Chr. Huygens | Oeuvres V | < Constantijn Huygens jr

1662-63  |  1664:  januari , mei



Vertaling van de

Briefwisseling met Constantijn Huygens jr.

1664



[ 1 ]
No 1198.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

3 januari 1664.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 1189. Chr. Huygens' antwoord: No. 1202.

A la Haye le 3 Janvier 1664.  

  Ik wens een Kalotje uit Parijs omdat ik niet zie dat men hier haren kan krijgen die zo goed zijn als die van het kalotje van meneer van Leeuwen, die blijven zoals ze waren zonder dat er iets aan gedaan wordt. De pruiken van meneer de la Lecque 1) zijn in Frankrijk gemaakt.
Wat betreft de uitgave, ik zou denken dat je het wel goedvindt dat ik hier het geld geef aan Zus, omdat ik laatst een aanbod zag in een brief 2) die je haar schreef, dat je haar zou betalen met juwelen of andere dingen die haar invallen. Als dit niet zo is had je het maar moeten zeggen en ik zou je het geld gestuurd hebben dat je ervoor nodig had in een pakket, zoals makkelijk kan.
Nu behoef je je geen zorgen te maken wat dat betreft, Signor Padre is zo goed me geld te lenen zonder dat ik het hem heb gevraagd. Zorg er alleen voor mij zo spoedig als mogelijk is dit kalotje te laten krijgen, dat ik heel erg nodig heb en voordat je jouw negatieve eed hebt gezworen.
Ik voor mij doe dat niet, bestel maar vrijuit; vanmorgen heb ik iemand naar Paschal gestuurd, maar hij was er niet. Ik zal hem


1)  Maurits Lodewijk, graaf van Nassau la Lecq. Zie brief No. 863, n.8.
2)  Deze brief is niet gevonden. [Wel een antwoord van Susanna, No. 1217 (Ned.), 28 februari.]

[ 2 ]
laten werken omdat me toeschijnt dat alles wat uit zijn hand komt volmaakter en knapper is 3) dan het werk van Severyn, die eveneens niets klaar heeft staan.

  Betreffende het sturen van de balen met vrachtwagens van Antwerpen 4), als ik me niet heel sterk vergis heeft men me laatst gezegd dat er vandaar geen vertrekken, en dat alles naar Brussel moet gaan. De eerste keer dat ik aan de Unicus 5) zal schrijven zal ik hem zeggen dat ik er opheldering over zal vragen; maar als dat zou kunnen kun je wel geloven dat hij het niet leuk zou vinden dingen naar Brussel te sturen*).

  Toot 6) heeft drie weken geleden op mijn dringend verzoek Severyn betaald voor de klok van Boulliau.

  Als je van mooie dingen houdt moet je niet nalaten het Kabinet van Jabach te bezoeken, een van de mooiste ter wereld voor tekeningen. Ik zal heel blij zijn als je oplet of er een is die in de buurt komt van die, waarop ik je heb gewezen in mijn vorige brief 7), die ik nu in bezit heb en met andere deskundigen zie ik wel dat het een goede is en zo origineel als maar zijn kan; zodat ik er helemaal niet ongerust over ben.

  Het beroep van van der Does 8) is inderdaad niet zo nobel, maar ik hoor dat in Frankrijk en Engeland zelfs de groten, als ze verschillende soorten monopolies niet zelf uitoefenen, er tenminste deel aan hebben en geïnteresseerd zijn.

  Je legt de manier om de platen te kerven heel beknopt uit. Ik vrees dat je eigenlijk de methode van Herigone 9) gebruikt. Het zal nodig zijn dat Bisschop het werken eraan uitstelt tot jouw terugkeer, die ik met veel ongeduld verwacht.

  Hoe doe je het met de privileges voor je uurwerken? Zal het niet nodig zijn dat je daarvoor hier bent en dat je terugkomt voor de Papa, als de zaken daar op de lange baan gaan?

A Mon Frere.


3)  Lees: est [i.p.v. et].
4)  Volgens een brief van 20 aug. 1665 [No. 1444] van Chr, Huygens stond deze dienst onder leiding van Adr. de la Vigne te Antwerpen.
5)  Philips Doublet.     [ *)  In brief 1177: een diefstal bij de post.]
6Lodewijk Huygens.
7)  Zie No. 1177, van 6 dec. 1663, waarnaar Constantijn verwijst in No. 1188, van 20 dec. [n.5].
8)  Zie No. 1189 [n.10].
9)  Waarschijnlijk bedoelt Constatnijn het gebrek aan helderheid dat men deze wiskundige verwijt in zijn te bondige bewijzen. [Cursus mathematicus ... Cours mathematique, Paris 1634, 1644, 5 delen.]



[ 9 ]
No 1202.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

11 januari 1664.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 1198. Const. Huygens' antwoord: No. 1206.

A Paris ce 11 Janvier 1664.  

  Die pruikenmaker maakt me razend, want ik ben hem 3 keer tevergeefs gaan opzoeken en hij neemt niet de moeite mij een bezoek te brengen. Zodra hij mijn pruik had gemaakt bestelde ik bij hem een kalotje voor mij, en ik wacht nog steeds. Ik zal evenveel zorg dragen voor het jouwe als voor het mijne, dat ik ook erg nodig heb. Bericht me


[ 10 ]
wat meneer van Leeuwen heeft betaald voor het zijne, want ik herinner me het niet goed. Overigens, jij ben me wel een mooie, met je bestel maar vrijuit, en ik zou willen dat je veroordeeld werd tot het slikken van alle Thee die je mij hebt gestuurd 1). Denk nu vooral niet dat je van deze bestelling af bent, maar schrijf liever aan neef de Vogelaer 2) dat hij je echte thee stuurt die niet 10 jaar bij de haard heeft gestaan.

  Weet anders dat er ook oude pruiken te vinden zijn.

  Ik hoor nog niet dat je die andere bestelling hebt uitgevoerd, namelijk aan van Dalen te betalen, want je hebt me er tot nu toe slechts over geschreven in toekomstige termen 3). Meld me dus of het gedaan is, en veronachtzaam mijn bestellingen niet als je wilt dat ik zorg voor die van jou.

  Ik heb nog geen bezoek gebracht aan de heer Jabach, maar men heeft mij beloofd me bij hem te brengen; wanneer ik er heen ga zal ik denken aan wat je me hebt opgegeven, en in het geval dat ik geloof dat het een origineel is, zal ik het je niet verhelen.

  De abt van Brienne 4) deed me gisteren een nieuw portret van de koning cadeau, in gravure 5), het dient voor zijn These, en is naar het leven gemaakt door Nanteuil en door deze gegraveerd 6), het is wat kleiner dan in het echt. Kleijn leeven bij ons, en het is heel goed gelijkend.

  Ik zou zeer graag in het land willen zijn voor de zaak van de Lengtebepaling, waarin het vanaf nu tijd is te handelen als ik niet wil dat iemand mij voor is. Ik ontving dezer dagen een brief van meneer Bruce 7), waarin hij beweert dat ik bij deze uitvinding geen recht op enige aanspraak heb, maar dat hij evenwel als een goede vriend een deel wil geven, zoals eerbare mensen billijk zullen vinden. Waarop ik hem een antwoord 8) heb gestuurd dat hem zal laten zien dat zijn handelwijze mij geenszins bevalt, en dat ik nooit zal dulden dat hij denkt zich te moeten gedragen als meester van deze zaak. Toch geloof ik dat het nodig zal zijn te schrijven aan Pensionaris de Witt 9) om hem te verzoeken niet te dulden dat iemand mij voor is


1)  Zie brief No. 1166 [eind].     2)  Jacob de Vogelaer. [No. 1041, n.8.]
3)  De laatste keer in brief No. 1177.
4)  Emmanuel de Guénégaud, zoon van Henry I de Guénégaud, heer van Plessis (zie No. 484, n.4) ... overleden in 1706 ...
portret Lodewijk XIV 5)  Portret van Lodewijk XIV. Gegraveerd door Nanteuil naar het schilderij van Nicolas Mignard van Avignon in 1661. (Voorin de These [1661] van E. de Guénégaud).
[ Genoemd in Florent Le Comte, Cabinet des singularitez , T. I (Bruss. 1702), p. 328. Details en afbeelding in Véronique Meyer, 'Louis XIV en thèses', 2017, p. 95-97.]

6)  Robert Nanteuil, zie No. 803, n.26. Hij heeft talloze portretten van Lodewijk XIV geschilderd en gegraveerd, dit portret is niet door hem zelf geschilderd.
7)  Deze brief van A. Bruce is niet gevonden. Zie No. 1200.
8)  Brief No. 1201.
9)  Deze brief, van 1 febr. 1664, is niet gevonden, maar wel het antwoord van Johan de Witt, No. 1210 ["mijns bedunckens kan sulcx oock wel in UwEdls affwesen werden geëntameert"].

[ 11 ]
die zich mijn uitvinding toeëigent. Maar het beste zou zijn iets te vinden om me hier weg te halen, wat ik nu moeilijker vind nu Chieze er niet is.



[ 17 ]
No 1206.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

17 januari 1664.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 1202.

A la Haye le 17 Janvier 1664.  

  De 8e van deze maand heb ik je zulke goede Thee gestuurd, zoals ik uit ervaring weet, dat je alle reden zult hebben er tevreden over te zijn, en dat je er naar hartelust op zult kunnen kauwen. Overblijft dat je ook zorgt voor mijn kalotje, en overweeg dan dat het hebben van slechts één enkele pruik om elke dag te dragen ook een kwaal is die zeer hinderlijk is voor het hoofd. Elke dag na het diner drink ik Thee en ik heb geen kiespijn meer gevoeld sinds ik het doe.

  Ik zie niet hoe je daar vandaan kunt komen en Signor Padre alleen laten, al zijn nakomelingen ontberend, maar de audiëntie van Blumenthal 1) en het vertrek van de Koning tegen de lente, naar het schijnt, zullen ongetwijfeld enige verandering aanbrengen in de zaken en ons laten zien hoe het gaat worden met jullie allen.

  Van Dalen is betaald aansluitend op wat ik je erover had geschreven 2). Ik heb hem zeven pistoles laten geven van het geld van Signor Padre en ik heb er één bijgevoegd die ik je schuldig was voor de bandjes.

  Ik moet naar de Raad; met de volgende gewone post zal ik je uitgebreider schrijven. Als je mijn Kalotje nog niet hebt gestuurd heb ik liever dat het naar de Unicus 3) komt met de vrachtrijders, dan met de Post, voor de zekerheid.

Pour mon Frere.


1)  Joachim Friedrich [Christoph Caspar] von Blumenthal was toen ambassadeur van Brandenburg te Parijs. Zie brief No. 1181, n.10.
2)  In brief No. 1177.     3)  Philips Doublet.



[ 62 ]
No 1230.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

1 mei 1664.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord van Chr. Huygens
: No. 1231.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1664', 2019, p. 36.]

A la Haye le 1. de May 1664.  

  Hier is een proefstukje haar 1) dat Toot 2) me je laat sturen en tegelijk maakt hij zijn excuses voor het feit dat hij niet schrijft,


1)  Zie brief No. 1226.     2)  Bijnaam van Lodewijk Huygens.

[ 63 ]
op de dag van mijn brief kreeg hij een aanval van zijn derdedaagse koorts die hij opnieuw heeft opgelopen door het eten op die bruiloft te Amsterdam 3).

  Ik heb gedacht dat als Signor Padre de reis naar Engeland maakt, zoals dat gemakkelijk zou kunnen gebeuren, het voor jou een goede aanleiding zou kunnen zijn hier naartoe te komen, en zorg te dragen voor jouw zaken van de Lengtebepaling, terwijl je de wacht laat overnemen door Tootbroer 4) die de Pakketboot zou kunnen nemen en in 24 uur oversteken. Het is de moeite waard erover na te denken; ik voorzie dat die reis ongetwijfeld gemaakt zal worden als de Ambassadeur van Engeland 5) zijn audiëntie krijgt binnen de iijd die men naar het schijnt kan hopen, volgens het laatste bericht van Signor Padre, of de Koning het verzoek van de genoemde Ambassadeur nu inwilligt of afwijst.

  Meester Wilhem de Vioolmaker 6) vraagt de Viool terug die hij als onderpand aan Signor Padre heeft gegeven en het is al lange tijd geleden dat hij mij heeft geboden die aan hem terug te geven. Na te hebben gezocht in al zijn klerenkasten vind ik hem niet, en dat doet me eraan twijfelen of hij niet ergens in jullie bagage zit; als het niet zo is, vergeet dan niet het me mee te delen, die arme jongen heeft zijn schuld betaald en zijn onderpand wordt hem niet teruggegeven.

  Ik verlang er zeer naar jouw miniatuur-schilderij 7) van 20 pistoles te zien, het moet wel mooi zijn. Maar heeft deze jongeman 8) een manier van tekenen zoals het behoort, of heeft hij het gemaakt naar een stuk van een goede meester? Ik denk dat je, als je de mogelijkheid hebt met een goede meester te spreken, ervoor zult zorgen van hem enkele bijzonderheden te leren aangaande de kleuren en hoe hij ze gebruikt. In het bijzonder verzoek ik je iets van hem te weten te komen over welk wit hij gebruikt, en hoeveel gom hij eraan toevoegt bij het stampen en aanmengen met water. Ik heb over deze materie van kleuren alles uit Blavet 9) getrokken wat me leek dat er te weten was van hem, die maar een tamelijk grote meester is, en ik zal jou er deelgenoot van maken bij je terugkeer.

  Ik heb je vaak gevraagd zonder ooit antwoord te hebben gekregen, of ze met die goede en lange verrekijkers die er naar je zegt in Parijs zijn, dingen ontdekken die wij met de onze niet zien op de Maan of de planeten.

  Men zegt dat Jacoba Bartolotti 10) ten huwelijk gevraagd is en zelfs gaat trouwen met Bran Sorck 11), broer van meneer van Berghen 12).

Au frere Chrestien.


3)  Bij het huwelijk van David Becker met Justina van Baerle. Zie No. 1205 [n.19] en 1215 [n.4].
4)  Bijnaam van Lodewijk Huygens.
5)  Charles Berkeley, baron of Rathdowne, viscount of Fitzhardinge, baron Botetourt of Langport, earl of Falmouth [1630-1665] ... [Complete Peerage, vol. 3 (1890), p. 361: "Envoy to Paris, Nov. 1664".]
6)  Traduction: le fabriquant de violons.     7)  Zie brief No. 1224.
8)  Joseph Werner. [Zie No. 1224, n.10]
9)  Blavet, schilder in Den Haag. [Zie No. 1107.]
10)  Jacoba Victoria Bartolotti [1639-1718] trouwde in 1686 met Coenraad van Beuningen.
11)  Abraham von Zurck, het genoemde huwelijk ging niet door.
12)  Anthony Studler von Zurck was toen heer van Bergen, de heerlijkheid was overgegaan van het huis Brederode naar het huis von Zurck.



[ 64 ]
No 1231.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

9 mei 1664.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 1230.
[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1664', 2019, p. 39.]

A Paris ce 9 May 1664.  

  Of Vader nu de reis naar Engeland maakt of niet, het zal slechts van mij afhangen naar het vaderland terug te keren wanneer ik wil, want ik heb hem al overgehaald mij er toestemming voor te geven en zelfs het gezelschap van iemand van ons te missen. Maar zolang de zaken die ik daar heb niet heel dringend voor me zijn, zou ik geloven er verkeerd aan te doen hem hier alleen te laten. Ik heb nooit broer Lodewijk willen aanbevelen om in mijn plaats te worden opgeroepen, omdat hij me teveel heeft laten blijken dat hem daarmee een heel slechte dienst bewezen zou worden. Maar toch, als er sprake van zal zijn de reis naar Orange te maken, geloof ik dat het nodig zal zijn dat hij komt, omdat Signor Padre het plan schijnt te hebben hem daar in een of andere functie te plaatsen als er een mogelijkheid is.

  Het antwoord dat de Ambassadeur van Engeland 1) zal krijgen van de Koning zal ons veel dingen leren, en zeker daarvan hangt de reis naar Engeland af, omdat als Orange wordt teruggegeven het wel nodig zal zijn er dadelijk heen te gaan.

  Als de Viool van meneer Willem niet in mijn kamer is achter het gordijn dat mijn boeken afschermt, moet je hem terugvragen aan nicht Ida 2), aan wie ik hem uitgeleend heb toen ze leerde spelen op dit instrument, waarbij ik er sterk aan twijfel of ze hiermee nog doorgaat. Ik heb hem ten onrechte zo lang bij haar gelaten zonder hem terug te vragen, maar ik hoop dat ze ervoor heeft gezorgd hem goed te bewaren, zoals ze mij beloofde.

  Tot dusver heb ik er geen zorg voor gedragen te informeren bij de heer Werner 3) naar de geheimen van miniatuur, maar ik zal het nu doen, jouw advies opvolgend. Hij kan zonder twijfel heel goed tekenen, en vertrouwt er maar al teveel op, wat maakt dat hij zo goed als alleen volgens zijn fantasie werkt. Ik heb nog niet gezien waar hij beter geslaagd is dan in mijn stuk dat ik van hem heb.

  De effecten van de lange kijkers hier zijn mij nog onbekend, omdat men ze nog nooit heeft getest bij het waarnemen van de planeten, maar alleen bij het lezen van opschriften overdag, zodat ze nog niet de laatste proef hebben doorstaan.

  Ik heb er gezien van 45 voet die goed leken te zijn, en omdat de glazen groot waren is er geen twijfel mogelijk dat ze bij de sterren meer zouden doen dan de onze, als men


1)  Charles Berkeley, zie No. 1230, n.6.     2)  Ida van Dorp. [Zie No. 1139, n.8.]
3)  Joseph Werner, zie No. 1224 [n.10] en 1230 [n.8].

[ 65 ]
zich de moeite zou geven ze op te stellen, met buizen of zonder. Maar bij gebrek aan een gunsige gelegenheid of uit vrees voor de uitgaven maakt men niets af. Meneer Auzout [<] heeft een glas voor 160 voet dat hij tot dusver alleen overdag heeft kunnen testen, en binnenkort gaan we op een morgen daarvoor naar Conflans, dat is een huis op een mijl hier vandaan waar een heel lange galerij is. Dit glas is van 8 duim diameter, maar niet zo dik, wat me doet vrezen dat het onder zijn handen zal zijn gekromd. Als ik het geld ervoor had zou ik sterk in de verleiding komen een slijpvorm te laten maken voor 100 of 150 voet, die minstens 5 of 6 pistoles zou kosten.

  Ik heb geen tijd om aan broer Lodewijk te schrijven, maar ik verzoek je hem te zeggen dat hij eraan denkt antwoord te geven aan meneer Thevenot over wat hij hem heeft geschreven aangaande zijn zaak met Meurs*) de graveur.

  Zijn proefstuk 4) is nog op tijd gekomen.

A Monsieur  
Monsieur de Zeelhem &c.
A la Haye.  


4)  Dit proefstuk van haren werd gestuurd door Lodewijk Huygens, zie No. 1230 [n.1].
[ *)  Jacob van Meurs (ca. 1620 - voor 1680), zie No. 1209, n.3. Hij graveerde tekeningen voor het 'Chinese verhaal' (zie No. 1039) van Johan Nieuhof, in brieven aan Lodewijk vaak genoemd. Hij was ook de uitgever van Het Gezantschap ... aan den ... keizer van China, Amst. 1665.]




Home | Christiaan Huygens | T. V
Briefwisseling met Constantijn Huygens jr., 1664 (top)