Chr. Huygens | Oeuvres XXII | < Biografie - Noten >

Noten

bij de

Biografie van Christiaan Huygens


[ 577 ]

Jaren 1661 - 1666.

[ 579 ]

§ 1.   Den HAAG  mei 1661 - maart 1663.
 1)  Zie 14 maart 1661, in Parijs [p. 561].
 2)  Zelfs in de officiële brief aan J. de Witt, p. 80 hiervoor. Dit doet vermoeden dat Bruce in den Haag in het algemeen Brus genoemd werd.
 3)  P. 209 van T. II.
 4)  P. 256 [van T. IV].
 5)  Vergelijk onze noot 10 op p. 161 van T. XVII.
 6)  Zie over van Aerssen p. 103 van T. IV [noot 3].
 7)  T. XVII, p. 189 [en hiervoor p. 575, noot 73].
 8)  En niet over Robert Bruce, zoals de noot zegt op de in de tekst aangehaalde p. 284 van T. III. Dezelfde fout in noot 10 van p. 519 van T. VII; maar daar is deze verbeterd in de "Additions etc." [p. 624].

[ 580 ]

 9)  T. IV, p. 256.
10)  T. IV, p. 274, 278 en 284.
11)  T. IV, p. 281.
12)  T. IV, p. 290.
13)  Vergelijk p. 193 van T. XVII.
14)  T. IV, p. 318 en noot 2 van p. 168 van T. XVII.
15)  Zie p. 160 en 161 van T. XVII.
16)  Zie de noot op p. 167 van T. XVII.

[ 581 ]

17)  P. 354 [zie p. 438 van T. III] en 387 van T. XVI.
18)  T. XVI, p. 387, noot 5, laatste alinea.
19)  "De centro oscillationis sive ad invenienda perpendicula simplicia isochrona propositis perpendiculis compositis", p. 145 [415] e.v. van T. XVI.
[ Over het slingermiddelpunt, of: Enkelvoudige schietloden te vinden met gelijke slingertijden als gegeven samengestelde schietloden. Zie E.J. Dijksterhuis, De mechanisering van het wereldbeeld (1950..'96), p. 409.]
20)  Zie ook over dit onderwerp p. 21 van T. XVI.
21)  T. XVI, p. 414, noot 3.
22)  Vergelijk noot 3 van p. 105 van T. XVII.
23)  P. 426 hiervoor [en T. I, p. 45-6].

[ 582 ]

24)  P. 523-526 en 553-557, Stuk VI, waarop min of meer aanknopen Stuk VII [Ned.] en VIII.
25)  Zie het Aanhangsel op p. 236 van T. XVII.
26)  Zie p. 197 van T. XVII die verwijst naar T. XV [p. 522-523 en 558-561 (Ned.)].
27)  T. XV, p. 74.
28)  P. 71 hiervoor.
29)  Zie o.a. p. 314 [315 en 427] van T. III en 27 van T. IV. We herinneren eraan dat Huygens in Londen een overgang van Mercurius over de zon had waargenomen [3 mei 1661].
[ *)  Zie T. XX, p. 48.]
30)  T. XX, p. 57. Het hele stuk beslaat p. 49-58.

[ 583 ]

31)  Zie p. 147 en 205 van T. XX.
32)  [Ned.]  Aangehaald op p. 12 van T. XX.
33)  Zie p. 143 van T. XX.
[ Stevin: "ommeganck", zie 3e Bepaling van 'Spiegheling der Singconst'.]
34)  In het boekje dat we hebben geciteerd op p. 187 van T. XXI.
[ Van Nierop, Wis-konstige Musyka, VII en VIII.]
35)  Zie noot 9 van p. 32 van T. XX waar men ziet dat Descartes#) — en Beeckman+) (die eerst Stevin had gevolgd) voor hem — van mening waren dat men niet met Stevin moet ontkennen "dat er verschil is tussen de halve tonen".
#)  Brief aan Constantijn Huygens, 1 november 1635 [Worp, No. 1277: "goede musici die nog niet willen geloven dat de samenklanken verklaard moeten worden met rationale getallen, wat als ik me goed herinner de fout van Stevin was, die in andere dingen niet onbekwaam was".].
+)  Brief aan Mersenne, 1 okt. 1629 [de Waard IV, 156: "heb ik die mening van onze Stevin over zes tonen in voortdurende evenredigheid, vroeger door mij zeer nauwgezet bewerkt, vele jaren geleden geheel en al verworpen"].
[
 Verder in n. 9:]  Mersenne, Harmonie universelle [1636-7], 'Preface, & Advertissement au Lecteur' des 'Traitez des Consonances' [over Stevin] ... 'Livre Second. Des Dissonances', Prop. XI, p. 132 ... 'Livre Premier des Instrumens', Prop. XIV ... 'Nouvelles Observations Physiques & Mathematiques', p. 21 ... 'Livre Sixiesme des Orgues', p. 384 en 408 ... Aristoxenos: 'Liure Second des Instrumens', p. 67 en 70.
36)  T. XIX, p. 361-363.  [Galileï (1638), Engl.: "scraping a brass plate ...".]
37)  T. XX, p. 30-37.  [Vgl. Beeckman (1614) in Journal I, 54-55.]
38)  We hebben op p. 28-29 van T. XX gezegd waarom dit stuk ons lijkt vooraf te gaan aan het gesprek van Huygens met een der gebroeders Hemony in Amsterdam. Nu had dit gesprek plaats in augustus 1662. Het is ongetwijfeld mogelijk dat het stuk enkele jaren ouder is, dat het b.v. dateert van 1659. In 1659 had Huygens een experiment gedaan met een "snaar samenklinkend met een klok" (T. XVII, p. 265 en 339).

[ 584 ]

39)  [Trompette marine]  Die geen trompet is.
[ T. XX, p. 37.  Mersenne, Harmonie universelle, Instr. IV, 217, fig.  Ph. de la Hire (1692) in Hist. de l'Ac. 9 (1730) 500-.]
40)  Op 30 januari 1661, zie p. 550 hiervoor.
41)  Zie p. 619 van T. XX.  [Verw. T. XV, p. 528 en 531; T. XVII, p. 11, n. 6.]
42)  Volgens de brief aan Moray van 1 april [1 aug.] aangehaald op p. 12 van T. XX.  [T. III, p. 307 en 308.]
43)  P. 411 [431]-434 en 451-457.
44)  T. XIV, p. 439-442 en 460-471.
45)  Die wordt bij benadering berekend met beschouwing van wat men iets later noemde de karakteristieke driehoek [ABF in de figuur].

46)  R. 1 van p. 464 van T. XIV.
47)  We hebben deze definitie aangehaald op p. 11 van T. XX.
[ N. Mercator, Logarithmo-technia, 1668, p. 1; ed. Maseres (1791), p. 169.
Zie voor de verhoudinkjes ('ratiunculae'): Charles Hutton, 'Introduction' in Maseres, p. CV en Isaac Barrow, Euclide's Elements, ed. John Barrow (1751), App. p. 358.]

48)  De continuïteit van een lijn of van een beweging is blijkbaar volgens Huygens een eigenschap die men zonder tegenspraak kan en moet aannemen; maar er is geen continuïteit in getallen (wat in strijd lijkt met de mening van Aristoteles); vergelijk p. 371-372 van T. XX.

[ 585 ]

49)  P. 466 van T. XIV.
50)  We hebben het ook gezegd op p. 204 van T. XX.  [T. I, p. 209 en 217.]
51)  Brief aan Moray van september 1661, T. III, p. 320.
52)  Zie p. 425 en 427 hiervoor.
53)  Brief van 21 juli 1661 aan Thevenot.  [<]

[ 586 ]

54)  T. XVII, p. 307.
55)  P. 518.
56)  Experiment van Rohault van 17 maart 1661.  [<]
57)  Op 6 april 1661.  [<]
58)  Op 7, 14 en 21 december 1661 ['60].
59)  Op 20 april 1661.
60)  T. XVIII [XIX], p. 333-334.
61)  T. III, p. 328.
62)  Op 6 januari 1661.
63)  Op 13 november 1660.
64)  T. XVII, p. 312-333.

[ 587 ]

65)  T. IV, p. 23.
66)  T. IV, p. 53.
67)  P. 201 hiervoor.  [D. Schwenter, Deliciae physico-mathematicae (1636) p. 485.]
68)  T. XVII, p. 266 en 340.
69)  T. IV, p. 76.

[ 588 ]

70)  Zie p. 359 van T. XVII.
71)  Noot 37 van p. 486 van T. XVII en al eerder op p. 473[§ 4: cilindrisch glas. Zie ook p. 409.]
72)  T. XVII, p. 454, r. 13-14.
73)  Zie onze noot 12 van p. 356 van T. XVII.
74)  P. 179 [279], 285, 293, 294.
75)  Fig. 24 en 25 van deze blz.; zie daar de noten 3 en 4.
76)  Brieven aan Lodewijk van 1 en 15 juni, T. IV. p. 144 en 152.
77)  Fig. 21 van p. 299 van T. XVII.
78)  P. 12 hiervoor [en T. V, p. 359, 538].

[ 589 ]

79)  G. Tierie, "Cornelis Drebbel (1572-1633)", H. J. Paris, Amsterdam. 1932, p. 48-49: "It is very probable that Constantyn Huygens also learned of the art of glass grinding with a machine from Drebbel in 1622 when he was in close contact with the latter, and then later taught it to his son Christiaan". De uitdrukkingen "learned the art" en "taught it" zijn zeker te sterk. Constantijn zegt nergens iets van Drebbel te hebben gezien of gehoord over dit onderwerp. Moeilijk te ontkennen is evenwel wat de Peiresc zegt op gezag van een der schoonzoons van Drebbel (handschrift geciteerd door F. M. Jaeger in "Cornelis Drebbel en zijn tijdgenooten". P. Noordhoff, Groningen, 1922): Drebbel had "in zijn huis dichtbij Londen ... een molen die glazen maakt in de verhouding die men verlangt", een molen die men kan "doen gaan door een jongetje" [<], of althans een apparaat van deze soort, en dat Christiaan het kan hebben geweten van horen zeggen: in de "Sermones de vita propria" spreekt vader Constantijn van "veel gesprekken" met Drebbel, van "vele uren" met hem doorgebracht. Zie ook over de belangsteling van vader Constantijn voor het maken van lenzen p. 248 van T. XVII.
80)  Vergelijk noot 22 van p. 455 hiervoor; deze noot verwijst naar p. 267 van T. XIII waar een figuur staat van een kijker met spiegel.
81)  T. IV, p. 100 en 136.
82)  T. IV, p. 92. Zie voor het uurwerk p. 389 van T. III.

[ 590 ]

83)  P. 454.
84)  Zie de eerste brieven van T. VI[En T. V, p. 550.]
85)  Dit aanhangsel beslaat p. 478-496 van T. XVII. Zie voor de logaritmen p. 480, 481, 484, 488 en 489.
86)  Maar in dit gedeelte wordt geen gebruik gemaakt van logaritmen.
87)  Zie p. 253 [263] van T. XVII.
88)  T. XIV, p. 436-438 en 483-494. Weliswaar schrijft hij dat wanneer de dichtheid zeer gering wordt, de wet van Boyle wel eens niet meer waar zou kunnen zijn.
89)  Brieven aan Moray; zie p. 202, 205-206 en 217 van T. IV.
[ Zie ook brief aan Lodewijk, 17 aug. 1662, T. IV, p. 198.] 

[ 591 ]

90)  We hebben het ook gezegd in noot 13 van p. 343 van T. XVII.
91)  T. XIV, p. 485.
  {...}:  die we hebben geciteerd op p. 320 van T. XIX
[ Principia philosophiae (1644) p. 217, Ned. (1690) p. 261: "dat de lucht niets anders is, dan een vergadering der deeltjes van de darde hooftstoffe, die zo klein, en los van malkander zijn, dat zy alle de roeringen der hemelsche bolletjes, of der stoffe des hemels, die onder hen is, gehoorzamen".
Vgl. p. 94: tria elementa, Ned. p. 119: drie hooftstoffen.]
 
92)  T. XIX, p. 471.
93)  T. XVI, p. 186 en T. XIX, p. 6.
94)  T. XVII, p. 262.
95)  P. 427 hiervoor.
96)  P. 185 van T. XVI.

[ 592 ]

 97)  T. XIV, p. 434-435 en 474-482.
 98)  T. XVI, p. 381-383.
 99)  T. XVI, p. 333-343.
100)  Aflevering van juni 1948. Men zal er vinden, naar aanleiding van het ontstaan van natuurkundeformules, behalve de naam Huygens, die van Aristoteles, Galileï en Wallis: vergelijk p. 459 hiervoor. Het artikel is getiteld: "De uitvinding van de natuurkundige formule", door D. Burger en J. A. Vollgraff.
[ Zie ook N.T.v.G. 92, I, 7, p. 506.] 
101)  T. XIV, p. 508, noot 5.
102)  Het was voorafgegaan, volgens brief No. 1100 van T. IV, door een mondelinge uiteenzetting.
103)  Zie p. 210 en 243 van T. XX, evenals p. 315 van T. VII waar hij zegt: "Het is echter meneer Hudde die me er de praktijk van heeft laten zien".

[ 593 ]

104)  T. IV, p. 281 en 295.

[ 594 ]

kasteel Zuylichem105)  In oktober en november 1662 bracht hij enkele weken door te Zuilichem. Zie het kasteel van Zuilichem naar een tekening van Rademaker tegenover [na] p. 616 van T. VII.
106)  T. III, p. 298.

[ 595 ]

§ 2.   PARIJS  en  LONDEN  april 1663 - juni 1664.
1)  Inclusief de brief die hij uit Brussel richtte aan Lodewijk, op 26 maart.
2)  T. IV, p. 331.
3)  Zie No. II van p. 172 hiervoor.
4)  T. IV, p. 333 en 339.
5)  T. IV, p. 344.
6)  T. IV, p. 334.
7)  "Saturnus zal juist de goede stand hebben om te worden waargenomen wanneer ik [in Parijs] aangekomen ben en zijn oren in de positie waarin ze het breedst moeten verschijnen", T. IV, p. 303.
8)  T. IV, p. 324.
  {...}:  Evenals Brugmans doet, voegen we bij de Nederlandse tekst de Franse vertaling.

[ 596 ]

DAGBOEK:   LONDEN  1663.
[ *)  T. IV, p. 374, n.11: Edward Montagu.]
1)  Al genoemd in het Dagboek van 1661.  [ 2 mei: Monck.]
[ °)  Brit. Hist. Onl., 1663, Lord Mayor: Sir John Robinson, Knt., Sheriffs: Sir Tho. Bludworth, Sir W. Turner.  Pepys, 20 okt.: "... a very great noble dinner, as this Mayor -[Sir John Robinson.]- is good for nothing else."]
2)  De volgende dag, d.w.z. op 27 juli [IV, 387], schrijft Christiaan aan Lodewijk te hebben gedineerd met zijn vader bij "de heren Sheriffs" na aanwezig geweest te zijn "in het strafhof dat men noemt the Kings Benches, bij het onderzoek en de veroordeling van verscheidene ongelukkigen, wat heel anders gebeurt dan bij ons".
  Men ziet dat Huygens niet de gebeurtenissen van dag tot dag heeft opgetekend.
  De volgende noot heeft betrekking op een bezoek dat voorafging aan het diner bij de sherifs.
3)  William Cavendish III, graaf van Devonshire, 1617-1684. Zie de noot [12] van p. 374 van T. IV; op deze plaats is van hem sprake in een brief van Christiaan aan Lodewijk van 13 juli; het gaat over dit zelfde bezoek, en ook over andere.
4)  Roehampton. De hertogin, echtgenote van William Cavendish II, en moeder van W. Cavendish III, is al genoemd in het Dagboek van 1661 [7 april], evenals op p. 375 van T. IV.
5)  Genoemd in het Dagboek van 1661 [3 april; zijn vrouw was Utricia Ogle.].
6)  Johan Boreel, zelfde opmerking [31 okt. en nov. 1660: S. Agathe].
[ 6 april en 7 april met Mrs. Ferijn.]
7)  Pieter van der Faes, genoemd Lely, Lily of Lilly. Zie over hem de noten 8 van p. 33 en 8 van p. 361 van T. IV. Hij was de vaste schilder van het hof en van de betere kringen van de Londense gemeenschap. Zie voor de informatie over schilderen die hij aan Christiaan gaf en die deze doorgaf aan broer Constantijn verschillende blz van T. IV.
[ 361, 362, 363, 370, 371, 372, 389, 393, 394, 396, 401, 402, 410.]
8)  Al genoemd in het Dagboek van 1661 [6 april].
9)  Sir Edward Brett wordt genoemd in de Briefwisseling van vader Constantijn vanaf 1672. In 1647 was hij in dienst van de Staten met de rang van kapitein, in 1653 wordt hij oud-kapitein genoemd.

[ 597 ]

10)  In een brief van 11 augustus 1651 [No. 5166] aan Prinses-douariere Amalia, weduwe van Frederik Hendrik, noemt vader Constantijn, sprekend over haar schoondochter de Princess Royal, weduwe van Willem II, "la nourrice Griffin" [voedster/kinderverzorgster].
11)  William, earl of Craven, 1609-1697. Na in dienst geweest te zijn van Frederik, koning van Bohemen, was hij samen met deze in ballingschap in Holland. Hij keerde terug in Engeland bij de troonsbestijging van Karel II. Zie ook over hem p. 119 van T. I.
12)  Misschien David Barclay, geboren in 1610, die had gediend onder Gustaaf-Adolf.
[ 1610 i.p.v. 1660, zie corr. p. 920.]
13)  Lord W. Brereton is al genoemd op p. 412 hiervoor als studiegenoot van Christiaan en Lodewijk in Breda. Hij was lid van de Royal Society en overleed in 1697 [1680].
[ Brief aan Lodewijk, 29 juni 1663 (T. 4, p. 365): "ik vond hem zo groot en dik geworden dat ik veel moeite had hem te herkennen".]
14)  Het feest herdacht de toekenning aan de Society van het Royal Charter waarvan de eerste lezing plaats vond op 13 augustus 1662.
15)  Lady Needham, die in Lambeth woonde, was de vrouw van Robert Needham en moeder van Mrs Middleton van wie hierna sprake is.  [Noot 30.]
16)  Anna Stricklant-Morgan, vrouw van Walter Stricklant die resident van het parlement bij de Staten geweest was.
17)  Dudley Palmer, lid van de Royal Society.

[ 598 ]

18)  Dit bal vond plaats op 12 juli, volgens p. 375 van T. IV.
19)  Algernon Percy, graaf van Northumberland, 1602-1668.
20)  Henry Rich, graaf van Holland, onthoofd in 1649.
21)  Walter Charleton, 1619-1707, geneesheer van de koning, lid van de Royal Society. Volgens p. 291 [391-392] van T. IV, waar Huygens het uitgebreider over deze proef heeft, had deze plaats op 8 augustus (anders gezegd: 29 juli oude stijl).
[ Vgl. Th. Birch, The history of the Royal Society of London (1756), vol. 1, p. 288.]
22)  Robert Hooke, 1635-1703.
[ *)  Knalgoud, zie H.A.M. Snelders, De geschiedenis van de scheikunde in Nederland (1993), p. 18, over Goossen van Vreeswyk. Aurum fulminans wordt genoemd in: Allan Chapman, England's Leonardo. Vgl. Birch, p. 299, Sept. 2]
23)  Huygens heeft het over zittingen van juli, augustus en september.
24)  Zie noot 2 van p. 324 van T. XVII waar we deze passage hebben geciteerd [<]. Men ziet er dat het gaat over de zitting van 7 oktober 1663 van de Royal Society. De proef slaagde voor de eerste keer met kwik (met wat water erop) na het vertrek van Huygens, op [voor] de zitting van 21 oktober; we hebben het ook gezegd in een noot van p. 429 van T. IV.
[ Vgl. Birch, p. 254 (June 10), p. 268 (July 1, Mons. Huygens's experiment), p. 275 (July 16, Hooke), p. 295 (Aug. 19, "succeeded; the water, which was well purged of air, remaining fastened in a cane of near seven foot"), p. 299 (no issue), p. 305 (Sept. 23), p. 310 (Oct. 7, mercury), p. 320 onderaan (Oct. 21, 55 inches).
De gebruikte 'bolt-head' (fig.: p. 254 en 275) wordt genoemd door Boyle in Origine of Formes and Qualities, 1666, p. 422): "Bolt-head or Glass-egg with a long neck".]

[ 599 ]

25)  Hij was omtrent midden juni in Londen aangekomen.
[ Samuel Sorbiere werd tot lid van de Royal Society verkozen op dezelfde dag als Chr. Huygens (zie noot 27, Birch). In zijn Relation d'un voyage en Angleterre (1664/6), p. 93:
"Boyle ... ik zag er verscheidene proeven die gedaan werden met zijn pneumatische machine; voor de uitvinding ervan lijkt het nageslacht vooral aan hem dankbaar te moeten zijn; zoals aan Christiaan Huygens voor het vervolmaken ervan."]

26)  Zie over Dom Eustache de Beaufort (1635-1709) p. 428 van T. IV.
handtekening Chr. Huygens
Handtekening in 'Charter Book'  
Uit: B. Bryson (ed.), Seeing further, R.S. 2010  
 
27)  Huygens werd tot lid van de Royal Society verkozen ["admitted"] op 17 juni (oude stijl) volgens Oldenburg, p. 366 van T. IV (terwijl Birch zegt [vol. 1, p. 263, "elected"]: June 22). Birch kan ongelijk hebben, zodat de "2 dagen" [uit T. IV, p. 362] van r. 3 van p. 173 hiervoor juist kunnen zijn, ondanks wat we daar gezegd hebben.
[ Mordechai Feingold, 'Huygens and the Royal Society', in De zeventiende eeuw, 12 (1996) 22-34.]
[ *)  Brugmans (1935) heeft hier: "aldus ...", een J-figuur.]
28)  Genoemd in het Dagboek van 1661.  [Zie hierboven bij noot 6.]
29)  We begrijpen deze laatste woorden niet. Seestad = zeestad, volck = volk.
[ De uitdrukking "van Annibal Seestads volck" werd duidelijk met: "Hannibal Seested Stadthalter vnd General in Norwegen", in 'Warhafftige Relation ... Schiffs-streit ... Jutland' (1644), bij Lars Bruzelius.
La Gazette d'Amsterdam, 5 nov. 1665: men verwacht in Den Haag "Mess. Zeestad & Rosewingen", misschien om te bemiddelen in de oorlog tussen "Nosseigneurs les Estats & sa Maj. Britannique".]

[ 600 ]

30)  Zie over haar noot 15 hiervoor en noot 34 hierna.
31)  Tekens die onbegrijpelijk zijn (behalve het begin: Den 10) voor de lezer (zoals men ziet zijn het grotendeels Hebreeuwse letters, maar dat is van weinig belang); vergelijk noot 58 van p. 535 hiervoor. Tenzij erin gezien moet worden een bizarre, jongensachtige en onjuiste transcriptie van het woord september (Brugmans, "Addenda" bij "Séjour de Chr. Huygens etc."; Br. voegt er overigens aan toe dat het een geheel ongegronde hypothese is).
32)  Waarschijnlijk G. van Crommon (overleden in 1655) over wie Christiaan spreekt in een brief aan broer Constantijn in 1646; zie p. 18 van T. I. De naam Crommon is overigens ook in verschillende andere delen te vinden, b.v. IV, V, VI.
33)  John Evelyn, al genoemd in het Dagboek van 1661.
portret door Lely34)  Huygens vermeldt Mrs Middelton (of Middleton) op verscheidene plaatsen in ons T. IV. Hij noemt haar "een van de grote schoonheden hier". We hebben deze Dagboek-passage aangehaald op p. 388 hiervoor.
[ T. IV, 394 (24 aug.), 396, 402, 410, 413, 462.
Rechts: portret van Jane Needham, Mrs Myddleton (1646-92) door Peter Lely, waarvan Chr, Huygens een kopie maakte (24 aug.).
Genoemd in A Hand-book to Hampton Court, London 1892, p. 59, met op p. 58 in 'King William III.'s State Bedroom'.]

35)  Zie over Nicolas Lanier p. 362 van T. IV.
36)  Al genoemd in het Dagboek van 1661 [p. 573].
37)  Lees: Worcester. We hebben de markies van Worcester vermeld op p. 457. Wat was de uitvinding die "mislukte"? Misschien een vorm van de stoommachine.
[ Worcester, Edward Somerset, Marquis of,  A century of the names and scantlings of such inventions as at present I can call to mind to have tried and perfected, 1663 (p. XVI: Caspar Kalthoff), 1746.
Charles F. Partington, The century of inventions of the marquis of Worcester, 1825.
In Dircks, 1865, p. 551 een figuur: soort stoommachine; zie Vollgraff over Calthoff, Physica 1932, p. 259-268; en Doorman, 'The Marquis of Worcester and Caspar Calthoff', in Notes and communications of the Newcomen Society, 26 (1947) 269-271.
Dircks, p. 578: "... Gaspar Collthoffe, late deceased ... September 5, 1664".]
[ In Sc. Am. 11 dec. 1897: ]
The Marquis of Worcester, on November 15, 1664 ['61], secured a British patent, No 131, covering the following inventions: A self-winding clock, rapid-firing guns and pistols, a device for detaching runaway horses, and lastly, a ship constructed to sail against the wind and capable, when anchored, of use as a water motor or windmill.

[ 601 ]

38)  Thomas Togood, natuurkundige, wordt verscheidene malen genoemd in Th. Birch "History of the Royal Society I". H. Dircks "The life, times and scientific labours of the second marquis of Worcester" spreekt (p. 411) over zijn uitvinding gepatenteerd in 1662 "for the making of ships to sail without the assistance of wind or tide".
[ In Sc. Am. 11 dec. 1897: "The use of the hydraulic jet for the propulsion of vessels is described in the British patent No. 132, of May 16, 1661, granted to Thomas Toogood and James Bayes."]
[ *)  Genoemd 'Restorative' in een brief van hem, T. IV, 462; komt niet voor in de volgende, T. V, 3-5.
Vgl. R. Boyle, Some considerations touching the usefulnesse of experimental natural philosophy, 1664, p. 183; op p. 181: "Monsieur L. F. who was the French Kings Chymist".
Zie ook p. 542: 'levenselixir'.]

39)  Joan Fanshawe, tweede vrouw van Philippe Warwick, lid van het parlement en secretaris van de High Treasurer.
40)  Constantin [?] Dufaut, Frans musicus. Huygens had hem al in 1655 ontmoet in Parijs, T. I, p. 350.
41)  Isaac Olivier of Peter Olivier [Oliver], engelse miniatuurschilders, van wie de eerste overleed in 1617, terwijl de tweede, zijn zoon, leefde van 1596 tot 1648 [ca. 1594-1647].
42)  De bewaarder van het kabinet van de koning. In een van zijn brieven aan Lodewijk (T. IV, p. 469 [369]) doet Huygens verslag van zijn bezoek [het was op 5 juli].

[ 602 ]

43)  Vergelijk noot 2, met figuur, van p. 154 van T. XX.
44)  Genoemd in het Dagboek van 1661  [p. 575].
45)  Waarschijnlijk Baptist May, 1629-1698, "keeper of the private purse" van Karel II en metgezel van de genoegens van de koning.
[ *)  In een briefconcept van Ism. Boulliau aan Hevelius, 6 juli 1663 (BNF, Ms. Fr.13026, f.126) staat over deze boottocht:
"De doorluchtige Koning heeft hem zeer veel eer bewezen, zodanig dat hij hem op dezelfde boot met zich wilde meenemen op de Thames, en met hem wilde spreken over wiskundige studies, en het opsporen van de geheimen van de natuur met nieuwe experimenten".]

46)  James Scott, hertog van Monmouth, 1649-1685, zoon van Karel II en Lucy Walters.
47)  Hij was onderwijzer van de duke of Monmouth geweest, die ook zijn naam [Crofts] droeg tot 1663.
48)  Zie over haar het Dagboek van 1661, bij de datum 8 februari.  [<]
49)  Zie over prins Rupert (geboren Ruprecht von Bayern) en zijn methode van graveren en mezzo-tint de noten 7 en 8 van p. 201 van T. IV.
[ °)  James Howard, The English Mounsieur, eerste voorstelling op 30 juli 1663;  lijst.]
50)  Al genoemd in het Dagboek van 1661 [<].


[ 603 ]

  Zie over een mededeling van 1663 van Huygens aan de Royal Society p. 271 hiervoor.
[ In Register Book (Royal Society): 'An Account of the Ground of a water-pit boared at Amsterdam' by Christian Huygens, 24 June 1663 (zie ook bij 8 July en 2 Sept.).
Birch, p. 265: "from his father", noot: "present ... 10th of June 1665, together with his son" (Boyle, Works 5, 1744, p. 302, Oldenburg aan Boyle).
Briefwisseling Const. H. No. 2335 en No. 2387 (1 apr. en 3 juni 1640), aan Mersenne.
J. Wagenaar, Amsterdam, in zyne opkomst, aanwas ..., VIII (1765), p. 414-5.]

  Birch bericht ons ook (p. 300) het volgende:

Sept. 2. 1663.  Mons. Huygens presented a paper from his father Mons. Zuylichem, containing a description of a new kind of candlestick, by means of which the candle upon it gives more light than two torches together, consumes less wax, frees from the inconvenience of smoking in the narrowest room, and needs no snuffer. The paper was ordered to be translated from the French, and registered.

Vergelijk over dit onderwerp noot 19 van p. 446 hiervoor [en T. IV, p. 104, met fig.].

[ 604 ]

51)  Zie de brief van Oldenburg aan Boyle [2 juli 1663], T. IV, p. 367.
52)  We hebben deze lijst, die meer dan vijftig namen bevat, gepubliceerd op p. 405-406 van T. IV.
53)  T. IV, p. [334 en] 433.
[ *)  In de figuur bij T. VI, p. 586 staat ook een zuiger getekend die hangt aan de heugel (het getande ijzer): hij gaat vanzelf omlaag door de luchtdruk.]
54)  T. IV, p. 459 ["die van deze week"] en 481, noot 1.
55)  Zie over deze uitdrukking p. 587 hiervoor.
56)  Volgens een brief van Conrart, T. IV, p. 414.
57)  T. IV, p. 433 [en 452]. We hebben er iets over gezegd op p. 19-20 en 191 van T. XXI.
58)  T. V, p. 61 en elders.  [Zie 'Carosses' in tabel vp. 6 (la machine Roanesque) ...]
[ Een zekere de la Grugere wordt genoemd als uitvinder (Encycl.) en het privilege was in handen van Pierre de Perrien, markies van Crenan, zie diens brief, T. V, p. 90 (niet 'Perrier', cf. L'Etat de la cour, 1680, p. 429; hij was een kennis van Gouffier/Roannez, zie Carosses à cinq sols).
Zie ook:  'The Parisian omnibus of the seventeenth century', in The gentleman's magazine, vol. 157 (1835) 475-480;  P. Jansen, 'Les carrosses à cinq sols et Christian Huygens' en 'Une tractation commerciale au XVIIe siècle', in Revue d'histoire des sciences et de leurs applications, 4 (1951) 171-176.]
59)  T. V, p. 19 en 25.
60)  Zie ook over deze reis p. 193-194 van T. XVII.

[ 605 ]

61)  T. IV, p. 458.
[ *)  Antwoord van Johan de Witt: T. V, p. 23-4, eveneens in het Nederlands.]
62)  De datum is weliswaar 29 januari, maar het is ongetwijfeld 29 januari oude stijl.
63)  Deze kop is door ons toegevoegd.  [Engelse tekst bij dbnl.]

[ 606 ]

[ *)  "The Hague" i.p.v. "that", volgens Lisa Jardine, Going Dutch (2008) p. 276.]

[ 607 ]

64)  T. V, p. 39.
65)  Vergelijk p. 546-547 van genoemd deel XVII.
66)  Drummond Robertson kreeg kennis van de "Kincardine papers" — zie p. 580 hiervoor — onmiddellijk nadat hij zijn boek gepubliceerd had.
67)  Zie wat Hooke in 1675 zal schrijven (T. VII, p. 520): "as for making benefit, all People lost by such undertakings".
68)  We hebben het gezegd in de noot op p. 170 van T. XVII.
69)  Zie No. XVII van p. 175 hiervoor.
70)  P. 512.
71)  Lausanne, uitgave van het Journal Suisse d'horlogerie et de bijouterie.
[ 1946. Bespreking in Ciel et Terre 63 (1947) 60-1.]

[ 608 ]

72)  Vergelijk p. 503 hiervoor.
73)  Men ziet deze laatste — zie over hem noot 25 van p. 448 hiervoor — een pruik bestellen in Parijs, verlangend de zaken zo te regelen dat zijn vader zou betalen.  [<]
74)  T. IV, p. 110. Vergelijk noot 6 van p. 159 van T. XVII.
75)  T. V, p. 70.
76)  Zie p. 480 van T. IV.

[ 609 ]

77)  T. V, p. 68.
78)  Hij bleef er tot oktober 1664 en kwam toen terug in Parijs.
79)  T. V, p. 71-72.



[ 610 ]

§ 3.   DEN  HAAG   juni 1664 - april 1666.

1)  Lodewijk was in Zuylichem van april tot augustus 1665.
2)  Zie p. 354 van T. XVI.
3)  P. 582 hiervoor.
4)  T. XVII, p. 183, noot 1 [2].  [En T. V, p. 108, 148.]
5)  T. XVII, p. 172, noot 1.
[ T. IV, p. 460 (9 dec. 1663 aan Moray): "Ik heb onlangs iets nieuws ontdekt voor uurwerken, dat zal maken dat ze nog veel nauwkeuriger zijn dan tevoren".]
[ *)  Al genoemd op p. 605, zie p. 80 van dit deel, eind van de brief: "hebbende noch onlanghs seeckere niewe veranderingh aen de voorszeide horologiën gepractiseert".]
6)  T. XVII, p. 175[En T. V, p. 154.]

[ 611 ]

 7)  T. XVII, p. 183 e.v.  [Zie de brief aan Moray van 6 maart 1665, T. V, p. 256.]
 8)  Vader Constantijn beging de misslag een uittreksel van de brief van Christiaan over dit onderwerp haastig te laten drukken in het pas opgerichte Journal des Scavans [p. 130, 16 maart 1665]: zie op p. 376 hiervoor No. 13 met noot 2.
[ T. XVII, p. 187: correctie in J.d.Sc. 23 maart 1665, p. 143.]
 9)  Zie p. 176-177 van T. XVII.
10)  Zie p. 194 en 196 van T. XVII. En ook de mededelingen van Moray aan Huygens, en van Huygens aan Chapelain, resp. op p. 204 en 223 van T. V.
  Volgens p. 624 van T. V waren er twee kapiteins Holmes, broers.
[ Phil. trans. numb. 1 (March 6, 1664/5), p. 13: 'A narrative concerning the success of pendulum-watches at sea for the longitudes'.
Over Robert Holmes zie Lisa Jardine, Going Dutch (2008), 285: "... not known as a person who could be relied upon" en 288: "Holmes's journal ...". Het boek is vertaald: Gedeelde weelde, 2008.
Birch, vol. 2. (1756) p. 21: "Major Holmes's relation ... an error ... not the island of Fuego ...".]

11)  Dit deel, p. 174, No. XVI.
12)  We hebben op p. 197 van T. XVII gezegd in ons land geen exemplaar te kennen van het "Kort Onderwijs", zodat het nodig was fotokopieën te vragen aan het Observatorium van Poulkovo in Rusland. Maar na 1932 zijn er twee exemplaren gevonden in Holland. Het ene is nu in bezit van het Nederlandsch Historisch Scheepvaart Museum te Amsterdam.
[ Het ex. van Poulkovo is verloren gegaan in de Tweede Wereldoorlog, zie Maritiem Digitaal.  Sinds 2017 is er een gedigitaliseerde "Photographische reproductie van het exemplaar toebehoorende aan de Akademie van Wetenschappen te St. Petersburg (het eenige bekende exemplaar)." van UB Leiden.]
[ Kort onderwys (1665), p. 32: 'Extract uyt een brief geschreven van Londen den 13/23 Jan. 1665'.]

[ 612 ]

13)  Zie p. 197 van T. XVII.  [En T. V, p. 277 en 278.]
14)  P. 87 en 89.
15)  T. XVIII, p. 20[ A. Jal, Dictionnaire critique de Biographie et d'Histoire (1867) p. 695.]
16)  We hebben het gezegd op p. 353 van T. XVI.

[ 613 ]

17)  En ook de volgende maanden: de berekening van het slingermiddelpunt van een omwentelingshyperboloïde van p. 550 e.v. van T. XVI dateert zelfs van na maart 1665.
18)  In overeenstemming met wat we naar voren gebracht hebben op p. 189-190 van T. XIX.
19)  Vergelijk p. 419-421 hiervoor.
20)  Zie in T. XXI: § 7 van p. 558.
21)  Vergelijk p. 407 hiervoor.
22)  P. 581.
23)  P. 360-373 van T. XVI.
24)  En waarvan een vrij groot gedeelte staat op aparte bladen, of kladblaadjes, geplakt in Manuscript B [Hug 4].
25)  T. XVI, p. 498-541.
26)  P. 440 hiervoor, tweede alinea.

[ 614 ]

27)  P. 454 hiervoor.
28)  T. XIII, p. 156.
29)  T. XIII, p. 155.
30)  Of, zoals Moray zich uitdrukt, "de snelheid van neerdalende lichamen", T. XVII, p. 284, noot 4.
[ T. V, p. 141: figuur met uitleg van Hooke.]
31)  P. 513 hiervoor.
32)  T. XVII, p. 246.
33)  T. XVII, p. 282-283.  [En T. VI, p. 108-9.]
34)  T. XVIII, p. 357.
35)  T. VII, p. 391[Engelse vertaling van vader Constantijn.]
36)  T. XV, p. 79.
37)  T. XV, p. 80-86. Zie over deze komeet de brief aan Moray van 2 januari 1665 [T. V, p. 190].
38)  T. XV, p. 87 [91] e.v.
39)  T. XV, p. 563.
40)  T. XV, p. 566.

[ 615 ]

41)  T. XVII, p. 257.
42)  Hij had erover geschreven aan [Matteo] Campani op 6 oktober 1664, T. V, p. 557. Campani antwoordde op 2 december (ook melding makend van verscheidene geschriften van Cassini over Jupiter en zijn manen) [p. 193].
43)  T. V, p. 145 en 151. Vergelijk noot 7 van p. 601 van T. XIII.
44)  Fig. 26, hierboven al genoemd op p. 588.
45)  T. V, p. 304. We bezitten slechts het concept.
46)  Alle gewisselde brieven zijn in het Nederlands, de taal die de voorkeur had van Hudde.
[ T. V, p. 305: "'T is mij zo leet, dat ik nu geen Engelsch kan ... de experimenta van doctor Boile, en deze Micrographia van Hook ..."]

[ 616 ]

47)  Het 'heurèka' is te vinden op p. 367 van T. XIII [vgl. p. 291]. Men zal dit stuk niet vinden in de "Vergelijkingstabellen van deze uitgave van de Dioptrica en de uitgaven van 1703 door de Volder en Fullenius en van 1728 door 's-Gravesande" (p. CLXIV-CLXVII): het is nooit eerder gepubliceerd, evenmin als de stukken van p. 315-353 die Huygens heeft verenigd in een omslag met het opschrift "Verworpen uit onze dioptrica" nadat hij de chromatische aberratie beter had leren kennen: zie noot 1 van p. 314 van genoemd T. XIII.
48)  Zie de voor deze laatste verkregen formule op p. 369 van T. XIII.
49)  P. 315-353.  [Het vorige in Opera postuma, p. 82-111.]
50)  P. LXII.
51)  P. LXXXII [LXXII].
52)  Vergelijk wat we hebben gezegd op p. 455-456 hiervoor, over een ander deel van het grote Voorbericht van T. XIII.

[ 617 ]

53)  T. VI, p. 216.
54)  Zie wat hij later schrijft, in 1678 of eerder — zie ook p. 381-381 van T. XIX —, op het blad met de titel van Niquet's kopie van de Dioptrica, T. XIII, p. VII, noot 9.
55)  We hebben het ook gezegd op p. 267 van T. XVII.
[ R. Boyle, Experiments and considerations touching colours, 1664.]
56)  Hij deelde zijn waarneming mee aan Moray in een brief van 19 augustus [29 aug. 1664].
57)  Op p. 268-269 van genoemd T. XIII.

[ 618 ]

58)  Newton deed zijn eerste experimenten over kleuren in 1666.
59)  Zie p. 341-348 van T. XVII.
60)  Zie p. 269 van T. XVII.  [En T. VII, p. 243.]
61)  T. IV, p. 482, Boyle aan Moray, met het verzoek het mee te delen aan Huygens.
[ Zie:  E. Newton Harvey, A history of luminescence from the earliest times until 1900 (1957), p. 380.]
62)  We hebben deze passage uit de genoemde brief [T. V, p. 188] ook weergegeven op p. 270 van T. XVII.

[ 619 ]

63)  Zie p. 278 van T. XVII, waarop betrekking heeft het Voorbericht op p. 244 van hetzelfde deel. Deze opmerking komt van p. 90 van Manuscript C [Hug 3, f45v].
64)  P. 304 van T. XVI, de aarde wordt bolvormig verondersteld.
65)  P. 90 en p. 89 van Manuscript C, zelfde plaats als die genoemd in noot 63. Zie Aanhangsel VI op p. 323 van T. XVI.
66)  P. 89 van Manuscript C [Hug 3, f45r]. Zie het stuk II E op p. 285 van T. XVI [XVII].
67)  Vergelijk over dit onderwerp het eind van noot 1 van p. 250 van T. XVI.

[ 620 ]

68)  Vergelijk p. 495 hiervoor.
69)  Vergelijk p. 376-377 van T. XVI, waar echter de redenering die we aan Huygens ontlenen zeer onzeker is, zoals we trouwens zeggen in noot 3 van p. 376 [377].
70)  P. 25-26 van T. XIX.
71)  Vergelijk de vierde alinea van p. 482 van T. XVIII.
72)  P. 242 van genoemd deel [XIX].
73)  Brief, of liever concept (van 5 februari) van een brief van Christiaan aan zijn vader. Hij schrijft: "Bedankt voor de 3 Journaux en voor het Project, moeilijkheid daarvoor een fonds van 20 of 30 duizend écus opbrengst te vinden".
74)  Waar, bij veronderstelling en met een vraagteken, de datum 1663 is gezet. We denken eerder: eind 1664 of januari 1665. Het plan is te vinden in deel IV op p. 325-329. Er wordt geen melding gemaakt van de noodzaak een fonds te vinden met een opbrengst van duizenden écus, maar we kennen niet de brief van vader Constantijn waarop Christiaan antwoordde.
[ Zie:  Trevor McClaughin, 'Sur les rapports entre la Compagnie de Thévenot et l'Académie royale des Sciences', Revue d'histoire des sciences 28 (1975) p. 235-242.]

[ 621 ]

75)  T. V, p. 375.
76)  Lib. I, Epistola XVII, ad Scaevam, vs. 19-20.
77)  Volgens de "Comptes des Bâtiments du Roi sous le règne de Louis XIV".
78)  Zijn naam komt ook niet voor op de lijst van gratificaties waarvan sprake was op p. 604. Weliswaar was Thévenot rijk en hij had dus helemaal geen gratificatie nodig. Hij werd pas in 1685 lid van de Académie des Sciences.



Home | Huygens | XXII | < Biografie, 1661-66, Noten (top) >