< | 1 jan., 26 jan., 23 febr., 23 maart, 20 april, 27 april, 25 mei
Nog enige tijd te beluisteren op Kerkomroep.nl - Pauluskerk/Pieterskerk.


Orgelwerken uit de luthersche barok

over:   "Komm, heiliger Geist, Herre Gott"

Jan Pieter Karman

J.P. Karman en orgel

zat. 25 mei 2013, 20 u

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



J.P. Karman aan het orgel
Dispositie en c.v. JPK  
P R O G R A M M A

Komm, heiliger Geist, Herre Gott

Noord-Duitse orgelschool van de 17e eeuw
1. Matthias Weckmann (ca. 1616-1674):   3 orgelverzen
    - melodie in de sopraan, organo pleno
    - melodie in de sopraan, geornamenteerd
    - melodie in de bas, à 3

G  
2. Heinrich Scheidemann (ca. 1595-1663):
    - geornamenteerd koraalvoorspel

F  
3. Franz Tunder (1611-1663):
    - koraalfantasie

G  
4. Dieterich Buxtehude (1637-1703) - BuxWV 199:
    - geornamenteerd koraalvoorspel

F  
Midden-Duitsland
5. Johann Pachelbel (1653-1706):
    - koraalfughetta

G  
6. Samuel Scheidt (1587-1654):
    - koraalzetting (uit: Görlitzer Tabulaturbuch, 1650)

F  
7. Friedrich Wilhelm Zachow of Zachau (1663-1712):
    - koraalmotet

G  
8. Johann Gottfried Walther (1684-1748):
    - koraalvoorspel, à 3
F  
9. Johann Sebastian Bach (1685-1750) - BWV 652:
    - alio modo, a 2 Clav. e Pedale (geornamenteerd koraalvoorspel)    
G  
10. Johann Sebastian Bach - BWV 651:
    - Fantasia super 'Komm, heiliger Geist ...'.
Organo pleno, Canto fermo in Pedale

F  

T O E L I C H T I N G

"Komm, heiliger Geist, Herre Gott" is het belangrijkste pinksterlied uit het lutherse Duitsland - dat blijkt ook uit de vele orgelcomposities over dit lied.

Uit de gouden eeuw van de orgelmuziek, de Noord-Duitse orgelschool, vier componisten. De 1e generatie daarvan zijn directe leerlingen van Sweelinck: onder hen was Scheidemann, organist van de Catharinenkirche in Hamburg. Van de 2e generatie Weckmann, organist van de Hamburgse Jacobikirche, en Tunder, organist van de Marienkirche in Lübeck. Van de 3e generatie Buxtehude, Tunders opvolger; hij heeft grote muzikale invloed gehad op Bach.

Een belangrijke organist en componist uit Midden-Duitsland was Pachelbel, die vooral bekend geworden is door zijn Canon in D. Ook van hem is sterke invloed naspeurbaar op Bach (diens oudste broer was Pachelbels leerling). Zachow, die in de stijl schreef van Sweelinckleerling S. Scheidt en Pachelbel, was eveneens een voorloper van Bach. Zijn belangrijkste leerling was Händel, van wie hij de enige leermeester was. Bachs neef Walther is vooral bekend als samensteller van zijn Musicalisches Lexicon (Leipzig, 1732).





Orgelwerken van Tunder & De Klerk

Victimae paschali, Christ lag in Todesbanden

Jan Pieter Karman

zat. 27 april 2013, 20 u

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A

1. Tres Meditationes Sacrae, Dic nobis, Maria
    1e meditatie - uit de Sequentia 'Victimae Paschali'
Albert de Klerk
    (1917-1998)
2. Koraalfantasie over "Christ lag in Todesbanden" Franz Tunder
    (1614-1667)
3. Tres Meditationes Sacrae, Mane nobiscum
    2e meditatie
Albert de Klerk
4. Drie orgelverzen over "Jesus Christus, unser Heiland     Franz Tunder
5. Tres Meditationes Sacrae, Pax vobis
    3e meditatie
Albert de Klerk

T O E L I C H T I N G

Het Paastriduum of Triduum Sacrum - de drie heilige dagen van Pasen - is de periode die begint met de viering op de avond van Witte Donderdag en loopt tot en met de Paasnachtdienst op Stille Zaterdag. In deze periode worden lijden, dood en opwekking van Christus herdacht. Bij het Triduum hoort ook de viering van het Avondmaal in de Paasnachtdienst, of - in de calvinistische traditie - op Goede Vrijdag. Op het Triduum volgt de Paastijd, die loopt van de 1e t/m de 50e Paasdag, of Pinksteren.
Albert De Klerk schreef in 1992/'93 vanuit de r.-k. traditie zijn Tres Meditationes Sacrae, drie heilige meditaties, gebaseerd op drie verschijningsverhalen uit de evangeliën.
Het liturgische orgelspel van Franz Tunder stamt uit een heel andere tijd en traditie: de Noordduitse, lutherse orgelschool uit de 17e eeuw. Tunder was organist van de Marienkirche in Lübeck, op welke post hij in 1668 werd opgevolgd door Buxtehde.

1, 3, 5.  In deze 3 orgelmeditaties levert De Klerk een klankmonument van zijn liturgische improvisatiestijl op het Adema-orgel van de Haarlemse St.-Jozephkerk tijdens de kerkelijke vieringen.
De 1e meditatie begint met het ochtendgloren bij het graf op paasmorgen, de 2e met het voortsjokken van de Emmaüsgangers, het begin van de 3e proclameert het 'Vrede met jullie!' in enkele lange akkoorden.
De bijbehorende verschijningsverhalen zijn resp. de vrouwen bij het graf (Marcus 16, 1-8), de Emmaüsgangers (Lucas 24, 13-34) en de leerlingen met de 'ongelovige' Thomas (Johannes 20, 19-29).

2.  Luther werkte tekst en melodie van de paassequens Victimae Paschali uit tot het gemeentelied "Christ lag in Todesbanden" (1524 - Liedboek gez. 203), een 7-strofig paaslied uit het perspectief van Goede Vrijdag. Een koraalfantasie heeft in principe zoveel secties als er melodieregels zijn; elke regel wordt uitgebreid behandeld, o.a. met echomotieven.

4.  Het avondmaalslied "Jesus Christus, unser Heiland, der von uns den Gotteszorn wandt" telt 10 verzen. Voor de alternatimpraktijk schreef Tunder 3 orgelverzen. De 1e voor het volle orgel met dubbelpedaal waarbij de rechtervoet de melodie - in de tenor - speelt, de 2e met een kleinere registratie en de melodie ook in de tenor, de 3e weer voor het volle orgel met de melodie in het pedaal, de bas.




Orgelconcerten in 2013

Van januari t/m november: elke vierde zaterdag van de maand om 20.00 uur in de Pauluskerk
    (26-1, 23-2, 23-3, 27-4, 25-5, 22-6, 27-7, 24-8, 28-9, 26-10 en 23-11).

3 Middagconcerten orgel & viool 16.00 uur Pieterskerk
Zaterdag 20 april, 6 juli & 14 september met Marieke de Bruijn, viool.
    Met in aansluiting aan het Nieuwjaarsconcert [<] o.a. Vivaldi's overige jaargetijden: lente (20-4), zomer (6-7) en herfst (14-9).

Marktconcerten
Elke vrijdag in juli & augustus om 12.30 uur in de Pieterskerk
    (5, 12, 19 en 26 juli, 2, 9, 16, 23 en 30 augustus).




LENTE-CONCERT

door

Marieke de Bruijn, viool

&

Jan Pieter Karman, orgel

zaterdag 20 april 2013, 16.00 uur.

Pieterskerk te Breukelen
 
Straatweg 59
Dispositie

werken van J. S. Bach, Vivaldi (de Lente), Händel e.a.

toegang vrij - collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A

1. Partita No. 3 voor onbegeleide viool in E
    BWV 1006: Preludio
Johann Seb. Bach
    (1685-1750)
2. Twee koraalbewerkingen over
"Christ lag in Todesbanden"
    in de vorm van een koraalmotet (fantasia)
met een gecoloreerde cantus firmus
Georg Böhm
    (1661 - 1733)
3. Sonata voor viool en basso continuo Op. 1-2 in g
    HWV 360: Larghetto, Andante, Adagio, Presto
Georg Fr. Händel
    (1685-1759)
4. Twee wereldlijke liedvariaties
    Onder een linde groen, 4 variaties, SwWV 325
    Pavana hispanica, 8 variaties (4 van S. Scheidt), SwWV 327
Jan Pietersz. Sweelinck
    (1561 - 1621)
5. Vioolconcerto Op. 8 Nr. 1 "La primavera" in E
    Allegro, Largo e pianissimo sempre,
Danza Pastorale: Allegro
Antonio Vivaldi
    (1678 - 1741)

T O E L I C H T I N G

1.  Bachs Sonata's en Partita's voor solo viool (BWV 1001-1006), oorspronkelijk 'Sei Solo a Violino senza Basso accompagnato' genaamd, is een cyclus van 6 werken voor onbegeleide viool. Bach begon met het componeren van deze werken rond 1703 in Weimar en voltooide hen in Köthen. De sonata's hebben elk het typische, vierdelige patroon van de 'sonata da chiesa', de partita's zijn verzamelingen van dansen.

2.  Böhm was een van de laatste vertegenwoordigers van de Noordduitse orgelschool uit de 17e eeuw. Hij schreef twee koraalberkingen over het paaslied 'Christ lag in Todesbanden'. In de eerste hoort u vanmiddag een demonstratie van het prestantenplenum: eerst alleen de Prestant 8', dan de Octaaf 4' erbij, de Octaaf 2', de Quint 3' en tot slot de Mixtuur. In de tweede hoort u als soloregister de Sexquialter.

3.  Händels Opus 1 bevat 15 sonata's voor begeleid solo-instrument (fluit, viool of hobo). Op. 1 Nr. 2 is ontstaan ca. 1725/1726 en origineel voor blokfluit geschreven.

4.  Sweelinck is onder meer vermaard om zijn geestelijke en wereldlijke liedvariaties voor toetsinstrument. In de 1e variatie van 'Onder een linde groen' hoort u het register Trompet. Van de Pavana hispanica zijn de variaties 1, 5, 7 en 8 van Sweelinck, de variaties 2, 3, 4 en 6 zijn van zijn leerling Samuel Scheidt (1587 - 1654).

5.  In 1725 werden de Vier Jaargetijden gepubliceerd, als de eerste vier van twaalf vioolconcerten met de titel Il Cimento dell'armonia e dell'inventione (De Krachtmeting van Harmonie en Inventie). Vivaldi schreef voor elk seizoen een sonnet.
Het toekennen van de seizoenen aan de vier concerten maakt De Vier Jaargetijden tot een van de eerste programmatische werken. In de partituur staan op diverse plaatsen aanduidingen die deze programmatische opzet verduidelijken en deze in de uitvoering ondersteunen, zoals bij De Lente de plaatsen waar het blaffen van de hond, het onweer en diverse vogelgeluiden worden aangegeven. Het sonnet dat Vivaldi muzikaal uitbeeldt in de 3 delen (a/b/c) van 'De Lente' (^):
De lente is gekomen, en met een blij gemoed
brengen alle vogels haar een welkomstgroet.
Het zoele windje suizelt zachtjes door de bomen
en overal hoort men de beekjes kabb'lend stromen.

Maar dan betrekt de lucht: het wordt nu lelijk weer;
de bliksem schiet door het zwerk, de donder gaat tekeer.
Doch na een tijdje is het onweer al voorbij,
de vogels gaan weer zingen, heel vrolijk en heel blij.

En in een bloemenwei daar ligt een man te dromen.
Een herder is 't, zijn hond waakt grommend aan zijn zij.
De blaad'ren in 't struweel, die ritselen zo zacht.

Daar klinkt een doedelzak; van heind'en verre komen
de herders en de nimfen, ze dansen in de wei
ter ere van de lente, in al haar grootse pracht.

Marieke de Bruijn en haar Kempter-viool (1776)

Marieke de Bruijn begon op tienjarige leeftijd met vioolspelen. Zij studeerde aan het Sweelinck-conservatorium in Amsterdam en behaalde in 1995 cum laude haar diploma. Zij werkt als freelance musicus in het Koninklijk Concertgebouworkest en vele kamermuziekensembles, waaronder het Schönbergensemble. Haar eigen klassieke strijkkwartet heet 'Het Vondelkwartet'. Haar brede muzikale belangstelling bracht haar ook bij tango-, jazz- en zigeuner-muziek - en bij nog weer andere genres, zoals het kindermuziektheater.
Zij speelt op een viool van de Beier Andreas Kempter (1706-'86) uit 1776, die in de traditie staat van de beroemde Oostenrijkse bouwer Jacob Stainer uit de 17e eeuw. Deze viool is een 'transitie-instrument' - geen barokviool meer, maar ook geen 'modern' (= vanaf eind 18e eeuw) instrument - en is voorzien van darmsnaren.



Marieke speelde al eerder samen met Jan Pieter.





Passieconcert

orgelwerken van Johannes Brahms

Jan Pieter Karman

zat. 23 maart 2013, 20 u

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A

A. Choralvorspiel und Fuge über "O Traurigkeit, o Herzeleid", WoO 7
[Choralvorspiel.] Poco Adagio (a-Moll) (1858)
Fuge. Adagio (a-Moll) (1873)
 
B. Elf Choral-Vorspiele (1896), Opus 122 (posth.)
"Mein Jesu, der du mich" (e-Moll)
"Herzliebster Jesu". Adagio (g-Moll)
"O Welt, ich muss dich lassen" (F-Dur) [erste Fassung]
"Herzlich tut mich erfreuen" (D-Dur)

"Schmücke dich, o Liebe Seele" (E-Dur)
"O wie selig seid ihr doch, ihr Frommen". Molto moderato (d-Moll)
"O Gott, du frommer Gott" (a-Moll)
"Es ist ein Ros' entsprungen" (F-Dur)
"Herzlich tut mich verlangen" (a-Moll) [erste Fassung]
"Herzlich tut mich verlangen" (a-Moll) [zweite Fassung]
"O Welt, ich muss dich lassen" (F-Dur) [zweite Fassung]
 
C. Fuge, WoO 8.
Langsam (as-Moll) (1856)
 

    De koraalteksten komen in het programmaboekje.





Orgelconcert

werken van César Franck

Jan Pieter Karman

zat. 23 februari 2013, 20 u

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A

A.   Suite VI (uit: L'Organiste)
    Sept pièces en fa majeur et fa mineur
[Entrée.] Allegretto in F-groot
[Basse de Basson.] Andantino in F-groot
Lento in F-klein
[Récit de Flûte.] Allegretto in F-klein
[Dialogue de Flûtes.] Allegretto in F-groot
Poco lento in F-klein
Sortie. Molto moderato in F-groot

B.   Suite VIII (uit: L'Organiste)
    Sept pièces en sol majeur et sol mineur
[Prélude.] Poco allegretto in G-groot
Vieux noël (Bel astre que j'adore). Poco lento in G-klein
Noël angevin (1). Allegretto in G-groot
Quasi lento in G-groot
Noël angevin (2). Quasi Allegro in G-klein
Allegretto vivo in G-klein
Sortie. Allegro in G-groot

C.   Cantabile in b-klein

intermezzo: het 'koraal' uit Choral III

D.   Choral III in a-klein

T O E L I C H T I N G

A & B.  Franck (1822-1890) kreeg in 1889 van uitgever Enoch de opdracht een bundel van 100 stukken te componeren voor harmonium. Franck had voor dit instrument al eerder geschreven, want het harmonium was een belangrijk instrument geworden in de 2e helft der 19e eeuw. Ook veel kerken beschikten over zo'n instrument, hetzij als koor- of 2e 'orgel', hetzij als 'hoofdorgel' omdat de fysieke of financiële ruimte ontbrak voor een pijporgel.
Het Franse harmonium is van het drukwindtype met een heel karakteristiek geluid, imposant vergeleken met de Duitse of Amerikaanse zuigwind-variant. Het werd ook aangeduid als 'orgue expressif', omdat de klanksterkte veel beter te reguleren is dan die van een pijporgel. Franck wilde met deze stukken de amateur kerkorganist, die op zo'n 'orgel' speelde, muziek in handen geven, zeker ook voor liturgisch gebruik.
Aanvankelijk wilde Franck 12 Suites componeren, uitgaande van de 12 tonen binnen het octaaf. Elke Suite zou 7 stukken bevatten, en daarnaast 1 of 2 'Amens' (in majeur en/of mineur), waarmee het aantal op 100 zou komen. Door zijn overlijden eind 1890 zijn 9 van de beoogde 12 Suites afgerond.
Elke Suite bestaat uit 6 vrij korte karakterstukken, die soms bekende volksliedjes als uitgangspunt hebben, waaronder noëls. Het 7e en slotdeel is van veel grotere lengte: tussen het eigen materiaal van dit deel zijn elementen uit de vorige 6 stukjes geïntegreerd ('cyclische principe').

C & D.  Het getal 12 kom je ook tegen bij Francks drie cycli met composities voor het orgel: in totaal gaat het hier om 12 (grote) orgelwerken. Deze 12 gelden zonder uitzondering als hoogtepunten van het gehele romantische orgelrepertoire. Uit 1868 dateren de Six Pièces. Van tien jaar later zijn de Trois Pièces, waaronder het Cantabile en si mineur.
De Trois Chorals zijn Francks laatste composities zonder meer. De drie werken werden voltooid in september 1890 (in dezelfde periode als de 9 Suites uit L'Organiste), zes weken voor zijn dood, en ontstonden op verzoek van zijn vriend de Parijse muziekuitgever Auguste Durand.





Orgelconcert

BACH, van Advent tot Maria-Lichtmis

Jan Pieter Karman

zat. 26 januari 2013, 20 u

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A
werken van Johann Sebastian Bach (1685-1750)

ADVENT: (vanaf) 4e zondag voor Kerstmis
Nun komm', der Heiden Heiland  (Lvdk 122: Kom tot ons, de wereld wacht)
-  BWV 661,  in Organo pleno, Canto fermo in Pedale
-  BWV 660 iii,  (trio) a due Bassi e Canto fermo
-  BWV 659 iii,  a 2 Clav. e Pedale
KERSTMIS: 25 december, 1e kerstdag
In dulci jubilo
-  BWV 751
-  BWV 608 ii,  a 2 Clav. e Pedale, Canone doppio all' Ottava
-  BWV 729 i
Vom Himmel hoch, da komm' ich her  (Lvdk 133: Ik ben een engel van de Heer)
-  BWV 738 i
-  BWV 606 ii
-  BWV 701 v,  (fughetta)
-  BWV 700 v,  (fuga)
Pastorale
-  BWV 590,  (4 delen)
OUDJAAR: 31 december
Das alte Jahr vergangen ist  (Lvdk 396: Het oude jaar is nu voorbij)
-  BWV 614 ii,  a 2 Clav. e Pedale
NIEUWJAAR: 1 januari, 8e kerstdag
In dir ist Freude  (melodie Lvdk 477)
-  BWV 615 ii
EPIFANIE: 6 januari, Driekoningen
Wie schön leuchtet der Morgenstern  (Lvdk 157: Hoe helder staat de morgenster)
-  BWV 739 i,  a 2 Clav. e Pedale
DOOP VAN JEZUS: 13 januari
Christ, unser Herr, zum Jordan kam  (Lvdk 165: Toen Jezus bij het water kwam)
-  BWV 684 iv,  a 2 Clav. e Pedale, Canto fermo in Pedale
MARIA LICHTMIS of REINIGING: 2 februari
40e kerstdag, opdracht van Jezus in de tempel
Herr Gott, nun schleuss den Himmel auf
-  BWV 617 ii,  a 2 Clav. e Pedale
Mit Fried' und Freud' fahr' ich dahin   (de 'lutherse' Lofzang van Simeon)
-  BWV 616 ii

T O E L I C H T I N G

Herkomst orgelkoralen:
uit de periode Arnstadt (1703-'07);
Orgelbüchlein - BWV 599-644, uit periode Weimar (1708-'17);
18 Leipziger koralen - BWV 651-668, Weimar/Leipzig;
Clavierübung III - koralen BWV 669-689, Leipzig 1739;
Kirnberger koralen - BWV 690-713, uit periode Weimar.
BWV 751 is waarschijnlijk van Johann Michael Bach (1648-1694);
de Pastorale stamt waarschijnlijk uit begin periode Leipzig (1723-'50).




Inmiddels een traditie in Breukelen:

Nieuwjaarsconcert

door

Marieke de Bruijn, viool

&

Jan Pieter Karman, orgel


dinsdag 1 januari 2013, 14.00 uur.

Pieterskerk te Breukelen
 
Straatweg 59
Dispositie

werken van J. S. Bach, Vivaldi (de Winter), Locatelli e.a.

toegang vrij - collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A

1. Koraalbewerkingen voor Nieuwjaar en Driekoningen
Johann Sebastian Bach  (1685-1750)
    -  "In dir ist Freude"  BWV 615 (ca. 1715)
Johann Pachelbel  (1653-1706)
    -  "Wie schön leuchtet der Morgenstern"
    (No. 2 uit 'Acht Choräle zum Präambulieren', vóór 1693)
Dieterich Buxtehude  (1637-1707)
    -  Koraalfantasie "Wie schön leuchtet der Morgenstern"
    (2 coupletten), BuxWV 223 (ca. 1690)
2. Pietro Antonio Locatelli  (1695-1764)
    -  Viool-Concerto Op. 3 No. 2 in c-klein (1733)
    Andante - Capriccio - Largo - Andante - Capriccio
3. Johann Sebastian Bach
    -  Fantasia (1720?) - Trio - Fuga in G-groot  BWV 571-585-577
    Allegro - Adagio - Allegro - Largo (Trio, 1e deel) - Allegro (Fuga, 'alla Giga')
4. Max Reger  (1873-1916)
    -  "Wie schön leuchtet der Morgenstern"  Op. 67 No. 49 (1902)
5. Antonio Vivaldi  (1678-1741)
    -  Viool-Concerto in f-klein, "L'inverno" (de Winter),
    Op. 8 No. 4, RV 297 (1723). Uit "Le Quattro Stagioni" (De Vier Jaargetijden)
    Allegro non molto - Largo - Allegro



T O E L I C H T I N G

1.  Ook dit nieuwjaarsconcert in Breukelen begint weer met Bachs feestelijke fantasie over het nieuwjaarskoraal "In dir ist Freude". Pachelbel en Buxtehude hebben Bach sterk muzikaal beïnvloed. Zij kenden elkaar: Pachelbel heeft de klaviervariaties Hexachordum Apollinis' (Neurenberg, 1699) aan Buxtehude opgedragen.

2.  Locatelli was een virtuoos violist en zijn composities zijn dan ook vooral werken voor viool. Zijn belangrijkste publicatie is wellicht de 'Arte del violino', Opus 3, een bundel van twaalf concerti voor viool en orkest. Deze bevat 20 technisch zeer moeilijke capriccio's voor soloviool met elk een uitgebreide cadens (zonder begeleiding).

3.  Bach's auteurschap van de 3-delige Fantasia en de Fuga 'alla Giga' is onzeker. Het (4-delige) Trio voor 2 violen en basso continuo is van zijn tijdgenoot Johann Friedrich Fasch. Bach bewerkte daarvan de eerste 2 delen voor orgel (adagio - allegro).

4.  Van de laat-romanticus Reger is het beroemde citaat: "Bach ist Anfang und Ende aller Musik". Opus 67 bevat 52 sfeervolle 'eenvoudige' koraalvoorspelen.

5.  Het sonnet dat Vivaldi muzikaal uitbeeldt in de 3 delen (a/b/c) van 'De winter' (^):
Stijf van de kou bibberen te midden van de ijzige sneeuw
bij de striemende slagen van een verschrikkelijke wind,
steeds met je voeten stampend lopen
en vanwege de strenge kou met je tanden klapperen;

Bij het haardvuur tevreden dagen doorbrengen,
terwijl buiten de regen iedereen doorweekt.
Lopen over het ijs met langzame pas,
uit vrees om te vallen voorzichtig glijden.

Snelle rondjes maken, en vallen,
opnieuw het ijs opgaan en hard rennen,
totdat het ijs breekt en meegeeft.

Het horen uitbreken vanuit hun verbanningsoord
van de Sirocco, de Borea en alle wedijverende luchtstromen,
dit is de winter, maar wat een vreugde brengt hij ons!



< | adcs | orgelconcerten 2013 (top)