Chr. Huygens | Oeuvres V | < Moray >

1664: jan. , febr. , maart , juni , juli , aug. , sept. , okt. , nov. , dec..



Vertaling van de

Briefwisseling met Robert Moray

1664



[ p. 6 ]

No 1200.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

9 januari 1664.

De brief bevindt zich in Londen, Royal Society.
Het concept van een deel is in Leiden, coll. Huygens.

A Paris ce 9 Jan. 1664.    

        Monsieur

    De indispositie die me gedurende de afgelopen 8 of 10 dagen niet losliet, heeft me verhinderd eerder antwoord te geven op uw brief 1) van 18 december en op die 2) van meneer de graaf van Kincardine, zoals ook om de machine van Roannez 3) te gaan bezoeken voor het opnemen van de preciese maten ervan, volgens wat ik me had voorgesteld. Ik kan u er dus nog geen rekenschap van geven, maar ik hoop dat dit over enige dagen het geval zal zijn. Evengoed is ze nog niet helemaal klaar, en zolang dit niet zo is veranderen ze er voortdurend iets aan, zodat het misschien beter is te wachten tot ze vervolmaakt is. Zodra ze zal verschijnen zal men dadelijk weten of het gebruik ervan zo uitstekend zal zijn als de uitvinders verwachten, en zoals u zegt zal er dan nog genoeg tijd zijn om er bij u aan te werken.
Wat de twijfels aangaat die u voorstelt, ik kan de meeste nu al wel wegnemen, en wat betreft de haak moet u weten dat hij is bevestigd in het hout van de zetel, en dat een van de riemen die de driehoekige stukken verbindt eraan is vastgemaakt en een gat heeft waardoor de genoemde haak gaat. Deze stukken zijn bekleed met leer, maar om het paard helemaal geen pijn aan te doen geloof ik dat ik u heb gezegd dat de zetel aan de achterkant verlengd is, om deze stukken daarop te laten rusten.

    Er is een borstriem aan het paard die is vastgemaakt aan de twee bomen, maar ze hadden een manier om die vast te maken die ze nu veranderd hebben naar ik meen, en ik zal u kunnen zeggen hoe dat is als ik het gezien heb.
    Ik weet niet over welke riem u spreekt die onder de buik van het paard door zou gaan, als het niet de riem is die de zetel houdt, die is er ongetwijfeld.
    Voor het instappen in de stoel hadden ze nog niets uitgevonden, maar dat is makkelijk, en ik geloof dat ze het sindsdien erbij hebben gedaan.
    Het is te geloven dat de bomen, niettegenstaande hun lengte en weinig dikte, vrij sterk zijn aangezien men ze vaak op de proef heeft gesteld, door een mijl of twee in galop te gaan over slechte wegen buiten deze stad.
    De wielen zijn aan de as vastgemaakt en hoewel het schijnt dat dit enig ongerief geeft als men draait, is het toch niet aanzienlijk. Ze zijn zo vastgemaakt omdat ze op deze manier met een vastere beweging gaan, en in het midden niet zo massief behoeven te zijn.


    1)  Deze brief is niet gevonden.         2)  Deze brief is er ook niet.
    3)  [Orig.: 'machine Roanesque'.]  Zie No. 1181 [en No. 1178, n. 24].

[ 7 ]

    Het is wel nodig dat de stoel vastgemaakt is aan de bomen, zoals hij het is op 4 plaatsen, omdat die bodem of treeplank die de riemen ondersteunen slechts een kleine plank is die helemaal niet aan de stoel vastzit, maar wat hem met deze treeplank schijnt te verbinden is slechts een met was ingewreven doek is of iets dergelijks dat de voeten beschermt tegen modder en wind.
    Alle gordijnen en de imperiaal zijn gemaakt van eenzelfde stof, dat is met was gewreven of gevernist doek, daar leer te zwaar is.
    Een van de grootste ongemakken van de machine is zeker dat er veel ruimte voor nodig is om te draaien, en dat zal waarschijnlijk wel het gebruik ervan in steden tegenhouden, want ik denk niet dat men het kan verhelpen zonder het gemak anderzijds te bederven.
    Wat het model aangaat, het zal bezien moeten worden wanneer ze alles voltooid hebben, maar het is heel vervelend te maken te hebben met vaklieden van hier, wegens langdurigheid die het geduld doet verliezen; en dit is wel genoeg over dit onderwerp.

    Wat betreft de brief die meneer de graaf van Kincardine mij schreef, ik zal u de waarheid bekennen meneer, dat ik er heel weinig tevreden over ben en dat ik me erover verbaas dat het u toeschijnt dat hij zo goed met mij omgaat en volgens de vriendschap die er tussen ons is. Want wat beoogt deze hele brief anders dan dat hij de uitvinding van Lengtebepaling aan zichzelf alleen wil toeschrijven, alsof Slingeruurwerken niet meer mijn uitvinding zouden zijn sinds ik ze aan het publiek heb gegeven. En het schijnt dat het aandeel dat hij mij erin wil geven, dat hij me dit als aalmoes geeft, en dat het niet volgens enig recht aan mij toebehoort. Ik geloof echter er iets meer van te hebben dan hij en bijgevolg kan ik niet verdragen dat hij zich wil gedragen als de meester van deze zaak. U zult zien wat ik hem schrijf, want ik laat de brief 4) open en als deze niet voldoende is om hem de ogen te openen, verzoek ik u meneer eraan bij te dragen wat u kunt, want ik zou het zeer betreuren als ons geschil ons in deze zaak tegengestelde belangen zou doen volgen, wat alleen slechte gevolgen kan hebben.

    Ik ben u zeer verplicht voor de Waarnemingen van meneer Boyle 5) die ik heb gelezen met veel genoegen en bewondering voor zijn nauwlettendheid en preciesheid.

    Als de tijd me niet ontglipt was, er zijn nog dingen in uw brief waarop ik zou moeten antwoorden, maar ik ben gedwongen te eindigen, ze uitstellend tot een andere keer.

    Je suis avec passion

        Monsieur
Vostre treshumble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.      


    4)  Zie Aanhangsel No. 1201.         5)  Zie No. 1193, 1194.



[ 28 ]

No 1213.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

20 februari 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.

A Paris ce 20 fevrier 1664.    

        Monsieur

    Nu ik geen antwoord ontvang op de twee laatste brieven 1) die ik de eer had u te schrijven, heb ik lange tijd geloofd dat het was omdat u klaar staat ons hier te komen bezoeken, en dat u misschien al onderweg was, maar onlangs vernam ik van de heer Abt van Beaufort dat u in de brieven die hij van u ontvangt geen melding maakt van deze reis en ik richt weer deze brief aan u, zowel om te onderzoeken of mijn vorige brieven 2) tenminste bij u zijn afgeleverd, als om u bericht te geven van het succes dat onze machine voor de post 3) had, toen de Koning haar deze afgelopen dagen probeerde in het Bois de Boulogne. Dit succes was zo goed, dat de uitvinder en zijn geassocieerden het niet beter hadden kunnen wensen.


    1)  No. 1200 is de eerste ervan.         2)  Zie No. 1200. Zie ook No. 1218, 1234.
    3)  Zie over deze wagens No. 1211.

[ 29 ]

Ik was er niet bij, ik wilde het niet, maar men heeft me verteld dat zijne Majesteit er lange tijd in was en de wagen met losse teugel heeft laten rijden; dat ze de wagen aangenaam en gerieflijk vond; en dat vervolgens enige Heren van het Hof er in gingen en anderen te paard, die ze lieten gaan over al de slechtste en meest oneffen wegen die ze konden ontdekken, om de machine te laten omslaan, evenwel zonder dat ze het konden teweegbrengen; zodat men na een zo zware proef wel kan zeggen dat ze helemaal niet zou kunnen omslaan, wat een eigenschap is die niet te vinden is bij enig ander vervoermiddel.
De Koning wilde dat men een dergelijk rijtuigje zou proberen te maken voort twee personen, en daaraan werkt men op het ogenblik. Ze zullen naast elkaar zitten, en men zal er twee paarden voor zetten, waarvan het voorste de postrijder draagt en het andere de machine, en dit laatste zal dientengevolge ongeveer zo belast worden als bij het trekken van de machine alleen. Ik verzoek u dit alles mee te delen aan meneer Silvius [<], aan wie ik zou schrijven als ik nog iets anders had om hem te schrijven.

    Ik verlang ernaar te zien welke verspreiding de uitvinding zal hebben als men die aan het publiek zal geven. Dit kan nog niet, omdat de Brieven nog niet zijn geverifieerd bij het Parlement.

    Ik heb getracht van de heer Rohault zijn hypothese 4) te weten te komen die hij zegt te hebben om de verschijnselen te redden 5) van ontlucht kwik en water die niet dalen, maar hij wil me die niet zeggen. Die van meneer Auzout hangt naar hij zegt af van de geringe dikte van de buis en daarom wil hij graag weten welke die was die mylord Brouncker en meneer Boyle hebben gebruikt, en of ze er van verschillende dikte hebben geprobeerd. Ik heb ook iets bedacht om dit vreemde verschijnsel te verklaren, maar ik ben er niet volledig tevreden mee.

    Zullen we nooit een antwoord krijgen van meneer de graaf van Kincardine 7)? Ik ben bang dat het feit dat de zijne niet komt, de oorzaak is van de vertraging van de uwe, wat me zeer zou spijten. Ik kan niet geloven dat u mij onrecht zou aandoen in deze zaak, maar als het anders zou zijn zou u me nog steeds verplichten als u me uw gevoelen erover laat weten.

    Ik groet u en blijf

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.      


    4)  Zie No. 1178, 1187.         5)  Lees [i.p.v. scaver] solver ['sauver' volgens T. XXII, 511 n. 69].
    6)  Zie No. 1201.         7)  A. Bruce. [De brief is er wel (T. XXII, 605), maar Moray stuurde hem niet.]



[ 39 ]

No 1218.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

12 maart 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.

A Paris ce 12 Mars 1664.    

        Monsieur

    Ik heb uw brief van 15 februari ontvangen en gisteren die van de 25e 1). Het spijt me dat het geschil tussen meneer de graaf van Kincardine en mij u moeite geeft zoals het geval is, maar ik ben wel blij dat er een tussenpersoon als u is, om het vriendschappelijk te beëindigen; en van mijn kant beken ik dat ik u zeer verplicht ben voor de goede diensten die u erbij vervult. Meneer de graaf zou moeten overwegen dat er bij deze zaak gevaar ligt in uitstel, want sedert men weet dat slingeruurwerken zijn geslaagd op zee, moet gevreesd worden dat er iemand komt die, ze op de een of andere manier aanpassend voor dit gebruik, er zijn uitvinding van maakt, met hetzelfde recht als meneer de graaf kan hebben. Mijn vrienden in Holland 2) tenminste zijn daar heel bang voor, en ze sporen mij voortdurend aan zulke mensen de pas af te snijden, door aan de heren onze Staten mijn request voor te leggen; wat ik echter steeds heb uitgesteld in afwachting van uw antwoord dat 3) wil zeggen dat van de graaf van Kincardine. Het spijt me dat wat hij u heeft gestuurd niet voldeed aan uw verwachting maar aangezien u het goed vindt, moet er wel nog op het andere worden gewacht dat u me belooft over 15 dagen. Ik wens dat het kan leiden tot een schikking, en


    1)  Deze twee brieven ontbreken in de collecties.         2)  Zie brief No. 1210 van Joh. de Witt.
    3)  Lees: c'est [i.p.v. cet].

[ 40 ]

dat vervolgens uw Royal Society haar zorgen ter bevordering van deze uitvinding wil voortzetten, zoals ze al is begonnen, en ik verzeker u dat het niet aan mij zal liggen als ze niet ook deelneemt aan het profijt dat ervan zal kunnen komen.

    Wat betreft de machine 4), ik dacht u vrij duidelijk te hebben uitgelegd hoe het ene eind van het touw dat in de katrol gaat, vastgemaakt is aan de achterwand van de stoel, en het andere aan de borstriem van het paard. Want het is dit touw, met het andere gelijke aan de andere kant, waarmee de machine wordt getrokken, en men noemt ze de strengen. Ik heb de nieuwe al gezien die men maakt voor twee personen, en ik ben er zelfs in geweest. Ze was nog niet zo aangenaam als de andere, maar nadat men er al het hout van de bomen afgehaald zal hebben zoals het moet, zie ik niet in waarom ze dat niet zou zijn, aangezien die bomen veel breder zijn dan die van de eenvoudige machine, en ze bijgevolg ongeveer dezelfde dikte zullen hebben.
Het grootste ongemak dat ik vind in deze machine voor twee is dat, omdat er twee paarden moeten zijn, één van degenen die er in zitten verplicht zal zijn het paard van achter te mennen, tenminste wanneer naar rechts of naar links gedraaid zal moeten worden, en daarvoor zal het nodig zijn dat het voorgordijn open blijft. Het is 15 dagen geleden dat de heren participanten van hier de verificatie van het Parlement hebben gekregen van hun Privilege en ze zijn van plan de figuur met alle verhoudingen van de machine te laten graveren om de verkoop ervan te vergemakkelijken.

    Bij het opnieuw bekijken van de tekening 5) van de klok die Fromanteel 6) moet maken, zie ik dat ik deze hiervoor niet heb begrepen, en misschien u ook niet. Want wat we aanzagen voor een gat waardoor men de seconden zag, dat is het rondsel met 6 tanden*) dat vastzit aan de as van het kroonrad, dat helemaal bovenaan staat in de figuur, evenwijdig met de horizon, en met 30 tanden. Bij al het overige zijn de getallen niet slecht genomen, maar ik zou toch niet kunnen zeggen of het dezelfde zijn die ik heb in een dergelijke klok in Den Haag, die dezelfde slingerlengte heeft.
Toen was ik voor grote slingers, maar ik twijfel er nu aan of men er niet beter aan zou doen te blijven bij de middelmaat van die in de klokken van meneer de graaf van Kincardine; want ook al staat vast dat lange slingers aan land de nauwkeurigste zijn, het schijnt niet dat het op zee evenzo is, maar dat integendeel de schokken van het schip meer ongelijkheid zullen veroorzaken bij langzame slingeringen dan bij die welke sneller zijn; bovendien zijn in een schuddend schip korte slingers minder geneigd stil te gaan staan dan lange. Als de 2 klokken van meneer de hertog van York 7) nog niet zo gevorderd zijn kunt u erbij adviseren.


    4)  De 'machine Roannesque', zie brief No. 1200.         5)  Deze tekening ontbreekt, zie noot 1.
    6)  Fromanteel, bekend klokkenmaker te Londen; van hem was het uurwerk ter nagedachtenis van L. Rooke [Birch 1756, p. 98], zie No. 1093, n. 13. [John Fromanteel volgens T. XVII, p. 169, 4e alinea.]
    [ *)  Zie de figuur in Horologium, 1658: rondsel K, kroonrad L.]
    7)  James II, toen nog hertog van York.

[ 41 ]

    Het was de heer Auzout die me had verzocht 8) van u te vernemen, welke dikte de buizen hadden waarin het kwik was blijven hangen boven de gewone hoogte, omdat de Hypothese die hij bedacht had vereiste dat deze dikte klein was, maar nu heeft hij deze gedachte niet meer; niet alleen omdat ik hem heb laten zien wat u me bericht, dat in de buis van mylord Brouncker zijn hele vinger paste, maar ook omdat het experiment ons tenslotte gelukt is met een buis van deze zelfde breedte. Het was juist toen ik hem deze plaats in uw brief meedeelde, dat we het deden, daar er buizen met ontlucht kwik klaar stonden in zijn kamer waarmee hij tot dan toe tevergeefs had geprobeerd het gedaan te krijgen. De eerste keer bleef het kwik vrij lange tijd hangen, maar veel korter de andere 3 of 4 keren dat we het experiment herhaalden, wat ons de mogelijkheid gaf op te merken op welke manier het luchtbelletje het kwik deed dalen, en ik zag dat het net zo ging als bij zo'n experiment dat ik zo vaak heb gedaan met water: te weten dat als het belletje is gestegen tot een hoogte van 27 2/3 duim, het zich heel plotseling uitstrekt naar boven, en al het kwik dat erboven is laat dalen tot de genoemde hoogte.
Komende dinsdag 9) zullen we verslag uitbrengen van wat we gevonden hebben bij meneer de Montmor (hoewel iedereen al genoeg overtuigd zal zijn van de waarheid van de zaak door de brief van meneer Boyle 10) die ik heb laten zien) en meneer Rohault zal er ook zijn, die ons misschien zijn gedachte 11) kan meedelen die hij zegt te hebben over de oorzaak van het verschijnsel. Men heeft er veel zin in een vastere en beter geregelde instelling op te zetten voor deze academie, dan er tot nu toe is geweest, en sedert enige tijd heeft men met dit doel verschillende beraadslagingen gehouden, maar met dit alles wordt heel weinig voortgang gemaakt, zodat zelfs de ijverigsten beginnen te wanhopen aan succes. Dat laat goed zien dat u bij u iets hebt gedaan wat overal elders niet gemakkelijk nagedaan kan worden.

    Ik verzoek u te denken aan wat ik u heb gevraagd over de geschriften van Horrocks 12).


    8)  Zie No. 1213.         9)  18 maart 1664.         10)  No. 1171.         11)  Zie No. 1213.
    12)  De Royal Society bereidde een uitgave voor van de manuscripten van Horrocks, onder redactie van J. Wallis: ... Opera posthuma ..., Londen 1673 en 1678. [Add. p. 622: Zie brief No. 1236, n. 8.]

[ 42 ]

    Ik zal u het boek van de heer Pascal 13) sturen bij de eerste gelegenheid die ik kan tegenkomen, want het is te groot om met de post te worden gestuurd.

    Ik groet u en ben

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.      

    Heeft men aan mylord Brouncker niet zijn klok van 8 dagen gestuurd? 14)

      A Monsieur
Monsieur R. Moray, chevalier et du Conseil Prive du Roy
  pour les affaires d'Escosse dans Whithall A
Londres        


    13Traitez de l'équilibre des liqueurs [1663], aangehaald in No. 675, n. 10.         14)  Zie No. 1212.



[ 69 ]

No 1234.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

12 juni 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.
Moray's antwoord: No.
1236.

A Calais ce 12 Juin 1664.    

        Monsieur

    Hier ben ik nu op de vooravond van mijn vertrek naar Holland; voordat ik uit Parijs vertrok ontving ik een brief van de heer Silvius 1) waarin hij me onder andere berichtte dat u verbaasd was geen antwoord van mij te hebben ontvangen op iets belangrijks dat u me meer dan 3 weken eerder had geschreven 2). Meneer, uw brief moet wel verloren zijn gegaan, want ik heb er geen van u ontvangen sinds die 3) waarbij de brief van mylord Kincardine 4) was ingesloten, waarop


    1)  Deze brief is niet gevonden, antwoord (van begin juni) op No. 1229.
    2)  Deze brief (half mei) is niet gevonden.         3)  Niet gevonden, zie No. 1218.         4)  Alexander Bruce.

[ 70 ]

ik u lang geleden heb geantwoord 5). Ik verzoek u dus mij te laten weten wat uw laatste brief bevatte, want ik heb er moeite mee. Meneer Silvius schrijft me dat u mij met de volgende gewone post het adres gaat sturen van degene aan wie ik de machine 6) zou moeten doen toekomen, en het spijt me dat mijn vertrek zo ongelegen is gekomen voor die zaak, omdat het nodig zal zijn dat uw brief me wordt opgestuurd van Parijs naar Holland, vanwaar ik aan die heren geïnteresseerden zal schrijven, tenzij u of meneer Silvius me voor is, want ik heb hem al bericht 7) tot wie hij zich kon richten.

    Mijn vader vertrekt morgen 8) naar Engeland, en hij heeft me beloofd u deze brief te doen toekomen met een boekje 9) van de heer Sorbiere 10), dat ik u op goed geluk toestuur, hoewel u het misschien al elders vandaan hebt. Ik heb de heer Boreel verzocht u dat andere van de heer Pascal 11) ter hand te stellen, waarvoor ik niet de gelegenheid heb kunnen vinden het u eerder te sturen.
In Parijs was er niets nieuws op het gebied van de Wetenschappen, behalve dat de Academie bij de heer de Montmor voor altijd een einde heeft genomen, maar het schijnt dat uit de overblijfselen hiervan een andere zou kunnen herrijzen, want ik heb enkele van deze heren met zeer goede voornemens achtergelaten.

    Ik groet u en ik ga nu in Holland wachten op uw bevelen, terwijl ik van harte ben

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Z.      


    5)  Niet gevonden.         6)  De wagen van Artur Gouffier, hertog van Roannez. Zie No. 1229.
    7)  Deze brief ontbreekt ook.         8)  Vertrek uit Parijs: 7 juni, aankomst in Calais: 12 juni (Dagboek).
    9Relation d'un voyage en Angleterre ..., Paris 1664 [1666]. Vertaling: A voyage to England ..., London 1709.
    10)  S. de Sorbiere werd om dit boekje verbannen. Zie No. 1242.         11)  Zie No. 1218.



[ 72 ]

No 1236.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

19 juni 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1234. Huygens' antwoord: No. 1238.

A Whitehall ce 9 Juin 1664.    

        Monsieur

    De brief 1) die meneer uw vader mij van u heeft gegeven, was me zeer aangenaam, maar niet volkomen, zoals uw vorige brieven, omdat ik enige hoop had in zijn gezelschap u te zien. Maar aangezien uw zaken u naar elders hebben geroepen moet ik me ermee tevreden stellen. Er is ook iets in uw brief dat me ongerustheid geeft. Namelijk dat ik zie dat u mij een brief 2) hebt geschreven die ik niet ontvangen heb. Ik moet bekennen dat ik een beetje verbouwereerd was


    1)  No. 1234.         2)  Deze brief is er niet.

[ 73 ]

zoveel tijd te zien verstrijken zonder enig antwoord van u te ontvangen, noch op die welke ik u namens meneer de graaf van Kincardine 3) stuurde, noch op de mijne 3) die erbij was. Toch heb ik steeds gewacht zonder u mijn ongeduld te betuigen, oordelend dat er ongetwijfeld een onoverkomelijke belemmering was die u verplichtte het uit te stellen. Maar nu zie ik dat u hebt geschreven, en dat de brief verloren is gegaan. Ik verzoek u dus de moeite te nemen te herhalen wat u in de kwijt geraakte brief had geschreven, opdat we zonder dralen verder kunnen komen in die zaak.
De brief 3) waarin meneer Silvius u zei dat er iets van belang was, ging over de laatste brief van meneer van Kincardine, die er ook moeite mee heeft zo lang geen nieuws van u te hebben ontvangen.

    Ik heb naar Parijs geschreven, zoals ik meneer Silvius had gezegd, om de machine te betalen en te laten transporteren; maar u zult wel vertrokken zijn voordat mijn brief was aangekomen: en zo zal ons plan verijdeld zijn. Daarom hebben we, na er goed over te hebben nagedacht, besloten haar niet te laten halen, maar nog 5 of 6 weken te wachten; omdat meneer Silvius er op rekent dan naar Frankrijk te gaan, en bij zijn terugkomst zal hij een machine meenemen. Ik denk dat u dit besluit niet zult afkeuren, aangezien aan de ene kant uitstel geen slecht gevolg heeft, en overigens zullen we toch zien of de zaak wel de moeite waard is.

    Bij het wachten op uw antwoord op mijn vorige brief, heb ik u niet ingelicht over wat u wilde weten over de geschriften van de heer Horrocks 4). We hebben er enkele achterhaald die de heren Wallis en Wren het publiceren waard vinden, hoewel het maar fragmenten zijn. Het zijn enkele Sterrenkundige oefeningen die hij genoemd heeft Antilansbergianus, waarin hij bij het weerleggen van wat hij heeft aan te merken op van Lansbergen 5) verscheidene mooie en nieuwe dingen heeft gemengd, naar wat meneer Wallis zegt als ik het me goed herinner. Nadat hierover in onze Vergaderingen 6) verslag was uitgebracht heeft men goedgevonden 7) last te geven aan deze twee heren, deze geschriften te rangschikken op de beste manier die mogelijk is; wat ze hebben ondernomen. En zodra dit gedaan zal zijn zal ik, als men ze hier niet drukt 8), tenminste trachten een Kopie ervan te maken om u op te sturen.


    3)  Deze brieven zijn er niet.         4)  Zie No. 1218.         5Tabulae motuum coelestium perpetuae ..., Midd. 1632.
    613 april 1664 (oude stijl).         74 mei 1664 (o.st.).         8)  Eerst in 1673 ... Zie No. 1218, n. 12.

[ 74 ]

    Men heeft onlangs ook, op aandrang 9) van de heer Hevelius, naar Danzig gestuurd de Kopie die hij ons vroeg van de Catalogus van vaste sterren 10) &c. van Koning Ulug Bey 11), wiens naam u zonder twijfel bekend is door een ander van zijn stukken 12), dat gepubliceerd is, ik geloof 6 of 7 jaar geleden, door de heer Greaves 13), professor in de Astronomie te Oxford. Maar daar deze Catalogus maar een hoofdstuk is van een
    9)  In een brief aan Oldenburg van 4 januari 1664.
    10Tabulae long. ac lat. stellarum fixarum ..., Oxford 1665.         11)  Ulugh Beg ... (1394-1449), Samarkand.
    12Epochae celebriores ..., London 1650; Binae tabulae geographicae ..., London 1652; Chorasmiae ..., London 1650.
    13)  John Greaves ... (1602-1652) [studie in Oxford en Leiden bij Golius], ging in 1636 naar het Oosten ...

[ 75 ]

Astronomische Verhandeling geschreven in de Perzische taal door dezelfde Koning, hebben we iemand 14) ingeschakeld die zeer geleerd is in die taal, om alles in het Latijn te vertalen; we hebben de heer Hevelius aangeboden het hem te sturen om het geheel te publiceren, als hij het goedvindt, hetzij alleen in het Latijn, hetzij Perzisch en Latijn samen, en we zijn vastbesloten het zelf te laten drukken in het geval dat hij het niet doet, en dat we oordelen dat het de moeite waard is het afzonderlijk te laten drukken, omdat het handelt over een onderwerp dat niet zeer gangbaar is, en het boek zal afzonderlijk niet zo goed te verspreiden zijn, als wanneer het bij een ander zou zijn ingebonden; zeg me uw gevoelen erover.
Er schiet me niets meer te binnen op het ogenblik, behalve u dank te zeggen voor uw boeken, waarvan ik nog alleen heb ontvangen hetgene 15) dat meneer uw vader me heeft gegeven; en u te zeggen dat hij mij is voorgeweest door de stukken 16) van meneer Boyle te kopen die ik u dacht te sturen, met de Sylva van meneer Evelyn 17).
Je suis de tout mon coeur

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
R. Moray.      

    Meneer onze president dankt u buitengewoon voor de moeite die u hebt genomen door hem het Uurwerk 18) te doen toekomen en wil heel graag weten aan wie hij de prijs ervan zal betalen, en op hoeveel het neerkomt.

A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
XII
1 β
A la Haye


    14)  Thomas Hyde ... (1636-1703) ...         15)  Zie No. 1234, noot 9.
    16)  Zie No. 1128, n. 18 [Some considerations touching the usefulnesse of experimental natural philosophy, 2e ed. 1664] en: Experiments and considerations touching colours, 1664.
    17)  Zie No. 1046, n. 6.         18)  Zie No. 1218.



[ 76 ]

No 1237.

R. Moray aan [Christiaan Huygens].

Aanhangsel bij No. 1236.

[juni 1664].

Het stuk is in Leiden, coll. Huygens.

    De heer Balle 1) laat u zeer hartelijk groeten. Als u me slechts brieven schrijft, kan het adres aan mij zijn, zonder Mr. Blair 2) te noemen. Wanneer u me boeken stuurt adresseer ze dan aan Mister Blair.
    1)  Peter Ball.
    2)  Alexander Blair was boekverkoper en woonde te Londen in Rook Lane, bij het uithangbord St. Andrews Cross.




No 1238.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

27 juni 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.
Antwoord op No.
1236. Moray's antwoord: No. 1239.

A la Haye ce 27 Juin 1664.    

        Monsieur

    Ik houd zoveel van uw land en ik ben er zo goed ontvangen dat ik, als ik alleen mijn voorliefde had gevolgd, u deze tweede keer 1) was komen bezoeken. Maar ik heb gemeend er beter aan te doen de weg te nemen die ik heb genomen: niet dat ik grote zaken had in dit land hier, maar alleen om die welke hiervoor mijn bezigheid waren weer op te nemen, waarvoor het me tijd leek te worden ze te hervatten


    1)  Zijn eerste bezoek aan Engeland was in april-mei 1661, het tweede in 1663, van juni tot september.

[ 77 ]

na meer dan een jaar nietsdoen.
Ik was zeer verbaasd in uw brief te zien dat mijn pakket verloren is gegaan Ik had lang kunnen wachten op uw antwoord en dat van meneer de graaf van Kincardine. Hier is wat ik hem schreef 2) opnieuw, zonder echter te herhalen wat in de andere brief stond, die zoals de zijne 3) vol stond met debat en argumentaties, waarvoor ik niet de moeite wilde nemen hem een tweede keer te etaleren, terwijl ik niet het concept erbij heb van wat ik toen schreef. Ik geloof dat u zult goedkeuren wat ik hem nu antwoord, en hijzelf kan zeker niet iets meer verwachten. Als hij nog volhoudt scheidsrechters te willen verzet ik me er niet tegen, maar het moet wel zijn nadat we ervan verzekerd zijn dat er iets te verdelen zal zijn.

    Men heeft me uit Parijs uw brief opgestuurd die na mijn vertrek aankwam. Als hij me daar had bereikt zou de machine misschien al in Londen zijn, want er zijn er altijd die klaar staan. Het hangt van u af wanneer u haar wilt laten komen, hoewel uitstel voor mij wel enig slecht gevolg zou kunnen hebben, omdat ik aan die heren bij contract heb beloofd de invoering ervan in Engeland te bevorderen, en het Patent ervan te laten verzenden binnen 3 maanden na verificatie van het Hof bij het Reglement van Parijs. Maar ik weet wel dat zij me niet onder druk willen zetten, zolang ze niet weten dat de zaak zeker de moeite waard is, wat ze alleen kunnen opmaken uit de omzet die ze met hun machines zullen maken.

    Ik ben heel blij dat men nog iets van de werken van Horrocks heeft gevonden, en als het enigszins mogelijk is dat men het op orde kan brengen moet men het bewaren door het te laten drukken. U zult mij zeer verplichten door me een exemplaar ervan te verschaffen.

    Ik heb voorzover ik weet nooit iets gezien van de koning Ulug Bey, maar die catalogus van vaste sterren zal juist een zaak zijn voor de heer Hevelius om in het licht te geven samen met die welke hij samenstelt.

    Ik heb aan mijn Vader 4) geschreven zijn exemplaar van het Boek 5) van de heer Sorbiere aan u te geven in het geval dat u er nog geen hebt, aangezien hij door eigen schuld vergeten heeft dat mee te nemen, wat ik hem in Calais voor u gaf. U zult uzelf*) erin vinden met veel lof, overigens een schrijver met overhaast oordeel, die vaak niet zo goed op de hoogte is van dingen waarover hij schrijft.

    Ik ben wel blij dat eindelijk het uurwerk naar mylord Brouncker is gebracht. Ik


    2)  Deze brief aan Bruce is er niet.         3)  Niet gevonden.         4)  Brief niet gevonden.
    5)  Zie No. 1234, n. 9.         [ *)  Ed. 1666, p. 59-62; Engl. (1709) p. 29-31.]

[ 78 ]

ben nog niet bij de klokkenmaker 6) geweest om te weten aan wie hij wenst dat men het geld overmaakt, maar ik zal het u in mijn volgende brief berichten.

    Ik blijf voor altijd

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.      
      A Monsieur
Monsieur R. Moray, chevalier et du Conseil prive du Roy
  pour les affaires d'Escosse loge dans Whit Hall
A
                Londres.


    6)  Severyn Oosterwijk. Zie No. 1189.




No 1239.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

4 juli 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1238.

A Whitehall ce 24 Juin 1664.    

        Monsieur

    Uw aankomst in goede gezondheid thuis was mij zeer aangenaam nieuws ofschoon ik, om de waarheid te zeggen, niet minder blij was geweest u hier te zien met meneer Uw vader. Nu u de zaken weer opneemt die Uw bezigheid vormden, na een zo lange onderbreking, zal mij ook veroorloofd worden mijn verzoeken 1) te hernieuwen om die verhandelingen die uw vrienden, en alle geleerden


    1)  Zie brief No. 1102.

[ 79 ]

zo lang verwacht hebben, aangezien u geen excuus overblijft om ze langer uit te stellen.

    Hoe boos ik ook ben geweest over het verlies van Uw pakket, ik troost me op het ogenblik met de gedachte dat de stijl van Uw laatste brief aan meneer de graaf van Kincardine mij zeer aanstaat, en de andere zou me eerlijk gezegd niet bevallen zijn. Ik ben helemaal geen liefhebber van debatten die er zijn tussen mijn vrienden, over welk onderwerp het ook kan zijn. Nu dit uit de weg is geruimd, is het tijd te bezien wat ons te doen staat; zodra ik antwoord heb van meneer de graaf van Kincardine, zullen we onze maatregelen nemen op elk gebied. Ik kreeg uw pakket 2) toen ik naar Schotland ging schrijven, en ik stuurde hem uw brief meteen nadat ik hem ontving.

    Het is niet nodig iets toe te voegen aan mijn laatste brief 3) over de Machine, aangezien we het patent kunnen krijgen wanneer we willen, en het zou onredelijk zijn haar hier te willen invoeren, als ze in Frankrijk niet wordt ingevoerd; dat wil zeggen als men vindt dat het niet de moeite waard is erover te denken. Het is waar dat ik, niettegenstaande dat het me niet onmogelijk leek het ding nog bruikbaarder te maken dan het is, er niet over heb willen denken alvorens te zien of de uitvinding in Frankrijk slaagt, of niet.

    Zodra de Astronomische fragmenten van de heer Horrocks door de zorgen van de heren Wallis en Wren 4) klaargemaakt zullen zijn om het licht te zien, zal men ze laten drukken denk ik; maar hoe het ook zij, u zult ervan een kopie krijgen, als het in mijn macht ligt die te verschaffen.

    Ik zal u die kleine verhandeling 5) sturen van die Perzische koning 6), die de heer Greaves 6 of 7 jaar geleden heeft gepubliceerd. Maar wat betreft die andere 7) die we laten vertalen, we wensen veeleer dat het geheel tezamen wordt gedrukt, dan alleen dat Hoofdstuk ervan te drukken dat over vaste sterren gaat, zoals onze Secretaris aan de heer Hevelius heeft laten weten. We zijn vastbesloten hier het geheel te laten drukken aan de ene kant en het Latijn aan de andere kant, als de heer Hevelius het niet wil ondernemen, zoals ik meen u al hiervoor te hebben gezegd.

    Meneer Uw vader heeft mij zijn exemplaar van de reis van de heer Sorbiere gegeven, maar de Koning heeft het genomen, zodat ik het nog niet gelezen heb. Niettemin heb ik er elders voldoende van vernomen om te weten dat het oordeel dat u over de man geeft niet slecht gefundeerd is; en hoeveel hoffelijkheid hij ook jegens mij erin heeft betuigd, ik


    2)  Brief No. 1238.         3)  No. 1236.         4)  Vooral Wallis. Zie ook No. 1236, n. 8.
    5)  Zie No. 1236, noot 12.         6)  Ulugh Beg.         7)  Zie No. 1236, noot 10.

[ 80 ]

weet niet wat te antwoorden aan degenen die hem een nogal onbezonnen indiscretie ten laste leggen.

    Ik zeg u niettemin dank voor zijn boek, zoals ook voor dat van de heer Pascal 10). We hebben de meeste experimenten gedaan waarover hij het heeft; en u zult even goed als wij weten, wat er aan nieuws in te vinden is, en wat het waard is.
Ik zal mijn hele leven zijn

        Monsieur
Vostre treshumble tresobeissant et tresaffectionné serviteur
R. Moray.      
A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
XII
1 β
à la Haye


    10)  Zie brief No. 1234.




No 1240.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

10 juli 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Huygens' antwoord: No.
1242.

A Whitehall ce 30. Juin 1664.    

        Monsieur

    Volgens wat u me opdraagt in uw laatste brief van 4 juli 1) zal ik aan Meneer uw vader de 110 pond betalen die u me aanduidt 2). Ik zal ook informeren naar het gewicht van het Contragewicht van het Uurwerk en het u laten weten.


    1)  Deze brief is niet gevonden.
    2)  Ongetwijfeld om aan Severyn Oosterwijk te betalen voor het uurwerk van Brouncker. Zie No. 1178 en 1236.

[ 81 ]

    Het zal me veel genoegen doen die nieuwe uitvinding te vernemen waarover u me spreekt 3). De heer Hooke maakt voor ons een machientje 4) om precies de snelheid van dalende lichamen te meten, waarvan u de bouw zult weten zodra het klaar is.
Wij zijn ook druk bezig een middel 5) te vinden om een persoon te laten ademhalen onder water, zo diep mogelijk en zo lang mogelijk. We hebben al met een vrij aardig experiment gevonden 6) dat een mus of een muis op zijn gemak ademhaalt en beweegt in lucht die is samengeperst tot het twaalfde deel van de ruimte die hij tevoren innam; wat overeenkomt met de samenpersing die lucht ondervindt op een diepte van ongeveer 200 vadem water*). En waterdieren bewegen zich met hetzelfde gemak in water dat is samengeperst in dezelfde mate, als de lucht was waarover ik hier sprak, als wanneer het niet samengeperst zou zijn. Maar we zijn nog niet overtuigd dat een mens hetzelfde zou kunnen doen op een diepte van 200 vadem. Ik bedoel vooral wat betreft de ademhaling, daar hij naar het schijnt nogal vrij zou kunnen bewegen; alleen zou de samenpersing die alle ledematen van zijn lichaam zullen doorstaan hem zodanig hinderen, naar we vrezen, dat hij het niet zou kunnen verdragen; van iemand die het experiment op een diepte van 25 vadem heeft gedaan, of gezien, hebben we vernomen dat het bloed uit zijn neusgaten kwam en uit andere openingen in het hoofd, uitgezonderd de mond.

    Dit is wel genoeg om u deze materie te doen begrijpen; als u er graag meer van wilt weten hoeft u het maar te zeggen aan

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant et tresaffectionné Serviteur
R. Moray.      
A Monsieur
    Monsieur Christian Hugens de Zulichem
XII
1 β
A la Haye


    3)  Zie No. 1253.
    4)  In de zitting van de Royal Society van 22 juni 1664 (oude stijl) [Birch, p. 443] is besloten hiermee proeven te gaan doen en later zijn er mededelingen over (p. 460-461). Zie de figuur van No. 1270.
    5)  In de zitting van 13 jan. 1664 (o.st.) werd, op verzoek van Sir John Lawson, door Jonas Moore voorgesteld de duikersklok van Mr. Greatrix [Greatorex] te onderzoeken, en op 10 febr. (o.st.) werd een commissie benoemd die een methode zou onderzoeken om lang onder water te blijven. Sindsdien werd deze kwestie vaak behandeld.
    6)  Misschien een toespeling op het experiment tijdens de zitting van 25 mei (o.st.), waarvan geen herhaling wordt genoemd [zelfde p. 428 (Birch), 8e alinea: "The experiment with a mouse ... the air being condensed into an eight part ... that a man may breathe under water at the depth of 200 fathoms ..."].
    [ *)  Niet correct, zie brief No. 1242 en 1247 en de vorige noot.]



[ 84 ]

No 1242.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

18 juli 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.
Antwoord op No.
1240. Moray's antwoord: No. 1247, 1251.

A la Haye ce 18 Juillet 1664.    

        Monsieur

    U verplicht mij zeer door me nieuws te geven van wat er omgaat in onze*) Society, en wanneer u niets anders zult doen dan me eenvoudig de onderwerpen berichten van wat men er elke week behandelt, zou ik er stellig veel voldoening van krijgen. Ik zie aan het experiment dat u me meedeelt dat men een middel heeft gevonden om de lucht veel meer samen te persen dan men deed toen ik er was, want als ik me goed herinner ging men toen niet tot drievoudig samenpersen. U zult zeker kleine zuigers gebruikt hebben in vrij grote vaten, en ik zie niet in waarom men door middel hiervan niet zou kunnen komen tot een honderdvoudige samenpersing en meer.
U zegt dat op een diepte van 200 vadem water de lucht slechts is samengeperst tot een 12e deel van de ruimte die hij gewoonlijk inneemt, wat ik niet begrijp, want als volgens het experiment van meneer Boyle 33 voet water hem tot de helft van de gewone ruimte samenperst, zou de 200 vadem of 1200 voet hem brengen tot ongeveer 1/36 van zijn eerste volume, en niet slechts tot een twaalfde. De beweeglijkheid van het water ondanks de druk schijnt me altijd heel wonderlijk toe, en het is moeilijk voor te stellen hoe het is samengesteld, wanneer men zich voorneemt dit verschijnsel te leren kennen.

    Ik zal blij zijn de methode en machine te vernemen van meneer Hooke om precies de valtijd van zware lichamen te meten. Op het gehoor oordelen leek me niet altijd juist toen ik deze experimenten deed, waarmee ik toch vrij goed de verhouding van Galileï verifieerde, zoals ook dat een loden bal valt van 15 voet en 7½ duim (van onze Rijnlandse) in de tijd van een seconde, zoals ik eerst door berekening had gevonden. Weliswaar bewees het experiment deze waarde niet precies, maar het was er ook niet mee in strijd°).

    Mijn nieuwe uurwerk heeft men nog niet klaar kunnen maken, maar tot dusver gaat alles heel goed, en over een dag of 2 zal het in gang zijn. Ik heb de meester 1) betaald van dat van mylord Brouncker 2). Vergeet alstublieft niet mij te berichten wat het contragewicht is van dat werk.


    [ *)  Huygens zegt hier voor het eerst "onze Society", i.p.v. "uw" of "de".         °)  Zie T. XVII, p. 278.]
    1)  Severyn Oosterwijk, klokkenmaker in Den Haag.         2)  Zie No. 1218.

[ 85 ]

    Men schrijft uit Parijs dat de heer Sorbiere met een lettre de cachet bevel heeft gekregen zich terug te trekken, ik weet niet waarheen, wegens zijn mooie Relation 3) waarin hij de Engelse natie zo zeer beledigt; u zult waarschijnlijk wel weten hoe dat zit, en of mylord Hollis 4) bevel heeft gekregen een klacht in te dienen.
Ik blijf

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.      


    3)  Zie No. 1234, noot 8.         4Holles was ambassadeur bij het Hof van Frankrijk.




No 1243.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

18 juli 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Huygens' antwoord: No.
1251.

A Whitehall ce 8 Juillet 1664.    

        Monsieur

    Aan dat kleine briefje 1) zult u kunnen zien hoe goed mijn geheugen is. Het zijn de titels van de twee Verhandelingen gepubliceerd door de heer Greaves waarover ik u sprak; ze zijn beide opgenomen in het boek dat ik zojuist naar de heer Uw vader heb gestuurd 2) om het u te doen toekomen. Ik had alleen een keer een blik geworpen op het boek op de plaats waar hij de ligging beschrijft van de steden van de provincies die hij vermeldt, en op de Titelpagina aan het begin van het boek, en ik herinnerde me de laatste niet toen ik u schreef 3). Maar u zult me deze fout vergeven aangezien het gevolg ervan niet schadelijk is voor onze zaken of onze personen. Ik denk dat u de moeite zult nemen het hele boek door te nemen, iets waarvoor ik geen tijd heb.

    Ik verwacht met de eerste gewone post het antwoord van meneer de graaf van Kincardine. Het komt evenwel van pas dat we ons even onderhouden over het onderwerp


    1)  Zie No. 1244.         2)  Zie brief No. 1239.         3)  Deze brief is er niet.

[ 86 ]

van de Uurwerken. De twee waarover ik u 6 maanden geleden sprak 4) zijn pas klaar gekomen; ze zijn nog niet geheel afgesteld, maar er wordt aan gewerkt. Ze lijken mij vrij goed gemaakt, maar de tijd die men erin steekt en de prijs lijken me nogal bezwaarlijk. De vakman, die de zoon van Fromanteel 5) is en die is opgeleid in Den Haag, zegt dat hij er geen zou kunnen maken in minder tijd dan een maand, en hoewel de marktprijs ervoor staat op 15 pond sterling alles inbegrepen, het lood, de bal waaraan het Uurwerk hangt, en alles, wil hij geen andere gelijkwaardige maken voor minder dan 20 pond. Zodat er niet een groot aantal gemaakt kan worden in weinig tijd, doordat het aantal goede vakmensen maar klein is; daar de prijs hoog is en elk schip er twee moet hebben, zullen ze niet veel gebruikt kunnen worden.
Daarom zal het van pas komen als we overal informeren bij vaklieden, of het mogelijk is er voldoende te maken voor degenen die ze willen hebben en de prijs ervan zo laag te maken als maar kan. Bezie dus of er bij u Uurwerkmakers in voldoende groot aantal zijn om er veel te maken, en wat de laagste prijs is die ze willen nemen. Ik zal hier hetzelfde doen. De twee die hier zijn zal ik laten zien aan verscheidene meesters en ik zal trachten ze te brengen tot de laagste prijs die mogelijk is. Want zoals u hebt gezegd in een 6) van uw vorige brieven, zullen we het misschien gepast achten het privilege te krijgen voor de verkoop van Slingeruurwerken die op zee dienen, in enkele plaatsen waar men geen beloning kan halen bij een souverein of een vakgenootschap van kooplieden.

    Maar er is nog iets dat bij het gebruik van deze Uurwerken op zee zozeer te vrezen is, dat als men er geen remedie voor vindt, ze tot niet veel zullen dienen. Dat is dat op de westelijke eilanden, de Antiben en andere, aan de kust van Afrika, en in het algemeen tussen de Keerkringen, en op zuidelijke plaatsen zowel op zee, als aan de kusten hiervan, alle soorten dingen die gemaakt zijn van ijzer onvermijdelijk roesten, en het nadeel dat dit deze Uurwerken zal toebrengen zal ze zonder twijfel weinig bruikbaar maken.

    Nu heb ik hier een heer 7) ontmoet die in Vlaanderen iemand heeft gesproken die een geheim heeft voor het harden van ijzer (ik bedoel ijzer, staal niet inbegrepen): dat hij het zo hard kan maken dat de vijl er geen vat op zou kunnen hebben, en dat er nooit roest op zou komen. Ik heb een zo gemaakte geweergrendel gezien, die verscheidene maanden is bewaard in gezouten leer, na te zijn bevochtigd met alle vloeistoffen die ijzer doen roesten, zonder dat hij maar ook enigszins door roest was aangetast.


    4)  De brief is er niet. Zie No. 1218.
    5)  Fromanteel (zie No. 1218, n. 6) junior bouwde in 1662 het eerste slingeruurwerk in Engeland.
    6)  Zie brief No. 1165.
    7)  Captain Silas Taylor, lid van de Royal Society. Tijdens de zitting van 6 juli 1664 (16 juli nieuwe stijl) sprak hij over deze methode om ijzer tegen roest te beschermen [Birch 1756, p. 448].

[ 87 ]

Ik denk dat ik, of onze Society, die manier over enkele dagen zullen krijgen. En ik wil meneer Du Son 8) (die duivel van een ingenieur, die in Rotterdam die wonderlijke boot heeft gemaakt, of eerder een hersenschim 8)), en allen die zich met dergelijke curiositeiten inlaten, aan het werk zetten om het geheim ervan te vinden. Die van Vlaanderen heeft het voor niets ter wereld willen meedelen.
    8)  D'Esson, 'seigneur d'Aigmont', was een Franse ingenieur-wiskundige en graveur, geboren in 1604. In 1653 kwam hij op aanbeveling van ambassadeur Boreel naar Holland (brief van 25 febr. 1653). Men zei dat hij rijk was en 16000 gulden per jaar had uit te geven. Zijn naam was hier nauwelijks bekend, op gravures van zijn schip komt voor: Sieur de Lisson, Duson, Desson, van Son [nu vaak: Du Son; zie over hem ook p. 227 (calèche), p. 379 (lenzen slijpen) en T. VI, p. 8 (horloge)].
    9)  De "Oorlogs-Blixem ter zee" [<] was 76 voet lang en 7 voet breed, had 2 kielen en een platte bodem; voor en achter was er een lang uitsteeksel, gewapend met staal. Het schip had geen zeilen maar werd aangedreven door een enorme veer, gekoppeld aan een schroef, 8 uur lang; het was bedekt met 21000 pond ijzer. D'Esson dacht 15 mijl per uur te kunnen varen, en zei dat hij zo zeker van zijn zaak was dat hij geen proeven wilde doen; men zei dat het schip hem al 30000 gulden had gekost. De lancering zou eerst eind oktober 1653 plaats vinden, maar het schijnt er niet van te zijn gekomen. Van het 'malle schip' bestaan verschillende platen.

malle schip

a)  Wonderen en Mirakelen. Welcke doen sal het vreemde, noyt diergelijcke Gesiene Rotterdams Zee-Schrick ... geinventeert door ... le Sieur de Lisson ... tot Rotterdam ... alwaer het toekomende Donderdagh den 20. November deses Jaers 1653. sal in het water loopen, en sijn eerste Proefstuck doen in de Mase. Tot Rotterdam, Gedruckt by Pieter Flipsen, Boeckverkooper by 't Princen-Hoff. 1653. in-4o.
Schrijver: "le Seigneur Corneille du Pon, Werk-Baes van 't Smedery of Yser-wercker van 't voorseyde Zee-Schuit".

b)  Terror Terroris, Werelts-Wonder-Schrick, Seldsame, noyt-gehoorde noch bedachte vondt, midtsgaders Grondige Omstandelycke Beschryvingh van seecker wonderbaerlyck, schrickelyck, en onverwinnelyck Vaer-Tuygh, ghenaemt den Oorlogs-Blixem ter Zee. Door het welcke men in seer korten tijdt oock de Zeën sal konnen beheerschen, d'aldermachtigste Oorlogs-Vlooten schielyck ende in weynigh uren geheelyck ruineeren, en onherstellelyck vermorselen ... 's Graven-hage ... 1654. in-4o.
De naam is hier: Duson. [Zie ook een andere plaat van 1654.]

[ Zie: M. Keblusek, 'Keeping it secret: The Identity and Status of an Early-Modern Inventor', in History of Science, vol. 43, p. 37-56.  Een tekening komt nog voor in: Cornelis van Yk, De nederlandsche scheepsbouw-konst open gestelt, 1697.  Zie ook: G. Schott, Technica curiosa (1664), 387-390, fig.].

[ 88 ]

    Overigens heb ik eens een soort koper gezien, of liever brons, met een goudkleur, maar een beetje meer rood, dat ook niet roest. Spant u zich in om deze geheimen te vinden of enig andere uitweg om de Uurwerken te vrijwaren van roest, en wij zullen hier hetzelfde doen.

    Ik ben en zal altijd zijn

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant et tresaffectionné Serviteur
R. Moray.      

    We bezig met experimenten met het Monochord 10).

    A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
A la Haye


    8)  In de zitting van 6 juli 1664 (o.st.) [Birch, p. 446].



[ 92 ]

No 1247.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

31 juli 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1242. Huygens' antwoord: No. 1251.

A Whitehall ce 21 Juillet 1664.    

        Monsieur

    Aangezien u wenst te weten wat er omgaat in onze Vergaderingen, zal ik trachten u die voldoening te geven, of het te laten doen door een andere hand,

[ 93 ]

als ik er niet de tijd voor heb. Maar steeds zal het gebeuren dat er een woord te zeggen valt op de experimenten of andere zaken die zich er voordoen en dan moet u het geduld hebben te verdragen dat ik u het hoofd over breek. Maar wat u het meest moet vermoeien van de dingen die ik u aanduid in mijn brieven is, dat ik wel vaak het ene schrijf in plaats van het andere, ofwel zonder degelijk te onderzoeken wat ik zeg. Ik etaleer voor u wat ik ervan denk te onthouden, maar om u de waarheid te zeggen vergis ik me zo vaak, dat ik zou geloven blaam te verdienen als het niet zo was dat het niet in mijn macht ligt het te verhelpen. Voeg hieraan toe dat ik meestal in tijdnood zit, en geen tijd heb er de aandacht aan te besteden die nodig is, en die het enige redmiddel is dat de domme fouten kan verhinderen die me heel vaak overkomen. Maar eerlijk gezegd heb ik er niet veel moeite mee, aangezien ik de goedheid die u voor me hebt wel ken.
Ik beging er een in de brief 1) die u zei, dat op een diepte van 200 vadem de lucht zal zijn samengeperst tot 1/12 deel in plaats van, met de gestelde 33 voet water om tegen de lucht op te wegen: het water zal de lucht samenpersen tot 1/12 bij een hoogte van 60 ½ vadem. Maar u weet het beter dan ik. Men gebruikt slechts een glazen cilinder om de lucht tot 1/20 samen te persen, wat te doen is met alleen de hand.
U zult de beschrijving krijgen van de Machine die meneer Hooke gebruikt om de snelheid van dalende lichamen te meten. En misschien zult u wel de nieuwsgierigheid hebben het te beproeven op de Toren van Utrecht: die is hoger dan welke dan ook die we hier hebben. Ik wil het ook laten doen door meneer de graaf van Kincardine in putten die 60 of 70 vadem diep zijn; we willen er de daling onderzoeken van verscheidene soorten lichamen op verschillende manieren &c.

    Ik ben heel blij met de verwachting die u hebt van uw nieuwe Uurwerk. Wij trachten gewichten te gebruiken in plaats van veren, in de twee waarvan ik u melding maakte in mijn laatste brief 2), aangezien er, behalve de de ongelijkheid die men niet weg kan nemen van een beweging die met veren gemaakt wordt, andere ongemakken worden gevonden die noodzakelijk vermeden moeten worden, zoals Roest &c.

    Meneer uw vader heeft tien pond sterling ontvangen van meneer Viscount Brouncker 3). Hij heeft me beloofd het contragewicht van zijn Uurwerk te wegen en mij het gewicht ervan te zeggen. Ik wil het op tijd weten om het u aan het eind van deze brief aan te geven.

    Het is op voorstel van de Ambassadeur van Frankrijk 4) die hier is, dat Sorbiere is uitgewezen.

    Ik heb het antwoord ontvangen dat ik verwachtte van meneer de graaf van Kincardine aangaande de Uurwerken: hij verlaat zich geheel op mij.

    Laten we nu dus meteen beginnen in alle ernst erover na te denken. Het eerste


    1)  No. 1240.         2)  Zie N. 1243.         3)  Zie No. 1240, n. 2.         4)  George, comte d'Estrades

[ 94 ]

dat we mijns inziens moeten doen is te besluiten op welke plaatsen we privileges moeten nemen, en waar met een andere methode handelen, dat wil zeggen door beloningen te vragen. U weet dat we hiervoor enkele malen daarover hebben gesproken. U was van mening 5) als ik me niet vergis, dat het van pas komt de nodige privileges te nemen daar waar u bent. En ik ben ook die mening toegedaan. En wat betreft de beloning die de Heren Staten of anderen hebben uitgeloofd voor degenen die een uitvinding zullen doen om de lengte op zee te weten, informeer eerst hoe dat zit, en bezie dan of het nog de tijd is om er aanspraak op te maken.
Het patent evenwel, met privilege voor u en meneer de graaf van Kincardine (of voor u alleen als het u goeddunkt) en voor degenen die door u gemachtigd zullen zijn, zich te bedienen van Slingeruurwerken op zee (welke kleine uitvinding men er ook aan kan toevoegen &c.) met uitsluiting van alle anderen, niemand zal u de beloning kunnen ontnemen tenzij hij een andere uitvinding heeft zonder de slinger te gebruiken. En of het u nu goeddunkt dat men het evenzo doet in Frankrijk, ofwel dat men met de Koning onderhandelt over een beloning zonder patenten te vragen, u behoeft me uw mening maar te zeggen en ik geloof dat ik het middel zal vinden om het een of het ander te laten doen. En voor Groot-Brittannië zal het niet moeilijk zijn het privilege te krijgen, maar ik zie niet dat men beloning kan verwachten. Toch heb ik zin de pols te voelen van die Kooplieden die zulke mooie aanbiedingen hebben gedaan aan de Portugees 6), om te zien of ze evenveel willen doen voor iets dat reëel is, als ze hebben gedaan voor een Hersenschim.

    Overigens, voor Spanje, Denemarken, Zweden, de Hanzesteden &c. denk ik dat het niet moeilijk zal zijn patenten te krijgen mits het sop de kool waard is. Het is waar dat ik heb horen zeggen, dat de Koning van Spanje een beloning heeft voorgesteld voor het geheim van de lengtebepaling en als het zo is, is het op zijn minst de moeite waard die te vragen.

    Maar alles wat ik zojuist heb gezegd vooronderstelt dat de Uurwerken op zee precies lopen; en totdat we daarvan zeker zijn is de enige vraag, te weten of het tijd is op de bovengenoemde plaatsen privileges te vragen, dan wel of er nog gewacht moet worden tot we geen twijfel meer hebben. Bij terugkeer van kapitein Holmes 7) zullen we op zijn minst opheldering hebben over de helft van de zaak (of het zal weinig schelen) en weten of de Uurwerken stil gaan staan of niet. Wat de rest betreft zal het mijns inziens niet moeilijk zijn er een heldere blik op te hebben, zonder daarvoor nieuwe experimenten op Zee te doen. We verwachten meneer Holmes binnenkort.

    Dit lijkt me nu een al vrij lange brief. Niettemin is het nodig dat ik er


    5)  Zie No. 1218.         6)  Zie No. 1013, n. 4 [5: Berchenshah].         7)  Zie No. 1187 [Jamaica].

[ 95 ]

nog enige regels aan toevoeg over wat er is gebeurd in onze Vergadering afgelopen woensdag 8).

    Men 9) presenteerde er een magneet die 4 heel duidelijke polen heeft, en dat zonder kunstgreep, de natuur heeft er twee aparte Magneten verenigd met ertussen een of andere soort aarde, of steen, zonder de Magnetische eigenschap.

    Op grond van het verslag dat men ervan had gemaakt, dat bij een zeer precieze waarneming van 4 of 5 goede naalden — waarvan er 2 een voet lang waren en 2 andere 7 duim, de heer Viscount Brouncker, ridder Neile, de heer Ball, de heer Hooke en ik waren erbij, de Meridiaan van het zonnekwadrant*) van de Koning (dat in de privé-tuin is) werd als de ware genomen — alle naalden ermee overeenkwamen zonder enige afwijking, werd verordend dat men zorgvuldig zou nagaan of twee naalden bij een Magneet kunnen worden gezet zodanig dat de ene naar de polen is gericht, en de andere er vanaf. Evenzo twee andere bij twee magneten gezet; om te weten welke zekerheid er is als tussen verscheidene Naalden worden vergeleken.

    Men 10) presenteerde er Antimonium dat in de Zon was verschroeid, om te zien of het gewicht ervan vermeerdert, volgens wat verscheidene Schrijvers erover zeggen. Maar men vond het tegendeel.

    Men beproefde opnieuw met grote tevredenheid het experiment betreffende het aantal trillingen van een snaar.

    Men liet een snaar uitstrekken, 138 voet in lengte, 1/32 duim dikte (het materiaal ervan was brons), met aan een van de einden een gewicht van 4 pond 7 ons gehangen. Men had het gewicht zo aangepast, dat bij aanraken van de snaar in het midden elke trilling die hij maakte precies ½ seconde duurde; en op suggestie van meneer onze president vond men, dat het midden van de snaar lager was dan zijn twee uiteinden met de hoogte van een slinger die halve seconden slaat. En na de snaar te hebben verkort met de helft, en hetzelfde experiment op alle punten uitvoerend, vond men dat de trillingen precies twemaal zo snel waren als tevoren; en het midden van de snaar was lager dan zijn twee uiteinden met de hoogte van een slinger waarvan de slingeringen dezelfde snelheid hadden als die van de verkorte snaar.

    U ziet dat er geen mogelijkheid is de zaken zo kort de te beschrijven, dat dit niet verscheidene regels in beslag neemt. Maar u zult me er geen verwijt van maken, behalve als ik me op enkele plaatsen slecht heb uitgedrukt volgens mijn gewone manier. Maar u hebt genoeg vriendschap voor mij om de fouten te vergeven van

        Monsieur
Vostre treshumble tresobeissant et tresaffectionné serviteur
R. Moray.      


    8)  20 juli (o.st.) [Birch, p. 451].         9)  William Ball.         10)  Jonathan Goddard.
    [ *)  J. Wallis, Phil.Trans., vol. 23 (1702) 1107: "Gellibrand ... Great Concave Dial ... true Meridian-Line".]

[ 96 ]

    Mylord Brouncker was zozeer belet dat tot mijn volgende brief moet worden uitgesteld wat ik u dacht te zeggen over het Contragewicht. In elk geval laat hij u vriendelijk groeten.

A Monsieur
    Monsieur Christian Hugens de Zulichem
1 β
XII
A la Haye


[ 98 ]

No 1250.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

8 augustus 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.
Antwoord op No.
1243, 1247. Moray's antwoord: No. 1252.

A la Haye ce 8 Aoust 1664.    

        Monsieur

    Ik heb te antwoorden op twee van uw brieven die zoveel verschillende onderwerpen bevatten dat, al zeg ik maar heel weinig over elk punt, ik geloof dat ik niet kan vermijden u de moeite te geven een lange brief te lezen. Ik zeg u in de eerste plaats dank voor het boek van de Epochen 1) dat mijn Vader me tot dusver niet kon doen toekomen, noch ook dat van meneer Boyle over Kleuren 2), dat ik met ongeduld verwacht. De lange tijd de nodig is voor het maken van die uurwerken met veer en de hoge prijs zijn aanzienlijke bezwaren, en het laatste groter dan het eerste, want dit zou men kunnen verhelpen door veel handen te gebruiken, en het lijkt me dat Fromanteel spreekt alsof hij deze werken van begin tot eind eigenhandig zou moeten maken.

    Om ze nu allemaal tegelijk te laten maken, zowel sneller als goedkoper, moet getracht worden ze met contragewicht te maken, wat zonder moeilijkheid in praktijk gebracht kan worden door te maken dat het gewicht maar een voet of zo daalt. Maar nog beter met mijn nieuwe uitvinding dan op de gewone manier, omdat bij de laatste het aantal raderen enige ongelijkheid kan veroorzaken, maar bij de andere helemaal niet. Dit nieuwe uurwerk loopt al, bij de klokkenmaker 3), en wacht slechts op de


    1)  Zie No. 1236, n. 11 [12].         2)  Zie No. 1236, n. 16b.         3)  Severijn Oosterwijk. Zie No. 1221.

[ 99 ]

kast die nog gemaakt moet worden, zodat ik nog geen test heb kunnen doen door het te laten lopen naast mijn grote slingeruurwerk, hoe groot de nauwkeurigheid ervan is, maar volgens elke rede en op aanschouwelijke wijze moet het wel buitengewoon zijn. Het contragewicht daalt daarbij in een dag maar ongeveer 9 duim.
Ik verlang ernaar dat uw kapitein Homes terugkomt en dat we zijn verhaal zullen krijgen, in eerste plaats om te zien hoe het zit met dat slechte effect van roest dat u noemt, want als het in staat is de uurwerken stil te zetten zou het een groot bezwaar zijn en daarvoor zou een remedie gezocht moeten worden, hetzij door een uitvinding om het ijzer te harden zoals u zegt dat er is, hetzij door de assen van de raderen van een ander metaal te maken, ofschoon het vrij moeilijk zal zijn. Maar ik heb hoop dat de voortdurende beweging van de assen in de koperen gaten ze tegen roest zal kunnen beschermen op die plekken waar ze moeten rollen, want voor andere is het niet van belang. Toen ik met mijn Klokkenmaker sprak over dat harden van ijzer, vond hij er een bezwaar bij, dat door dit harden het ijzer of staal zo bros zou worden dat de rondsels gevaar zouden lopen te breken.

    Nu, gesteld dat de slingers tijdens de reis niet zijn stil gaan staan, zal aan het journaal van Kapitein Holmes te zien zijn hoe ze zich hebben gedragen ten aanzien van de nauwkeurigheid. En als we zullen vinden dat we tevreden zijn, ben ik zoals u van mening dat we verder kunnen gaan zonder te wachten op nieuwe proeven; maar zo niet, dan hoop ik nog op die welke ik zal laten doen met mijn uurwerken van het nieuwe maaksel. Toch ben ik van oordeel dat we de terugkomst van de genoemde Holmes moeten afwachten, alvorens te beginnen met het aanvragen van Privileges of Beloningen; en wanneer we zullen geloven voldoende zeker te zijn van onze zaak, geloof ik dat het van pas zal zijn overal het Privilige aan te vragen voor de verkoop van de Uurwerken, en de beloning in geval van succes op de plaatsen waar deze is voorgesteld; maar niet op andere. Maar het zal dan wel de moeite waard zijn over deze zaak raad te vragen aan de Royal Society, waaraan ik vanzelfsprekend graag gehoor zal geven.
Wat betreft de belangen van meneer Kincardine en de mijne, ik weet wel dat er geen discussies meer zullen zijn, aangezien hij zich op u verlaat, maar wat zal hij zeggen als de Uurwerken die tot dusver worden gebruikt niet blijken te voldoen, en men zijn toevlucht moet nemen tot mijn nieuwe?

    Ik heb veel genoegen gehad bij het bekijken van de mooie en verschillende experimenten waarmee de nobele Society zich bezighoudt.

    De waarneming van mylord Brouncker is verrassend, ik bedoel over die slinger waarvan de slingeringen gelijk zijn aan die van de snaar die evenveel doorzakt als zijn lengte, maar ik geloof niet dat hij hoopt er enig bewijs van te kunnen vinden. Ik twijfel er niet aan dat u na die experimenten met snaren ook zult komen op trillingen van veren, en op tonen van harde lichamen die klinken 4). Bij


    4)  Brief van Oldenburg aan Boyle, 25 aug. 1664, in Boyle's Works, V, p. 306> "I shall go on to telle you, that upon the suggestion of Monsieur Zulichem, to try the vibrations of hard bodies sounding, it was moved by Sir R. Moray to make, instead of a bell, a flat round plate of bell metal ...". In de zitting van 17 aug. (o.st.) [Birch, p. 460] stelde Moray ze voor, na de brief van Huygens te hebben gelezen.

[ 100 ]

die welke voortkomen uit de verdeling van het monochord zijn veel mooie opmerkingen te maken, waarvan men er enkele vindt in de boeken 5) van pater Mersenne, maar ik weet niet of u nog met muziek bezig bent. De Temperatuur die men heeft gevonden bij de kwinten is mijns inziens een heel mooie uitvinding, en wat deze betreft zou ik u iets kunnen meedelen dat ik erover heb geschreven 6).

    U maakt voor mij een mooie apologie die u wel achterwege had kunnen laten, voor een klein abuis dat u bij vergissing hebt gemaakt, bij het spreken over de samenpersing van lucht. Ik voor mij vind het heel wat verbazingwekkender dat een drukbezet iemand als u zich ontelbaar veel bijzonderheden van de Experimenten kan herinneren, dan dat hij er soms een vergeet.
Het schijnt me toe dat, als men met alleen de druk van de hand de lucht in de glazen cilinder samenperst tot 1/20 van zijn volume, dat men met de krik en een buis nemend die nauwelijks dik was, zou moeten gaan tot 1/200 op zijn minst. Tenzij er teveel moeilijkheid is, de zuiger zo nauwkeurig te maken dat hij naast zich niets laat ontsnappen. Is die van de glazen buis niet van vlas, en de Buis zelfs heel sterk?


    5)  Zie behalve No. 20, n. 2 en No. 85, n. 5:  a) Traité de l'harmonie universelle, 1627.  b) Les preludes de l'harmonie universelle, 1634.  c) Harmonicorum libri, 1648; 2e ed., de 1e is van 1636 [Instr.], Frans 1638 [1636, zie indeling].
    6)  Zie 'Novus cyclus harmonicus', in het Frans in Histoire des ouvrages des sçavans, Rott. 1691 [p. 78-88; Ned.  Vgl. T. III, p. 307 (logaritmen) en T. XX, p. 49-58.]

[ 101 ]

hand aan slinger, bak op stoel
  Valproef, 1659
 
    Ik begrijp niet wat dat instrument van de heer Hooke om de daaltijden te meten anders kan zijn dan een slinger. Ik heb er niets beters bij gevonden dan gebruik te maken van de halve slingering en het slingerlood tegen een hard voorwerp te laten slaan, en opdat het zijn beweging precies op hetzelfde ogenblik zou meedelen als de bal die valt, maakte ik ze samen vast met een draadje dat ik doorknipte met een schaar.

    In de Almagest van Riccioli 7) staan heel veel opmerkelijke waarnemingen aangaande het dalen van lichamen, en ik ben ervan verzekerd dat men ze bij u zal herhalen, en met meer nauwkeurigheid, want alleen al het middel om de tijd af te tellen met een slinger van een duim is minder precies dan wat ik zojuist beschreef.

    In Parijs heb ik mij meneer Rohault iets dergelijks gezien als wat u zegt over de magneet met 4 polen. Als ik me goed herinner had de zijne er maar 2, maar ze waren niet tegenover elkaar, en de subtiele materie ging niet in rechte lijn van de ene naar de andere, maar langs een sterk gekromde weg, zoals niet alleen de ader van de steen liet zien, maar ook het vijlsel dat men erop wierp. Dit geeft aanleiding om te speculeren over de manier waarop deze stenen ontstaan. Wat betreft het verschil dat u wilt zoeken bij naalden die verschillend gewreven zijn op dezelfde magneet of twee verschillende, ik geloof vast dat ze hetzelfde zullen draaien, aangezien het de magnetische materie is, waarvan de loop geregeld wordt door de aarde en door de lucht, die ze zet in de stand die men ze ziet innemen, wat ze evenwijdig aan elkaar moet brengen.

    Ik heb onlangs het boek gelezen van Doctor Willis, Cerebri Anatome, dat een heel opmerkelijk stuk is en van groot werk. Men heeft het herdrukt in Amsterdam 8) en vermeerderd met een heel aardige kleine verhandeling over de beweging van spieren 9) waarvan ik niet weet of u deze hebt gezien. De naam van de schrijver 10) staat er niet bij, maar naar wat ik kan zien komt hij uit hetzelfde land.


slingertje van Riccioli     7)  Zie dit werk (No. 280, noot 7) bij Libri II Caput XXI [p. 89]: "Over de snelheid van zware dingen die door natuurlijke beweging dalen, & de verhouding van hun snelheidstoename" [p. 84, figuur: slingertje of 'perpendiculum', op p. 87: lengte 1,15 duim, voor 1/6 s, twee waarnemers.
Moray had Riccioli (en de toren van Utrecht) al in 1661 genoemd, in No. 886].

    8Cerebri anatome: cui accessit Nervorum descriptio et usus ..., Amst. 1665 [1664 & 1666].
    9)  'De ratione motus musculorum ...', Lond. 1664 [fig.; Amst. 1664, 1665].
    10)  William Croone (Croune) ... 1633-1684 ... professor rhetorica in Gresham, nam deel aan de stichting van de Royal Society.

[ 102 ]

    Men schrijft me uit Parijs 11) dat de 'chaises roulantes' (sjezen) meer in zwang zijn dan ooit, dat de meesten ze nu zelf mennen en dat men sinds mijn vertrek nog het een en ander eraan heeft veranderd, o.a. dat de wielen een halve voet hoger dan eerst worden gemaakt. In 4 uur en minder gaan ze met 3 paarden van Parijs naar Fontainebleau. Vrouwen en zij die niet de moeite willen hebben zelf te mennen, hebben een knecht te paard die met een leiriem het paard van de sjees ment. Zonder dat u de moeite neemt er een te laten komen, zult u ze weldra zien, omdat mevrouw de hertogin van Orleans er een heeft gevraagd om naar de Koningin van Engeland te sturen. Dit is mij bekendgemaakt door een van de deelnemers 12).

    Mijn Vader bericht me 13) dat hij Jupiter en Saturnus heeft gezien met een kijker van de heer Rives 14) van 60 voet, heel goed en helder, ik verzoek u mij te laten weten hoe groot de middellijn is die zijn objectiefglas heeft en welke opening, want daarvan alles hangt af.

    Maar na u te hebben vermoeid met het lange lezen past het me niet, er nog zulke vragen aan toe te voegen. Ik vraag u vergiffenis voor het een zowel als het ander en ben voor altijd

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.      


    11)  No. 1246.         12)  Pierre Perrien, markies van Crenan.
    13)  Deze brief (uit Engeland) is er niet.         14)  Instrumentmaker Reeves. [>]




No 1251.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

8 augustus 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1242.

A Whitehall ce 29 Juillet 1664.    

        Monsieur

    Er zijn me zoveel belemmeringen overkomen, dat ik niet genoeg tijd zal hebben om u de helft te zeggen van wat ik me heb voorgesteld. Daarom stel ik al het andere uit tot een andere keer 1), en zal ik u alleen dit zeggen wat ik zojuist van meneer Viscount Brouncker vernam aangaande alle gewichten van het Uurwerk dat u hem hebt gestuurd. Hij stuurt ze u allemaal, opdat u er de verhouding van weet.


    1)  Zie brief No. 1252.

[ 103 ]

Het kleine lood van de slinger weegt 8 deniers, 4 grains; het grote 9 onces, 5 deniers, 2 grains*). Het contragewicht of het grote lood dat het Uurwerk doet gaan weegt 233 onces 13 deniers 18 grains. Er rest mij geen tijd meer dan om u te zeggen dat uw verhoudingen hierbij niet zijn aangehouden a). De slingerstaaf heeft hij niet kunnen wegen zonder alles uit elkaar te halen.
Ik ben

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      

    Het contragewicht is zo licht dat hij er zo'n 1½ pond aan moest toevoegen b).
    62 shilling wegen een pond.
    Het pond is 12 onces van het gewicht dat men hier noemt Troy Weight. Het is dat van goudsmeden.

A Monsieur
    Monsieur Christian Hugens de Zulichem
XII A la Haye.


    [ *)  1 once is 31,1 g,   1 denier is 1,56 g,   1 grain is 0,065 g.
1 pound Troy = 373,24 gram = 12 ounces.   1 once = 20 deniers,  1 denier (pennyweight, dwt) = 24 grains.]

    a)  Hij moet dus iets afnemen van het kleine loodje, dat moet zijn van 6 : 14 2/3 en zo ook het gewicht van de staaf [Chr. Huygens].
    b)  Ik heb het de klokkenmaker 2) verweten [Chr. Huygens].
    2)  Severyn Oosterwijk.




No 1252.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

15 augustus 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1250. Huygens' antwoord: No. 1253.

A Whitehall ce 5. d'Aoust 1664.    

        Monsieur

    Als uw brieven lang zijn zult u niet ontstemd zijn als de mijne niet kort zijn. Maar onze briefwisseling heeft geen voorwoorden nodig; alleen moet mij vergund worden te antwoorden op elk van uw punten, als ik tijd genoeg heb om het te doen.
Het is waar, als die uurwerken voor op zee eenmaal in zwang zouden zijn, en als al diegenen die lange reizen maken ze zouden meenemen, zou er een groter aantal gemaakt kunnen worden in minder tijd dan nu (zoals u laat merken in uw laatste brief van de 8e 1)), zowel omdat meer werklieden zich ervoor zouden inzetten, als omdat zij uitvindingen zouden doen om het werk sneller


    1)  D.w.z. van 8 augustus 1664, brief No. 1250.

[ 104 ]

voort te helpem, door de gelijkvormigheid van de uurwerken in alles. Wat u zegt over Contragewichten in plaats van Veren zal er ook iets toe bijdragen; en het zal ongetwijfeld beter zijn voor de nauwkeurigheid, en bovendien andere voordelen hebben zonder enig ongemak mee te brengen. En dit is de reden geweest waarom wij in een van de twee klokken die we hebben laten maken voor de hertog van York, de Veer al hebben laten vervangen door een Contragewicht, en na er de proef van te hebben genomen door ze onderling en met de grote slingeruurwerken te vergelijken, zal men ook de andere laten veranderen. Maar ik zou blij zijn geweest als ik had geweten wat u hebt toegevoegd (en veranderd) aan uw oude uitvindingen, voordat ik eraan werkte. Het contragewicht in het onze daalt maar een voet in 30 uur. We hopen dat u ons uw nieuwe uitvinding zult meedelen zodra u deze hebt beproefd.
Zodra meneer Holmes terug is zal ik u alles laten weten wat we van hem vernemen. Wat betreft het Harden van ijzer, en roest, we zullen er nog op tijd aan denken, na te hebben gezien wat we verwachten van meneer Holmes. Toch weet ik weet niet of het niet van pas zou komen de privileges aan te vragen (op zijn minst hier) zonder de terugkeer van kapitein Holmes af te wachten, alleen voor het gebruik en de verkoop van Slingeruurwerken ter zee, uit vrees dat iemand anders ons voor is; omdat zoals ik u al heb gezegd 2) East, de Klokkenmaker van de Koning, een Uurwerk heeft gemaakt voor op zee en iemand anders heeft ook een ander gemaakt, en één van hen, of een ander die het privilege aanvraagt, zal het gemakkelijk kunnen krijgen, op hoe weinig belang ze wettelijk ook aanspraak kunnen maken. Aan de andere kant, aangezien u ervan overtuigd bent dat uw nieuwe uitvinding zal slagen, wanneer de andere het doel niet zou bereiken, zie ik er geen bezwaar in het privilege te vragen. Niettemin als u het niet goedvindt, laat het me dan nog een keer weten, en ik zal me erbij neerleggen. Anders zal ik met uw goedkeuring weldra het privilege onder het Grote Zegel krijgen. In elk geval ben ik met u van mening dat het goed is daarover raad te vragen aan de Society, wat ik zal doen zodra ik uw antwoord heb.
Het is zeker dat er tussen ons geen discussie zal zijn aangaande het belang van de graaf van Kincardine en het uwe. Maar als ik me niet vergis zal datgene wat hij heeft toegevoegd aan uw eerste uitvinding om Slingeruurwerken op zee te laten lopen, even noodzakeljk zijn bij de nieuwe, hoewel het slechts betreft de beweging van de Kast, en de verdubbeling van de haak van de arm die de slinger laat bewegen.

    Mylord Brouncker heeft uw brief gelezen, en hij zegt dat hij er niet aan twijfelt dat hij het bewijs vindt van de gelijke beweging van de slinger en de snaar enz. waarover u het hebt. Ik zal niet nalaten hem eraan te laten werken. We willen de experimenten met betrekking tot de Muziek voortzetten tot een onderzoek van alles wat door enige bekende schrijver gezegd wordt over verhoudingen &c. van de noten, Harmonieën &c. en mylord Brouncker verzoekt u, zoals ik ook doe, ons deelgenoot te maken van bespiegelingen, vondsten, en experimenten die u kent aangaande de Kwinten, en alles


    2)  In een brief die we niet hebben.

[ 105 ]

waarvoor u de moeite hebt genomen het op schrift te stellen over dit onderwerp. We zullen niet nalaten vervolgens ook te beschouwen de trilling van Veren (waarover meneer Hooke al enige waarnemingen heeft gedaan 3)) en het geluid van harde Lichamen en andere. Maar dit zal niet zo snel gaan als we er niet enkele Curatoren voor hebben aangesteld 4), wat we zeer binnenkort zullen doen.
U zult alle omstandigheden te weten komen van de samenpersing die we willen doen, zodra de experimenten die men graag wil doen voltooid zullen zijn. Maar wij hebben hier onder ons de heer Du Son (die in Rotterdam de wonderbaarlijke Boot heeft gemaakt), die belooft ons te laten zien lucht die zo sterk is samengeperst dat hij als men hem laat ontsnappen tegen een stuk hout, dit in houtskool zal omzetten (d.w.z. het in brand zal steken); u moet zelf weten of u hem daarin gelooft.

    Ik heb u al beloofd de beschrijving van het instrument van meneer Hooke dat dient om de daalsnelheid van Lichamen te meten en ik zal het niet vergeten. Het is inderdaad met de slinger dat de tijd wordt gemeten, en de slinger en het Lichaam dat valt worden tegelijkertijd losgelaten, bijna op dezelfde manier als u de proef uitvoerde, maar de grootste kunstgreep ligt in de uitvinding die hij heeft om precies het ogenblik te kunnen aangeven dat het lichaam de Aarde raakt, en als ik me niet vergis geeft dit instrument het aan tot op 2/60 seconde. Men zal dit experiment ook zo ver doorvoeren als men kan. De slinger die men gebruikt is ongeveer 9 4/5 duim lang, en slaat halve seconden.

    Wat u zeg over de magneet die u hebt gezien bij de heer Rohault gaat nog veel verder dan de onze en het is een van de merkwaardigste dingen die ik nog heb gezien of gehoord over de magneet en verdient het wel overwogen te worden. Men zal er in onze Vergadering over spreken 5), en misschien zal men het goedvinden een magneet de vorm van een halve maan te geven om te zien wat de polen ervan zullen worden. Ik heb hetzelfde gevoelen als u aangaande de richting van Naalden die worden gestreken op verschillende stenen of op verschillende plekken van eenzelfde steen. Toch zal het goed zijn het proefondervindelijk te bevestigen.

    Wat betreft de beweging van de magnetische materie weet ik nog niets vast te stellen. Maar het is niet aan ons om in discussie te gaan over deze onderwerpen. De heer Doctor Charleton heeft iets gevonden om aan te merken op verscheidene dingen die de heer Doctor Willis naar voren heeft gebracht in zijn boek over de Hersenen, wat hij op aandringen van de Society 6) op schrift heeft gesteld en aan doctor Willis heeft gestuurd; nadat hij ons


    3)  Deze experimenten worden niet genoemd in de 'Proceedings'.
    4)  In de zitting van 27 juli 1664 (o.st.) [Birch, p. 453] werd aan Hooke, die al 'Curator' was sinds 12 nov. 1662, een jaarlijks salaris van 80 pond toegekend; op 23 nov. werd besloten dat de Society 30 pond zou betalen, terwijl [Sir John] Cutler 50 pond zou leveren aan Hooke als 'Lecturer'.
    5)  In de zitting van 17 aug. (o.st.) werd inderdaad brief No. 1250 van Chr. Huygens voorgelezen.
    6)  Op 8 juni 1664 (o.st.) werd besloten dat deze discussie niet zonder toestemming gepubliceerd mocht worden.

[ 106 ]

had onderhouden over de bijzonderheden terwijl hij voor ons de Anatomie deed van enkele mensenhoofden (want we krijgen Lichamen om te anatomiseren zoveel als we willen) en hij moet er een verhandeling van maken 7). Wat betreft die verhandeling over de Beweging van Spieren: de heer Doctor Croone is de schrijver ervan.

    Meneer Silvius en ik hebben gesproken over de Sjezen over wat u me ervan bericht; maar we zijn nog niet vastbesloten er het privilege van aan te vragen, wat we evenwel niet zullen verzuimen wanneer het tijd is eraan te werken. Maar het schijnt dat we hier een andere soort sjees gaan laten maken, geheel verschillend van die van Parijs, die we misschien met de andere in het patent kunnen zetten; wat we over enkele dagen zullen besluiten. En als deze andere hier slaagt, zal men het privilege ervan ook elders kunnen nemen.
Ik zal trachten u te laten weten wat u wenst van de glazen van de heer Reeves, zo spoedig mogelijk.
Er rest mij niets meer om u te zeggen over uw brief, maar ik zou toch niet nu al eindigen als niet verscheidene onderbrekingen me (zoals gewoonlijk) hadden gebracht tot het moment waarop ik moet eindigen, omdat ik van plan was u te zeggen waarmee onze Vergadering zich de afgelopen twee dagen heeft beziggehouden, maar ik moet het uitstellen tot een andere keer.
Aimez tousjours

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant et plus affectionné serviteur
R. Moray.      
A Monsieur
    Monsieur Christian Hugens de Zulichem
 β
XII
A la Haye.


    7Inquisitiones II. anatomico-physicae ..., London 1665, in-8.



[ 107 ]

No 1253.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

29 augustus 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.
Antwoord op No.
1252. Moray's antwoord: No. 1255, 1256.

A la Haye ce 19 Aoust 1664.    

        Monsieur

    8 dagen geleden bracht men mij in mijn buitenplaats 1) op een mijl van hier twee boeken van u afkomstig en een brief van de 5e van deze maand. Ik zeg u heel ootmoedig dank. Wat dat over de beweging van spieren betreft, ik had het hier gezien, zoals ik u schreef 2), in kleiner formaat, en de redenering zeer goed gevonden naar mijn bekwaamheid in deze stof, alleen wenste ik dat men de experimenten zou doen die nodig zijn om de hypothese te verifiëren, zoals nu eens een slagader, dan weer een ader verbinden die de spier ingaan, om te zien welke verandering er zou optreden.

    Ik heb nog niet met aandacht het boek der Epochen van de Indische koning 3) bekeken, ervan afgehouden door het het boek over Kleuren van meneer Boyle, dat ik tegelijkertijd ontving. Daar ik het met ongeduld had verwacht heb ik niet kunnen uitstellen het te lezen, van begin tot eind. Alles is uitstekend, vol nieuwe ontdekkingen en subtiele overdenkingen; toch zal hij, alvorens de ware hypothese van kleuren te kunnen verkrijgen, die van het licht en van breking moeten hebben, die voor mij evenals voor meneer Boyle uiterst moeilijk te doorgronden schijnen te zijn. Bij wat hij heeft opgemerkt over de kleur die water doet verschijnen wanneer het uiterst dun is, zoals in de bellen die kinderen maken, is toe te voegen een ondervinding waarover ik naar ik meen met u gesproken heb, namelijk die van twee stukjes glas van een platte spiegel die, sterk tegen elkaar gedrukt, of er nu water tussen zit of alleen lucht, alle kleuren van de Regenboog laten zien.

    Die blinde organist 4) van wie hij melding maakt, is vroeger hier in Den Haag geweest, en ik herinner me goed dat wij al zijn bedrog ontdekten, zowel met het spel met Kaarten, die hij allemaal merkte met een verschillende vouw, als bij het onderscheiden van kleuren, waarvan hij niets herkende wanneer een bepaalde broeder die hij met zich bracht niet aanwezig was. Ik zou wel willen dat meneer Boyle de zegsman 5) ervan ondervroeg over deze bijzonderheid, te weten of hij met de blinde alleen was toen


    1Hofwijck dichtbij Voorburg, het buiten van vader Constantijn Huygens. Hij was ernaar uitgeweken wegens de pest. Zie brief No. 1254.
    2)  Zie brief No. 1250.         3)  Zie over dit werk van Ulugh Beg [Ulug Bey] No. 1244.
    4)  Johannes Vermaasen [Vermaesen], in 1628 te Maastricht geboren, was in 1664 organist in Utrecht. In zijn 2e jaar blind geworden ten gevolge van kinderpokken, beweerde hij op de tast kleuren te herkennen. [Zie Boyle, Colours, p. 42-49.]
    5)  John Finch ... 1626-1682 ...

[ 108 ]

hij die linten in handen had, want ik zie niet dat dit in zijn verhaal is uitgedrukt.

    Overigens was ik wel blij aan het eind van het boek het verhaal over de diamant 6) te zien, en ik voel me vereerd met de manier waarop over mij wordt gesproken.

    Wat onze uurwerken betreft, ik begrijp niet hoe uw klokkenmakers er het privilege van zouden durven vragen zonder medeweten van de uitvinders, en hoe zij het zouden kunnen krijgen zonder dat u het zou weten die altijd aan het Hof bent. Als u echter denkt dat er gevaar is, en als meneer de graaf van Kincardine het ermee eens is, denk ik dat het goed zal zijn die mensen voor te zijn door het Privilege aan te vragen op naam van ons beiden.

    Door mijn afwezigheid uit Den Haag heb ik de vervaardiging van mijn nieuwe uurwerk niet zoveel kunnen laten opschieten als ik had gewenst, maar toch is het nu helemaal klaar en ik ga het straks ophalen om het met me mee te nemen naar buiten de stad, waar ik het zal vergelijken met mijn grote slingeruurwerk, en ik zal u rekenschap geven van wat ik zal vinden van de nauwkeurigheid ervan. De meester 7) geeft er in elk geval een heel goed getuigenis van, nadat hij het gedurende 3 of 4 dagen heeft zien lopen, en hij wenst zeer dat ik ook het privilege hier aanvraag. Als ik heel deze uitvinding aan u zou willen uitleggen zou ik het alleen met veel moeite kunnen doen en door een figuur te maken die nogal ingewikkeld is. Toch zal ik u wel zeggen dat het geheim eruit bestaat dat het contragewicht, dat het schakelrad doet gaan, aan het rad zelf is gehangen en elke halve minuut weer wordt opgehesen door de kracht van het grote contragewicht. Daarmee ziet u wel dat er altijd precies dezelfde kracht is om de schommeling van de slinger voort te zetten en dat, door zo de slingeringen ervan even groot te maken, het wel zo moet zijn dat ze ook gelijke tijden hebben.

toestel voor valproef     Ik verwacht nog altijd de beschrijving van het toestel van meneer Hooke, en ondertussen is er een voor hetzelfde gebruik in mijn fantasie opgekomen, zie de figuur*).
ABCDEFGS is een plank waarvan het deel DEFG is uitgesneden. De slinger is HK, die ik zeer klein zal nemen,


    6)  Zie No. 1193.         7)  Severijn Oosterwijk.
    [ *)  Vgl. de figuren in XVII, p. 282-3.]

[ 109 ]

van ongeveer een duim om 1/6 van een seconde aan te geven. Door het lood H van deze slinger gaat een stift of naald.
ML is een strook papier of perkament die men zich 3 of 4 voet lang moet voorstellen en waaraan onderaan de haak MP is vastgemaakt, die vrij door het lood O heen gaat, en onderaan uitkomt op een loodje P.
Men laat tegelijkertijd het lood O, en dat van de slinger H, los door een draadje door te knippen dat aan beide vastzit, en als O valt tot P, die men zo laag zet als men wil, trekt hij de strook papier ML omlaag; die aan de ene of de andere kant onder het gaan een merk moet krijgen van de naald die de slinger H doorboort, welke daartoe gezwart moet worden. En zo zal men precies weten over welke afstand het lood O omlaag gegaan is in een bepaalde tijd, bekend door het aantal slingeringen van HK.
Ik heb het met zoveel haast en zo slecht uitgelegd dat ik geloof dat er een beetje geraden zal moeten worden om te begrijpen wat ik wil zeggen. Ik heb nog een andere manier om precies te meten in hoeveel tijd het lood daalt over een gegeven afstand, maar die is wat ingewikkelder; daarom zal ik er nu niet aan beginnen die te beschrijven, om u niet nog meer het hoofd te breken.

    Enkele dagen geleden heb ik een brief uit Rome 8) ontvangen met een boekje 9) uitgegeven door de broer 10) van degene 11) die het me stuurt. Saturnus Ze heten Montani 12) en het boek bevat een nieuwe waarneming van Saturnus die ze deze afgelopen lente hebben waargenomen met de vorm die deze figuur aangeeft, te weten dat de cirkel van Saturnus aan de bovenkant een deel van zijn bol bedekt en aan de onderkant erdoor wordt bedekt, met zelfs een beetje schaduw op de cirkel beneden en op de bol boven. Hij beroemt zich op een nieuwe manier om lenzen te maken door middel van een Draaibank, en zonder verder een vorm te gebruiken.
Ik weet niet wat dit kan zijn, maar hij haalt steeds getuigen aan om te laten zien dat zijn kijkers ver boven die van Divini uitsteken. Saturnus met ring Overigens bevestigt de waarneming mijn systeem geheel, en zelfs heeft me sindsdien toegeschenen, toen ik dezer dagen aandachtig Saturnus bekeek, dat ik een beetje schaduw zie op de cirkel bij A, de figuur*) is hier gedraaid zoals ik hem zie, dat wil zeggen omgekeerd.
    8)  No. 1248.         9)  Zie No. 732, n. 10.
Ragguaglio di due nuove osservazioni, 1664, fig.].

    10)  Giuseppe Campani.         11Matteo Campani.
    12)  Uit No. 1258 blijkt: Campani.         [ *)  T. XV, p. 39.]

[ 110 ]

    Hier is wat men me schrijft uit Parijs aangaande de zaak van de sjezen, ik stuur u de hele brief 13) van de heer markies van Crenan 14), daar ik geen tijd heb er een uittreksel van te maken. U zult zo goed zijn deze ook te tonen aan meneer Silvius 15), opdat hij als het gelegen komt schrijft aan de heer markies zoals hij schijn te wensen.

    Ik verzoek u hem van mij te groeten en te geloven dat ik volkomen ben

        Monsieur
Vostre tres humble et tres obeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.      


    13)  Zie brief No. 1246.
    14)  Hiermee kon de schrijver van brief No. 1246 worden bepaald: Pierre Perrier ... 1702 ... [Perrien ... 1670 ... Zie ook L'Etat de la cour des rois de l'Europe, vol. 1 (1680) p. 429].
    15)  Silvius hield zich al lang bezig met de 'chaises Roanesques'.



[ 113 ]

No 1255.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

19 september 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1253. Huygens' antwoord: No. 1258.

A Whitehall ce 9. Septembre 1664.    

        Monsieur

    Sinds ik uw brief van 29 augustus heb ontvangen heb ik niet de gelegenheid gehad de schrijver 1) te spreken van de Verhandeling over de beweging van spieren, aangaande de experimenten die u voorstelt. Maar naar het mij toeschijnt is het niet erg waarschijnlijk dat men enige zekere conclusie kan trekken om zijn theorie te bevestigen over wat er zou gebeuren met een spier, als nu eens een Slagader en dan weer een Ader verbonden zou worden. Niettemin wil ik hem erover spreken, en de discussie ervan uitstellen tot een andere keer.
Meneer Boyle is nu in Oxford. Ik wil hem uw brief sturen. Ik heb dezelfde mening over zijn boek over Kleuren als u. Hij beweert niet daarin veel gedaan te hebben, maar ook zal hij niet nalaten de opzet te volgen die hij heeft ondernomen en zo gelukkig is begonnen. Men stelt zich voor hem te helpen voor wat betreft experimenten over Breking. Die waarover u spreekt zijn vrij belangrijk, ofschoon heel eenvoudig, en gemakkelijk, en zullen misschien kunnen dienen om niet alleen enkele oorzaken te ontdekken (waarvan er meer kunnen zijn) van elk van de verschillende kleuren die in de Regenboog verschijnen, maar ook de reden van de volgorde waarin ze elkaar altijd opvolgen; tenslotte is het een heel uitgebreid onderwerp, waarvan men niet kan hopen het spoedig de baas te worden. Toen ik las wat meneer Boyle vertelt over de organist, heb ik wel vermoed dat er bedrog of kwakzalverij in het spel is geweest.

    Ik geloof niet dat iemand al het privilege heeft aangevraagd voor slingeruurwerken op zee. Weliswaar zou dit betekenen dat we verplicht zijn in discussie te gaan met degene die het verkregen zou hebben, maar zonder twijfel zouden we de zaak winnen, hoewel dat ons geld zou kosten; maar zodra ik de mening van meneer de graaf van Kincardine ontvang (zonder welke ik het privilege niet heb willen vragen hoewel het in mijn macht ligt) reken ik erop aan de Koning het patent te vragen dat hij me al lang geleden heeft beloofd.
Hoewel ik blij zou zijn zo spoedig mogelijk de nieuwe uitvinding te kennen die u hebt gebruikt in dat Uurwerk dat u pas hebt laten maken, tot in detail, denk ik dat ik moet wachten tot u er een laat maken en het me toestuurt. Niettemin, als er niets anders is dan de toepassing van een klein Contragewicht aan het Schakelrad, begrijp ik heel goed hoe dit gedaan kan worden zodanig dat het dit laat lopen gedurende een tijd van 3 of 4 minuten of meer en,


    1)  W. Croone.

[ 114 ]

als het dan beneden is, weer wordt opgetild door het grote; niettemin wil ik het niet ter hand nemen tot ik uw uitvinding ken, die beter zal kunnen zijn dan die waarvan ik het Idee heb opgevat, en die zoals u zegt nogal moeilijk te beschrijven zou zijn zonder er een figuur van te maken. Ik zal toch ondernemen het voor u te beschrijven zo goed als ik kan, als u het wenst.
Maar u zult vrij goed kunnen oordelen dat 2) het Idee dat ik me heb ingebeeld wanneer ik u heb gezegd dat er in de kamer van de koning een Uurwerk met veer is, dat hetzelfde doet, gemaakt door Fromanteel 5 of 6 jaar geleden, maar de kleine veer die het Schakelrad laat bewegen windt zich slechts elk half uur op. En het is niet moeilijk het middel te vinden er een contragewicht in plaats van de Veer op te laten zetten. Ik heb ook een klein Zakhorloge gezien dat hetzelfde doet als het Uurwerk van de Koning.
Toch vind ik deze nieuwe verandering heel goed die dat geeft aan de beweging, zoals ook meneer burggraaf Brouncker, als zijnde in verscheide opzichten heel geschikt voor op zee, zelfs veel meer dan die andere manier waarmee we al de proef hebben gedaan. In elk geval, verzuim niet er voor mij een of liever twee volgens uw uitvinding te laten maken; want ik heb geen twijfel meer dat het beter zal lopen dan de oude als het mogelijk is, zelfs aan Land. Ondertussen moet prins Rupert 3) de twee krijgen waarover ik u hiervoor heb gesproken om daarmee de proef te doen op de reis 4) die hij gaat maken; waarvan het ene is gemaakt met een veer en het andere met een Contragewicht.

    Hier wordt ik genoodzaakt af te breken en ik stuur u liever op dit moment de helft van mijn antwoord en de andere 5) volgende week, dan u tegelijk alle moeite te geven die u zou hebben gehad als ik het nu had afgemaakt. Zo zult u het goedvinden omdat u liefhebt

        Monsieur
Vostre treshumble tresobeissant et tresfidelle serviteur
R. Moray.      
A Monsieur
    Monsieur Christian Hugens de Zulichem
XII A la Haye.


    2)  Lees: over.         3)  Prins Ruprecht von Bayern.
    4)  Naar Guinea [Add. p. 623: Op een reis van korte duur. Zie No. 1287].
[ Zie ook T. XVII, p. 196, met een citaat over die reis uit J.S. Clarke, The life of James the second (1816) I, 402-404.]

    5)  Zie brief No. 1256.



[ 115 ]

No 1256.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

23 september 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1253. Huygens' antwoord: No. 1266.

A Whitehall ce 13. Septembre 1664.    

        Monsieur

    Nadat ik in mijn laatste brief 1) noodzakelijk verhinderd was alles af te maken wat ik u te antwoorden had op uw brief, neem ik nu het eerste moment dat ik sindsdien vrij ben, om u alles te zeggen wat ik toen in gedachte had.

    We houden meneer Hooke zo druk bezet met duizend dingetjes dat hij mij nog niet de beschrijving heeft gegeven van zijn toestel dat snelheden van dalende lichamen meet, en ook niet dat voor de breking van water, die hij me heeft beloofd; zodra hij ze me geeft zal ik ze u sturen 2). Uw toestel voor de daling van lichamen is aardig, het zijne is van een ander maaksel dan het uwe, ik zal morgen, met Gods hulp, trachten hem te verplichten me die twee beschrijvingen die ik net genoemd heb te geven, op tijd om ze u toe te sturen met de met de gewone post van komende vrijdag.

    We hebben eerder enkele experimenten zien doen voor meneer Doctor Wren 3), over de daling van enkele ronde stukken papier met cirkels koperdraad aan de randen vastgemaakt om ze uit te strekken, deze papieren hadden een verschillende middellijn maar gelijk gewicht; allemaal hadden ze alle kleine buisjes die door het midden gingen om ze rechtop te houden, en ze gleden van hoog naar laag op een draadje, aan het eind waarvan een loden bal was gehangen, zoals u het hebt getekend in de figuur die u hebt gemaakt. En we willen deze experimenten herhalen met verscheidene andere in de grote Toren van de St. Paul's kerk, waar mylord Brouncker & ik en enkele anderen van onze Society vandaag zijn geweest om enkele andere experimenten te doen, en we willen er met goddelijk goedvinden morgenochtend terugkeren.
De hoogte van de Toren is 204 van onze voeten; we hebben een slinger gemaakt van 200 voet ongeveer, eerst door een gewicht van 28 pond aan een dun koord vast te maken, en later aan een ander een draad van brons (d.w.z. brass), heel dun. Elke slingering duurde 7 a 8 seconden, die van het koordje en van de bronzen draad waren zo gelijk dat men pas bij honderd een verschil van een seconde kon vinden. We zullen ze


    1)  No. 1255.         2)  Zie No. 1270, 1271.         3)  Niet vermeld in de Proceedings.

[ 116 ]

morgen herhalen; en wanneer alles gedaan is, zal men u het verslag sturen. We zullen er ook een proefneming doen van het verschil van de Kwikbuis boven en beneden, en de daalsnelheid van enkele loden ballen &c. 4)

    Ik heb in onze Vergadering 5) de figuur van Saturnus laten zien die u me hebt gestuurd en hun tegelijk meegedeeld wat u erover zegt; men was er heel voldaan over, en men heeft opdracht gegeven te laten kijken of men in de Telescoop van meneer Reeves die schaduwen kan opmerken waarover u het hebt, maar daar het sindsdien steeds bewolkt weer is geweest, is de waarneming ervan nog niet gedaan; als men deze niet vanavond doet, wat ik morgen zal vernemen.

    Wat betreft het maken van lenzen met behulp van een Draaibank, meneer Hooke heeft ons 5 of 6 maanden geleden er een uitvinding 6) van voorgesteld die naar het schijnt niet verworpen moet worden, hoewel ze nog niet in praktijk is gebracht. U zult vernemen wat het is, als u het wenst.

    Er rest mij niets meer om u te zeggen dan dat mevrouw Fiennes 7) uit Frankrijk een sjees heeft meegebracht waarover meneer de markies van Crenan 8) u heeft gesproken, voor de koningin-moeder. De Koning is er deze middag in geweest op de binnenplaats van Somerset House waar ik hem heb gezien ook voordat Zijne Majesteit er is aangekomen, maar er ontbraken de stukken hout aan waarmee de armen aan de as van de Wielen vastzitten; nadat ze waren gevonden voordat de Koning kwam heeft hij de gelegenheid gehad zijn nieuwsgierigheid te bevredigen. Hij heeft enkele dingen gevonden om erop aan te merken, maar hij zei me dat hij denkt dat men ze zal kunnen verhelpen, en hij beloofde me opnieuw de opdracht voor een patent te tekenen.
Ondertussen ben ik een Advocaat gaan raadplegen over het patent, en ik wil morgen beginnen zo het God behaagt eraan te werken. Ik reken erop in hetzelfde patent op te nemen het privilege voor 2 of 3 andere uitvindingen van dergelijke wagens of Rijtuigen die heel verschillend zijn van deze, en het geheel op naam van meneer Hooke te nemen, die daarna de nodige toewijzingen aan Silvius zal opstellen of aan degenen die hij wil, waarvoor ik insta. Maar de naam Silvius kan niet in het patent worden gezet omdat hij een vreemdeling is, volgens de wetten hier.
Wat me eraan doet denken u ervan te verwittigen dat de uwe ook niet in het patent kan staan dat we gaan vragen voor de Slingeruurwerken op Zee, om


    4)  4 doorgehaalde regels volgen.         5)  In de zitting van 31 aug. 1664 (o.st.) [Birch, p. 464].
    6)  In de zitting van 27 april 1664 (o.st.) [Birch, p. 417].
    7)  Nathaniel Fiennes ... ca. 1608-1669 ... zijn (tweede) echtgenote was Frances Whitehead (1621-1691).
    8)  Zie brief No. 1246, van Pierre Perrien, markies van Crenan, aan Chr. Huygens.

[ 117 ]

dezelfde reden, als u niet genaturaliseerd bent. Daarom verzoek ik u mij een vriend te noemen wiens vriendschap en rechtschapenheid u bekend is om er in te zetten, maar laat mij het niet zijn, ofwel als het u goeddunkt kan dit worden overgelaten aan het advies dat ik vraag aan de Raad van onze Society. Ik zal ervoor instaan dat u er geen schade aan zult hebben; doet u echter wat u goed vindt, en aan uw orders zal gehoor worden gegeven. Silvius is weggegaan naar Frankrijk.

    Ik zal evenwel de kosten van het patent betalen. Je suis du fonds de l'ame

        Monsieur
Vostre treshumble tresobeissant serviteur
R. Moray.      

    Ik was bijna vergeten u te zeggen 9) dat de breedte van het glas dat meneer Reeves voor 60 voet heeft gemaakt 5 7/10 duim is, en de opening van het karton dat hij gebruikt voor Jupiter, en ook Saturnus, 3 4/10.
    Hooke heeft geen woord gehouden.
    Saturnus is nu zo laag, en zo dicht bij de Zon, dat men de schaduwen niet kan opmerken zoals we ons hadden voorgesteld.

        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
A la Haye.


    9)  Chr. Huygens had deze inlichtingen gevraagd in brief No. 1250.



[ 119 ]

No 1258.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

10 oktober 1664.

De brief is in Londen, Royal Society.
Antwoord op No.
1255. Moray's antwoord: No. 1268.

A la Haye ce 10 octobre 1664.    

        Monsieur

    Uw laatste brief is van 9 September, op het eind waarvan u mij de andere helft 1) van uw antwoord belooft met de volgende gewone post, maar die is nog niet gekomen. Ondertussen verlang ik ernaar uw toestel te zien voor het meten van de daling van lichamen, en waarin het zal verschillen van dat, waarvan ik u de figuur heb gestuurd.

    Ik geloof u te hebben geschreven 2) dat ik het boekje van Montani had ontvangen; waarin hij zijn nieuwe waarneming van Saturnus verhaalt, en de wonderen van zijn Draaibank om glazen te maken zonder vormen te gebruiken. Kort geleden heeft men me nog een gedrukte figuur 3) gezonden, die behalve de genoemde Saturniaanse waarneming een heel mooie van Jupiter voorstelt, op de schjf waarvan ze de schaduwen hebben zien voorbijgaan van twee van die satellieten, die tussen hem en onze ogen voorbijgingen, en zich kort daarna losmaakten van de genoemde schijf. Ik had er nooit aan gedacht, dat deze waarneming gedaan kon worden, gezien de kleinheid van die begeleiders, en het moet wel enigszins zo zijn dat hun glazen een buitengewone volmaaktheid hebben. Als dat van Reeves van 60 voet enigszins goed is, zou hij de genoemde schaduwen wel moeten ontdekken, als de Eclipsen gebeuren. Ik verwacht nog de middellijn van dat glas en die van de opening ervan.

    Het is wel waar dat er allang uurwerken zijn die twee veren hebben; waarvan de grote van tijd tot tijd de kleine opwindt, maar het is heel iets anders ze met contragewicht te maken, zodat terwijl het kleine gewicht weer omhoog gaat, het precies dezelfde kracht blijft hebben om het schakelrad te laten draaien waaraan het rechtstreeks is opgehangen. Wanneer u de uitvinding zult zien zult u er meer waardering voor hebben dan u nu hebt. De klokkenmaker 4) heeft twee van deze werken onder handen, die half voltooid zijn, en waarvan het ene voor u zal zijn. Maar doe mij ondertussen het genoegen me het idee uit te leggen, dat u had opgevat voor een dergelijke machine.

    Sinds mijn laatste brief was er een probleem opgetreden met mijn nieuwe uurwerk,


    1)  No. 1256.         2)  Zie No. 1253.         3)  Zie No. 1257 [zelfde ex. bij museo galileo].
    4)  Severyn Oosterwijk.

[ 120 ]

dat me heeft belet waarnemingen te doen van de nauwkeurigheid ervan zolang ik buiten de stad ben geweest, maar ik heb het nu laten herstellen, en men heeft het zojuist teruggebracht. Zullen we nooit iets horen van die, welke in Guinea zijn geweest? 5)

    Ik weet niet of mylord Brouncker verder nog heeft nagedacht over de bepaling van snaartrillingen gelijk aan die van de slinger, die u kent 6); maar ik vond zijn belofte wel vermetel. Deze afgelopen dagen ben ik terechtgekomen in een bespiegeling die daar niet heel ver vanaf ligt. Ik heb enkelvoudige slingers gezocht isochroon met driehoeken en andere figuren en lichamen, verschillend opgehangen, waarbij ik proposities ben tegengekomen die vrij aardig zijn en zelfs kunnen dienen om gemakkelijk de universele maat vast te stellen, waarop de genoemde mylord zich heeft toegelegd.

driehoeken, cirkel, ellips

    Bij voorbeeld, ik vind dat een rechthoekige en gelijkbenige driehoek zoals BAC, opgehangen aan de top A of aan het midden D van zijn basis, en van opzij in beweging gebracht, isochroon is met de enkelvoudige slingen van zijn hoogte AD.*)

    Dat een cirkel, opgehangen aan een punt op zijn omtrek zoals A, en van opzij in beweging gebracht, isochroon is met de Slinger van ¾ van zijn middellijn en evenzo elke sector zoals ABCD met de zijden AB en AD gelijk.

    Dat een ellips ABCD, waarvan de lange as zijn kwadraat driemaal zo groot heeft als dat van de korte, opgehangen aan het uiteinde A van de korte as, en van opzij in beweging gebracht, isochroon is met de slinger AC en evenzo elk gedeelte afgesneden door één of twee lijnen evenwijdig met de as BD.

    Als mylord Brouncker geniet van deze bespiegelingen, zal ik u er meer sturen, want ik heb de algemene bepaling voor alle driehoeken en rechthoeken, opgehangen aan een van de hoeken, of aan het midden van de zijden. Eveneens van cirkels opgehangen aan draadjes zoals cirkel B in A; en wat het moeilijkst te vinden was: de lengte van slingers isochroon met een bol, evenzo opgehangen aan een draadje, wat vooral dient voor de universele maat.

    Want merk op dat een grote bol niet isochroon is met een kleine, die het


    5)  Huygens bedoelt hier kapitein Holmes. Zie No. 1252.         6)  Zie No. 1252.
    [ *)  Zie Horologium oscillatorium (1673), p. 129, Ned.]

[ 121 ]

middelpunt even ver van het ophangpunt zou hebben. Wiskundigen in Frankrijk hebben vroeger naar deze dingen gezocht zonder ze ten einde te kunnen brengen, naar wat ik zie uit de brieven 7) die ik heb van pater Mersenne.

    Ik ben

        uw &c.


    7 Zie No. 13, 23, 25 en 27.



[ 126 ]

No 1261.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

21 oktober 1664.

Het stuk is in Londen, coll. Huygens. 1)

Moray.

21 Octobre 1664.    

    Ik zal afschrift sturen van het te maken contract aangaande de sjees, als hij denkt dat het de moeite waard is, zij willen het.
    Dat hij het privilege kan aanvragen voor de uurwerken op alleen de naam van Bruce, mits hij mij de verzekering geeft wat betreft mijn deel, alsof het aan ons tweeën gegeven was. En dat ik het hier evenzo zal gebruiken. Maar ik stel het nog steeds uit totdat ik zeker van mijn zaak ben, en daarom ga ik nog steeds door met proeven voor de nauwkeurigheid van de uurwerken. Moeilijk zolang ik niet 2 gelijke heb.
    Alles gaat nog goed.
    Ik verwacht nog uw toestel van Hooke, en de experimenten met de grote slingers.
    Er was iets over de theorie van samengestelde slingers in mijn laatste brief 2). Daarover verwacht ik wat mylord Brouncker ervan vindt.
    Vandaag moeten glazen van Reeves naar mij komen die mijn Vader heeft gekocht om de figuren in een donkere kamer rechtop weer te geven.
    De opening van het glas van Reeves is tamelijk groot, in elk geval weet men nog niet hoe groot ze kunnen zijn bij elke telescooplengte.
    Glazen van Reeves die komen.
    Thermometer van Sluse 3).
    1)  Dit stuk is de korte inhoud van brief No. 1266, van 31 okt. 1664. Het schijnt dat Chr. Huygens de verzending van deze brief tien dagen heeft uitgesteld.
    2)  No. 1258.         3)  Zie No. 1259.



[ 130 ]

No 1266.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

31 oktober 1664 1).

Een kopie2) is in Londen, Royal Society.
Antwoord op No.
1256. Moray's antwoord: No. 1268.

A la Haye ce dernier Oct. 1664.    

        Monsieur

    Uw laatste brief is geweest van 13 september toen u nog niet de mijne 3) had ontvangen waarin ik iets had gezet van slingers, figuren om meegedeeld te worden aan mylord Brouncker.
Ik zal heel blij zijn het resultaat te zien van die laatste Experimenten gedaan in St. Paul en daar moesten er ook zijn met de kwikbuis.
Naar aanleiding hiervan zal ik u zeggen dat de heer de Sluse uit Luik mij zijn nieuwe vorm van de Thermometer heeft opgestuurd 4), die is een buis van ongeveer 3 voet en ter breedte van een duim, vol zout water waarin een balletje drijft van was, vermengd met iets zwaars, om te maken dat het zich bij het midden van de buis ophoudt; dit balletje stijgt en daalt bij verschillende warmtegraad, hoewel niet plotseling, zoals water in een gewone thermometer; maar ook is het niet onderhevig aan verschillende luchtdruk, die de andere verandert zonder verandering van warmte. Ik heb de proef ermee gedaan, en u ziet dat het heel gemakkelijk is.

    Wat Campani ook zegt over zijn draaibank om glazen te slijpen 5), ik kan niet geloven dat dit middel kan slagen, dat wil zeggen, zonder gebruik van een vorm. De opening van het glas van Reeves is tamelijk groot (2 4/10 duim) maar ik geloof dat die groter zou kunnen zijn bij deze lengte. Het zou iets zijn dat een onderzoek waard is om te weten, wat deze opening kan zijn bij elk glas met die en die brandpuntsafstand, wat slechts afhangt van het experiment, door grote glazen te bewerken dubbel zo groot als wat men tot nu toe heeft gemaakt in elke vorm. In Parijs heb ik met verbazing een glas van 12 voet gezien, een werk van Divini, dat een opening van 2 duim verdroeg, Parijse maat.

    U was van plan het patent van de sjezen af te handelen, wat ik wil weten als u het ten uitvoer hebt gebracht.

    Ik geloof dat dit heel goed op naam van meneer Hooke kan en wat betreft mijn garantie verzeker ik u dat ik er heel gerust om ben. Als de zaak evenwel de moeite waard is zal het moeten volgens mijn overeenkomst, die ik in Frankrijk heb gesloten, waarvan ik u een afschrift stuur van wat zij willen dat ik overeenkom met de deelnemers in Engeland, want u weet dat deze heren een deel voor zich hebben gereserveerd.


    1)  No. 1261, geschreven op 21 oktober, is de korte inhoud van deze brief.
    2)  De kopie is van de hand van Oldenburg.
    3)  No. 1258.         4)  Zie brief No. 1259.         5)  Zie brief No. 1253.

[ 131 ]

Wat betreft het Privilege voor de uurwerken, aangezien mijn naam er niet in kan staan, lijkt me dat het van heel weinig belang is dat ik op mijn plaats die van iemand anders erin laat zetten. En dat meneer de graaf van Kincardine het wel op de zijne alleen kan nemen, als hij er echter mij maar een verzekering van stuurt dat het geen inbreuk zal maken op mijn recht, zoals ik eveneens zal doen wanneer ik het hier heb gekregen.
Ik stel het steeds en misschien te lang uit het aan te vragen, omdat ik zeker van mijn zaak wil zijn alvorens ermee opzien te baren. Daarom ga ik onophoudelijk door met het doen van proeven van de nauwkeurigheid van mijn nieuwe klokken, wat enigszins moeilijk is, zolang ik niet twee gelijke heb, wat echter over enkele dagen het geval zal zijn. Ondertussen vind ik er heel wat meer nauwkeurigheid in dan in die van het eerste maaksel, en ik tracht die meer en meer te vergroten.

    Ik verwacht vanavond een pakje, dat mijn Vader uit Londen heeft gestuurd, waarin glas zal zitten dat men in uw glasfabrieken maakt, en geslepen glazen van Reeves om voorwerpen rechtop weer te geven in een donkere kamer, en ik verlang ernaar te zien hoe hij dat doet. In Parijs bewondert men de door hem gemaakte microscoop die mijn Vader er heeft gebracht, die me ook schrijft over de wonderen van een kijker van Campani van 2½ voet met 4 glazen die rechtop laat zien en naar hij zegt een heel mooie opening maakt.

    Sinds ik u laatst 3) figuren van slingers stuurde, ben ik verder in deze stof doorgedrongen, en ik heb algemene regels gevonden om isochrone slingers te geven zowel bij vaste lichamen, als bij vlakke figuren, waarbij problemen zijn die zo moeilijk zijn als ik ze ken.

    Dit punt is voor de geachte mylord Brouncker, met de zeer ootmoedige groeten van

Vostre et son serviteur le plus acquis
Chr. Hugens de Zulichem.      



[ 135 ]

No 1268.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

7 november 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1258, 1266. Huygens' antwoord: No. 1274.

A Whitehall ce 28. Octobre 1664.    

        Monsieur

    De reis waarvan ik u in mijn vorige brief 1) heb gezegd dat die maar 8 of 10 dagen zou duren, heeft me drie weken gekost. Daarom heeft de laatste gewone post mij uw brief van de 31e 2) gebracht voordat ik antwoord heb kunnen geven op uw voorgaande brief van de 10e 3), Die van de 10e ligt nu voor mij, en ik wil niets weglaten van wat ik u te zeggen heb over wat hij bevat. De andere heb ik in handen gegeven van onze president 4), die hem me nog niet heeft teruggegeven, maar als hij me hem niet brengt voordat ik klaar ben zoals ik verwacht, zal ik trachten te spreken over alles wat er in staat als mijn geheugen me niet bedriegt.

    Hier 5) zijn eindelijk de figuur en de beschrijving van de twee Instrumenten die ik u had beloofd 6). Het is zeker dat meneer Hooke heel druk bezig is. Daarom was ik genoodzaakt de brieven, en de beschrijving bij de figuren, toe te voegen die hij mij pas 3 dagen geleden stuurde. Het is niet nodig dat ik daar verder op inga. Als er iets resteert om u uit te leggen zal ik het doen als u me ertoe beweegt.

    Ik geloof u hiervoor te hebben gezegd 6) dat meneer Hooke ons verscheidene maanden geleden een soort Draaibank heeft voorgesteld om glazen voor Telescopen te maken zonder enige Vorm of mal te gebruiken. Zijn uitvinding is, het glas op het uiteinde van een stok te plaatsen die draait op twee spillen, dan een ijzeren Cirkel te hebben, geplaatst op het uiteinde van een andere stok die op dezelfde manier draait, zodat de rand van de Cirkel het Middelpunt van het glas bestrijkt, en door dan de Cirkel op het glas te duwen zodanig dat de twee Stokken zo'n Hoek maken als hij wil, maakt hij, naarmate de Hoek groot of klein, is het oppervlak van het glas van een gedeelte van een Grote Bol of van een kleine.
Als ik het niet duidelijk genoeg uitleg zal ik voor u een andere keer de figuur ervan maken met een meer uitgebreide en nauwkeurige beschrijving. Over wat u me bericht van de glazen van Montani 7), men heeft hem opdracht gegeven 8) een dergelijke Machine te laten maken. U zult de werking ervan


    1)  Geen reis van R. Moray in No. 1255-6.         2)  No. 1266.         3)  No. 1258.
    4)  W. Brouncker.         5)  No. 1270, 1271.         6)  Zie No. 1256.
    7)  Vergissing in No. 1253: Campani.         8)  Op 19 okt. 1664 (o.st.) [Birch, p. 477].

[ 136 ]

vernemen. Hoe die ook zij, wat gezegd wordt van de voortreffelijkheid van Montani's glazen doet ons besluiten alles op alles te zetten om hetzelfde te bereiken. Ondertussen belooft de heer du Son 9) ons binnenkort een Telescoop te maken ter lengte van 14 of 15 duim die ver zal uitsteken boven de langste en de beste die we ooit gezien hebben. Die van Reeves zijn bij lange na niet zo goed als die van Montani.

    U moet er niet aan twijfelen dat ik veel waardering heb voor die nieuwe toevoeging die u hebt gemaakt aan uw Uurwerk. Ik weet wel dat er niets is dat de delen van een uur goed gelijk kan maken dan een dergelijke uitvinding. Ik heb u alleen gezegd wat ik ervan wist om u te laten zien dat ik haar begreep, hoewel ik er inderdaad niet aan had gedacht haar toe te passen op uw Uurwerken. Daarom ben ik heel blij dat u er aan voor mij laat maken. Ongetwijfeld kan de zaak op verscheidene manieren gedaan worden. Maar het zo te doen dat terwijl het kleine gewicht weer stijgt het schakelrad precies zo loopt als het deed toen het daalde, is moeilijker dan nodig is, gezien het feit dat alle drie minuten steeds gelijk zullen zijn.
Ik zal moeite hebben om goed het Idee uit te leggen dat ik eerst had van deze beweging; maar u zult het begrijpen als ik het maar half doe.
Ik heb me in de eerste plaats voorgesteld alleen een middel te vinden om te zorgen dat het schakelrad niet stil ging staan als het grote gewicht het kleine opwindt. En ik heb geconcludeerd dat dit kan worden gedaan door het kleine gewicht te hangen aan het eind van een koord dat dubbel is en door 3 katrollen gaat, zoals het contragewicht van uw grote Uurwerken, waarvan ik er een heb, gemaakt in Den Haag door uw vakman 10), dat meneer van Kincardine me gaf als ik me goed herinner, waarvan het niet nodig is u de beschrijving te geven. En dan door een rondsel te maken, bevestigd aan de Hoogste katrol, dat door het laatste rad dat het grote gewicht draait wordt gedraaid zodra het vrij is te bewegen, & zo stijgt het kleine gewicht weer zonder dat het schakelrad gaat stilstaan.
Alleen zal de stijgsnelheid van het kleine gewicht het meer laten wegen dan het deed op de as van het schakelrad als het 11) weer omhoog gaat, maar dit duurt kort, en de veelvuldige herhaling van dit verschil maakt de fout ervan onmerkbaar, of onbelangrijk.
Daarna, om de beweging van het grote gewicht stil te zetten, kan gemaakt worden dat een bout of tand aan het eind van een veer het rad stilzet dat het rondsel van de katrol draait, totdat door middel van een andere tand (die op verschillende manieren is te maken) vastgemaakt op de as van het schakelrad, als deze een rondgang heeft gemaakt (min of meer), de veer terugtrekkend, het rad loslaat [losgelaten wordt] dat de katrol draait, die als hij zijn rondgang heeft gemaakt opnieuw wordt stilgezet door de bout van de veer die zich weer zet op de plek waar hij was.

    Ik denk dat u vrij veel moeite zult hebben om deze beschrijving te begrijpen, die ik


    9)  D'Esson. Zie No. 1243.         10)  Waarschijnlijk Paschal.         11)  Lees: qu'il [i.p.v. qui].

[ 137 ]

voor de vuist weg en in het voorbijgaan voor u maak, maar u zult me er niet om uitschelden aangezien u weet dat deze dingen nogal moeilijk te beschrijven zijn, zelfs als men het op zijn gemak overdenkt en men niet onder druk staat om de beschrijving af te maken; in elk geval zal dit voldoende zijn om u er blijk van te geven dat ik u prompt en zonder omwegen gehoorzaam.

    Meneer Hooke heeft mij gezegd dat het 7 jaar geleden is dat hij hetzelfde heeft gedaan, maar op een manier die heel verschillend is van wat ik zojuist beschreef. Hij had twee kleine gewichten die zijn schakelrad lieten gaan, het ene boven in rust blijvend zonder op zijn rad te wegen, terwijl het andere daalde en het rad draaide, en zodra datgene dat daalde zo ver was gedaald als het moest, gaf het aan het andere de gelegenheid hetzelfde rad op zijn beurt te draaien, en gedurende het begin van de daling van het ene, deed het Grote contragewicht het andere weer stijgen tot de pek waar het in rust was tijdens de daling van het andere.

    Maar u zult moe zijn van dit alles en ik moet u hier zeggen dat, na de opdracht te hebben opgesteld die de Koning moet tekenen om het patent voor uw Uurwerken door te laten gaan, ik bedacht heb dat ik het niet aan de Koning moet voorleggen zonder dat u mij een beschrijving hebt gestuurd van de toevoeging die u sinds kort hebt en waarover ik het net had: anders zal de beschrijving die ik in de opdracht van de Koning heb gezet slechts die uitvoering van het uurwerk bevatten die we nu op zee hebben. En opdat u ziet wat ik wil zeggen, ik heb de woorden die het uurwerk beschrijven overgeschreven 12), opdat u er invoegt wat u voldoende vindt om deze laatste toevoeging erin op te nemen. Omdat er in patenten een beschrijving moet zijn van de dingen waarvoor het privilege wordt geoctroyeerd, voldoende om ze te onderscheiden van alle andere uitvindingen van dezelfde aard of voor hetzelfde doel; wat heel redelijk is. Wat betreft de naam die in het patent gezet moet worden, ik zal er een inzetten voor wie ik insta zowel tegenover u als tegenover meneer de graaf van Kincardine, die zal zijn Abraham Hill 13), Tresurer van onze Society van wie ik de transportverklaringen en noodzakelijke toewijzingen zal krijgen.

    Ik ben zo uitgebreid ingegaan op deze materie dat ik misschien niet genoeg tijd zal hebben om u alles te zeggen wat ik graag wilde. Maar in dat geval moet ik het doen zoals die andere keer 14), maar ik zal nu alles doen wat ik kan, na al voltooid te hebben wat het meest dringend is.

    Men verwacht elk moment de terugkeer van het schip dat onze klokken heeft, zodra het aankomt zult u nieuws krijgen.


    12)  Zie Aanhangsel No. 1269:
    13)  Abraham Hill ... 1635-1721 ...erfde in 1660 een fortuin en vestigde zich in Gresham college; hij was een der eerste leden van de Royal Society ...
    14)  Zie brief No. 1255.

[ 138 ]

    Mylord Brouncker denkt wel na over het bewijs waarover u spreekt en ik zal niet nalaten hem woord te laten houden. Ondertussen is niet alleen hij maar heel onze Vergadering 15) zeer voldaan geweest over wat u mij hebt meegedeeld aangaande uw nieuwe experimenten en waarnemingen aangaande de verschillende soorten slingeringen van cirkels, driehoeken &c. Men verzoekt u heel dringend ons te willen meedelen al uw bespiegelingen met de voorstellen die u hebt opgesteld over dit onderwerp. U zult aan dit briefje 16) van de hand van meneer Brouncker zien hoezeer hij er voldaan over is. Ik wil u met mijn eerstvolgende brief 17) een Kopie sturen van wat hij heeft gedaan aangaande de universele maat, als u het nog niet hebt, opdat u weet hoe het ermee staat, en in hoeverre uw voorstel en het zijne overeenkomen.

    Onze experimenten op de Toren van St. Paul zijn onderbroken, niettemin zal ik trachten u te sturen wat men er heeft gedaan.

    Die Thermometer-uitvinding 18) is aardig. Wij hebben in onze Vergadering ditzelfde experiment gedaan, maar we hebben het niet toegepast voor dit gebruik, omdat we het erop houden dat die Thermometers die brandewijn hebben, getint met een rode of gele kleur, opgesloten in een fles met een buis van 2 of 3 voet ongeveer, hermetisch gesloten zodat de druk van de buitenlucht er niet bij komt, verreweg de gevoeligste en nauwkeurigste zijn. Ik heb u erover geschreven 20) toen u in Parijs was als ik me niet vergis en ik heb u beloofd u er een te doen toekomen wanneer u terug zou zijn als u het zou wensen. Ik herhaal nog eens hetzelfde.


    15)  Brief No. 1258 van Chr. Huygens is gelezen in de zitting van 19 okt. 1664 (o.st.). Op 20 okt. (o.st.) schreef Oldenburg hierover aan Boyle (The works of the honourable Robert Boyle) [1772, vol. 6, p. 161]:

I must proceed to let you know the main contents of a letter of Mr. Zulichem to Sir R. Moray, which was not a little applauded in our assembly yesterday.
...
These particulars I must entreat you to communicate to Doctor Wallis and Doctor Wren ... Our motto being Nullius in verba, we intend to examine these propositions by making trials ourselves of the matters asserted therein, and the author of these is to be urged to explicate, how he infers his universal measure from what he affirms here.

    16)  No. 1272.         17)  Niet bekend.         18)  Zie No. 1259.
    19)  Uit een brief van Hooke aan Boyle, 10 nov. 1664 (o.st.) (The works ...) blijkt dat Boyle 3 of 4 jaar eerder experimenten had gedaan met een dergelijke thermometer.
    20)  Zie No. 1165, noten 6 en 7.

[ 139 ]

    Tot dusver heeft men de nauwkeurigheid van de openingen van glazen niet onderzocht behalve volgens het object dat men bekijkt, door zoals u weet de ene opening te geven voor de maan en een andere voor Jupiter en Mars. Wat u erover zegt zal de moeite waard zijn en ik zal niet nalaten erover te spreken met onze heren 21).

    Wat betreft de sjezen 22), de Koning en allen die in die van de Koningin-moeder zijn geweest, en zelfs degenen die hem gezien hebben, hebben er zo'n afkeer van — sommigen hekelen het schudden dat erin plaatsvindt, in de ingewikkeldheid van de bewegingen die men er tegelijk verdraagt, anderen de laagte ervan, weer anderen de vorm, dat wil zeggen hij ziet er slecht uit — dat van gebruik ervan niets te verwachten is.
Niettemin neem ik er patent op, maar wel zet ik erbij 3 of 4 andere beschrijvingen van Calèches die heel verschillend zijn van de sjees, waarvan men niet betwijfelt dat enkele een verbazend geslaagd zijn niet alleen voor de Grote wegen maar ook de voor straten. Niemand vraagt naar de sjees; maar er wordt een Calèche gemaakt voor de Koning waarvan het hele onderstel van ijzer is, uitgezonderd de wielen, die heel aardig en zeer gerieflijk zal zijn. Du Son 9) is er de uitvinder van. Een andere hebben we gemaakt in ons College, heel verschillend daarvan. U zult de bouwwijze ervan vernemen als hij klaar is, en als men het ermee treft zoals men hoopt zal men u misschien de moeite geven het privilege ervan in Holland aan te vragen, en men zal hetzelfde doen in Frankrijk.
Wat betreft de uitgaven voor het patent waar ik achterheen zit, die doe ik; men zal aanpassen wat vereist is als alles gedaan is. U kunt dit naar Frankrijk berichten als het u goeddunkt, en wat de overeenkomst betreft die u hebt gesloten met de uitvinders van de sjees, er zal genoeg tijd zijn om erover te spreken als meneer Silvius terug is.

    Zodra u mij de beschrijving toestuurt van de toevoeging die u hebt gemaakt bij uw Uurwerken (wat u kunt invoegen in die welke ik u in dit briefje 23) stuur) zal ik geen moment meer verliezen om het patent door te laten gaan, en ik raad u aan hetzelfde te doen daar waar u bent. Zelfs zal ik schrijven aan meneer de abt van Beaufort 24) om voor een beloning te onderhandelen met de Koning van Frankrijk, en als die niet verkregen kan worden er ook een patent op te nemen. Weet dat men ons voor kan zijn.

    Het zou me zeer verheugen die Telescoop van Campani te zien. Bezie of meneer uw vader hem kan krijgen. Du Son 9) belooft ons een microscoop die een vlo zo groot als een Olifant zal laten zien.

    Hier ben ik dan aan het eind van uw brieven zonder erbij iets te hebben weggelaten; wat me een meesterwerk lijkt. Maar daar ik geen tijd heb te herlezen wat ik geschreven heb, laat ik u de moeite te raden wat ik bedoel waar het gebrekkig is. U ziet dat ik


    21)  Moray deed dit in de zitting van 2 nov. 1664 (o.st.).         22)  De 'chaises Roanesques'.
    23)  No. 1269.         24)  Eustache de Beaufort [<].

[ 140 ]

niet moe wordt als het erom gaat u te onderhouden en als u op uw beurt voor mij 6 bladen papier volschrijft, zal het alleen genoegen en tevredenheid betekenen voor

        Monsieur
Vostre treshumble, tresobeissant et tresaffectionne serviteur
R. Moray.      



No 1269.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

[7 november 1664]. Aanhangsel I bij No. 1268.

Het stuk is in Leiden, coll. Huygens.

    A certain new way of watches or clockes, to be used at sea, for exact measuring of time, differenced from all other sortes by having in stead of a Ballance, a rod of wire, or thin narrow plate with a weight at the lower end thereof, called A Pendulum, and at the upper end, an Arme with two Catches or Rules to move it, & certain crooked plates or cheekes for regulating the motion of it & fitted with Balls & sockets to hang by for going at sea. lately invented &c.



[ 147 ]

No 1274.

Christiaan Huygens aan R. Moray.

21 november 1664.

De brief is in Londen, Royal Society. Het overzicht in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1268. Moray's antwoord: No. 1280, 1287.

Moray.

Overzicht:  Of Hobbes heeft laten drukken, vergeten*). Sluse vraagt het 1), dat hij het me stuurt.
Draaibank voor glazen van meneer Hooke. Ik geloof dat men het ten einde zal brengen. Du Son een dwaas.
Uw idee voor het uurwerk is ongeveer zoals het behoort, maar het is nog niet alles.
Beschrijving niet nodig in het patent en waarom hij er teveel in heeft gezet.
Toestel om valtijden te meten van Hooke; welke verdeling op het wiel.
Ik dacht het alleen te hebben; vooropgesteld de verhouding van de versnelling die men zoekt.
In het toestel voor breking beter het glas aan de kant van de buis waar de kaars is en de kaars heel dichtbij zetten. Zijn experiment lijkt niet erg nauwkeurig.
Slingermiddelpunt van een bol, universele maat.
Methode van meneer Brouncker goed voor de beweging van een soort vlakken, niet vaste lichamen.
Beveel aan dat hij aan elk het zijne toeschrijft.
Thermometer dat hij me die bij gelegenheid stuurt.
Laten we het met de sjezen maar erbij laten.
Mijn Vader onderhandelt voor de Kijker.

a La Haye ce 21 Novembre 1664.    

Monsieur

    Daar ik u geen antwoord kon geven met de vorige gewone post, moet ik deze brief niet laten gaan zonder me van deze plicht te kwijten, ofschoon een lelijke hoofdpijn die me heel deze dag is bijgebleven mij eerder zin geeft niets te doen. Ik heb met groot genoegen uw lange brief gelezen en herlezen, en na u te hebben bedankt
    [ *)  Add. p. 623: In deze brief vergeten.]         1)  Zie brief No. 1267.

[ 148 ]

voor de mooie vondsten die u zo goed was mij mee te delen en voor de moeite die u hebt genomen ze voor mij heel begrijpelijk te maken, zal ik trachten u daarop te antwoorden zoals u het op de mijne hebt gedaan, zonder iets weg te laten.

    Ik vind de gedachte van meneer Hooke heel goed, om glazen te slijpen door middel van de ijzeren cirkel, en ik geloof zeker dat Campani die ook gebruikt, maar op welke manier, dat zou ik heel graag willen weten, want die cirkel aan te brengen op het einde van een stok en het glas op een andere, ik denk niet dat dit het middel is om iets goeds te doen, maar ik stel me voor dat de cirkel slechts moet dienen om de vorm van het glas te polijsten en vervolmaken nadat men deze eraan heeft gegeven in een vorm. Ik ben heel blij dat u vastbesloten bent dit mooie geheim te onderzoeken, ik zal het eveneens doen van mijn kant, en ik ben al begonnen enkele pogingen te doen waarvan ik u rekenschap zal geven wat mijn bevindingen zijn. Meneer Auzout schrijft me 2) uit Parijs dat hij nog nooit een objectiefglas heeft gezien dat zo keurig was als dat van de kleine kijker van Campani, noch één dat de objecten zo helder en zonder floers laat verschijnen.

    Wat de beloften van meneer Du Son betreft geloof ik niet dat u er echt op moet rekenen; hij is een vrij goede werktuigbouwer maar hij begrijpt niets van de theorie van dioptrica en ook niet van meetkunde, zoals ik heb ondervonden toen hij in dit land was 3).

    Ik heb vrij goed de beschrijving van uw uurwerk als Idee begrepen, en die is ongeveer zoals het behoort, maar toch hebt u nog niet alles gevonden en u laat dingen weg, die u bij het in praktijk brengen enige moeilijkheid zouden geven.

    Tot op dit ogenblik heb ik niet het tweede werk van deze soort kunnen krijgen, maar vandaag is het pas beginnen te lopen bij de klokkenmaker 4), zonder dat het al in zijn kast is klaargemaakt. Toch ben ik, bij het vergelijken van het uurwerk dat ik heb met mijn grote slingerklok, vrij tevreden over de nauwkeurigheid ervan, ik vind hoogstens 2 of 3 seconden afwijking op bepaalde tijden wanneer er een grote verandering van het weer is en ik ben nog in twijfel aan welke van de twee slingers ik deze moet toeschrijven.

    Wat betreft de beschrijving 5) van deze nieuwe uitvinding die u in het patent wilt zetten, vergeef me als ik het niet met u eens ben, want ik geloof dat men er beter aan zou doen het Privilege in het algemeen te vragen voor toepassing van slingeruurwerken op navigatie, zonder zo sterk alle onderdelen van het toestel te specificeren, omdat er anders klokkenmakers of anderen zullen komen die, de bouw van iets verschillend makend, beweren uitvindingen aan te brengen die niet in het privilege zijn bevat. Ik weet ook niet hoe ik er een begrijpelijke beschrijving van zou kunnen geven anders dan wat ik er u hiervoor 6) van heb geschreven, te weten dat er een klein gewicht is gehangen aan het schakelrad dat bij elke


    2)  No. 1273.         3)  D'Esson bouwde in Rotterdam aan zijn 'malle schip', zie No. 1243.
    4)  Severyn Oosterwijk.         5)  Zie No. 1269.         6)  Zie No. 1253.

[ 149 ]

rondgang van dit rad weer wordt opgehesen door middel van het grote contragewicht van het uurwerk; maar ik denk dat dit al teveel zou zijn om er in te zetten, omdat een ander zal komen en dit gewicht op het rad zetten, daarna volhoudend dat het is zonder het verbod te overtreden.

    Ik heb het Privilege hier nog niet aangevraagd, op advies van enige mensen die dachten dat er beter met de Indische Compagnie onderhandeld kon worden. Maar ik denk dat het in elk geval goed zal zijn het Privilege te hebben, en derhalve zal ik het request 7) een dezer dagen presenteren. Wat betreft de naam die u in het patent wilt zetten, ik verlaat me daarbij zeer gaarne op u, alleen beveel ik u aan bij het spreken over de uitvinding aan elk het zijne toe te schrijven.

    Uw kapitein Holmes blijft lang weg. Ik wil heel graag zijn waarnemingen zien, hoewel ik om u de waarheid te zeggen niet verwacht dat hij heel nuttig gebruik gemaakt heeft van de uurwerken die men hem ter hand heeft gesteld, zowel doordat ze aan land niet nauwkeurig genoeg waren, als omdat ze voor het vertrek niet zorgvuldig zijn afgesteld op een werkelijke meting der dagen.

    Het zal heel wat zijn, als mylord Brouncker zijn bewijs ten einde brengt. Wat betreft zijn regel voor isochrone Slingers waarvoor hij de moeite heeft genomen het briefje 8) te schrijven dat u me stuurde, die komt overeen met de mijne voor wat betreft de beweging van vlakke figuren in de Breedte [de Largeur], maar strekt zich niet uit tot wat ik noem de Zijwaartse beweging [Lateral] van dezelfde figuren, waar veel meer moeilijkheid is, noch ook tot bewegingen van vaste lichamen, waar dit nog meer het geval is.*)

bol aan draad     U hebt me vroeger 9) al mee­gedeeld wat hij had bepaald voor de universele maat, maar om niet gebonden te zijn aan een bepaalde verhouding van de grootte van de bol tot de slingerlengte, is het nuttig het slingermiddelpunt te kennen van een bol die is opgehangen aan welke draadlengte dan ook, en ik zal hier zetten hoe dit slingermiddelpunt wordt gevonden.
Laat ABC de bol zijn, met middelpunt D, opgehangen aan het draadje AE, vastgemaakt in E. Gevonden moet worden bij de lijnen ED en DB de derde evenredige DF; waarvan DO het 2/5 deel is. Ik zeg dat O het slingermiddelpunt is van deze zo opgehangen bol, dat wil zeggen dat zijn slingeringen isochroon zullen zijn met een enkelvoudige slinger, waarvan het lood wordt beschouwd als zonder grootte, met de lengte EO. Zodat het voor de universele maat voldoende is een of andere opgehangen bol te hebben die slingeringen maakt van een seconde of halve seconde, de zwaarste en grootste zijn de beste, door de luchtweerstand. Ik bevind deze lengte heel nauwkeurig 10) op 9½ Rijnlandse duim als de slingeringen van een halve seconde zijn.


    7)  No. 1278.         8)  No. 1272.
    [ *)  Zie Horologium oscillatorium (p. 126), Ned..]
    9)  Zie No. 964, 968, 994.         10)  Zie No. 940, n. 13.

[ 150 ]

    U zult me zeer verplichten door mij bij gelegenheid zo'n thermometer te sturen als u noemt, ik heb nooit andere dan kleine van deze soort gehad die hermetisch zijn afgesloten. Als er iets meer is in de bouw van grote zult u van tevoren een beschrijving voor mij kunnen maken.

    Het toestel 11) voor de lichtbreking van vloeistoffen van meneer Hooke is heel goed gevonden, alleen zou ik van oordeel zijn het glas beneden aan te brengen aan het eind van de buis, die ik helemaal zou vullen met de vloeistof die in het vaatje is, en ik zou het licht heel dicht bij het glas zetten. Anders is het moeilijk, zoals het nu is opgesteld, het precies loodrecht aan te brengen aan het eind van de buis, en ik weet niet of het hieraan te wijten is dat de verhouding, die naar u zegt gevonden is bij de breking van water, niet geheel juist is, deze verschilt tenminste teveel van die welke ik tot dusver heb gevonden en ook de heer Descartes 12).

    Het andere toestel om valtijden te meten is ook zeer vernuftig, maar ik zie enkele verdelingen op de cirkel die aan de slinger vastzit, waarvan ik wel zou willen weten hoe ze genomen zijn; want ik dacht tot nu toe de enige te zijn die ze kent. Zonder ze precies te weten is het toestel echter niet compleet, en merkt u nog op dat om ze te krijgen het nodig is te vooronderstellen de vaste verhouding van de groei der snelheden, die men met dit toestel wil achterhalen of onderzoeken; wat niet zo is in het mijne.

    Ik zal u niets zeggen over de sjezen, aangezien u zegt dat het nog niet de tijd is en ik me bovendien weinig bekommer om het succes dat ze zullen hebben, daar ze nooit anders dan nauwelijks mijn goedkeuring hebben gehad, vooral om de last voor het paard.

    Mijn Vader wordt dagelijks meer verzot op de kijker van Campani, en laat onderhandelen om hem te krijgen, maar ik betwijfel of het hem zal lukken omdat meneer de kardinaal Antonio 14) te goed weet wat hij waard is.

    Ik schrijf dit alles met zoveel haast, dat ik eraan twijfel of u het zult kunnen lezen. Het tijdstip voor de post is gekomen en daarom, als ik nog iets heb weggelaten moet u het toeschrijven aan deze grote haast.
Ik ben van ganser harte

        Monsieur
Vostre tresobeissant serviteur
Chr. Hugens de Zulichem.


    11)  Zie No. 1271.
    12)  Volgens de gegevens van No. 1271 komt er 1,312, wat aanzienlijk verschilt van 250/187, de zeer nauwkeurige waarde*) die Descartes in het 8e Discours van zijn 'Meteores' gaf [p. 263; Ned. (1659) p. 287]. Later heeft Hooke een beter resultaat verkregen, zie No. 1295.
    [ *)  250/187 = 1,337. Nu staat in het tabellenboek voor rood 1,330 en voor violet 1,341.]
    13)  Zie No. 1270.         14)  Antonio III Barberini.



[ 156 ]

No 1280.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

5 december 1664.

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1274. Huygens' antwoord: No. 1301.

A Whitehall ce 25 Novembre 1664.    

        Monsieur

    Al uw brieven verplichten mij zeer. Maar uw laatste van de 21e brengt het boven alle voorgaande met zich mee. Mij een lange brief schrijven, vol mooie dingen, als hoofdpijn u in verleiding bracht zoiets niet te doen, verdient wel gezien te worden als een heel bijzonder kenmerk van een ongewone genegenheid. Het is dus wel behoorlijk dat ik er een prompt en zo bevredigend mogelijk antwoord op geef.

    Ik merk eerst erin op uw goedheid en uw scherpzinnigheid; de ene aan het feit dat u het een genoegen vond meer dan eens een brief te lezen die zo slecht was opgebouwd zoals de mijne zijn; de andere aan het feit dat u kon begrijpen wat ik wilde zeggen door inderhaast, en zonder iets te herlezen, dingen te beschrijven die een ander dan u heel veel moeite zouden geven er iets van te begrijpen.

    Het toestel van meneer Hooke is opgesteld en u zult vernemen welk succes deze uitvinding zal hebben, en alle bijzonderheden van de opbouw ervan, als ik zie dat het de moeite waard is ze voor u te beschrijven.
Wat betreft vormen of Mallen, hij wil ze helemaal niet gebruiken. Maar ingeval men het noodzakelijk vindt de figuur te geven in mallen, en de glazen te slijpen zoals u zegt op de cirkel, twijfel er niet aan dat dit gebeurt. Maar het heeft er enige schijn van dat die cirkels de glazen heel wat sneller zullen slijpen dan vormen zouden kunnen doen, en zo zal het niet nodig zijn ze te gebruiken en u hebt me gezegd dat Campani ze helemaal niet gebruikt. Hoe het ook zij, men zal deze zaak zo ver doorzetten als men kan. U doet er goed ook eraan te denken deze te bevorderen, aangezien de kosten die u eraan zult besteden niet hoog kunnen oplopen.

[ 157 ]

    Ik zal verheugd zijn te vernemen dat meneer uw vader dat glas van Campani heeft gekregen.

    Wat betreft de beschrijving van het Idee dat ik heb van het uurwerk, daar scherpzinnigheid eraan ontbrak, heb ik dan ook slechts neergezet wat ik noodzakelijk achtte om u te laten begrijpen dat het niet slecht gefundeerd was. Overigens wil ik u niet voor zijn. Maar ik zal heel blij zijn het uurwerk te krijgen dat u me hebt beloofd volgens uw inrichting. Het betekent veel dat hetgene dat u al hebt laten maken zo goed overeenstemt met het andere met grote slinger en ik ben het met u eens, dat het wel moeilijk is te weten aan welk van de twee het verschil te wijten is. Ik bedoel het gebrek. Maar ik moet u niet verhelen dat 1) neig naar het laatste, aangezien u zo uitgebreide proeven hebt gedaan met het oude slingeruurwerk.

    Bekommer u niet om het patent. Ik heb u niets gezegd van het verbod dat er ingezet moet worden. Het is noodzakelijk dat in de patenten een beschrijving staat in algemene termen om te laten zien dat het een nieuwe uitvinding is, niet alleen wat betreft de slinger maar ook voor zijn toepassing bij gebruik op zee. Maar het verbod is om alle personen &c. het maken, verkopen, hebben of gebruiken van enig slingeruurwerk aangepast voor gebruik op zee te verbieden. Wat gespecificeerd moet worden omdat men niet het privilege vraagt voor slingeruurwerken die men al in geheel Europa zonder beperking gebruikt, wat u had kunnen voorkomen als u er vroeg aan had gedacht.

    U doet er heel goed aan te denken over het privilege in de Verenigde Provinciën. Bekijk of het nodig is het ook aan te vragen in andere Koninkrijken en Staten waar men ze kan gebruiken. Ik neem Frankrijk en Groot Brittanië voor mijn rekening. Maar ik zal hier niet het patent vragen, voordat ik de proef heb gezien van enkele nieuwe uitvindingen van Caleshes of wagens met twee wielen die we hier maken en waarvan er een of twee klaar zullen zijn over 8 of 10 dagen, die de sjezen 2) in hoge mate zullen overtreffen. Omdat men 30 verschillende dingen in eenzelfde patent kan zetten. En ik denk dat ik hierin verscheidene andere uitvindingen zal zetten die aan de heer Du Son toebehoren; waarvan ik u hierna rekenschap zal geven.
Die Calèches en Wagens zullen in Holland ook veel gebruikt worden. Daarom denk ik dat ik u ook zal verzoeken het privilege ervan in dat land aan te vragen. Maar ik zal u uitgebreider onderhouden over dit onderwerp als de documenten van het patent zijn opesteld. Betwijfel overigens niet dat de eer van alle uitvindingen die u ons zult meedelen, van welk aard ook, geheel aan u blijft; sta me toe u eens voor al te zeggen, dat er daarvoor nooit een zo geschikt middel is geweest als dat van onze Registers. Alles wat in onze vergaderingen wordt voorgelegd, of wat aan onze Society wordt meegedeeld in brieven of anderszins, met de namen van personen, wordt


    1)  Voeg in: ik.         2)  De 'chaises Roanesques'. Zie No. 1268.

[ 158 ]

altijd met grote nauwkeurigeid in onze boeken opgetekend. Daardoor zal het mogelijk zijn geschillen te beslechten die hierna kunnen voorkomen tussen degenen die er aanspraak op maken van eenzelfde zaak de bedenker te zijn, als het maar is ingeschreven in onze boeken, omdat ze onbetwistbaar zekerheid zullen geven tegenover allen en overal. Daarom raad ik u aan (en zonder op dit moment na te denken over het genoegen en het voordeel dat ons ervan zal toekomen) op het punt van eer dat bij u in het spel zal komen, ons van tijd tot tijd al uw plannen mee te delen, van welke aard ook, opdat onze boeken de eer hebben er de getuigen van te zijn, elke keer dat de gelegenheid het vereist.

    Voordat het privilege hier is gepasseerd, zullen we kapitein Holmes hebben ontmoet die al in Plymouth is aangekomen en u zult weten wat we van hem vernemen.

    Mylord Brouncker heeft geen tijd om over zijn bewijs na te denken, maar men zal hem verplichten er zo spoedig mogelijk aan te denken. Hij zegt dat u goed oordeelt over de regel die hij u heeft gestuurd, omdat ze zich niet verder uitstrekt dan u zegt op de manier waarop hij haar opschrijft. Maar hij zegt dat hij er niet aan twijfelt op dezelfde grondslag al het resterende ten einde te brengen. Ik zal trachten hem over te halen erover na te denken, als u mij alles stuurt wat u al over dit onderwerp hebt uitgevonden, en wat de vergadering van onze heren met ongeduld van u verwacht, na zeer tevreden te zijn geweest met wat ik hun ervan al heb meegedeeld 3).
Maar het is met een onvergelijkelijk genoegen dat ze hebben gehoord 4) wat hun is uitgelegd van uw nieuwe methode voor de Universele maat. Het is mylord Brouncker die het verhaal deed, wat hij zo innemend heeft gedaan, dat er niets is dat meer tot uw voordeel strekt. Hij heeft laten zien hoezeer uw methode te prefereren is boven de zijne in verschillende opzichten, waarvan het niet nodig is ze voor u te herhalen. Tenslotte heeft men mij aangespoord u te verzoeken ons het bewijs ervan mee te delen en ik geloof niet dat u ons een zo redelijk verzoek weigert; en u kunt ervan verzekerd zijn dat alles naar behoren in onze Registers zal worden geschreven.

    Ik zal trachten u met mijn eerstvolgende brief de beschrijving te sturen van die thermometer totdat ik de gelegenheid tegenkom u er een te doen toekomen van het maaksel van meneer Hooke.

    In onze laatste Vergadering 5) heb ik voorgesteld het glas aan de andere kant aan te brengen van de buis van het toestel voor de breking; men zal het proberen. Maar men onderzoekt zowel de plaats van het glas als de evenwijdigheid van zijn twee vlakken, door de twee aanwijzers en de buis loodrecht te zetten als men het gereedmaakt. Meneer Hooke heeft voor ons een lijst opgesteld van experimenten die men met dit toestel moet doen, waarvan ik u een Kopie zal sturen als u het vraagt. Maar na enkele experimenten te hebben gezien met


    3)  In de zittingen van 19 okt. en 2 nov. 1664 (o.st.) [Birch, p. 476 en 480; exp. 14 nov.].
    4)  In de zitting van 23 nov. 1664 (o.st.). Besloten werd 2 verschillende slingers voor 1/2 s te laten maken om Huygens' resultaat te verifiëren. [Exp. 7 dec.: klopt.]
    5)  In de zitting van 23 nov. 1664 (o.st.).

[ 159 ]

geest [destillaat] van Terpentijn, en van gewone olie, waarbij de breking van de was 16°50' en van de andere (nl. van de olie) 16°20', en de helling van de aanwijzer beneden was 30 graden; en na enige tijd over deze experimenten te hebben overlegd, heeft één van ons 6) een nieuwe methode voorgesteld om zonder meer heel precies de werkelijke breking van de zonnestralen te vinden, die dadelijk goed is ontvangen.
Het is door middel van een Zonnekwadrant, zo gemaakt dat men er heel duidelijk minuten en seconden kan zien. Want daar we al voorzien zijn van uurwerken van Uw uitvinding die ons nauwkeurig aanduiden de minuten en seconden van de dagen die overeenkomen met de gemiddelde beweging van de Zon, zal men door vergelijking met die welke worden aangegeven op het Zonnekwadrant, en herleiding van het verschil tot graden en minuten, de werkelijke breking van de Zon op dat moment krijgen. De rest is gemakkelijk te berekenen. Zodra dit is voorgesteld heeft meneer Hooke ondernomen een dergelijk Zonnekwadrant te maken en hij is ermee belast het te maken.

    Alles wat ik u op dit ogenblik heb te zeggen over de verdeling in zestigste seconden op het wiel van het toestel van Hooke om de daling van Lichamen te meten is, dat hij ze heeft aangegeven in de verhouding van Sinussen, door de grootste uitwijking te nemen voor de straal, beginnend te tellen bij de loodrechte stand. Maar men heeft de betrouwbaarheid van deze methode nog niet onderzocht, oordelend dat het verschil met de werkelijkheid niet groot zal kunnen zijn. Maar men zal het onderzoeken; ik geloof dat mylord Brouncker erbij betrokken zal zijn. Maar ondertussen moet u ons alles meedelen wat u hebt bedacht over dit onderwerp.

    Hier wordt ik weer onvermijdelijk onderbroken. Ik zal mijn eerstvolgende brief 7) beginnen waar ik deze beëindig. Ik ben van ganser harte

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
β 2 A la Haye.


    6)  Het was R. Moray zelf [zie noot 5].         7)  No. 1287.



[ 167 ]

No 1287.

R. Moray aan Christiaan Huygens.

19 december 1664 a).

De brief is in Leiden, coll. Huygens.
Antwoord op No.
1274. Huygens' antwoord: No. 1301.

A Whitehall ce 9. Decembre 1664.    

        Monsieur

    Bij het beëindigen van mijn laatste brief 1) dacht ik dat er in de Uwe 2) enkele punten waren waarop ik niet had geantwoord. Maar sindsdien, na hem opnieuw te hebben doorgenomen, bevind ik dat er niets instaat dat ik niet heb aangeroerd, hoewel er aanleiding is om uit te weiden, veel meer dan ik gedaan heb, over enkele passages. Daarom wil ik nu mijn tekorten van de laatste aanvullen; beginnend met de vermelding van de sjezen.

    Het ziet er helemaal niet naar uit dat men ze hier zal gebruiken: niet alleen wegens wat men erop heeft aan te merken 3), maar ook omdat wij er niet aan twijfelen dat de andere bouwwijzen van Calèches, Wagentjes en Karossen die men hier gaat maken ze wel ver zullen overtreffen, zoals ik denk u hiervoor te hebben gezegd. Niettemin, temeer daar de gebreken die men vindt in die sjezen verholpen zullen kunnen worden door enige nieuwe toevoegingen of veranderingen, ben ik van plan ze


    a)  R. 24 Decembre Stylo Novo  [Chr. Huygens, ontvangstdatum].
    1)  No. 1280.         2)  No. 1274.         3)  Zie No. 1268 [p. 139].

[ 168 ]

in te voegen in het privilege dat ik wil nemen op de andere, waarin ik ook de Slingeruurwerken wil zetten, en enkele andere uitvindingen waarvan u de details zult zien in de kopie van het patent dat ik van plan ben u te sturen zodra het in het net zal zijn geschreven. Ik stel deze op het ogenblik slechts uit in verwachting van de beschrijving van enige nieuwe uitvindingen van haakbussen &c. die de heer Du Son heeft gemaakt. De patenten kosten hier wel veel; maar er is dit voordeel dat men in eenzelfde patent verschillende dingen kan zetten.

    Ik zal u hierna zeggen dat meneer de hertog van York en meneer prins Rupert 4) allebei de hoogste lof hebben voor de twee Klokken die meneer de prins op zee had 5). Ze stemden verbazend goed overeen, en zijn helemaal niet stil gaan staan door het schudden van het schip. Maar de proef ervan was zo kort dat ik er niet veel staat op maak. Die welke gedaan zal zijn door onze Kapitein 6), die nu bijna een jaar op zee is, zal veel belangrijker zijn; en aangezien men hem elk moment hier verwacht, ontken ik niet dat ik temeer het privilege graag uitstel omdat ik van hem een volkomen bevestiging verwacht van de gunstige mening die we ervan hebben, en ik zou heel blij zijn die te krijgen voordat het patent is gepasseerd.

    Sinds twee dagen heeft meneer Du Son de Calèche klaar die hij heeft laten maken voor de Koning, op een geheel nieuwe manier. Ik wil u de hele beschrijving ervan sturen met de Kopie van het patent. De Koning is er in geweest, en prijst hem zeer, als zijnde uiterst zacht en mooi. Maar meneer Du Son moet er weldra nog een maken op een andere manier, die hem in verscheiden opzichten ver zal overtreffen, naar hij ons laat hopen.

    Nu ik kijk naar andere passages in uw brief waarover mij nog iets rest u te zeggen, vind ik dat ik u een beschrijving te geven heb van de thermometer van meneer Hooke. Ik zal u deze dus in het kort geven. thermometer
Hij neemt een glazen buis ter lengte van twee voet of meer (hij heeft er gemaakt van 3 voet), ter dikte van een achtste duim, de holte erin is 1/10 duim breed of minder, hij hecht er een glazen bol aan van twee duim middellijn of ongeveer, zodat er binnen een heel vrije verbinding is tussen de buis en de bol, en hij vult zijn bol, zoals ik u hierna zal zeggen, met heel zuivere wijngeest, rood gekleurd met Braziliaans hout, of korrels Scharlaken of iets dergelijks, dan hecht of voegt hij met de lamp een andere kleinere bol aan het andere eind van de buis, zodat hij niet meer ademt, en dan zet hij de thermometer in


    4)  Ruprecht von Bayern [de hertog van York is James II].         5)  Zie No. 1255.
    6)  Kapitein Holmes. Hij had dat jaar, zonder dat er een oorlogsverklaring was, forten ingenomen in Guinea, die behoorden tot de Verenigde Provinciën. [Zie ook Add. p. 624:]  Er waren twee broers, Robert Holmes (1622-1692), die met prins Rupert op rooftocht was; en John Holmes (1640-1683). Waarschijnlijk gaat het in de briefwisseling om de laatste*), die ook had deelgenomen aan de expeditie naar Guinea.
    [ *)  Niet volgens Lisa Jardine, Going Dutch (2008) 283 e.v. — die jongeman van 24 was vast niet de kapitein (of 'Major' zie No. 1315), maar misschien wel de officier belast met de zorg voor de uurwerken, genoemd op p. 270.]

[ 169 ]

een houten raamwerk, waarop de delen zijn aangegeven waarmee hij de warmtegraden wil tellen, te beginnen bij het midden van de Buis; het hoogste geeft de grootste zomerwarmte aan, en het laagste de koudegraad die ijs maakt. Hier is de figuur in de marge, grof getekend, maar deze zal voldoende zijn om u hem te doen begrijpen. Nadat hij nu lang van tevoren een of twee van deze thermometers had gemaakt in de zomer en de winter, wanneer deze uitersten waargenomen konden worden, doet hij de brandewijn in buizen die hij maakt tot de hoogte die het heeft in die welke dienen als maat voor de andere.
Ik ging deze brief nog veel langer maken, maar hier word ik onderbroken zoals de andere keer, zodat ik er nu mee moet ophouden, erop rekenend in mijn eerstvolgende brief af te maken wat me nog rest om te zeggen. Ik ben onverbreekbaar

        Monsieur
Vostre treshumble et tresobeissant serviteur
R. Moray.      
        A Monsieur
Monsieur Christian Hugens de Zulichem
12 A la Haye.



1665




Home | Christiaan Huygens | T. V
< Briefwisseling met Robert Moray, 1664 (top) | vervolg