Peter Philips
    (± 1560 - 1628)
Pavana (1582)
    "The first one Philips made"
3. John Dowland
    (1563 - 1626)
Lachrimae  (1600)
    de oorspronkelijke bew. voor 6-snarige luit in g
4. Jan Pietersz. Sweelinck
    (1562 - 1621)
Fantasia a 3
    "auf die manier eines Echo"
5. John Bull
    (1562 - 1628)
Fantasia op de Fuga van M: Jan Pieters
    "fecit Dr. Bull 1621 15. Decemb."
6. Abraham van den Kerckhoven
    (± 1618 - 1701)
Fantasia Cornet
7. B.C. = Benjamin Cosyn
    (voor 1622 - na 1643)?
[geen titel, in a]



TOELICHTING

"Flow my Tears ..."
Aldus de aanhef van de "pavane van de Tranen" waarmee John Dowland in 1600 een letterljke wereldhit componeerde. Zeer uitzonderlijk raakte de wereld van toen van hoog tot laag in de ban van Dowland's ontroerende melodie en diep melancholische tekst. Dowland zelf bleef doodongelukkig - "Semper Dowland Dolens" luidt een andere compositie - maar liet zich de roem graag aanleunen: hij ondertekende met: "Dè Dowland van de Lacrimae".
Het beginmotief echode tot twee eeuwen na in talrijke composities tot en met Bach's beroemde "toccata in d-minor" toe.

Over Cornet weten we heel weinig en wat we weten spreekt elkaar ook nog eens tegen. Hij was tijdgenoot van Sweelinck en werkte (volgens zijn weduwe 33 jaar) aan het Brusselse hof. Is het toeval dat het "Lacrimae-motief" in het thema van de vanmiddag gespeelde Fantasia opduikt?

Peter Philips schreef - vóór Dowland - een andere "wereldhit": zijn eerste pavane uit 1582 werd zo beroemd dat de betiteling "de Engelse pavane" volstond om hem te identificeren in het toenmalige woud van pavanes. Om geloofsredenen uit Engeland uitgeweken werkte Philips in Vlaanderen. In 1596 bezocht hij Sweelinck in Amsterdam. Prompt vergastte de grote Amsterdammer Philips op een "verbeterde" versie van zijn eigen pavane, gevolgd door een 'variatio' van hemzelf, wat weer een eerbetoon aan de componist was: de "Pavana Philippi". De vandaag met de Trompet gespeelde "oorspronkelijke" pavane wil de plechtstatigheid van het genre "pavane" uitlichten.

In 1600 was John Dowland in dienst bij koning Christiaan IV van Denemarken - de "koning-alcohol" die tijdens zijn lange regering nooit één veldslag won, maar wel oog had voor de ongehoorde talenten als Dowland en Compenius, de orgelmaker. Dowland publiceerde tegelijkertijd twee versies van de "Lacrimae": de vandaag gespeelde versie voor luit solo en een liedversie, begeleid door luit en basgamba. In 1604 schreef hij nog een derde versie voor gamba-consort en luit. Dat gamba-consort was een noviteit die insloeg als een bom en weer schreef Dowland geschiedenis, zij het wel "Semper Dolens". In de jaren erna schreven tientallen componisten voor allerhande instrumenten hún versie van Dowland's "Lacrimae", onder wie ook Jan Pietersz. Sweelinck. Zo veroverde de "Melancholia" de wereld ...

Ook de "Orpheus van Amsterdam" - vanaf 1577 organist van de Oude Kerk aldaar - staat vanmiddag centraal. Zíjn bewerkingen van onze twee "wereldnummers" worden node gemist, omwille van de tijd. Laat ons luisteren naar zijn eigen uitbeelding van de Melancholie in deze zoete (en pas in de vorige eeuw beroemd geworden) Echo-Fantasie.
Crosste Dowland zowat heel Europa door, Sweelinck bleef een thuismus. Slechts één keer bezocht hij het "buitenland Antwerpen": in 1604 om er voor zijn stad een klavecimbel te kopen. Aldaar was de Engelsman John Bull (uitgeweken om geloofs- en minder nobele redenen) organist van de kathedraal. Sweelinck stierf op 16 oktober 1621. Op 15 december schreef Bull de vandaag gespeelde Fantasia. De genoemde "Fuga" is verloren gegaan. Twee maanden, zolang deed nieuws er blijkbaar toen over (de 80-jarige oorlog was inmiddels weer begonnen). Het zal ons weinig verbazen dat Bull de tenor vier maten voor het slot van het stuk het "Lacrimae-motief" laat zingen: zo subtiel treurt de ene virtuoos om het heengaan van de andere.

Kerckhoven was van 1634 tot zijn dood in 1701 organist van de Sint-Katelijnekerk te Brussel. Tevens wordt hij vermeld als hoforganist. Levendig snatert de Breukelense Cornet zijn "Fantasia-spinsels", in de korte 'giga' aan het eind met de trompet opgewaardeerd tot "grands jeux".

Staat B.C. inderdaad voor de Engelsman Benjamin Cosyn, dan kennen we behalve zijn handschrift - hij liet ons een 'Virginal Book' met werken van collega's - vrij weinig van hem: in 1622 wordt hij tot organist benoemd, in 1643 - toen het orgel in de ban werd gedaan in kerken en kapellen - werd hij ontslagen. Echter met pensioen van de regering vanwege zijn "poverty, old-age and imperfections of body". Benjamin Cosijn liet ons een drietal naamloze composities na (alle als "B.C."). De vandaag gespeelde is geschreven in de stijl van de gamba-consort composities.
Een laatste groet van John Dowland wiens "Melancholie" de wereld sinds 1600 veroverd had.



Johan Erné (1956) was leerling bij Peter van Dijk en Jan Raas. Hij speelt diensten in de Pieterskerk te Breukelen, werkt voor de Evangelisch Lutherse Gemeente Utrecht op de locatie "De Wartburg", doet dienst in het Diakonessenhuis in Utrecht en werkt voor het Bejaardenpastoraat van de Prot. Gemeente Utrecht.





19 juli 2013

Roel Smit

Werken van Johann Sebastian Bach
 
  1.   Fantasia in g (BWV 542/1)  
2.   Schmücke dich, o liebe Seele  (BWV 654)
3.   Allegro in C  (1e deel van de vijfde triosonate, BWV 529)
4.   Wachet auf, ruft uns die Stimme  (BWV 645)
5.   Fuga in g  (BWV 542/2)



TOELICHTING

Centraal in dit programma het eerste deel uit de vijfde triosonate. Bach (1685 - 1750) schreef deze muziek voor 'zijn jongens', om zich thuis te kunnen bekwamen in het triospel, op het clavecimbel-met-orgelpedaal. De Fantasia en Fuga in g horen bij elkaar, maar vandaag omsluiten zij het programma. De beide koraalbewerkingen staan in Es. Voor de kenner: het toonsoortenverloop van dit concert is dus g - Es - C - Es - g.



Roel Smit is organist van de Joriskerk te Borculo. Hij bespeelt daar de twee orgels: een uit 1928 van de firma J. de Koff te Utrecht, het andere uit 1972 en gebouwd door de firma S.F. Blank te Herwijnen. Daarnaast is Smit stadsbeiaardier van Doetinchem en Hengelo (O) en leider van het muziekpracticum 'Leven met Muziek' aan de Nieuwe Markt 13 te Deventer.

Lange tijd (van 1979 - 2006) was Smit organist van de St.Catharinakerk te Doetinchem en gaf hij les op het drieklaviers Flentroporgel in die kerk aan vele Achterhoekse amateur-organisten. Hij was oprichter van de Catharinacantorij en warm pleitbezorger van cantatediensten. Ook de lunchpauzeconcerten op het Doetinchemse orgel zijn ooit door hem geïnitieerd.





26 juli 2013

Peter Verhoogt

m.m.v.

Henriëtte van Dijk-van den Berg, sopraan


1. Dieterich Buxtehude
   (1637-1707)
Ciacona
2. Constantijn Huygens
   (1596-1687)
Laetatus sum  (^)
    uit Pathodia Sacra et Profana
3. Girolamo Frescobaldi
   (1583-1643)
Recercar Sancta Maria
    uit Fiori Musicali (1635)
4. Georg Böhm
   (1661-1733)
Partita Herr Jesu Christ, dich zu uns wend
5. Johann Sebastian Bach
   (1685-1750)
Bist du bei mir
   uit Notenbüchlein für Anna Magdalena Bach
6. Louis Vierne
   (1870-1937)
Tantum ergo
7. Johannes Brahms
   (1833-1897)
Preludium en fuga in a



Henriëtte van Dijk is verpleegkundige met een grote passie voor kerkmuziek en zang. Ze is organiste en dirigente in de Williborduskerk te Bodegraven. Studeert voor kerkelijk koorleider bij de NSGV. Volgt zanglessen bij Sonja Roskamp. Werkt mee aan tv-vieringen van RKK vanuit de kerk te Bodegraven.

Peter Verhoogt studeerde orgel bij Frits Bayens, Peter van Dijk, Bert Matter en Stephen Taylor. Hij studeerde muziekwetenschap aan Universiteit Utrecht en kerkmuziek op het Utrechts Conservatorium. Zijn eindscriptie handelde over een echtheidsonderzoek van vermeende Bachwerken (Neumeister-Sammlung). In 1980 winnaar Domstad Orgelconcours. Sinds 2010 verbonden als dirigent en organist aan de Willibrorduskerk te Bodegraven. Begeleidt verschillende koren en geeft soloconcerten door het hele land. Werkt mee aan tv-vieringen van RKK vanuit Bodegraven.





2 augustus 2013

Willeke Smits

1. William Croft
    (1678 - 1727)
Trumpet Overture
    [Allegro] - Allegro - Adagio - Allegro
2. Jean Philippe Rameau
    (1683-1764)
Gavotte met 6 variaties
3. Johann Gottfried Walther
    (1684-1748)
Concerto in a-moll del Signor Torelli
    Allegro - Adagio - Allegro
4. Johann Joseph Fux
    (1660 - 1741)
Sonata Terza
    Allegro - Adagio - Adagio - Allegro
5. Johann Sebastian Bach
    (1685 - 1750)
Concerto in G (BWV 592)
    von Prinz Johann Ernst von Sachsen-Weimar
    [Allegro] - Grave - Presto



TOELICHTING

William Croft was vanaf 1708 tot zijn dood organist van de koninklijke kapel en de Westminster Abbey in Londen. Croft schreef gelegenheidsmuziek voor de Vrede van Utrecht.

Rameau werkte ten tijde van de vrede van Utrecht in Lyon. Hij schreef een aantal grote motetten voor de Vrede.

Fux was hofcomponist van de Habsburgse keizers Leopold I en Karel VI, die ook bij de Vrede van Utrecht betrokken waren.

De jonge prins Johann Ernst van Saksen-Weimar studeerde in 1712/13 aan de Universiteit van Utrecht en heeft zonder twijfel de vredesonderhandelingen van nabij gevolgd. Hij was bovendien een begaafd amateur-componist. In Amsterdam kocht hij een grote verzameling aldaar uitgegeven partituren met eigentijdse Italiaanse concerti en luisterde hij in de Nieuwe Kerk naar orgelbewerkingen daarvan.
Terug in Weimar vroeg hij zijn muziekleraren Johann Sebastian Bach en Johann Gottfried Walther klavierbewerkingen van verschillende van die concerti (en ook van concerti van zijn eigen hand) te maken.



Willeke Smits studeerde orgel, piano, kerkmuziek en koordirectie.
Ze heeft een uitgebreide concertpraktijk, waarin uitdagende programmering centraal staat en concerteert zowel solistisch als in ensemble verband.
Willeke is cantor-organist van De Rank in Nieuwegein-Zuid en organist van het monumentale Ruprechtorgel van de Tuindorpkerk in Utrecht.
Ze is vaste dirigent van het Nieuwegeins Kamerkoor, dat in 2011 de Cultuur Award Nieuwegein heeft gewonnen.
Willeke heeft een privé lespraktijk voor piano en orgel in Maarssen en omstreken.
In 2005 nam ze haar eerste solo-cd op, met werken van J.S. Bach, C.Ph.E. Bach en D. Scarlatti.
In 2011 verscheen een tweede cd met orgelwerken van Hendrik Andriessen, die onder meer met een 10 in het blad 'Luister' is gewaardeerd. In september komt een nieuwe dubbel-cd uit met concerto's en koralen van Johann Gottfried Walther.
Willeke is bestuurslid van de Koninklijke Vereniging van Organisten en Kerkmusici (KVOK), Kerkzang.nl en de Stichting Utrecht Orgelland.





9 augustus 2013

Johan Erné

"Hoeders van de erfenis"

1. VI. Sonate per L'Organo solo
    (g-moll, Wotq. 70/6) Allegro moderato - Adagio - Allegro
C. Ph. E. Bach
    (1714-1788)
2. An:dante sanft. (9ten Mai 1823)
    Der kleine Felix, Jacob, Ludwig Mendelssohn Bartholdy
Felix Mendelssohn
    (1809-1847)
 
3 A.
noten
 
3 B. Fugue composed expressly for Dr Mendelssohn
    sep. 9 - 1837
Samuel Wesley
    (1766 - 1837)
4. Aria Cantabile
    Andante poco allegro
Samuel Wesley
5. Moderato
    Uit: Drei Tonstücke, Opus 22 No 1
Niels Wilhelm Gade
    (1817 - 1890)



TOELICHTING

1.  Carl Philipp Emanuel Bach was de tweede zoon en leerling van J.S. Bach. Hij schreef tussen 1755 en 1758 een aantal orgelsonates voor zijn leerlinge prinses Anna Amalia van Pruisen, de zus van vorst Frederik de Grote :"...für eine Prinzessin gemacht, die kein Pedal und keine Schwierigkeiten spielen konnte, ob sie sich gleich eine schöne Orgel mit 2 Clavieren und Pedal machen liess, und gerne daruf spielte". Hoewel hij een volstrekt eigen weg is gegaan, kon Karel Bach geen zweem van kritiek op het werk van zijn vader verduren en waakte hij zeer zorgvuldig over diens nalatenschap.

Hij wordt beschouwd als de meest vooraanstaande componist van kerkmuziek in het Duitsland van de tweede helft van de 18e eeuw. Hij genoot grote roem als leraar en als bespeler van het clavichord. Zelf bezat hij een exemplaar van de beroemde orgelbouwer Silbermann. En hoe "het prinsesje" - die ons trouwens een bibliotheek van-heb-ik-jou-daar naliet - heeft kunnen spelen? Aardig virtuoos, dacht ik zo. Ik zou al blij zijn er enigszins fatsoenlijk uit te komen ...

2.  In de jaren 1822/1823 bezocht het jongetje Mendelssohn (uiteraard onder begeleiding) Rinck in Darmstadt (leerling van de Bach-leerling Kittel), en Berner in Breslau (helemaal geen verbintenis met Bach, maar "bekeerd" door het spel van een groot-leerling van Bach). Wat de jonge Mendelssohn in vlam zette, was het ongewoon virtuoze pedaalspel van Berner. Een leerling van Berner - Hesse - vierde vanaf 1844 in Parijs triomfen als vertegenwoordiger van de enige (!) Bach-traditie die op dat moment nog van de meester zélf zou afstammen! Ongewoon veel indruk maakte zijn virtuoze pedaalspel. Etc., Etc., Etc. ... Jawel, jawel: tot en met Dupré toe! En de "kleine Felix, Jacob, Ludwig"? Hij zette later in Leipzig de Duitse Bach-Renaissance in gang. Ik ben ervan overtuigd dat zijn ontmoetingen in 1822/23 hiervoor beslissend zijn geweest: "Zoals de ouden zongen, piepen de jongen" (Cor Kee).

3 A.  is een facsimile uit het Poëzie-album van Eliza Wesley (1819-1895), inderdaad een "Album-Blatt"; we kennen het als genre bij Schumann.

3 B.  De fuga is afkomstig uit een map "Sam's Chaos". Het is een melancholisch kleinood, kennelijk gecomponeerd met het oog op de ontmoeting tussen Wesley en Mendelssohn op 12 september in Christ Church, Newgate Street, waar de heren elkaar voorspeelden en wederzijds bewonderden. De zwanenzang ook van de "Father of the English organists", getuige een voetnoot van dochter Eliza onderaan het Albumblatt: "Samuel Wesley died Oct. 11th 1837".

4.  Over Samuel Wesley zelf kan ik niet anders dan met grote genegenheid schrijven (over de andere componisten van vandaag trouwens ook). Zijn leven verliep muzikaal turbulent: neef van de roemruchte grondvester van het Engelse methodisme, Katholiek geworden vanwege de kerkmuziek, ongemeen succesvol geweest tijdens de jaren 1808 t/m 1817, (evenals Schumann) in het gekken-huis gezeten, en een van de gangmakers van de Engelse "Bach-revival" geweest. De fraaie "Aria cantabile" van vandaag is in 1981 door Ewald Kooiman uitgegeven. Een onterecht wat vergeten componist van formaat (zo melancholisch, zo mooi!).

5.  Evenals Gade: als dirigent-assistent van Mendelssohn in Leipzig. Moet in 1844 terug naar Denemarken vanwege een oorlog - vertel eens iets nieuws - die was uitgebroken. Dirigent van de Copenhaagse "Musikverein", één van de oprichters van het conservatorium aldaar (naar Leipzig's model), veelschrijver, als dirigent een legende. En zondag aan zondag trouw organist, eerst van de Garnizoenskerk, later van de prestigieuze Holmenskerk (vanaf 1858 tot zijn dood).
Het eerste "Tonstück" is een orgellied "ohne Worte". Een eerbetoon aan vrienden als Mendelssohn en Schumann, ruisend als bomen in de zware zomermiddagzon:

Dan breekt muziek van snaren
aan alle kanten uit
een niet te evenaren
en goddelijk geluid.
    (Gezang 288, Liedboek voor de Kerken 1973)



Johan Erné (1956) was leerling bij Peter van Dijk en Jan Raas. Hij speelt diensten in de Pieterskerk te Breukelen, werkt voor de Evangelisch Lutherse Gemeente Utrecht op de locatie "De Wartburg", doet dienst in het Diakonessenhuis in Utrecht en werkt voor het Bejaardenpastoraat van de Prot. Gemeente Utrecht.





16 augustus 2013

Teus de Mik

PROGRAMMA
 
1. J.Pz. Sweelinck
    (1562 - 1621)
Fantasia in a
    SwWV 275
2. J.S. Bach
    (1685 - 1750)
Kyrie - Christe - Kyrie
    in: Clavierübung III (alio modo), BWV 672, 673, 674
3. F. Couperin
    (1668 - 1733)
Plein jeu 'Et in Terra pax'
    Petitte fugue sur le Chromhorne '2e Couplet du Gloria'
    in: Messe à l'usage ordinaire des paroisses (1690)
4. C.Ph.E. Bach
    (1714- 1788)
Fantasie en Fuga in c
    Wq 119/ 7
5. J. Langlais
    (1907 - 1991)
Pasticcio
    in: Organ Book, Nr. 10 (1956)



TOELICHTING

1.  Bij het componeren van fantasia's maakt Sweelinck graag gebruik van imitatie-effecten. Het stuk begint als een polyfoon zangstuk, speelt daarna met echo-motieven, en eindigt met glanzend passagespel. Geboren en gedoopt binnen de Deventer stadsmuren, is vorig jaar in het Sweelinck-herdenkingsjaar een bronzen plaquette onthuld, op de plek waar in de 16e- 17e eeuw organisten en diakenen in dienst van de Lebuïnuskerk hebben gewoond.

2.  Bach heeft deze huldigingszangen uit de kerkelijke eredienst aan strenge compositieregels uit de 16e eeuw onderworpen, en tegelijkertijd een barokke weelderigheid meegegeven. De compositie is drievoudig opgebouwd in het aanroepen van de Vader, Zoon en Heilige Geest en overeenkomstig hoort u de klank.

3.  De kyriezettingen van Bach zijn gebaseerd op oud-kerkelijke melodieën en naar het Duits vertaald en bewerkt door Maarten Luther. Deze zettingen zijn echter niet bedoeld als liturgische bestanddelen. Couperin daarentegen schreef een volledige orgelmis ten behoeve van de praktische rooms-katholieke viering. In deze twee gloriadelen is zijn lichtvoetiger stijl goed te horen.

Een Frans-klassiek orgel klinkt tintelend in de volle klank en heel direct in de trompettenfamilie. Het 18e eeuwse Bätz-orgel is in klankopbouw typisch Hollands, een synthese met Duitse invloeden uit de 17e eeuw. Een orgel zoals in Breukelen diende de invoering van de nieuwe psalmberijming (1773) optimaal te ondersteunen. Dat is meer een Geneefse psalmmelodie benadrukken, dan een gregoriaanse melodie, gezongen door enkele beroepszangers, afwisselen. Voor dit concert zijn de versetten tevens een mooie schakel naar het laatste orgelwerk op het programma.

4.  Na een korte inleiding met grote dynamiekwisselingen volgt een onderhoudende fuga met een verrassend slot. De muziek van deze bekendste zoon van Bach past prima op het orgel uit 1787. Carl Phillip Emmanuel was hofmusicus van Frederik de Grote, stadsmuziekdirecteur in Hamburg en muziektheoreticus op het gebied van klaviermuziek.

5.  Langlais schreef hier een fris mozaïek van citaten uit eigen werk. Deze gematigd moderne stijl is kenmerkt zich door modale akkoordverbindingen die aan wereldlijke liederen uit begin 16e eeuw doet denken (frottola, chanson).



Teus de Mik is assistent-organist van de Grote of Lebuïnuskerk in Deventer, en organist van de Wijngaard in Zutphen. Hij kreeg orgelles van Gert Boersma (Gouda) en Maurice Pirenne (Utrecht). Momenteel volgt hij de opleiding voor Bachelor of Music aan de Schumann Akademie, waarbij Jan Kleinbussink zijn hoofdvakdocent is.





23 augustus 2013

Dick Duijst

PROGRAMMA
 
1. John Stanley
    (1712 - 1786)
Voluntary VIII
    Allegro - Adagio - Allegro
2. Edvard Grieg
    (1843 - 1907)
Fra Holbergs Tid / uit Holbergs tijd,
Suite i gammel Stil / suite in oude stijl
    Sarabande - Air - Gavotte
3. Philip Glass
    (*1937)
Metamorphosis Two



Stanley, Grieg, Glass - Een opmerkelijk orgeltrio

In dit programma hoort u werken van drie componisten: John Stanley, Edvard Grieg en Philip Glass. Alle drie zijn het bekende en prominente componisten, maar niet alle drie staan bekend als componist van orgelmuziek.

John Stanley (1712 - 1786), zelf organist, is voor een belangrijk deel bekend door zijn Voluntaries voor orgel, vrije composities voor en na de mis. Het zijn vrijwel allemaal werken beginnend met een langzame introductie, gevolg door een deel voor solo-register of een fuga. Deze Voluntary vormt hierop een uitzondering doordat hij uit 3 delen bestaat: snel (allegro), langzaam (adagio), snel (fuga/allegro). Buitengewoon prettig in het gehoor liggende muziek.

Evard Grieg (1843 - 1907) schreef zijn "Holberg Suite" ter gelegenheid van de 200ste geboortedag van de Noors-Deense dichter Ludvig Holberg (1684-1754), ook wel de Molière van het Noorden genoemd. Het werk is oorspronkelijk voor piano geschreven en Grieg speelde zelfde de eerste uitvoering. Tegenwoordig is het werk vooral als orkestwerk bekend, een bewerking die Grieg zelf in 1885 realiseerde. De orkestversie is dus zonder twijfel na de klavierversie ontstaan. Deze suite blijkt ook op orgel heel goed te klinken, ook niet zo vreemd als je zijn orkest versie kent.

Philip Glass (*1937) is een van de meest invloedrijke componisten van de 20e eeuw. Zijn muziek is vaak omschreven als "minimal music", zoals ook het werk van componisten als Terry Riley en Steve Reich. Glass distantieerde zich van het label 'minimalist' en typeerde zichzelf als een componist van "muziek met repetitieve structuren". Het is muziek waarin het element ontwikkeling, zo belangrijk en typerend in de Westerse muziektraditie, ontbreekt. Door het repetitieve karakter krijgt zijn muziek een sterk meditatief karakter. Metamorphosis Two vormt de basis voor een van de muzikale hoofdthema's in de film The Hours.

Augustus 2013
Dick Duijst



Dick Duijst studeerde achtereenvolgens in Utrecht en Rotterdam orgel, piano en koordirectie. Hij is organist van de Pieterskerk te Utrecht. Hij volgde masterclasses bij tal van dirigenten: Daniel Reuss, Jos van Veldhoven, Simon Halsey, Harry Christophers, Fieder Bernius, en bezocht in Engeland tijdens zijn studie de koorscholen in Ely en St. John's College te Cambridge, Christopher Robinson.
In 2005 richtte hij het Ribattuta Vocal Ensemble op, een professioneel ensemble waarmee hij inmiddels een reeks van programma's uitvoerde, variërend van renaissancemuziek t/m nieuwe composities geschreven in opdracht van het Ribattuta Vocal Ensemble. Met Ribattuta treedt Dick op (grote) podia in binnen en buitenland en is regelmatig te horen voor radio-4.
Hij heeft een lange ervaring in het lesgeven aan kinderen en volwassenen. Deze ervaring maakte hem duidelijk dat pianospelen, solo of met anderen, naast het ontdekken van muziek en het plezier hebben in muziekmaken, een belangrijke plaats kan innemen in de ontwikkeling van kinderen, en ook voor volwassenen van veel betekenis kan zijn.





30 augustus 2013

Inge Westra

PROGRAMMA
 
1. Johann Pachelbel
    (1653-1706)
Ciacona in d-moll
2. Dieterich Buxtehude
    (1637-1707)
Kommt her zu mir, spricht Gottes Sohn
    BuxWV 201
3. J.S. Bach
    (1685-1750)
Von Gott will ich nicht lassen
    BWV 658
4. Johann Gottfried Walther  
    (1684-1748)
Concerto del Sigr. Vivaldi in b-moll
    allegro - adagio - allegro



TOELICHTING

De orgelwerken die tijdens dit lunchconcert gespeeld worden, zijn geschreven door Duitse componisten die leefden in de Barok, de stijlperiode waarvan het Bätzorgel in de Pieterskerk een late representant is: namelijk 1787.

1.  Het concert wordt geopend met een Ciacona van de componist Pachelbel.
Een Ciacona is een instrumentaal stuk waarbij het thema in een ¾ maat in de bas, van het begin van het stuk tot en met het einde, zonder onderbreking herhaald wordt; daarboven in de handen worden variaties gespeeld.

2.  Van Buxtehude wordt het koraal "Kommt her zu mir, spricht Gottes Sohn" uitgevoerd.
Hier klinkt de melodie in de bovenste stem en wordt geregistreerd met de prachtig klinkende sexquialter.

3.  De bekendste componist uit deze tijd is natuurlijk Johann Sebastian Bach, van deze componist zal het koraal "Von Gott will ich nicht lassen" gespeeld worden. Een prachtig koraal waarvan de cantus firmus, ofwel melodie, in het pedaal te horen is.

4.  In de tijd, zo rond 1700, was het gebruikelijk dat wanneer een componist een andere componist bewonderde, hij zijn werken bewerkte voor een ander instrument. Dat heeft ook Johann Gottfried Walther gedaan. Hij bewerkte een vioolconcert van de beroemde Italiaanse componist Vivaldi voor orgel.
Het is een concerto bestaande uit 3 delen; een vrolijk en frivool allegro als 1e en 3e deel met als middendeel een langzaam adagio waarbij je de droevige solo van de viool goed kan horen.



Inge Westra studeerde orgel en kerkmuziek aan het Utrechts Conservatorium. Haar docent was Nico van den Hoven. In de Pieterskerk in Breukelen met het prachtige historische Bätzorgel is ze ruim 20 jaar cantor-organist geweest.
Sinds haar studietijd is ze ook dirigent van het Kamerkoor De Bilt, een enthousiast koor waar kwaliteit voorop staat.
Na een jarenlange lespraktijk en het dirigeren van het kinderkoor Harlekiko heeft ze een nieuwe uitdaging gezocht en gevonden; docent eerste graad muziek en CKV aan het Veenlanden College in Mijdrecht.
 



adcs | Orgelconcerten 2012 | Marktconcerten 2012: 20 juli, 27 juli, 3 aug., 10 aug., 17 aug., 24 aug.

Marktconcerten 2012



Diederik Bos

20 juli 2012

Programma

1. Fantasia in d
    SwWV 262
Jan Pietersz. Sweelinck
    (1562-1621)
2. Mein Junges Leben hat ein End'
    SwWV 324
Jan Pietersz. Sweelinck
3. Improvisatie over Psalm 42 Diederik Bos   (*1978)
4. Sonata F-Dur Wq 70
    Allegro - Largo - Allegretto
Carl Philipp Emanuel Bach
    (1714 -1788)
5. Capriccio in a Anoniem


Sweelinck, portret
J. P. Sweelinck, 1606

door Gerrit Pietersz., "broeder van den uytnemensten Orgelist oft Orpheus van Amsterdam", volgens Carel van Mander, Schilder-Boeck, Amst. 1618, fol. 207
 
1.   Deze Fantasia in d kan met redelijke zekerheid toegeschreven worden aan Jan Pietersz. Sweelinck omdat er een sterke structuur in zit. Omdat in dit werk ritmisch complexe delen ontbreken - zoals aanwezig in bijvoorbeeld de Chromatische fantasia of de Hexachord fantasia - gaat men ervan uit dat dit een vroeg werk van Sweelinck betreft. In sommige overleveringen draagt het de titel 'Fuga', hetgeen nooit een oorspronkelijke titel kan zijn omdat een 'Fuga' met die benaming in de tijd van Sweelinck nog niet bestond. Wel werden werken die veel imitatie hebben vaak gekenmerkt door de titel 'Ricercare'. Kortom, er zit veel imitatie in dit werk.

2.   De variatiereeks die Sweelinck schreef op Mein Junges Leben hat ein End', een wereldlijk lied over de vergankelijkheid, behoort tot zijn bekendste werken. Het openingsdeel is een mooie zetting op het lied; naarmate men verder in de variatiereeks komt, neemt vooral de ritmische complexiteit toe. Dit was in de renaissance de meest voorkomende wijze om een crescendo te bewerkstelligen: clavecimbels en orgels hadden hier verder weinig mogelijkheden toe.

3.   In Sweelincks tijd had de organist de taak voor en na de kerkdienst te improviseren op de melodieën van het Geneefse psalter. Dit reformatorische psalter was toen nog nauwelijks bekend in Amsterdam: de alteratie, de overgang van het katholicisme naar de reformatie, was nog in volle gang. Om het volk te stichten en tegelijk met de nieuwe liederen bekend te maken, diende Sweelinck te improviseren op de melodieën van dit psalter. Improvisatie is nog steeds een onmisbare vaardigheid die elke kerkmusicus zou moeten beheersen. Om deze vaardigheid meer gestalte te geven is Psalm 42 in de vorm van een voorbereide improvisatie op dit programma terechtgekomen. De melodie zal versierd worden zoals dat wellicht ook bekend is van een aantal Bach-werken.

4.   In de jaren voor 1750 schreef de vader van Carl Philipp Emanuel Bach - de 'oude' Johann Sebastian de zeer serieuze laat-barokke Hohe Messe en de Kunst der Fuge. Slechts 5 jaar later schreef Carl Philipp deze luchtige Sonata. Het grote verschil tussen vader en zoon zit in het feit dat er inmiddels een veel eenvoudiger harmonisch systeem in de mode was gekomen. Bovendien kregen de nieuw gebouwde instrumenten een grotere klavieromvang. Het zijn deze revolutionaire kenmerken van de pre-klassieke tijd waarvan Carl Philipp gebruik maakte. De Sonate is op het concertprogramma terecht gekomen omdat er nauwelijks muziek te vinden is die beter op dit orgel past. Sterke contrasten tussen forte en piano kunnen goed uitgewerkt worden op het robuuste hoofdwerk en het milde onderpositief.

5.   Hoewel dit Capriccio vaak aan Sweelinck is toegeschreven, is deze compositie zeer waarschijnlijk niet van zijn hand. De voornaamste reden waarom musicologen aan de authenticiteit ervan twijfelen is het ontbreken van een sterke compositorische gedachte. Sweelincks muziek heeft vaak een sterke vorm, en bij dit Capriccio lijkt er geen concept te zitten achter de opeenvolging van, op zich, fraaie delen. Verder past Sweelinck in geen van zijn werken zowel stijgende als dalende chromatische thema's toe. Dit alles doet echter niets af van de schoonheid van het Capriccio, dat in de staart zeker de virtuoze kenmerken heeft die we van Sweelinck kennen.



Diederik Bos (1978) kreeg zijn eerste orgellessen toen hij 9 was. Na een bezoek aan de Matthäus Passion in 1990 kreeg zijn interesse in kerkmuziek een sterke impuls. Dit resulteerde in de beslissing om meer met muziek te gaan doen: in 2007 ging hij studeren aan de Schumann Akademie en vervolgens, in 2010, Kerkmuziek aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Momenteel staat alleen het eindexamen nog open.
Van 2004 tot 2011 was hij organist van de Dorpskerk van Woudenberg en vanaf april 2012 is hij cantor-organist van de Pauluskerk in Breukelen.





Jan Pieter Karman

27 juli 2012

concertante orgelmuziek

1. Sonata Op. 65 No. 2 in c Felix Mendelssohn Bartholdy
    (1809-1847)
    4 delen:  Grave, Adagio, Allegro maestoso e vivace, Fugue: Allegro moderato
2. Concerto voor orgel in G Joh. Seb. Bach
    (1685-1750)
    (BWV 592) 3 delen: (Allegro), Grave, Presto
3. Fuga in d   (BWV 539) Joh. Seb. Bach
4. 2 dansen uit Suite in ouden stijl in D Cornelis J. Bute
    (1889-1979)
    Sarabande, Gavotte (I & II)

1.   Felix Mendelssohn schreef zijn zes Orgel Sonata's in opdracht, uit 1844, van de Engelse uitgevers Coventry and Hollier. De publicatie volgde in 1845.

2.   Bach maakte in 1713 deze orgeltranscriptie van het Vioolconcerto in G van de zeer muzikale Johann Ernst, prins van Sachsen-Weimar (1696-1715).

3.   Bach voltooide de 6 Sonates en Partita's voor onbegeleide viool (BWV 1001-1006) in 1720. De fuga uit de 1e Sonata (BWV 1001) heeft Bach later voor orgel bewerkt (BWV 539), en voor luit (BWV 1000).

4.   Cornelis Johan Bute, blind vanaf zijn geboorte, was 60 jaar (1908-'68) organist op het Baderorgel van de Zutphense Walburgiskerk. Uit zijn Suite in ouden stijl (1944) twee van de zes dansen.



Jan Pieter Karman heeft orgel en kerkmuziek gestudeerd in Arnhem en haalde het diploma uitvoerend musicus in Amsterdam bij Hans van Nieuwkoop. Daarnaast studeerde hij muziekwetenschap in Utrecht. Hij was finalist bij diverse concoursen, o.a. Haarlem 1996. Als organist is hij sinds 2000 verbonden aan de Pieterskerk.

Een aanvullende opmerking bij de dispositie van het orgel:
In 1905 verving W. van Dijk de nog originele spaanbalgen door een magazijnbalg; in 1926 sloot hij de frontpijpen van de Prestant in de gedeelde tussenvelden (discant, vanaf cis' en dubbel) af en plaatste hiervoor binnenpijpen. In 1980 restaureerde de Gebr. Van Vulpen het orgel; het pijpwerk werd in de aangetroffen staat hersteld.





Willeke Smits

3 augustus 2012

Programma

1. Concerto del Signor Tomaso Albinoni in F groot
    Allegro - Adagio - Allegro
Johann Gottfried Walther
    (1684-1748)
2. Partita 'Jesu, meine Freude' Johann Gottfried Walther
3. Concerto del Signor Antonio Vivaldi in b-klein
    Allegro - Adagio - Allegro
Johann Gottfried Walther
4. uit de Holberg suite (suite in olden styl)
    Praelude - Sarabande - Gavotte - Rigaudon
bewerking: Willeke Smits
Edvard Grieg
    (1843-1907)

Willeke Smits studeerde orgel, piano, kerkmuziek en koordirectie. Ze heeft een uitgebreide concertpraktijk, waarin uitdagende programmering centraal staat en concerteert zowel solistisch als in ensemble verband.

Willeke is cantor-organist van De Rank in Nieuwegein-Zuid en organist van het monumentale Ruprechtorgel van de Tuindorpkerk in Utrecht. Ze is vaste dirigent van het Nieuwegeins Kamerkoor, dat in 2011 de Cultuur Award Nieuwegein heeft gewonnen. Ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan is met groot succes de geënsceneerde uitvoering van de opera Dido en Aeneas van Henry Purcell uitgevoerd.

Willeke heeft een privé lespraktijk voor piano en orgel in Maarssen en omstreken.
In 2005 nam ze haar eerste solo-cd op, met werken van J.S. Bach, C.Ph.E. Bach en D. Scarlatti. In 2011 verscheen een tweede cd met orgelwerken van Hendrik Andriessen, die onder meer met een 10 in het blad 'Luister' is gewaardeerd. Willeke is onder meer bestuurslid van de Koninklijke Verenigign van Organisten en Kerkmusici (KVOK) en de Stichting Utrecht Orgelland. Willeke Smits is cultureel adviseur van de zondagmiddagconcerten in de Sint-Willibrordkerk in Utrecht.
www.willekesmits.nl  





Peter Verhoogt

10 augustus 2012

Programma

1. Toccata in a-klein Jan Pieterszoon Sweelinck     (1562-1621)
2. Bergamasca Girolamo Frescobaldi     (1583-1643)
3. Tiento Pablo Bruna     (1611-1679)
4. Voluntary in G Henry Purcell     (1659-1695)
5. Preludium in c klein     Uit WTK deel 2 Johann Sebastian Bach     (1685-1750)
6. Sonate in C groot Philip Pool     (1709-1795)

Vrijdag a.s. geeft organist Peter Verhoogt het marktconcert in de Pieterskerk te Breukelen. Het concert begint om 12.30 uur en het duurt 30 minuten. De toegang is vrij, er is wel een collecte.

Het programma biedt een soort 'Tour d'Europe', zoals jonge muzikanten (en kunstschilders) die vroeger wel ondernamen om te weten te komen welke ontwikkelingen er waren op hun vakgebied.
Eerst dan uit de Lage Landen een Toccata, een speelstuk, van Jan Pieterszoon Sweelinck, ook al omdat 2012 een Sweelinckjaar (450 jaar geleden geboren). Nu is iedere gelegenheid goed om muziek van hem te spelen, want die muziek blijft tot de verbeelding spreken.*)
Dan naar Italië, met een Bergamasca, een kringdans in twee richtingen, van Girolamo Frescobaldi, met een steeds terugkerend thema.
Daarna geeft een Tiento van de Spanjaard Pablo Bruna de organist de gelegenheid de cornet van het Hoofdwerk te laten horen.
Engeland wordt vertegenwoordigd met een Voluntary door Hofcomponist Henry Purcell (als zodanig benoemd door 'onze' Willem III, de Stadhouder-koning).
In Duitsland wordt grootmeester Johann Sebastian Bach bezocht; van hem een kort, maar rijk, klein werk.
We komen weer thuis, na een reis door de 16e, de 17e en de 18e eeuw, met een galante Sonate van Philip Pool, die o.a.in Leiden heeft gewerkt.

Peter Verhoogt studeerde muziekwetenschap, orgel en kerkmuziek te Utrecht. Was winnaar van Domstad Orgelconcours. Is dirigent-organist in Willibrorduskerk te Bodegraven. Begeleidt veel koren in omgeving Utrecht en geeft soloconcerten. Werkt mee aan tv-vieringen van RKK in Bodegraven.
    *)  Annie Romein-Verschoor, 'Jan Pietersz. Sweelinck, Amsterdams organist en Europees muziekmeester', in Erflaters van onze beschaving (1977, p. 209-), p. 230:
... laten wij Sweelinck niet te nadrukkelijk opeisen voor het Nederlands pantheon, want niet als de Nederlandse musicus die hij onmiskenbaar was, maar als de Europese kunstenaar die hij voor zijn Duitse erfgenamen werd, heeft hij zijn cultuurhistorische taak vervuld.





Egbert Schoenmaker

17 augustus 2012

Programma

1. Georg Boehm   (1661-1733) Praeludium in F
2. Hans Leo Hassler   (1564-1612) Canzon in d   (uit de 'Turiner Tabulatur')
3. Dietrich Buxtehude   (1637-1707) Canzonetta in G   (BuxWv 171)
4. William Byrd   (ca. 1543-1623) The Queenes Alman
5. Adriano Banchieri   (1567-1634) Fantasia in eco movendo un registro 3'
6. Johann Kaspar Kerll   (1627-1693) Canzona III
7. Georg Muffat   (1653-1704) Chaconne in G   (uit 'Apparatus musico-organisticus')
8. Georg Böhm   (1661-1733) Capriccio


Egbert Schoenmaker studeerde orgel aan de conservatoria in Utrecht (Nico van den Hooven), Arnhem (Bert Matter) en Amsterdam. Na zijn eindexamen solospel bij Piet Kee in Amsterdam studeerde hij clavecimbel bij Anneke Uittenbosch. Hij is reeds 25 jaar organist van het Epmann-Orgel [1814] in de Simon & Judaskerk in Ootmarsum.

Tot voor kort was hij als Orgelrevisor voor de Lutherse Landeskirche Hannover verantwoordelijk voor het diocees Osnabrück van de Lutherse Kerk in Hannover, Nedersaksen. In die hoedanigheid was hij voorzitter van de orgelcommissie die het restauratieprojekt van het Christian Vaterorgel in Melle heeft begeleid.

Egbert Schoenmaker concerteert regelmatig in Duitsland en Nederland en maakte concertreizen naar o.a. Italie, USA, Canada en Portugal. Afgelopen maart speelde hij samen met het orkest van 'Southern University' (Collegedale Tennessee) Orgelconcerten van Joseph Haydn.

Hij is de initiator van de orgelconcerten in het grensgebied van Twente (Ootmarsum) en de Graafschap Bentheim. Deze serie op voornamelijk historische instrumenten heeft een traditie van meer dan 30 jaar. De orgels hebben veel organisten van internationale faam aangetrokken, waardoor deze serie een niet meer weg te denken plek heeft ingenomen in de Nederlandse en Duitse Orgelcultuur.

Ook is hij zeer aktief als pedagoog en leidt hij veel leerlingen op als kerkorganist (Organist im Nebenamt). De vele, waaronder de historische orgels in de Graafschap, dienen daartoe als les-en studiemogelijkheid.





Johan Erné

24 augustus 2012, 12.30

Spaanse muziek

Johan Erné [<] gaat een programma uitvoeren van werken uit de bloeiperiode van van de Spaanse orgelmuziek: de 17e eeuw, met muziek van
  • Sebastián Aguilera de Heredia (1561-1627), Tiento lleno, Salve, La Reina de los Pangelinguas, Falsas del sexto tono
  • José Ximenez (1601-1672), Batallo del sexto tono
  • Francisco Correa de Arauxo (1576-1654), Tiento de cuarto tono, Tiento de medio registro
  • Pablo Bruna (1611-1679), Pange Lingua, Obra del octavo tono.
Oude muziek, langgeleden geschreven, maar springlevend en sprankelend zodra zij ten gehore gebracht wordt. De Spaanse muziek, die vaak geschreven is voor een orgel met één klavier met gedeelde registers geeft de organist de kans de vele mogelijkheden uit te buiten van het Bätz-orgel, dat immers ook een aantal gedeelde registers heeft. Zo zal hij met tientos, glosas, dífferencias en een batalla de fraaie klankkleuren van dit Breukeler orgel laten horen.

Johan Erné (1956) studeerde theologie, muziekwetenschappen en sanskriet in Utrecht. Zijn orgelstudie volgde hij bij Peter van Dijk, Stephen Taylor en Jan Raas. Bij José Luis Gonzáles Uriol volgde hij een Masterclass Spaanse orgelmuziek. Hij werkt als organist onder meer bij het PVV en de Bethelkerk in Utrecht. In Breukelen is hij werkzaam bij de Wijkgemeente Centrum. Ook speelt hij rouw- en trouwdiensten, onder meer in Slot Zuylen.



Home | Orgelconcerten | Marktconcerten (top)