Stevin | Woordenlijst

A, B, C, D, E..G, H..L, M..O, P..R, S, T..V, W..Z


( I ) - cijfer 1 in rondje, eerste verdeling, zoals '
    (minutus - verkleind)
( 2 ) - cijfer 2 in rondje, tweede verdeling, zoals "
    (secundus - volgende)
lb en lb zie: pond
sch zie: schelling
groote zie: groote

Aem - aam, wijnmaat, 155 liter
Aertist - Physicien, natuurkenner
aes - gewichtseenheid, kleinste gewicht (48 mg).
    niet een aes - volstrekt niets
afcomst - soort
al - allemaal
alle - elke
als - zoals (in als - in alles, in totaal)
ame, zie aem
aspunt - pool

baghe - kostbare ring (F: bague)
bart, berd - bord, plank
becrosen - met aangroei (vgl: crois)
bedien - aanduiden
begost - begonnen
begrijpen - bevatten, inhouden
belenden - belanden
beneuen - naast
bepaling - definitie
bescheydentlick - met onderscheid
beseeut - met zeewater bevochtigd
besicht - gebruikt (is er mee bezig)
bijl - trapezium
bodem - vlak waartegen water drukt
boerde - klucht, grappig verhaal
bots - nabootsing
brandsne[e] - parabool
breede - breedte
brun - bron
by aldien - als

carniere - scharnier
cleen - klein
cloot - bol
clootsche - sferoïde, ellipsoïde met 2 gelijke assen
clup - klip
colder - leren harnas (< coller - ringkraag)
coluer - kleur
const - kunde, wetenschap
contrari - tegengestelde
corbeel - schoorbalk, karbeel (L: corvus - raaf, muurhaak)
cortau - kartouw, kanon
crois, croos - aanwas

dadelick, daetlick - in de praktijk
dantelorie - lichtzinnige vrouw
dan - maar wel (bv in: niet ..., dan ...)
deursichtighe - optica
deysing - teruggaande beweging
doen - toen
duer - door
duysteraer - ecliptica, jaarlijkse zonnebaan
Duytsch - Diets, Nederlands (E: Dutch)
duytsel - ingedrukt merkteken (vgl: duit)
dwaelder - dwaalster, planeet

eensilbich - met 1 lettergreep
eenuaerdich - met één waarde
eertcloot - aardbol
effen, even - gelijk
en ... niet - niet (F: ne ... pas)
Enghelsche - gewichtseenheid (1,54 g)
ermen - armen
euen, even - gelijk
euewidich - evenwijdig, met gelijke afstand
euewydich vierhouck - parallelogram
euewichtich - met gelijk gewicht
everas - even snel

form - figuur, tekening
freyt - schoormuur

gaslagher - waarnemer
ghecoren - gekozen
ghedaente - eigenschap
gheeren - gaarne
ghelaten - er uit zien als
ghelijck - gelijkend; zoals
ghelu - geel
ghemeene - gewone
ghequollen - gekweld
gherocht - geraakt
gheschickt - regelmatig
ghestalt - gesteldheid
ghesticht - groot gebouw
grein - gewichtseenheid (0,065 g)
grondt - bodem
grontteyckening - plattegrond
groote - ½ stuiver, 8 penningen, 12 mijten

halfmiddellijndeel - sector
halfrontschil - supplement (aanvulling tot 180°)
hanghende - loodlijn
haudt, houdt - hout
heescht - eist
hem - zich
hemel - bol, sfeer
hemlien - hen, hun
heughel - getande staaf
hiessche - eiste
hoochde - hoogte
houckmaet - sinus(hoek)
hurten, horten - stoten
huyden - heden

immer - tenminste
inront - cirkel met middelpunt op andere cirkel, epicykel
iupen bier - jopenbier: bruin, dik vloeibaar

keer - omwenteling
keers - kaars
kemp - hennep
kennis: een kennis hoogher - ietsje hoger
kielspit - één steek brede wigvormige groef

lanckrondt, scheefrondt - ellips
langde - lengte
lattoen - messing (F: laiton < Arab: latun - koper)
leegher, leeghste - lager, laagste
leer(e) - ladder; schaalverdeling
leerse - laars
lentsne[e] - lentepunt
lets - lus
lischt - oplost (D: löst)
loot - gewichtseenheid (15,4 g)
luere - luier, windsel, lor
lycksydicheyt - symmetrie

macht - kracht
machtelick - mogelijkerwijze, potentieel
mael - quotiënt (vgl: soomenichmael, werf)
marck - gewichtseenheid (246 g)
mare - bericht
me - mee
meeste - grootste
melandtslien - landgenoten
menichte - aantal
mey - (mei-)tak
meyning - betekenis, bedoeling
middachront - meridiaan
middel - tussenstof, medium
mijte - kleine koperen munt, 1/12 groote
minste - kleinste
moer - moeder
mueghelick - mogelijk

na, nae - nabij
naecken - naderen
naelde - piramide
neyen - hinniken
niet - niet; niets

oirboir - nut; nuttig, gepast
oirden - ordening
oirt - oord, plaats
ommetreck - omtrek
once - gewichtseenheid (30,8 g)
oneuen - ongelijk
ongherakelick - onbereikbaar
onsel - unster (weeghaak)
overcommen - overeenkomen
overhandtsch - andersom
overmits - aangezien

palen - grenzen, termen bij evenredigheid
parich ghetal - even getal
peez - koorde (zoals van pijl en boog)
peezdeel - segment
penning - 1/16 stuiver, 1/8 groote
perijckel - gevaar
pertse - stang (L: pertica)
pilaer, pylaer - balk
plat - vlak (2-dim.)
platcloot - astrolabium
pond (geld) - 20 schellingen, 240 grooten
pond (gewicht) - bijna 0,5 kg (pond Troois: 492 g)
prangen - drukken
proufsteen - toetssteen

qua - kwaad, slecht

raecklijn(hoek) - tangens(hoek)
raeyer - wiel
ras - snel
rechthouckmaet - sinus van rechte hoek (= 1)
reden - verhouding (ratio)
reghel - lat
rije - lat
rijem, riem - strook, zone
roede - lengtemaat (12 voet: 3,77 m)
    ook i.p.v. vierkante of kubieke roede
roen - roeden
roer - buis
roeren - bewegen, mengen
rondt - cirkel
rou(welick) - ruw(weg)
ruet - kaarsvet, talk

saempunt - verdwijnpunt
saming - samenvoeging, samenstand (conjunctie)
sanglini - toonladder
sauderen - solderen
schaeu - schaduw; beeld
scheefrondt, lanckrondt - ellips
schelling - 6 stuivers, 1/20 pond
schilhouck - complement (aanvulling tot 90°)
schoensche - schuine zijde, hypotenusa
seste - zesde
seul - cilinder
seylaigen - scheepsreizen
seylsteen - magneetsteen (van zeilvaarders)
sichteinder - horizon
sier - mijt (zier)
silbe, sillebe - lettergreep, syllabe
singconst - muziek
slangkeer, slangtreck - spiraal
slecht, slicht - eenvoudig
slieren - glijden
slim - erg
slincker - linker
sne - snede, snijpunt, snijlijn
snien - snijden
snylijn(hoek) - secans(hoek), 1/cos(hoek)
soetelaer - marketenter
solfer - zwavel
soomenichmael - quotiënt
sop - top (zie ook tsop)
spaey - laat komend (D: spät)
spiegheling - theorie
staltwicht - gesteld-gewichtseffect
steeg (< stedig) - koppig, stug
Stelreghel - algebra
steygher - trap
stofswaerheyt - soortelijk gewicht
stoutelick - vermetel, trots
strien - strijden, argumenteren
stuiver - 2 groote, 1/6 schelling
surckel - zuring
swaerheydt - zwaarte

tafel - tabel
talpunt - nul
teerlinck - dobbelsteen, kubus
telconst - rekenkunde
Thiendetalen - tiendelige getallen
tr. - trappen, graden
trap - trede, graad, interval, toonsafstand
traprondt - gradenboog
trecken - aftrekken
tseffens - tevens, tegelijk
tsop - top (D: zopf)
tweederhande - op twee manieren

uytbreng - product
uytmiddelpunticheyt - excentriciteit
uytneming - uitzondering

verclaring - toelichting
vergaderen, vergaren - optellen
verkerde - omgekeerde
verkiesing (by ..) - voorkeur (bij ..)
vermisschinghe - vermenging (vgl D: Mischung)
versamen - verzamelen
verschaeuwing - perspectief
versieren - verzinnen
versteken - verstoppen
verswijmen - verzuimen
vertoocht - vertoont
vervullen - op-, aanvullen
verwe - kleur
vier, vyer - vuur
vijse - schroef (F: vis)
vlackvat - denkbeeldig vat zonder dikte
vliet - vlijt
vlieten - stromen
voorderlick - bevorderlijk
vorworpenste - meest verwerpelijke
voughe - voeg, verband

wal, waele - verkiezing (vgl D: wählen)
walen - keren, kenteren
wanschaeuwing - gezichtsbedrog
want - omdat
wassendesne[e] - hyperbool
werckelick - door bewerking
werckinghe - toepassing
werf - quotiënt (vgl: mael)
wetenschap - kennis
wit - doel

yet - iets
ynckel - enkel

zolt - soldij



Opmerkingen:

- Stevin geeft woordenlijsten in:
    Weeghconst: Vytspraeck en blz 7,
    Bewijsconst: blz 2 , 134 , Tsamespraeck.

- WNT, het Woordenboek der Nederlandsche Taal
    (zoek bij Google met: "woord" WNT).

- Van sommige woorden staat de vindplaats in de brontekst van dit document.



Simon Stevin | Woordenlijst (top)