Home | Chr. Huygens | Oeuvres XXII | < Biografie - Noten >

Noten

bij de

Biografie van Christiaan Huygens



[ 525 ]

Dagboek van Chr. Huygens

PARIJS  en  LONDEN,  1660-1661.

[ 526 ]

§ 1.   REIS  en  VERBLIJF  in  PARIJS.
 1)  Zie over A. van der Wal, of van der Walle, en zijn bibliotheek, p. 30 en 698 van T. 18.
[ Veilingcatalogus (1684) in die van Chr. H. (1695): p. 33 bij Misc. 4o.216.] 
 2)  Hendrik Becker of David Becker, beiden zoon van Samuel Becker en Jacomina van Baerle, zus van de moeder van Christiaan, Zie de noten 19 van p. 16 van T. 5 en 9 van p. 170 van T. 6.
 3)  Waarschijnlijk Christiaan Suerius hoewel zijn huwelijk officieel pas plaats vond op 26 oktober daaropvolgend (T. I, p. 438 #)). Hendrik Suerius (T. 3, p. 414, n.8) en Jacob Suerius (T. IV, p. 199) waren niet getrouwd.
[ #)  Add. et corr. 920: "T. I, p. 438" lisez "T. I, p. 348" lijkt onjuist: hier wordt in n. 10 gesproken over neef Christiaan Huygens, getrouwd op 26 oktober 1655. Maar T. 4, 242, n7: Marten Christiaan Suerius (1629-1704), getrouwd.] 
 4)  Claude Lamoral, prins van Ligne, die in 1670 vice-koning werd van Sicilië en overleed te Madrid in 1689.
 5)  Zie over Simon Douw p. 80-83 van T. 17 [en T. 2, 240-].

[ 527 ]

[ *)  Vosmeer: "twelc Tholen scheyt van Brabant", zie bij UvA de kaart 'Brabantia Ducatus', Visscher, 1642. 
De uitdrukking is van E. van Meteren, volgens P.J. Meertens, in Nederlandtsche gedenck-clanck (1942), p. 151.] 
[ °)  De kerk werd beschreven door Michel de Saint-Martin (1661, zie noot bij 18 okt.), p. 76-82.]
 6)  Jean Bolland (1596-1665), schrijver van de Acta Sanctorum, in samenwerking met Godfried Henschen. Zie "L'oeuvre des Bollandistes" door Hippolyte Delehaye S.J. Bruxelles, 1920.
 7)  Zie over N. Heinsius p. 43 hiervoor [en T. I, p. 399].
 8)  Zie over de familie Douartes of liever Duarte en hun prachtige herenhuis in Antwerpen noot 3 van p. 20 van T. 2. Vader Gaspard Duarte, vriend van vader Constantijn Huygens, was overleden in 1652 [1653]. Zoon Diego ("Don Diego") [1612-1691] wordt door Christiaan dikwijls genoemd, o.a. in 1663, p. 322 van T. 4, waar de noot bij vergissing zegt dat het gaat om vader Gaspard.
[ Christiaan ontmoet Gaspar jr. op 9 april in Engeland, zie p. 570 hierna.] 
 9)  Organist van de koning te Parijs, overleden in 1656, al eerder genoemd [p. 472].
10)  Tiziano Vecellio (1477-1576).

[ 528 ]

11)  In T. 20 (p. 43 en 49) hebben we, naar aanleiding van deze passage in het Dagboek, iets gezegd over de carillons van Antwerpen, pas geïnstalleerd door de gebroeders Hemony, eraan toevoegend dat we er uitgebreider over zouden spreken in T. 22. We hadden een Nederlandse brief over de carillons ontvangen van wijlen de heer Gyselynck, secretaris van de stad Antwerpen, waaraan we het volgende ontlenen.
De gebroeders Hemony (Frans en Pieter) hadden twee carillons geïnstalleerd in de kathedraal (Onze-Lieve-Vrouwekerk) en een in de abdij van St. Michel, waarover men kan raadplegen H.N.J. van Eelde in het tijdschrift Oud-Holland van 1896 en het "Jaarverslag 1925-1926 en Mededeelingen van de Mechelse Beiaardschool".
Huygens moet gehoord hebben hetzij de "stadsbeiaard" bovenin de toren van de kathedraal, hetzij de "kerkbeiaard" die lager is geplaatst in de "torenkamer"; de "basklok" overeenstemmend met deze laatste is de grote "feest- en stormklok Karolus" gegoten in 1507; terwijl de "basklok" van de "stadsbeiaard" de "uurklok Gabriel" is, gegoten in 1459. De "kerkbeiaard" had in 1661 37 klokken, waarvan 34 gegoten door de Hemony's; hij is intact gebleven tot 1930. De "stadsbeiaard" (in verbinding met een uurwerk), waarvan de meeste klokken door de Hemony's werden gegoten in 1655-1658, is altijd zeer goed onderhouden. Het "houte klockspel" duidt waarschijnlijk het klavier aan, behorend bij een van beide carillons; de beiaardier speelt er op met handen en voeten #); de toetsen zijn van hout; als dit zo is, dan heeft Huygens dus de toren beklommen.
[ #)  Michel de Saint-Martin, p. 415: "ze laten klavieren maken, waaraan ijzerdraad bevestigd is dat met de klokken verbonden is, waarmee ze allerlei stukken spelen." ]

[ 529 ]

12)  In werkelijkheid heette de beiaardier, volgens Gyselynck, niet Cramers, maar Crama (Hubert Crama), we hebben het gezegd in noot 6 van p. 49 van T. 20. Crama werd benoemd in 1631, zowel voor de Stad als voor de "Kerkfabriek", en bleef in functie tot 1686, het jaar van zijn dood.
13)  Van der Elst was procureur in Brussel, volgens de Briefwisseling van vader Const. Huygens.
14)  Veelbezochte promenade.
[ *)  Brugmans (1935): beschrijving in Michel de Saint-Martin, Relation d'un voyage fait en Flandres ... en l'an 1661, p. 404 (400: Palais du Roy d'Espagne).]
15)  "L'Ecolier de Salamanque ou les généreux ennemis", stuk van Scarron van 1655. Een bewerking door Joan Blasius verscheen te Amsterdam in 1658. [Ned.]
16)  Zie over Gerardus Verbeeck p. 33 van T. 4 [graveur en later ingenieur in het leger].
17)  Of liever Van der Weyden, Vlaams schilder (1399-1464).
18)  Zie over de jezuïet Alphonse Antoine de Sarasa (1618-1667) en zijn "Solutio problematis a M. Mersenne propositi" [1649] ons T. 4, 12 en 20. Hij was achtereenvolgens prediker te Gent, Brussel en Antwerpen. Hij schreef ook de verhandeling "Ars semper gaudendi" [Antw. 1664].
[ Brief No. 112 (12 jan. 1652): brief van Sarasa aan Chr. Huygens, over diens Theoremata; antwoord: No. 117.]

[ 530 ]

[ *)  Toestel van Fr. Linus met in water zwevende magneetsteen, zie figuur in Apiaria universae philosophiae mathematicae (1645) Tom. II, Ap. IX, p. 88.]
19)  François Xavier de Fresneda, jezuïet, geboren in 1620, overleden te Madrid in 1692, prediker aan het Hof van Brussel. Zie ook over hem p. 210 van T. 3.
20)  Zie over hem [Caracena] p. 211 van T. 3.
[ A. A. de Sarasa (n.18) heeft in 1664 zijn Ars semper gaudendi opgedragen aan deze landvoogd.]
21)  D.w.z. het beeld van de Maagd waarover Justus Lipsius handelt in zijn "Diva virgo Hallensis, beneficia ejus et miracula", Antwerpen, 1604  [Ned. 1605].
22)  De dichter Janus Secundus (1511-1536), al genoemd door vader Const. Huygens in een brief van april 1609 (Worp, Briefwisseling no. 6). In 1618 verschenen te Leiden, ex officina Iac. Marci, de "Joannis Secundi Hagensis Batavi Itineraria tria, Belgicum, Gallicum et Hispanicum", edente nunc primum Daniele Heinsio. De volledige werken verschenen in 1631 en opnieuw in 1651, Lugduni Batavorum, ap. Fr. Moyaert: "Joh. Secundi opera accurate recognita ex museo P. Scriverii". Secundus schreef (p. 3 van de uitgave van 1618), na te hebben gesproken van de stad Hal ("we begonnen de stad Halle te zien"): "Spoedig in de stad terecht gekomen reden we onder kapellen gebouwd in een grot, afgedaald onder de lijken van de graven".

[ 531 ]

[ *)  Zie Michel de Saint-Martin (1661), p. 179-185.]
23)  De hertogin van Lorraine. Béatrice de Cusanze, eerst echtgenote van de prins van Cantecroix, daarna tweede vrouw van Karel IV van Lorraine — zie over hem p. 190 van ons T. 3 — goed bekend aan vader Constantijn Huygens (vergelijk noot 13 van p. 445 hiervoor). Zij overleed in 1663. In 1655 (T. I, p. 343) schreef broer Constantijn dat zijn vader en hij zeer goed door haar waren ontvangen.
[ Zie: E.C.M. Huysman & R.A. Rasch (eds), Béatrix en Constantijn, 2009.]
24)  Albert de Longueval, graaf van Bucquoy, groot baljuw van Henegouwen, is naar men zegt overleden in 1663.
25)  J. Secundus, p. 6 van "Itinerarium Gallicum": "We zagen een uurwerk in die stad, groot, dat verbazend kunstig de uren, dagen, tekens van de Dierenriem, de daglengte, en veel van dat soort dingen liet zien".
[ Cf. Michel de Saint-Martin, p. 413-4; ook: uurwerk van Cambrai.] 
[ *)  Zie É. Dhanens, J. Dijkstra, Rogier de le Pasture van der Weyden: Introduction à l'oeuvre ... (1999), p. 140: "Retable de Cambrai (1455-1459)";  M. Tucker, 'Philadelphia Crucifixion', in The Burlington Magazine, 1135 (1997) 676.] 

[ 532 ]

26)  De letters b. f. of B. F. komen enkele malen voor in dit Dagboek (o.a. 8 januari 1661 ter gelegenheid van een diner bij Auzout). We kennen de betekenis ervan niet.
27)  De eerste lettergreep is lichtelijk onzeker. Het schijnt dat Huygens eerst schreef "dansmeester" en dat hij "dans" verbeterde in "tael".
[ *)  In de veilingcatalogus van 1695 komt voor: La Guide de Paris (p. 54: 12o.314); ed. 1654 en 1656 online.]
28)  J. Chapelain (geboren in 1595), hierboven al verscheidene malen genoemd [<], speelde in het vervolg een grote rol in de verdeling van de koninklijke weldaden onder Colbert. Men beschouwt gewoonlijk 1674 als het jaar van zijn overlijden; maar een brief van de la Voye (ons T. 7, p. 465) geeft aan dat hij in 1675 nog leefde.
29)  Zie over abt Cosmo Brunetti p. 71 van T. 2. Hij was zeer verbonden met prins Leopoldo de Medicis en met de hertog van Luynes te Parijs of te Vaumurier en onderhield betrekkingen met de geleerden van de verschillende landen van Europa die hij op zijn reizen bezocht. Volgens p. 547 van ons T. 17 was hij in mei 1661 [1660] bij Huygens in den Haag geweest #). Huygens noemt hem een "goede Jansenist" (T. 2, p. 361).
[ #)  Na een reis naar Amerika, zie Susan Heller Anderson, 'Cosimo Brunetti : Three relations of the West Indies in 1659-1660', in Trans. Am. Phil. Soc. 59-6 (1969). Brunetti had ook in 1658 contact met Huygens: T. 2, p. 179, en in 1659: T. 2, p. 357 en 499; verwijzingen: T. 3, p. 99.
Karolina Targosz, 'Cosimo Brunetti - voyageur érudit, secrétaire du roi Jean III Sobiesky', Organon 14 (1978) 119-127.
Brunetti vertaalde in het Italiaans: Pascal, Les Provinciales, ed. Col. 1684.
Zijn horoscoop is opgesteld door Boulliau (BNF ms Fr. 13028, f.328v), geboren: Flor. 1632, overleden: Polen 1676.]

30)  Henri de Beringhen (vergelijk de noot op p. 83 van T. I), vroeger ontslagen door Richelieu, werd — na gediend te hebben onder Gustaaf Adolph, vervolgens in Holland onder de prinsen Maurits en Frederik Hendrik — na zijn terugkeer in Frankrijk door Mazarin met gunsten overladen. Hij bekeerde zich tot het katholicisme en werd eerste stalmeester van de kleine stal van de Koning. Hij woonde in het Petit Bourbon, tegenover het Louvre. Zie brieven van vader Constantijn aan hem in ons T. 3, 6, 7, 8, 9, in T. 8 en 9 ook van Christiaan.
31)  Abraham Bosse, de beroemde graveur (1611-1678). Hij was protestant. Zie voor hem p. 4 van T. 2 evenals p. 220-221 van T. 20, waar men kan zien [n. 138] dat Huygens waarschijnlijk in 1655 met hem had kennis gemaakt in Parijs.
32)  Pierre Cureau de la Chambre, zoon van Marin Cureau (niet Cuzeau) de la Chambre, over wie men kan raadplegen noot 5 van p. 390 van T. 3, en T. 19 [394-5]. Huygens kende noch de vader noch de zoon. Deze laatste had een solide welsprekendheid, belangstelling voor verschillende zaken en de reputatie van een man van de geest — we merken op dat de kerk Saint-Barthélemy werd verwoest in 1662.

[ 533 ]

33)  Zie over Hendrik van Nassau, heer van Ouwerkerk, en Jan van Ruytenburg, heer van Vlaerdingen, p. 170 [en 227] van T. 3.
34)  Zie over Jacob Boreel, zoon van ambassadeur Willem Boreel, p. 209 van T. 3 [St. Agathe]. Hij werd o.a. belast met een diplomatieke missie naar Parijs na de vrede van Nijmegen in 1678.
35)  Zie over N. le Fèvre p. 382 van T. 4 en p. 195 van T. 19. De Rue Sainte-Marguerite is later opgegaan in de Boulevard Saint-Germain.
36)  Zie over de architect Pieter Post p. 223 van T. 3, 509 van T. 4 en 295 van T. 9. Het kan hier gaan om zijn zoon Maurits, geboren in 1638, eveneens architect (T. 4).
Add. 920:  Het is mogelijk dat de Post die Huygens in 1660 in Parijs ontmoette noch P. Post, noch zijn zoon M. was, maar de schilder Fr. Post (1620-1680), broer van P.  
37)  Huygens heeft het uitgebreider over dit bezoek in zijn brief aan broer Constantijn van 5 november, T. 3, p. 169 [n.7]. In 1663 (T. 4, p. 303) noemt hij graaf Dille (lees d'Isle) "een zeer rechtschapen en zeer wellevend man".
38)  Zie over Thomas Gobert p. 21 van T. I.  [<]

[ 534 ]

*)  Add. 920: Balthasar de Vias, dichter en astronoom, leefde van 1587 tot 1667.
[ In de veilingcatalogus van vader Constantijn: Charitum libri tres, 1660 op p. 40, nr. 533.]
 
39)  Abt Quillet, 1602-1661. Hij was eerst geneesheer, maar viel op door zijn scepticisme, en werd gedwongen naar Rome uit te wijken waar hij zich bekeerde en geestelijke werd. Hij publiceerde "Callipedia seu de pulchra prolis habendae ratione" [de manier om mooie kinderen te krijgen], Leiden 1655.
40)  Zie o.a. over de klokkenmaker Martinot p. 503 van T. 18.
41)  Huygens noemt hem ook (T. 3, p. 170) "consul Zuerius". Het was dus David Zuerius, consul te Rouen (T. 4, p. 272, n.8).
42)  Lodewijk van Marlot, verscheidene malen genoemd in dit Dagboek (evenals op p, 273 van T. 4), zoon van David van Marlot die aanwezig was (T. 3, p. 70) bij het huwelijk van zus Susanna in april 1660.
43)  Artus Gouffier, hertog van Roanez (overleden in 1696), intieme vriend van Pascal. Hij volgde in 1642 zijn grootvader op (T. 3, p. 238) in de regering van Poitou. Zie o.a. over hem p. 160 [n. 7] van T. 17.
44)  Zie over Godefroi, graaf van Estrades p. 365 van T. 3. Hij was de eerste gevolmachtigde van Frankrijk bij de onderhandelingen die voorafgingen aan de vrede van Nijmegen van 1678. Men heeft van hem "Lettres, mémoires et négociations", gepubliceerd o.a. in 1743 in 9 delen. Voor wat op Holland betrekking heeft kan men raadplegen H. J. Rogge "De diplomatieke correspondentie van G. d'Estrades", in "Verslagen der Koninklijke Akademie", Amsterdam, 1897.
[ In de editie van Brugmans staat hier nog: "m'avaient esté chercher.": waren me komen opzoeken.] 
45)  Samuel de Sorbiere (T. I, p. 21), al hierboven genoemd [360], werd lid van de Royal Society in 1663, in dezelfde tijd als Huygens. Men kan over hem raadplegen G. Cohen, het werk geciteerd op p. 386 hiervoor. Hij publiceerde o.a. in 1664 te Parijs een "Relation d'un voyage en Angleterre" [Amst. 1666].
46)  Zie over haar T. 3 [p. 227, 254: verandering van religie; zie ook hierna bij 11 nov.].
47)  Misschien Claude le Tonnelier de Breteuil, heer van Escouché, lid van het Parlement in 1652, overleden in 1698.
48)  Madeleine du Pouget, actrice, die debuteerde in 1636. Ze trouwde met François de Chantellet, baron van Beauchasteau, eveneens acteur.

[ 535 ]

49)  De "Brevis Assertio Systematis Saturnii" van ditzelfde jaar 1660.  [Zie p. 523.]
50)  Zie over Joh. Goedaert en zijn boek (niet gedateerd) p. 214 van T. 4; de datum is blijkbaar niet 1662, veeleer 1660, aangezien Huygens het boek al in oktober 1660 bezat.
[ Metamorphosis naturalis, ofte Historische beschryvinghe van den oirspronk ... der wormen, rupsen, maeden ..., 2e deel, 3e deel — met op p. 54: brief van Boreel, 1668 —  Lat.] 
51)  Broer van Henri de Beringhen die hij assisteerde in diens functie van eerste stalmeester van de koning. Hij was in Holland stalmeester geweest van de prinsen van Oranje Frederik Hendrik en Willem II.
52)  Zie over hem p. 226 van T. 4.
53)  Zie over hem o.a. p. 117 van T. 4, en T. 17 en 20.
[ In T. 4 een verwijzing naar No. 808, T. 3, p. 182: "hij leek aanstalten te maken hem naar de keel te vliegen".  In T. 17: p. 358 en 439: 7 zonnen. In T. 20: p. 192: meetkundig punt.] 
[ *)  Huygens had zelf op 6 okt. ook een beschrijving van zo'n telescoop ontvangen (T. 3, p. 130).  
Boulliau was op 3 okt. uit Parijs vertrokken, op weg naar Polen (T. 3, p. 134), 11 november was hij in den Haag (brief aan prins Leopold, Manoscritto Galileiano 285), 20 jan. was hij nog in Amsterdam: T. 3, p. 222.] 
54)  Zie over Mesnard o.a. p. 289 van T. 4.  [Guillaume Ménard: Adler planetarium, microscoop.]
55)  Al genoemd op p. 321 van T. I.
56)  Anne de la Barre, T. I, p. 111.
57)  De markies van Menneville was in dienst van het hof.
58)  In de Journalen van broer Constantijn zijn soms ook onbegrijpelijke passages te vinden alleen voor de ingewijden in hetzelfde geheimschrift. Men zou ook kunnen lezen "uo ei ..."
59)  Busero, of liever Buysero, logeerde bij Vlaerdingen (T. 3, p. 170). Het was niet Laurens B., maar zijn zoon Diederik, of misschien zijn oudste zoon Adriaan, die secretaris van Willem III was.
[ Er is een Korte beschrijvinge van Parys (1666) van Dirk Buysero.] 

[ 536 ]

60)  De experimenten van Rohault zijn al genoemd op p. 10 hiervoor.
61)  Claude Clerselier of de Clerselier, schoonvader van Rohault. Zijn zus trouwde met Chanut, de beschermer van Descartes in Stockholm. Hij publiceerde de brieven van Descartes.
62)  Gabriel de Rochechouart, markies van Mortemar, 1600-1675.
63)  Henri Dumont, componist en organist van Saint-Paul te Parijs, 1610-1684.
64)  Michel Tambonneau, president van het Cour des Comptes van 1634 tot 1684, jaar van zijn dood.
65)  Zie over haar p. 231 van T. 3.
66)  Samuel Beauchamp, procureur bij het parlement, lid van de gereformeerde kerk.
67)  Charles de Bryas, zie p. 72 van T. 4.  [DSB: een andere Abbé Charles.]
[ Horoscoop, opgesteld door Boulliau (BNF, ms fr., 13028, fol. 328v):
"L'Abbé Charles autrefois Domestique du Card. Mazarin nay a Avignon Anno 1604. Martij".
"Cette figure promettoit des honneurs & des richesses, mais la Lune qui n'est regardee d'aucun Planete, l'a reduict volontairement a une vie privee; il quitta le Card. Mazarin quelques annees devant sa mort, & depuis il a vescu en Philosophe recevant compagnie en sa maison.
Il a esté perilleusement malade l'an 1674 ...
Maij 26. 1675. H 5. matutina catarrho subito suffocatus. Il avoit esté Moine de l'Ordre S. Benoist."]

68)  Zie over hem p. 373 van T. 3.  [Biogr.]
69)  Tegenwoordig een gedeelte van de Archives Nationales.
70)  Zie over Johannes van Gent p. 240 van T. 2 en 65 van T. 3
71)  Justus de Huybert, zie p. 387 van T. I en 65 van T. 3.
[ Van Beuningen, van Gent en de Huybert waren de speciale ambassadeurs i.v.m. teruggave van het prinsdom Orange.]

[ 537 ]

72)  Dit zijn in ons T. 3 de stukken 793-798 (en misschien 802).
[ Cf. T. 3, 175, brief van Brunetti: "de papieren ... die ik u terugzend".]  
73)  Het boek van 1649 [en 1642] van Cavaliere Giovanni Baglioni (1571-1644), getiteld "Le vite de pittori, scultori ed Architetti dal pontificato di Gregorio XIII del 1572 in fine a tempi di Papa Urbino VIII nel 1642" wordt verscheidene malen genoemd in ons T. 3; volgens p. 184 kocht Huygens het voor vader [broer] Constantijn, daar deze het had gevraagd (T. 3, p. 146).
[ In Bibliotheca Zuylichemiana, p. 161, 4-1246, ed. 1649.] 
74)  T. 19, p. 195.  [Traité de la chymie, Paris 1660.  In catal. 1688, p. 47, 8-280.]
75)  Zie over Giovanni Camillo Gloriosus en zijn werken p. 232 van T. I.
[ In cat. 1695, p. 8, 4-109: Exercitationum mathematicarum ..., 1627.]
76)  Ongetwijfeld de Prévigny.
77)  François II d'Espinay, markies van Saint-Luc, overleden in 1670.
78)  Louis de Buade, graaf van Frontenac.
79)  François d'Escoubleau, ridder van Sourdis, zie p. 174 van ons T. 2.
80)  Al genoemd door Huygens in 1655 onder andere illustere personen, zie p. 350 van T. I.
81Maria-Theresia van Oostenrijk, echtgenote van Lodewijk XIV, en haar moeder, Anna van Oostenrijk, dochter van Philips III.
82)  Ook genoemd op p. 232 van T. 3.
83)  Noch hier noch elders, als we het goed zien, zegt Huygens wat de voortstuwende kracht was van deze boot, die al genoemd is op 8 november.
[ Cf. T. 5, p. 87 en M. Keblusek, 'Keeping it secret', in Hist. of Sc. vol 43, p. 37-56: het 'malle schip' van Rotterdam (De Son, 1653).  G. Schott, Technica curiosa (1664), 387-390, fig.  C. van Yk, De Nederlandsche Scheeps-bouw-konst (1697), txt, h. 3.]  
84)  De bisschop van Langres (Louis Barbier de la Rivière) is hierboven al genoemd (p. 483 [n. 92]). Hij werd bisschop in 1656, en was o.a. hoogleraar in de filosofie geweest aan het collège du Plessis. Hij is het*) die wordt bespot door Boileau in zijn Satire I [1666, p. 4]:
    Le sort burlesque, en ce siècle de fer,
    D'un pédant, quand il veut, sait faire un duc et pair.
[ Het kluchtig lot, zo 't wil, in deze eeuw van staal, maakt wijsneus hertog, lid van Staten-Generaal.] 
[ *)  Volgens G. Lanson, Boileau, 1919, p. 52.] 

[ 538 ]

85)  César d'Estrées, geboren te Parijs in 1618, overleden in 1714. Hij werd uitverkorene in de Académie Française in 1656 en kardinaal in 1671.
86)  François Annibal, duc d'Estrées en maarschalk (1573-1670). Zie over hem p. 366 van T. 3.
87)  Louis de Bassompierre, bisschop van Saintes van 1648 tot 1676, overlijdensdatum.
88)  Jacques Testu, abt van Belval, veelbezocht prediker, overleden in 1706. Hij werd lid van de Académie Française in 1665.
89)  Claude Duval de Coupeauville, abt van la Victoire, overleden in 1676.  [Les historiettes, 2 (1834) 330.]
90)  Henri de la Tour d'Auvergne, burggraaf van Turenne (1611-1675). Hij had vroeger gediend onder zijn oom prins Frederik Hendrik van Oranje-Nassau. Vader Constantijn maakt er een toespeling op in de brief die hij op 20 januari 1661 aan Turenne schreef (gepubliceerd door Worp [No. 5676]) na van Christiaan te hebben vernomen dat de illustere burggraaf had "willen dulden [dat Christiaan hem] een buiging gaf".
91)  Jacques de Souvré (1600-1670). Hij was commandeur van de orde van Malta die hij vertegenwoordigde bij Lodewijk XIV.
92)  Philippe d'Orléans, jongere zoon van Lodewijk XIII en Anna van Oostenrijk, broer van Lodewijk XIV. Zie o.a. p. 7 van T. 18.
93)  D.w.z. van Mazarin. Het waren Marie, Hortense en Marianne Mancini.
94)  Niet Anna Petit, zoals we bij hypothese gezegd hebben in T. 4 — niet bestaand personage —, maar Anna Bergerotti, Romeins artiste die met haar moeder in Parijs woonde. Men ziet in genoemd deel dat zij enkele jaren later kennis maakte met vader Constantijn.
95)  Vergelijk de beschrijving die Huygens geeft in het concept van een brief op p. 199*) van T. 3. [... We moesten daar meer dan 2 uur wachten voordat de Koning kwam, te weten van 4 tot 7, maar ik verveelde me niet.  Uitgave: Xerxes, 1660.]
[ *)  Ned. in: Rudolf Rasch, 'Duizend brieven over muziek ... 1660', 2019, p. 42.]
96)  Zie over hem p. 390 van T. 3.
97)  Cornelis van Aerssen, heer van Spijck, 1627 [1637]-1688, zoon van Cornelis van Aerssen (1601-1662), genoemd op p. 103 van T. 4.
98)  Identiek, geloven we, met de Marlot van 4 november. Zie over deze identiteit p. 273 van T. 4.

[ 539 ]

99)  Ongetwijfeld Israël Henrichet [Henriet]. Broer Constantijn had Christiaan in zijn brief van 18 november (T. 3, p. 179) gevraagd een bezoek te brengen aan deze verkoper van gravures — zelf graveur, oom en eerste meester van Israël Sylvestre — om enkele werken van Callot te kopen, of er tenminste de prijs van te vragen.
[ *)  Relations, lettres, et discours de mr. de Sorbiere, 1660 (8o), met (op p. 147-154): "a rather extensive description of Christiaan's work on Saturn", volgens Bram Stoffele, 'Christiaan Huygens — A family affair' (2006) p. 86. In Bibl. Zuylichemiana, p. 149, 4-1071.]
100)  Huygens had in den Haag een "Dulaurens" gekend, secretaris van ambassadeur de Thou (T. 2 [p. 373 e.a.]), die belangstelling had voor wiskunde.
[ Franc. Dulaurens, Specimina mathematica, Paris, 1667, is opgedragen aan 'Ordines generales foederati Belgii', de Staten-Generaal van de verenigde Nederlanden; genoemd worden Heuraet en Hudde (zie p. 214), en op p. 211 Schootenius.]
meisje101)  Zie bij 23 december.
102)  Het zijn de brieven No. 816 en No. 817 van ons T. 3.
[ Figuur (HUG 45): meisjesgezicht in profiel, op concept van No. 817.
Dochter van Willem Boreel, die op 28 nov. klavecimbel speelde? Marianne Petit pas op 16 jan. Zie ook bij 13 maart.]

103)  Zie over François de l'Aubespine, markgraaf van Hauterives, p. 58 van ons T. I. Huygens had hem gekend in Breda toen hij rechten studeerde.
104)  We hebben op p. 261 van T. 17 al opgemerkt dat Huygens dit experiment al enkele maanden kende uit een brief van Guisony [T. 3, p. 104].
[ Zie figuur in Saggi ..., 1667 (Engl. 1684, p. 48, fig. naast p. 45).]
105)  Sebastien Chieze of de la Chaise. Zie o.a. p. 276 van T. 3.
106)  Er is al sprake van de Observationes van Fontana (publicatie van 1646) in een brief van 1647 (T. I, p. 48) van Mersenne aan Huygens sr.
[ Chr. Huygens had naar het boek gezocht voordat hij Systema Saturnium publiceerde, zie T. I, 382. Nu zal hij ontdekt hebben dat Mars bij Fontana niet driehoekig is.]
107)  Zus van Hendrik van Nassau, heer van Ouwerkerck, eerder genoemd [p. 533].
108)  Zie over J. L. de Vaulezard en zijn publicaties p. 613-614 van T. 15.
[ *)  Mle Perriquet wordt verder genoemd op 24 en 29 dec. Cf. Conrart aan Const. H. sr, 18 feb., T. 3, p. 250.]
109)  Claude de Rouvroi, hertog van Saint-Simon, 1607-1693.

[ 540 ]

110)  Zie over hem p. 33 van T. 4.
111)  Postuum werk van Saumaise, overleden in 1653 te Spa. Het draagt als titel: "Claudii Salmasii ad Johannem Miltonum Responsio", Londen 1660, en is een vervolg op de polemiek die begon in 1649 met een boek getiteld "Defensio regia pro Carolo I" [Ned.] waarop Milton had geantwoord met zijn "Pro populo Anglicano defensio prima" van 1651. In het eerste hoofdstuk van het door Huygens genoemde werk weerlegt Saumaise met scherpe woorden Nicolaas Heinsius, die Milton verdedigd had in een brief aan een vriend.
112)  Misschien de la Rocque, voormalig kapitein van de wacht van prins Willem II van Oranje.
[ *)  David Rivault, Les Elemens de l'Artillerie (1608): "canon ... qui ne se charge que d'air ou d'eau pure, & a neantmoins une incroiable force".  Mathematicall recreations (1653), p. 173: "How to charge a cannon without powder. ... This may be done with aire and water ...", vgl. Dircks 1865, met 'The century of inventions' van Edward Somerset, p. 481 (txt).  Zie ook bij 27, 30 dec., 12 jan.]
113)  Pierre Seguin, deken van Saint-Germain-l'Auxerrois, godsdienstleraar van Anna van Oostenrijk en beroemd verzamelaar van kunstvoorwerpen, overleden in 1672.
114)  La Peyrère wordt genoemd op p. 466 van ons T. 4. Hij had in 1655 in Holland een werk laten verschijnen getiteld "Praeadamitae sive exercitatio super versibus 12, 13 et 14 capitis V Epistolae D. Pauli ad Romanos quibus indicantur primi homines ante Adamum conditi" [... dat de eerste mensen voor Adam zijn geschapen, Ned. 1661] (zie ook 21 febr. over dit boek). In de gevangenis gezet in Antwerpen, ontsnapte hij naar men zegt aan de inquisitie dankzij de prins van Condé die hem zijn bibliothecaris maakte.
[ Zie 'Chr. Huygens en Isaac La Peyrère'.] 
[ *)  Misschien Abbé Claude Picot, vertaler van Descartes' Principia (1647). Zie over hem het 'Biographical Lexicon' bij Theo Verbeek, Erik-Jan Bos, Jeroen van de Ven (eds.) The Correspondence of René Descartes: 1643 (2003).  Cf. E. Fauré-Fremiet, 'Les origines de l'Académie des Sciences' in Notes and Records 21 (1966) 20.]
115)  Genoemd o.a. op p. 242 van ons T. 19. Pierre Michon, genoemd abt Bourdelot (1620 [1610]-1685), verbleef in 1651 in Stockholm als geneesheer van koningin Christina. Zie ook noot 12 van p. 28 van T. 5.
[ *)  Het boek van Petit zou kunnen zijn: L'usage ... du compas de proportion, 1634 (in Bibl. Zuyl., p. 35: 8-641), of: Observation touchant le vuide, 1647, of misschien: Petri Petiti observationes aliquot eclipsium solis et lunae ... (bij J. B. du Hamel, Astronomia physica, 1660).  Of toch dat van 1658 over de Seine, zie bij 16 januari.]

[ 541 ]

116)  Zie over de Dominis noot 4 van p. 357 van T. 17. Zijn werk van 1611 is getiteld "De radiis visus et lucis in vitris perspectivis et iride".
117)  Pierre Vatier [Vattier] (1623 - 1667), geleerd orientalist. Hoogleraar aan het Collège de France, eerder geneesheer van Gaston d'Orléans. In 1658 publiceerde hij een vertaling van de grote Tamerlan.
[ 1666: Des merveilles ... de l'Egypte, uit het Arabisch.]
118)  Zie noot 72 op p. 537 hiervoor.
119)  Zie p. 175 van T. 3.
120)  Zie over Robert Ballard p. 21 van T. I. Bij hem was in 1647 het werk van vader Constantijn verschenen "Pathodia sacra et profana occupati".
121)  Samuel des Marets (1599-1673), achtereenvolgens predikant te Vitré, Bretagne, Maastricht en Groningen.
122)  Zie over hem p. 205 van T. 3. Na de herroeping van het edict van Nantes week hij uit naar Holland en daar overleed hij.
123)  Deze dames worden genoemd door J. de la Forge in zijn boek van 1663 "Le cercle des femmes sçavantes" #). Marie Thiersault, vrouw van Sébastien Dubois, heer van Guerderville, meester voor de verzoekschriften bij het parlement.
[ #)  Meer informatie in Marguerite de Buffet, Nouvelles observations sur la langue françoise ... Les Eloges des illustres sçavantes ... (1668) 264-6.]  [<]
124)  Hij sprak misschien over de ruzie die Roberval met hem maakte, een dag in december 1658, in zijn eigen huis (T. 2, p. 287).

[ 542 ]

125)  Zie over Louis Marie Victor de Villequier noot 11 van p. 26 van T. 5.  [Eerder duc d'Aumont.]
126)  Pieter de Graeff, 1630 [1638]-1707, zoon van Cornelis de Graeff die verschillende malen burgemeester van Amsterdam was.
127)  Anthony van Haersolte van Essen [Elsen], zie p. 253 van T. 3.
128)  Burmania, oude Friese familie. Er was o.a. Laes van Burmania, overleden in 1691, verbonden aan een ambassade naar Spanje in 1662.
129)  Zie 2 dec. 1660. In een brief van 9 december (T. 3, p. 206-208) had vader Constantijn al aan de Beringhen, "eerste stalmeester van de zeer Christelijke Koning", laten weten dat "Archimedes" hem weldra het recept zou meedelen van het universele medicijn of elixir. Hij had het zelf ontvangen van de heer van Ouwerkerck, Hendrik van Nassau, hierboven genoemd [p. 533, n. 33], onder de naam "Balsem des levens". Dit elixir was samengesteld uit meer dan vijftig ingrediënten: zie W. Ploeg "Constantyn Huygens en de natuurwetenschappen" [1934], p. 83-85.
[ Vgl. het 'ens primum' op p. 600.]
[ *)  John Wallis gaf later kritiek op het boek van Dulaurens (zie bij noot 100) in Phil. Trans., 1668, p. 654, 744, 775, 825.  Brief hierover van Wallis aan Huygens, 10 sept. 1668: T. 6, p. 256, n.19 e.v.]
130)  Zie over Samuel ten Nuyl p. 508 van T. 3 [Boulliau noemt op 30 juli 1660 de 'Elegia' op de dood van Fr. van Schooten, eind mei 1660; publ.]
131)  Zie over Tamerlan p. 186 van T. 4.  [Vgl. noot 117 hierboven.]
132)  Giraud de Cordemoy, overleden te Parijs in 1684, voorlezer bij de kroonprins, lid van de Académie française in 1675. Huet duidt hem in zijn "Mémoires" aan als "een vaste bezoeker van de concilie'tjes van Cartesianen en de schrijver van werkjes die besmet zijn met deze kwade kiem". Zijn "Oeuvres" werden in 1704 door zijn zoon gepubliceerd.
133)  Alexandre Rieux, markies van Sourdéac, baron van Neufbourg. Op zijn verzoek schreef Corneille in 1660 "Jason, of de verovering van het Gulden vlies". Het stuk werd eerst voorgesteld op het kasteel van Neufbourg met machines die de markies van Sourdéac vervolgens afstond aan het Théatre des Marais. Zie ook de datum 6 maart van dit dagboek.
[ La toison d'or ... pour réjouissance publique du mariage du roy et de la paix avec l'Espagne, 1661, Desseins de la toison d'or, 1661.]
134)  Vergelijk p. 515 (r. 11) van T. 21.  [<]

[ 543 ]

135)  Zie 14 december.
136)  Het is de brief van p. 212 van T. 3.
137)  Zie 16 december.
138)  Deze brief bezitten we niet.
139)  Nicolas Perrot d'Ablancourt (1606-1664), vertaler van talloze werken, lid van de Académie française. Hij is te rekenen onder de libertijnen van die tijd, die religieuze problemen zeer op prijs stelde. Hij ging over van het calvinisme naar het katholicisme, dacht er vervolgens over zich tot het jodendom te bekeren. Hij woonde bij Conrart. Zijn neef N. Frémont d'Ablancourt, uitgeweken naar Holland na de herroeping van het edict van Nantes, werd geschiedschrijver van Willem III en maakte toen kennis met Huygens: zie ons T. 9.
140)  Charles Vigarani, overleden in 1693, van oorsprong Italiaan, was verbonden aan de dienst van de koning als "uitvinder van machines" en logeerde in de galerij van het Louvre: vergelijk p. 18 van T. 5.
141)  G. Brossin volgens sommigen, Antoine Gombaud of Gombault volgens anderen, ridder van Méré (1607-1684), van edele familie uit Poitou, was de eerste geweest die het probleem stelde van gelijkwaardige verdeling van de inzet in het geval van een niet afgemaakt spel. Zijn Oeuvres zijn in 1930 te Parijs gepubliceerd in 3 delen, door Ch. Boudhors. We hebben melding van hem gemaakt in T. 14.
142)  Buitengewoon schatbewaarder van oorlog, overleden in 1690.
143)  Philippe Gobaud du Bois [Goibaud-Dubois], overleden in 1694, vriend van de hertog van Roannez en van de Jansenisten. Hij nam actief deel aan de publicatie van de "Pensées" van Pascal en werd lid van de Académie française in 1693.

[ 544 ]

144)  Ongetwijfeld het boek van Goedaert, zie 9 november 1660.
145)  Het nieuwsblad van die tijd in burleske verzen van Loret, dat elke week verscheen vanaf mei 1650 tot maart 1665. Zie p. 254 van T. 3. Er bestaat een verzameluitgave in 4 delen van Livet, Parijs 1857-78.
146)  Vermaarde beschaafde dame, vrouw van de grote schatbewaarder van Spanje en grootmeester der ceremonieën van de orde van de Heilige geest. Zie over haar huis 7 maart.
147)  We hebben deze passage geciteerd op p. 221 van T. 20.
148)  Zie 10 januari.
149)  Armand de Cambout, markies vervolgens hertog van Coislin, overleden in 1670 [1702], werd in 1652 lid van de Académie française.
150)  Zie over Nicolas Sanson, geograaf van de koning, en zijn geografische werken p. 205 van T. 3.
151)  Pierre Mariette was overleden in 1657; hij was meester graveur geweest enz. en was de vader van een talrijke generatie schilders en graveurs. In 1679 spreekt broer Constantijn (T. 8, p. 167) nog over een Mariette; het was ongetwijfeld Jean Mariette (1640-1712), nog steeds gevestigd, zoals Pierre, in het huis aan de rue Saint-Jacques, volgens onze noot van de genoemde pagina.
152)  Zie over Antoine le Paultre p. 205 van T. 3.
153)  Het "Suitte du chateau de Ruel" verscheen inderdaad in 1661. Het bevat twaalf stukken die de tuin en het kasteel van Rueil voorstellen.
[ Chr. Huygens was daar geweest in 1655, zie p. 487.]
154)  We hebben deze passage geciteerd op p. 258 van T. 17 [het gaat over een perspomp].

[ 545 ]

155)  Charles François, graaf van la Vieuville. Hij had gediend in het leger van de Staten als luitenant-kolonel. Terug in Frankrijk werd hij in 1654 bisschop van Rennes en overleed in 1676.
156)  Princess royal, Maria Henriëtte Stuart, weduwe van Stadhouder Willem II. Zie o.a. noot 15 van p. 173 van T. 3 waar men leest dat zij inderdaad stierf aan pokken.
157)  Claude Tanier of Taignier, overleden in 1666, was een van de eerste volgers van Antoine Arnauld (1612-1694). In 1661 werd hij genoodzaakt, door een geheim bevel, zich te verwijderen uit Parijs of zich schuil te houden.
158)  Alexandre II d'Elbene, heer van la Mothe, naar men zegt zeer bekend in libertijnse kringen van die tijd. Hij was een groot vriend van Auzout. — Tenzij het Alphonse Delbina is, zoals we gezegd hebben op p. 242 van T. 4.
[ *)  De prinses was overleden op 3 januari; zie No. 830.]
159)  Henri-Auguste de Loménie, comte de Brienne, staatssecretaris, 1594-1666.
160)  Zie over pater Harouis en zijn toestellen p. 281 hiervoor.
[ T. 5, p. 433: 1622-1698, hoogleraar wiskunde.]
161)  Isabelle d'Escoubleau, oudste dochter van Charles, markies van Sourdis, ridder van de ordes van de koning, trouwde in 1637 met Martin Ruzé, markies van Effiat, overleden in 1644.
162)  Armand de Grammont, graaf van Guiche, zoon van maarschalk de Grammmont [...]. Hij werd kort daarna verbannen en begaf zich naar Holland. Na gratieverlening onderscheidde hij zich in 1672 bij de overtocht over de Rijn. In 1674 diende hij onder Turenne gedurende de campagne in de Elzas en liet er het leven. Zijn "Mémoires" aangaande de Verenigde Provinciën der Nederlanden zijn gepubliceerd te Utrecht in 1744.
163)  Jean Leblond, 1635-1719, schilder en graveur. Zie ook wat Huygens over dit bezoek schrijft aan broer Constantijn in zijn brief van 4 februari 1661, T. 3, p. 232.

[ 546 ]

164)  Protestantse academies voor paardrijkunst. Die van S. Toit was dichtbij de Tuilerieën; die van Salomon Foubert werd op last van de regering in 1679 gesloten. Foubert stichtte een nieuwe in Engeland.
165)  Deze bezitten we niet. Christiaan antwoordde op 26 januari, T. 3, p. 226.
166)  Bekend geneesheer.
167)  Misschien Henry de Beaumont, graaf van Parabere.
168)  César, hertog van Venôme (1594-1665), zoon van Hendrik IV en Gabrielle d'Estrées.
169)  Zie over Hugues de Lionne p. 60 van T. 5. In 1662 kwam hij in verbinding met vader Constantijn, die Latijnse verzen aan hem richtte.
170)  Zie over Michel de Marolles, abt van Villeloin, p. 134 van T. 6.
171)  Jacques Aléaume, een protestant afkomstig uit Orleans, wiskundige en sterrenkundige, overleden in 1627 te Parijs. Hij werd door Hendrik IV in dienst genomen om plannen op te stellen voor nieuwe bouwwerken in Parijs. Veel details over Aléaume (leerling van Viète, ook van Paolo Sarpi enz.) zijn te vinden bij C. de Waard in de noten bij de briefwisseling van Mersenne. Was in Holland ontcijferaar van onderschepte berichten geweest, in dienst van de Staten.
[ La perspective speculative et pratique, 1643.]
[ *)  'Cartesische duiker', cf. 'A Philosophical Toy'. Beschreven door Raffael Magiotti in 1648, zie T. 2, 41.]
172)  Al genoemd in 1655, T. I, p. 350. In 1659 zond vader Constantijn hem muziekwerken.
173)  Waarschijnlijk Petit's verhandeling van 1658: "Discours touchant les remèdes qu'on peut apporter à la rivière de Seine dans Paris".

[ 547 ]

174)  De familie Durazzo heeft verscheidene doges geleverd aan de republiek Genua. P. Petit maakt in 1662 ook melding van markies Durazzo (T. 4, p. 73).
[ Waarschijnlijk Louis de Durfort-Duras, 1641/40-1709, later graaf van Feversham.]
[ *)  Misschien Baptiste Blondeau.]
175)  Die in 1657 Frans consul in den Haag was (T. 2, p. 108).
[ *)  T. 3, p. 229: broer Constantijn schrijft op 27 jan. over rouwkleding voor Christiaan wegens de dood van de prinses, zijn vader vond voor hem niet nodig.]
176)  Zie 4 februari; we veronderstellen dat Charron en Charon eenzelfde persoon zijn.
177)  Zie over Gilles Ménage en de Mercuriale bijeenkomsten p. 398 van T. I.
178)  Zie over François le Metel de Boisrobert p. 377 van T. 2.
179)  Misschien Basil Fielding, earl of Denbigh, overleden in 1675.
180)  Louis de Mornay, markies van Villarseau.
181)  Francesco Cavalli, Italiaans componist door Mazarin naar Parijs ontboden, ter gelegenheid van het huwelijk van Lodewijk XIV.
182)  Zie 17 februari.
183)  Zie 29 januari.
184)  Jean de Launoi (1603-1678), bekend als "de nestenuithaler van heiligen", want hij legde er zich op toe de valsheid te bewijzen van de meeste werken der heiligen. De bijeenkomsten waarop hij zijn vrije meningen verspreidde werden door de koning verboden.
185)  François de la Mothe Vayer (1588-1672). Zie over hem T. 21, o.a. noot 23 van p. 537 [en p. 563-5].
186)  Marquard Gudius, zoon van Pierre Gude, burgemeester van Rendsburg. Hij stond in verbinding met N. Heinsius en werd vervolgens raadgever en bibliothecaris van de hertog van Holstein.  [Memoirs ... Huet, 1 (1810) 335-6.]
187)  Alexander Morus, protestants dienaar, geboren te Castres in 1616, overleden in 1670 te Parijs. Hij had toen juist Holland verlaten waarheen hij was gegaan op uitnodiging van Saumaise. Toen de synode op hem een beroep deed voor Charenton, was Lodewijk XIV eerst tegen dit beroep.
188)  Marie de la Tour, dochter van de hertog van Bouillon en Elisabeth van Oranje, dochter van Willem I van Oranje (de Zwijger) en Charlotte de Bourbon. Ze trouwde met Henri de la Tremoille, hertog van Thouars. Haar dochter Charlotte-Emilie-Henriette trouwde met Antoine, graaf van Altenbourg.

[ 548 ]

189)  Zie p. 211 van T. 3.
190)  Huygens noemt hem al in 1655, T. I, p. 349 [<]; volgens onze noot daar waren er in 1661 twee neven Gaultier in Parijs, beiden beroemd luitist. De oudste, Jacques, had in 1647 vader Constantijn de zeer goede luit verschaft waarvan sprake was in noot 17 van p. 425 hiervoor.
191)  Marianne Petit, dochter van Pierre Petit, verscheidene malen genoemd zowel in dit Dagboek als in de briefwisseling (T. 3 e.v.). Bij vergissing is er in ons T. 4 (p. 554) sprake van een Anna Petit; op de aangehaalde plaatsen gaat het om Anna Bergerotti, vergelijk noot 94 van p. 538 hiervoor. Brugmans heeft "Marie Elisabeth", in plaats van Marianne. Volgens Brugmans overleed Marie Elisabeth in september 1671, na ingetreden te zijn bij de Bernardines van Lagny. Op 27 december 1663 schrijft Christiaan aan broer Lodewijk dat Marianne "vroomheid in het hoofd heeft en het plan van het klooster, wat haar zot en schroomvallig maakt" [IV, 479]. Ze woonde evenwel nog bij haar vader in 1667 (T. VI, p. 100), en 1673 (T. 7, p. 366). Christiaan noemt zowel de vader als de dochter. Het lijkt ons — zie de eerste regel van p. 547 — dat er slechts één dochter was, Marianne. Op p. 386 hiervoor hebben we melding gemaakt van Marianne Petit: Huygens schrijft op 28 december 1661 over haar: "dat er niets is dat me zozeer in verrukking brengt ..." [T. 3, p. 431].
192)  Zie over Jacques Buot p. 258 van T. 3.  [D. J. Sturdy, Science and social status, 1995, p. 111; publ. Buot, 1647.]
[ *)  Een familie Roussel of Russel wordt genoemd in: J. H. Leopold, 'Clockmaking in Britain and the Netherlands', in Notes and Records of the Royal Society of London, 43-2 (1989) 155-165, zie p. 157.]
193)  Du Bosc was raadgever en secretaris van de koning, edelman die de koningin diende. In 1660 had Sorbiere zijn vertaling van werken van Sextus Empiricus aan hem opgedragen [niet in druk verschenen].
[ R. H. Popkin, 'Samuel Sorbière's translation of Sextus Empiricus' in Journal of the history of ideas 14 (1953) 617.]
194)  Charles d'Aubespine, markies van Chateauneuf, zoon van Hauterive.
195)  Henri de Daillon, markies van Lude, eerste edelman van de kamer van de koning.

[ 549 ]

196)  Deze brief, van 20 januari 1661, is te vinden bij Worp, Briefwisseling [No. 5676].
197)  Everard Jabach, geboren in Keulen, 1611-1695. Zie over hem p. 456 van T. 4. Hij wordt ook meerdere malen genoemd in onze volgende delen.
Titiaan198)  ... [Niet Louis de Béranger du Guast (ca. 1540-1575), maar Alfonso d'Avalos (1502-1546), markies van Vasto.], zie p. 233 van T. 3.
[ Het portret van 'Guasto' en zijn vrouw kan zijn (afb. rechts): 'Conjugal allegory' (ca. 1530), in 1662 verworven door Lodewijk XIV van Eberhard Jabach.]
199)  David Beck, Hollands schilder (1621-1656), overleden te den Haag. Hij woonde enige tijd in Parijs.
[ *)  Journal van de gebroeders Villers (cf. 10 april), 372: "boek van perkament, twee vingers dik, waarin de meest zeldzame rivier- en zeevissen en vrij wat schelpen in miniatuur geschilderd zijn. ... alles wordt er levendig en natuurlijk weergegeven ...". ]
200)  De passage heeft betrekking op enkele gemene streken van Boisrobert e.a. ten opzichte van Maugars, beroemd violist, verteld door Tallemant des Réaux in "Les Historiettes" ed. Monmerqué, Paris 1854-1869 [II (1834), 114-]. Zie ook E. Thoinan "Maugars", Paris, Claudin, 1865.
De ene keer deed Bautru Maugars geloven dat hij voor de koning van Spanje zou spelen maar dat deze een van zijn hovelingen had laten vermommen. Een andere keer deden ze alsof ze hem namens de koning van Spanje een waardevolle diamant brachten en ze lieten hem zes 'pistoles' geven aan de brenger. Een goudsmit die de diamant had getaxeerd verklaarde dat hij vals was en bood er vier pond en zes stuivers voor. Toen hij op een dag geweigerd had te spelen in tegenwoordigheid van Boisrobert en van ridder de Puygarrault, werd hij niettemin gedwongen op te treden, omdat deze laatste zijn pistool had getrokken en dreigde de viool als doelwit te nemen. Daarop liet Maugars zich door Saint-Val overtuigen de ridder uit te dagen tot een duel, daar de eerste hem beloofde het lood uit de pistolen van zijn tegenstander te zullen verwijderen. Maugars kreeg twee ladingen lood in zijn gezicht.
201)  Een medeleerling van Descartes in la Flèche [Baillet, I, 21], hoogleraar wiskunde te Parijs. Of misschien de graveur François Chauveau, genoemd op p. 258 van T. 3.
[ Cf. T. 6, p. 649; en T. 4,p. 6: "ik heb van hem niets gezien dat bijzonder was".]
202)  Charles de la Porte, hertog van Meilleraie (1602-1664), maarschalk van Frankrijk en grootmeester van de artillerie. Hij woonde in het Arsenal, tegenwoordig de bibliotheek met die naam.
203)  "Le Gouvernement de Sanche Pansa" komedie in 5 acten in verzen van Guérin de Bouscal, van 1642, imitatie van Cervantes.
204)  De twee voornaamste personages van het stuk van Molière: Mascarille en de burggraaf van Jodelot. Deze laatste had het gezicht gepoederd volgens een oude gewoonte van theateracteurs. Hijzelf verklaart zijn bleekheid door in scene XI te zeggen: "Het zijn de gevolgen van laat opblijven aan het hof en van de vermoeienissen van de oorlog", terwijl Mascarille ze toeschrijft aan "een bepaalde ziekte".

[ 550 ]

205)  Zie over Madeleine de Scudery en haar "zaterdagen" p. 376 van T. 2. Paul Pellisson (zelfde pagina) was zeer met haar verbonden; hij had, zoals Conrart, de gewoonte roerende verzen met haar te wisselen. — Toen Pellisson katholiek was geworden, wijdde hij zich aan de verdediging van de religie en aan de verzoening van de protestantse kerken met die van Rome.
206)  Jean de Segrais, 1624-1701, dichter en gewoon edelman van Mlle Montpensier. Hij heeft memoires nagelaten.
207)  Hippolyte Jules Pilet de la Mesnardière (1610-1663) gaf de geneeskunde op voor de dichtkunst en werd in 1655 lid van de Académie française.
208)  Abt Claude Boyer, 1618-1698, drama-schrijver, in 1666 opgenomen in de Académie française. Hij werd bespot door Boileau en Racine. Zijn stuk "Policrite" verscheen in 1662.
209)  Enémonde Servien, dochter van Enémond Servien, broer van Abel Servien, trouwde met François Charron. markies van Saint-Ange, eerste huismeester van Anna van Oostenrijk. Zie over Abel Servien p. 63 van T. I.
210)  Jacques Bordier, heer van Raincy, raadgever van de koning. Hij maakte deel uit van de kring van Scarron.
211)  César d'Aumont, markies van Clairvaux, gouverneur van Touraine, genoemd markies van Aumont, overleden in 1661. Hij was de oudste broer van Antoine d'Aumont, senaatslid.
212)  Gilles Fouquet, een van de vijf broers van Nicolas Fouquet, hoofdopzichter van financiën (T. 2, p. 383); overleden in 1694; echtgenoot van Anne d'Aumont.
213)  De Breteuil? Zie 7 november 1660. Verderop (2 februari) noemt Huygens hem raadgever.
214)  Zie over Gaston Jean Baptiste de France, hertog van Orléans, p. 162 van T. 2. Hij begunstigde de wetenschap. Volgens p. 175 van T. 2 had Huygens in 1658 het plan hem door bemiddeling van Chapelain een exemplaar van zijn Systema Saturnium te doen toekomen.

[ 551 ]

215)  Louis-Henri de Bourbon-Condé, zoon van de voorgaande, 1643-1709. Hij droeg de titel van hertog van Enghien tot de dood van zijn vader (1686).
216)  In 1660 werden de twee paviljoens, genoemd van de koning en van de koningin, toegevoegd aan de oude bouwwerken uit de veertiende eeuw.
217)  Val-de-Grâce, Benedictijner klooster, wordt door Huygens ook genoemd in 1667 (T. 6, p. 157).
218)  We hebben deze brief van Ricci aan Thevenot genoemd op p. 261 en 327 van T. 17. Zie op p. 248 van T. 3 de brief die Huygens vervolgens op 18 februari aan Ricci schreef. Zie over Ricci p. 48 van T. 2.
219)  Zie op p. 252 van T. 2 de volledige titel van de "Conica" van Apollonius (7 eerste boeken) zoals ze in 1661 te Florence werden gepubliceerd. Zie ook noot 8 van p. 41 van T. 18.

[ 552 ]

220)  Twee alinea's waren niet gedrukt; zie noot 4 van p. 396 van T. 15.
[ In de ene stelt Huygens zich achter het stelsel van Copernicus, in de andere zegt hij dat "elke keer dat hij met katholieken erover spreekt, dezen beweren dat ze geenszins gehouden zijn zich te conformeren aan de decreten die zich tegen deze theorie verzetten, of ze nu uitgaan van kardinalen of dat ze komen van de souvereine Pontifex zelf".]
221)  Benjamin Amproux of Amprou (niet Ampiou, zoals onze delen T. 2 e.v. schrijven) protestants raadgever bij het parlement.
222)  Claude Hardy, raadgever bij het Châtelet. Zie over hem p. 138 van T. I en 577 van T. 6.
223)  Een werk dat volgens sommigen teruggaat tot de XIIIe eeuw, volgens anderen dateert uit de XVIIe eeuw. De drie bedriegers zouden zijn Mozes, Jezus Christus, en Mohammed.
[ De tribus impostoribus, 1598.  Cf. James Eason, n. 7 bij Digby, Observations upon Religio medici.
- Th. Cantimpré, Bien boeck (1488), 279: "Exempel. Meyster simon van tornaet ...".
- Der byenboeck (ca. 1450), 193: "symon van tornaec ... Dre sijn dar die de werlt mit oren seckten em vnderdanich ghemaket hebben. Alse Moyses. Jhesus. ende Machametus."
- Averroës werd genoemd als bron door Johannes de Raei, Clavis philosophiae naturalis (1654), blz 4 van de opdracht.

- R. Popkin, 1987, p. 13: "Christina indicated to La Peyrère that she was willing to pay a fortune for a copy. This may account for indications that part of Les Trois Imposteurs existed by 1656. Her search may have inspired someone to start writing the work."]
224)  De tuin van Renard, dichtbij de Tuilerieën, is al genoemd op p. 277 hiervoor. Louis Renard, die er ook zijn huis had, was "bewaker van het wapenkabinet van de koning", liefhebber van mooie meubelen en zeldzame tapijten.
225)  Zie 19 januari. We veronderstellen dat Charron dezelfde is als Charon. Zie over François Charron, markies van Saint-Ange, noot 209 van p. 550.
226)  Pierre Ariste, raadgever van de koning, overleden in 1697, in dienst van Brienne.
227)  Zie over Lorenzo Magalotti, verscheidene malen belast met een zending naar Frankrijk, p. 148 van T. 3, en ook p. 60 van T. 18.

[ 553 ]

228)  Zie dit briefje op p. 578 van T. 6.
229)  Lees Gautier [Gaultier].
230)  De "Grande Mademoiselle" (1627-1693) d.w.z. Mlle de Montpensier, anders gezegd Anna Maria Louise van Orleans, dochter van Jean Baptiste Gaston van Orleans, derde zoon van Hendrik IV (en broer van Lodewijk XIII) en Maria van Bourbon.
231)  Geboren Anne Hyde. Zie over haar p. 173 van T. 3. De duke of York is de toekomstige koning James II.
232)  Zie over Jacques Callot p. 179 van T. 3. Het betreffende stuk is een van de aardigste van Callot, en stelt voor een feest of watertoernooi op de Arno, gegeven te Florence in juli 1619. Het wordt zo genoemd omdat het gegraveerd is in een lijst die de vorm heeft van de waaiers waarvan men zich toen in Italië bediende.
233)  Zie over Cosimo II de Medicis p. 476 van T. 3. Volgens de brief van 11 februari aan broer Constantijn (T. 3, p. 239) kocht Huygens de penning voor twee écus [zoals het origineel HUG 40, f.13v].
234)  René de Bruc, markies van Montplaisir, geboren in 1610 (T. 6, p. 579), zeer gegrepen door de letteren. Zijn werken verschenen te Amsterdam in 1759.
235)  Zie over Pierre Costar p. 383 van T. 2, waar Boulliau al in 1659 aan Huygens schrijft over het werkje van Boileau van 1646 [1656] waarin hij zowel Ménage als Costar ruw aanpakt en beschuldigt van plagiaat.
236)  "Artamène ou le Grand Cyrus" (1649-1653) en "Clélie" (1656-1660), elk in 10 delen, sleutelromans van M.lle de Scudéry. Huygens ontving de sleutels van Henry Justel, op 17 maart.

[ 554 ]

237)  Een vaste bezoeker van wetenschappelijke kringen, secretaris van Colbert, vader en zoon.
238)  Toen gelegen tussen de tegenwoordige rue de Rivoli en de rue de la Verrerie.
[ *)  Cf. Récit de Jean Rou: "de heer Vignon, uitvinder van de angelica, muziekinstrument van de familie luit en theorbe", in Mémoires inédits, 1857.
Manuscrit Béthune (1978/9): tablature d'angélique, pièces de Vignon (e.a.).]

239)  Zie over Henri Justel (1620-1693) noot 5 van p. 234 van T. 3.
240)  Hij was in dienst van het hof. Zie over zijn familie 20 en 23 februari.
[ °)  Te denken is "aan Minen Vader". Tot dusver heeft Christiaan trouw elke week geschreven. Maar T. 3, p. 239: "Vader zal zo goed zijn me deze keer te vergeven".]
241)  François Bourgoing (1585-1662), overste van het Oratoire.
242)  Het moet gaan, geloven we, om Jean Ferrier die vroeger voor Descartes had gewerkt, en al voor Aléaume. Zie zijn naam b.v. in ons T. 21 [p. 228]. De datum van zijn overlijden is niet bekend.
[ Cf. W. R. Shea, in Annali dell' IMSS di Firenze, 1982, fasc. 2, p. 145-160.]
243)  De grondslag is gelegd door Jacques-Auguste de Thou, de historicus, overleden in 1617. Van 1646 tot 1656 werd ze bestuurd door de gebroeders Dupuy. Huygens had er in 1655 een bezoek gebracht, tijdens zijn eerste reis naar Parijs [T. I, p. 342].
244)  Javotte? Zie 17 februari.
245)  Jacques Amproux, heer van Lorme, opzichter van de financiën, vader van Benjamin Amproux.
246)  Misschien Claude Foucault. Er waren drie raadgevers met de naam Foucault.
247)  Vergelijk over deze brieven noot 2 van p. 70 hiervoor.

[ 555 ]

248)  Sébastien en Claude Cramoisy, drukkers en opzichters van de koninklijke drukkerij opgericht door Lodewijk XVIII.
249)  André Lenostre, de beroemde tuinontwerper, geboren in 1613 te Parijs, overleden in 1700.
250)  Zie over het paleis van Vaux noot 279 van p. 559 hierna. Zie ook noot 41 van p. 223 van T. 3.
251)  De brief is verloren gegaan, zoals alle van broer Lodewijk uit die tijd.
252)  De "Verhandeling over de mens en de vorming van het foetus" #) verscheen in 1664 te Parijs met opmerkingen van de medicus Louis de la Forge°).
[ #L'homme de René Descartes et un traitté de la formation du foetus; Lat. 1662]
[ °)  In 1666 verscheen van hem een Traitté de l'esprit de l'homme; ook Amst. z.j.].

253)  Jacques de Sainte-Beuve (1613-1677) doctor van de Sorbonne en beroemd Jansenist. Hij verloor zijn hoogleraarszetel aan het Collège royal bij de veroordeling van Arnauld.
254)  Berthod, zanger van de koninklijke kapel.
[ Blaise Berthod. Tristan l'Hermite droeg aan hem op 'La Lyre', 1641.]

[ 556 ]

255)  Lees: Polichinelle [in de brontekst: Politionelle].
256)  Huygens' concept-brief van december 1660 (T. 3, p. 213) aan Leopoldo de Medici geeft aan dat hij de brieven ontving door bemiddeling van de bisschop van Beziers, Pedro V de Bonzi (1631-1703), geboren te Florence. In 1661 was deze in Parijs de gevolmachtigde van de groothertog van Toscane (T. 3, p. 240). Hij werd later bisschop van Toulouse en ambassadeur van Frankrijk in Polen en in Spanje.
257)  Zie 22 februari.
[ Pagan had boeken geschreven over vestingwerken, meetkunde, de Amazone-rivier, planetentheorie, sterrenkundige tabellen en astrologie, zie sudoc.]
258)  Morbay? Morbais? Zie 22 februari en 19 maart.
259)  Zie over haar p. 254 van T. 3. In de wereld der 'précieuses' heette zij Arthénice*). Haar salon was aan de Rue Saint-Thomas van het Louvre.
[ *)  Anagram van Catherine.]
260)  Het gaat ongetwijfeld om Hesselin, over wie men kan raadplegen noot 88 van p. 483 hiervoor. Hij leefde van 1600 tot 1661.
261)  Zie op p. 465 hiervoor de naam "de Morbay". Is het dezelfde?
262)  Zie T. 21 [o.a. p. 138] over hem en zijn sterrenkundige werk van 1657 #). Hij leefde van 1604 tot 1665 en was militair ingenieur voordat hij blind werd.
[ #La Théorie des planetes du comte Pagan (1657), fig.  Verder: Les tables astronomiques du comte de Pagan, 1658.]
263)  Zie over haar (ook geheten Mme. de Villedieu) noot 6 van p. 130 van T. 6. Haar "Alcidamie" was juist verschenen toen Huygens deze roman kocht.

[ 557 ]

264)  De Chaberrat-Bonneuil [de Chabenat de Bonneuil], binnenleider van ambassadeurs [W].
265)  Misschien [Françoise, de vrouw van] Théodore le Coq, sieur des Forges die [in 1629] getrouwd was met de dochter van Abraham Boulliau, verwant met Ismaël Boulliau.
266)  Léon Bouthillier, graaf van Chavigny, staatssecretaris van Lodewijk XIII. Zijn dochter trouwde met Louis-Henri de Loménie, graaf van Brienne die in 1652-1653 een bezoek bracht aan Huygens in den Haag. Zie overigens over hem noot 9 van p. 69 van T. 4. Hij werd toegevoegd aan zijn vader Henri-Auguste de Loménie in de post van secretaris voor buitenlandse zaken; als zodanig stond hij in verbinding met vader Constantijn toen deze naar Parijs kwam om te onderhandelen over het prinsdom Orange.
[ Louis-Henri Loménie de Brienne, Itinerarium (Par. 1662) bevat een gedicht van Constanter {18}, gevolgd door een erratum bij p. 20 waar staat dat de Bataven geen andere God aanbidden dan Mercurius: "schrijf, ze aanbidden één God". Een tweede Constanter-gedicht {31} staat bij het portret.]
[ *)  Een soort vulpen? Daniel Schwenter had er een beschreven in 1636 (fig. op p. 520). Vgl. Diderot en d'Alembert: 'plume perpétuelle'.]
267)  Als hij de volgende dag naar broer Lodewijk schrijft noemt Huygens hem zoon van een burgemeester van Zutphen (T. 3, p. 253). Het was Adriaen Valck die geboren was in 1620 in deze stad. In zijn brief vermeldt Huygens het ballet.
268)  ?   [ T. 3, p. 253: "... een raadgever van het parlement parlement die met mij bevriend is (noot: De graaf van Talouet of Talhouet). Het gedrang was groot omdat de zaal niet zo groot is; de brand ... had de schilderijen-galerij vernield, waar een mooi toneel was gebouwd om er ditzelfde ballet te laten dansen."]
269)  Henri de Lorraine, hertog van Guise, 1614-1664.
[ *)  No., 846, met: "Vorige 2 brieven niet aangekomen ... Iedere dag verwacht ik de opdracht naar Engeland over te steken ..."]
270)  Marquard Gudius, al genoemd [n. 186], publiceerde in 1660 te Parijs een uitgave van de verhandeling over de Antichrist van Hippolytus.

[ 558 ]

271)  Vittorio Siri, 1608 - 1685, Italiaans historicus, gevestigd te Parijs, publiceerde er lange tijd de "Mercurio overo historia de' correnti tempi".
[ 1644-. Er staan 20 delen vermeld in de Bibliotheca Zuylichemiana, p. 144, 4-988.]
272)  Lodewijk Schagen van Beieren, graaf van Warfusé, edelman uit de zuidelijke Nederlanden, ook genoemd op p. 35 van T. 5.
273)  Officier in het leger van de koning.
274)  Abraham de Fabert, geboren te Metz in 1599, overleden in 1662. Maarschalk van Frankrijk en gouverneur van Sedan waar Huygens hem in 1656 ging bezoeken; zie p. 366 en 373 van T. I. Zijn biograaf, Gratien Sandras de Courtilz verhaalt in zijn "Histoire du Marechal de Fabert", Amsterdam 1697 [p. 361-4], dat de maarschalk op een nacht, terwijl hij sliep, geloofde iemand te zien die zei dat hij gezonden was om zijn geest opheldering te geven over de moeilijkste kwesties, met name over die van de schepping van de wereld, waarvan het boek Genesis niet de volledige uitleg geeft.

[ 559 ]

275)  In Frankrijk had niemand de nieuwe komeet (T. 3, p. 253 en 280) gezien, die broer Constantijn in den Haag al vanaf 10 februari waarnam (T. 3, p. 237). Zie ook p. 235 van T. 3 over de waarnemingen door Kechelius in Leiden gedaan.
276)  Misschien Elisabeth de Rambouillet, vrouw van Tallement des Réaux, de schrijver van de "Historiettes".
277)  Misschien G. Reed [Reede] van Amerongen, 1621-1671 ['91], Hollands diplomaat, sinds 1660 gezant in Spanje [cf. T. 3, p. 145].
278)  Zie ook 4 januari.
279)  Zie over de schilder Charles le Brun p. 234 van T. 3. Hij decoreerde o.a. het paleis van Vaux van Nicolas Fouquet.
280)  Op 4 maart schreef Huygens "du comete" [hier bij 8 maart staat "la comete"]. Vergelijk p. 174 hiervoor.
[ Turenne: om te weten of de komeet mannelijk of vrouwelijk is moet je onder de staart kijken. Zie ook Journal des Sçavans, 1665, 58-60: 'Si l'on doit dire le comete, ou la comete.']
281Henriëtta-Marie van Frankrijk (1609-1669), weduwe van Karel I. Zie ook p. 224 van T. 3. Het was de moeder van de Princess royal [Maria Henriëtta Stuart, prinses van Oranje-Nassau] die op 3 januari was overleden. Zij was pas in Frankrijk aangekomen (T. 3, p. 254).

[ 560 ]

282)  Balthazar de Monconys, de eerste keer genoemd op p. 103 van ons T. 3. Geboren te Lyon in 1611, overleden in 1665. Hij doorkruiste Italië, Engeland en Holland op zoek naar geleerden en wetenschappelijke bezienswaardigheden. In 1663 werd hij ontvangen in de woning van de Huygensen in den Haag, toen hij de zoon van de hertog van Luynes begeleidde; zie p. 361 van T. 4. Men vindt het verslag van dit bezoek aan den Haag in het werk getiteld "les voyages de Balthasar de Monconys", Parijs, 1695, 4 delen (p. 286 e.v. van deel II). Er verscheen een eerste uitgave te Lyon in 1665-1666 [zie daar in deel II: p. 145 en 150]; we hebben de volledige titel gepubliceerd op p. 73 van T. 6. In augustus 1666 heeft Huygens het nog niet gezien, maar hij heeft horen zeggen "het is een werk dat zeer slecht is begrepen" en dat de schrijver "ijdele nieuwsgierigheid had in verscheidene dingen zoals in astrologie, alchemie enz." Men kan raadplegen Charles Henry "Les voyages de Balthasar de Monconys. Documents pour l'histoire de la science", Parijs, 1887.
283)  Huygens ging ze bezoeken op 13 maart. Hun huis was gesitueerd aan de rue Saint-Honoré en had veel klanten in de betere kringen, zie La Bruyère "De la Ville", Oeuvres, éd. des Grands Ecriv. I. p. 284 [Les caracteres ..., 1688, p. 229]. Er kwam een einde aan bij de revolutie.  ['L'église des Feuillants'.]
284)  We hebben deze kopie gepubliceerd op p. 256-258 van T. 3, zoals ook noot 69 op p. 209 van T. 20 zegt waar ook sprake is van andere kopieën van geschriften van Fermat genomen door of voor Huygens. Het stuk waarover het hier gaat had Huygens ontvangen van Carcavy.
285)  De Élégie van Ménage schijnt niet te zijn gepubliceerd: zie p. 120 van T. 3.   [Wel in 1666.]
286)  Marie de Launay de Razilly, geboren op het kasteel Razilly in Touraine, overleden te Parijs in 1704. Van haar heeft men enkele gedichten in de "Nouvelle Pandore", 1698, van Vertron, I en in het "Recueil de quelques pièces nouvelles et galantes tant en prose qu'en vers", Cologne, 1667 [2e deel, p. 83-89].
287Henrietta Anne van Engeland. Ze trouwde met de hertog van Orleans, broer van de koning. Zie b.v. p. 7 van T. 18.
288)  Henry Jermyn, earl of Saint Albans, overleden in 1684. Hij begeleidde de koningin van Engeland in 1644, en werd ambassadeur in Parijs bij de troonsbestijging van Karel II tot 1663.

[ 561 ]

289)  Vaak genoemd, de eerste keer op p. 426 van T. 2.
290)  Zie over de uurwerkmaker Salomon Coster, overleden tegen het eind van 1659, en zijn weduwe p. 12 van T. 17.
291)  M.me Bruce, geboren van Aerssen. Zie over Alexander Bruce, graaf van Kincardin, o.a. p. 568 hierna.
292)  De koopman of vervoerder van Heteren is hiervoor al genoemd [p. 68, 371].
293)  Zie 5 januari.
294)  Marin Leroy, heer van Gomberville, lid van de Académie française, 1607-1674.

[ 562 ]

295)  Isabelle [Elisabeth] de Durfort-Duras, in 1656 getrouwd met Fréderic-Charles de la Rochefoucauld, graaf van Roye, die had gediend in het leger van de Staten, overleed in 1715.
[ *)  Zie Chr. Huygens, Brevis assertio, 1660, p. 12Ned.  Antwoord: Divini, Pro sua annotatione, 1661, p. 8.]
[ °)  Op 7 dec. 1661 beschreef Huygens proeven met zijn luchtpomp in een brief aan Lodewijk, die toen in Parijs was, met "vertel het aan Rohault" (T. 3, p. 397).]
296)  In 1655 had hij gediend als gids voor de broers Huygens tijdens hun eerste bezoek aan Parijs [<]. We hebben het gezegd op p. 525 hiervoor. Zie over hem p. 21-22 van T. I.
297)  Richard Jones, earl of Ranelagh, neef van Robert Boyle, 1636-1712. Blijkbaar ontmoette Huygens Ranelagh niet in Engeland: zie de brief van Petit van december 1661, T. 3, p. 398.
298)  We begrijpen deze letters niet. Vergelijk noot 58 van p. 535 hiervoor.
299)  Misschien D. de Vogelaer, p. 432 hiervoor. Zie over andere leden van deze familie p. 192 van T. 4.
300)  Ongetwijfeld Louis-Armand Gouffier, graaf van Caravas.
301)  Of liever Valkenhaen.
302)  Of liever Valck.

[ 563 ]

303)  Zie dit probleem op p. 258-259 van T. 3.
304)  T. 3, p. 229 en 236.
305)  T. 3, p. 145.
[ *)  Zie: M. Ebben, Lodewijck Huygens' Spaans journaal, 1660-1661 (Zutphen 2005), Inhoud.]
306)  T. 3, p. 226.
307)  T. 3, p. 409 [209].
308)  T. 3, p. 243.
309)  T. 3, p. 207.
310)  T. 3, p. 240.

[ 564 ]

311)  T. III, p. 237. Vergelijk noot 275 van p. 559. De brief van vader Constantijn aan Dohna (T. III, p. 241) laat zien hoezeer ook hij belang stelde in het probleem van de aard van kometen, en hoezeer hij op de hoogte was van de discussies in de oudheid over dit onderwerp.
312)  Op 1 januari 1661.
313)  Zie, behalve 1 januari, 6 januari en 13 maart. In mei zal Chapelain schrijven (T. III, p. 273): "Niets maakt hier zoveel ophef als de geschriften van theologen over de materie van die van Jansenius".
314)  5 en 13 december 1660.
315)  27 [30] december 1660.  [Zie over de 'esprit fort' p. 468, toegevoegde noot.]
316)  8 en 10 maart 1661 (op 14 maart maakte Huygens ook een tekening van vader #) Petit) en T. III, p. 431 (brief aan Lodewijk).
[ #)  Er staat Me P.  De vrouw van Petit werd genoemd 16 januari, en nog in 1662 in een brief van Petit: T. IV, p. 74.]
317)  Zie 16 november 1660.
318)  Zie 9 februari 1661. Maar hij had nog een andere: zie 17 maart.

[ 565 ]

319)  9, 16, 23 november, 7, 14, 21, 28 december, 4, 11, 18 januari, 15 februari.
320)  13 november, 20 en 21 december.
321)  3 januari, 5 en 19 februari, 5 en 12 maart.
322)  8 januari. Vergelijk wat hierboven al gezegd is (p. 172, no. II) over het jaar 1663.
323)  Respectievelijk op 13 november, 28 januari, 11 november.
324)  Respectievelijk 28 januari en 9 maart.
325)  Zie o.a. dat met Frenicle van 17 november en wat op verschillende plaatsen gezegd is over de brieven uit Florence. De schrijver van een van deze brieven, Alfonso Borelli (T. III, p. 162), oordeelt dat misschien de "kracht" waarmee Saturnus zijn ring ("kransje") meesleept — evenals wat naar zijn mening geldt voor de satellieten van Jupiter — zetelt in de planeet, "iets dat analoog is aan zwaarte of magnetisch vermogen".


[ 566 ]

§ 2.  REIS en VERBLIJF in LONDEN etc.
 1)  Twee Franse edellieden die Huygens in het vervolg bezocht in Londen.
 2)  Cempuis (Oise).
 3)  Nempont (Pas-de-Calais).
 4)  Frencq (Pas-de-Calais).
 5)  Antoine d'Aumont etc., zie 22 december.
 6)  Cornelis de Glarges, heer van Hellesmes, ridder van Saint-Michel, resident van Holland te Calais, 1599-1683. Zie over hem p. 652 van T. VI.
 7)  Louis de Béthune, graaf en vervolgens hertog van Chavrost [Charost], 1605-1681, gouverneur van de koning te Calais.

[ 567 ]

 8)  [Brontekst: maquereuses.] Of liever: macreuses [zee-eenden; of misschien: maquereau - makreel].
 9)  Sir John Lawson die in de loop van de Engels-Hollandse oorlog van 1665 dodelijk werd gewond.
10)  Hierboven (p. 553) is zijn huwelijk met Anna Hyde ter sprake gekomen. Gedurende de Fronde II had hij gediend onder Turenne.

[ 568 ]

[ Den Haag, centrum (voor 1637), T. IV, p. 504, groter.]
 

De viver
detail van plattegrond
6: Maurits­huis Thuys vande Heer Secretarius Huygens
7, 8: nieuw Huygens-huis (1637)

[ *)  Zie de plattegrond (voor 1637): minder dan 100 m tussen Mauritshuis nr. 6 en Huygenshuis bij nr. 7-8.]
[ De tuin van het nieuwe Huygenshuis was de driehoekige strook bij "Akerlant". Verder zijn o.a. te zien: Doelen Straet, De Hout Straedt.]
[ Vergelijk de kaart van Joh. Blaeu, 1649 (16: Doelen, h: Hout-straet); die van 1667 in: Jacob vander Does, 's Graven-Hage, 1668; afbeeldingen bij 'Huygenshuis'; en De zeventiende eeuw, 3 (1987), p. 2-16: Jan de Bisschop, De tuin van Huygens' huis aan het Plein, ca. 1660.]

11)  Zie over Samuel van Huls (of Hulst) p. 265 van T. III. [1596-1687]
12)  Zie over Lodewijk van Nassau, heer van Beverweert, p. 266 van T. III.
13)  Michiel van Gogh, in dienst van de Staten van Zeeland, lid van het gezantschap.
14)  Catharina Smits, dochter van Caspar Smits [Ludowyk Smits], Hollands schilder gevestigd in Engeland: zie 8 april. Ze was een goede zangeres; zie T. III [p. 276] en IV [p. 33, 63].
[ Vader Constantijn kende een Catharina Smitz, zie brief No. 6787]
15)  Zie over William Swann de brief van 12 september 1646 van vader Constantijn aan Mersenne, T. II, 548.
16)  Anthony van der Does, schilder, T. III, p. 230.
[ Of: Johan van der Does (1621-1704), heer van Bergestein, die in 1660 naar Engeland ging, behorende tot de hofhouding der Prinses royale. Hij wordt genoemd o.a. in T. 4, p. 389.]
17)  Simon van Hoorn, T. III, p. 266, maakte deel uit van het gezantschap.
[ Hij liet Vondel een gedicht schrijven ter gelegenheid van het gezantschap; en hij is afgebeeld op een groepsportret (1655) van B. van der Helst.]
18)  Charlotte, T. III, p. 222.
19)  Zie over M. en Mme Bruce noot 291 van p. 561 hiervoor.
[ Alexander Bruce (1629 - 1681), second Earl of Kincardine; cf. IV, 256.]

[ 569 ]

[ *)  Een mast met een telescoop is te zien op het frontispice van Thomas Sprat, The history of the Royal Society, 1667. Beschrijving van de machine: Voyages de Monconys, II, 77.]
20)  Sir Robert Moray, T. III, p. 260. Hij werd president van de Royal Society van 1661 tot 1662. In Frankrijk had hij gediend in het leger onder Lodewijk XIII, Richelieu en Mazarin.
21)  Daniel Weimann (T. III, p. 237), geboren in 1621, raadgever van de keurvorst van Brandenburg en kanselier van het land van Kleef. Hij studeerde in Leiden en in Utrecht. De keurvorst vertrouwde hem de verdediging toe van de belangen van zijn neef, de toekomstige Willem III van wie hij — de keurvorst — een van de voogden was, T. IV, p. 193, bij de Staten en bij Karel II. In februari 1661 werd hij door de keurvorst belast met assistentie van prins Maurits van Nassau-Siegen in zijn onderhandelingen aan het hof van Engeland. Hij overleed te den Haag in oktober 1661.
22)  Het kasteel van Hamptoncourt werd gebouwd door Thomas Wolsey, 1475-1530, kardinaal en staatsman onder Hendrik VIII.
23)  Een van de doeken van Andrea Mantegna (1430-1506), nu in de National Gallery, stelt voor de triomf van Scipio.
24)  [Brontekst: beches.]  Beeches: beuken.
[ *)  Sir Paul Neile zou nog een lezing houden over cider (read on July 8, 1663, zie Birch, vol. 1, p. 272); een aanvulling van 2 blz staat in Sylva (1664) van John Evelyn.]
25)  Waarschijnlijk Sir Henry de Vic, gekozen tot lid van de Royal Society op 7 mei 1662.
26)  Gabriel Sylvius, zoon van een protestanse pastor van Orange, hofjonker van de Princess Royal, vervolgens intermediair tussen Willem III en Karel II.
27)  Johan Boreel, 1627-1691, zoon van Willem Boreel, ambassadeur in Parijs. Hij was eerst in dienst van de Princess Royal, vervolgens van Willem III, en nam deel aan de campagne van 1672 als luitenant-kolonel.
28)  De wieg van de Royal Society, gesticht door Thomas Gresham (1519-1579). Er waren twee bijeenkomsten per week, woensdag voor sterrenkunde, donderdag voor meetkunde.
29)  Jonathan Goddard, 1617-1674 ['75], medicus en chemicus, hoogleraar natuurkunde aan Gresham College.

[ 570 ]

30)  Zie no. I van p. 172 hiervoor [en III, 265]. Broer Constantijn kondigt verzending van de glazen aan in zijn brief van 28 april (T. III, p. 267). Zie ook p. 277 van T. III, waar staat dat men in Engeland de superioriteit erkend zou hebben van de glazen van Huygens, die zegt dat hij hun zijn methode geleerd heeft (zie 23 april) [en 14 mei: "het waren toen mijn glazen"].
31)  Christiana Bruce Kingloss, 1599-1675. Zij trouwde in 1612 met William Cavendish, graaf van Devonshire.
32)  Er moet zonder twijfel gelezen worden Elgin. Zie noot 34.
33)  Sir George Booth, Lord of Delamere, 1622-1684, eerst lid van het parlement, vervolgens aanhanger van Karel II.
34)  Robert Bruce, second earl of Elgin, third lord Bruce of Kingloss, overleden in 1685.
35)  Gaspar Smits [Smitz], portrettist van het hof van Karel II, gevestigd in Londen sedert de Restoration, genoemd Magdalen Smith, wegens zijn talrijke schilderijen die de Madeleine voorstellen. Hij overleed omtrent 1700 te Dublin.  [Zie ook noot 14.]
36)  Armand Nompar de Caumont, markies van Montpouillan (1615-1701), luitenant-generaal van de cavalerie in het leger van de Staten, T. III, p. 203 [add. 920] en 276.
37)  Huygens kende Brouncker allang van naam*): zie over hem p. 476 van T. I. Hij werd president van de Royal Society, na Moray, tot 1677.
[ *)  Misschien ook van gezicht, zie brief No. 779 (T. 3, p. 128), waarin Wallis lijkt te zeggen dat Brouncker Huygens heeft ontmoet; mogelijk in mei 1660, toen Charles II in Den Haag was; vertrek naar Londen: 23 mei.]
38)  Saint-Paul's Churchyard.
39)  Thomas Killigrew, 1612-1683, aanhanger van Karel II aan wie hij grote diensten bewees tijdens zijn ballingschap. Hij trouwde in 1655 met Charlotte van Hesse in den Haag, en ontving bij de Restoration van de koning, onder andere gunsten, het privilege twee nieuwe theaters op te richten. Vader Constantijn kende de familie Killigrew sinds zijn verblijf in Engeland van 1620. Sir Robert Killigrew (1579-1633) had twaalf kinderen. In deze familie legde men zich veel op de muziek toe.
40)  Misschien Georges William, duke of Cer.
41)  Misschien Lamire, vlaams edelman, genoemd door de gebroeders de Villers; zie J. Faugère, Journal d'un voyage à Paris 1657-1658 [1862, p. 189: l'Amyr], 2e ed. 1899. De gebroeders de Villers en hun Journal worden genoemd op p. 187 van T. III.

[ 571 ]

42)  Paul Neile, al genoemd door Wallis op p. 401 van T. I.  [En hier op 5 april.]
43)  Het kan hier gaan om Sir Cornelis Vermuyden (zo schrijft Huygens de naam op 25 en 26 april), geboren in Zeeland. In zijn boek "The Life-work of a great Anglo-Dutchman in land reclamation and drainage", London and the Hague, 1925, kan J. Korthals Altes noch zijn geboortejaar noch zijn sterfjaar bepalen. Hij schrijft (p. 104) "the pit was fathomless, and more creditors appeared on every side ... In 1656, Vermuyden appeared before Parliament for assistance and support, after which nothing more is heard of him". Zonder reden, lijkt ons, heeft men soms 1656 als zijn sterfjaar aangenomen (tegelijk 1609 aannemend als zijn geboortejaar). Huygens kan hem heel goed nog in 1661 gezien hebben.
[ *)  John Evelyn schreef in zijn Diary (ed. 1890), p. 272:  "1 April [11 april N.S., 1661].  I din'd with that great mathematician and virtuoso Monsieur Zulichem, inventor of the pendule clock, and discoverer of the phaenomenon of Saturn's annulus; he was elected into our Society."  Zie over hem ook 29 april, 12 en 14 mei.]
44)  Robert Boyle, 1627-1692. T. III, p. 269.
45)  Heinrich Oldenburg, overleden in 1678, T. III, p. 269.
46)  Misschien René Oger of Augier, die verschillende malen werd belast met missies in Frankrijk door Karel I en Cromwell.
47)  Thomas Bodley, 1545-1613, stichter van de bibliotheek die zijn naam draagt.

[ 572 ]

48)  Johannes Hevelius, 1611-1687, T. I, p. 77[En T. I, 387-.]
49)  John Mordaunt, Baron of Reigate, 1627-1675, groot aanhanger van Karel II. Bij de Restoration werd hij Constable of Windsor Castle.
50)  Daarvan is sprake bij Monconys "Voyages" II, p. 78: "Er is een galerij vol met hoorns van herten, waaronder het schilderij van Amboise, dat elf voet hoog is, negen breed, vijf en een halve voet tussen de twee takken".
[ Het dagboek van Joannes Vollenhove Engeland, 17 mei - 30 oktober 1674 (ed. G.R.W. Dibbets, 2001), p. 144-5: "twee geweldige Hartshorens, geschildert naer die van een Hart, gelijk 'er onder geschreven stont, dat in het Bosch van A... gevangen was, en lang, gelijk 'er ook bij stont, elf voeten, breedt met zijne takken negen voeten, en hebbende een ruimte tusschen beide van zestehalve voet."]
[ The Diary of John Evelyn (ed. 1890), 285: " 9. [June 1662]  The gallery of hornes is very peculiar for the vast beames of staggs, elks, antelopes, &c. The Queene's bed ... being a present made by the States of Holland ..."]
51)  Johan van Vlooswijck, heer van Maarn, 1641-1681, zoon van de Amsterdamse burgemeester Cornelis van Vlooswijck, verbonden aan het gezantschap van de Staten naar Karel II. Zie ook over deze familie p. 188 van T. 3.
52)  Robert Honnywood (Hanniwood?), 1601-1686, T. 3, p. 219, was in dienst geweest van de koningin van Bohemen en van de Staten. Hij kwam in 1661 terug in Engeland.
53)  Peter Frans Uyttenbogaert, ontvanger van de balie van Sint-Catharina waar vader Constantijn bepaalde jaarlijkse inkomsten trok.
54)  John Wallis, 1616-1703, Doctor of Divinity en wiskundige, was hoogleraar in de wiskunde in Oxford, T. I, p. 208[<]
[ *)  T. 3, 323: 'Of the Recoyling of Guns', add. IV, 581.]
55)  Lawrence Rooke, 1623-1662, hoogleraar sterrenkunde en wiskunde aan Gresham College, T. 3, p. 418.
56)  Zie over Christopher Wren p. 401 [<] van T. I. Hij was de architect van de kerk St. Paul in Londen.
[ *)  Cf. 7 dec., en T. 19, 334 en T. 4, p. 9.]

[ 573 ]

57)  Caspar Calthoff of Kalthoff. Zie p. 457.
[ Calthof/Kalthof, die slijpvormen had gemaakt in 1655-6 (<); ook 12 mei niet aangetroffen (p. 575); wel in 1663, zie p. 600 hierna.]
58)  Musicus, voorheen aan het hof van don Juan van Oostenrijk in Brussel.
[ Vgl. Const. Huygens, brief 5531: Sr. Bedkofski.]
59)  Vergelijk noot 30 van p. 570 hiervoor.
60)  Zie p. 88 hiervoor.  [<]
[ Moray aan Huygens, 26 april 1669, T. VI, 423-4: "toen u in uw kamer aan de Common Garden ..."] 
61)  James Butler, duke of Ormonde, 1610-1689 ['88], ondersteunde de zaak van de koning als generaal van het leger in Ierland.
62)  George Villiers, second duke of Buckingham, 1628-1687, aanhanger van Karel II, verloor al zijn bezittingen onder Cromwell, kreeg ze terug bij de Restoration en speelde daarna een grote rol in de politiek.

[ 574 ]

63)  Zie over dit boek p. 258 en 259 (noot 6) van T. XVII.  [<]
[ Robert Boyle, New experiments physico-mechanicall, touching the spring of the air and its effects, 1660.]
64)  Charles de Beauvais, predikant te Londen. Hij had in Leiden theologie gestudeerd. Uit de briefwisseling van Constantijn Huygens blijkt [brief 5693] dat hij wilde meewerken aan de opvoeding van de jonge Willem III.
[ Publicatie o. a. De disciplinis, et scientiis in genere, London 1648.]
[ *)  Een dergelijk evenement was er weer op 12 mei; en is ook gezien door Monconys in juni 1663: Voyages, II, 72.]
65)  Deze brief van Huygens aan zijn vader ontbreekt zoals de andere; zie p. 3 en 400 hiervoor.
[ *)  Evelyn, Diary, 19 April, oude stijl: "I might have received this honour, but declined it."]
66)  George Monk, duke of Albemarle, 1600-1670. Karel II maakte hem luitenant-generaal van het leger.

[ 575 ]

[ *)  Zie Samuel Pepys, Diary 1661, Coronation; en John Evelyn, 23 April.]
67)  John Reeves, fabrikant van instrumenten, zie p. 46 van T. III. Een brief van hem in het Nederlands van 1661 aan Huygens, na diens vertrek, op p. 445 van T. III. Is het een vertaling zoals de noot op deze plaats bij hypothese zegt? In de volgende delen is meermaals sprake van lenzen van Reeves. Vader Constantijn, die zich in 1664 in Londen bevond, prees een kijker van hem zeer (T. V, p. 102). Hij zond ook (T. V, p. 131) Engels glas en door Reeves geslepen lenzen aan zijn zoon, die schreef: "Men bewondert in Parijs de microscoop die mijn vader er gebracht heeft, van zijn maaksel". Moray schreef echter (T. V, p. 136) dat de telescopen van Reeves veel minder zijn dan die van Montani, ongetwijfeld Campani bedoelend.
[ Albert van Helden, 'The development of compound eyepieces, 1640-1670', in Journal for the History of Astronomy, Vol. 8 (1977), p. 31: "the shop of Richard Reeves ... his son John".]
68)  Zie o.a. over deze waarneming p. 72-73 van T. XV en p. 307 van T. XXI; over die van Hevelius van hetzelfde verschijnsel in dit jaar p. 872 van het genoemde T. XXI.
[ Huygens stuurde een andere figuur aan Boulliau in T. III, p. 281 (toelichting: Thomas Streete was erbij, zie Astronomia Carolina. A new Theory of the Celestial Motions, 1661, 2e ed. 1710, p. 136), aan Hevelius: p. 314.]
[ J. Hevelius, Mercurius in sole visus (1662), p. 53, tab., fig., p. 82: Huygens.]
69)  T. XXI, p. 319 en 336.
[ Petri Gassendi ... Opera ... astronomica (1658), I, 499-504: 'Mercurius in Sole visus' (1631);  Ned.]
[
 T. XV, p. 72: tweede waarneming van Mercurius voor de zon in 1651, Shakerley in India (Surat, bij Bombay).]
70)  Zie over de sterrenkundige William Ball p. 481 van T. I.
71)  Peter Ball, verscheidene malen genoemd in onze delen.  [<]
72)  Zie over Henry Slingsby p. 277 van T. III.
73)  Evelyn (zie [11 april, toegevoegde noot, en] 13 mei) vermeldt dit bezoek van 3 mei in zijn "Diary". De uitvinder was William Lee, overleden in 1610.
[ "I went to see the wonderfull engine for weaving silk stockings, said to have been the invention of an Oxford scholler 40 years since; and I return'd by Fromantil's the famous clock-maker to see some pendules, Monsieur Zulichem being with us."]

[ 576 ]

74)  Lees: Maarn.
[ *)  Evelyn Diary, 3 May:  "This evening I was with my Lord Brouncker, Sir Robert Murray, Sir Pa. Neill, Monsieur Zulichem and Mr. Bull (all of them of our Society and excellent mathematicians), to shew his Majestie, who was present, Saturn's annulus as some thought, but as Zulichem affirm'd with his Balleus [bandelier] (as that learned gentleman had publish'd), very neere eclipse'd by the Moon, neere the Mons Porphyritis; also Jupiter and Satelites, thro' his Majesty's great telescope, drawing 35 foote; on which there were divers discourses."
14 May: "His Majesty was pleas'd to discourse with me concerning several particulars relating to our Society, and the planet Saturn, &c. ...".]

[ Huygens (III, 277): "De koning is er geen enkele keer bij geweest".]
75)  Lees: Hyde. Vergelijk noot 231 van p. 553 hiervoor.
76)  Zie over John Wilkins p. 295 van T. III, met de volledige titel van het boek van 1638 "Discovery of a New World etc.", evenals die van de Franse vertaling van 1656 "Le Monde dans la Lune etc." door Sr. de la Montagne. We hebben deze titels ook gegeven op p. 542 van T. XXI; en we kunnen eraan toevoegen dat volgens de catalogus van de Bibliotheca Thysiana van Leiden, de la Montagne het pseudoniem is van Jean Baudouin.  [Bull. du Bibliophile, 1860, p. 1485.]
[ Ed. 1684 met A discourse concerning a New planet van 1640]
77)  Een ander boek van Wilkins verscheen in 1668: "An essay towards a real Character and a Philosophical Language". Huygens las het in maart 1669, T. VI, 397.
78)  Lees: Evelyn [orig.: Iveling]. Zie over John Evelyn — van wie we het "Diary" even hiervoor (noot 73) hebben genoemd — p. 200 van T. IV. Hoewel hij een geleerd plantkundige was handelt het boek (zonder auteursnaam gepubliceerd) dat Huygens van hem ontving in 1662 (T. IV, p. 176) niet over "horticultura" maar over "Sculptura etc. etc.". Het "Sylva or a Discourse of Forest-Trees etc." (volledige titel op p. 201 van T. IV) verscheen pas in 1664. Moray zegt in juni 1664 het voornemen te hebben het aan Huygens toe te zenden (T. V, p. 75). Het werd in hetzelfde jaar gevolgd door een "Kalendarium hortense" (T. IV [V], p. 171).
79)  Sir Samuel Tuke, overleden in 1674. Bij de Restoration werd hij belast met diplomatieke missies naar Frankrijk. Zie over hem en zijn verblijf in Parijs van 1661 p. 286 van T. III.
80)  Zie over hem [Digby] p. 12 van ons T. II. Moray hemelt hem op in 1661, om zijn welsprekendheid en zijn kennis, o.a. als scheikundige (T. III, 285). Hij publiceerde dat jaar een "Discourse concerning the vegetation of plants" (T. III, 278) [1661; oordeel van Chr. H.: p. 384Fr. 1667]. Hij heeft ook memoires nagelaten.
81)  Zie over Sir John Finch T. V, noot 5 van p. 107 en p. 558 [Engl., Boyle].




Home | Huygens | XXII | < Biografie, 1660-161, Noten (top) >