HOME | Orgelconcerten | 2014: 1 jan., 25 januari, 22 februari, 22 maart
Nog enige tijd te beluisteren op Kerkomroep.nl - Pauluskerk/Pieterskerk.


Nederlandse orgelwerken

uit de 20e eeuw

Andriessen & De Klerk

CONCERT in de PAASWEEK

door

Jan Pieter Karman

J.P. Karman en orgel zat. 26 april 2014
20.00 uur

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



J.P. Karman aan het orgel
Dispositie en c.v. JPK  
P R O G R A M M A

Premier Choral in fis-kl. (1913) - Hendrik Andriessen
Ricercare in e-klein (1950) - Albert de Klerk
    "voor Jacob Bijster"
Passacaglia in a-klein (1929) - Hendrik Andriessen
    "Aan den grooten organist Cornelis de Wolf"
Tres Meditationes Sacrae (1992/3) - Albert de Klerk
    1e meditatie: Dic nobis, Maria ...
Dic nobis, Maria, quid vidista in via?
(Zeg ons, Maria, wat hebt gij onderweg gezien?)
Sepulcrum Christi viventis: et gloriam vidi resurgentis.
(Het graf van de levende Christus, en de heerlijkheid van de Verrezene.)
- uit de Sequentia 'Victimae paschali'


    2e meditatie: Mane nobiscum ...
Mane nobiscum, quoniam advesperascit, et inclinata est jam dies
(Blijf bij ons, want het wordt avond en de dag loopt reeds ten einde)
- uit het evangelie volgens Lucas 24, 29-31


    3e meditatie: Pax vobis (Vrede met jullie!)
Beati, qui non viderunt, et crediderunt
(Zalig, die niet zien en toch geloven)
- uit het evangelie volgens Johannes 20, 24-29


T O E L I C H T I N G

Hendrik Andriessen (1892-1981) werd opgeleid door zijn vader Nico en later door Louis Robert, de stadsorganist van Haarlem. Aan het Amsterdamsch Conservatorium studeerde hij vervolgens bij Jean-Baptiste Charles de Pauw (orgel) en Bernard Zweers (compositie). Na de dood van zijn vader in 1913 werd hij zelf organist van de Haarlemse St.-Josephkerk. Hij bekwaamde zich vooral in improvisatie. Een belangrijke vriendschap ondervond hij in deze jaren van Alphons Diepenbrock, wiens stijl hem aanvankelijk beïnvloedde.
In de jaren 1927-49 was Andriessen docent muziektheorie en compositie aan het Amsterdamsch Conservatorium. Daarnaast doceerde hij orgel, improvisatie en gregoriaans aan de r.-k. Kerkmuziekschool te Utrecht. In 1934 verruilde hij zijn taak als organist in Haarlem voor die van organist en dirigent aan de Ste.-Catharinakathedraal van het Aartsbisdom Utrecht. In die stad was hij vanaf 1937 ook conservatoriumdirecteur. Van 1949-'57 was hij directeur van het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Tegelijkertijd was hij ook als componist zeer productief. Hij beoefende alle mogelijke genres. Hij schreef onder meer twee opera's: Philomela (1948-'49, op een libretto van Jan Engelman) en De Spiegel van Venetië (1964, libretto Hélène Nolthenius).
1.  Het Premier Choral behoort tot Andriessens vroege werken. Daaruit blijkt duidelijk zijn bewondering voor de Franse componist César Franck en diens 3 Chorals; hij componeerde nog een 2e (1916) en 3e Choral (1920), en veel later zelfs een 4e (1952).
3.  De Passacaglia ademt duidelijk een modernere geest, conform de stijl van die tijd.

Albert de Klerk (1917-1998) studeerde aan het Amsterdamsch Conservatorium, waar hij les kreeg van Anthon van der Horst, Cornelis de Wolf en Hendrik Andriessen. In 1939 studeerde hij cum laude af op orgel en werd hij onderscheiden voor improvisatie. De Klerk was van zijn 16e jaar (als opvolger van Andriessen) tot zijn dood organist op het Adema-orgel van de St.-Josephkerk in Haarlem. Van 1956-'82 was hij samen met Piet Kee stadsorganist van Haarlem en bespeelde het Müllerorgel van de Grote of St.-Bavokerk. Dit was een unicum, omdat De Klerk van r.-k. huize was.
Van 1965-'85 was hij hoofdleraar orgel aan het Amsterdamsch Conservatorium, later het Sweelinck Conservatorium. Hij componeerde muziek voor orgelsolo, drie concerten voor orgel en orkest, orkestwerken, vocale muziek, kerkmuziek en beiaardmuziek.
2.  Het 4-delige Ricercare is een eerbetoon aan Sweelinck. De 4 imitatorisch opgezette secties zijn heel divers van karakter: Andante - (Adagio) - Giocoso - Maestoso.
4. 5. 6.  De 1e meditatie begint met het ochtendgloren bij het graf op paasmorgen (waar de vrouwen naar op weg zijn), de 2e met het voortsjokken van de Emmaüsgangers van Jeruzalem naar huis, de 3e met het in enkele lange akkoorden proclameren van 'Vrede met jullie!' (door Jezus gericht tot de leerlingen, onder wie de 'ongelovige' Thomas).




ORGELCONCERTEN BREUKELEN

in 2014, januari t/m november

De Protestantse Gemeente Breukelen beschikt over twee kerkgebouwen, de 'oude' Pieterskerk (15e eeuw en later) en de 'nieuwe' Pauluskerk (1908-'09).
In de Pieterskerk staat het fraaie Bätz-orgel (1787/1867), het orgel in de Pauluskerk is in zijn laatste gedaante van De Koff (1870/1909/1953).
In beide kerken worden orgelconcerten gegeven.

Elke 4e zaterdag om 20.00 uur in de Pauluskerk, Straatweg 37 (ca. 1 uur):
25 januari, 22 februari, 22 maart, 26 april, 24 mei, 28 juni, 26 juli, 23 augustus, 27 september, 25 oktober, 22 november

Marktconcerten om 12.30 uur in de Pieterskerk, Straatweg 59 (ca. 1/2 uur):
Elke vrijdag in juli/augustus:
4 juli (Jan de Vliet), 11 (Diederik Bos), 18 (Willeke Smits) & 25 juli Johan Erné),
1 aug. (Peter Verhoogt), 8 (Everhard Zwart, kleinzoon van Jan Zwart), 15 (Teus de Mik), 22 Johan Erné) & 29 aug. (Inge Westra).





Nederlandse orgelmuziek

rond 1900

CONCERT in de PASSIETIJD

door

Jan Pieter Karman

zat. 22 maart
20.00 uur

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A

Fantasie over Een vaste Burg is onze God (1917; Ned. Orgelmuziek Boek I)
    Jan Zwart (1877-1937), organist Hersteld Evang.-Luth. kerk Amsterdam

Twee dansen uit Suite in ouden stijl (1944): Sarabande en Gavotte (I & II)
    Cornelis J. Bute (1889-1979), organist Walburgskerk Zutphen

Drie koraalbewerkingen over O Hoofd, vol bloed en wonden:
    a.  Jan Zwart - gecombineerd met O God'lijk Lam, onschuldig
    b.  Samuel de Lange sr. (1811-1884), organist Laurenskerk Rotterdam
    c.  Johannes G. Bastiaans (1812-1875), organist Bavokerk Haarlem
        (voorspel-koraal-naspel uit zijn koraalboek Vervolgbundel uit 1869)

Fantasia in f-klein (1859) [voorheen Sonate in f-klein (1856)]:
    a.  Maestoso (1856)
    b.  Adagio [canon in het octaaf] (1859)
    c.  Maestoso-Fuga [dubbelfuga] (1856)
    Johannes Worp (1821-1891), organist Martinikerk Groningen

Twee koraalbewerkingen van Jan Zwart:
    a.  Gebed des Heren [koraaltrio]
    b.  Neem Heer mijn beide handen (of: Houd Gij mijn handen beide)

Passacaglia, koraal & fuga over Wie maar de goede God laat zorgen (ca. 1928)
    Cornelis de Wolf (1880-1935), organist Eusebiuskerk Arnhem


T O E L I C H T I N G

Vanavond orgelwerken van PKN-organisten avant la lettre.
Van hen is Jan Zwart waarschijnlijk het bekendst. Hij begon in 1914 tijdens de zomermaanden met wekelijkse orgelbespelingen, die hij tot zijn dood toe trouw heeft voortgezet. Jan Zwart was ook de eerste Nederlandse organist die voor de (NCRV-)radio speelde. Door zijn periodieke radio-uitzendingen heeft hij een groot publiek weten te boeien en interesse voor het kerkorgel weten te wekken. Hij was ook een kundig pedagoog en orgelhistoricus. Van Jan Zwarts hand verschenen vele artikelen over de Oud-Nederlandse orgelhistorie. Zo wist hij hernieuwd de interesse te wekken voor bijvoorbeeld de orgelmuziek van Jan Pieterszoon Sweelinck. Jan Zwart componeerde zelf ook orgelmuziek. In 1917 begon hij aan de uitgave van Nederlandse Orgelmuziek t.b.v. de verbetering van het kerkelijk orgelspel uit die tijd. Bekende leerlingen van hem zijn Willem Mudde, Feike Asma en Cor Kee.

Ook Joh. Worp streefde verbetering van het orgelspel in de kerken na; hij is bij velen bekend van zijn Koraalboek bij de 150 Psalmen. De laatste uitgaven daarvan stonden onder redactie van George Stam, leerling van Cornelis de Wolf, die ook leraar was van Anthon van der Horst, Adriaan C. Schuurman en Piet van Egmond.

Joh. Bastiaans heeft nog les gekregen van Mendelssohn. Hij was in Haarlem naast organist ook stadsbeiaardier, en propagandist voor J.S. Bach in Nederland. Bastiaans heeft koralen en werken voor orgel en piano geschreven. Van hem zijn veel melodieën uit de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen, waarbij hij een Koraalboek schreef. Een bekend voorbeeld daarvan is De Heer is mijn Herder.

Samuel de Lange sr. is vooral bekend geworden door zijn orgel- en pianowerken; ook zijn twee zonen, Daniël en Samuel jr., werden later beroemde musici.

Cornelis J. Bute was vanaf zijn geboorte blind. In 1908 werd hij benoemd tot organist van de Walburgskerk in Zutphen, een functie die hij 60 jaar heeft bekleed. Op latere leeftijd studeerde hij nog beiaard en in 1950 werd hij in Zutphen stadsbeiaardier. Ook ontwikkelde hij zich ook tot een begaafd improvisator; in 1938 nam hij, samen met Anthon van der Horst, Hendrik Andriessen en Jan Mul, deel aan het eerste Nederlandse improvisatieconcert in de Utrechtse Dom.





Grote orgelwerken van

Rheinberger en Widor

O R G E L C O N C E R T

door

Jan Pieter Karman

zat. 22 februari
20.00 uur

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A   &   T O E L I C H T I N G

Joseph Rheinberger     Sonata voor orgel No. 8 in e-klein, Op. 132 (1882)
Introduktion. Adagio
Fuge. Moderato
Intermezzo. Andantino
Scherzoso. Allegro molto
Passacaglia. Molto moderato
De 8e Sonata is waarschijnlijk de populairste van de 20 Sonata's die Rheinberger (1839-1901) voor orgel heeft gecomponeerd. Ook de 4e Sonata is geliefd bij organisten en publiek, maar de 8e is langer en grootser van opzet en behoort tot de belangrijkste orgelwerken van de componist. De Sonata begint heel klassiek met een praeludium [Introductie] en Fuga. De korte introductie besluit ook de Sonata: de Passacaglia heeft deze 'introductie' als coda.

Waar de 4e Sonata een enigszins Bruckneriaans karakter heeft in z'n brede klankschilderingen en religieuze bevlogenheid, is de 8e Sonata meer in de geest en stijl van Bach in zijn contrapuntische schrijfwijze, met name in de Fuga en in de Passacaglia [= variaties boven een herhaald basthema]. De Introductie heeft een opvallende ritmiek, en is kort maar krachtig. De sereniteit van het Intermezzo staat in duidelijk contrast tot het puntige karakter van het Scherzoso. De afsluitende Passacaglia bestrijkt een breed spectrum van rustige dalen en steile hoogten van triomfantelijkheid waarbij de componist zo ongeveer zijn toppunt heeft bereikt op het gebied van thematische manipulaties en transformaties. Kortom, deze sonata is niet alleen een van Rheinbergers succesvolste maar ook waardevolste sonata's.

Charles-Marie Widor Symfonie voor orgel No. 4 in f-klein, Op. 13/4 (1876)
Toccata
Fugue. Moderato assai
Andante cantabile. Dolce
Scherzo. Allegro vivace
Adagio
Finale. Moderato
De 4e Symfonie in f-klein voor orgel van Widor (1844-1937) heeft 6 delen, zoals de meeste van zijn eerste 8 orgelsymfonieën [de 4 van Op. 13, en de 4 van Op. 42]. Dit werk wordt niet duidelijk gekaraktiseerd door wat normaal onder de symfonische vorm wordt verstaan. Widor is waarschijnlijk op het idee gekomen om deze nieuwe orgelcomposities "symfonieën" te noemen vanwege de vele orkestraal aandoende registratiemogelijkheden van de Cavaillé-Coll orgels, waarvoor hij deze werken schreef.

De eerste twee delen van Symfonie No. 4 doen zeker niet symfonisch aan: een korte, improvisatorische Toccata en een vrij beknopte Fuga, een dubbelvorm die typerend is voor veel barokke orgelmuziek. Het naderhand beroemd geworden Andante cantabile in As-groot is een zacht geregisteerd langzaam deel met een fluitsolo tegen een strijkersachtergrond. De laatste 3 delen doen meer denken aan de traditionele symfonische opzet. Het 4e deel is een vloeiend-kabbelend Scherzo in c-klein, het omvangrijkste deel in Widors orgelsymfonieën. Het Adagio is het tweede langzame deel in deze Symfonie, eveneens in As-groot. In de markante Finale wordt het hoofdthema met zijn gepuncteerde ritme gecontrasteerd met het vloeiende neventhema dat zich in achtste noten beweegt.





Orgelwerken over 'Freu dich sehr'

gespeeld door

Jan Pieter Karman

zat. 25 januari
20.00 uur

Pauluskerk
Breukelen
Straatweg 37

toegang vrij, collecte bij de uitgang



P R O G R A M M A

A. Koraalzetting
    uit Cantate 'Liebster Jesu, mein Verlangen', BWV 42
J. S. Bach  (1685-1750)
B. Koraalpartita
    (8 van 12 partita's)
G. Böhm  (1661-1733)
C. Koraalvoorspel
    uit 30 Kleine Choralvorspiele, Opus 135a
M. Reger  (1873-1916)
D. Fantasia
    voor 2 klavieren en pedaal
J. L. Krebs  (1713-'80)
E. Gefigureerd koraal
    uit Album für die Jugend (1848)
R. Schumann  (1810-'56)
F. 2 Orgelverzen J. G. Walther  (1684-1748)
G. Koraalzetting
    (melodie in de tenor) uit 150 Psaumes (1565)
Cl. Goudimel  (ca. 1514-'72)
H. Koraal en 3 variaties
    uit Praktische Orgelschule, Opus 55
Joh. Chr. H. Rinck  (1770-1846)
I. Koraalbewerking
    "Psalm 42, Als een Hardt ghejaeght" (1610)
H. Speuy  (1575-1625)
J. Koraalimprovisatie
    uit Opus 65 (1906-'08)
S. Karg-Elert  (1877-1933)
K. Koraalvoorspel
    uit Harmonische Seelenlust
G. Fr. Kauffmann  (1679-1735)
L. Koraaltrio
    uit Neue Vollständige Sammlung
J. H. Knecht  (1752-1817)
M. Koraalfantasie
    Opus 30 (1898)
M. Reger
   

T O E L I C H T I N G

Het eerste voorkomen van de tekst is anoniem en gaat terug tot Freiberg 1620 (de liederenbundel Threnodiae voor 4-6 stemmen van componist Christoph Demantius). Louis Bourgeois schreef deze melodie voor Psalm 42, "Ainsi que la biche rée" (Genève 1551).

G, I.  De oorspronkelijke Geneefse Psalm 42 is in dit programma present met de 4-stemmige zetting van Goudimel en de 2-stemmige bewerking van Speuy.
Alle overige werken hebben als titel 'Freu dich sehr', met de melodie van 'Psalm 42' als leenmelodie, waarvan een groot aantal Lutherse gezangen gebruik maakt.
A, G.  De kortse werken uit het programma zijn de zettingen van Bach en Goudimel.
C, E, I, J, K, L.  Dit zijn koraalbewerkingen van vrij beknopte lengte.
B, D, F, H.  Langere werken zijn de op zich korte partita's van Böhm, Krebs' Fantasia, de orgelverzen van Walther en de koraalvariaties van Rinck.
M.  Reger spant met zijn koraalfantasie van bijna 20 minuten de kroon: alle (in dit geval 7) strofen worden hier op de tekst verklankende wijze getoonzet.





Nieuwjaarsconcert

door

Jan Pieter Karman

met werken van

Sweelinck, Buxtehude, Pachelbel, Clérambault, Bach,
Stanley, Mozart, Mendelssohn, Franck & Rheinberger

Van enkele prestant tot het volle werk

exterieur
Bron: www.reliwiki.nl
Edward Ippel
 
woensdag 1 januari
14.00 uur

Pieterskerk
Breukelen
Straatweg 59

toegang vrij, collecte bij de uitgang

orgel
Bron: www.reliwiki.nl
Dispositie
 



P R O G R A M M A

Sweelinck (1561-1621): Allein Gott in der Höh sei Ehr
        [Prestanten:] P8
        P8 O4
        P8 O4 O2
        P8 O4 Q3 O2
        B16 P8 O4 Q3 O2 Mi (plenum)

koraal
1e variatie
2e variatie
3e variatie
koraal
Pachelbel: Aria quinta in a-kl. (1699), uit Hexachordum Apollinis
        [Fluiten:] H8
        F4
        H8 F4
        h: Q8bas - rh: F4disc. Trem
        B16 F4 (octaaf hoger: B8 F2)
        B16 F4 (gewone hoogte)
        B16 H8 F4 (oct. hoger: B8 H4 F2)

thema
1e variatie
2e variatie
3e variatie
4e variatie
5e variatie
6e variatie
Stanley: Cornet-Voluntary Op.5 No.6 in d-klein (1748)
        P8 H8
        lh: Hf8 Rf4 - rh: Cornet (solo)
adagio
allegro
Buxtehude (1637-1707): Gelobet seist du Jesu Christ [kerst]
        rh: Sexquialter, aangevuld met H8 (als grondstem)
Clérambault: Basse en Dessus de Trompette in a-klein (1710)
        Tongwerk: Trompet 8, afwisselend lh (bas) en rh (disc.)
Mendelssohn: Andante tranquillo in A-gr. (1845), uit Sonate No.3
        Strijker: Vg8 (Pedaal: B16 H8)
Rheinberger: Cantilene in F-groot (1864), uit Sonate No.11
        rh: Vg8 Rf4 Trem
Franck: Andantino in g-klein (1858)
        h: Hf8 Rf4 - rh & ped: H8 F4 (met Q8bas voor het ped.)
Mozart: Kerksonate No.1 in Es-groot (trio): andante (1767)
Bach: Concerto No.1 in G-groot: allegro - grave - presto
        (ca. 1715; transcriptie concerto van Johann Ernst von Sachsen-Weimar)
Bach: In dir ist Freude (ca. 1715) [nieuwjaar]
        'volle' werk



< | HOME | Orgelconcerten 2014 (top)