Chr. Huygens | Oeuvres V | < Moray >

1665: jan. , febr. , maart , april , mei , juni , augustus , september , oktober , december



Vertaling van de

Briefwisseling met Robert Moray

1665



[ 185 ]

No 1301.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

2 januari 1665.

De brief is in Londen, Royal Society. Het overzicht in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1280, 1287. Moray's antwoord: No. 1318, 1326.

Overzicht: Privilege gekregen. Instructie in het Nederlands.
Ik zie de reden waarom hij zoveel dingen in hetzelfde patent wil zetten. In Frankrijk kost het ook veel.
Welk succes voor het toestel van Hooke voor glazen, ik verlang ernaar het te horen. Ik heb geen tijd gehad er meer van te proberen.
Hoe hem het uurwerk te doen toekomen. Exterminez 1). Ik heb er nog maar een dat goed is.
Ik betwijfel of de calèches van Du Son niet kunnen omslaan. Wat men me uit Parijs schrijft over de Sjezen. Caracena in 10 dagen van Parijs naar Madrid.
Over de betrouwbaarheid van hun Registers.
Verdeling in zestigste seconden van een Cycloïde-boog.
Bewijs van het slingermiddelpunt van de bol. Zou een hele verhandeling over geschreven moeten worden. Ik zal het toevoegen aan die over het uurwerk.
Verplicht aan mylord Brouncker voor de eer die hij geeft aan mijn uitvinding van de universele maat.
Wat bedoelt hij met de breking van de zonnestralen; het lijkt me dat hij het wil hebben over de vereffening van de natuurlijke dagen.
Dat kwadrant dat seconden toont zal niet klein zijn; het mijne is van twee draadjes loodrecht gespannen in het meridiaanvlak; dat is nodig om de horloges goed gelijk te zetten.
Ik ben heel blij met het succes van die welke prins Rupert op zee heeft gehad, omdat als die goed lopen, de nieuwe noodzakelijk beter zullen zijn.
Dat ik slechts grofweg verneem waaruit de zachtheid van de calèche bestaat om te zien of die welke ik in gedachte heb verschillend is.
Denken over een universele maat van warmte; voor het maken van thermometers, kokend water. Kleine handige thermometers voor Experimenten, zoals ik ze heb van de heer de Noyers. Men zou ze tot in spiraal moeten buigen om een lange uitgestrektheid in weinig ruimte ineen te dringen.
Mijn waarnemingen van de Komeet.

A La Haije le 2 Janvier 1665.    

Monsieur

    U bent ten zeerste verplichtend dat u mij drie brieven 2) achtereen schrijft zonder erop te wachten dat ik u antwoord gaf, wat ik niet zo lang zou hebben uitgesteld, als niet enige zaken me ervan hadden afgehouden. Bovendien heb ik talloze brieven te schrijven gekregen aan bekende en onbekende personen, die bij deze verschijning van de Komeet 2b) de gelegenheid te baat nemen mij de hunne te sturen, mij hun waarnemingen meedelend en de mijne vragend; alsof ik een of andere grote waarnemer was; en toch heb ik noch kwadrant noch sextant maar alleen een armzalige kruisboog om afstanden tussen de komeet en de sterren te bepalen, waarvan ik eerst de namen opzoek op de globe.
Ik zal daarom niet nalaten u deelgenoot te maken van wat ik ervan op schrift gesteld heb. Maar eerst ga ik antwoorden op uw brieven.
    1)  Dit woord, toegevoegd door Huygens, is niet te begrijpen.
    2)  De derde, van 16 dec. 1664 (o.st.) ontbreekt.         2b)  Zie No. 1289, noot 3.

[ 186 ]

    Ik verwacht met ongeduld de werking te horen van het nieuwe toestel voor glazen, daar ik geen tijd had om andere pogingen te doen na die met de cirkel waarvan ik u hiervoor 3) heb gesproken. Ik bewoog niet het glas op de cirkel, zoals u bedoelde naar het schijnt, maar de cirkel op het onbeweeglijke glas, dat ik echter van tijd tot tijd een beetje draaide.

    Aangaande de uurwerken moet u weten dat ik het Privilige 4) erop heb gekregen van de Heren onze Staten met goedkeuringsbrieven 5) van de provincie Holland. Het verbiedt aan allen het gebruik van slingeruurwerken op zee, en in het bijzonder het namaken van die van mijn laatste uitvinding, voor welk gebruik dan ook. Ik heb de Beloning gevraagd pas nadat men voldoende experimenten zal hebben gedaan en tot hun tevredenheid. Binnenkort zal een van die uurwerken voor u gereed zijn, maar het middel om dit u te doen toekomen op dit moment dat oorlog de handel tussen dit land en Engeland onderbreekt ...

    Ik geloof wel dat de Calèches van de heer Du Son 6) mooi en zacht zijn, maar ik betwijfel sterk of ze ook zo weinig geneigd zijn om te slaan als de sjezen [chaises roulantes] van Parijs, en of men dientengevolge zoals in deze op slechte wegen met losse teugel zal kunnen rijden. Men heeft me er kort geleden voortreffelijkheden van beschreven 7) en dat men er meer en meer gebruik van maakt, dat de markies van Caracena 8) ermee in 10 dagen van Parijs naar Madrid is gereden; dat de heer de Ruvigny 9), die er gebruik van maakte op zijn reis naar Londen, aan de heer de Turenne heeft bericht dat dit het beste van de wereld is; dat ridder de Treslon 10) met deze wagen naar Denemarken is gegaan, en dat die Koning de uitvinding zeer geprezen heeft en als geschenk gegund aan seigneur Conty 11). En dit is iets dat ze bij u verachten. Ik voor mij zeg dat de tijd wel zal leren welke van deze machines het best te gebruiken is.

    Ondertussen doet u er heel goed aan ze allemaal op te nemen in uw Patent. Ik heb eerst niet kunnen begrijpen waarom u er ook de Slingeruurwerken in wilde laten zetten, maar ik zie er nu de reden van omdat u zegt dat die officiële stukken bij u veel kosten. Hier heb ik ze gekregen tegen weinig kosten en het grootste deel was gratis 12).

    Ik heb veel verplichting tegenover mylord Brouncker voor de eervolle bekendmaking 13) van mijn universele maat. Het bewijs bestaat uit verscheidene voorstellen die ik zal invoegen, met alles wat deze materie van Isochronisme betreft, in de


    3)  Zie No. 1274.         4)  No. 1279.         5)  No. 1286.         6)  D'Esson, ingenieur [<].
    7)  No. 1284.         8)  Don Luiz de Benavides.         9)  Henri de Massue.         10)  De Terlon.
    11)  Armand de Bourbon.         12)  Zie No. 1290.         13)  In de zitting van 23 nov. 1664 (o.st.).

[ 187 ]

verhandeling over uurwerken 14) die ik voor het grootste deel voltooid heb. Het is niet dat ik enige argwaan heb te worden beroofd van de eer van mijn uitvindingen door ze aan u en aan uw Illustere Society mee te delen, en zeker zou ik er groot ongelijk in hebben nadat u me pas hebt verzekerd omtrent de betrouwbaarheid en nauwkeurigheid van uw Registers, maar in werkelijkheid heb ik niet de tijd om in het net te schrijven wat ik in mijn kladbladen heb over dit onderwerp en veel andere. Toch zal ik trachten u van tevoren iets te doen toekomen van wat u wenst, om me op enige manier te kwijten van wat ik u schuldig ben aan zoveel mooie dingen die ik in uw brieven ontvang.

    Ik kan niet begrijpen wat u bedoelt met de breking van Zonnestralen, omdat u uurwerken wilt gebruiken om die te meten. Ik geloof dat u het wilt hebben over de ongelijkheid van de natuurlijke dagen, waarover ik vroeger experimenten heb gedaan 15). Dat kwadrant van meneer Hooke zal er heel geschikt voor zijn als hij kan maken dat het seconden aanwijst. Als hij maar één objectiefglas in de Kijker gebruikt, weet ik niet met welk middel hij tot deze precisie denkt te komen.

    Wat betreft zijn verdeling van het wiel in zijn toestel voor de val van lichamen, ze verschilt veel van de werkelijke, die ik wel kan geven als de slinger is opgehangen tussen delen van een Cycloïde, maar anders niet, ofschoon er niet veel verschil is.

    Ik kom aan uw tweede brief 16), waarin u mij de goedkeuring bericht die de Slingeruurwerken hebben gekregen van meneer prins Rupert, waarin ik me verheug; aangezien die het zo goed doen twijfel ik er niet aan dat de nieuwe het nog beter doen.
Ik heb een instructie geschreven in onze taal 17) voor het gebruik op zee van deze uurwerken, die ik ga laten drukken en ik zal het dan aan u sturen opdat u het laat vertalen 18), of er uitnemen wat men geschikt zal oordelen. In die welke ik pas heb ontvangen in uw laatste brief, lijkt me dat ik een fout heb opgemerkt in het gebruik van de vereffening der dagen. Nadat ik het goed onderzocht zal hebben heb zal ik u mijn gevoelen berichten. Het is een vreemde zaak hoe gemakkelijk men zich vergist in deze berekening, en er is geen schrijver waar ik niet een domme fout in deze materie heb opgemerkt.

    Zonder dat u de moeite neemt me de hele beschrijving te zenden van de calèche van de heer Du Son, leg me alleen in 3 woorden uit waaruit


    14Horologium oscillatorium, 1673 [Ned.].         15)  Zie No. 940.         16)  No. 1287.         17)  Zie No. 1290.
    18)  Een vertaling (met enige verschillen) staat in Phil. Trans., vol. 4 [1669], Numb. 47, p. 937-953: 'Instructions concerning the Use of Pendulum-Watches, for finding the Longitude at Sea; together with a Method of a Journal for such Watches' [add. p. 976; zie T. VI, p. 446].

[ 188 ]

de zachtheid ervan bestaat, en of hij helemaal niet kan omslaan, opdat ik weet of hij verschilt van die welke ik in gedachte heb.

    Ik bedank u voor de thermometer die geloof ik zeer nauwkeurig is en toch zijn de kleine van 6 of 7 duim niet te versmaden, omdat ze geschikt zijn om proeven te doen waar de grote niet zouden kunnen dienen, zoals om onder een kip te leggen om de warmtegraad te weten die nodig is om de eieren uit te broeden, en bij dergelijke dingen waar de grootte onhandig zou zijn. Meneer de Noyers, secretaris van de koningin van Polen, die me vroeger een van die kleine heeft gegeven, zegt me dat hij er in Florence gezien heeft die in een spiraal waren gewonden*), wat dient om grote verdelingen te hebben in een klein volume en de thermometers draagbaar te maken.
Het zou goed zijn te denken aan een universele en vastgestelde maat voor koude en warmte; door eerst te maken dat de inhoud van de bol een bepaalde verhouding had tot die van de buis, en dan als begin te nemen de graad van koude waarbij water begint te bevriezen, ofwel de graad van warmte van kokend water, opdat men zonder thermometers op te sturen elkaar kan meedelen welke graden van warmte en koude men bij experimenten heeft gevonden, en ze toevertrouwen aan het nageslacht.

    Ik bedank u voor de tabel 19) van de breking 20), die heel goed het principe verifieert dat men sedert Snellius en de heer Descartes in de dioptrica heeft gebruikt.

    Uit wat u me opnieuw zegt over de meting van de brekingen van de Zon, begin ik te begrijpen hoe u te werk wilt gaan, maar de methode zal niet zo makkelijk zijn als u haar hebt voorgesteld in uw eerste brief 21) omdat het steeds nodig zal zijn de ware hoogte van de Zon te berekenen met de tijd zowel als met het uurwerk.

    Het is waar wat u zegt dat men uurwerken op zee kan gebruiken zonder dat ze precies gelijkgezet zijn, en dat zal vaak moeten worden toegepast, maar ik was bang dat men bij het inschepen van de klokken zelfs niet nauwkeurig het dagelijkse verschil zou hebben opgemerkt.

    Ik zal u met mijn volgende brief de verdeling sturen voor het toestel van meneer Hooke dat de dalingen meet.

    Hier zijn mijn waarnemingen 22) zoals ze zijn van de komeet; volgens de hypothese die ik me ervan maak zal hij nog slechts 8 of 10 dagen zichtbaar zijn, en zijn breedte niet veranderen van Zuidelijk naar Noordelijk. Zijn grootste snelheid is geweest toen hij de grootste breedte had, en toen hij tegenover de zon stond, wat


spiraalthermometer     [ *)  Zie Saggi ... Academia del Cimento (1666), p. III;  Engl.: Essayes ... (1684), fig. voor p. 1.]
    19)  No. 1295.         20)  Vanaf hier: antwoord op de 3e brief, die ontbreekt.
    21)  No. 1280.         22)  Zie No. 1302.

[ 189 ]

me doet geloven dat het onze beweging met de aarde in de grote baan is, die maakt dat de komeet zo snel lijkt te gaan en tegen de volgorde van de tekens in.

    Wat betreft de vrijheid om onze briefwisseling te onderhouden, ik geloof niet dat ooit iemand erover zal denken die mij te ontnemen, niet meer dan aan u. En als het anders zou uitvallen zou ik het niet voor een van de geringste kwaden houden van deze ellendige oorlog.

    Ik bid God het niet toe te laten, en u alle goeds wensend in het nieuwe jaar blijf ik

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.    



No 1302.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

1664.
Aanhangsel bij No. 1301.

Het stuk is in Londen, Royal Society.

Christiaan Huygens' Waarnemingen van de Komeet van 1664.

    Begin november is in Leiden gemeld dat er een komeet was gezien. De eerste waarneming is wel gedaan door Samuel Kechel 1) op 2 november om 6½ uur in de ochtend, toen de komeet in het sterrenbeeld Raaf werd opgemerkt, zijn situatie van ermee overeenkomende sterren was in A in de volgende figuur*).

    Belet door een bewolkte hemel heb ikzelf hem niet voor 15 december kunnen waarnemen; op deze dag verscheen hij om 5 uur in de ochtend in B, dichtbij de ster op de snavel van de Raaf, in de positie die hier te zien is; zodanig dat er in 13 dagen een afstand AB van ongeveer 8 graden is gekomen.


    1)  No. 1297 bevat de waarneming gedaan door Kechel op 2 dec. 1664, 6.30 h in de ochtend. Huygens vergist zich dus in de maand.
[ Kechel's waarnemingen staan in Lubienecki, Theatrum cometicum (1668) I, p. 592-596 met figuur.
komeet Voor Huygens' waarnemingen vanaf 14/15 dec. zie T. XV, p. 47 (fig. hiernaast) en 80-87.
Vergelijk de figuur van Ath. Kircher. De komeet is op 3 dec. ook in Hamburg gezien; en al in november in Spanje en in China, zie Wikipedia: C/1664 W1.]

    [ *)  T. XV, p. 46, n. 7: de figuur is slecht weergegeven, vervang 'Cometa' door 'Corvus' (Raaf), zie ook de figuur op p. 80 van T. XV.]

[ 190 ]
[Corvus] komeet, 15 dec.

In A is de staart heel klein gezien, wegens de glans van de Maan naar ik meen. Mij bleek dat deze zich in B tot 7 of 8 graden uitstrekte en naar E gericht was, zodat de hoek EBC recht was. De kop van de komeet had een zwak licht, echter niet minder zichtbaar dan sterren van de 2e grootte. De staart was zeer bleek en vooral bij het uiteinde, waar hij zich iets leek uit te breiden, echter niet veel buiten de breedte van de kop uitstekend.

    Met een telescoop van zes voet bekeken had de kop geen scherp begrensde omtrek, maar een zo te zien heel kleine kern, als een punt, lichtgevend, en overal met een nevelige schittering omgeven, ook aan de kant die naar de zon was gericht, en deze schittering strekte zich verder uit in de staart.

    Op 21 december, niet eerder dan toen hij bijna onderging, was het mogelijk de komeet te zien, terwijl wolken de hemel bezet hielden, zozeer dat ook sterren niet makkelijk werden onderscheiden. Van Spica in de Maagd, echter voorzover het werd vergund ijlings een waarneming vast te leggen, vond ik dat hij tot 2) ongeveer 33 graden vandaan stond, zich bijna bevindend op de rechte lijn, die getrokken werd van de genoemde ster door het sterretje van de Raaf, boven aangetekend met C 3). Doch de staart schitterde als een veel langere en bredere, dan bij de voorgaande waarneming.

    Op 27 december, op welke dag pas weer een mogelijkheid gegeven werd om waar te nemen, waarbij ik, zonder dat voldoend grote of geschikte instrumenten beschikbaar waren, op 2 uur in de ochtend de afstand van de Komeet tot Sirius heb genomen op 31½ graden, en tot Procyon op 40 1/3 graden, waaruit wordt gevonden dat zijn plaats is geweest iets westelijker dan de mast van het Schip Argo; tot deze plaats vanaf B, waar hij op 15 december was bekeken, zijn er ongeveer 44 graden afgelegd in 12 dagen.


    2)  Schrap: tot.         3)  Ster C is γ Corvi, de ster bij B is α Corvi.

[ 191 ]

De staart was naar Procyon gericht, toen iets naar het noorden afbuigend; waaruit ik vind dat hij niet recht van de zon af was gekeerd. En de breedte van de staart was tot twee graden en meer, de lengte tot 25 graden, maar met heel zwak licht, en niet ongelijk aan dat van de Melkweg bij de randen. De kop was nevelig zoals tevoren, maar van grotere omvang. Vanaf het hart van de Waterslang nam ik ook de afstand: 26 graden.

    Op 30 december heb ik gevonden dat de komeet tot aan het sterrenbeeld Haas was gekomen, terwijl sterren wegens de helderheid van de Maan niet onderscheiden konden worden; maar ik heb zijn positie opgetekend ten opzichte van twee heldere in Orion opgetekend; die was zoals hier wordt getoond. Omstreeks 9 uur in de avond namelijk zo:

komeet, 30 dec. 9 uur, avond

  [rechterknie]

  [linkervoet van Orion]

en omstreeks 12 uur zo:

komeet, 30 dec. 12 uur, avond

    Van een staart verscheen geen spoor, misschien wegens de nabijheid van de Maan. En in de eerste van deze waarnemingen was de afstand van de Komeet tot de linkervoet 4) van Orion 9½ graden; tot Sirius 21 graden. Hieruit wordt zijn plaats in de Kop van de Haas gevonden, die van de plaats
    4)  De ster op de rechterknie is κ Orionis, die op de linkervoet is β Orionis.

[ 192 ]

op 27 december is verwijderd ongeveer 47.40' graden, die de komeet dus in nog geen vier dagen heeft afgelegd.

    1 januari 1665. De afstand van de Komeet tot de linkervoet van Orion was 15½ graden, tot de linkerschouder 5) 22½ graden, tot het oog van de Stier 24½, waaruit zijn plaats op de rivier Eridanus wordt gevonden, 19 graden verwijderd van de bovenste plaats van 30 december. Een staart werd niet onderscheiden, en de kop zelf was smaller dan bij de voorlaatste waarneming.


    4)  De ster op de linkerschouder is γ Orionis; het oog van de Stier is α Tauri of Aldebaran.



[ 199 ]

No 1311.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

16 januari 1665.

Het overzicht is in Leiden, coll. Huygens. De brief is in Londen, Royal Society.
Moray's antwoord: No.
1318, 1326, 1329.

Overzicht: Sinds zijn laatst geschreven brief zal hij de mijne hebben ontvangen met de waarnemingen van de Komeet. Hier die welke ik sindsdien heb gedaan; beschrijft niet een grote cirkel.
Ik stuur hem de beloofde verdeling voor het toestel van meneer Hooke; hoewel die is voor de slinger geregeld met de Cycloïde er er 1) geen belangrijk verschil.
Journal des scavans van Parijs.
Schip van Petty schijnt langzaam te zijn bij draaien; wat is zijn snelheid.
Ik heb nog de methode onderzocht van de Vereffening der dagen en vind dat ze werkelijk geen fout veroorzaakt, maar in elk geval in het voorbeeld dat ervan is gegeven is men afgeweken van de regel die goed is opgeschreven, en door dit te doen maakt men de zaak onduidelijk en geeft men aanleiding tot fouten.

A la Haye ce 16 Janvier 1665.    

Monsieur

    Sinds uw laatst geschreven brief van 22 december 2) zult u de mijne van 2 januari 3) hebben ontvangen met mijn waarnemingen van de Komeet 4) tot aan die dag. Ik zal u
    1)  Lees: is er.         2)  Is er niet.         3)  No. 1301.         4)  No. 1302.

[ 200 ]

alle andere sturen als hij niet meer zal verschijnen, wat weldra zo zal zijn. Ondertussen zal ik u zeggen dat hij op 3 januari ongeveer midden op de dag de evenaar is gepasseerd tussen de 44e en 45e graad vanaf de Ram. En dat hij ongeveer nu op dit tijdstip de Ecliptica passeert dichtbij de 28e graad van de Ram. Hij beschrijft in de hemel niet precies een grote cirkel, want als dit zo was zou zijn baan, voortgezet naar de andere kant waar hij voor het eerst is gezien, de Evenaar moeten snijden tussen 44 en 45 graden vanaf de Weegschaal, terwijl die deze maar op 40° snijdt, wat aanzienlijk is. Hij gaat voortaan minder dan een graad per dag vooruit en zal niet ver aan de andere kant van de Ecliptica gaan, waarvan ik had gedacht dat hij deze helemaal niet zou passeren.

    Ik heb nog de methode onderzocht die u me hebt gestuurd 5) voor de Tijdsvereffening, en ik vind dat ze werkelijk geen fout veroorzaakt, maar in elk geval heeft men in het voorbeeld tegen elke rede in afgeweken van het voorschrift dat goed is opgeschreven, en volgens hetwelk men te werk moest gaan als volgt:

    Op een onbekende meridiaan, 3 juni:
h. m.
Het waargenomen uur van de dag is 9. 13. 00
De gelijkmatige Tijd op de eerste meridiaan volgens klok I is 8. 14. 24
Waarbij toe te voegen de Vereffening van de Tabel op 3 juni [o.st.], te weten 0. 16.  1
De som is de schijnbare tijd op de eerste meridiaan 8. 30. 25
Maar de schijnbare tijd op de tweede meridiaan was 9. 13. 00
Dus de schijnbare tijd op de tweede meridiaan overtreft de schijnbare tijd op de
eerste meridiaan met  

0.
 d. 

42.

45 6)
En dus is de tweede meridiaan evenveel verder naar het Oosten dan de eerste
meridiaan, wat herleid tot graden wordt

10.

38'

45"

    In uw voorbeeld komt de berekening op hetzelfde neer, maar men beschouwt er het verschil in tijd, gelijkmatige, onder de ene en de andere meridiaan, wat niet op de rede is gebaseerd, want het is de vraag te weten hoeveel het later is onder de laatste dan onder de eerste meridiaan op het uur van de dag, dat wil zeggen van de schijnbare tijd.

    Hier is de verdeling 7) die ik u had beloofd 8) voor de cirkel op het toestel van meneer Hooke, om dalingen van lichamen te meten. Ik veronderstel dat de slinger tussen Cycloïden wordt geregeld, maar er is zo weinig verschil


    5)  In de brief van 16 dec. 1664 (o.st.) die we niet hebben. Zie No. 1301, n. 1.
    6)  Lees: 35.         7)  Niet gevonden bij de Royal Society.         8)  Zie No. 1301.

[ 201 ]

wanneer de as van de slinger niet veel groter is dan ik heb genomen, dat dezelfde verdeling ook goed past bij de enkelvoudige slinger.

    Ik verwacht met ongeduld de microscopische waarnemingen die u me belooft. U bericht me 9) wel het vertrek van het nieuwe schip van ridder Petty 10), maar niet of het in het groot even goed geslaagd is als in het klein. Ik zou willen weten hoeveel het in snelheid gewone schepen overtreft en of het ook makkelijk draait &c.

    Mijn Vader stuurt me met zijn laatste brief een proef van een nieuw Frans tijdschrift dat men noemt het Journal des Sçavans 11). Het zou zijn om elke week de belangrijke nieuwe Boeken te doen kennen die worden uitgegeven, en een overzicht van de inhoud ervan. Nieuwe ontdekkingen in de Physica en Uitvindingen van Werktuigbouwkunde, veelbesproken beslissingen van wereldlijke en Kerkelijke Tribunalen, en tenslotte alles wat er voorvalt in Europa dat de nieuwsgierigheid van mensen van de letteren waard is. Het lijkt me dat het plan heel goed en nuttig is en mits het niet wordt bedorven door toedoen van degenen 12) die het ondernemen, verwacht ik er succes van.

    Ik ben
        Monsieur
Vostre treshumble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.    


    9)  In de brief van 16 dec. 1664 (o.st.) die we niet hebben.
    10)  Zie No. 1102 en de plaat tegenover p. 319, T. IV.
    11)  Het eerste nummer verscheen op 5 januari 1665. Zie No. 1246, noot 9.
    12)  Denis de Sallo.



[ 204 ]

No 1315.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

23 januari 1665.

De brief staat in het Journal des Scavans, No. VIII, 23 febr. 1665 1).
Huygens' antwoord: No. 1325.

Uittreksel van een Brief uit Londen, 13/23 januari 1665.

    Eindelijk is Kapitein Holmes aangekomen, & het verhaal dat hij ons heeft gedaan van het experiment met de Slingeruurwerken neemt voor ons de twijfel weg dat ze slagen. Hij vertrok van het Eiland S. Thomas dat onder de linie ligt, met vier schepen. Op zijn terugtocht werd hij genoodzaakt naar het Westen te trekken om de geschikte wind te krijgen &

[ 205 ]

zeshonderd mijl af te leggen, zonder van koers te veranderen; waarna hij een gunstige wind vond en naar de kusten van Afrika trok, recht naar het Noord-Noord-Oost. Maar toen hij op deze Streek*) vier- of vijfhonderd mijl had gedaan, vreesden de Stuurlieden van de drie schepen die onder zijn bevel stonden gebrek aan water te krijgen voordat ze zouden aankomen op de plaats waarheen ze wilden gaan, en ze stelden hem voor naar de Barbaden over te steken°). Daarop liet de Kapitein hen samenkomen, & hun journalen meebrengen, en ze bevonden dat ze in hun berekening afweken van die van de Kapitein, de een met 80 mijl, de ander met 100, en een derde met 120. Want deze Kapitein oordeelde met de Slingeruurwerken dat hij niet meer dan 30 mijl verwijderd was van het Eiland del Fuego, een van de Kaapverdische, dat die Stuurlieden nog heel ver schatten.

[ 206 ]

En omdat hij geheel vertrouwde op deze uurwerken, hield hij staande dat ze de koers moesten vervolgen, & de volgende morgen verscheen dit Eiland zoals hij had geoordeeld dat het zou gebeuren.
    1)  [Zie 'Extract uyt een brief ...' in Kort onderwys, 1665.]  In de Philos. Trans. Numb. 1, March 6, 1665, staat de volgende vertaling van dit stuk; er zijn enkele varianten op te merken.

A Narrative concerning the success of Pendulum-Watches at Sea for the Longitudes.

    The Relation lately made by Major Holmes, concerning the success of the Pendulum-Watches at Sea (two whereof were committed to his Care and Observation in his last voyage to Guiny by some of our Eminent Virtuosi, and Grand Promotors of Navigation) is as followeth;
    The said Major having left that Coast, and, being come to the Isle of St. Thomas under the Line, accompanied with four Vessels, having there adjusted his Watches, put to Sea, and sailed Westward, seven or eight hundred Leagues, without changing his course; after which, finding the Wind favourable, he steered towards the Coast of Africk, North-North-East.   But having sailed upon that Line a matter of two or three hundred Leagues #), the Masters of the other Ships, under his Conduct, apprehending that they should want Water, before they could reach that Coast, did propose to him to steer their Course to the Barbadoes, to supply themselves with Water there.   Whereupon the said Major, having called the Masters and Pilots together, and caused them to produce their Journals and Calculations, it was found, that those Pilots did differ in their reckonings from that of the Major, one of them eighty Leagues, another about an hundred, and the third, more; but the Major judging by his Pendulum-Watches, that they were onely some thirty Leagues distant from the Isle of Fuego, which is one of the Isles of Cape Verde, and that they might reach it next day, and having a great confidence in the said Watches, resolved to steer their Course thither, and having given order so to do, they got the very next day about Noon, a sight of the said Isle of Fuego, finding themselves to sail directly upon it, and so arrived at it that Afternoon, as he had said. These Watches having been first Invented by the Excellent Mounsieur Christian Hugens of Zulichem, and fitted to go at Sea, by the Right Honourable, the Earl of Kincardin, both Fellows of the Royal Society, are now brought by a New addition to a wonderfull perfection. The said Monsieur Hugens, having been informed of the success of the Experiment, made by Major Holmes, wrote to a friend at Paris a Letter to this effect.
    [ #)  De afstanden zijn gecorrigeerd, zie p. 270 hierna en Birch, p. 23.]

Dan volgt de Engelse vertaling van de brief van Chr. Huygens aan J. Chapelain. Zie No. 1324.

    [ *)  In het Frans staat er 'Rhombe', vergelijk Simon Stevin, De Havenvinding (1599), p. 6: 'seylstreken', met in de marge: "Rumbi wordense byde Portugesen ghenoemt." en zie T. XVII, p. 232, n. 1: P. Nonius (1566) en 'loxodroom' van Snellius.]
    [ °)  Ned.: "over te setten".  In het Frans staat er "aller faire equade aux Barbades" (vgl. 'eskader', van: exquadra), zie Les fleurs du bien-dire, Par. 1602, p. 164: "... gaigner les Isles fortunees, pour faire esquade nouvelle & prendre les rafraichissemens convenables de si penibles routes."  Ook bestaat: escale - aanlegplaats, en: faire escale à - aandoen.]



[ 212 ]

No 1318.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

30 januari 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1301, 1311. Huygens' antwoord: No. 1325.

A Whitehall ce 20. Janvier 1665.    

        Monsieur

    Het is met de bedoeling van punt tot punt te antwoorden op uw twee laatste brieven, dat ik nu de pen in de hand neem. Maar ik vrees dat er een belemmering zal komen die me zal verplichten deze los te laten voordat ik klaar ben; in elk geval zal ik doen wat ik kan. Zonder meer te herhalen van wat ik in mijn laatste brief 1) heb geschreven, dan dat Holmes sindsdien hetzelfde heeft gezegd tegen meneer burggraaf Brouncker. En dat het privilege nu in handen is van de Advocaat van de Koning 2) waarvan ik u een Kopie zal sturen zodra het langs het Grote Zegel is geweest.

    In de eerste plaats rest me nog een klacht bij u in te brengen over een ongemak dat me zo vaak overkomt dat ik er heel ontevreden over ben. Maar wat me troost is dat u mij gemakkelijk al mijn fouten vergeeft. Het is dat ik geneigd ben zware fouten te maken in mijn brieven, zowel door soms woorden te vergeten, als door slecht uit te leggen wat ik bedoel, en ik vind me steeds verplicht ze te verzegelen zonder ze te herlezen. Waardoor het zonder twijfel gebeurt dat ik u soms moeite geef te raden wat ik bedoel, en soms vindt u de dingen op onvolkomen wijze uitgedrukt ofschoon begrijpelijk, zodat wat u eruit opmaakt niet is wat ik wilde, ofwel wat ik had moeten zeggen. Dat dit eens voor al gezegd zij. En als u zich beklaagt een zo onhandige correspondent te hebben, zal de hele verdediging die ik er tegenover zet zijn, dat hij u volkomen liefheeft, en doet wat hij kan om u tevreden te stellen.

    Evenals u hebben wij van alle kanten waarnemingen van de komeet ontvangen, maar ik zal u er nu niets van zeggen behalve dat, zodra hij zal zijn verdwenen, men ze u zal meedelen met de opmerkingen van meneer Wren die ze alle in handen heeft. Onder anderen heeft de heer Auzout ons zijn gedrukte 3) voorspellingen gestuurd van de beweging ervan. Men zal ook heel verheugd zijn te krijgen wat u daarover hebt geschreven.


    1)  Brief No. 1315, 13 jan. 1665, die we slechts gedeeltelijk kennen.         2)  William Ellis ... 1609-1680 ...
    3)  Zie No. 1310, n. 1 ['Ephemeride du comète par Auzout. Fait a Paris le 2 janvier 1665'. Paris 1665 in-4].

[ 213 ]

    Meneer Hooke heeft zoveel zaken onder handen gehad de afgelopen dagen, dat hij zijn nieuwe uitvinding voor kijkerglazen 4) niet tot het eind heeft kunnen voortzetten. Maar men zal hem verplichten er serieus aan te werken om het succes ervan te zien. Ik heb hem niet zien werken, maar ik zal het zo spoedig mogelijk zien en dan zal ik u zeggen met welke methode hij te werk gaat.

    Het privilege dat we hier voor de uurwerken zullen krijgen draagt dezelfde verboden als dat 5) wat u daar hebt. Alleen heb ik niet bedacht ze even goed te land als ter zee te laten inhouden wat betreft het gebruik van uw laatste uitvinding. Niettemin zijn de termen ervan zo wijd dat ze zich zonder twijfel ook daartoe zullen uitstrekken; omdat erin wordt verboden Slingeruurwerken aangepast voor gebruik op zee te maken, te hebben, of te gebruiken, en uw laatste uitvinding is er duidelijk in bevat, ze wordt zelfs uitgelegd op de plaats waar de beschrijving ervan staat. Laat me weten wat die goedkeuringsbrieven 6) van de provincie Holland zijn.
Ik zal u wel binnenkort het middel geven om mij dat Uurwerk te doen toekomen dat voor mij bestemd is. Ridder William Davidson 7) gaat weldra van hier naar Zeeland waar hij Conservator is van de privileges van Schotland 8). Hij zal u zijn aankomst laten weten, u een adres geven om het aan hem te sturen en u de som geld toen toekomen die u voorschrijft; en vervolgens zal hij mij het Uurwerk sturen via Duinkerken of Calais.
Ik wil u ook via hem doen toekomen de Microscopische waarnemingen 9) van meneer Hooke die nu zijn gepubliceerd en ik wil uw oordeel over dit werk niet vooraf beïnvloeden


    4)  Hooke beschreef deze uitvinding in zijn Micrographia [in 'The Preface', fig. 3].
    5)  No. 1279.         6)  Zie No. 1286.         7)  William Davison (of Davidson), Schots edelman ...
    8)  Al in de 15e eeuw hadden de Schotten in het Zeeuwse Veere een handelsdepot met een 'Conservator' en vanaf 1661 had Davison deze functie. ... Zie James Yair, An account of the Scotch trade in the Netherlands, and of the staple port in Campvere, London 1776.
    9)  Zijn Micrographia, impressum 23 nov. 1664, verschenen in 1665. Zie No. 1199, n. 10.

[ 214 ]

door u te zeggen wat men er hier van denkt. Alleen zal het de schrijver of een andere weetgierige ertoe kunnen brengen heel wat dingen te onderzoeken die men nu nog niet weet &c.

    Wat betreft de wagentjes van de heer Du Son 10), hij heeft er tot dusver slechts één gemaakt, dat heel aardig is, zacht, en sterk, maar het omslaan is niet helemaal zo moeilijk als bij de sjezen, doordat het middelpunt van het gewicht van het lichaam ervan en van wat het draagt een beetje hoger ligt dan dat van de andere. Maar toch kan men inderdaad zeggen dat het evenmin kan omslaan als de andere, omdat het aan beide kanten stevig is vastgemaakt aan het zadel van het paard, en het zal niet kunnen omslaan tenzij het paard valt, of de riemen het begeven.
Overigens, welke wonderen men u ook bericht uit Parijs over de sjees, meneer Silvius die sinds kort terug is van onder uit de Provence zegt dat ze er helemaal niet zijn op de grote wegen, en niemand gebruikt ze, behalve een klein aantal mensen van stand die het zich gemakkelijk willen maken, koste wat kost, omdat het gewicht ervan dodelijk is voor de paarden, terwijl het paard nog geen tiende deel draagt van wat er is geladen op de bomen van het wagentje van meneer Du Son. Toch heb ik, zoals ik u had beloofd 11), de sjees in het patent gezet dat langs het Grote Zegel zal gaan, en dat me minstens 30 Jacobus zal kosten, tenzij enigen door wier handen het moet gaan de Society van dienst denken te zijn en het Gratis afdoen 12).
Ik heb ook andere uitvindingen in het patent gezet, pistolen en Haakbussen, en een Machine om linnen wit te maken, en om hennep en vlas te prepareren voor degenen die er draden van maken, waarvan u de details zult zien in de Kopie van het patent, en waarvan ik er u ook enkele wil sturen wanneer het zover is, opdat u er privileges op neemt zoals we hier hebben gedaan. Onder 3 of 4 andere bouwwijzen van Wagens die ik in het patent heb neergelegd is er één die zeer nuttig zal zijn in dat land, omdat hij met 4 wielen kan worden gemaakt om mensen van stad naar stad te brengen &c.

    U moet weten, als u het niet al weet, dat ik gewoonlijk onze Vergaderingen deelgenoot maak van de dingen die in uw brieven staan als het eenvoudig gedaan kan worden. Toen ik dus de passage heb laten lezen 13) die spreekt over het gevoel dat u hebt over de gunstige melding die de president had gemaakt van uw universele maat, waarbij u toevoegt dat u uw verhandeling over uw Uurwerken &c. gaat publiceren, was iedereen verheugd. En ik ben ermee belast u te verzoeken, zoals ik doe, er haast mee te maken. Overigens wacht ik op wat u me er vooraf over belooft wanneer u de gelegenheid ertoe zult hebben.
Aangaande wat ik u hiervoor heb gezegd over onze registers, wij wensen dat iedereen het weet, opdat een ieder ons meedeelt wat hij aan nieuws heeft, omdat hij er baat bij zal vinden, en inderdaad gebeurt het soms


    10)  D'Esson.         11)  Zie No. 1287.         12)  [Spelfout in het Frans.]
    13)  In de zitting van 4 januari 1665 (o.st.) [Birch, vol. II, p. 1].

[ 215 ]

dat iemand publiceert wat door een ander is gevonden voordat de bedenker het kan doen. En als in dat geval de zaak in onze registers is te vinden zullen geschillen, die in zo'n geval voorkomen, worden beslist op gezag van onze Society, zonder tegenspraak. Een voorbeeld ervan is kort geleden 14) voorgevallen. Een zekere 15) ik weet niet wie heeft in enkele bladen 16) in het licht gegeven wat hij heeft geleerd over injectie van vloeistoffen in het Lichaam via de aderen. En het is ongeveer 4 jaar geleden dat dit bij ons in het openbaar is uitgevoerd, en het is meneer Wren die er de uitvinder van was enige jaren geleden 17).

    Hier wordt ik onoverkomelijk onderbroken. Zoals tevoren moet ik uitstellen 18) wat ik u nog meer heb te zeggen tot de komende week 19). Alleen moet ik u zeggen dat de Koning zijn naam heeft ingetekend 20) in ons boek op deze manier:
        Charles R. en eronder Founder.
        Zijne Koninklijke Hoogheid James, en lager Fellow.
        Meneer de Koninklijke prins Rupert en ook lager Fellow.

    Ik ben geheel de uwe als zijnde

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
12 a la Haye.


    14)  In de zitting van 11 jan. 1665 (o.st.) [Birch, p. 6], nadat Johann Major zijn geschrift aan de Royal Society had gestuurd.
    15)  Johann Daniel Major ... 1634-1693 ...
    16)  'Prodromus chirurgiae infusoriae', in Joh. Daniel Major, Chirurgia infusoria, Kiel 1667.
    17)  Al in 1658 had Wren injectieproeven op dieren gedaan ... Zie Phil. Trans. No. 7, Dec. 4, 1665.
    18)  Zie No. 1315 [en 'Extract' in Kort onderwys: "Ick ben genoodtsaeckt hier af te breecken"].
    19)  No. 1326.
    20)  In de zitting van 11 jan. 1665 (o.st.) [Birch, p. 4] bracht men het Charter-book van de Royal Society, waarin de koning en de duke of York op 9 januari 1665 hun handtekening hadden gezet.



[ 224 ]

No 1325.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

6 februari 1665.

De brief is in Londen, Royal Society. De kopie is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1315, 1318. Moray's antwoord: No. 1329.

A la Haye ce 6 fevrier 1665.    

        Monsieur

    U twijfelt er niet aan dat ik heel blij was het Verslag 1) van Kapitein Holmes te vernemen. U zou me niets aangenamers kunnen berichten, en ik bedank u voor elke regel die u hebt gebruikt om mij zo in het bijzonder het verhaal van dit mooie Experiment te vertellen. Het is waar dat ik mij een zo mooie werking van de uurwerken op deze manier niet in het vooruitzicht had gesteld, en voor mijn volledige voldoening verzoek ik u me te zeggen wat u en uw heren van de Royal Society denken van dit Verslag, of de genoemde Kapitein een oprecht man lijkt te zijn van wiens woord men verzekerd kan zijn. Want tenslotte verbaas ik me erover dat deze uurwerken nauwkeurig genoeg waren om daarmee een zo klein Eiland te vinden.
Ik heb veel ongeduld te zien wat u me ervan belooft op schrift van de rest van zijn waarnemingen, want daarmee zal ik beter kunnen oordelen over het geheel; en wanneer de werkelijkheid van het experiment een beetje minder zou zijn geweest dan hij ervan verhaalt, is er toch geen twijfel dat mijn nieuwe uurwerken deze zaak tot de gewenste volmaaktheid zullen brengen. Ik had al besloten in onze kranten 2) te laten publiceren dat men ze te koop zette, en toen daarop uw brief was gekomen heb ik het met meer vertrouwen gedaan, eraan toevoegend dat men er bepaalde experimenten mee had gedaan. Ik ben nog niet met de klokkenmaker overeengekomen voor welke prijs men ze zal geven, maar hij heeft het over 300 pond of meer per stuk; wat duur is, maar er is ook veel werk aan. Ik zal trachten ze op de beste prijs te zetten. Hoeveel lijkt u dat ik moet willen? Ik heb gedacht 30 pond of zo iets.

    Ik schreef gisteren aan mijn Vader 3) over het Privilege in Frankrijk dat, aangezien hij er al met de Koning over had gesproken en deze het hem had beloofd, hij het gemakkelijk kon afdoen, maar omdat hij op het punt stond te vertrekken 4) bericht ik hem uw voorstel 5) er de heer abt van Beaufort bij in te schakelen. Ik zal zien wat zijn mening erover is en ondertussen kunt u alstublieft aan de heer Abt vragen of hij met mijn vader wil overleggen, die hem niet onbekend is. Ik herinner me dat hij zich


    1)  No. 1315.         2)  Zie No. 1324.         3)  Zie No. 1323.
    4)  Constantijn Huygens sr vertrok op 26 maart 1665 uit Parijs [Dagboek].
    5)  Waarschijnlijk in een deel van brief No. 1315 dat we niet kennen.

[ 225 ]

sterk maakte de Afhandeling van de heer Kanselier 6) te krijgen zonder iets te betalen, die anders naar men zegt 3 of 400 pond neemt voor het zegel.

    Ik heb bedacht dat u om een van de nieuwe uurwerken te krijgen de heer Downing 7) zult kunnen verzoeken zich ermee te willen belasten, aangezien men zegt dat hij binnenkort zal vertrekken. Ik ben zonder voorbehoud

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.    

    Al lang geleden heeft de heer de Sluse mij verzocht 8) van u te weten te komen of de heer Hobbes iets heeft laten drukken 9) tegen hem, die op schrift zijn foute verdubbeling van de kubus had weerlegd. Ik ben steeds vergeten het u te vragen maar ik geloof dat er niets van is, omdat u me het wel had laten weten.
Meneer Auzout verwacht welk oordeel men bij u zal geven over zijn Ephemeriden 10) van de komeet. Ik verschil van hem in het feit dat hij hem boven Saturnus zet, en ik tussen onze baan en die van Mars 11).

    De Society heeft reden zich te verheugen naar aanleiding van zoveel illustere personen, wat niet alleen eervol voor haar zal zijn, maar ook profijtelijk naar ik hoop.

      A Monsieur
            Monsieur R. Moray
Chevalier et du Conseil Prive du Roy
pour les affaires d'Escosses.
A            
dans Whithall                 Londres.


    6)  Pierre Séguier. Zie No. 492, noot 1.        7)  Sir George Downing ... 1623-1684 ...
    8)  Zie No. 1267, van 4 nov. 1664.         9)  Niet bekend.
    10)  Zie het werk van No. 1310, noot. 1 [en No. 1318, n. 3].
    11)  Gedurende de periode van 2 dec. 1664 tot 30 jan. 1665 varieerde de afstand van de komeet tot de zon van 1,03 tot 1,40 maal de gemiddelde afstand aarde-zon; de gemiddelde afstand van Mars tot de zon is 1,52, die van Saturnus 9,54.



[ 226 ]

No 1326.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

6 februari 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1301, 1311. Huygens' antwoord: No. 1338.

A Whitehall ce 27. Janvier 1665.    

        Monsieur

    Op de manier zoals ik me bijna altijd onderbroken vind als ik u schrijf heeft het er de schijn van dat elk van uw brieven mij er minstens twee of drie zal kosten. Maar deze onderbrekingen verdubbelen voor mij de schrijflust, zoals wanneer men me van Tafel zou doen opstaan alvorens goed te zijn begonnen met eten. De voldoening die u betuigt te ontvangen bij het lezen van mijn brieven, hoe slecht ze ook zijn opgebouwd, drijft me er wel sterk toe aan de ene kant; en overigens brengt de tevredenheid die ik ontvang door de Briefwisseling me er met geweld naar toe, aangezien het weinig scheelt of ik ben ervan overtuigd dat ik u mondeling onderhoud de hele tijd dat ik de pen in de hand heb. Ik moet dus de draad van uw laatste brieven weer oppakken waar ik die vorige week heb afgebroken 1).

    Aangezien u wel begrijpt wat ik heb willen zeggen in mijn voorgaande brieven 2) over de Breking van de Zon, is het niet nodig dat ik me nader verklaar.

    Wat u zegt over de berekening die nodig zal zijn om de hoogte van de Zon te vinden met de tijd van het uurwerk &c. is niet heel belangrijk, en mijns inziens zal het wel de moeite waard zijn aangezien er, als ik me niet vergis, geen ander middel is dat zo nauwkeurig is en zo makkelijk.

    Het Kwadrant van meneer Hooke is bijna klaar, we gaan het komende woensdag 3) zien, en daarna zult u er de beschrijving van krijgen.

    Hoewel dit Kwadrant de zaak heel goed zal doen, door seconden van graden te nemen van de Hoogte, niettemin geloof ik dat we niet zullen trachten een Zonnekwadrant te krijgen dat ook de seconden van uren zal tonen, om van tijd tot tijd de variatie van de brekingen te zien &c.

    Ik verwacht met uw volgende brief de Instructies 4) die u hebt gepubliceerd aangaande het Gebruik van Slingeruurwerken. Zodra het Patent het zegel gepasseerd is zullen we hier dergelijke Instructies publiceren.


    1)  Zie No. 1318.         2)  Zie No. 1280 en No. 1301 van Huygens.
    3)  Pas in de zitting van 22 febr. 1665 (o.st.) [Birch, p. 18] toonde Hooke het; de straal was maar 17 duim; elke graad (en niet 'minuut' zoals Birch zegt) van de rand mat 1/3 duim, in 6 delen verdeeld. Het was met uiterste precisie gemaakt.
    4)  Zie het werk van No. 1290 [n. 8: zeldzaam, niet gezien; nu in T. XVII: Kort onderwys].

[ 227 ]

    De Calèche van meneer Du Son heeft twee bomen vastgemaakt aan de as van de wielen, zodanig dat de einden 3 à 4 voet achter de as uitkomen, zoals u misschien zult begrijpen met deze slechte tekening die ik nogal gehaast voor u maak.

onderstel, 2 wielen

    Het hele Lichaam en de As ervan zijn van ijzer; van 1.1 tot 3.3 is er 15 of 16 voet. De Bomen splitsen zich op de plaats aangegeven met 4.4 in twee takken, waarvan de ene vastzit aan de As en de andere onder de As doorgaat en stijgend in een spiraal eindigt; het geheel is als een Veer op het einde waarvan de bak van de Calèche hangt, gemaakt als die van een gewone Karos voor twee personen. De twee einden 3.3 zijn maar ongeveer 5 voet hoog zoals de Wielen, en de twee veren of takken van ijzer aangegeven met 2.2 dragen de voorkant van de bak van de Calèche en zijn niet hoger dan de As, en aan die veren is de bak strak vastgemaakt; de twee takken 2.2 zijn ingesloten op de plek waar de bomen zich verdelen in takken op de plaats 4.4.

    Ik denk dat u hiermee vrij goed zult begrijpen wat deze Calèche is; de Afstand van 2.2 tot 3.3 is 6 à 7 voet, en beide staan van de As af in zo'n verhouding dat het Middelpunt van het gewicht van de calèche en wat er in is ongeveer 6 duim voor de As ligt. Maar u zult er genoeg in zien zonder dat ik tijd verlies om het u nauwkeuriger te beschrijven. Verder is hij heel zacht; het gewicht ligt zo'n 15 of 16 duim boven de as, zodat hij van zichzelf makkelijker omslaat dan de Sjees, maar hij zou het toch niet kunnen doen tenzij het Paard valt, niet meer dan de andere, daar hij veel strakker is vastgemaakt aan het zadel dan de Sjees.

    Uw gedachte over de kleine Thermometers is goed; ze kunnen dienen voor duizend experimentjes zoals dat wat u aanduidt. Zoals om de warmtegraad te meten van bloed dat pas uit een ader is gehaald, van pas geloosde urine en verscheidene andere waarover we vroeger in onze Vergadering hebben gesproken 5).


    5)  We hebben geen sporen gevonden van deze experimenten.

[ 228 ]

    Wij hebben Thermometers die zijn gemaakt in een spiraal die om een As draaien, waarvan de geringste Beweging op een grote cirkel een grote ruimte aangeeft. Maar hij is niet voldoende gevoelig. Maar die waarvan u zegt dat hij is gemaakt in Florence zal niet op deze manier gemaakt zijn, alleen is de buis ervan gedraaid tot een spiraal, wat vrij moeilijk is om ze zodanig te maken dat er geen ongelijkheid is.

    Wat betreft de universele maat van koude, meneer Hooke gelooft die tot stand te hebben gebracht, behalve dat eenzelfde koudegraad niet altijd in staat is ijs te doen ontstaan. Maar hij heeft op zijn Thermometers de plaats waar het oppervlak van de vloeistof is, zo goed gemarkeerd dat het goed uitkwam bij verscheidene experimenten; nadat hij verscheidene Thermometers had opgesteld op dezelfde voet en met dezelfde verhoudingen van de Buis en de Bol; hij gelooft dat er geen moeilijkheid meer rest. Maar we vragen niet dat hij ons er rekenschap van geeft totdat hij er alle experimenten mee heeft gedaan die hij gedurende deze winter zal kunnen doen. Ondertussen heeft hij er enkele voor mij gemaakt waarvan ik er één zal trachten u te doen toekomen via Sir William Davidson die ik u hiervoor 6) heb genoemd, en die u ook de Microscopische Waarnemingen 7) van meneer Hooke zal brengen.

komeet, 3 sterren     Meneer doctor Wren heeft alle waarnemingen in handen die wij van overal hebben gekregen van de Komeet en hij zal ons weldra zijn gedachten erover zeggen. Ik zal u er deelgenoot van maken, zonder u er iets anders over te zeggen totdat ik ze heb, dan dat de Uwen zoals ook de Onzen het helemaal niet eens zijn met de voorspellingen van meneer Auzout, die ons er verscheidene exemplaren van heeft gestuurd. De Komeet is hier nog te zien. Ik zag hem eergisteren ongeveer in de positie ten opzichte van de hoorns van de Ram 8) zoals hieronder, maar zonder staart en van dezelfde Grootte zoals de kleinste van de twee genoemde hoorns. Maar verder moeten we ons verlaten op meneer Wren.

    Er resten mij nog verscheidene dingen om u te zeggen naar aanleiding van uw laatste brief van de 16e.

    Ik zal blij zijn uw opmerkingen te zien over de voorspellingen van de heer Auzout.

    De onvolkomenheid die u vindt in een van de voorbeelden gegeven in het papier dat ik u heb gestuurd 9) aangaande het gebruik van de Slingeruurwerken, is mijns inziens niet van belang; en als u het goed bekijkt, gezien het feit dat er een vermenging is van drie voorbeelden tegelijk, dat op de manier waarop het is opgeschreven de berekening ervan korter is dan ze zou zijn als het gedaan was zoals u zegt, wat inderdaad de meest natuurlijke en gemakkelijkste methode is als het slechts gaat om berekening van een enkele Klok of van verscheidene die gelijkgezet zijn. Aangezien in plaats van drie optellingen die


    6)  Zie No. 1318.         7)  D.w.z. zijn Micrographia.
    8)  De ster het dichtst bij de komeet is γ, de volgende β en de verste α van de Ram.
    9)  Met zijn brief van 16 dec. 1664 (o.st.), die we niet hebben.

[ 229 ]

gemaakt zouden moeten worden om de drie klokken te herleiden tot de ware Zonnetijd terwijl de klokken zullen zijn gelijkgezet met de Zon, laat hij slechts één keer aftrekken van de Zon, de minuten en seconden die voor die dag zijn aangegeven in de Tabel, om de uitkomst gelijk te maken. En dan, als er bij veronderstelling één van de 3 klokken of Uurwerken is die te snel gaat, zou men moeten aftrekken van de snelheid en dan bij de rest optellen de minuten en seconden van de Tabel, wat een beetje te omslachtig zou zijn geweest.
Kortom, op de manier waarop deze Instructies het gelijkzetten van de Uurwerken voorschrijven, als het ware uur met de zon bekend is: om de Wijzers van het Uurwerk goed te plaatsen, moet men de voor die dag aangegeven minuten en seconden aftrekken. Maar dit is teveel gezegd voor iets dat zo gering is. Alleen zal het dienstig zijn dat dit niet bij vergissing is gedaan.

    Iedereen bedankt u voor de verdeling die de zestigste seconden aangeeft om de snelheid van dalende lichamen te meten. Ik heb haar aan meneer Hooke gegeven; die na haar te hebben onderzocht zegt dat de verdelingen zijn gemaakt, voorzover hij het te weten kan komen, zoals hij het begreep, zeggend dat ze gemaakt zijn in de verhouding van Sinussen. Dat wil zeggen, als men een rechte lijn gelijk neemt aan het gedeelte van de gegeven cirkel voor de grootste uitwijking van de slinger, en die verdeelt in de verhouding van sinussen, dan dit cirkelgedeelte markeert alsof het deze lijn was met een kromming, zullen de markeringen of verdelingen daarop die zijn welke vereist worden.

    Nu wordt ik weer zoals gewoonlijk gedwongen hier af te breken. Ik had enkele andere dingen om u te zeggen die me genoeg stof zullen leveren voor nog een brief 10) volgende week. Ik ben van ganser harte

Monsieur
Vostre tres humble tresobeissant et tres affectionné serviteur
R. Moray.      

    Zonder te herlezen.

        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
    XX
    2 β
A la Haye.


    10)  No. 1329.



[ 233 ]

No 1329.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

13 februari 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1311, 1325. Huygens' antwoord: No. 1338, 1345.

A Whitehall ce 3 Fevrier 1665.    

        Monsieur

    Voordat ik antwoord op uw laatste brief van de 6e 1) moet ik kijken of ik u iets te zeggen heb op uw voorgaande brieven, daar ik zoals gewoonlijk onderbroken werd


    1)  Zie No. 1325.

[ 234 ]

voordat ik mijn laatste brief kon afmaken 2). Ik zie dat mij rest u te zeggen dat ik de Microscopische Waarnemingen 3) klaar heb liggen om ze u te zenden via Sir William Davidson die over enkele dagen zal vertrekken.
Wat betreft het schip van ridder Petty, mylord Brouncker en ik zijn het vanmorgen wezen bekijken. De Grote masten ervan zijn geplaatst maar het zal nog niet klaar zijn voor een reis die het gaat maken, nog 3 of 4 weken. We kunnen nog niets zeggen over de kwaliteiten ervan; maar u zult te weten komen wat we ervan zullen vernemen.

    Wat de Gazette des Scavants aangaat, we hebben er een proef van gezien; maar men vindt al iets om erop aan te merken. U zegt terecht dat het een nuttige zaak zal kunnen zijn mits men het niet bederft 4). Meneer Oldenburg heeft ons een proefdruk laten zien van een dergelijk ontwerp 5), wel meer filosofisch, en we rekenen erop hem eraan te binden, als het kan. Hij zal zich niet mengen in Juridische of Theologische zaken, maar behalve de filosofische zaken die ons toekomen van over zee zal hij de experimenten publiceren, althans de belangrijkste, die hier worden gedaan. Maar dit zal slechts één keer per maand zijn, in het Engels, en één keer per drie maanden in het Latijn.
Dit is alles wat ik u te zeggen heb naar aanleiding van uw voorgaande brieven.

    Ik heb Kapitein Holmes niet gezien sinds hij mij verslag heeft gedaan van zijn Uurwerken. Maar hij 6) sindsdien hetzelfde herhaald tegenover mylord Brouncker. Hij was toen gevangene in de Tower. Hij is er nu uit, maar ik ken zijn verblijfplaats nog niet; bij onze eerste ontmoeting wil ik van hem op schrift hebben alles wat hij meer weet te zeggen over zijn Uurwerken. U kunt wel geloven dat heel onze Society zeer verheugd is geweest te vernemen van dit mooie experiment met die Uurwerken; ik voor mij twijfel er niet meer aan dat ze de tijd te kennen zullen geven op de plaats waar ze zijn gelijkgezet, dat men deze tot dusver met geen enkel instrument of praktische uitvinding op zee kan kennen, op de plaats waar men is, hetzij met de zon, hetzij met de sterren &c.
Overigens twijfel ik geenszins aan de oprechtheid van Holmes; niettemin, daar hij bij het aan mij vertellen van het verhaal van het experiment dat hij heeft gedaan, zich beriep op de Kapiteins en Meesters van de andere 3 schepen die in zijn gezelschap waren, wil ik van hen zo spoedig mogelijk te weten komen, of alles precies zo is gegaan als hij ons heeft verteld.

    Ik vind het goed wat u hebt gedaan betreffende de Uurwerken. Wat u er in algemene termen van zegt gaat verder dan elke uitzondering. Maar ik wil dit experiment geheel laten opnemen in de History van onze Society 7) die nu ter perse is, na het goed onderzocht te hebben.


    2)  No. 1326.         3Micrographia van R. Hooke.         4)  Zie No. 1311.
    5)  Nr. 1 van de Philosophical Transactions verscheen op 6 maart 1665 (o.st.).         6)  Voeg in: heeft.
    7)  De eerste 2 boeken van Sprat (zie No. 1114, n. 4) waren in 1665 ter perse (zie Advertisement); toch staat het verhaal van Holmes er niet in; zie hiervoor Phil. Trans. No. 1 (stuk No. 1315).

[ 235 ]

    Het lijkt mij dat de prijs waarover uw Klokkenmaker 8) het heeft ver boven het redelijke ligt, tenzij uw nieuwe toevoeging het werk veel groter en moeilijker maakt. Hier geloof ik dat we ze wel voor 15 of 16 Pond Sterling per stuk zullen krijgen, zulke als wij hebben. Maar zodra ik het uurwerk heb ontvangen dat u me gaat sturen, zal ik spoedig weten tegen welke prijs men ze hier zal maken. Wat de prijs zo aanzienlijk maakt is, dat het voor een lange reis zeer noodzakelijk is dat elk Schip er twee heeft, om ongevallen voor te zijn die zullen kunnen gebeuren; en men zal enige moeite hebben om 5 of 600 franc te geven voor een paar van die Uurwerken.
Wanneer evenwel hun nut goed bekend is, zal men misschien niet zoveel moeilijkheid vinden als in het begin. Wat betreft de som die de Klokkenmakers moeten geven voor het privilege om ze te maken, het lijkt me dat de 30 franc die u noemt, per stuk, heel redelijk is, vooral als ze zo duur zijn als u zegt; want het is er maar het tiende deel van. Ik zal hier ook onderhandelen met enkele Meesters om te zien wat er gedaan kan worden, wanneer ik het uurwerk ontvangen heb dat u voor mij bestemt.

    Ik zal volgende week maandag, zo God wil, schrijven aan de heer abt van Beaufort 9) zoals u me aanraadt; men is hem gunstig gezind aan het Hof, en hij heeft omgang met eerlijke mensen, en ik onderneem het hem te binden om te handelen in de zaak volgens wat zal zijn overlegd tussen hem en meneer uw Vader, alsof het voor zijn eigen broer zou zijn.
We weten hier niets van het vertrek van de heer Downing 10); in elk geval zal ik hem twee regels schrijven wanneer deze brief klaar is, om hem te verzoeken zich te belasten met het Uurwerk dat u hem in handen zult geven, voor het geval u het me niet hebt gestuurd langs een andere weg voordat hij vertrekt.

    Ik heb nooit erover horen spreken dat de heer Hobbes iets heeft laten drukken 11) tegen de heer Sluse. Ik zal het echter aan zijn uitgever 12) vragen bij de eerste gelegenheid als ik het me kan herinneren, en dan zal ik u opnieuw erover schrijven.

    De heer Auzout heeft ons hier enkele exemplaren toegestuurd van zijn Ephemeride du Comete. Ik denk dat zal blijken dat hij zich in verscheidene dingen heeft vergist. Maar zoals ik u heb gezegd in mijn laatste brief 13) wil ik er niets in het bijzonder over zeggen, totdat meneer Wren de taak heeft voltooid die men hem heeft opgelegd, alle


    8)  Severyn Oosterwijk.         9)  Eustache de Beaufort, zie No. 1165, n. 2.         10)  Zie No. 1325, n. 7.
    11)  Zie No. 1267.         12)  Andreas Crooke.         13)  Zie No. 1326.

[ 236 ]

conclusies te trekken die hij zal kunnen over alle waarnemingen die men hem in handen heeft gegeven; alleen zal ik u zeggen dat hij al van mening is, zoals u, dat de Komeet tussen onze baan en die van Mars is. Afgelopen dinsdag heeft men hem hier nog gezien, zelfs zonder kijker; maar minder helder dan een ster van de 5e grootte die ook in afmeting eraan gelijk is.

    Een hertog van Brunswick 14) die hier is heeft ons de eer aangedaan zich in onze Vergadering 15) te bevinden en zijn handtekening te zetten in ons boek. De Groot-kanselier van Engeland 16) heeft er ook de zijne ingezet 17) en anderen van de hoogste rang, zowel wereldlijk als kerkelijk, zullen het over enkele dagen ook doen.

    Nu ik alles heb afgemaakt wat ik u te zeggen had, ga ik u rekenschap geven van 2 of 3 mooie en nieuwe experimenten 18) die wij deze afgelopen dagen in onze Vergaderingen hebben gedaan. Meneer Hooke heeft in zijn boek, waarvoor ik alleen bijna geen tijd heb het te bekijken, een Hypothese naar voren gebracht die eerst heel bizar lijkt; namelijk dat Lucht een Oplosmiddel is dat, toegepast op brandbare lichamen, als er vuur is bijgekomen ze verteert op dezelfde manier als sterk water doet met metalen &c. (Als ik me niet uitdruk in zijn eigen woorden doet het er niet toe, als u maar begrijpt wat ik zeg).
Dat wil zeggen dat een bepaalde hoeveelheid Lucht de brandbare materie doet branden als ze eenmaal is aangestoken, totdat heel zijn oplossende eigenschap of kracht is verbruikt; net zoals sterk water waarvan een bepaalde hoeveelheid een bepaald gedeelte oplost van het metaal dat erin wordt gedaan, maar daarna kan men er geen greintje meer in oplossen. U kunt geloven dat men zich wel heeft verzet tegen deze mening, maar daar we nauwelijks discussiëren behalve over experimenten, en daar hij opperde dat deze allemaal voor hem zouden zijn, heeft men er enige voorgesteld.*)

    Om te doen begrijpen wat hij bedoelde heeft hij ons een heel gewoon experiment laten zien. Hij nam een lamp en sloot hem op in een fles die 6 of 7 pond water kon bevatten, en na weinige minuten ging de lamp uit; hij verzekerde dat deze zo lang had gebrand als het Niter, of andere dergelijke stof die in lucht zit, heeft geduurd, en dat het niet de rook is, noch de dampen of iets anders dat voortkomt uit de stof die in de lamp was, die hem heeft verstikt,


    14)  Ferdinand Albert ... 1636-1687 ... Birch noemt hem per abuis 'Frederick Albert'.
    15)  Zitting van 25 jan. 1665 (o.st.) [Birch, p. 9].        16)  Edward Hyde, zie No. 1135, n. 2.
    17)  Zitting van 8 febr. 1665 (o.st.).        18)  Zittingen van 4 jan. tot 8 febr. 1665 (o.st.).
    [ *)  18 jan. (Birch, p. 8): "Mr. Hooke desired, that some experiments might be suggested, that were thought not solvable by the hypothesis of fire proposed by him."
De hypothese staat in Micrographia, p. 103 en op p. 105: "there is no such thing as an Element of Fire".]

[ 237 ]

maar dat de lucht was uitgewerkt, en niet meer op de brandbare stof in de lamp kon werken, zodat het vuur en de vlam die waren gevat zijn uitgedoofd.

    Daarop heeft iemand gezegd dat als de lucht in de fles heen en weer werd bewogen of als de brandende stof werd geschud in de fles, deze niet zou uitdoven; eerst nam hij goed brandende kolen, hing ze op in een kegelvormige spiraal, die hij gemaakt had van ijzerdraad, in de fles zodanig dat de lucht erin geen verbinding had met die erbuiten, en toen hij het liet staan telde men in hoeveel minuten en seconden het vuur uitdoofde. Daarna deed men er weer andere hete kolen in, en na het sluiten schudde hij de fles zodat de kolen schommelden als een slinger, en alles welbeschouwd bleef men overuigd dat deze beweging de duur van het vuur niet verlengde, dat doofde uit in vrijwel dezelfde tijd als toen het in rust was.

    Maar het tweede experiment was wel mooier en scheen zijn Hypothese zeer te ondersteunen, het was als volgt.

    Hij maakte een houten kist van drie voet lang en een voet in het vierkant, met aan beide kanten twee grote ruiten van 9 of 10 duim in het vierkant, de ene tegenover de andere. Hij plaatste er een paar blaasbalgen in, beladen met een groot gewicht van lood, zo geplaatst dat de mond gezet was juist tegen dat instrument van ijzerdraad dat goed brandende kolen bevatte, en toen de kist goed gesloten was, met de kolen en de blaasbalgen erin opgesloten, kon men de blaasbalgen laten werken door middel van een koordje of draadje dat door de bovenkant van de kist ging.
Eerst liet men de kolen van zelf uitdoven, en men merkte op in hoeveel tijd dit gebeurde; daarna deed men er weer andere kolen in zoals tevoren, en na even wachten gaf men de blaasbalgen vrij spel. In het begin deden ze het vuur helderder oplichten dan het eerder had gedaan door het hevig te schudden; maar langzamerhand werd het effect van de blaasbalgen zwak en tenslotte deed alle kracht van de blaasbalgen niets anders dan de kolen schudden zoals tevoren, die begonnen uit te gaan hoewel ze er nog rood uitzagen, en de as verspreiden die aan de buitenkant van de kolen was, zonder ook maar enigszins het vuur roder te maken dan het van zichzelf was; en tenslotte is het vuur ondanks de blaasbalgen uitgedoofd in dezelfde of vrijwel dezelfde tijd als tevoren.

    Men herhaalde dit experiment verscheidene keren en op verschillende manieren, één keer of twee nadat het vuur niet meer te zien was in de kolen, hoe hard men ook blies; men opende een uiteinde van de kist om er verse lucht binnen te laten, en dadelijk deden de blaasbalgen de kolen herleven zoals gewoonlijk. Tenslotte bleef iedereen heel overtuigd van het experiment, hoewel de meesten geloofden (en nog geloven), dat dit verschijnsel goed te verklaren is met andere Hypothesen.

    Maar toen iemand had gezegd dat onder andere oorzaken van de uitdoving van het kolenvuur, of van de vlam van de lamp, men zou kunnen aanvoeren dat de voortgebrachte warmte in de fles, en in de Kist, door het vuur dat erin was opgesloten, de Lucht erin wel sterk uitgerekt zou hebben, en dat de lucht het vuur kon hebben uitgedoofd door middel van zijn samenpersing alleen;

[ 238 ]

waarop men voorstelde dat er een experiment werd gedaan met een aangestoken lamp in onze grote Machine, gemaakt om de Lucht er in samen te persen. Zodra alles in gereedheid was gebracht sloot men een lamp in de machine op; en toen deze daarna met rust werd gelaten doofde hij uit in 4 minuten of zo. Vervolgens, na hem weer te hebben aangestoken zoals tevoren, stuwde men verse Lucht erbij door middel van de pomp die tot dit doel dient, zonder dat er het geringste zuchtje uitging, kortom, men ging door met het pompen van lucht gedurende 18 minuten, totdat de operator die aan het werk was niet meer kon, en de lamp bleef branden zoals in het begin. Men herhaalde dit experiment verscheidene keren en steeds met gelijk succes.
Uit dit experiment kwam een ander voort, geheel tegengesteld: men zette de lamp in de Machine, gemaakt voor het uitzuigen van lucht, en toen men hem erin had opgesloten (onder de eerste fles) doofde hij uit in 44 seconden of zo; na weer te zijn aangestoken en teruggezet zoals tevoren, is hij bij de derde pompslag uitgedoofd, en in de helft van de tijd. De vlam verzwakte als met een sprong, toen de Kraan de lucht liet uitgaan. Men wil er nog heel wat andere doen over dit onderwerp.
Ik denk dat u niet ontevreden zult zijn dat ik zo gelukkig ben geweest deze keer niet onderbroken te worden, en ikzelf ben er niet boos over. Toch zou ik niet durven ondernemen te herlezen wat ik net geschreven heb, uit vrees dat ik onderbroken zou worden voordat ik twee regels kan schrijven aan de heer Downing. Daarom zult u de gebruikelijke moeite hebben te raden wat ik heb willen zeggen als ik me slecht uitdruk, of als ik een woord vergeet, zoals ik bijna altijd doe als ik schrijf, zelfs zonder me te haasten.
Ik ben zoveel als een levende ziel kan zijn

Monsieur
Vostre treshumble tresobeissant et tres affectionné serviteur
R. Moray.      

    Bezoek de heer Downing.

        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
    XX
    β 2
A la Haye.


[ 245 ]

No 1336.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

26 februari 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.

A Whitehall ce 16. Fevrier 1665.    

        Monsieur

    Dit woordje zal u in handen gegeven worden door ridder William Davidson 1), die ik u hiervoor heb genoemd. Hij brengt u de Microscopische Waarnemingen van meneer Hooke 2). Ik dacht u met dit boek ook een Thermometer te sturen die ik voor u heb laten maken 3). Maar de werkman had hem nog niet behoorlijk ingepakt, en ik zal trachten hem u zo spoedig mogelijk te doen toekomen via de Correspondent van ridder Davidson die in Duinkerken is.

    Meneer Davidson zal zich ook belasten met het Uurwerk dat u van plan bent mij te sturen, en u ervoor betalen wat u hem zult zeggen, om te geven aan degene die het gemaakt heeft.

    Het privilege is het privé-zegel gepasseerd, en gaat naar het grote zegel. Ik heb vanmorgen in tegenwoordigheid van de Koning, en van Zijne Koninklijke Hoogheid, gesproken met een van de Kapiteins die in het gezelschap van de heer Holmes was, die me heeft bevestigd wat Holmes me had gezegd over hun aankomst op het eiland Fuego, vertrouwend op de Uurwerken. Maar ik heb hem niet ondervraagd over alle bijzonderheden, zoals ik een andere keer wil doen.

    Ik heb aan meneer de abt van Beaufort geschreven zoals u me had bevolen 4), en verwacht zijn antwoord met de eerste gewone post.

    De heren Brouncker, Boyle, en uw andere vrienden hier laten u groeten en u weet dat ik van harte ben

Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
A la Haye.


    1)  Zie No. 1318, n. 7.
    2)  Huygens kreeg dit boek pas op 25 maart 1665. Zie No. 1362, van 27 maart.
    3)  Zie No. 1326.         4)  Zie No. 1325.



[ 246 ]

No 1338.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

27 februari 1665.

De brief is in Londen, Royal Society. De kopie is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1326, 1329. Moray's antwoord: No. 1348.

Overzicht: 3 bladen van mijn Instructie, rest anderhalf. Epoche genomen volgens de uwe. Zijn brief aan het eind laten drukken.
Verhaal van mijn nieuwe waarneming van de sympathie.
Heel blij met de overeenkomst tussen meneer Wren en mij over dat we de Komeet tussen onze baan en die van Mars vinden.
Davidson nog niet gezien.
Mijn Vader heeft me iets over het boek van meneer Hooke meegedeeld.
Toestel voor kijkers zal mijns inziens zo niet lukken.
Oordeel over het wagentje van Du Son.

A la Haye ce 27 fevrier 1665.    

Monsieur

    Nu ik 3 brieven achtereen van u heb ontvangen is het meer dan tijd dat ik mij zet aan het beantwoorden ervan, en toch heb ik vandaag maar heel weinig tijd om u te onderhouden

[ 247 ]

daar ik weldra mensen verwacht, die me de rest van de dag niet alleen zullen laten. In afwachting daarvan zal ik echter zien hoe ver ik kan komen.

    Hier zijn 3 bladen van de instructie voor Stuurlieden 1). De rest is nog niet klaar bij het drukken; maar die zal ik u met de eerste gewone post sturen. Het is nog anderhalf blad. Ik heb uit uw instructie overgenomen wat ik goed vond, dat is dat men daarin de Tijdsvereffening van het uurwerk aftrekt wanneer men het gelijkzet met de Zon, wat daarna gemak geeft. U zult evenzo kunnen kiezen wat men geschikt zal vinden van de mijne en deze vermeerderen met wat er ontbreekt, en dan stuurt u alstublieft mij ook een exemplaar ervan.

    Ik heb de vrijheid genomen aan het eind een Uittreksel van uw brief 2) te zetten waarin het Verhaal van Holmes staat, vertaald in onze taal, me verzekerend dat u het niet slecht zou vinden; in elk geval zonder uw naam aan te voeren, omdat ik dat niet zonder uw toestemming zou durven doen en omdat het me ook in zekere zin zou hebben verplicht eraan te werken, wat ik niet wilde.

2 hangende klokken     Terwijl ik door een kleine ongesteldheid verplicht was enige tijd mijn kamer te houden, heb ik me ertoe gezet Experimenten te doen met twee uurwerken die ik heb van het nieuwe maaksel, en ik ga u er iets wonderlijks en verbazingwekkends over zeggen dat ik heb waargenomen*).
Dat is: als deze uurwerken naast elkaar zijn opgehangen op een niet te grote afstand van één of 2 voet, staan ze met elkaar in verbinding door een soort sympathie die maakt dat als ze samen goed zijn afgesteld, en toch niet met de uiterste nauwkeurigheid, ze overeenstemmen zo lang als men wil zonder het geringste deel van een seconde van elkaar af te wijken, en zelfs zonder van slag te raken, maar ze blijven voortdurend alle slingeringen samen tikken, alsof het een enkel uurwerk was. En wanneer ik deze samenstemming onderbreek, zie ik dat ze in zo'n half uur er vanzelf weer inkomen; en er dan zonder te variëren vast in blijven.
Dit is des te verbazingwekkender, omdat elk uurwerk apart is opgehangen en in zijn kast opgeloten, die met al het lood dat hij bevat 80 of 90 pond weegt, en men kan niet opmerken dat deze kasten bewegen. Ik heb ook een vierkant tafelblad van 3 voet met een dikte van een duim genomen, en ik heb het tussen de 2 uurwerken gezet zodat het ene helemaal verborgen was voor het andere en toch is de eendracht gebleven zoals tevoren, hele dagen en nachten, en na onderbreking is ze evenzo hersteld.
Deze ontdekking heeft me niet weinig verheugd, daar het tegelijk een mooi bewijs is van de nauwkeurigheid van deze uurwerken, aangezien er zo weinig nodig is om ze in voortdurende overeenstemming te houden. Ik geloof dat wat deze sympathie veroorzaakt, een onmerkbare beweging is in de lucht die tegen de kasten werkt, hoe zwaar ze ook zijn,


    1)  Zie over Kort onderwys No. 1290, n. 8.         2)  Zie No. 1315.
    [ *)  Notitie met figuur: 22 febr. 1665 (T. XVII, p. 183); 24 febr. mededeling aan R. F. de Sluse; 26 febr. aan zijn vader, die de brief liet publiceren in het Journal des Scavans.]

[ 248 ]

en ik heb gevonden, toen ik de 2 uurwerken die zo perfect samenliepen, van elkaar verwijderde en ze op een afstand van 12 of 15 voet zette, dat ze in een dag 2 of 3 seconden verschilden. Dat wil zeggen dat ze nog niet goed samen afgesteld waren. Ik ben er nu dus mee bezig ze beter af te stellen, en ik zal vervolgens proberen tot hoever de sympathie zal gaan en ik geloof, door wat ik er al van heb gezien, dat deze zal werken tot een afstand van 5 of 6 voet, en misschien meer.
Ziehier dus twee uurwerken gevonden die samen altijd volkomen overeenstemmen en een bespiegeling die het waard is om de Royal Society te onderhouden 3), waarbij ik aanwezig zou willen zijn om te horen wat men ervan zal zeggen. U kunt, als u het van pas vindt, er ook melding van maken in wat u gaat publbiceren over het succes van de slingeruurwerken op zee, zoals u op het laatste blaadje zult zien dat ik er iets van heb gezegd, wat ik nooit gewaagd had als ik door veel bewijs niet heel zeker was van de waarheid.

    De heer Davidson verschijnt nog niet. Ondertussen heeft mijn vader me iets meegedeeld over het boek  4) van meneer Hooke waarin hij veel behagen schept. Onder andere heeft hij me het toestel voor glazen doen begrijpen en hij verwacht er wonderen van, maar ik voor mij twijfel er sterk aan of het werkbaar is, om verschillende redenen wat te lang zou zijn om nu uiteen te zetten. Het Experiment zal het uitwijzen, waarvan het me verbaast dat de schrijver het niet vooraf heeft doen gaan aan de publicatie*); want als het niet zal slagen zal men zeggen dat hij een slecht staaltje heeft gegeven van zijn Mechanische Algebra, waarvan hij de almacht ophemelt. Hij belooft ook een uitvinding voor de Lengtebepaling 5),


    3)  De hele brief werd gelezen in de zitting van 1 maart 1665 (o.st.) [Birch, p. 19] ...
    4Micrographia.         5)  In de zitting van 18 jan. 1665 (o.st.) [en in 'The Preface'].
    [ *)  Zie over dit toestel van Hooke T. VII, Add. p. 621.]

[ 249 ]

ik verzoek u mij te laten weten of het is met een nieuw soort uurwerk of langs andere weg, althans als het u is meegedeeld.

    Ik ben heel blij dat wat meneer Wren heeft gevonden aangaande de plaats van de Komeet, overeenkomt met wat ik erover heb geschreven. Ik wist niet dat ik het aan u had geschreven maar wel aan de heer Thevenot 6) aan wie ik alle conclusies heb gestuurd die ik heb kunnen trekken uit de onvolkomen waarnemingen die me in handen waren gekomen, naast de mijne 7), die ook nauwelijks exact zijn, Ik heb nog niet gezien wat de heer Auzout erover heeft geschreven behalve zijn Ephemeriden 8), en wat daarop het meest is aan te merken is, dat hij ze pas heeft gepubliceerd nadat de meeste waarnemingen waren gedaan, en dat zijn eerste berekening en voorspellingen die hij mij had gestuurd 9), niet overeenstemden met deze laatste. Hij heeft me bericht dat hij de Komeet, dat wil zeggen de lijn van zijn baan, plaatst boven Saturnus en ik geloof dat hij zich daarin vergist.

    Ik heb niet gemerkt dat ik in plaats van deze bladzijde een andere heb genomen. Opdat deze pagina niet leeg blijft, zoals de drukkers zeggen, zal ik echter, hoewel ik gedwongen wordt het af te maken, hier u mijn mening nog zeggen over het wagentje van de heer Du Son, waarvan u de moeite nam voor mij een tekening te maken. Ik kan me niet voorstellen dat die eenvoudige veren van zo weinig lengte veel zachtheid kunnen geven wanneer het zal komen te gaan over hobbelige wegen vol stenen, ik weet niet of men het heeft geprobeerd. En verder, om te zorgen dat het niet kan omslaan, is het geen goed middel om het stevig vast te maken aan het paard, omdat het noodzakelijkerwijze ook zal vallen als het paard valt, wat niet gebeurt bij de sjees. Mijn gedachte is heel verschillend op beide punten, en ik zal zien of ik deze zomer de tijd heb om die uit te voeren.

    Ik geloof dat er nog verscheidene dingen in uw brieven zijn waarop ik zou moeten antwoorden, maar op het ogenblik ben ik gedwongen te eindigen.
Ik groet u zeer ootmoedig en ben

        Monsieur
Vostre tres obeissant serviteur    
Chr. Hugens de Zulichem.


    6)  Zie No. 1317.         7)  No. 1302.         8)  Het werk van No. 1310, n. 1 [en No. 1318, n. 3].
    9)  De brief is niet bekend.



[ 255 ]

No 1345.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

6 maart 1665.

De brief is in Londen, Royal Society. Het concept is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1329. Moray's antwoord: No. 1353.

Overzicht: Resterend blad van de instructie.
Over hun experimenten met lucht en met vuur. Er is niets over te onderzoeken behalve of het niet de warmte van de lucht is die het hem onmogelijk maakt het vuur te voeden, men ziet dat vuur in de winter met meer hevigheid brandt. Hij zegt ook niet wat dat is: aangestoken te zijn.
Bijzonderheden van Holmes.
Ik sta geheel achter plan voor het tijdschrift van meneer Oldenburg. Ik wil heel graag de historie van de Society zien.
Mijn Vader heeft het privilege aan de Koning gevraagd 1) en ik hoop dat hij lang genoeg blijft 2), om het af te handelen 3).
Sympathie van uurwerken ontdekt.

A la Haye ce 6 Mars 1665.    

Monsieur

    Hier is het blad dat resteerde 4) van de Instructie. Ik dacht dat het er anderhalf waren, maar met deze kleine letter heeft men ruimte gewonnen.

    Ik herinner me dat ik u niets heb geantwoord 5) over uw mooie experimenten met lucht en met vuur. Tot zover stemmen ze goed overeen met de hypothese van meneer Hooke, die niet slecht bedacht is, maar ik zou willen dat er iets was om te onderzoeken behalve of het niet de warmte van de opgesloten lucht is die het hem onmogelijk maakt het vuur te onderhouden, niet door enige druk, maar door zijn kwaliteit van warmte. Men ziet dat vuur in de winter veel heviger brandt dan in de zomer, echter zonder dat men kan zeggen dat er meer niter of meer oplosmiddel van meneer Hooke is in het ene of in het andere seizoen. Maar ik geloof dat het vrij moeilijk is te beletten dat lucht die is opgesloten met vuur warmer wordt. Men zou hem moeten laten afkoelen nadat het vuur is uitgegaan en beproeven of hij niet zijn eerste kwaliteit zou hervatten. Overigens zou voor het compleet maken van de hypothese nodig zijn te zeggen wat dat is, aangestoken te zijn, en hoe de lucht dan zo sterk werkt vergeleken met wat hij doet, wanneer de stof niet is aangestoken.

    Ik sta geheel achter het plan voor het tijdschrift 6) van meneer Oldenburg, dat hij zich alleen zal bezighouden met filosofische materie, want het is inderdaad beter deze niet te vermengen met zoveel andere als de schrijver van het Journal des Sçavans doet.


    1)  Zie No. 1331, 1335.         2)  Const. Huygens sr. vertrok op 26 maart naar Orange [Dagboek].
    3)  Zie No. 1346.         4)  Zie No. 1338.         5)  In No. 1338.         6)  De Philosophical Transactions.

[ 256 ]

    Ik hoop nog steeds dat u mij iets zult meedelen van de bijzonderheden die u van meneer Holmes zult vernemen, voornamelijk om te weten hoe de uurwerken zich bij storm hebben gedragen, en of roest ze niet heeft doen stilstaan in dat klimaat, terwijl u geloofde 6) dat elk ijzer noodzakelijkerwijze roest.

    Uw uurwerk wacht nog op de komst van de heer Davidson. De mijne lopen met een zeer grote preciesheid, vooral nadat ik door ondervinding heb gevonden dat men ze moet vastmaken aan een balk of iets anders dat onwrikbaar is, omdat anders de beweging van de slinger niettegenstaande het grote gewicht van de kast, een kleine beweging geeft aan het hele uurwerk, die de preciesheid ervan verandert en het sneller laat lopen naarmate er meer van is. Zo heb ik gevonden dat de oorzaak van de sympathie, waarover ik u in mijn laatste brief 4) heb geschreven, niet voorkomt uit beweging van de lucht maar uit de genoemde geringe waggeling die ik, daar ze volkomen onmerkbaar is, toen niet had opgemerkt.
U moet dus weten dat onze 2 uurwerken, elk vastgemaakt aan een balkje van 3 duim in het vierkant, en 4 voet lang, steunden op de 2 zelfde stoelen, 3 voet van elkaar. Als dit zo is, en de stoelen zijn vatbaar voor de geringste beweging, toon ik aan dat de twee slingers noodzakelijk weldra in overeenstemming moeten komen en dat ze die daarna niet opgeven, en dat de slagen zo moeten zijn dat ze elkaar tegemoetkomen en niet parallel gaan; zoals de ondervinding al had laten zien. Gekomen tot de genoemde overeenstemming bewegen de stoelen niet meer, maar ze beletten alleen de uurwerken van elkaar af te wijken, omdat zodra ze het trachten te doen deze kleine beweging ze terugbrengt in de vorige toestand.*)

    Mijn Vader bericht me 7) dat hij bij zijn laatste audiëntie het Privilege aan de Koning heeft gevraagd, die er dadelijk in had toegestemd, en als hij niet te vroeg gedwongen is te vertrekken hoop ik dat hij de verzending zal afhandelen. Hij had nog niet de heer abt van Beaufort ontmoet.
Ik ben voor altijd

        Monsieur
Vostre tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Z.        


    6)  Zie No. 1243.         7)  Brief niet bekend. Wel is er No. 1344.
    [ *)  Zie T. XVII, p. 185.  Verslag was al gedaan aan zijn vader in Parijs (26 febr. 1665), maar met een foutieve verklaring — hij dacht aan overbrenging door de lucht, zoals bij een resonerende snaar. Anderen hadden het gezien, zodat het verscheen in het Journal des Sçavans van 16 maart, p. 130-2; een week later kwam er een correctie: p. 143-4.]

2 klokken aan balkjes over stoelleuningen; 2 slingers



[ 259 ]

No 1348.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

6 maart 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1338. Huygens' antwoord: No. 1362.

A Whitehall ce 24. Fevrier 1665.    

        Monsieur

    Het is billijk dat ik er genoegen mee neem dat u op mijn brieven meermaals antwoordt, aangezien ik u bijna steeds op die manier behandel. Het is plezierig om zonder plichtplegingen te handelen; en de vriendschap is het aangenaamst als er de minste dwang is. Ik ga dus antwoorden op uw laatste brief van de 27e 1), die ik vanmorgen heb ontvangen. En als ik daarover niet alles zeg wat ik zou willen, op dit moment, moet u geloven dat ik alles wat ontbreekt een andere keer zal aanvullen.

    Ik geniet zeer van uw Instructie voor stuurlieden. Ik vind alles volledig en helder opgeschreven. Het kan best zijn dat die welke wij van plan zijn te drukken het zelfde zal zijn; maar of er nu verschil is of niet, u zult altijd een exemplaar krijgen. Die welke ik u heb gestuurd 2) was opgesteld voor de heer prins Rupert 3). Men heeft hem al het andere mondeling verteld toen die hem werd gegeven met uw Vereffeningstabel 4). We zullen ook publiceren het verhaal 5)


    1)  27 februari 1665.         2)  Zie No. 1311.         3)  Zie No. 1255.
    4)  Zie No. 979.         5)  In Phil. Trans. Numb. 1, March 6, 1665.

[ 260 ]

van de heer Holmes zoals u hebt gedaan; wat u zal dienen ter verzekering van het feit dat het mij goed bevalt wat u daar hebt gedaan. Maar u zult er nog meer voldaan over zijn als ik u zeg, dat toen ik aan een van de Kapiteins, die het bevel had over een van de 3 schepen die met de heer Holmes waren, het verhaal van de genoemde Holmes herhaalde, woord voor woord, hij het me geheel bevestigde.

    Het is inderdaad een heel aangename verrassing geweest voor meneer onze president 6) en mij die nieuwe soort sympathie te vernemen die u hebt opgemerkt in uw Uurwerken. Er zal ongetwijfeld heel wat over te discussiëren zijn en wij willen er in onze eerste Vergadering over spreken; maar misschien zullen we er pas op de achtste daarna 7) over redeneren, opdat men er goed over nadenkt alvorens erover te spreken. Hoe het ook zij, ik reken erop u mee te delen wat er over gezegd zal worden als ik er iets in vind dat de moeite waard is. Ondertussen zal ik u zeggen dat, ware het niet dat elk van ons weet, dat u bekwaam genoeg bent om op eigen houtje alle experimenten te vinden die vereist kunnen worden, of om verder in deze zaak door te dringen, of om er nuttige gevolgtrekkingen uit te halen, men u misschien zou voorstellen er enkele te doen over dit onderwerp. Maar aangezien u erop rekent het te vervolgen moeten we ons op u verlaten.
Alleen zal ik u aankondigen dat ik blij zou zijn als u precies wist tot hoever de twee Uurwerken elkaar moeten benaderen in nauwkeurigheid, voordat deze sympathie verschijnt; dat wil zeggen met 2, 3, 4 of een ander aantal seconden in 24 uur. Verder, of 3 of 4 klokken op die manier kunnen overeenstemmen; en in de laatste plaats, aangezien bij een verschil tussen de twee Uurwerken van 2 of 3 seconden in 24 uur, ze blijven overeenstemmen, dat u te weten komt welke zich onderwerpt aan de andere, vooral daar blijkbaar de ene de andere rectificeert. Het lijkt me dat die verschillen kunnen worden waargenomen, zoals ook de oplossing van deze laatste moeilijkheid, door ze te vergelijken met uw Grote Uurwerk dat seconden slaat.
Overigens, als een onmerkbare beweging in de lucht dit Isochronisme kan veroorzaken, vrees ik dat men enige reden heeft te vermoeden dat enige ongeregelde bewegingen in de lucht ze eerder zullen kunnen doen afwijken van hun werkelijke nauwkeurigheid, dan hun trillingstijden gelijkmaken, en dat Uurwerken die deze bewegingen voelen eigenlijk makkelijker zullen kunnen afdwalen, dan die welke ze niet voelen, en bijgevolg dat het beter zou zijn als de twee Uurwerken die men


    6)  Lord Brouncker.
    7)  Inderdaad op 8 maart (o.s.), na lezing van brief No. 1345, zie Birch [p. 21]: "Occasion was taken here by some of the members, to doubt the exactness of the motion of these watches at sea, since so slight and almost insensible motion was able to cause an alteration in their going."

[ 261 ]

op zee gebruikt, niet zo goed zouden overeenstemmen, dan anders, aangezien hun afstand steeds gelijk is zodat men ze even goed kan gebruiken alsof er geen overeenstemming was; terwijl als ze steeds samen opgaan men niet zo verzekerd kan zijn dat ze niets van hun werkelijke nauwkeurigheid verliezen. Door uw experimenten is het duidelijk dat als er in werkelijkheid 2 of 3 seconden op aan te merken is, dat ze allebei even nauwkeurig zijn; dat neemt niet weg dat ze even snel gaan als ze een voet of twee van elkaar af zijn.

    Ik heb me veel verder laten gaan in deze materie dan ik dacht te doen toen ik me aan het schrijven zette. Maar dat is om te rechtvaardigen wat ik u in het begin heb gezegd, dat ik met u omga zonder me op enigerlei wijze te bedwingen.

    U zult me misschien zeggen dat wat ik zojuist heb gezegd niets concludeert ten nadele van de Uurwerken, wat betreft hun nuttigheid en dit zal ik wel met u eens zijn; ondertussen zult u bevinden dat ik niets anders doe dan op mijn gewone manier praten over wat zich aanbiedt als ik u onderhoud. Maar uit vrees dat ik weldra onderbroken zal worden, zoals me bijna altijd gebeurt, zal ik deze materie voor het ogenblik laten rusten, om er een andere keer mee verder te gaan; en ik ga kijken wat ik u heb te zeggen op de andere passages van uw brief.

    De heer Davidson vertrok vorige week van hier, hij brengt u het boek van meneer Hooke. Daar ik het nog niet heb gelezen wist ik niet dat hij daarin over zijn toestel had gesproken. Maar wat u ervan zegt is heel verstandig; in elk geval zal ik u zeggen, dat hij op het ogenblik zozeer bezet is met verscheidene dringender zaken dat hij niet zomaar genoeg tijd kan hebben om zijn glazen te maken, voor het ogenblik; we zullen niet vergeten hem zo spoedig mogelijk ertoe aan te sporen. Hij heeft nu onder handen een lezing over mechanica die hij elke woensdag houdt op het tijdstip van onze Vergadering; een koopman, Sir John Cutler 8) genaamd had ons 50 pond sterling per jaar voor altijd gegeven, om deze lezing te ondersteunen; hij is ook Curator gemaakt van onze gewone Experimenten 9) waarvoor we hem ook een toelage van 30 Jacobus per jaar geven; en hij gaat ook professor worden in de Astronomie aan Gresham College.


    8)  Sir John Cutler ... 1608-1693 ...
    9)  In deze zitting van 11 jan. 1665 (o.st.) [Birch, p. 4] werd de benoeming van R. Hooke tot Curator openbaar gemaakt. ... Zie No. 1252, n.4.

[ 262 ]

Wat betreft zijn uitvinding voor lengtebepaling, ik zal trachten u er iets over te kunnen zeggen in mijn eerstvolgende brief.

    Binnenkort zult u krijgen wat meneer Wren heeft gemaakt over de Komeet. Wat u zegt over de voorspellingen van de heer Auzout is voldoende om te laten zien dat hij zich de moeite had kunnen besparen; maar ik geloof ook dat er iets zal zijn aan te merken op andere bijzonderheden dan die u aangeeft; maar ik verlaat me op wat datgene u zal laten zien dat meneer Wren over deze materie gaat publiceren 10).

    De Koning vindt dat wagentje dat de heer Du Son 11) heeft laten maken heel goed. Weliswaar is het nog niet uitgeprobeerd op hobbelige wegen, maar ik twijfel er niet aan dat her er heel goed zal slagen. De veren achteraan hebben meer dan 5 of 6 voet lengte, zoals ik denk u te hebben gezegd; en die vooraan meer dan 3, zodat het niet kan zijn dat het niet vrij gerieflijk is. Overigens, als het een fout is dat de armen te stevig aan het zadel van het paard zijn vastgemaakt, is het niet moeilijk te verhelpen. Maar wanneer het paard kwam te vallen zou dit het Wagentje niet doen omslaan, tenzij het één kant zou betreffen, wat hij moeilijk zou kunnen doen doordat het Wagentje hem zal ondersteunen. In één woord (omdat ik hier moet afbreken), een val van het Paard zou, als ik me niet vergis, het wagentje minder hinderen dan bij de sjees, hoewel de bomen daar niet zo stevig zijn vastgemaakt aan het zadel van het Paard.

    Nu ik de voorgaande 4 bladzijden heb herlezen verbaas ik me erover dat u niet honderd fouten hebt opgemerkt in al mijn andere brieven waarvoor ik geen tijd had ze te herlezen. Maar u hebt veel toegeeflijkheid voor

Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
XII A la Haye.


    10)  Volgens brief No. 1363 heeft Chr. Wren de gegevens over de nieuwe komeet niet verzameld wegens een reis naar Frankrijk. De vergadering heeft toen R. Hooke ermee belast.
    11)  D'Esson.



[ 268 ]

No 1353.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

13 maart 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1345. Huygens' antwoord: No. 1362.

A Whitehall ce 3. Mars 1665.    

        Monsieur

    Uw laatste brief van de 6e heeft mij het laatste blad gebracht van uw Instructie voor stuurlieden, en het geheel laat ik vertalen, om daarna een dergelijke in het Engels te laten drukken 1). En daar ik die maar even heb doorgenomen weet ik nog niet of we er enige verandering in zullen aanbrengen of niet. Ik zie dat u er alles uitlegt in heel begrijpelijke termen aan degenen die zich ervan moeten bedienen. Wij moeten daarbij ook hetzelfde doen; maar uw taal heeft boven de onze dit voordeel, dat men bijna alles kan uitleggen zonder zich te bedienen van Griekse of Latijnse woorden.


    1)  Een Engelse vertaling is nog gepubliceerd in de Philosophical Transactions, Numb. 47, May 10, 1969 [zonder de brief van Holmes].

[ 269 ]

Maar aan de andere kant is het ook zo, dat gewone mensen bij ons de Woorden van het Vak verstaan, ieder van het zijne. En alle zeelieden verstaan Griekse en Latijnse woorden aangaande astronomie, en navigatie, alsof ze oorspronkelijk Engels waren; alleen weten ze misschien niet dat woorden de aard, of het gebruik van het ding uitleggen, zich tevreden stellend met het kennen van de dingen bij naam, alsof ze hun bij toeval waren gegeven. Maar omdat er een Comité 2) is (ik geloof dat u weet dat dit woord betekent: personen die zijn benoemd voor zoiets) ingesteld door onze Society, voor verfraaiing &c. van de Engelse taal, is te hopen dat zij de onvolkomenheden ervan zullen corrigeren, en alles zullen aanvullen wat eraan ontbreekt, dat in andere talen voorkomt. Ze stellen zich voor er Grammatica's van op te stellen, Woordenboeken, onderzoekingen, &c. en onder andere een Woordenlijst die alle woorden zal krijgen van gereedschap &c. dat bij elk vak behoort, &c.

    Ik heb me in dit betoog laten meeslepen, oordelend dat ik niet zoals gewoonlijk onderbroken zou worden, voordat ik alles afgemaakt had wat ik u op het ogenblik te zeggen heb.

    Ofschoon de experimenten aangaande het vuur vrij goed overeenstemmen met de hypothese van meneer Hooke, ontbreken er nog zoveel dingen die verklaard moeten worden, zoals u terecht opmerkt, en zijn er zoveel tegenwerpingen te maken, dat men er niet bij stil kan blijven staan; gezien zelfs dat deze zelfde verschijnselen minstens even goed kunnen worden verklaard met verscheidene andere hypothesen. En wij stellen ons niet tevreden zoals Astronomen doen, of kunnen doen, met een Hypothese die vrij goed dient om de verschijnselen te verklaren, maar we zoeken de waarheid van het wezen, en van de aard der dingen, zoals behoort bij de ware filosofie.

    Overigens, wat u zegt over de koude en de warmte van de Lucht, is voorgesteld in onze Vergadering 3), zoals ook enige experimenten om erover te worden ingelicht die men voorbereidt, en ik reken erop u ervan verslag te doen als ze zullen zijn gedaan.

    Komende maandag 4) zal de eerste filosofische Gazet 5) worden gedrukt, onder de titel Philosophical Transactions, en ik wil u een exemplaar toesturen met de gewone post. En als ik niet in de stad ben zal meneer Oldenburg me het genoegen doen het aan u te adresseren; omdat ik erop reken 5 of 6 dagen van de komende week buiten de stad door te brengen.

    Ik ga morgen dineren met de heer Holmes en het is mijn plan te trachten


    2)  In de 'History' van de zittingen van de Royal Society vindt men niets hierover.
[ Birch, vol. 1, p. 499 (7 dec. 1664): "that there be a committee for improving the English language".
  Idem, vol. 2, p. 7 (18 jan. 1665): "that Dr. Wilkins meet the first time (at least) with the committe for improving the English tongue".]

    3)  In de zitting van 1 maart 1665 (o.st.).         4)  6 maart 1665 (o.st.).
    5)  Het tijdschrift ging niet uit van de Royal Society zelf, het was een persoonlijke onderneming van H. Oldenburg, zoals deze van tijd tot tijd uitlegde [Advertisement in Num. 12, May 7. 1666], want het publiek wilde het niet geloven.

[ 270 ]

op schrift de rekenschap te krijgen die hij me heeft beloofd, voordat we van elkaar weggaan. Ondertussen heb ik gesproken met een andere officier van een van de schepen die in zijn gezelschap waren, die zelf op het schip van de Majoor was geweest totdat ze bij het eiland St. Thomas aankwamen, en die zelfs degene is die zorg droeg voor de Uurwerken, en van wie we het eerste verhaal erover hebben gehad 14 of 15 maanden geleden [<]. Hij heeft me nog het verhaal van de heer Holmes bevestigd, zoals de ander van wie ik melding maakte in mijn laatste brief 6).
Maar toen ik nadacht over het aantal mijl van de twee koersen dat dit verhaal gebruikt, heb ik gekeken op een Aardglobe, een van de grootste, of hij me precies had ingelicht over de lengte van die twee koersen, de ene naar het westen, de andere Noord-Noord-Oost; en ik bevind dat als de aantallen mijlen precies worden geteld, op 20 mijlen (d.w.z. 60 miles van hier, voor een graad), het aantal van de koers naar het westen moet zijn ongeveer 800 mijlen, en het andere tussen 2 en 300. Tellend vanaf het Eiland St. Thomas naar de plaats onder de Linie, van waar af het eiland Fuego naar het Noord-Noord-Oosten is gelegen, vind ik dat er ongeveer 37 of 38 graden moeten zijn en vanaf deze plaats tot het genoemde Eiland 13 of 14. Zodat de aantallen mijlen van de twee koersen moeten zijn: het eerste ongeveer 800 en het andere 2 of 300 7), zoals ik heb gezegd.
En hoewel ik u de eigen woorden heb geschreven die Majoor Holmes me over deze materie heeft gezegd, niettemin, terwijl de termen (ongeveer en dergelijke) aanleiding geven een preciezere bepaling te ontvangen, als zijnde die welke men gebruikt als men zijn geheugen wantrouwt, kan ik hem niet berispen. En dit te meer omdat hij een andere uitdrukking heeft gebruikt, die ik u niet heb bericht, meen ik, sprekend over het nut van de Uurwerken, die het nog vergeeflijker maakt. Wat is er (heeft hij mij gezegd) dat men voor beter bewijs kan wensen van de nauwkeurigheid van die Uurwerken, dan na een Koers van meer dan duizend mijlen het zo volmaakt goed te hebben getroffen, zoals ik heb gedaan. Want de twee koersen komen samen goed uit op dat aantal, hoewel ze waren vergeten of veronachtzaamd in detail.
Er rest maar een enkele tegenwerping die ik ken om de nauwkeurigheid van dit experiment te verminderen. Dat is de werkelijke ligging van het Eiland Fuego. Om die uit de weg te ruimen geloof ik dat men voor zeker kan houden, dat het op Kaarten en Globen op zijn werkelijke plaats is gezet; aangezien het zo dichtbij de kust van Afrika is, en men er zo lange tijd zoveel reizen van alle kanten naartoe heeft gemaakt, zonder dat ooit iemand er iets op aan te merken heeft gevonden.
Voordat ik dit hoofdpunt verlaat, en hoewel ik er misschien een beetje teveel bij heb uitgeweid, moet ik u te kennen geven dat ik in uw instructie zie, dat u in plaats van 'lieues' hebt gezet 'Mylen' in de vertaling van mijn brief. Als dit woord Mylen in uw taal onder zeelieden 'lieues' betekent is het goed. Maar als men daar moet begrijpen Miles van dit land hier, of van Italië,
    6)  No. 1348.
    7)  Overgenomen in Phil. Trans. (March 6, 1665), zie No. 1315 (Journal des Scavans: 600 en 400 à 500).
[ Moray zegt hier: 'lieues', Phil. Trans.: 'Leagues', overeenkomend met de Hollandse mijl: 1/20 graad.]

[ 271 ]

zal het verbeterd moeten worden in de tweede druk, zoals ook de getallen, volgens wat ik u er net van heb gezegd.

    Ik heb navraag gedaan, zowel bij de heer Holmes als bij degene die de zorg voor de Uurwerken had gehad, aangaande het roesten, en zij hebben me allebei gezegd, dat ze helemaal niet zijn gaan roesten; ze zijn ook nooit stil gaan staan bij de grootste schommeling van het schip, zelfs toen het boord geheel onder water stond, en het water zelfs ver op het Bovendek kwam, door de kracht van de schokken van de wind, en de golven; en wat nog meer is, niet toen het schip bij een onweer voor Anker lag, hoewel juist op die tijd de schepen rollen en dansen van alle kanten, en het ruwst op alle mogelijke manieren; in één woord, dat noch het ene noch het andere uurwerk ooit heeft stilgestaan.
Maar om roest tegen te gaan of te verhelpen, en alle andere tegenvallers, moet elk schip minstens 2 Uurwerken hebben. En zo kan men het ene afstellen of schoonmaken wanneer het nodig is, zonder iets te verliezen van de ware tijdrekening.

    Ik twijfel er niet aan dat u nieuws hebt van de heer Davidson, het is al zo lang geleden dat hij hiervandaan is vertrokken. Hij zal u met mijn brief 8) het boek van meneer Hooke geven en zich belasten met het Uurwerk. Ik ben zeer voldaan dat u de uwe zo nauwkeurig bevindt; en dat u op dit moment zo goed op de hoogte bent van de oorzaak van die overeenstemming die ons eerst zo moeilijk leek; en dit temeer omdat, zoals ik in mijn laatste brief heb aangeroerd, als dat was voortgekomen uit beweging van lucht, het eerder gediend zou hebben om hun nauwkeurigheid in twijfel te trekken, dan om deze te bevestigen.

    Ik betwijfel geenszins dat de Koning van Frankrijk gemakkelijk heeft ingestemd met het privilege dat meneer uw Vader hem heeft gevraagd. Ik heb aan de heer abt van Beaufort bericht dat hij met meneer uw Vader had te overleggen, om te weten of hij erbij van nut zou kunnen zijn, en dat ik van mening ben dat het voordeliger zou zijn een goede beloning van Zijne Majesteit te krijgen voor de meedeling van de uitvinding, als het kan, dan er het privilege op te nemen. Maar dat hij moest volgen wat zou worden besloten tussen meneer uw Vader en hem.

    Ziehier alles waarvoor uw brief mij aanleiding geeft u te zeggen. Ik zal u nu zeggen dat in onze laatste Vergadering 9) nog een experiment aangaande het vuur is gedaan dat aardig is.
Na zwavelpoeder in een Vat te hebben geplaatst op een zodanige manier dat door middel van een Kraan bovenin het zwavel zich kon verspreiden, heeft men Niter laten smelten in een Kroes, in een zo groot vuur dat de Kroes er helemaal rood van was, daarna zette men deze kroes in het Vat en na het geheel goed te hebben dichtgemaakt om het binnenkomen van de buitenlucht te beletten, heeft men


    8)  Zie No. 1336.         9)  De zitting van 1 maart 1665 (o.st.).

[ 272 ]

de lucht uit het Vat getrokken, met de Machine van meneer Boyle, en door vervolgens van tijd tot tijd Zwavelpoeder in de Kroes te laten vallen waarin het Niter was, is het steeds in vlam gezet net zoals wanneer het in de open Lucht was geweest. Men heeft de werking ervan voortgezet lang nadat men de roodheid van de kroes niet meer zag, en steeds is het in vlam gezet zoals in het begin. Waaruit duidelijk is (zoals met Vuurwerk dat ik lang heb zien branden op de bodem van de Rivier hier) dat Niter brandbare dingen laat branden zonder lucht nodig te hebben. Waaruit blijkt dat men waarschijnlijk ook kan concluderen dat het de Niter is die in de lucht is, die hem het vermogen geeft brandbare dingen te laten branden.
Maar aangezien het nog niet de tijd is om te ver de uiteenzetting in te gaan, of liever het bepalen van de eerste oorzaken, wil ik me ervan onthouden, totdat een veelheid aan experimenten ons de argumenten levert, zonder uitzonderingen, om ze vast te stellen. Ondertussen kan ik u wel een waarheid zeggen, namelijk
que Je suis avec toute la realité imaginable

Monsieur
Vostre treshumble, tresobeissant et tres affectionné serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
A la Haye.


[ 281 ]

No 1362.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

27 maart 1665.

De brief is in Londen, Royal Society. Het overzicht is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1348, 1353. Moray's antwoord: No. 1386.

Overzicht: Davidson is vertrokken zonder dat ik hem heb ontmoet. Het boek gestuurd van meneer Hooke waarvan ik niet wist dat het een zo belangrijk werk is als ik vind. Schoonheid van de figuren. Hij heeft ongelooflijk veel moeite genomen. Mechanica van de natuur ... 1). Hij is gedurfd in het maken van hypothesen, maar hij geeft ze ook niet als waarheden. Kleuren van breking en buiging van de lucht. Heel mooie waarnemingen en heel curieuze opmerkingen.
    Het bezwaar aangaande de overeenstemming van de uurwerken is weggenomen door mijn laatste brief en het is u liever, naar wat ik zie, dat het niet de beweging van de lucht is die de sympathie veroorzaakt, dan wanneer het was geweest zoals ik me had voorgesteld.
In Parijs heeft men zich gehaast zonder dat ik er iets van wist, te zetten ... 1).
    Er moet een punt toegevoegd worden over de stevige ophanging van de uurwerken zowel als ze worden afgesteld als op de schepen.
Wel blij met de bevestiging van het Experiment van Holmes. Ik heb het vandaag gecorrigeerd gevonden in de Philosophical Transactions die ik net heb ontvangen van ik geloof meneer Oldenburg. En ik verzoek u hem wel te bedanken namens mij, zoals ook voor het feit dat hij mij meer dan eens heeft genoemd.

A la Haye ce 27 Mars 1665.    

Monsieur

    Ik heb uw brieven ontvangen van 24 februari en 3 maart, waarvan ik hier de eerste vond bij terugkeer van een reis die ik naar Amsterdam heb gemaakt 2). ik was wel blij daarin
    1)  Huygens heeft deze zin niet afgemaakt.         2)  Zie No. 1356.

[ 282 ]

de bevestiging te vinden van wat majoor Holmes heeft verhaald. Wat betreft het bezwaar dat u had bedacht door de foute redenering die ik had gegeven over de verbazende overeenstemming van mijn uurwerken, ik zal er niets over zeggen aangezien u het niet meer hebt, nadat ik u de werkelijke oorzaak van de zogenaamde sympathie heb laten weten. Het is inderdaad beter dat het die is welke ik vond, omdat de andere ongemakken zou hebben veroorzaakt en het zou op zijn minst nodig zijn geweest de uurwerken van elkaar te verwijderen opdat het ene het andere niet zou meeslepen. In Parijs heeft men zich gehaast 3) mijn waarneming in het wekelijkse Journal te zetten zonder dat ik er iets van wist, waarover ik niet heel blij ben.

    Wanneer u niet het plan hebt iets toe te voegen aan de Instructie die ik u heb gestuurd, zou het toch nodig zijn een punt toe te voegen aangaande de ophanging van de uurwerken, te weten dat er wel op moet worden gelet ze met hun schroeven stevig vast te maken aan een balk van het schip en dat men aan land bij het afstellen eveneens een dergelijke heel stevige en onwrikbare ophanging moet zoeken, omdat men anders niet alleen meer moeite heeft ze samen af te stellen, maar na aan land gelijk te hebben gelopen zouden ze het op zee niet doen. Want dit is wat ik heb gevonden met mijn waarnemingen (en ik kan zeggen tot mijn schade): dat de beweging van de slinger, hoewel van zo klein gewicht in vergelijking met het hele uurwerk, ook beweging geeft aan het lichaam waaraan het is opgehangen als dit voor de geringste waggeling vatbaar is.

    De heer Davidson die ik in Amsterdam had bezocht was eergisteren hier, en mij het boek sturend van meneer Hooke liet hij me vragen samen naar de klokkenmaker te gaan, wat ik hem aanbood voor de middag, maar toen ik hem vroeg was gaan opzoeken vond ik hem al weg, en hij vertrok dezelfde avond. Ik weet niet of hij misschien binnenkort zal terugkomen, maar hij hij zei me in Amsterdam dat hij opdracht van u had om het uurwerk mee te nemen, en het zal slechts van hem afhangen het te volbrengen.

    Overigens ben ik verheugd eindelijk het genoemde boek van meneer Hooke te bezitten, waarvan ik me niet had voorgesteld dat het een boekwerk is van zo groot belang. Het is zeker een heel mooi werkstuk en zo curieus als er lange tijd niet gedrukt zijn. Het geeft me zo'n groot genoegen bij het doorbladeren dat ik me nauwelijks ervan kon losmaken om u deze regels te schrijven. Men kan geen nauwkeuriger waarnemingen geven van deze soort, noch beter gemaakte figuren, die hem zeker een ongelooflijke moeite hebben gekost zowel om te tekenen als om ze zo goed te laten uitvoeren bij de graveerder.
Er is geen onderwerp dat mij meer kan behagen dan mechanica en meetkunde die men ziet in de werken der natuur, waarvan de aanschouwing het voornaamste doel van de schrijver lijkt te zijn, en waarin hij wel diep doordringt. Weliswaar is hij een beetje gedurfd in het vormen van hypothesen, maar hij geeft ze ook slechts als zodanig, zoals hij in zijn voorwoord erkent. Ik zie er verscheidene dingen die ik me voorstel op mijn gemak te onderzoeken, zoals wat hij zegt over kleuren, breking,


    3)  Zie No. 1335 [Journal des Scavans van 16 maart 1665].

[ 283 ]

buiging door lucht &c. en waarover ik u hierna mijn mening zal zeggen, want tot dusver doe ik niet anders dan heel het werk in grote lijnen doornemen.
Ik heb pas ontvangen de Philosophical Transactions, van naar ik geloof meneer Oldenburg, en ik verzoek u hem namens mij ervoor te bedanken, en voor de eer die hij me heeft aangedaan mij er meer dan eens in te noemen. Het lijkt me dat uw Royal Society voldoende zou zijn, wanneer er geen nieuws van buiten zou komen, om stof te geven, minstens elke maand, voor een dergelijke verzameling die niet meer bladen beslaat.

    Ik weet niet waarom de voorspellingen van de heer Auzout er zo uitgebreid in staan 4) aangezien iedereen ze al had gezien bij u, en men er nogal wat op aan te merken vond, naar wat u me schreef. Ik vind er het Verhaal 5) van de heer Holmes, gecorrigeerd wat betreft de aantallen mijlen, volgens wat u me hebt bericht. Maar laat alstublieft niet na mij mee te delen wat u van hem vernomen zult hebben bij de ontmoeting die u me laat hopen in uw laatste brief.

    In de gesprekken die ik in Amsterdam heb gehad met enkelen van onze zeelieden, heb ik met verwondering gezien hoe traag en moeilijk ze zijn om iets nieuws toe te laten, ook al is het nut duidelijk.

    Er zou niets beters zijn dan dat u onze oorlog liet ophouden, en dat ik me inscheep met mijn uurwerken om het gebruik ervan te onderwijzen en het op gang te brengen, en ik verzeker u dat ik er in dat geval geen bezwaar tegen zou hebben.

    Je suis a tout jamais

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.    

    U zult me verplichten als het u belieft mij de prijs te zeggen van het boek van meneer Hooke, en me de daarmee de vrijheid te geven u er wel eens enige andere van te vragen uit dat land.

    Het experiment met zwavel aangestoken door niter is heel mooi, vooral als zwavel alleen, als het op de in het vuur rode kroes valt, niet werd aangestoken zoals ik denk, hoewel u het niet erbij zet. Maar als het niter de oorzaak is dat het ontvlamt, hoe komt het dan dat men in het luchtledige vat niet met een bolle lens buskruit kan aansteken, zoals ik heb ondervonden.


    4)  Zie Phil.Trans. Numb. 1, March 6, 1665 (o.st.) [p. 3-8].         5)  Zie No. 1315.



[ 284 ]

No 1363.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

27 maart 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Huygens' antwoord: No.
1385.

A Whitehall ce 17. Mars 1665.    

        Monsieur

    Nadat men uw instructie in het Engels heeft vertaald 1), tracht men het voor de pers gereed te maken; men zal erin overal, naar ik denk, uw Methode volgen en zelfs zal het grotendeels alleen een vertaling zijn van de uwe. Maar op enkele plaatsen zal er iets worden weggelaten of verkort, en op andere zal er iets worden gewijzigd of toegevoegd, zoals u zult zien met het exemplaar dat ik u ervan wil sturen, wanneer het gedrukt zal zijn.
Maar aangezien de heer Holmes mij nog niet het Journaal heeft gegeven dat hij me heeft beloofd van zijn reis, en we ook de verwachting hebben die te krijgen van enkelen van de Meesters en van de stuurlieden van de schepen die in zijn Gezelschap waren, denk ik dat het drukken zal worden uitgesteld totdat we ze allemaal hebben gezien en aandachtig bekeken; en daarna zal alles gedrukt kunnen worden dat geschikt is, met de Instructie.

    Ondertussen moet ik u vooraf zeggen dat er op deze reis een andere aardige ondervinding is gedaan met de Uurwerken, te weten een koers van zo'n 60 mijlen (hier rekent men op zee met mijlen waarvan er 20 een graad uitmaken, zoals ik meen u hiervoor te hebben gezegd) vanaf de kust van Afrika naar het Westen; de Uurwerken toonden precies de weg die was afgelegd en toen men op de terugweg op dezelfde plaats was vanwaar het schip was vertrokken, stemden ze precies zo met de Zon overeen als ze tevoren hadden gedaan. U zult de details zo spoedig mogelijk te weten komen. Alleen, van de twee Uurwerken liep het ene dat in Holland gemaakt was steeds veel beter dan het andere dat hier gemaakt was.

    Een andere wel belangrijke zaak is dat, naar wat Majoor Holmes ervan zegt, na van de Evenaar af te zijn gegaan om de kust van Afrika op te zoeken, op zo'n 7 of 8 graden of ongeveer (als ik het me goed herinner) er gedurende enige dagen geen wind was, en in die tijd nam de zeestroom de schepen ongeveer 80 mijl mee naar het oosten 2) zonder dat de stuurlieden & anderen het ook maar enigszins konden merken; maar hij oordeelde dat het wel zo was, met zijn Uurwerken. En als dit waar is, zullen deze Uurwerken de Zeestromen even goed ontdekken


    1)  Zie Phil. Trans. Numb. 47, May 10, 1669.         2)  Voor "l'ost" staat doorgestreept "l'Est'".

[ 285 ]

als de lengte, en dat heeft men tot dusver nooit kunnen doen op de Oceaan.

    Tijdens mijn afwezigheid vorige week is er in onze Vergadering 3) gesproken over de overeenstemming van uw twee Uurwerken, en er is door iemand gezegd, dat het een nadeel is bij de nauwkeurigheid van de Uurwerken, dat ze zo licht ontvankelijk zijn voor invloeden van de geringste bewegingen. Wat afgelopen woensdag is herhaald 4); en zelfs is men begonnen dieper door te dringen in de aard van de beweging van de slingers, op zee, aanvoerend 5) dat als een Slingeruurwerk verscheiden keren omhoog en omlaag wordt gebracht met een ongelijkmatige en onderbroken beweging, zoals die van de Schepen op Zee is, de trillingen niet isochroon zouden kunnen zijn; men heeft er enkele redenen bijgevoegd; maar daar de president er heel goed op geantwoord had, en we ons nauwelijks vermaken met discussiëren, beëindigde men het betoog, de beslissing overlatend aan het experiment.

    Meneer de abt van Beaufort bericht mij dat de heer Colbert zeer welwillend het patent aan meneer uw Vader had gestuurd. En dat hij geloofde dat als men aan de Koning van Frankrijk een beloning had gevraagd alvorens over het patent te spreken, de zaak had kunnen gebeuren. Maar nu het patent is gepasseerd is het niet meer te verhelpen; alleen gelooft hij dat, als men een Aantal van deze Uurwerken aan Zijne Majesteit ten geschenke zou aanbieden, de koning ze gaarne zou ontvangen, en er een eerlijke betaling voor zou doen. Hij heeft zich voorgesteld dat zowel het een als het ander werd gedaan uit naam van Onze Society (zonder de uitvinders te benadelen) en zelfs dat eerst het aanbod van het geheim van de Uurwerken voor lengtebepaling werd gedaan zonder over beloning te spreken, en dat dit het meest effectieve middel zou zijn geweest om een heel aanzienlijke te verkrijgen. Maar ik vrees dat het nu te laat is om erover te denken.


    3)  In de zitting van 8 maart 1665 (o.st.) [Birch, p. 21]. Zie No. 1348, noot 7.
    4)  In de zitting van 15 maart 1665 (o.st.) [Birch, p. 23].
    5)  Dit was R. Hooke. Zie de History van Birch, waar men leest [p. 24]:

Mr. Hooke remarked, that, in his opinion, no certainty could be had from these watches for the longitudes, because, 1. they never hung perpendicular, and consequently the cheeks were false. 2. All kind of motions upward and downward, (though it should be granted, that the watches hung in an exact perpendicular posture) would alter the vibrations of them, 3. Any lateral motion would produce yet a greater alteration.
    The president observed, that these difficulties had been considered, and the matter put to experiment; which was to clear all.
    In the mean time it was ordered, that the watches being brought ashore, some experiments should be made with them, by contriving up and down motions, and lateral ones, to see, what alterations they would cause in them.

[ 286 ]

Niettemin, als het u goeddunkt erover te denken en een of ander middel voor te stellen om van Zijne Majesteit een beloning los te krijgen, zou ik er blij om zijn. Oordeelt u eens of aan Zijne Majesteit kan worden voorgelegd dat men eerst het patent heeft gevraagd, omdat de zaak al hier en elders bekend was, en als men het had uitgesteld tot door Fransen het experiment ermee was gedaan, iemand anders het privilege ervan had kunnen verkrijgen, omdat er enige tijd nodig is om echte experimenten ermee te doen. Maar als Zijne Majesteit er een goede beloning voor zou willen beloven als het experiment zonder tegenspraak de realiteit van deze uitvinding zou hebben bevestigd, zou men het patent afstaan en aan Zijne Majesteit in handen geven, en dan zullen al zijn onderdanen zich ervan kunnen bedienen zonder enige belemmering. Het patent van kracht blijvend totdat dit experiment zal zijn gedaan en bewezen, met 2 of 3 reizen naar Indië, gemaakt in een jaar of zoiets, met verschillende schepen.

    Ik zou des te meer voldaan zijn als iets van deze aard kon worden gedaan, omdat het zonder twijfel wel lang zal duren voordat men uit deze Uurwerken enig aanzienlijk profijt kan halen, zowel omdat men ze niet in grote aantallen kan maken in korte tijd, als omdat in het begin weinig mensen er gebruik van zullen willen maken. Denk er goed over na en bericht me uw mening erover. Ik geloof dat meneer de Beaufort even bekwaam zal zijn deze zaak te doen gelden als een ander omdat hij handigheid heeft, goed bekend is aan de heer Colbert, en gewend is aan het Hof te komen, en andere voordelen die hij in het bijzonder heeft.

    Men heeft aan meneer Hooke het gebied gegeven waarvan meneer Wren zich niet kon kwijten door een reis die hij naar Frankrijk gaat maken; namelijk de hypothese op te stellen, en het betoog over de Komeet 6) dat men van onze Society verwacht. Hij werkt er aan.


    6)  R. Hooke hield een betoog over de komeet [van 1664] in de zitting van 8 aug. 1666 (o.st.) [Birch, p. 107]. Later publiceerde hij Lectures and Collections ... Cometa ..., 1678, en opgenomen in Lectiones Cutlerianae ..., 1679.

[ 287 ]

Maar hij heeft geen zin iets te publiceren zolang de komeet te zien is. Hij heeft hem door middel van de Telescoop gezien, woensdag 8 dagen geleden, dat wil zeggen de 8e van deze maand Oude Stijl. Hij heeft ons gezegd op welke plaats; maar ik herinner het me niet goed genoeg, om het u met zekerheid te zeggen. Ik geloof echter dat het was bij de Hoorns van de Ram en hij hoopt hem te zien nadat hij buiten de stralen van de opkomende Zon is.

    Hij heeft ons afgelopen woensdag 7) een aardig experiment laten zien aangaande de voortbrenging of generatie van Lucht. Hij nam poeder van de Schelp van een oester, en na het te hebben opgesloten in een fles die twee mondstukken had, aan één waarvan een zachte en lege blaas was bevestigd, en gelijmd, zodat van de fles de doorgang ernaartoe vrij was zonder dat er bij de verbindingen lucht uit kon gaan. Door het andere mondstuk goot hij een beetje Sterk water in de fles, en stopte dat toen zo goed dicht dat de lucht er niet uit kon gaan. Zodra het Sterk water op het poeder begon te werken deden de uitwasemingen die het omhoog stuwde de blaas beetje bij beetje opzwellen; op zo'n manier dat de blaas na korte tijd zo sterk opzwol, alsof hij ging barsten.
Dit was gedaan aan het begin van de Vergadering, en men liet het geheel rusten tot het tijdstip van uiteengaan, en toen bleef de blaas nog gezwollen zoals aan het begin. Men heeft hem opgesloten op een veilige plaats om te zien of op de eerstvolgende Vergadering deze opzwelling zal verminderen, wat naar alle waarschijnlijkheid niet het geval zal zijn. En dan zullen we zien welk oordeel men erover kan geven.

    Onder andere overwegingen die over dit experiment zijn gemaakt, heeft het aanleiding gegeven ons te laten nadenken over middelen om een voortbrenging van lucht te vinden die kan dienen om een persoon in water te laten ademhalen. Als zijnde een zeer nuttige zaak; daarbij is gesproken van een ander middel om Lucht te laten ontstaan dan met sterk water en gezegd is dat gedestilleerde azijn hetzelfde zal doen op poeder van Koraal &c. en dat de lucht die eruit voortkomt veel geschikter voor ademhaling moet zijn dan de andere.
Waarop men zich voorstelt de Lucht die is bewaard in de blaas te laten inademen door een Dier om te zien wat de werking ervan zal zijn; men zou er ook voor zorgen dat eraan geroken wordt om te weten of hij geschikt is voor ademhaling of niet; en men zal hetzelfde doen met die van azijn en andere die men ook heeft voorgesteld.

    Dit heeft ons ook weer doen denken aan een Machine die we vorig jaar 8) lieten maken om te dienen voor ademhaling in water, om het experiment af te maken waarmee men slechts begonnen was toen de vorst het verhinderde.

    U ziet hoe makkelijk het voor me is u lange brieven te schrijven, om ze


    7)  In de zitting van 15 maart (o.st.) [Birch, p. 22].         8)  Zie No. 1240, n. 5.

[ 288 ]

korter te krijgen moet u zich beklagen over verveling die ze u geven; en dan zullen ze zich altijd beperken binnen de grenzen die u zult voorschrijven aan

Monsieur
Vostre treshumble, tresobeissant et tresaffectionne serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
XII A la Haye.


[ 319 ]

No 1385.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

10 april 1665.

De brief is in Londen, Royal Society. Het concept is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1363. Moray's antwoord: No. 1401.

Ala Haye ce 10 Avril 1665.    

        Monsieur

    Ik was er zozeer van overtuigd u te hebben geschreven dat men mij het Privilege in Frankrijk had toegekend en gestuurd, niet in mijn laatste brief 1) maar al in een van de voorgaande 2), dat ik er helemaal niet meer aan gedacht heb u dit nieuws te laten weten. Wat meneer de abt van Beaufort u heeft gemeld is heel waar, te weten dat meneer Colbert het bericht had laten bezorgen bij mijn Vader, zo welwillend als het maar gekund had; want hij had het inderdaad geheel getekend en gezegeld met het grote zegel op dezelfde dag waarop hij hem erom had laten verzoeken, en alles gratis, zonder zelfs te willen dat de bediende die het aan mijn Vader bracht iets voor zijn moeite ontving.
Zoals men me heeft aangeraden, heb ik er bedankbrieven voor geschreven aan de Koning 3) en aan de heer Colbert 4) en ik geloof des te meer dat het nu te laat zou zijn om een beloning te gaan vragen. Als deze in Frankrijk was vastgesteld zoals hier, zou ik er geen bezwaar tegen hebben, maar nu dit niet zo is geloof ik dat er geen basis is deze te vragen, tenzij men de uitvinding aanbiedt aan een Prins alleen en zonder haar elders bekend te maken. Daarom heb ik er ook nooit op aangedrongen dat men er een in Engeland zou vragen, het ligt trouwens weinig in mijn karakter om dergelijke verzoeken te wagen, en bovendien moet ik het in Frankrijk meer dan elders vermijden, aangezien ik er al verplichtingen heb aan de vrijgevigheid van de Koning.
Ik laat nieuwe uurwerken maken om naar dat land te sturen, twee om in een kamer te dienen waarvan er een zal zijn voor milord Holles, en het derde van het maaksel dat dient op zee, voor de heer de Montmor. Weliswaar zal er zoals u zegt in het begin niet veel profijt van deze uurwerken komen, maar ik geloof dat de voornaamste oorzaak ervan te wijten moet zijn aan de oorlog op zee 5), ik twijfel er niet aan dat men ze zonder die oorlog binnen korte tijd van waarde kan laten zijn, maar het valt te hopen dat deze belemmering niet van lange duur zal zijn.

    De 2 waarnemingen die me u onlangs meldde, de ene van hetzelfde tijdstip van de uurwerken, op zee waargenomen onder eenzelfde meridiaan bij het gaan en terugkomen,


    1)  No. 1362.         2)  No. 1345.         3)  No. 1360.         4)  No. 1359.
    5)  Het gaat over de oorlog tussen Engeland en de Verenigde Provinciën, van 1665 tot 1667.

[ 320 ]

de andere van de stroom ermee opgemerkt, zijn allebei heel mooi, en het zal goed zijn het toe te voegen aan het verhaal van de heer Holmes in uw Instructie, die ik al herzien en gecorrigeerd 6) zou willen zien, zoals u zegt.

    Sinds mijn laatste brief heb ik veel gelezen in het boek 7) van meneer Hooke, waarin ik onder andere mooi vind zijn gedachte over de oorzaak van kleuren, hoewel hij veel waagt als hij deze algemeen wil uitstrekken tot alle soorten voortbrenging van kleuren. Ik herinner me in het boek van meneer Boyle over kleuren bijna gelijke gedachten te hebben gelezen over hun oorsprong, en ook die mooie opmerking dat doorschijnende lichamen die tot zeer grote dunheid worden gebracht, gekleurd raken, daarom verbaast het me dat meneer Hooke hem daarover niet citeert.

    De waarnemingen van Buiging van de lucht en andere doorschijnende stoffen van ongelijke dichtheid zijn ook heel opmerkelijk en ik twijfel er niet aan dat het zo gaat als hij schrijft. Wat betreft alle gevolgen, of Quaeries, die hij eruit wil afleiden blijf ik het niet met hem eens, maar ik heb op het ogenblik geen tijd om in details te treden. Het zou te wensen zijn dat het boek in het Latijn werd vertaald en ik hoop dat men het niet zal verzuimen.*)

    Men heeft mij gezegd dat men een nieuwe komeet ziet verschijnen die ik echter nog niet heb gezien. Aangezien meneer Hooke heeft ondernomen erover te schrijven in plaats van meneer Wren, ligt daar wel nieuw werk voor hem. Zijn experiment over voortbrenging van lucht is me zeer bevallen en ik verwacht wat de uitkomst ervan is geweest, te weten of de blaas niet is geslonken, zoals ook wat er is gebeurd met azijn op koraalpoeder.

    Ik ben u er zeer voor verplicht Monsieur, dat u mij deelgenoot maakt van zulke mooie dingen, terwijl ik daarentegen niets heb om u ter genoegdoening te sturen, maar uw goedheid komt aan alles tegemoet en u hebt er veel van voor

Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.    


    6)  Zie Phil. Trans. Numb. 47, May 10, 1669.         7Micrographia.
[ *)  Huygens aan J. Hudde (die bezig was met de bolletjesmicroscoop), 4 april: "Micrographia ... maer in Engels". Hudde aan Huygens, 5 april: "'T is mij zo leet, dat ik nu geen Engelsch kan". Een Latijnse vertaling kwam er niet.]



[ 321 ]

No 1386.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

10 april 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1362.

A Whitehall ce 31. Mars 1665.    

        Monsieur

    Uw laatste brief van de 27e geeft mij aanleiding u nog wat te onderhouden over de Uurwerken. De heer Holmes heeft me verscheidene malen de belofte bevestigd die hij mij deed bij zijn aankomst 1) maar hij heeft die nog niet vervuld; hij verontschuldigt zich over zaken die hij onder handen heeft. Maar hij heeft me doen hopen dat ik het over een week of twee zonder mankeren zal krijgen. Ondertussen tracht ik ook de journalen te krijgen van alle andere Meesters van Schepen die in zijn Gezelschap waren; en het is mijn plan u van alles een afschrift te sturen. Men zal in de instructie voor de stuurlieden invoegen 2) wat u zegt betreffende het vastmaken van de Uurwerken aan een balk; u zult daar ook een exemplaar van krijgen zodra ze gedrukt is.

    Ik betwijfel niet dat de heer Davidson de vereiste zorg voor het Uurwerk heeft, volgens de aanbeveling die ik hem erover heb gedaan.
Het is werkelijk niet zonder reden, dat u zoveel genoegen beleeft aan dat boek 3) van meneer Hooke; hij heeft u echter ook veel verplichting voor de karakterisering die u me ervan geeft, aangezien, hoe gerechtvaardigd de lof ook is die u hem geeft, u er ook genegenheid betuigt voor de persoon die zoveel moeite genomen heeft om aan het licht te brengen wat hij met zoveel nauwgezetheid en ijver heeft ontdekt. U doet hem ook geen onrecht aan in wat u zegt over de gedurfdheid waarvan hij zich bedient bij het voorstellen van zijn Hypthesen. Maar aangezien hij zich op een vrij goede manier verontschuldigt in zijn voorwoord moeten we het goed opnemen. En ik geloof dat hij zo gevoelig is voor de fout die hij heeft begaan door zo stellig te spreken, dat hij zich voortaan niet meer van die stijl zal bedienen.

    Ik had meneer Oldenburg verzocht u de Philosophical Transactions 4) te sturen terwijl ik buiten de stad was. Maar aangezien u zich niet erover beklaagt dat de porto meer kost dan ze waard zijn, wil ik ze u regelmatig sturen. Ik heb aan meneer Oldenburg laten zien wat u over hem zegt; en hij heeft mij veel ontroering laten blijken over de achting die u voor hem hebt. Ik ben met u van mening dat Onze Society van tijd tot tijd genoeg stof zal kunnen leveren voor het geringe aantal bladen dat het beslaat; hij wil ook


    1)  Zie No. 1329 [en 1315].
    2)  Niet in Phil. Trans. Numb. 47 van 1669: misschien is er een eerdere uitgave geweest.
    3Micrographia.         4Numb. 1, March 6, 1665.

[ 322 ]

een behoorlijk deel ervan gebruiken wanneer hij eenmaal goed op gang is. Maar het is passend als er ook andere dingen in worden gezet die geen voortbrengsel van Onze Society zijn, om verschillende redenen die voor u niet aangevoerd behoeven te worden als zijnde gemakkelijk te bedenken.
Er waren hier heel weinig personen die de voorspellingen 5) van de heer Auzout hadden gezien, voordat deze Transactions waren gedrukt. En daar de heer Auzout had gewenst dat men ze overal te weten kwam, heeft hij gemeend verplicht te zijn ze erin te zetten op de manier zoals hij het heeft gedaan 6), zowel om hem een genoegen te doen als om alle weetgierigen van dit land te informeren.

    Ik vind het helemaal niet vreemd dat de zeelieden bij u er moeilijk over doen, de uitvinding van de Uurwerken voor de lengtebepaling in praktijk te brengen. Het is een bezetenheid van de menselijke soort, zich niet makkelijk te laten overhalen hun oude praktijken te verlaten om andere manieren van doen te gebruiken, hoe verstandig ze ook zijn. Maar wat die Uurwerken voor de lengtebepaling betreft, ik twijfel er niet aan dat men mettertijd overal zich ervan zal bedienen, nadat het gebruik ervan zal zijn goedgekeurd met enkele experimenten.
Het is waar dat ik vergeten was u te zeggen dat het niet de Kroes zelf was die het Zwavel in vlam zette, en het was makkelijk te bedenken dat u het goed zou beoordelen zoals u hebt gedaan. Het was inderdaad het niter dat het zwavel heeft aangestoken, en zelfs toen het er op het oog helemaal niet rood uitzag. Wat u zegt over Buskruit, ik geloof niet dat het moeilijk is een voldoend waarschijnlijke reden te leveren waarom het niet even goed ontvlamt met een bol glas in het vat, als zwavel doet met Niter zelfs wanneer het niet rood is. Meer ik heb enige moeite toe te geven dat het poeder niet kan worden aangestoken, door een of ander middel, hoewel die welke u erbij hebt gebruikt er niet in zijn geslaagd, en als ik me niet vergis heb ik meneer Boyle horen zeggen dat hij het heeft gedaan. Hoe het ook zij, ik zal trachten meneer Hooke erbij in te laten schakelen door de Society, en dan zal ik u de uitkomst ervan zeggen.

    Wij zien hier sedert 3 of 4 dagen een andere Komeet, ik zeg een andere omdat, hoewel hij sterk lijkt op de eerste, en niet ver is van de plaats waar hij het laatst is gezien, het niettemin een nieuwe is, omdat meneer Hooke die de eerste nog 8 dagen geleden heeft gezien, ook deze heeft gezien, en de zaak buiten twijfel stelt. We zullen trachten hem eraan te binden hem zo zorgvuldig mogelijk waar te nemen. Maar ik geloof dat de verschijning van deze laatste hem zal verplichten uit te stellen wat hij voorbereidde 7) om aan het licht te brengen aangaande de eerste, totdat hij er ook de beweging van ziet, misschien tot het eind. Ik heb deze laatste vanmorgen om 4 uur gezien. Hij was toen ongeveer 15° 30' hoog en het Azimuth ervan was zo'n 34° van het Oosten naar het Noorden.*)
Maar ik moet hier afbreken na u te hebben gezegd


    5)  Het werk van No. 1362, noot 4 ['Ephemeride du comète'].
    6Phil. Trans. Numb. 1, 'The motion of the late comet praedicted'.
    7)  Zie No. 1363 [n. 6].         [ *)  Vgl. Systema astronomicum cometae ... 1664 ... 1665, Salzburg.]

[ 323 ]

dat, als u mijn hulp gebruikt om hier boeken of iets anders te kopen, ik u er de prijs van zal zeggen. Maar voor het weinige dat ik u op eigen houtje stuur, is het niet de moeite waard erover te spreken; en wanneer het veel aanzienlijker zou zijn zult door ze te aanvaarden verplichten

Monsieur
Vostre treshumble & tresobeissant serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
12 A la Haye.


[ 344 ]

No 1400.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

30 april 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1385. Huygens' antwoord: 17 juli 1665 1).

A Whitehall ce 20. Avril 1665.    

        Monsieur

    Dit woordje is slechts om u 2 of 3 dingetjes te zeggen. Ik heb aan deze brenger meneer Boreel de verhandeling gegeven die meneer Boyle heeft gemaakt over koude 2), om aan u aan te bieden. Ik had ook zin hem de zorg te geven u een thermometer te brengen die klaar is, alleen vrees ik dat hij niet voldoende op tijd zal zijn ingepakt in de doos om aan hem te geven voordat zijn balen zijn ingepakt. Ik zal echter trachten het te doen.
De heer Davidson bericht mij dat het moeilijk zal zijn het Uurwerk 3) aan mij te sturen langs de weg die hij zich had voorgesteld, uit vrees dat het beschadigd zal raken. Daarom zal ik aan de heer Boreel vragen mij de gunst te verlenen zich ermee te willen belasten op zijn terugtocht en de heer Davidson zal ervoor betalen wat u hem zult voorschrijven. Maar als hij toevallig morgen vertrekt zonder dat ik hem nog zie, spreek er dan met hem over namens mij, en belast ter genoegdoening met uw bevelen

Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      

    De heer Holmes heeft mij nog niet zijn woord gestand gedaan en dit vertraagt het drukken van de Instructies voor de stuurlieden &c.

        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
A la Haye.


    1)  Deze brief is niet gevonden.
    2)  R. Boyle, New experiments and observations upon cold, 1665.
[ Aankondiging (met 21 hoofdstuktitels) in Phil. Trans. Numb. 1 (March 6, 1665), p. 8-9, 'An Experimental History of Cold': "This Treatise will be dispatched within a very short time, and would have been so, ere this, if the extremity of the late Frost had not stopt the Press."]

    3)  Het nieuwe uurwerk dat Chr. Huygens beloofd had aan R. Moray in brief No. 1301. Zie over de vertraging bij verzending No. 1318, 1325, 1326, 1345, 1362 en 1386.



[ 345 ]

No 1401.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

1 mei 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1385. Huygens' antwoord: No. 1411.

A Whitehall ce 21. Avril 1665.    

        Monsieur

    Gisteren schreef ik 1) u twee woorden die u zullen worden gegeven door de heer Boreel. Ik was er toen niet zeker van dat ik op tijd de Thermometer zou krijgen om aan hem te geven. Ik kreeg hem vanmorgen, en ik heb hem voor 9 uur naar zijn verblijf gestuurd; en ik twijfel er niet aan dat hij hem u in goede staat zal brengen, zo goed is hij ingepakt.
thermometer De operator 2) van onze Society die hem heeft gemaakt, zegt dat hij heel goed is; dat wil zeggen heel gevoelig, en goed ingesteld naar graden van koude en warmte. Als de vloeistof bij nul staat is het de koudegraad die in water is te voelen als het oppervlak ervan bevroren is tot ijs, en bij het dalen nemen de graden van koude toe totdat de vloeistof geheel buiten de Buis is teruggetrokken; en dan hebt u de koudegraad die er is als de Thermometer in een vat vol water is gedaan, en als al het water is bevroren, en de Thermometer er geheel met ijs is omgeven. (Want het is met de proef hiervan dat de Thermometer is gemaakt die dient als Standaard of maat voor de andere.)
Als de Thermometer in een kamer zonder vuur is, en als er ijs is op water dat open aan de lucht staat, zal de vloeistof in de Thermometer stijgen tot het cijfer 2 boven de nul ofwel heel dicht daarbij, en wanneer er slechts IJzel is op de velden zal deze nog ongeveer ¾ van een graad hoger staan. Dit is genoeg om u de toestand van de lucht te laten weten met uw Thermometer.
Als u nu naast uw Thermometer een Buis vol Kwik wilt plaatsen, en van tijd tot tijd waarnemingen doen van de veranderingen die bij de ene en de andere voorkomen, en tegelijkertijd opmerken of het regent, waait &c. volgens de methode die men hier op verscheidene plaatsen doet, zal ik u een Afschrift sturen van de regels waaraan men zich houdt*), om alles te vergelijken na een jaar ongeveer. De gevolgen hiervan kunt u te goed weten om het nodig te hebben erover te worden ingelicht.

    Daarom haast ik me te zeggen dat ik ben

Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      


    1)  No. 1400.         2)  R. Hooke. [Zie No. 1287, met de figuur van de thermometer.]
    [ *)  Zie 'A scheme ... Observations of the weather' in Th. Sprat, The history of the Royal Society (1667), p. 179.]

[ 346 ]

    Vergeet niet het Uurwerk in handen van de heer Boreel te geven.

    Het patent is nu onder het Grote Zegel, en heeft mij 38 pond en 5 shilling sterling gekost.

        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
A la Haye.


[ 360 ]

No 1411.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

29 mei 1665.

De brief is in Londen, Royal Society.
Antwoord op No.
1401. Moray's antwoord: No. 1421.

Overzicht: Kwik. Instructie voor de uurwerken. Prodromus van Hevelius 1).

A la Haye ce 29 Maj 1665.    

Monsieur

    Ik heb een antwoord op uw laatste brief van 21 april uitgesteld, van dag tot dag de aankomst van de heer Boreel verwachtend, en omdat ik u bericht denk te geven telkens en telkens weer van de ontvangst van de thermometer, maar tot dusver verschijnt hij niet, zodat ik niet weet of hij misschien van plan is veranderd of een grote rondreis heeft genomen om in dit land te komen. Ik ben er wel bedroefd om en ik bedank u ondertussen voor dit mooie geschenk en de instructie die u me geeft om het te gebruiken.

    Ik zal eveneens de andere regels ontvangen, waaraan men zich houdt naar u zegt bij het vergelijken van de genoemde thermometer met de buis vol kwik. Als men er enige voortekens uit zou kunnen halen voor de veranderingen van de lucht, en winden, het zou een zaak van belang zijn.

    Ik geloof dat de Instructie voor de Lengtebepaling, vermeerderd en rechtgezet, zoals


    1)  Dit overzicht is geschreven op brief No. 1401.

[ 361 ]

u me hebt beloofd, al gedrukt moet zijn, en ik verzoek u dat ik deze zo spoedig mogelijk kan krijgen, om naar Parijs te sturen om in het Frans te worden vertaald. Men was klaar om de mijne daarvoor te gebruiken, als ik niet had bericht 2) dat men beter kon wachten op die welke bij u werd gemaakt en vooral om het verhaal van de heer Holmes dat er gecorrigeerd en uitgebreider in zal staan. Ik ben bezig 3) te onderhandelen met een klokkenmaker 4) te Parijs voor de overdracht van het privilege voor 5 of 6 jaar, en ik zal u vervolgens laten weten wat besloten is.

    De heer Hevelius heeft me laten zeggen dat hij een verhandeling 5) heeft laten drukken over de eerste komeet, van 60 bladen in folio; en dat hij slechts een gelegenheid afwacht om die aan mij te sturen. Ondertussen heb ik enige figuren ervan gezien, die me nogal vreemd lijken, want ten eerste schildert hij de kop van de Komeet af alsof hij die heel groot had gezien en met bepaalde vlekken erop, wat mij geenszins is gebleken, maar met mijn betere kijkers heeft deze me altijd heel klein geleken zoals de vaste sterren, afgezien van de staart, en in Rome heeft men hem evenzo waargenomen, zodat ik geloof dat de kijkers van Hevelius de objecten niet goed onderscheiden, of dat het gebrek aan zijn ogen ligt. Verder, wat betreft de baan van de komeet maakt hij er een doorlopende lijn van die in zichzelf terugdraait, op grond waarvan ik een bizarre hypothese voorzie, omdat hij deze kromme lijn op de hemel zelfs door Dierenriemtekens heen aanduidt, waarvan hij een figuur heeft gegeven. Maar we moeten wachten op zijn uitleg.

    Als meneer Hooke onderneemt de beschrijving en de hypothese te maken van de laatste komeet 6), zoals van de eerste, denk ik dat deze hem heel wat moeite zal geven, want althans naar wat ik heb kunnen opmaken uit de waarnemingen is hij niet in een rechte lijn gegaan, zoals de andere.

    Ik geloof dat u de gedrukte Brief al zult hebben gezien van de heer Auzout 7) aan abbé Charles, waarin hij de Royal Society ervan beschuldigt de publicatie van het toestel voor de glazen niet te hebben verhinderd zolang men er geen proef mee had gedaan.

    Ik weet niet hoe zij dit zal opnemen, maar ik geloof dat meneer Hooke 8) er heel wat moeite mee zal hebben, omdat ik het nauwelijks waarschijnlijk acht dat hij het tot stand kan brengen.
Ik ben zonder voorbehoud

Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.    


    2)  Zie No. 1406.         3)  Zie No. 1409.         4Thuret, zie No. 1408.
    5)  Zie No. 1407, n. 4a [Prodromus Cometicus].         6)  Zie No. 1363, n. 6.
    7)  Zie No. 1346, n. 3 [Lettre a monsieur l'Abbé Charles ... avec des remarques, 1665; p. 22: Royal Society].
    8)  R. Hooke antwoordde in Phil. Trans. Numb. 4, June 5, 1665 [p. 64; zie ook p. 57].

[ 362 ]

    Ik zal het uurwerk aan de heer Boreel in handen geven, zoals u mij opdraagt, mits hij komt.

    Ze laten het grote zegel wel duur betalen bij u, naar wat ik zie, maar u neemt het ook voor zoveel dingen tegelijk dat voor zoveel Privileges de prijs maar matig is.

      A Monsieur
Monsieur Moray Chevalier et du Conseil Privè
    du Roy pour les affaires d'Escosse
A            
dans White Hall                 Londres.


[ 377 ]

No 1421.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

26 juni 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1411. Huygens' antwoord: 17 juli 1665 1).

A Whitehall ce 16. juin 1665.    

        Monsieur

    Uw laatste brief van 29 mei werd mij pas 4 of 5 dagen geleden gegeven 2). De heer Boreel zal naar het schijnt toen nog niet in Holland zijn aangekomen. Ik heb hem niet gezien sinds de datum 3) van die brief die hij u toen ongetwijfeld zal hebben gegeven van mijn kant, hoewel ik heb vernomen dat hij pas enkele weken later vertrok.
De publicatie van de Instructies voor de Uurwerken zal op dit moment niet langer uitgesteld kunnen worden, nu de heer Holmes is aangekomen. Ik zal nog een keer trachten hem


    1)  Deze brief is er niet.         2)  Gelezen in de zitting van 14 juni 1665 (o.st.) [Birch, p. 56].
    3)  Op 30 april gaf Moray brief No. 1400 aan Boreel.

[ 378 ]

te gebieden over zijn belofte 4), en zodra hij ons het verhaal geeft dat hij ons heeft beloofd zal de zaak gedaan zijn. Zijne Koninklijke Hoogheid 5) heeft een van de Uurwerken al deze tijd hier op zee gehad, en meneer de prins 6) twee, beiden prijzen zich er gelukkig mee, uitstekend.
Daar ik uw brief aan meneer Oldenburg heb uitgeleend kan ik niet op alles wat erin staat precies antwoorden; de details zijn voor een andere keer.
Wat ik u in algemene termen over het geheel zal zeggen is, dat meneer Hooke zo druk bezet is dat hij tijd tekort komt om af te maken wat hij begonnen is 7) aangaande de Kometen, behalve dat hij denkt ze allebei nog te kunnen zien als ze ver genoeg van de zon zullen zijn. Ik zou ook blij zijn als hij ziet wat de heer Hevelius 8) ervan zegt voordat hij zijn gedachten erover publiceert.

    Ik durf u niet elke maand de Philosophical Transactions te sturen zonder uw opdracht, wegens de porto, met de post, en geen andere gelegenheid biedt zich aan. In de laatste 9) zijn er 3 bladen en een kwart. Als ik u deze zou kunnen sturen zou u zien wat erin wordt gezegd 10) over wat de heer Auzout heeft gezegd in een van zijn laatste geschriften, sprekend over de heer Hooke. Het staat in een brief die meneer Hooke aan meneer Oldenburg heeft gericht, die hij in de laatste Transactions heeft gezet. Het hangt slechts van u af of ik het u stuur. Het zal u niet spijten het te zien al was het maar om deze brief van meneer Hooke; hoewel het meeste van de rest bijna niets anders is dan Uittreksels van stukken van Auzout 11) en Campani 12) die u zonder twijfel zult hebben gezien.

    Overigens heb ik me te beklagen over u over het feit dat u mij van iets een profeet hebt gemaakt, wat me dwars zit. Het is 13) u zo traag bent geweest met het publiceren van Uw Dioptrica


    4)  Zie no. 1386.         5)  Duke of York.         6)  Prins Rupert von Bayern.
    7)  Zie No. 1363, n. 6.         8Prodromus Cometicus, zie No. 1407, n. 4a.         9Numb. 4.
    10)  Zie p. 55: 'Monsieur Auzout's jugdment touching the apertures of object-glasses ...'; p. 57: 'Considerations of monsieur Auzout upon mr. Hook's new instrument for grinding of optick-glasses'; p. 64: 'Mr. Hook's answer to monsieur Auzout's considerations ...'
    11)  P. 69: 'Of a means to illuminate an object in what proportion one pleaseth; and of the distances requisite to burn bodies by the sun'.
    12)  P. 70: 'A further account, touching signor Campani's book and performances about optick-glasses'; p. 75: 'Signor Campani's answer: and monsieur Auzout's animadversions thereon'.
    13)  Voeg in: dat.

[ 379 ]

dat volgens wat de heer Auzout ervan zegt de zijne 14) eerder het licht zal zien dan de uwe; voorkom dit nog als het mogelijk is, bid ik u. Het zou mij zeer verheugen als u ook alle andere stukjes had gepubliceerd die u ons hebt doen verwachten. U weet dat iedereen ze hartstochtelijk wenst te zien; denk er alstublieft in alle ernst over na.

    Meneer Hooke werkt aan zijn glazen die hij maakt op de Draaibank, zonder Model, en heeft er nog altijd goede verwachtingen van. De heer Du Son 15) doet hetzelfde en laat ons geloven dat we binnenkort verbazemde dingen zullen zien. Maar tot dusver heb ik niet de vrees verloren, die ik steeds heb gehad, dat hij zich vergist.
Dit is wat op het ogenblik u kan zeggen

Monsieur
Vostre treshumble & tresobeissant serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem.
XII A la Haye.


    14)  Adr. Auzout heeft alleen stukken gepubliceerd over de micrometer voor het meten van de afstand van sterren; later in de Briefwisseling zal er nog sprake van zijn.
    15)  D'Esson.



[ 426 ]

No 1436.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

1 augustus 1665.

De brief is in Leiden, coll. Huygens. Het concept is in Londen, Royal Society.
Antwoord op brief van
17 juli 1665 1). Huygens' antwoord: No. 1466.

A Hampton Cour ce 22 Juillet 1665.    

        Monsieur

    Op uw brief van 17 2) heb ik niet eerder kunnen antwoorden. Ik zal heel blij zijn het uurwerk te ontvangen op welke manier het ook kan zijn. Ik verzoek u


    1)  Deze brief is er niet.         2)  Voeg in: juli.

[ 427 ]

het te adresseren aan mylord Brouncker, die woont: In the piazza, at the end of James Street in Covent Garden. London. Hij gaat de stad niet uit; maar ik moet het Hof volgen, waar uw brieven mij altijd zullen worden gegeven als u ze steeds op de gewone manier aan de post geeft. Maar als u ze wilt adresseren aan mylord Brouncker, of aan meneer Oldenburg, zal dat hetzelfde zijn.
Gezien het seizoen dat u hebt gekozen om dat boek van meneer Boyle te lezen, lijkt het me dat u het juiste middel hebt gevonden om het met genot te lezen, het is zeker een heel aardige Verhandeling. Als het waar is wat een oude Zeekapitein onder mijn vrienden me heeft gezegd over een experiment dat hij heeft gedaan met een fles gray perfect goed afgesloten, die hij aan een touw tot 60 vadem in zee liet dalen, dat wil zeggen dat de fles daar gebroken is, zal dit misschien een argument zijn dat het voorbeeld bevestigt waarvan u melding maakt aangaande de kracht van koude om Lucht samen te persen; want anders zou het moeilijk te geloven zijn dat de druk van het water die heeft doen barsten.

    Wij hebben niet die verhandeling gezien van de heer Hevelius over Kometen 3) maar wel de brief van de heer Auzout 4). Men dringt er bij meneer Hooke op aan af te maken wat hij begonnen is aangaande de laatste, en het is te geloven dat hij zich ervoor zal inzetten zo ijverig als hij kan. Meneer Oldenburg zal u sturen (althans ik verzoek het hem) de plaats 5) in de Philosophical Transactions die het antwoord 6) bevat dat meneer Hooke geeft aan de heer Auzout, zoals ook wat hij doet met glazen. In het antwoord aan Auzout brengt hij een andere nieuwe propositie 7) naar voren die u nogal verrassend zult vinden, en hij wil deze binnenkort uitleggen.
Tot dusver heb ik u nooit gesproken over iets anders dat hij naar voren heeft gebracht in zijn lezingen over Mechanica (waarvan hij er een houdt elke woensdag buiten de termijn). Het is een geheel nieuwe uitvinding of liever een twintigtal, om de tijd even nauwkeurig te meten als uw slingeruurwerken het doen, zowel op zee als aan Land, die in het geheel niet kan worden gehinderd naar hij zegt door veranderingen van stand of zelfs van de lucht. In het kort is het door aan de Onrust, in plaats van een slinger, een Veer aan te brengen, wat op honderd verschillende manieren gedaan kan worden, en zelfs heeft hij ons onderhouden met een betoog waarin hij heeft ondernomen te bewijzen dat het mogelijk is de uitwijkingen zo af te stellen, dat kleine en grote Isochroon zullen zijn. Het zou te lang zijn om ze u in detail te beschrijven en hij wil het geheel over enige tijd publiceren, en ondertussen zult u ongetwijfeld een groot deel begrijpen van wat er te overwegen is.


    3Prodromus.         4)  'Lettre de monsieur Auzout du 7. iuin à monsieur Petit', zie No. 1420, n. 2.
    5)  Numb. 4 [p. 64].         6)  Zie No. 1421, n. 10, en 'Reponse de monsieur Hook' (No. 1415, n. 12).
    7)  Misschien het voorstel de dikte van een lens te meten tot op 1/100 Engelse lijn [p. 66].
[ Of (p. 65): lenzen met brandpuntsafstand tussen 1000 en 10000 voet].
[Add. p. 625:]  Zie No. 1481, n. 13. Het gaat om de volgende passage in het antwoord van R. Hooke op A. Auzout (Phil. Trans. Numb. 4, p. 67):

For, I must tell him, that I can make a Plano convex Glass, though its convexity be of a smaller sphere than is usual for such a length, to be an Object Glass of about 150 foot in Length, nay of 300 foot, and either longer or shorter, without at all altering the convexity.

[ 428 ]

    Ik ben uiterst blij dat u nu serieus werkt aan uw Dioptrica.
Dit is alles waarmee op dit moment u lastig valt

Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      

    Als u mij het uurwerk stuurt, of aan mylord Brouncker, zal ik er zorg voor dragen u het bedrag te doen toekomen dat u me voorschrijft.

        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem.
A la Haye.


[ 485 ]

No 1466.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

18 september 1665. Aanhangsel bij No. 1465 [aan Oldenburg].

De brief is in Londen, Royal Society. Het concept is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1436. Moray's antwoord: No. 1481.

A la Haye ce 18 septembre 1665.    

        Monsieur

    Daar ik gedurende enige tijd was afgeleid door een zaak 1) die heel belangrijk voor me is, en waarvan u binnenkort meer zult vernemen, ben ik nalatig geweest in het antwoorden op uw vorige brief 2) zoals mijn plicht was en ik vraag u vergiffenis. Ik herinnerde me mijn fout toen ik gisteren de brief 3) van meneer Oldenburg ontving met uw briefje 4) met enkele namen van de Werken van Viète, waarover hij zegt dat u wenst dat ik informeer bij de heer Golius en de Elseviers 5) om te weten te komen welke nog niet zijn gedrukt.
Ik zal niet verzuimen het zo spoedig mogelijk te doen, ofschoon ik nog niet weet met welk voornemen u dit onderzoek doet, dat wil zeggen of u wilt dat de Elseviers 6) ze drukken, of dat men voorstelt het bij u te doen. Intussen kan ik u verzekeren dat het Harmonicon Celeste 7) niet gedrukt is, zoals blijkt uit het voorwoord van de Elseviers bij de werken van Viète 8), waar ze zeggen het te hebben ontvangen van de heer Hume 9) maar dat ze het drukken ervan hebben uitgesteld in verwachting van andere stukken van dezelfde schrijver. Ik weet ook niet of het Supplementum Notarum priorum 10) en de 2 verhandelingen 11) van Anderson al het licht gezien hebben, waarvan ik niet betwijfel dat ze het waard zijn, hoewel op het gebied van de Algebra de geschriften van Viète niet zeer te wensen zijn nadat de heer Descartes deze wetenschap helderder en volkomener heeft gemaakt, waarvan ik echter niet ontken dat Viète de eerste hernieuwer is geweest.


    1)  De uitnodiging van Lodewijk XIV.         2)  Van 22 juli 1665 (o.st.).         3)  No. 1457.
    4)  Dit briefje is niet gevonden.         5)  Zie No. 1457, n. 5.
    6)  In Amsterdam, waar Daniel Elsevier het hoofd van de uitgeverij was (met Lodewijk tot mei 1665).
    7)  Nooit gedrukt.  [N.M Swerdlow, 'The planetary theory of François Viète' in J. Hist. Astr. 6 (1975) 185.]
    8)  Zie No. 5, n. 31: Opera mathematica, Leiden 1646.
    9)  Ridder Alexander Hume behoorde tot het hof van de Princess Royal.   [Zie D. Stevenson, Letters of Sir Robert moray to the Earl of Kincardine (2007) 211.   James Hume publiceerde in 1636: Algebre de Viete.]
    10)  In Opera: 'Ad Logisticen spetiosam, notae priores', bij: In artem analyticam isagoge, seu Algebra nova, Leiden 1635.   [Turonis 1591.]
    11)  Zie No. 1457, noot 5.

[ 486 ]

    Wat betreft de gedachte van meneer Hooke, waarvan u mij deelgenoot hebt willen maken, in uurwerken een veer aan te brengen in plaats van een slinger, ik zal u zeggen dat toen ik in 1660 in Parijs was meneer de hertog van Roannez 12) met mij over hetzelfde sprak en me zelfs meenam naar de klokkenmaker 13) aan wie hij en de heer Pascal deze uitvinding hadden meegedeeld, maar onder ede en belofte voor de Notaris deze niet te openbaren of zich toe te eigenen; maar ik vond hun manier van aanbrengen helemaal niet goed en ik heb sindsdien veel betere leren kennen, maar behalve dat de praktijk ervan niet zo gemakkelijk is als van slingeruurwerken, kan ik er niet zoveel nauwkeurigheid van verwachten als die welke ik in de laatste vind; daar de beweging van het schip kleine onregelmatigheden moet veroorzaken in de beweging van de veer, wat slecht te verhelpen zou zijn; en men weet nog niet of de verandering van warmte en koude de trillingen niet iets zouden veranderen.
Zodat ik geloof dat meneer Hooke nog met teveel vertrouwen spreekt over deze uitvinding van Lengtebepaling in zijn voorwoord 14), zoals over verscheidene andere dingen.

    Ik kan me tot nu toe niet voorstellen met welk middel hij lange kijkers wil maken met de objectieven van die welke veel korter zijn; en als hij tegelijk de werking ervan even goed kan beargumenteren als de lengte, heeft hij reden om dit geheim hoog te waarderen. Maar daar dit niet kan worden gedaan zonder de opening van het objectiefglas te vergroten, denk ik niet dat het tot iets kan dienen. Dat heeft ook de heer Auzout al opgemerkt in een van zijn brieven 15) aan meneer Oldenburg, waarvan hij mij onlangs gedrukte exemplaren heeft gestuurd.

    Ik weet niet of ik u heb bericht 16) dat de heer Boreel mij de Thermometer 17) niet heeft gebracht, maar hem op de plek gelaten heeft waar hij logeerde, omdat het volume te groot was. Wanneer u terug zult zijn in Londen verzoek ik u hem terug te nemen en hem mij bij gelegenheid te sturen. Het spijt me zeer er tot dusver nog geen te vinden om u uw uurwerk te doen toekomen, die van de heer Downing 18) had ik gemist omdat ik niet op de hoogte was gesteld van zijn vertrek, waarvan men overigens betwijfelt of het naar Engeland is geweest.

    Uit Rome stuurde men me voorspellingen van de heer Cassini 19) voor de maand augustus en september die aanduiden op welke dagen en uren van de nacht men


    12)  Over Artus Gouffier, duc de Roannes, zie No. 837, n. 1.
    13)  Waarschijnlijk Thuret [T. XVII, p. 160: Martinot, zie 'Journal' bij 11 nov. 1660, en T. XVIII, p. 503].
    14)  Van Micrographia.         15)  Zie No. 1415 ['Lettre a M. Oldenbourg', 11 Aoust 1665, p. 24].
    16)  Misschien in de ontbrekende brief van 17 juli; zie No. 1436, n. 1.         17)  Zie No. 1401.
    18)  Zie No. 1329 [n. 10].
    19)  Via Ricci en de Sluse. Zie No. 1452 ['Lettera ... sopra l'ombre de' pianetini Medicei in Giove', 1665].

[ 487 ]

de schaduwen zal zien van de Satellieten op de schijf van Jupiter, maar daar ik ze pas op de laatste dag van augustus heb ontvangen en een bedekte hemel of andere beletselen me nog niet hebben toegestaan zulke waarnemingen te doen, die me zeker het uiterste vermogen van mijn kijkers laten kennen, weet ik niet wat ik ervan moet verwachten, en toch wil ik niet wanhopen er iets van te kunnen zien. De schaduw van de derde, die de grootste is, moet verschijnen op 26 september in de avond, zodra het donker zal zijn, en van Jupiter afgaan om 9 uur en 1/3 te Rome.
Ik hoop dat de hemel me die dag gunstig gezind zal zijn en ik zou u de waarneming ook aanbevelen als ik niet geloofde dat, nu de Society verspreid is in deze tijd van de pest, die mooie bezigheden geheel onderbroken zijn. Ik beveel u dus slechts uzelf aan in deze zo gevaarlijke tijd en verzoek u voort te gaan met de eer van uw gunstbewijzen aan

Monsieur
Vostre tresobeissant serviteur
Chr. Huygens.    


[ 503 ]

No 1481.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

10 oktober 1665. Aanhangsel II bij No. 1479.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1466. Huygens' antwoord: No. 1508.

A Oxford ce 30. Septembre 1665.    

        Monsieur

    Onze goede vriend Oldenburg heeft mij uw brief van de 18e doen toekomen toen ik hier aankwam uit Salisbury, en ik heb een antwoord niet willen uitstellen.

    Het is meneer doctor Pell 1) geweest die me ertoe heeft aangezet te zoeken naar de Verhandelingen 2), genoemd in het briefje 3) dat meneer Oldenburg u namens mij heeft gestuurd 4), die niet zijn gedrukt; ik had ze vroeger gezien in handen van ridder Alexander Hume 5) die u wel gekend zult hebben toen hij wijlen de Princess Royal 6) in Den Haag diende, die me heeft gezegd ze alle in handen van de heer Elsevier 7) te hebben gegeven om ze aan de heer Golius 8) te doen toekomen. Doctor Pell zei dat die van Anderson wel de moeite waard zijn om gepubliceerd te worden. En het is zelfs niet zonder bedoeling geweest ze te laten drukken, dat hij me erover heeft gesproken. Maar als de Elseviers het van plan zijn zal men er heel voldaan over zijn.

    Het is wel drie jaar geleden dat meneer Hooke me heeft gesproken over een uitvinding die hij had om de tijd op zee beter te meten dan slingerklokken kunnen doen, zelfs even goed als die het aan Land doen. Maar omdat hij toen ervan overtuigd was dat hij er veel profijt van kon hebben is hij zo wijs geweest niet te onthullen waaruit zijn uitvinding bestond. Sindsdien, ongeveer een jaar of zoiets geleden, heeft hij zijn geheim onthuld 9) aan


    1)  Dezelfde die in 1648 professor was aan de Illustere School van Breda. Zie No. 9, n. 2.
    2)  De geschriften van Vieta en Alexander Anderson. Zie No. 1457, 1466.
    3)  Verloren gegaan.         4)  Zie No. 1457.         5)  Zie No. 1466.         6)  Mary Harriet Stuart.
    7)  Dit was voor 1656, blijkens No. 1508.         8)  Professor Arabisch en wiskunde te Leiden.
    9)  In de zitting van 15 maart 1665 (o.st.) [Birch, p. 24] zei Hooke zijn geheim van de Lengtebepaling te willen toevertrouwen aan de president van de Royal Society.

[ 504 ]

meneer onze president 10) en mij, met de verplichting er niet over te spreken. En hij heeft zelfs een bewijs gegeven van zijn uitvinding aan onze president op een Klok die ik hem leende. Maar toen onze president het had vergeleken met zijn slingeruurwerk bevond hij niet dat deze zo juist liep. Nadat enigen van onze Society hem de gedachte hadden doen verliezen aan het profijt dat hij geloofde te kunnen halen uit een privilege (zoals inderdaad patenten voor uitvindingen hier van geen enkel voordeel zijn) heeft hij besloten erover te spreken in een openbare zitting, en omdat hij ons daardoor had ontslagen van de verplichting, heb ik niet willen nalaten deze u mee te delen, ik heb hem er zelfs van op de hoogte gesteld. Ik heb ook de neiging te geloven dat de heer de Roannez 11) u zal hebben verplicht niet over zijn uitvinding te spreken, aangezien u er ons niets over hebt gezegd. Maar hoe het ook zij, het is wel duidelijk dat beiden de uitvinders ervan kunnen worden genoemd.
En hoewel het niets anders dient dan om u de feitelijke waarheid te laten weten, moet ik u toch zeggen dat toen meneer Hooke ons zijn uitvinding openbaarde, hij ons heeft gezegd dat het zes of zeven jaar geleden was dat hij deze had gevonden. En zelfs zei hij ons toen dat hij meer dan 20 verschillende manieren kende om veren te gebruiken bij Uurwerken, in plaats van een onrust of slinger. Over 3 of 4 ervan heeft hij met ons gesproken. Maar daar we zulke voorstellen nauwelijks op gezag aannemen, legden wij hem enige moeilijkheden voor, waarvan de laatste van de twee die u me aanduidt er een was. Dat wil zeggen de werking die koude en warmte op zijn veren zouden kunnen hebben zoals ook andere omstandigheden die in de lucht voorkomen &c. Waarop hij ons heeft geantwoord dat veren gemaakt kunnen worden op zo'n manier die deze veranderingen niet voelt zoals glas &c. en die zelfs niet zwakker zal worden met de tijd.
Maar het punt waarop we hem het meest hebben bestookt, was de moeilijkheid om de trillingen van de Veren Isochroon te maken als ongelijkheden van de raderen hun meer of minder Schommeling geven, geen middel ziend om ze gelijk te maken dat kon overeenkomen met uw twee armen gemaakt in de vorm van een cycloïde. Hij heeft ons nog gesproken over een hulpmiddel daarvoor, maar tot dusver heeft hij het niet in praktijk gebracht, belet door het ongeluk 12) dat ons allen heeft genoodzaakt de stad Londen te verlaten. Ik zal echter niet nalaten te trachten hem te verplichten eraan te werken gedurende zijn afzondering. Wat betreft de moeilijkheid die het schommelen van het Schip erbij zal kunnen geven, daar zijn we niet verder op ingegaan, oordelend dat de beweging van het schip niet zoveel effect zou hebben op veren als op slingers.

    Dit is voor een keer wel genoeg over dit hoofdstuk. Betreffende wat hij zegt over verrekijkers heeft hij ons ook zijn geheim verteld, maar op voorwaarde het te verzwijgen totdat hij het openbaart. Alles wat ik u er ondertussen over zal zeggen is dat het vernuftig is,


    10)  Lord Brouncker.         11)  Artus Gouffier, duc de Roannes.
    12)  De pestepidemie die toen in Londen heerste.

[ 505 ]

en gegrond op experimenten die waar zijn 13); maar ik zal niet zeggen dat ik er veel van verwacht zolang ik niet heb gezien dat het in praktijk is gebracht. Ik zal er ook bij hem op aandringen zoals over zijn Klok.

    Daar meneer Oldenburg me heeft meegedeeld wat u zegt 14) aangaande de bezigheid die u zich geeft met kijkers door een dergelijke uitvinding als die van meneer Hooke waarvan u goede verwachting hebt, moet ik u zeggen dat als u de moeite had genomen u daarbij nader te verklaren, men u misschien op de hoogte had kunnen stellen van enkele dingen die meneer Hooke is tegengekomen bij het maken van zijn toestel dat hij heeft gebruikt, die hem veel hebben vertraagd. Maar wanneer u wenst ze te kennen zal meneer Oldenburg ze u wel kunnen meedelen. Dit zal u misschien moeite, tijd en kosten kunnen besparen.

    Als ik in Londen terug ben zal ik trachten u de Thermometer te sturen die de heer Boreel in zijn logies heeft gelaten, ofwel een andere dergelijke. Het spijt me dat hij hem niet in een van zijn Kisten heeft gedaan. De grootte ervan was maar ongeveer 4 duim in het vierkant en zo'n twee voet in lengte.

    Ik zou wel blij zijn geweest als ik het Uurwerk had gezien waarop ik al zo lang wacht. Maar aangezien u het niet hebt kunnen sturen via de heer Downing, verzoek ik u te denken over een andere gelegenheid om het me te sturen als er zich een voordoet. En van mijn kant als ik er een tegenkom zal ik trachten u ervan te verwittigen.

    Wanneer de tijd om de Satellieten van Jupiter waar te nemen niet voorbij was gegaan voordat u me de voorspellingen ervan had bericht van signor Cassini, hadden wij er niets aan kunnen doen, want we zijn nu ver verwijderd van al het noodzakelijke om ze waar te nemen. Maar ik verzoek u, laat ons weten hoe u erin bent geslaagd. Ik weet niet of ik u hiervoor heb gezegd dat men 15) ons uit Parijs een ander middel heeft gestuurd om de kwaliteit van kijkers te onderzoeken.
letters Het was een gedrukt papier, waarop zo'n 12 of 13 regels letters stonden, waarvan de eerste regel de grootste had en de andere gingen steeds met een verkleining, de laatste was met een van de kleinste letters die te zien zijn. Het was om de proef aan te duiden die Campani had gedaan met zijn kijkers, 's nachts met de kaars; als u wenst dat meneer Oldenburg de moeite neemt u in te lichten over alle bijzonderheden met betrekking tot de afstand, de grootte van de kaarsen en andere omstandigheden, denk ik dat hij het zeer gaarne zal doen. En hij zal u zelfs een exemplaar kunnen sturen van de letters die hij heeft laten drukken in Londen ter imitatie van die van Campani. We zijn van plan dit onderzoek van kijkers voort te zetten wanneer de goede God ons de gelegenheid zal geven ons in Londen te verzamelen 16).


    13)  Hooke wilde de brandpuntsafstand van kijkers veranderen door de ruimte tussen objectief en een vlak glas te vullen met verschillend brekende vloeistof. Zie Phil. Trans. Numb. 13, May 7, 1666, p. 202-203 ['A Method, by which a Glass of a small Plano-convex Sphere may be made to refract the Rayes of light to a Focus of a far greater distance, than is usual'].
    14)  Misschien in No. 1465 waarvan we alleen het overzicht hebben.
    15)  Adr. Auzout. Zie ook No. 1479  [en de figuur rechts hierboven].
    16)  De zittingen van de Royal Society werden pas hervat op 14 maart 1666 (o.st.).

[ 506 ]

Ondertussen, hoewel onze Society verspreid is, zijn er heel wat van onze Heren die thuis werken, de een aan de ene zaak, de ander aan een andere, om verder te komen met het plan van de Society; en als we weer bijeen zullen zijn kunt u geloven dat u niet onder de laatsten zult zijn die te weten zullen komen wat er in onze Vergaderingen zal gebeuren.
Ik weet wel dat u ook niet zonder bezigheden bent, maar u zegt me niet wanneer we zullen kunnen verwachten de Verhandelingen*) te zien die u onder handen hebt.
Ik was bijna vergeten u te zeggen dat de heer Du Son 17) draagbare klokken laat maken die naar wat hij ervan belooft even goed zullen lopen als slingeruurwerken. U zult er meer over te weten komen als die welke bijna klaar zijn, naar hij zegt, ons zullen worden gestuurd.

    Je suis du meilleur de mon coeur

Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      

    Ik stuur deze brief geheel open aan meneer Oldenburg. Hij zal hem u met de zijne 18) sturen met de eerste gewone post

        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem.
A la Haye.


    17)  D'Esson.         18)  Zie No. 1479.
    [ *)  Zie Oldenburg aan Moray, Oct. 7, 1665, in T. XXII, 86 (Ned.): wat Spinoza ervan weet, zie ook de No. 1498 en 1507.]



[ 549 ]

No 1508.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

24 december 1665.

De brief is in Londen, Royal Society.*)
Antwoord op No. 1481. Moray's antwoord: No. 1518.

A la Haye ce 24 décembre 1665.    

        Monsieur

    Het is al te lang dat ik in gebreke blijf met u te schrijven, steeds in afwachting van het antwoord van de heer Golius over wat ik hem namens u had gevraagd. Ik had meer moeten aandringen om het te krijgen, ik erken het en vraag u vergiffenis ervoor; toch is het waar dat ik het pas eergisteren ontvangen heb 1).
Hij zegt dan dat hij inderdaad de geschriften van Viète 2) en Anderson 3) in handen heeft die op uw briefje staan, maar over de eerste dat het afschriften zijn, gehaald uit kladboeken van Viète die zo verward zijn geschreven en met zo onvolmaakte figuren dat het niet mogelijk is er de betekenis van te begrijpen, en dat anders de Elseviers niet zouden hebben nagelaten ze te drukken toen ze alle andere werken van deze schrijver uitgaven 4). Wat betreft die van Anderson, hij zegt dat het goede dingen waren in die tijd toen hij ze schreef, maar dat ze in deze tijd, nu de Algebra veel gemakkelijker en duidelijker is gemaakt, tot niets zullen kunnen dienen, echter met het aanbod een afschrift van alles te laten maken als hij verneemt dat u het wenst.

    Ik heb u niets te zeggen over de Veren van meneer Hooke, behalve dat ik niet geloof dat uurwerken die hij op deze manier zal inrichten ooit de nauwkeurigheid van slingeruurwerken zullen bereiken, omdat de moeilijkheid die ik had voorgelegd geenszins wordt opgelost met wat hij zegt over veren van glas, aangezien de verandering van de lucht er evenzeer verschil in kan veroorzaken als bij metalen. En verder is het zeker dat men evenzeer ervoor zorg moet dragen dat die uurwerken met veren steeds loodrecht blijven op het schip, als de andere met een slinger, omdat eenzelfde veer die horizontale trillingen maakt, ze sneller maakt dan vertikale en zo is er verschil bij elke overhelling. Er is bovendien dit ongemak dat de beweging van veren niet onderhouden kan worden met zo weinig kracht als die van slingers. Ik geloof overigens niet dat meneer de hertog van Roannez 5) er nog over denkt deze uitvinding in praktijk te brengen en meneer Hooke zal er alle eer van kunnen hebben als hij erin kan slagen, zodanig dat hij de gelijkmatigheid van de uurwerken van mijn laatste maaksel kan overtreffen.

    Ik zou graag vernemen of hij nog altijd doorgaat met het vervolmaken van zijn machine


    [ *)  Overzicht: No. 1512, 1 jan.]         1)  Niet bekend.         2)  Zie No. 1466.         3)  Zie No. 1457.
    4)  In 1646. Zie No. 10 [T. I, p. 10], noot 31.         5)  Artus Gouffier. Zie No. 837, noot 1.

[ 550 ]

voor de glazen en met welk succes. Wat mij betreft, ik heb me sinds enige tijd zeer toegelegd op deze werktuigbouw en ik heb talloze dingen geprobeerd en niet geheel tevergeefs. Toch zal ik niet zeggen dat al mijn wensen al vervuld zijn, zolang ik mijn glas van 60 voet niet heb afgemaakt, wat ik over een dag of twee ga ondernemen. Ik zal u ondertussen wel zeggen dat er in mijn methode niets is dat lijkt op die van meneer Hooke, die hij misschien ook zelf al heeft opgegeven; mijn glas krijgt een middellijn van 8 duim.

    U weet misschien wat signor Burattini 6) naar Frankrijk heeft geschreven 7) over zijn werk in deze materie, over zijn slijpvormen die ongeveer 600 pond wegen, voor lenzen van 62 voet, en van 12 duim middellijn, maar het effect dat hij ervan opgeeft, slechts een honderdvoudige vergroting, doet mij eraan twijfelen of hij op de goede weg is, hoewel ik bewondering heb voor zijn ijver en zijn grote benodigdheden.

    Ik heb één keer het geluk gehad 8) de schaduw van een der Satellieten op Jupiter te zien volgens de voorspelling van Cassini 9). Het was op 26 september om half 8, Jupiter met 2 manen terwijl er maar twee van de genoemde satellieten bij Jupiter verschenen, in deze stand:

    En de schaduw maakte een kleine ronde en zwarte vlek op zijn schijf, zoals u ziet in deze andere figuur*):

Jupiter met maan en schaduw

    Het uittreden ervan kon ik niet zien daar de hemel bedekt was geworden.

    Meneer Auzout nam het ook waar 10), maar hij geloofde dat ik me had vergist toen ik zei dat deze schaduw kwam van de satelliet die hier het dichtst bij aan de linkerkant te zien is; wat hij echter kort daarna erkende, en hij gaf zijn eigen domme fout toe 11).

    Wat nu signor Cassini sindsdien heeft waargenomen is wel van meer belang dan dit, te weten een permanente vlek op Jupiter, en met de terugkomst ervan is hij te weten gekomen dat de omwenteling van deze planeet om zijn as 9 uur en 56 minuten is, wat zeker een mooie ontdekking is die wel aangeeft hoe uitstekend de kijkers van Campani zijn, hoewel hij schrijft dat men sindsdien hetzelfde heeft gezien met een kijker van Eustachio Divini. U zult dit nieuws ongetwijfeld al ontvangen hebben en misschien ook de 3 brieven die de genoemde Cassini erover heeft laten drukken 12), daarom sta ik er niet bij stil om u meer bijzonderheden te zeggen van zijn waarnemingen.


    6)  Zie No. 758, n. 12. [<]         7)  Zie No. 1493.         8)  Zie No. 1473.
    9)  Zie No. [1466, n. 19].         [ *)  Figuur uit T. XV, p. 38, met: "de figuur is omgekeerd."]
    10)  Zie brief No. 1493.         11)  Zie No. 1496.   [24 jan. 2015: Jupiter Triple-Moon Conjunction.]
    12)  Zie brief No. 1304, noot 5c [G.D. Cassini, 'Lettere al Signor abbate Falconieri sopra la varietà della macchie osservata in Giove', 1665.  Zie ook: Lettera di Giuseppe Campani intorno all'ombre delle stelle Medicee, 1665; Lettera di Eustachi Divini intorno alle macchie, 1666].

[ 551 ]

    Het spijt me zeer dat ik u uw uurwerk niet kan doen toekomen, en vooral wanneer me soms gelegenheden ontsnappen. Als u iemand had in Oostende die het u vandaar zou sturen, zou ik het laten laden in barken die er voortdurend zijn tussen die plaats en Vlissingen, mits u mij het adres zou laten weten. U zou me langs dezelfde weg de Thermoscoop kunnen sturen.

    Ik heb niet vernomen dat de Royal Society weer is begonnen met zijn vergaderingen, wanneer dit zal gebeuren hoop ik dat u zich houdt aan uw belofte door mij soms deelgenoot te maken van wat er behandeld wordt. Ondertussen groet ik u en ben ik van ganser harte

Monsieur
Vostre tres obeissant serviteur    
Chr. Hugens de Zulichem.

    Er is de zoon van een edelman uit uw land, genaamd Ernet 13), die na zijn terugkomst uit Indië 2 of 3 jaar geleden naar Engeland is weggegaan waar hij zich naar men zegt in dienst heeft gesteld van de Koning, in zijn lijfwacht. Zijn verwanten 14) die ook de mijne zijn, van de kant van zijn moeder, die in al die tijd geen nieuws van hem hebben gehoord, hebben mij verzocht inlichtingen erover in te winnen als ik kon, wat me de vrijheid doet nemen u te vragen of u hem kent dan wel of me alleen kunt zeggen of hij daar is. Ik verzoek u me deze overlast te vergeven, en mij niet te sparen bij wat u ook maar van dienst kan zijn.

    Ik was van plan een woordje te schrijven aan meneer Oldenburg en u zelfs deze brief in de zijne te sturen, maar omdat ik zijn adres niet goed heb onthouden ben ik van mening veranderd en ik verzoek u hem mijn verontschuldigingen aan te bieden en hem tegelijkertijd mee te delen wat voor hem de moeite waard is van wat ik u net geschreven heb*). Hij bericht me 15) een heel wonderlijke propositie van de heer Hevelius in zijn eigen woorden 16), om Hyperbolische, Elliptische, &c. glazen te slijpen in bolvormige mallen, wat ik helemaal niet begrijp en ik twijfel eraan of er geen misverstand is, dat wil zeggen dat zijn woorden iets anders betekenen dan wat hij heeft willen zeggen.

      A Monsieur
Monsieur Moray, chevalier et du Conseil privè
        du Roy, pour les affaires d'Escosse.
    dans White hall
10 d.                         A
            Londres.


    13)  Misschien een zoon van ridder Eduard Ernett en Barbara Flemming, weduwe van Tertulliaan van Dorp, zoon van Frederik van Dorp en Anna Schets van Grobbendonk.
    14)  De familie van Dorp.
    [ *)  Zie No. 1509: notitie (in het Engels, geschreven op deze brief) van Moray voor Oldenburg — met "your Transactions", vgl. No. 1353, n. 5.]
    15)  Zie No. 1479.         16)  Zie No. 1480 [Phil. Trans. Numb. 6, Novemb. 6, 1665].




1666




Home | Christiaan Huygens | T. V
< Briefwisseling met Robert Moray, 1665 (top) | vervolg