Chr. Huygens | Oeuvres III | Constantijn Huygens jr >

1660:  oktober , nov. , dec.  |  1661:  jan. , febr. , april , oktober  |  1662



Vertaling van de

Briefwisseling met Constantijn Huygens jr.

1660 - 1661



[ 145 ]
No 790.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

28 oktober 1660.

Brief in Londen, British Museum. Kopie in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord
: No. 801.

A la Haye le 28 d'Octobre 1660.  

  We rekenen er op dat je gisteren of een dag eerder aangekomen moet zijn in Parijs 1), en ik hoop dat het in goede gezondheid is. Broer 2) heeft ons geschreven dat ze klaar waren om het anker te lichten, de wind was dus goed en gunstig, maar aangezien die kort daarna is veranderd, is te geloven dat ze een haven in Engeland hebben gekozen en misschien in Zeeland; meer hebben we er niet over horen spreken.
Sedert jouw vertrek is hier niets belangrijks gebeurd, met iedereen gaat het goed, behalve met de dikke Nicht Zuerius 3) die enige dagen lusteloos was, gehinderd door een geelzucht die ze ook eerder heeft gevoeld, maar dat begint over te gaan, en ze komt er van af met het verlies van een beetje spek.
Zuerius en de anderen die op de bruiloft van Bartolotti 4) zijn geweest, zijn terug sinds eind vorige week. Ze zijn allemaal heel tevreden over het goede onthaal, maar sommigen keuren de vriendelijkheden van meneer Thibault 4b) en zijn jongste broer niet goed, kortom er was nooit zo'n goede bruiloft of er waren wel enigen die slecht gegeten hebben.
Juffrouw Kien 5) die in uiterste nood was, ligt nog in bed met een derdedaagse koorts, maar de aanvallen nemen steeds af, zodat men gelooft dat ze eraan zal ontsnappen.


1)  Christiaan Huygens was naar Parijs vertrokken op 12 oktober ... [Dagboek Parijs T. 22, p. 526; aankomst: 28 okt.]
2Lodewijk Huygens, die op 18 okt. 1660 vertrokken was naar Spanje, volgens het 'Dagboek' van Constantijn Huygens sr. [Oud Holland, 1885, p. 66], met de ambassadeurs Jan van Merode ..., Godard Adriaen van Reede ..., Philips Aebinga van Humalda ...
[ Zie: M. Ebben, Lodewijck Huygens' Spaans journaal, 1660-1661 (Zutphen 2005), inhoud.]

3)  Catharina Zuerius. Zie brief No. 7, n.1.
4)  Jacobus Bartelotti woonde in Soest.
4b)  [Add. p. 586:]  De familie Thibault woonde in Middelburg. Zie brief No. 910, n.3 [hierna].
5)  Catharina Kien, dochter van ridder Nicolaas Kien en Catharine van den Honert.

[ 146 ]
Ik verzoek je mij in je eerste brief te berichten wat tegenwoordig in de mode is, welke stoffen er 's winters gedragen worden, en dit voor zowel voor stoffen met kleur als voor zwarte. Of kniebroeken*) nog zo bovenmatig ruim zijn als men hier verkondigt, en of wijde broekspijpen°) nog gangbaar zijn; ik verzoek je dit niet uit te stellen, want ik moet mijn arme lichaam bedekken tegen de invloeden van het weer, ik bevries nu bijna in een vest van taf #).
Bovendien verzoek ik je een beetje met zorg te kijken in de winkels van de boekhandelaren die je gaat bezoeken, of er niet een Italiaans boek is met de titel De levens van schilders en architecten vanaf het pausschap van Gregorius XIII van 1572, tot aan de tijd van paus Urbanus VIII in 1642, geschreven door Giovanni Baglione 6) van Rome. Gedrukt in Rome 1642, in quarto 7).
Als het er is, verzoek ik je het voor mij te kopen, ik zal je het geld teruggeven, en zou wel graag willen dat je het zou kunnen vinden, daar ik me voorstel dat het niet moeilijk zal zijn, gezien het weinige dat er van hem gedrukt is, omdat het voor ons van groot nut zou zijn, voor Bisschop 8) en mij. En tot zover beveel ik mij aan, en ik blijf

Vostre serviteur et frere
C. Huygens.  

A Monsieur
Monsieur Huijgens de Zuijlichem.
A Paris.


manskleding in 1635[ *)  Fr.: 'hauts de chausses'.]
[ °)  Fr.: "grands canons". Zie J. Quicherat, Histoire du costume en France, Paris 1875, p. 480 over 'hauts de chausses' (in de tijd van Richelieu): "les jambes (on disaot alors les canons), tout en restant flottantes, laissèrent deviner ce qui était dedans."
Figuur: jongeman uit de burgerij in 1635, naar Abraham Bossegravure: 'Le Courtisan suivant le dernier édit';  eerder edict: 1633.]

[ #)  Fr.: "pourpoint de taffetas".]
6)  Cavaliere Giovanni Baglione, bijgenaamd 'il Sordo del Barozzo' [de dove van de Barok], Rome [1566-1643], was in zijn tijd een geëerd schilder ...
7Le vite de' Pittori Scultori et Architetti, ... del 1572 ... nel 1642, herdruk Rome 1649, Napels 1733.
8)  [ Jan de Bisschop, 1628-1671 (niet Cornelis Bisschop, Dordrecht 1630-1674, zie T. 7, p. 616), correctie bij p. 200 hierna); hij wordt vaker genoemd.]
[ Van hem verschenen Signorum veterum icones, 1668-69 — vermeld in Cat. 1695 (p. 70, 15) — en Paradigmata graphices . . . Voor-beelden der teken-konst, 1671.]



[ 169 ]
No 801.

Christiaan Huygens aan [Constantijn Huygens jr.]

5 november 1660.a)

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 790. Const. Huygens' antwoord: No. 803.

A Paris ce 5 Nov. 1660.  

  Ik bedank je voor het nieuws waarvan je me deelgenoot hebt willen maken, en ik verzoek je mij dat te geven bij alle gewone postzendingen, want Vader laat het aan jou over en meldt me nauwelijks iets ervan.
Wat betreft de kledingmode waarover je wilt worden ingelicht, die is niet heel zeker of algemeen. Het hele hof en alle hooggeplaatsten zijn in de rouw, en men draagt Spaans laken dat duurder is dan gewoon laken, hoewel minder mooi. Voorafgaand aan deze rouw droeg men ferrandines en andere effen stoffen, gedurende de zomer, en nu neemt men laken van een muisgrijze kleur, evenals de vorige winter bij ons, en ik ga er zo meteen een kledingstuk van laten maken dat net zo zal zijn als wat zwager Moggershil 1) had. Aan het hof dragen sommigen witte broekspijpen, maar niet zo wijd als eerst, anderen Engelse kousen, gebreijt 2), met vrij nauwe broekspijpen van hetzelfde en kleine broekspijphouders; en dit zwart of grijs naar gelang de kleur van de kleding.
Ik ben nog niet in de Rue S. Jacques geweest om de Vite de Pittori te zoeken waarover je me schrijft, maar bij de eerste gelegenheid zal ik proberen het boek te krijgen.

  7 of 8 dagen voordat ik aankwam was de goede man Scarron 3) een goede dood gestorven, en langs de straten roept men hier zijn testament en andere stukken die over zijn dood zijn samengesteld. Verteld wordt dat, nadat hij had gebiecht en de priester hem absolutie had gegeven, hij hem zei "Wel, vader, is dit alles nu gedaan, blijft er niets meer over?" En toen de ander nee zei, en dat hij vanaf nu in de goede staat was om te sterven


a)  Rc. 9 Novembre 1660. [Constantijn Huygens jr., datum van ontvangst.]
1)  Philips Doublet jr. [1633-1707]. Zie No. 197, n.7. 2)  Traduction: tricotés.
3)  Scarron overleed op 20 oktober 1660. Zie brief No. 74, n.1.

[ 170 ]
op christelijke wijze, zei hij "Goed vader, laten we nu dan wat praten over de verzen", en tegelijk haalde hij er enige te voorschijn die hij achter het hoofdeinde van zijn bed had gelegd, en hij begon ze voor te lezen. Enigen voegen er aan toe dat het ging om een zesregelige strofe op zijn laatste snik.

  Ik heb hier jonker Jan van Vlaerdingen 4) aangetroffen die ik eerst niet herkende omdat hij een grote pruik droeg, toen hij de kerk inging bij meneer de Ambassadeur. Hij was heel blij mij te zien en zei me dat hij sinds hij hier was alleen nog maar zijn moedertaal had gesproken, dat Buysero 5) bij hem logeerde, en dat ik daar ook moest komen.
Hij heeft een kamerdienaar en 2 lakeien, en een eigen draagstoel. Verder gaat hij vrij vaak met een karos, waarvan ik zou kunnen profiteren als ik gedienstig genoeg was om soms enige tijd met hem door te brengen.
Ik ben hem een keer in zijn kamer gaan bezoeken, die mooi en goed gestoffeerd is, en ik vond hem in het bed waarin hij die nacht had geslapen, hij als derde, met meneer van Ouwerkerk 6) en nog een academicus de graaf d'Ille 7). Deze laatste kleedde zich aan en was gehuld in de Japanse rok van Vlaerdingen, terwijl deze in bed bleef. Daaraan zie je ongeveer welk leven deze heren leiden.
Wat mij betreft, ik ben in pension bij een dame 8) van onze religie, heel mager met een puntneus. En de soep is er nauwelijks vet. Consul Zuerius*) en meneer Vorstius 9) zijn me daar gevolgd; het gezelschap dat ik er aantrof bestaat uit Duitsers, behalve één die Fransman is, maer weynich van woorden 10). Het zou best kunnen dat ik binnenkort hier vandaan verhuis. Ik ben

Vostre tres humble serviteur et frere,
Chr. H.    


4)  Jan van Ruytenburg, heer van Vlaerdingen, overleden in 1719, als jongeman heel onbezonnen ... [zoon van Willem van Ruytenburch].
5)  Laurentius Buysero, zie brief No. 97, n.1. [Add. T. 22, p. 535, n.59 zijn zoon Diederik (Dirk), of ... Adriaan.]
6)  Hendrik van Nassau, heer van Ouwerkerk, derde zoon van de diplomaat Lodewijk van Nassau, bastaardzoon van prins Maurits en juffrouw van Mechelen.
7)  Huygens maakte uitstapjes met deze graaf d'Isle [Reys-Verhael — niet gevonden; d'Isle en d'Ille alleen vermeld op 2 nov. en 23 febr.].
8)  Bij aankomst in Parijs op 28 okt. ging Huygens logeren in het Hôtel de Venise, Rue de Bussy; vanaf 1 nov. was hij in pension bij le Fevre, "apothic. à la rue S. Marguerite à 30 escus par mois." ... 'Reys-verhael' [hier genoemd 'Dagboek'].
[ *)  Genoemd in No. 823, n.16 en vaker in Dagboek: David Zuerius volgens T. 22, p. 534, n.41.]
9)  Gouernerus Vorstius, zoon van professor Conradus Vorstius, was remonstrants predikant in verscheiden steden, tot 1660. [genoemd in Dagboek: 1 febr.]
10)  Traduction: mais avare de paroles.



[ 172 ]
No 803.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

10 november 1660.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 801. Chr. Huygens' antwoord: No. 810.

A la Haye le 10 Novembre 1660.  

  Ik heb je brief van de 5e ontvangen, die er maar vier dagen over gedaan heeft, zodat we wel vers nieuws van elkaar kunnen krijgen. In die aan Vader 1) heb je het over een andere brief 2), die helemaal niet afgegeven is; en om te zeggen wat ik ervan denk: die heeft je niet veel moeite gekost om te schrijven. Ik stel me voor dat je die uitvinding geleerd hebt van meneer Conrart, die aan Vader onlangs antwoord gaf met een lange brief zoals je weet, waarvan ik geloof dat die eveneens denkbeeldig is.
Ik verzoek je dringend mijn Giovanni Baglione, della Vite dei pittori e architetti [<,>] niet te vergeten, een stuk dat heel noodzakelijk is voor liefhebbers van onze kunst, en evenzeer als, of misschien meer dan Vasari 3). Mijn tekeningenboek heb ik sinds jouw vertrek vermeerderd met zes of zeven stukken van belang, alle Italiaans, die je enorm zullen bevallen, ik heb ze dan ook niet heel goedkoop. Er zijn er twee van de hand van Cavaliere Giuseppino 4), een van Tintoretto 5), een van Palma Vecchio 6) en een van Rottenhamer 7) naar een schilderij van Paolo Veronese 8), heel goed gemaakt, en ik zoek nog naar twee of drie andere die niet minder zijn.
Onder wat je me meldt over de mode vind ik te noemen de kragen*) en kniebroeken waarover je niets zegt tot mijn grote verbazing.


1)  Brief van 5 nov. [Dagboek], niet gevonden.
2)  Van 29 okt. [Dagboek] evenmin gevonden.
3)  Giorgio Vasari ... [1511-1574], schilder, architect en biograaf.  Er bestaan veel uitgaven van:
Le Vite de piu eccellenti architetti, pittori, et scultori Italiani, Fir. 1550, deel 3.
[ 2e ed., met portretten: Le Vite de' piu eccellenti pittori, scultori, e architettori, Fior. 1568, deel 3.]

4)  [Add. T. 7, p. 616]  Giuseppe Cesari, Cavaliere d'Arpino of Cavaliere Giuseppino, 1568-1640.
5)  Jacopo Robusti, zoon van een textielverver [1518-1594] ...
6)  Giacomo Palma il Vecchio, de oudste van twee schilders met deze naam ... [ca.1480-1528].
7)  Johannes Rottenhammer ... [1564-1625]. 8)  Paolo Caliari ... [1538-1588].
[ *)  Fr.: 'rabats'; Quicherat 1875, p. 495: 'rabat' kan staan voor 'collet rabattu', liggende kraag.]

[ 173 ]
De brieven uit Engeland zijn vandaag gekomen, en naar wat men kan vermoeden uit wat Oudart 9) bericht en juffrouw du Moulin 10), die bij haar broer 11) is, zou de zaak van Mistris Hyde 12) — bij wie de hertog van Yorck 13) een kind heeft verwekt waarvan ze pas bevallen is, en het is een Zoon — nog wel andere gevolgen kunnen hebben dan men zich tot nu toe in het vooruitzicht heeft gesteld, en tenslotte leiden tot een huwelijk.


. . .



9)  Nicolaas Oudart was secretaris van Maria Henriëtte Stuart.
10)  Suzanna du Moulin ...     11)  Petrus Molinaeus ... [1601-1684]
12)  Anne Hyde ... [1637-1671] ... 13)  James II ... [1633-1701] ...

[ 174 ]


. . .


Juffrouw Kien 19) onze buurvrouw is nog heel ziek, maar toch lijkt het erop dat ze eraan zal ontsnappen.


. . .



19)  Catharina Kien. Zie brief No. 790, n.5. Ze overleed, tegen de verwachting van Constantijn Huygens, op 23 jan. 1661 (zie No. 832).

[ 175 ]


. . .


Ik verzoek je mij te melden in welke toestand je de arme Tassin 25) hebt gevonden, en of hij nog ademhaalt.
Als je Seigneur Nanteuil 26) ziet denk ik dat je eraan zult denken iets van hem te weten te komen, naar waarheid en in detail, over hoe men dat doet met die dingen van Vislijm om deur te trecken 27).
Ik beveel je nog het boek van de pittori [schilders] aan, en als je het vindt verzoek ik je me iets te berichten over wat voor soort schrijver het is, en of hij de levens van verscheidene meesters verhaalt en welke daarvan de voornaamsten zijn.
Als je Vlaerdingen ziet, groet hem dan van mij, het huishouden dat hij voert is heel mooi, en ik had me er ook nooit iets anders van voorgesteld. Tot zover bid ik tot de Schepper.

A Monsieur
Monsieur Huijgens de Zulichem
à Paris.  


25)  Zie brief No. 12, n.6 [ook: No. 24, 25, 27 en vaker in T. 1, zie de lijst van personen].
Tassin lag toen in bed, hij had zijn been gebroken [Dagboek, 17 maart; genoemd in 1655 als begeleider, zie T. 1, p. 350].

26)  Robert Nanteuil ... [1623-1678] ... [Dagboek, 8 dec.: "Nanteuil bezocht, die tekende met kleurpasta; vislijm", Fr.: colle de poisson.]
27)  Feuilles d'ichthyocolle pour prendre des calques. [Calqueerpapier.]



[ 178 ]
No 807.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

18 november 1660.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord
: No. 815.

A la Haye le 18e Novembre 1660.  

  We hebben wel gelachen 1) over die mooie vergadering 2) bij meneer de Montmor, en wat er gebeurde op deze samenkomst van zwijgende mensen*), toen jij er was, geeft ons een weinig loffelijke mening over het verstand van deze heren Academici die het geduld opbrengen, waanwijzen uren lang te horen babbelen over onderwerpen van niets; om te zeggen wat ik geloof: het lijkt me dat die heren van Florence het veel beter doen dan deze van Parijs en dat die de zaken behandelen met bedachtzaamheid en bezadigdheid.
Er is hier niets nieuws om je mee te delen. De Heren Staten beginnen te vergaderen ...


. . .


Bruno is hier opnieuw, na enige tijd geleefd te hebben met Hereboord 5) in Leiden. Afgelopen zondag maakte hij verzen voor de geboortedag van zijne hoogheid. De prins 6) werd op die dag onthaald door de Magistraat van de stad


1)  De brief waarin Chr. Huygens erover sprak, van 12 nov. [aan zijn vader, Dagboek], is niet gevonden; maar zie het postscriptum bij No. 808 [Constantijn jr. aan Lodewijk H.]:
  Broer [Christiaan] meldt uit Parijs dat hij in een vergadering is geweest bij meneer de Montmor, waar meer dan 30 talentrijke mensen bij elkaar waren, waarin niets anders werd behandeld dan: of een meetkundig punt een werkelijk bestaand iets is. Wat meneer Desargues die je kent in een lang betoog had beweerd; hij haalde zich een tegenstander op de hals die hem begon tegen te spreken met een zo grote woede, dat hij telkens aanstalten leek te maken om hem naar de keel te vliegen. En toen werd er niets meer behandeld.
  2)  Deze vergadering vond plaats op 9 nov. 1660.
  [ *)  Gr.: 'sunoda tôn alogôn'.]
  5)  Adriaan Heereboord ... [1613-1661] ... professor in de filosofie ... principes van Descartes ...
  6)  Willem Hendrik ... [14 nov. 1650-1702], vanaf 1672 stadhouder, vanaf 1688 koning van Engeland.

[ 179 ]
in de Doelen, waarheen hij zich met zijn verzen verplaatste om ze zelf persoonlijk te gaan aanbieden, maar toen de soldaten die men bij de deuren had gezet hem geen toegang wilden geven ging hij daar voor hen zitten, hij haalde zijn schrijfdoos uit zijn zak, deed zijn verzen in een envelop, adresseerde deze aan één van de burgemeesters, en verzocht iemand van de wacht ze aan hem te gaan brengen; hij weet niet of ze dit hebben gedaan.
Hij draagt twee hemden en evenveel onderbroeken van wol onder zijn kleding, en erboven een jas van laken gevoerd met vossenvel, die hem tot de knie reikt, en over het geheel een mooie mantel, zodat hij zo dik is als een beer en zich haast niet kan bewegen.


. . .


Ik verzoek je zorg te dragen voor mijn Giovanni Baglione, en het zo te doen dat je het vindt. Het ga je goed.


  Mijn boek 11) met Callot 12) heb ik geruild voor een behoorlijk aantal tekeningen die je bij je terugkomst zult zien, met een schilder van hier, genaamd vander Does 13). Maar aangezien dit boek niet zo compleet is, heb ik op me genomen jou te verzoeken in Parijs te kijken of er nog enkele stukken te verkrijgen zijn die eraan ontbreken. Ik stuur je dus een lijst van deze stukken, en verzoek je eens naar Israel Henrichet 14) te gaan, die in mijn tijd de meeste platen van Callot had, en van hem te weten te komen welke stukken hij heeft van die welke op mijn lijst staan, en er bij te zetten voor welke prijs hij ze verkoopt, om me daarna de lijst toe te sturen,


11)  De 'Oeuvres de J. Callot' omvatten 1600 stukken.
12)  Jacques Callot ... [1592-1635] ...kopergravures en etsen.
13)  Jacob van der Does ... [1623-1673] ...
14)  Israel Henrichet [Henriet, 1590-1661] had een winkel met schilderijen en gravures in Parijs.

[ 180 ]
opdat ik kan kiezen welke ik zou kunnen laten kopen; want als ik er maar enkele van verschaf zal dat genoeg zijn. Ik verzoek je wel dringend dit te doen zoals ik het wens en zo spoedig als mogelijk zal zijn; want ik zou het jammer vinden als mijn koop zou mislukken. Ik geloof dat je weinig van deze dingen zult vinden, aangezien ze tot de meer zeldzame stukken behoren.

A Monsieur
Monsieur Huijgens de Zuijlichem
A Paris.  



[ 184 ]
No 810.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

19 november 1660.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 803. Const. Huygens' antwoord: No. 812.

A Paris ce 19 Nov. 1660.  

  Wat betreft de uitvinding van brieven schrijven met weinig inspanning, ik denk dat sommigen deze misschien toepassen, maar ik voor mij heb het deze maal niet gedaan, en ik verzoek je de verdenking ervan weg te nemen bij vader, als hij die enigszins kan hebben.

  Gisteren kocht ik je boek [<,>] van G. Baglione voor 4 pond 10 stuivers. Het is niet erg dik. Er staan geen portretten in behalve van de auteur; die schrijft niet zo goed en bij lange na niet met zoveel omstandigheden als Vasari, en bij gebrek aan kennis van bijzonderheden over de levens van de meesters houdt hij zich meestal bezig met het gedetailleerd beschrijven van de schilderijen of standbeelden die ze hebben nagelaten. Je zult er meer dan 150 levens in vinden van zowel schilders, beeldhouwers en graveurs, Italianen, Fransen en Vlamingen. Er zijn er die ik ken, Annibal Caracci 1), Antonio Tempesta 2), Cornelio Cort 3), Georgio Vasari 4), Giuglio Clovio 5), de 3 Sadelers 6), Henri Golzius 7), Michelangelo da Caravaggio 8), Pietro Paolo


1)  Annibale Carracci ... [1560-1609]. 2)  Antonio Tempesta ... [1555-1630].
3)  Cornelis Cort, graveur ... [1533-1578]. 4)  Zie brief No. 803, n.1.
5)  Giulio Clovio ... [1498-1578], miniatuurschilder ...
6)  De graveurs Jan Sadeler [1550-1600] ..., Raphael Sadeler [broer, geb. 1555] ... en Gilles Sadeler [neef, 1570-1629] ...
7)  Hendrick Goltzius, graveur [1558-1617] ...
8)  Michelangelo Merisi da Caravaggio [1571-1610] ...

[ 185 ]
Rubens 9). Maar niet van Dyck 10), waarover ik me verbaas, of het moet zijn dat hij nog in leven was toen het boek werd gemaakt. Jouw verzameling zal tenslotte mooi zijn als je zo doorgaat en ik zal wel blij zijn die mooie stukken te zien waarvan je schrijft dat je ze eraan hebt toegevoegd.

  Ik bedank je voor het andere nieuws. Dat over juffrouw Kien zou mij wel de lust ontnemen als ik een van haar minnaars was, want zolang ik je brieven en die van Vader heb ontvangen komt zij ter sprake, en nu eens gaat ze sterven, dan weer blijkt ze te leven. Over Tassin kan ik geen nieuws krijgen voordat ik meneer de Premier 11) zie. Als ik het vernomen heb zal ik je er deelgenoot van maken.

  Ik heb Vlaerdingen de groeten van jou gedaan, hij groet je terug. Hij is tegenwoordig grappig als hij Frans spreekt en al vloekend, zoals hij het bij ons was met zijn gezang, wanneer hij zijn mooie methode gebruikte. Het deed me genoegen te zien dat men hem steeds meneer de graaf noemt waar hij logeert. Hij heeft nu een karos voor zichzelf, en een rijpaard, en daarbij drie bedienden. Zodat hij heel wat uitgaven maakt, en toch wel zonder nut, want hij is nog niet in staat de goede gezelschappen te bezoeken omdat hij niet kan praten. Misschien gaan we volgende week een uitstapje maken naar Vaux om het magnifieke gebouw en de tuinen te zien van meneer de Surintendant 12).
Wanneer er nieuws komt van broer Lodewijk, vergeet dan alsjeblieft niet mij er deelgenoot van te maken.
Ik schrijf belabberd doordat ik heel koude handen heb, wat me ook als excuus moet dienen tegenover Vader 13). Ik ben jouw &c.

Pour mon frere de Zeelhem.


9)  Peter Paul Rubens ... [1577-1640] ...
10)  Antonie van Dyck ... [1599-1641].
11)  Huygens duidt hiermee Henri de Beringhen aan. Zie brief No. 46, n.1.
12Fouquet. Zie brief No. 605, n.7.
13)  Op dezelfde dag (19 nov.) schreef Chr. Huygens ook een brief aan zijn vader [Dagboek].



[ 187 ]
No 812.

[Constantijn Huygens jr.] aan Christiaan Huygens.

25 november 1660.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 810.

A la Haye le 25 Novembre.  

  Ik heb je laatste brief ontvangen en bedank je voor het zoeken van mijn boek 1), ik verlang er sterk naar het te hebben, en daarom verzoek ik je te weten te komen of er niet een bekende vandaar vertrekt, die het voor me zou kunnen meebrengen in zijn bagage. De zoons 2) van meneer de Villers 3) staan op het punt terug te komen 4), naar wat de vader onlangs zei, en daar de oudste een van mijn vrienden is, zou hij zich er wel mee willen belasten. Maar ik verzoek je het niet te geven aan iemand, die wel over land gaat maar zijn spullen over zee stuurt, want dat duurt vaak lang, en dan zou ik nog liever wachten op jouw terugkeer.
Naar aanleiding van de Schilders zal ik je zeggen dat die schurk Matham 5) twee dagen geleden een heel plotselinge dood stierf, getroffen door een soort beroerte toen hij juist zijn handen had gewassen aan de pomp, en dit zo onvoorziene ongeval zal hem hebben verhinderd het bij het sterven passende berouw te hebben over wat hij mij tijdens zijn leven allemaal heeft aangedaan, in mijn jonge jaren.
Vader heeft het plan opgevat ons alledrie te laten schilderen op eenzelfde schilderij, en ik ben bij Hanneman 6) geweest opdat hij er een tekening van maakt, om die te onderzoeken met onze vrienden die verstand hebben van kunst, en hem dan te laten beginnenn met mijn portret, in afwachting van de terugkeer van jullie beiden.


1)  Zie brief No. 790, n.7.
2Philips [1636-1689] ..., François [1637-1678] ..., Willem Cornelis [1640-1674] Soete de Villers.
3)  Alexander Soete de Laeken de Villers, heer van Zevender en Potshoek ... [1603-1678] ...
4)  Zij [Philips en François] schreven een 'Journal d'un voyage à Paris en 1657-1658', ed. 1862.
[ Het wordt vaak aangehaald in: Anna Frank-van Westrienen, De groote tour, 1983.]

5)  Adriaan Matham ... [ca. 1600 - 23 nov. 1660] was graveur van potsierlijke platen.
6)  Adriaan Hanneman [ca. 1604-1671] heeft veel portretten geschilderd.

[ 188 ]
De heer van Cronestein 7), die raadsman is bij de Raad van Brabant, ligt op sterven en zal Matham op de voet volgen. Zodat er nu een plaats vrijkomt in de Raad, en om die te krijgen zijn ongeveer twaalf mensen die er aanspraak op maken op campagne, en onder dit aantal twee verwanten van de Pensionaris, namelijk Vivien 8), en de kleine Persyn 9), auditeur van de rekeningen van zijne Hoogheid. Dit grote aantal van twaalf heeft Vader zo bevreesd gemaakt, dat ik hem heb laten verstaan dat het niet nuttig was als ik de dertiende zou zijn, om moedwillig een afwijzing te gaan zoeken, waarover ik wel blij ben.

Ik hoop dat je er zorg voor hebt gedragen te informeren bij Henrichet of een andere verkoper van gravures naar wat hij zou kunnen krijgen van de in mijn lijst genoemde stukken. Mijn bedoeling is niet er een groot aantal van te kopen ook al zouden ze te krijgen zijn, daar ik al overengekomen ben met die man van mij, hem iets gelijkwaardigs te geven dat bestaat uit enkele stukken van Albert Dürer 10) voor het geval ik er geen van Callot kan verkrijgen, maar toch zou ik wel blij zijn er op zijn minst twee of drie of vier te hebben om hem enigermate tevreden te stellen, daarom verzoek ik je eens te kijken wat er is, zoals ik je in mijn voorgaande brief heb bericht, en het me te berichten; als je iets hebt gekocht zul je het makkelijk in een brief kunnen sturen.

We hebben nog geen nieuws van broer die in Spanje is (althans naar we geloven). Mevrouw van Vlooswijc 11) heeft zojuist iemand naar hier gestuurd, ze had horen zeggen 12) dat wij een brief hadden gekregen, om te vernemen hoe het zit, omdat haar zoon 13) ook tot de adel van de Ambassade behoort.
Mevrouw de Prinses 14) zal volgende week naar Kleef vertrekken, waar tegelijk zullen komen de Keurvorst 15) en de prins van Anhalt 16) met hun vrouwen 17), Prins Willem 18) gaat er ook heen met de zijne 19),


7)  Jacob Oem van Wijngaerden, heer van Kronestein ... overleed in 1660.
8)  Nicolaas Vivien. Zie brief No. 218, n.2.     9)  Reinier Persyn ...
10)  Albrecht Dürer ... [1471-1528], schilder en wiskundige.
11)  Mevrouw van Vlooswijk, van een aristocratische familie in Amsterdam.
12)  [Fr.: "dire dire".]  Schrap dit laatste woord.
13)  De jonge Van Vlloswijk maakte de reis naar Portugal in het ambassade-gezelschap.
14)  De prinses-weduwe [Amalia van Solms]. Zie brief No. 15, n.2.
15)  Zie over keurvorst Friedrich Wilhelm [1620-1688] brief No. 126, n.1.
16)  Johann Georg II, prins van Anhalt-Dessau ... [1627-1692] ...
17)  Twee dochters van stadhouder Frederik Hendrik: Louise Henriëtte, zie No. 18a, n.11 [1627-1667] en Henriëtte Catharina [1637-1708].
18)  Willem Frederik van Nassau [1613-1664]. Zie No. 84, n.9.
19Albertina Agnes [1634-1696]. Zie No. 126, n.2.

[ 189 ]
en de graaf van Dohna 20), voormalig gouverneur van Orange, met hen, ook al zegt men dat hij onenigheid heeft met de Keurvorst vanwege het verloop van zaken 21), maar Mevrouw zal dat alles weer goedmaken.

Als je Nanteuil bezoekt, vergeet dan alseblieft niet van hem in detail te weten te komen die uitvinding van deur te trecken 23) waarvan je weet en waarover ik je heb geschreven in een van mijn vorige brieven 24).
Die dwaze Bruno komt me deze bijgaande verzen 25) brengen, waarvan hij wil dat ik je ze stuur, hij bezweert me dat hij de helft ervan op straat heeft gemaakt en geschreven, daar waar de Molstraet uitloopt in de Wagestraet. Hij is meer dan ooit heel druk bezig, voortaan zou je geen voet kunnen verzetten waar hij is, of hij zou er meteen op gaan rijmen. Het ga je goed. Ik verzoek je te denken over middelen om mij dat boek te doen krijgen.

A Monsieur
Monsieur Chrestien Huijgens de Zuijlichem
A Paris.  


20)  Friedrich, graaf van Dohna ... [1621-1688] volgde zijn vader op als gouverneur van Orange ...
21)  Profiterend van de ruzie tussen de 'Princesse Royale', weduwe van Willem II van Orange, en zijn schoonmoeder, de 'Princesse Douairière', met betrekking tot het bestuur van het prinsdom Orange gedurende de minderjarigheid van Willem III, had Lodewijk XIV zich in de lente van 1660 gericht tot de Gouverneur van deze plaats, de graaf van Dohna.
Onder het voorwendsel er toezicht op te willen houden totdat de Prins meerderjarig zou zijn, had hij hem gesommeerd hem de plaats te geven. Na enige schijn van verdediging tegen het leger van de Koning, had Dohna zich overgegeven, en algemeen verdacht men hem ervan zich te hebben laten omkopen.
[ Hollandtse Mercurius, Haarlem 1661, p. 22-23: brief van Lodewijk XIV aan nicht, de 'Princesse Royale', 23 maart, en brief van Mazarin aan de 'Princesse Douairière', 24 maart; p. 46-48: voorwaarden en overgave, 25 maart 1660.]

22)  Zie brief No. 803, n.26 [p. 175 hierboven].
23)  Traduction: de prendre un calque.     24)  Zie brief No. 803 [n.27].
25)  Stuk No. 813.  [Henrick Bruno (1617-1664) maakte een gedichtje op een vergissing van Chr. Huygens (zijn leerling van okt. 1638 tot 1644), die een brief voor Nicolaas Heinsius had gericht aan Daniël Heinsius.  Op 18 nov. 1660 had Constantijn jr. gemeld dat Bruno weer in Den Haag was, zie p. 178.]



[ 192 ]
No 815.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

26 november 1660.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. [803 en] 807. Const. Huygens' antwoord: No. 819.

A Paris ce 26 Novembre 1660.  

  De dagen zijn zo kort, en ik heb zoveel dingen te doen, dat ik nog geen tijd heb gehad Nanteuil of Israel 1) te bezoeken, om te informeren naar wat je wenst te weten over de gravures 2). Zelfs denk ik dat ik enkele dagen binnen zal moeten blijven, om te herstellen van de verkoudheid die me dwars zit sinds ik hier ben. Ik wil geloven dat jij je boek met Callot zonder verlies hebt geruild, toch weet ik niet hoe je kunt besluiten je van een zo mooi werk te ontdoen.

Ik herinner me dat ik mijn laatste brief nog vergeten ben je iets te zeggen over kniebroeken [<] en kragen; hier is dus ter vergoeding wat er van top tot teen in de mode is.
Men draagt hoeden die een beetje hoger en puntiger zijn dan bij ons en met smallere randen; de haren zijn altijd lang; kragen middelmatig en je behoeft alleen te vergroten wat je hebt; manchetten dubbel en eenvoudig; vesten korter dan eerst en aan de voorkant een beetje ingesneden om ze meer open te houden;


1)  Israël Henrichet. Zie brief No. 807, n.14.
2)  Zie No. 803 [p. 172 en No. 807, p. 179].

[ 193 ]
mouwen kort met linten behalve onderaan, opdat ze niet vet worden in borden; kniebroeken van de gewone lengte, 3½ el (die van ons) groot, elk been, of maar 3, want men begint terug te gaan, onderaan niet omzoomd met lint, en 16 of 18 strikken aan elke kant; over broekspijpen heb ik al iets gezegd in een andere brief [<]. De schoenen hebben de goede vorm zoals men ze maakt in Den Haag, hoewel er gedragen worden die vooraan heel ruim zijn, maar aan het Hof doet men dit niet; men draagt mantels en jassen.
Dat is alles, als ik me niet vergis, maar men verwacht elke dagen een heel grote verandering in kleding, die van het Hof zal komen, en men gelooft dat die misschien zal zijn samengesteld uit de Spaanse en de Fanse mode; zodat het mooi zal zijn ons te zien met mouwen die achteraan afhangen, en spits toelopende kniebroeken, zoals de koning enkele dagen geleden aan had.

  Ik zie dat Bruno nog steeds doorgaat met zijn heldhaftige daden; hij gaat zeker recht op de kleine huisjes*) af.

  In het eerste Hollandse nieuwsblad dat hier kwam sinds ik er ben, stond aan het eind een advertentie, dat men te Amsterdam uurwerken maakte die men nooit behoefde op te winden. Ik zou graag willen weten of je er niet over hebt horen praten, en wat het zou kunnen zijn. Voor de mijne zijn er hier 3 of 4 meesters die ze maken, en zelfs begint men ze in de klokkentorens van enkele parochiekerken te plaatsen.

  Men zegt hier dat Langerak 3) gaat trouwen met juffrouw van Nieuwveen 4); schrijf me alsjeblieft hoe het zit; ook hoe het gaat met de juffrouwen daar, de Aerssens, de Rijckers en Pauwtjes enz. Vale.

Pour mon Frere de Zeelhem.


[ *)  Fr.: 'petites maisons', zie CNRTL maison, B.2: "Hôpital de Paris où l'on enfermait les aliénés", waar gestoorden worden opgesloten.]
3)  F. H. van den Boetselaer. Zie No. 808, n.9.
4)  Elisabeth Maria Musch. Zie No. 196, n.5.



[ 199 ]
No 818.

[Christiaan Huygens] aan [Constantijn Huygens jr.?]  *)

[november 1660 1).]

Concept in Leiden, coll. Huygens 2).
[ Vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1660', 2019, p. 41.]

Xerxes 3) Comedie Italiene en musique.


. . .



[ *)  Rasch meent op goede gronden dat het concept behoort bij een brief van Christiaan aan zijn vader, van 3 december, die verloren is gegaan.]
1)  Op 27 nov. 1660 was Chr. Huygens bij de uitvoering van Xerxes, gevolgd door ballet [Dagboek].
2)  Dit concept is geschreven op de achterkant van dat van brief No. 817 [aan Leopoldo de Medici, eveneens verstuurd op 3 december].
3)  Deze opera Xerxes is van Francesco Cavalli en Jean Baptiste Lully.

[ Op het genoemde concept van No. 817 (HUG 45) tekende Chr. Huygens een meisjesgezicht:

meisje

Misschien de dochter van Willem Boreel die op 28 november klavecimbel speelde (Dagboek).
Marianne Petit komt pas op 16 jan. ter sprake. Zie ook bij 13 maart.
Mademoiselle Boreel wordt nog genoemd op 8 febr. 1664 in No. 1211 (aan broer Lodewijk), n.12, met "Ik bezoek haar zo weinig dat het een schande is."]




[ 200 ]
No 819.

[Constantijn Huygens jr.] aan Christiaan Huygens.

1 december 1660.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 815. Chr. Huygens' antwoord: No. 822.

A la Haye le 1. Decembre 1660.  

  Ik heb vandaag je brief ontvangen die mij verslag uitbrengt van de mode en van de verandering die blijkbaar gaat komen, waarvoor ik je bedank. Van de ruil die ik heb gedaan van de gravure-platen van Callot heb ik helemaal geen spijt en ik heb het gedaan op advies van mensen die veel verstand hebben van dit soort zaken. Het is meer dan acht maanden geleden dat ik me van dit boek probeerde te ontdoen via Uylenburg 1) te Amsterdam; deze kon er nooit meer dan 50 pond voor krijgen en stuurde het me terug. De oorzaak is deels dat het zeer onvolledig is, er ontbreken meer dan 30 stukken, deels de geringe achting die belangstellenden daar hebben voor dingen van Callot, die toch in hun soort heel goed zijn. Maar Italiaanse dingen zijn zo in zwang, dat in vergelijking daarmee al het andere niets is.
Ik heb mijn genoemde boek geruild met een Schilder van hier genaamd Van der Does 2) die goed is in dieren; hij had dezelfde avond spijt van de koop en zei dat als ik deze ongedaan wilde maken, hij bereid was een schilderij van veertig pond voor mij te maken, waarin ik geen zin had. Hij ruilde het dus met Barlaeus tegen een klein schilderij van Poulenburg 3) en nog een kleinigheid; deze heeft het nog, en hij heeft nu nog onenigheid met zijn zwager Bisschop 4) waarvan het verhaal niet de moeite waard is.


1)  Gerrit Uylenburgh ... [ca. 1625-1679], eerst landschapschilder, later kunsthandelaar.
2)  Zie brief No. 807, n.13.
3)  Cornelis van Poelenburgh ... [1586-1667] ... bijgenaamd 'peintre de boudoir'.
4)  [Add. T. 7:]  Johan de Bisschop ... [1628-1671; getrouwd met Anna van Baerle] ... bekend om de 'Bisschops-inkt'. In tekeningen van Const. Huygens jr. is zijn invloed te zien. [Zie ook hierboven p. 146, n.8.]

[ 201 ]
Bisschop komt hier elke morgen om die twee figuurtjes van ivoor te tekenen die Vader heeft, en die je wel kent.
Mevrouw 5) vertrekt vandaag naar Kleef 6) met heel haar hof en familie. Voor haar vertrek is er nog gesproken over die plaats 7) waarop ze aan Vader vooruitzicht heeft gegeven, en het is gebleken dat ze enige tijd geleden een vooruitzicht van ongeveer dezelfde strekking heeft gegeven aan degene die er al lang naar streefde en die je kent. Zij zegt zich dit niet te hebben herinnerd toen ze het ons gaf, en nu ze naar Kleef gaat, waar deze jongeman ook zal komen, zal ze proberen het zo te doen dat meneer de Keurvorst hem iets anders geeft, en dat men hem dan zal doen afzien van deze plaats ten voordele van ons; ik geloof echter dat het iets is dat afhangt van veel toevalligheden, we zullen moeten zien wat ervan zal komen.
In elk geval is het noodzakelijk dat het geheim blijft, want als hij er lucht van zou krijgen zou hij nooit iets anders willen nemen met verlies van dit, je weet wel.

Ik heb je aanbevolen, en ik doe het nog eens, te proberen mijn boek mee te sturen met de bagage van de heren de Villers in het geval dat ze die over land sturen, want ik zie geen kortere weg. Ik geloof dat Vader je ook zal vragen hem iets te doen toekomen op dezelfde manier.
Met de dames hier gaat het heel goed en ze doen haar aanbidders de eer aan met hen naar de Komedie 8) te komen, heel vaak als ze ervoor worden uitgenodigd, bijna zonder deze uitjes ooit te weigeren.
Twee dagen geleden was er een voorstelling van Andromède van Corneille,, en het gebeurde dat van de Pegasus die Pesseurs 9) bestegen had — aan de voorkant niet goed genoeg vastgemaakt, ofwel omdat de ruiter er teveel op spartelde — de twee voorpoten los raakten, en dat hij zijn held gewoon afwierp en hem sneller dan hij wilde voet aan land deed zetten (of liever het achterste); hij viel van zo'n hoogte dat hij zich had kunnen bezeren. Hij stond echter na zijn val weer op en besloot te voet met zijn zeemonster te vechten, wat hij deed met goed gevolg.
Ik heb vier dagen niet uit huis kunnen gaan wegens een ontsteking aan mijn tanden, waarvan ik vaak last heb; dat is nu over, en ik ga nieuws vernemen om het je te melden met de volgende gewone post. Adio.
Ik verzoek je zorg te dragen voor mijn boek, maar het niet over zee te sturen.


5)  De prinses-weduwe [Amalia van Solms]. Zie brief No. 15, n.2 [en No. 812, n. 14 hierboven].
6)  Waar Constantijn Huygens sr. en de prins zich bij haar voegden op 26 jan. 1661 [Dagboek Const. H., p. 66].
7)  Waarschijnlijk de post van raadgever van de prins van Oranje, die Const. Huygens jr. later kreeg: hij werd op 6 okt. 1661 geïnstalleerd. Zijn vader schreef toen in zijn Dagboek [p. 68]: "Constantinum meum in senatu Principis introduco, quod bene vertat Deus."  Ik introduceer mijn Constantijn in de raad van de prins, moge God het goed laten uitvallen.
8)  Deze komedie werd uigevoerd door een groep toneelspelers onder leiding van Jean Baptista van Tornenburg [Jan Baptist van Fornenbergh, 1624-1797].
9)  Pesseurs behoorde bij een van die groepen toneelspelers die hun theater hadden in enkele grote steden in de Verenigde Provinciën, Amsterdam, Den Haag, Rotterdam.



[ 208 ]
No 822.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

10 december 1660.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 819. Const. Huygens' antwoord: No. 830.

A Paris ce 10 Decembre 1660.  

  Ik heb gisteren Israel Henriette 1) gevonden, en toen ik hem heel je lijst [<] had uitgelegd, zei hij dat hij geen van de stukken had, die je vraagt, maar hij gaf me het adres van een andere liefhebber 2) die volgens hem beter voorzien is van deze zeldzaamheden, hij verzekerde me wel dat ze buitengewoon duur zijn. Wat hem zelf betreft, hij toonde me een gravure van Callot die hij niet wilde verkopen voor minder dan 3 louis d'or; het was er een in 4o waarop een ambassadeur van Spanje eer betoonde aan de Paus voor het Koninkrijk Napels, door hem een wit paard aan te bieden; er zijn ongeveer 200 figuren en enige gebouwen, en niemand anders dan hij heeft een exemplaar naar hij zegt.


1)  In de brieven van Const. Huygens jr. wordt hij steeds genoemd 'Henrichet'.
2)  Traduction: amateur. Het gaat om Israel Silvestre. [Dagboek, 16 dec.]

[ 209 ]
  Ik zal je boek de' pittori [<,>] geven aan meneer van St. Agathe 3), die zo welwillend was zich ermee te belasten, nu hij volgende week gaat vertrekken.

  Ik schrijf je alleen dit, omdat het tijd is mijn brieven te versturen, en ik onderbroken ben door enkele bezoeken van musici en wiskundigen*).
Wat hoor ik over enkele schepen die op de kusten van Spanje gebleven zouden zijn, ten getale van 5? Men kan me niet zeggen of het Hollandse zijn of andere. God behoede de onzen voor het kwaad°). Ik ben enz.

Pour mon frere de Zeelhem.


3)  Jacob Boreel [1630-1697], heer van St. Aagt ... zoon van ambassadeur Willem Boreel ...
[ *)  Genoemd in Dagboek (10 dec.): Dumont en Du Laurent, of Dulaurens (secretaris van ambassadeur de Thou), die later o.a. publiceerde Solutiones aliquot quaestionum ... Opus metaphysicum, Den Haag 1663.]
[ °)  Zie No. 823 aan Lodewijk, 18 dec. 1660: brief van hem ontvangen.]



[ 224 ]   [ T. 4, 518 ]
No 830.

Constantijn Huygens jr. aan Christiaan Huygens.

20 januari 1661.

Kopie in Leiden, coll. Huygens.   [Brief in Londen, British Museum.]
Antwoord op No. 822. Chr. Huygens' antwoord: No. 834.

A la Haye le 20 Janvier 1661 1).  

  Na aanhoudend je markies van St. Agathe 2) verwacht te hebben, in de vaste hoop hem elk ogenblik hier te zien, hoorden we zeven of acht dagen geleden dat hij zich al de hele tijd in Amsterdam vermaakte, zonder zich erom bekommeren ons onze pakketten te doen toekomen, ik denk om ons ongeduld en onze nieuwsgierig­heid te kastijden. Tenslotte heb ik erover geschreven aan neef Becker 3), om hem eraan te herinneren en ons onze spullen te doen toekomen, als hij van plan is daar nog langer te blijven. Als je mijn boek aan de heer van Seventer 4) had gegeven zou ik het al meer dan 15 dagen geleden hier gekregen hebben.

De dood van de Prinses*) zal naar het schijnt nog opschudding verwekken. De Koning die ze heeft benoemd als Tutor van haar Zoon, wil het op zich nemen tot in alle onderdelen, en bijgevolg in die hoedanigheid de beschikking hebben over de helft van de ambten en beneficiën op de landen van Hare Hoogheid, en dat is iets wat ze in Kleef 5) niet zo zullen willen naar het schijnt, en naar wat hier en daar gemompeld wordt, al heeft men zich er tot dusver niet over uitgesproken.
Mevrouw 6) laat alleen aan de Raad schrijven, alles te houden in de toestand waarin het is, en die eerste voorzorgen in acht te nemen die men toepast in sterfhuizen, zoals koffers en kasten te verzegelen enz. Verder heeft de Prinses haar nicht de Koningin van Engeland 7) tot haar erfgename benoemd met de uitdrukkelijke opdracht haar schulden te betalen, en allen die een legaat van haar moeten ontvangen tevreden te stellen. Aan haar zoon de Prins laat ze niets na, maar ze verordineert dat de juwelen die ze van zijn vader heeft gekregen aan hem worden terug­gegeven (zoals anders toch gedaan zou moeten worden volgens het huwelijkscontract) en ze wenst dat hij belonng geeft aan de leden van haar huishouding.
Dit Testament zou volgens onze wetten ontervend zijn, en bijgevolg zonder enige waarde, maar in Engeland zegt men dat zulke testamenten kunnen worden gemaakt, en dat vaders en moeders niet verplicht zijn meer na te laten dan ze willen.


1)  [Datum van het origineel in T. 4.]  Kopie: 2 juli 1661, 'Apographa': 1 dec. 1660 / 2 juli 1661.
2)  Jacob Boreel ... Zie No. 822, n.3.     3)  Wordt vaker genoemd.
4)  Het gaat om Philips Soete de Villers. Zie No. 812, n.2.
[ *)  Sterfdatum: 24 dec. of 3 jan. Const. H. jr. in No. 828 aan Lod. H.: 31 dec. nog in leven.
1661 volgens de chronogrammen in Dagboek van Const. Huygens sr., p. 66.]

5)  Dat wil zeggen: 'Madame' [Amalia van Solms] en de keurvorst van Brandeburg.
6)  De 'Princesse Douairière', Zie brief No. 15, n.2 [en No. 812, n.21.]
7)  Henriette Maria van Frankrijk [echtgenote van Karel I, niet nicht (zoals in het origineel) maar moeder (zoals in de kopie) van de overleden prinses].

[ 225 ]   [ T. 4, 519 ]
Ze wenst ook dat de Koning zorg wil dragen voor zijn regentschap van Orange, iets wat men hier buiten alle rede vindt, te weten dat ze per testament beschikt over een zaak die zuiver persoonlijk is, en die haar was verleend als moeder van de Prins, alsof iemand voorzien van een openbaar ambt (neem dat van Pensionaris van Holland) dit per testament zou nalaten aan iemand anders onder zijn vrienden. Toch zegt men dat de koning er al iemand voor naar Orange gestuurd heeft om zich te laten erkennen als Regent, wat (als het waar is) zeker opschudding zal verwekken, als God het niet verhoedt, want in Kleef slaat men ook een hoge toon aan. Het valt te bezien wat ervan komt.
Men zegt dat prins Maurits 7) naar Engeland gaat uit naam van meneer de Keurvorst, en sommigen verbeelden zich dat dit zou kunnen zijn voor huwelijkszaken van prinses Maria 8); maar dit alles is zeer onzeker om niet te zeggen weinig waarschijnlijk. Maar als hij er heengaat zal hij ongetwijfeld goede diensten verrichten en beletten dat de partijen verbitterd worden.
Wat de uitkomst van dit alles betreft denk ik dat je die hier bij ons zult komen afwachten, en ik denk dat je terug zult zijn voordat er veel tijd verlopen is, Vader die jou erover schrijft begint er alle goeds van te zeggen, en zelfs denk ik dat hij je er iets over bericht met deze gewone post, zich verbazend over het feit dat je hem in je twee laatste brieven er helemaal niets over zegt.

  Meneer Navander 9) onze buurman en vriend stierf afgelopen maandag 10) aan een ziekte van twee dagen, en wordt zeer betreurd.
Meneer Bisschop [<] is nog steeds bezeten van tekenen, en met zijn vijven of zessen hebben ze een schilders-academie*) opgericht, waar ze vier keer per week een naakte man gaan tekenen, en opdat je weet wie hun model is: het is een grote jongen, Antony geheten, die als bijnaam heeft de vliegende Platluijs.
Ik verzoek je me iets te berichten over wat Jan van Vlaerdingen [<] doet en wat voor leven hij leidt. Ik ben

Vostre frere et serviteur C. Huygens.  

  Er moet op worden gelet dat met omzichtigheid gesproken wordt over de zaken van de Princesse Royale en in ieder geval deze brief niet te tonen.


7)  Johann Maurits von Nassau-Siegen.
8)  Maria, jongste dochter van Frederik Hendrik en Amalia von Solms ... [1642-1688].
9)  Jacobus Navander ... [1606-17 jan. 1661], advocaat ... 10)  Op 17 januari.
[ *)  De Confrerie Pictura.]     11)  Traduction: le morpion volant.



[ 228 ]
No 832.

[Constantijn Huygens jr.] aan Christiaan Huygens.

27 januari 1661.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Chr. Huygens' antwoord
: No. 834.

A la Haye le 27e Janvier 1661.  

  Je zult geen brieven van Vader ontvangen met deze gewone post, en ook niet met de volgende. Vrijdag ontving hij een brief waarin men hem gebiedt Madame 1) te gaan opzoeken in Kleef naar aanleiding van de dood van de Princesse Royale 2). Aangezien hij de dag erna vertrok 3) zal hij volgens de berekening die ik maakte gisteravond daar zijn geweest. Het zou wel kunnen gebeuren dat men hem de reis naar Engeland zou laten maken, en zelfs is er in de brief waarover ik net sprak iets over aangeroerd, en hij had het erover jou in dat geval met hem mee te laten komen daarheen, en te proberen zich daarna een of andere boodschap te laten geven voor Parijs 4), waarvan je weet dat hij altijd een groot verlangen heeft gehad het te zien. Maar dit alles is nog heel onzeker; en daarom moet je er tegen niemand niets over zeggen, wie dan ook.
De reis zou gemaakt worden voor de zaken van het Voogdijschap, aangezien deze ongetwijfeld nodig zal zijn om onenigheden te voorkomen die niet vermeden zouden kunnen worden tenzij er heel goede diensten worden verricht tussen beide partijen. Uit Engeland bericht men ons dat prinses Henriëtta van Engeland 5) ook ziek is geworden aan de pokken, terwijl ze al was ingescheept om naar Frankrijk te gaan om te trouwen met de Broer 6) van de Koning, maar dit zul je al langs kortere wegen hebben vernomen.
Hier overleed prinses Kien 7) vorige zondag 8) na een lange ziekte van drie maanden, zodat je niet meer bang hoeft te zijn voor hoofdbrekens


1)  De Princesse Douairière Amalia van Solms.     2)  Ze overleed op 3 januari 1661.
3)  Const. Huygens sr. vertrok op 22 jan. 1661 naar Kleef, na in Leiden te hebben gedineerd met prins Willem III. [Dagboek Const. H. sr., p. 66.]
4)  De reis naar Engeland was niet zo snel, op 7 okt. 1661 vertrok hij naar Frankrijk.
5)  Henriëtta Anne van Engeland ... [1644-1670]. 6Filips van Orléans ... [1640-1701].
7)  Zie brief No. 790, n.5 [hierboven].     8)  23 januari.

[ 229 ]
bij nieuws over haar gezondheid 9).
Tootbroer 10) schrijft ons de grappigste brieven van de wereld uit Madrid, en beklaagt zich zeer over jou, van wie hij geen enkele brief heeft ontvangen tot 29 december, de datum van zijn laatste brief.
Jij hoeft niets anders te doen dan de rouw 11) in acht nemen voor de dood van de prinses, Vader heeft het niet noodzakelijk geacht dat ik het doe. Adieu.

  Die pretmaker van St. Agathe 12) is nog in Amterdam en heeft me mijn boek niet gestuurd.

A Monsieur
Monsieur Huijgens de Zuijlichem
A Paris.  


9)  Zie brief No. 810.
10)  Broer Toot, Lodewijk Huygens. [zie No. 823, Christiaan aan Lodewijk, 18 dec.]
11)  Op 19 jan. 1661 was Chr. Huygens in de rouw gegaan [Dagboek]. Er is geen brief gevonden waarin dit wordt vermeld.
12)  Jacob Boreel. Zie brief No. 822, n.3.



[ 231 ]
No 834.

Christiaan Huygens aan [Constantijn Huygens jr.]

4 februari 1661.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 830, 832. Const. Huygens' antwoord: No. 836.

[ Andere vertaling: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1661', 2019, p. 8.]

A Paris ce 4 Fevrier 1661.  

  Ik antwoord op twee van jouw brieven, waarvan de eerste 1) begint en de laatste 2) eindigt met protesten tegen de markies van St Agathe 3); die heel gerechtvaardigd zijn en je zou niets over hem kunnen zeggen dat beneden zijn verdienste ligt. Meneer van Seventer 4) was al vetrokken voordat de muziek voor Vader klaar was en ik jouw boek 5) had gekocht.
Wat betreft de bijzonderheden ten aanzien van de zaken van de Voogdij en het testament van de prinses heb je me een genoegen gedaan door ze mij mee te delen, aangezien Vader ze verborgen houdt alsof hij ze niet aan papier durft toe te vertrouwen.
Ik ben zeer aangedaan door het verlies dat we hebben geleden van een goede buurman 6) en van een mooie buurvrouw 7), die hier ook zeer betreurd wordt door haar goede vriendin juffrouw Boreel 8). Ik zou wel tien tegen één wedden dat de oudste van de Rijckertjes*), ofschoon ze op weg is het verlies voor het menselijk geslacht te herstellen, nooit een zo mooi meisje zal worden. Behalve haar en haar zus voegt zwager Moggershil er nog heel wat anderen aan toe die allen hetzelfde plan hebben het goed te doen, zoals juffrouw van Aernhem met de oudste van de Villers [<], de graaf van Flodorp en juffrouw des Loges, de dikke Gans met een van de Pautjes, met welke laatsten je niet onbekend kunt zijn.
Afgelopen maandag 9) kwam ik door een groot toeval jouw oude liefde tegen, juffrouw Mouchon 10), die ik er nog even mooi en fris vond uitzien als 5 jaar geleden. Het was in het koor van de Notre Dame, boven in een galerij, waar ik was met onze heren ambassadeurs en mevrouw van Gent 11)


1)  No. 830.     2)  Zie No. 832.     3)  Jacob Boreel, zie No. 822, n.3.
4)  Philips Soete de Villers. Zie No. 812, n.2.     5)  Baglione, Vite ... dei pittori.
6)  Navander. Zie No. 830, n.3.     7)  Catharina Kien. Zie No. 790, n.5.
8)  Dochter van ambassaseur Willem Boreel (No. 63, n.6) nam na de dood van haar moeder in 1657 de honneurs waar in Parijs, ze trok veel bezoekers aan. Ca. 1670 trouwde ze met markies de Rassan.
[ *)  Margaretha Rijckaert (1640-1722). Zie No. 820, n.14 en No. 829.]
9)  31 jan. 1661.     10)  Zie No. 231, n.1 [en ook No. 245].
11 Adriana Sybilla van Ripperda. Zie brief No. 823, n.10.

[ 232 ]
om de ceremonie 12) te zien van de bijzetting van de hertog van Orleans 13), dat wil zeggen de chapelle ardente, de Kerk behangen met rouwkleden, en het hof van het Parlement, rekenkamers, en verwante prinsen 14) verzameld, om het Requiem te horen. Ik ga aan de andere bijzonderheden voorbij, van de plaats waar hunne Excellenties keken verdreef men iedereen en toch weet ik niet hoe juffrouw Mouchon met een ander schepsel dat ze haar nicht 15) noemde en dat in schoonheid veel voor haar onderdeed, er gebleven waren, en omdat men zag dat ze vrij goed gekleed gingen werden ze slechts aangeduid als 'madame'. Zij onderhield voortdurend meneer van Beuningen en de nicht aan de andere kant juffrouw van Gent 16); toen ik zag dat ze mij niet herkende deed ik ook alsof ik van niets wist, en ik liet haar genieten van het plezier dat ze erin had, te worden beschouwd als iemand die iets betekent.

Ik zie J. van Vlaerdingen 17) maar een enkele keer bij de ambassadeurs, waar hij nogal vaak gaat dineren om het vrije kossie 18) want dat zegt hij zelf. Verder brengt hij de tijd door met 's morgens paardrijden in een academie, 's middags met spelen of een beozoek aan de komedie, en soms aan mooie meisjes; maar let erop dat je dit niet verder vertelt. Hij is enige tijd senza denari*) geweest, en van der Hoeven 19), bij de ambassadeurs, valt hem er onophoudelijk mee aan, Jantie dats voor jouw, zegt hij dan, soo je me een gouwe louis kunt laeten sien 20), en munt van 30 stuivers uit zijn zak halend.
Enige tijd heeft hij een huurkaros aangehouden; daarna kocht hij een paard om over de straten te gaan, dat hij aan zijn dansmeerster heeft gegeven, ik weet niet op welke voorwaarde. Nu bedient hij zich naar ik geloof van draagstoel­dragers wanneer hij het nodig vindt, net zoals ik. Verder is hij steeds plezierig en in een goed huneur, en dat zal nooit anders zijn.

Onlangs was ik op bezoek bij le Blond 21), dat is degene die de gravures van Callot heeft, maar aangezien hij half dwaas is onderhield hij me tegen mijn zin meer dan anderhalf uur over zijn avonturen en de geschiedenis van enkele tekeningen uit Italië die hij ons liet zien. En tenslotte, toen ik vroeg de dingen van Callot te zien, zei hij me dat het die avond te laat was om ze op te zoeken.


12)  Een jaar na zijn dood.
13Gaston van Orléans, overleden op 2 febr. 1660 te Blois. Zie No. 477, n.5.
14)  [Dagboek, 31 jan.:]  "de hertog van Anjou, Pr. de Condé, en duc d'Enghien ..."
15)  Misschien de Manon over wie het gaat in No. 238, 240 en 245.
16)  Anna Sybilla van Gent, vierde kind van Johan van Gent (zie No. 527, n.1).
17)  Zie No. 801, n.4.
18)  Traduction: pour la franche lippée.     [ *)  Vertaling: zonder geld.]
19)  Misschien Corn. Jac. van der Hoeven, die later in de marine branders bestuurde.
20)  Traduction: Jeannot, c'est pour toi, si tu peux me faire voir un louis d'or.
21)  Jean le Blond, schilder des konings. [1635-1719. Zie Dagboek, 10 jan. en 8 febr.]

[ 233 ]
Ik moet er binnenkort terugkeren voor een bepaald nieuw boek over de gebouwen van le Pautre 22) voor zwager van Moggershil, maar ik zie wel dat het heel duur is, zodat ik niet weet of ik iets voor jou zal doen.

  Meneer Ménage bracht me enige dagen geleden in de bibliotheek van monseigneur de Kardinaal, waar men een groot aantal van de mooiste schilderijen uit Italië had uitgestald, waarvan men hoopte dat zijne Excellentie ze allemaal zou kopen 23). Ik wou dat jij daar was om een zo grote verzameling van uitmuntende dingen te zien, van Titiaan 24), Paolo Veronese, Michel Angelo, enz. want nooit heb ik iets dergelijks gezien. Onder andere was er het origineel 25) van de markies del Guasto 26) en zijn vrouw, waarvan jij de kopie hebt gekopieerd.

Zeg tegen meneer Bisschop dat hij de vliegende Platluijs 27) moet achterlaten en naar Parijs komen om tekeningen te maken naar deze stukken.

Ik heb het begin gezien van de markt van St. Germain die gisteren geopend werd, en ik zou op dat moment weldra besluiten terug te keren; maar naar wat ik zie moet ik afwachten welke orders Vader me zal geven. Het ga je goed.
  Ik heb twee brieven 28) geschreven aan broer in Spanje en er evenveel 29) van hem ontvangen. Ik zou het heel jammer vinden als hij de mijne niet had ontvangen.


22)  Zie brief No. 820, n.20. [Antoine Le Pautre, L'entree triomphante de Leurs Majestez ... dans la ville de Paris, 1662. Eerder: Les oeuvres dŐarchitecture ..., Paris 1644.]
23)  "Mooie Italiaanse schilderijen, behorend aan Jabach. M. Fouquet heeft ze gekocht voor 80 duizend écus" [Dagboek, 27 jan.].
Titiaan 24)  Tiziano Vecellio ... [ca, 1490-1576].
25)  Er zijn twee van deze portretten bekend, het ene, waarin hij de soldaten toespreekt, in het Prado te Madrid, het andere, waar hij zijn geliefde streelt, in het Louvre te Parijs. [Zie de afbeelding rechts: 'Conjugal allegory' (ca. 1530), in 1662 verworven door Lodewijk XIV van Eberhard Jabach.]
26 ... [Niet Louis de Béranger du Guast (ca. 1540-1575), maar Alfonso d'Avalos (1502-1546), markies van Vasto.]
27)  Zie No. 830 [eind].
28)  No. 823 en No. 831 aan Lodewijk Huygens.
29)  Deze brieven zijn niet gevonden. Zie No. 831, n.1 en n.2.



[ 236 ]
No 836.

[Constantijn Huygens jr.] aan Christiaan Huygens.

10 februari [1661].

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 834.

A la Haye le 10 Fevrier 1660 1).  

  Ik heb je laatste brief van de 4e ontvangen, waarin je het aan 't begin hebt over de heer van St. Agathe, van wie ik eindelijk mijn boek gekregen heb nadat ik het hem twee maal heb laten vragen.


1)  Lees: 1661.

[ 237 ]
Hij is nog niet hier geweest, en als ik niet het mijne gedaan had zou mijn boek waarschijnlijk nog moeten komen. Kort nadat hij in Amsterdam was aangekomen werd hij genomineerd om schepen te worden, wat hij ook geworden is; deze zaak was naar ik denk voorbereid door zijn vader 2) voordat hij vertrok, en dat was voor hem gemakkelijk via de heer Polsbroek 3), die sterk met hem bevriend is.

Vader is terug uit Kleef, heel tevreden over de ontvangst die hij daar kreeg, maar hij gaat niet naar Engeland, waarheen meneer de Keurvorst prins Maurits 4) en de heer Weimann 5) zendt, zoals vader je ongetwijfeld bericht, en eveneens dat hij het plan heeft jou naar dat land te laten gaan om deze prins daar op te zoeken, iets waarvan ik verzekerd ben dat je er heel blij mee zult zijn, daar je dan de gelegenheid zult hebben zowel om je in de taal te perfectioneren, als een bezoek te brengen aan al die makers van almanakken en verrekijkers die je bekend zijn.

Ik ben heel blij te horen dat die Mouchon nog in leven is, en heel boos dat jij niet met haar hebt gesproken en niet iets over mij hebt gezegd. Nu ik weet dat ze nog op de wereld is, ben van plan haar een compliment te schrijven met de volgende gewone post, om haar te verzekeren van de herinnering die ik heb aan haar soepen.

Ik twijfel er niet aan dat je de nieuwe Komeet gezien hebt die hier sedert enige dagen verschijnt in oostelijke richting. Ik stond gisteren om 3 uur op en klom bij grote koude ons huis op, zonder hem te kunnen vinden, omdat hij nog te dicht bij de horizon was, maar toen ik er daarna om 5 uur weer heengegaan was zag ik hem in het begin al op 30 graden hoogte, en zelfs zonder verrekijker herkenbaar; en daarmee kan ik hem vanuit mijn kamer makkelijk zien. Ik heb hem bekeken met de grote die we hebben, maar omdat het licht ervan nogal zwak is bevind ik dat hij met die van vijf voet er evenveel volmaaktheid in te zien is als met de andere.
Ik behoef je de bijzonderheden van mijn waarneming niet te vertellen, omdat ik weet dat jij daar zelf waarnemingen gedaan zult hebben*) met de kijker die je hebt meegenomen.
Ik zal je alleen zeggen dat de afgelopen nacht naar ik geloof de helft van de inwoners van deze plaats erop uit gegaan is om dit nieuwe verschijnsel te gaan zien, en dat ik vanaf drie uur totdat het licht begon te worden niet heb kunnen slapen door het rumoer dat de mensen maakten, die over straat kwamen en gingen als bij een processie°). Ik verlang er sterk naar te horen wanneer en hoe deze komeet aan jou is verschenen, daar het iets is waarvan ik weet dat je het al lang wenst.


2)  Zie over Willem Boreel brief No. 63, n.6.
3)  Cornelis de Graeff, heer van Zuidpolsbroek ... [1599-1664], bewindhebber van de VOC ...
4)  Johan Maurits van Nassau-Siegen [1604-1679]. Zie brief No. 10, n.3.
5)  Namens de Keurvorst. [T. 22, p. 569 (n.21): Daniel Weimann (1621-1661) ...]
komeet van 1661 volgens Kechel[ *)  In Frankrijk was het bewolkt, en de komeet is er niet gezien (zie p. 243 hierna, en p. 280).  Boulliau zag hem eveneens op 10 febr. in Hamburg (>), Hevelius had hem al eerder waargenomen en ook Megerlin in Basel: 26 jan. oude stijl (er is zelfs een Nouva relatiun in het Rheto-romaans over deze komeet); de helderheid was aan het afnemen.
Figuur: Hollandtsche Mercurius van 1661, 12e deel (1662), p. 35-36, van Kechel, 8 febr.
In 2002 verscheen hij weer: Ikeya-Zhang.]

[ °)  Constantijn Huygens sr. schrijft over de komeet op 14 febr. (aan Dohna, kennelijk op verzoek van deze, p. 242). Hij noemt een aantal namen (verschrikkelijker dan 30 kometen) van astronomen uit het verleden die het er niet over eens waren, waardeert wat Seneca zegt (Naturales quaestiones, lib. 7, cap. 29 (1632) p. 792, met die namen), maar wil wachten op het oordeel van zijn 'Archimedes'.
Deze (zoon Christiaan) is misschien wel met collega's in Parijs te zien, met een telescoop schrijlings zittend op een dak, "gelyck de vier heems kindere".
Na een verhaal van zijn moeder over een non die op de derde dag van haar intrede "schrijelings op het dack sat en riep, Ick wil mans sien", gaat het over een menigte in Den Haag, die naar het zuiden liep toen men hoorde dat de komeet daar te zien was, en van de vrouwen werd gezegd "datter veel waeren, die in dat gedrang geen sterren, maer na vrijers met steerten sochten".

In een PS. (un mot de serieux) zegt hij dat sommigen dachten dat de komeet oud was en periodiek terugkwam, en anderen zelfs dat het een satelliet van Venus was. Zelf wil hij afwachten of de positie op verschillende plaatsen anders is; zo niet, dan is het een nieuwe ster zoals die van 1572 in Cassiopeia.]


[ 238 ]
  Van de huwelijken waarover ik je in het verleden kan hebben geschreven komt er tot nu toe geen tot stand, zelfs verscheidene van die affaires waarvan men dacht dat ze wel gevorderd waren gaan meer achteruit dan dat ze vorderen, zoals onder andere die van Margrietje 6), die naar men zegt is beëindigd door een afwijzing, of iets dat er wel dichtbij komt; de Cavalier 7) gaat evenwel nog steeds voort met zijn bezoeken en ziet er nog niet van af, zodat ik niet weet wat ervan te oordelen is. Drost maakt nog steeds de jongste het hof met veel ijver, maar ik twijfel toch zeer aan het succes. Over de zaak van Flodorp spreekt men met enige zekerheid, zelfs bij het meisje, en men zegt dat hij zich op de een of andere manier iets in het vooruitzicht heeft gesteld.

Ik verzoek je te kijken naar de stukken van Callot die le Blond heeft, en of er een of twee goedkoop te krijgen zijn, want anders is het beter ze daar te laten. Bericht me ook iets over welke Italiaanse tekeningen hij heeft en of ze je wel goed lijken. Adio.

A Monsieur
Monsieur Huijgens de Zulichem
à Paris.  


6)  Margaretha Rijckaert. Zie brief No. 820, n.14.
7)  Adriaan Pauw [1637-1664]. Zie No. 828, n.7.



No 837.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

11 februari 1661.

Brief in Leiden, coll. Huygens.
Const. Huygens' antwoord
: No. 840.

A Paris ce 11 Febrier 1661.  

  Ik heb met deze laatste gewone post niets gekregen, noch van Vader, noch van jou, en ik schrijf je ook niets. Geloof echter niet dat het is om me te wreken, maar omdat ik geen tijd heb gehad je iets te berichten, na de hele dag te hebben rondgereden door de stad met de hertog van Roannez 1); pas op dit moment heeft hij me thuis gebracht.


1)  Artus Gouffier de Roannez ... [1627-1696] ... [Dagboek Parijs, 11 febr. (eerder vanaf 4 nov. 1660), nog vaak genoemd in brieven aan broer Lodewijk, 1662; de 'Machine Roanesque' (postwagen) in No. 1190, 28 dec. 1663.]

[ 239 ]
Ik heb voor jou gekocht de waaier van Callot en het portret van Cosimo 2) de Medici voor 2 écus 3). Dat is het belangrijkste om je te laten weten. Vader zal zo goed zijn me deze keer te vergeven, en hij zal me naar ik hoop weldra laten weten of ik naar Holland of naar Engeland moet komen. Het ga je goed en draag alsjeblieft zorg voor deze brief aan Heinsius 4).

A Monsieur
Monsieur de Zeelhem
chez Monsieur de Zulichem &c.
A la Haye.  


2)  Een van de drie Cosmo's, groothertogen van Florence. [Zie p. 476 voor Cosimo II, vader van Leopoldo.]
3)  Huygens kocht ze op 8 februari bij le Blond [Dagboek, T. 22, p. 553].
4)  Brief No. 838.



[ 243 ]
No 840.

[Constantijn Huygens jr.] aan Christiaan Huygens.

17 februari 1661.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 837.

A la Haye le 17 Febrier 1661.  

  Je laatste brief van de 11e is me gegeven, geschreven in de stijl die de Lacedemoniërs vroeger gebruikten, en ik heb zorg gedragen voor die welke je me hebt gestuurd voor Heinsius, die gisteren bij mij op bezoek was. Ik bedank je zeer voor de twee Gravures die je voor me hebt gekocht, en verzoek je ze mij met de volgende gewone post te sturen in een brief die je hiervoor zo groot zult kunnen maken als maar mogelijk is. Over de vouwen die er in de Gravures zullen komen maak ik me geen zorgen en ik ken genoeg middelen om ze er helemaal uit te halen; daarom verzoek ik je dit niet na te laten.

Ik verbaas me erover dat je niets zegt over de nieuwe Komeet, waarbij iedereen de vrijheid neemt alles te fantaseren wat bij hem opkomt, in afwachting van het oordeel dat jij erover velt. Sommigen willen hem zelfs niet de rang toekennen van een betekenisvolle komeet, en zeggen dat het de oude is die enkele jaren geleden verscheen, anderen dat het de nieuwe ster is die in 1572 verscheen; anderen, de meest dwazen van allen, dat het een satelliet van Venus is, waartoe Vossius me geneigd scheen toen hij me hier onlangs kwam bezoeken. Zodat je er goed aan zult doen daar uitkomst in te brengen zodra het kan.

Broer Lodewijk berichtte ons in zijn laatste brief dat hij tot dan toe niets van jou had ontvangen 1), waarover hij zich zeer beklaagt; kijk eens langs welke weg jij je brieven laat adresseren. Hij zegt aan Vader tegen de maand april terug te keren als hij het goedvindt, daar het er nog niet op lijkt dat de Ambassade de eerste vier of vijf maanden terugkomt en misschien de hele zomer; hij zou wel veel zin hebben terug te komen via Engeland om er de koning 2) gekroond te zien worden en een buiging te gaan maken voor Mistris Price 3), maar Vader laat blijken dat hij hem langs de kortste weg wil laten terugkeren, zonder zich op zee te wagen.
Hij bericht nog dat hij het Escorial is gaan bezoeken, en dat hij er onder verscheidene andere zeldzame dingen een magneetsteen heeft gevonden die maar 5 pond weegt en 25 pond ijzer aantrekt, en hij zegt dat hij, na er een mes mee gewreven te hebben, enkele dagen later twee scharen en een sleutel ermee samen kon optillen, wat werkelijk iets vreemds is. Ik zou willen dat hij erbij gezegd had of de steen met ijzer gewapend was of niet, hij vermeldt het niet.


1)  Chr. Huygens aan Lodewijk Huygens: No. 823 en No. 831, 18 dec. 1660 en 26 jan. 1661.
2)  Koning Karel II werd gekroond op 3 mei 1661.
3)  Juffrouw Brigitt Price. Zie brief No. 863 n.6].

[ 244 ]
Prins Maurits die naar Engeland gaat is nog in Amsterdam, maar zal vandaag of morgen hier zijn en over enkele dagen zal hij zich inschepen als de wind goed is, zodat jouw verblijf daar naar alle schijn niet erg lang zal zijn; ik kijk er zeer naar uit dat je in Engeland bent, al was het maar om iets te zien van hun grote verrekijkers, en op welke manier ze het aanleggen deze te maken.

De dochter van meneer Vet 4) die hier bij de Staten-Generaal is, is hier gisteren getrouwd, met een grote jongen genaamd Munnix, broer of neef van de mensen die je kent.
Over de affaire van Margrietje 5), waarvan men onlangs zei dat die achteruit begon te gaan, begin ik opnieuw een goede dunk te krijgen en ik geloof dat er tegen de maand mei een belangrijke kentering zal optreden. Adieu, vergeet mijn gravures niet.

A Monsieur
Monsieur Huijgens de Zuijlichem
A Paris.  


4)  Jacob Veth ... [na 1608-1667] ...
5)  Margaretha Rijckaert. Zie brief No. 836 [n.6; ook No. 910 hierna].



[ 265 ]
No 855.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

12 april 1661.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.
Const. Huygens' antwoord
: No. 856.

A Londres ce 12 Avril 1661.  

  Ik verzoek je naar boven te gaan naar mijn kamer, waarvan ik de sleutel ter bewaring aan Nicht 1) gegeven heb. Je zult daar, in de doos waarin de machine van meneer Pascal zit die op tafel staat, de sleutel vinden van de grootste van mijn 2 kasten. Als je deze open hebt moet je hem nog bovenin openmaken, waar ik mijn lenzen van de grote kijker heb gelegd. Wil je deze alsjeblieft inpakken in een wat stevige doos, met katoen of iets dergelijks; en met het opschrift aan de heer van Hulst 2), secretaris van onze ambassadeurs, deze doos per post opsturen


1)  Catharina Suerius. Zie brief No. 7, n.2.
2)  Misschien Samuel van Huls ... [1696-1687], eerste klerk bij de griffie van de Staten-Generaal [in Dagboek Londen: 3 april en 21 april], bekend om zijn vertaling van de psalmen [1681, 1682].

[ 266 ]
als zich geen andere gelegenheid voordoet. Men zegt mij dat de vrouw 3) van meneer van Hoorn 4), een van de Ambassadeurs 5) weldra zou komen, maar ze zal misschien al vertrokken zijn.

Ik doe dit niet graag, mijn goede glas zo riskeren, maar nadat ik heb opgeschept dat het beter was en meer effect gaf dan die van 35 voet die ze me hier hebben laten zien, laten ze me niet met rust, en ik zal niet worden geloofd tenzij we ze met elkaar vergeleken hebben. Verzuim dus niet, om welke reden dan ook, het naar me te sturen.

Ik hoop dat Vader mijn laatste brief 6) zal hebben ontvangen van de 8e van deze maand en ik verbaas me erover dat ik geen antwoord gekregen heb op die 7) welke ik uit Calais schreef, want deze laatste post heeft me niets gebracht. Ik zou nu aan hem hebben geschreven, maar ik moet nog de markies van Montjeu 8) opzoeken om samen onze reis af te stemmen die we volgens wat we besloten hebben morgen naar Oxford 9) maken, en het is al laat. Ik laat deze brief hier voor de post van vrijdag, ik zal pas terug zijn op zondag of zaterdagavond op zijn vroegst. Adieu.

A Monsieur
Monsieur de Zeelhem
chez Monsieur de Zulichem
A la Haye.  


3)  [Add. et Corr. p. 588:]  Hendrika van der Gracht.
4)  Simon van Hoorn ... [1618-1667] ...
5)  Ambassadeur was ook: Lodewijk van Nassau ... [1602-1665], heer van Beverweerd ...
6)  Deze brief is niet gevonden.
7)  Deze brief ontbreekt ook. Zie No. 852 en 860.
8)  De markies van Monjeu [Montjeu] hield Chr. Huygens vaak gezelschap tijdens zijn verblijk in Londen. [Dagboek, 8 april e.v.]
9)  Huygens vertrok op 13 april naar Oxford met de heren de Montjeu, de Coudray, de Beaumale, Chieze, Oger en was terug in Londen op 16 april [Dagboek].



[ 267 ]
No 856.

Constantijn Huygens jr. aan [Christiaan Huygens].

28 april 1661.

Kopie in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op
No. 855.

A la Haye 28 Avril 1661.  

  Ik heb je laatste brief van de 12e ontvangen, waarin je me bericht dat ik de glazen van jouw grote Kijker moet sturen, wat ik nu doe, en ik zou het eerder hebben gedaan als men mr mijn gang had laten gaan, maar Vader heeft me opgedragen ze af te geven aan de heer Copes 1), zaakgelastigde van meneer de Reurvorst, die beloofd heeft ervoor te zorgen. Ik denk dat hij ze per post zal zenden; daarom heb ik ze ingepakt in doos van blik. Ik weet zeker dat ze anders niet veilig zouden zijn, want bij de post worden de brieven in balen verpakt met forse hamerslagen. Ik hoop dat je als ze aankomen zult vinden dat ze niets geleden hebben, en dat ze dienst zullen doen om de hoge dunk die de Engelsen hebben van de hunne weg te nemen, waarna ze naar ik meen de beste van heel Europa zullen zijn.

Eergisteren nog heb ik Jupiter vanuit mijn raam heel goed gezien met mijn grote kijker. Ik behoef je er niet aan te herinneren alles te onderzoeken wat dit handwerk betreft, wel wetend dat je niets vergeten zult zijn. Vergeet vooral niet te weten te komen, waar ze goed glas vinden voor hun kijkers, en of men niet een handels­verbinding zal kunnen maken om het daar vandaan te krijgen.

Ik ben overgelukkig dat je van plan bent terug te komen 2) dadelijk na de Kroning 3), om van je te horen wat voor aankopen je daar zult hebben gedaan.


1)  Johan Copes, geboren 1601 te Zutphen; studeerde in Leiden en was vanaf 1655 zaakgelastigde van de Keurvorst van Brandenburg in Den Haag.
2)  Chr. Huygens was op 27 mei 1661 terug in Den Haag. [Dagboek Const. Huygens sr., p. 67].
3)  De kroning vond plaats op 3 mei 1661.



[ 370 ]
No 910.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr.

22 oktober 1661.

Brief en kopie in Leiden, coll. Huygens.

Hage den 22 October 1661.  

  Ik laat je hierbij weten dat je bent uitgenodigd voor een bruiloft bij de Ryckaerts 1), komende donderdag, dat is op de 2e dag met de jongelui. Daar zullen zijn juffrouw van der Nisse 2), Thibault 3), Bartolotti 4) en veel andere uitverkorenen, daarom, voordat je het daar afrondt kun je komen en zien of er onder deze niet een is die je beter aanstaat.

De pomp doet het nog niet, de buis was zo ongelijk van wijdte dat er geen of weinig lucht uit de fles kon worden getrokken. Het is nu alweer 4 dagen


1)  Huwelijk van Margaretha Ryckaert en Adriaan Pauw, 26 okt. 1661; zie brief No. 820, n.14 [en hierboven No. 836, n.6-7 en No. 840, n.5].
2)  De familie van der Nisse woonde te Goes, in Zeeland. [Misschien gaat het om Elisabeth, die in 1664 trouwde met Willem Adriaan van Nassau.]
3)  Waarschijnlijk een dochter van de burgemeester van Middelburg, Hendrik Thibault, en Maria van Gogh; ze had twee broers: Joan Thibault, die trouwde met Maria Christina [Add. T. 4, p. 581] Bartolotti, en Christiaan Thibault, die trouwde met Constantia Bartolotti ...
4)  De jongedames Bartolotti van de vorige noot [en Jacoba Victoria] waren dochters van Guillelmo Bartolotti, een van de rijkste kooplieden van Amsterdam, en Jacoba van Erp. ... (zie No. 829, n.5).

[ 371 ]
dat de instrumentmaker die onder handen heeft*), maar omdat zijn broer gestorven is, kan ik het niet van hem gedaan krijgen, en hem zelf nooit thuis vinden.

  Ik heb 2 brieven van Vader gehad 3), de eerste uit Brussel 4), de andere uit Mons van de 15e, zodat hij nu al een dag of 2 in Parijs 5) moet zijn geweest. Hier mede &c.

Mijn Heer
Mijn Heer van Zeelhem,
ten huijse van de Hr. ontfanger
Zuerius.
Tot s' Hertogen Bosch.


luchtpomp[ *)  Eerste vermelding van de luchtpomp van Chr. Huygens: brief aan Moray, 30 sept. 1661:
Ik ben nu bezig een machine te laten bouwen zoals die van meneer Boyle om nog enige nieuwe experimenten in het luchtledige te doen, en het genoegen te hebben een deel te doen van die in het boek.
Als het toestel klaar is zal ik u laten weten welke verandering ik heb aangebracht, want het valt eerst te bezien hoe die zal slagen.
Brief aan Lodewijk Huygens, 30 nov.:
Mijn pneumatische pomp is begonnen te werken sinds gisteren, en deze hele nacht is een blaas opgeblazen gebleven (terwijl er tevoren toch bijna geen lucht in zat), wat meneer Boyle nog nooit heeft kunnen bewerkstelligen.
De pomp werd een succes; zie verder T. 17, p. 313 e.v.]

3)  Deze twee brieven ontbreken in de collectie.
4)  Constantijn Huygens sr. was op 13 oktober in Brussel en in Mons op 15 oktober [zie zijn Dagboek, p. 68].
5)  Op 21 oktober kwam Constantijn Huygens sr. aan in Parijs [Dagboek, p. 68].




1662




Home | Christiaan Huygens | T. III
Briefwisseling met Constantijn Huygens jr., 1660-1661 (top) | vervolg