Overzicht , Inleiding , Definities , Werking , regels , Tsamespraeck , Besluit , Noten
Stevins BewysconstDialectike ofte Bewysconst.
Leerende van allen saecken recht ende constelick Oirdeelen;
Beschreven int Neerduytsch door Simon Stevin van Brugghe. Inhoud: |
| Opdracht | Den Neerduytschen wenscht Simon Stevin gheluck (22 blz: Inleiding en Cortbegryp) | |
| p. 1 | Eerste Bouck, met 47 Definities | |
| 52 | Tweede Bouck: Vande Werckinghe | |
| 104 | Aenhangsel, met o. a. een woordenlijst Duytsch - Latijn | |
| 141 | Tsamespraeck van Ian ende Pieter | |
| 167 | Tafel (register) |
Inleidingnadien de Reden het merckelickste onderscheyt is, daer in de Mensche vanden Beesten verschilt, t'grootste ghetuychnis sijnder Heerlickheydt boven d'ander ghedierten [ 2]Stevin zegt in het begin dat hij, op aandrang van zijn vrienden, besloten had voortaan in het Nederlands te publiceren over wiskundige onderwerpen. Maer siende dat sich daer in ontmoete Dialectikelicke stijl, Spruecken, ende Woorden [...] vandt ick my bycans als bedwonghen, voor het uytgeven dies voorseyt is, dese Duytsche Dialectike af te veerdighen.Hij had tijdens zijn studie mensen ontmoet die door zelfstudie ver gekomen waren in de wiskunde of de astronomie. Maar niemand die op eigen houtje in de Dialectiek ervaren was geworden. En toch: de Nature schijnt den menschen bycans al ghemaecte Dialecticienen voort te brenghen, want inde argumenten der ongheleerden, hooren wy volcommentlick der Dialectiken Materie, ande welcke niet en gebreect dan een gheschicter Forme.Waarom was de Dialectiek toch zo onbekend bij de 'ongeleerden'?
om datse niet so oirdentlick ende eygentlick als d'ander beschreven en isDe vraag rijst of zo'n beschrijving "van louter Duytsche woorden" zou moeten zijn. Stevin vindt van niet: vreemde woorden die in zwang geraakt zijn mogen we houden. Op blz 2 geeft hij een lijstje met zo'n twintig ingeburgerde vreemde woorden waarvoor hij gaarne een ander woord zou gebruiken. Zoals: Definitie - Bepalinghe, Arithmetike - Telconst, Musike - Singconst, en het opmerkelijke: Physicien - Aertist (geen fysicus maar meer een kruidendokter, geen artist maar een natuurkenner). Hij kiest nu steeds voor het eerste woord, "dat nu ter tijt best verstaen wort", maar in zijn latere werken vinden we bijna altijd het tweede. Definities
[...] Strijt met woorden, door de welcke men tracht, naer de waerheyt eenigher twijfelachtigher saecken. Maer ghelijck het den ghenen die leeren Schermen, voughelick is dat sy weten wat te segghen is Rapier, Poignaert, Lancie, &c. eer sy commen tot het ghebruyck van dien; Alsoo betaemt het hier oock, eermen tot deser woorden Strijt coemt, datmen wete wat de woorden, diemen daer als Wapenen ofte Schermtuych ghebruycken sal, beteeckenen
[...] opt Duytsch eyghentlick gheseyt Stoffe, als oftmen wilde segghen (ghelijck by sommighe Duytschen oock ghebruyckelick is) Stof, hebbende sijn oirspronck (soot schijnt) uyt de meyninghe der Epicureen, die alle lichamelicke saecken achten van Stof ghecomen te sijne, te weten dat een Stof, t'welck over al inde locht drijft, ende best ghesien wort, in der Sonnen raeye door een gat in huys schijnende, gemenelick naer het Griecx Atomus gheheeten [...]
Als van Cley ghemaeckt een lichaem begrepen in ses viercanten, so ontfangt de Materie de name eenigher specien der lichamen, te weten, Teerlinck, ofte CubeHet is niet zo verwonderlijk dat Stevin de mens een dier noemt: in het Latijn was het gebruikelijke woord 'animal', een wezen met 'anima' (adem). Dan volgen: 4. M A E C K E N D E O I R S A E C K E {Causa efficiens.}, onderscheiden in: Nootsaeckelicke, Willende, Helpende, By ghevalle. Voorbeeld van de laatste soort: den man die vanden boom op een Vercken viel, so dat het daer af starf5. E Y N T L I C K E O I R S A E C K E {Causa finalis.}: het doel. 6. W E R C K ofte D A E T {Effectum.}: Als de Tonne is een werck diens Materie is Hout, de Forme haer ghedaente der uytersten, hare Maeckende oirsaecke, den Cuyper, de Eyntlicke oirsaecke om Bier, Harinck, ofte dierghelijcke in te doen7. M E N I C H V U L D I C H E Y T {Quantitas.}: vijf Sieren even te sijn aen vijf Elefanten, maer naer de Menichvuldicheyt des GhetalsSieren waren toen de kleinste beestjes: mijten. Wij gebruiken dit woord nog in "geen zier". 8. G H E D A E N T E {Qualitas.}: segghen wy een cleen Kint Ghelijck te sijne aen sijn Vader, maer niet Even, t'welck hem voucht tot de Menichvuldicheyt. [...]9. A U T O R I T E Y T "is een Gheloofweerdich Ghetuychnis." 10. B E D R I E C H S P R E U C K {Fallacia.}, in dertien soorten. Deerste Specie, is van T' B E D R O C H D E R G H E L Y C K N O E M I N G H E E E N S W O O R T S , By exempel, yemandt seght, dat een Hoedt coorns niet ghenouch en is, om een mensche een Maendt lanck by te leven, maer hy meent eenen Hoedt diemen opt hooft set, ofte een Vingherhoedt [...]Bij dit voorbeeld van een 'petitio principii' lijkt het wel of Stevin niet wil geloven dat de Aarde draait. Maar hij wil de discussie juist aanzwengelen: iedereen beseft dat dit geen bewijs is, en toch geven velen een dergelijk argument voor een 'vast Eertrijck' (later: 'vaste Eertcloot').
Er zijn ook 'Verkeerde spruecken', zoals de 'Ghelijcksprueck' (metafoor e. a.) en de 'Spotsprueck' (ironie), en nog veel meer begrippen die van belang zijn in de Bewijsconst.
WerkingDe benodigde basiskennis is te vinden in het eerste boek (def. 30 e. v.):
In dit tweede boek wordt het pas echt taaie kost. Wel gebruikt Stevin vaak grappige voorbeelden. Bijvoorbeeld op blz 101, als hij zegt dat de foute concusie van een bewijsreden te wijten kan zijn aan de vorm, of aan de materie: T'gebreck der Forme can den Dialecticien in allen questien altijt mercken, [...] t'ghebreck der Materien, en leertmen door de Dialectike niet bekennen; Alsoo der ghelijcken met velen anderen Consten ghemeen is. By exempel, yemandt seght,De uit het Verre Oosten gehaalde peper kon niet altijd droog gehouden worden op zee, het was wel eens 'bezeeuwd'. De kleur was weer goed te maken met as. Maar op de markt was deze truc vast niet onbekend. (Wist Stevin dat hij ons nu op het verkeerde been zou zetten? Het gaat niet om de lichamelijke materie 'peper', maar om de onlichamelijke materie 'waarde van peper'.) Er zijn zes Proposities (voorstellen):
soomen onder anderen daer af by Laertius, int leven van Diogenes, een exempel vindt, alwaer hy verhaelt, dat Plato Definierende den Mensche te wesen, Een tweevoetich dier sonder pluymen, Diogenes heeft eenen Haen die hy de pluymen uytghetrocken hadde, gheworpen inde Schole, segghende, siet daer is een Platonische MenscheJe kunt wel zeggen aan welke eisen een goede definitie zou moeten voldoen, maar "inder waerheyt sy sijn beschrijvelicker, dan naervolghelick". Bijvoorbeeld: geef een definitie voor 'goud'. Wel goed lijkt "Costelickste Metael", maar: sy en schijnt niet Eewich, want hoe wel de Menschen nu in die fantasie sijn, van dat voor het costelickste te houden, wie weet hoe langhe die generale ydelheyt ghedueren sal?Stevin neemt als beste: "Goudt is het Swaerste Metael", maar wil een betere niet verwerpen. Hij zet ook naast elkaar de definities van Euclides, Plato en Archimedes voor 'rechte lijn'. gelijck hy wel een goedt Schutter is, die niet altijt de pinne en raect, maer daer ontrent schiet, alsoo oock met de Definierders
datmen de Conste niet en beschrijft, om datter een Tweevuldighe Verspreydinghe in soude blijcken [...]Stevin werkt als voorbeeld uit: een onderverdeling bij de "Reghel van Intrest", waarover hij in zijn boek Tafelen van Interest geschreven had. Hij laat zien dat er verschillende manieren zijn, niet alle even goed. Daerom en ist niet genouch datmen slichtelick Verspreyde, maer men moet noch boven dien altijt inde ghedachtenis hebben, t'gene inder natueren vooren gaedt, ende tot de leeringhe bequaemst is.Hij verwijst ook naar zijn Pratique d'Arithmetique, in verband met de "Vergaderinghe van Ghelde, als van Ponden, Schellinghen, ende Grooten" (een pond was 20 schellingen, een schelling was 12 grooten). Een opmerking in dit verband: op blz 102 roert hij een meningsverschil aan over het berekenen van rente, "van wiens Besluyt sommighe ervaren Arithmeticienen hier in Hollandt nu ter tijt niet over een en commen". Even verder staat er: "Wy hebben van dese questie ons goetdincken inde Arithmetike (nu onder de parsse sijnde) beschreven." In de Tsamespraeck staat een 'Verspreyding' voor de meetkunde (blz 152). Stevin geeft overigens in de meeste van zijn werken zo'n schematisch overzicht in het Cortbegryp.
Veel voorbeelden, natuurlijk veel haarkloverijen, en op blz 85 tien duidelijke regels:
- in het Aenhangsel de regels 1 (blz 116) en 8 (blz 121), - in de Tsamespraeck de regels 2 (blz 145, met een mooi antwoord!) en 6 (blz 148). Regel 2 staat in Galileï's Dialogo als 'contra negantes principia non est disputandum' (Eerste Dag), en wordt gebruikt door Simplicio als het gaat over de centrale plaats in het heelal: je ziet toch dat alles naar beneden valt? Hij doet wat Stevin op blz 145 zo mooi onder woorden brengt: Ia hebdy dien treck oock gheleert, van t'ghene ghy niet bewijsen en condt terstondt Beghinselen te noemen?Tot besluit geeft Stevin een richtsnoer voor de 'Dialecticien'. Hij moet een kwestie: blooten van alle haer toerustinghen, als bedriechlicke cieraet, ende verduysterende veelheydt, niet Arithmetelick tellende de menichte der woorden; maer Dialectikelick weghende de cracht der eenvoudige argumenten. Tsamespraeckghelijck droppelen van Quicksilver neven den anderen gheleydt van selfs in een cruypen, Alsoo oock de Duytsche Woorden waer sy malcanderen erghens ghenaecken.Overzicht van de onderwerpen in de Tsamespraeck:
BesluitWie Stevin wil leren kennen vindt in dit boekje enkele van zijn eigenschappen ten toon gespreid: grondigheid en zorgvuldigheid, didactisch vermogen en onderkoelde humor, taalgevoel en originaliteit. Dijksterhuis schreef in 1943 (p. 287): Het is hem niet gegeven geweest, haar inhoud [stof der logica] te verrijken; toch moet aan het kleine werkje Dialectike een veel grootere beteekenis worden toegekend dan die van een leerboek naast talloze andere.De Dialectike kreeg een nieuwe uitgave in 1621. 5
Noten |
Maer op dat ick alle partyeghe noch met strickreden begheghen [bejegen], ende tot teghenspreuck brenghe, [...]De 'teghenspreuck' heet in de marge een Contradictio, en de 'strickreden' een Dilemma (zie hier: def. 23: Teghenspreeckende, en def. 46: Bewysreden van Dobbelbesluyt). «