Chr. Huygens | < Oeuvres V >

Komeet , thermometer , wagen , uurwerken , taal , Spinoza , naar Parijs , verhandelingen , Jupiter


Parels uit brieven 1665

Oeuvres Complètes V, 1664-65



[ 185 ]
No 1301.

Christiaan Huygens aan R. Moray

Den Haag, 2 januari 1665.
Antwoord op No. 1280, 1287. Moray's antwoord: No. 1317, 1326

    Vous estes obligeant au dernier point de m'escrire trois lettres de suite sans attendre que je vous aie fait responce, ce que je n'aurois pas tant differè, si quelques affaires ne m'en eussent empeschè. Outre les quelles j'ay eu une infinitè de lettres a escrire, a des personnes connues et inconnues. qui de cette apparition du Comete prennent occasion de m'en envoier des leurs, me communiquant leurs observations et demandant les mienes; comme si j'estois quelque grand observateur; et cependant je n'ay ni quadrant ni sextant mais seulement quelque mechant arbaleste pour prendre les distances entre le comete et les estoiles, dont je cherche premierement les noms sur la globe. . . .       U bent ten zeerste welwillend dat u mij drie brieven achtereen schrijft zonder erop te wachten dat ik u antwoord gaf, wat ik niet zo lang zou hebben uitgesteld, als niet enige zaken me ervan hadden afgehouden. Bovendien heb ik talloze brieven te schrijven gekregen aan bekende en onbekende personen, die bij deze verschijning van de komeet*) de gelegenheid te baat nemen mij de hunne te sturen, mij hun waarnemingen meedelend en de mijne vragend; alsof ik een of andere grote waarnemer was; en toch heb ik noch kwadrant noch sextant maar alleen een armzalige kruisboog om de afstanden tussen de komeet en de sterren te bepalen, waarvan ik eerst de namen opzoek op de globe. . . .

komeet     [ *)  De eerste waarneming was van Samuel Kechel, op 2 dec. 1664; op 3 dec. werd de komeet in Hamburg gezien; al in november in Spanje en in China, zie Wikipedia: C/1664 W1).
Huygens' waarnemingen vanaf 14/15 dec. staan in XV, p. 47 (fig. rechts) en 80-87. Vgl. de figuur van Ath. Kircher. Op 12 april zag Huygens een andere komeet. Vgl. XIX, 284.]


[ 188 ]
    Je vous remercie du thermometre que je croy fort juste et toutefois les petits de 6 ou 7 pouces ne sont pas a mepriser, par ce qu'ils sont propres a faire des essais ou les grands ne pourroient pas servir, comme a mettre soubs une poule pour scavoir le degrè de chaleur qu'il faut pour esclorre les oeufs, et en des choses semblables ou la grandeur incommoderoit. Monsieur de Noyers le Secretaire de la Reine de Pologne, qui m'a donnè autrefois un de ces petits, me dit que à Florence il en avoit vu qui estoient entortillez en spirale, ce qui sert pour avoir des grandes divisions dans un petit volume et rendre les thermometres portatifs.       Ik bedank u voor de thermometer die geloof ik zeer nauwkeurig is en toch zijn de kleine van 6 of 7 duim niet te versmaden, omdat ze geschikt zijn om proeven te doen waar de grote niet zouden kunnen dienen, zoals om onder een kip te leggen om de warmtegraad te weten die nodig is om de eieren uit te broeden, en bij dergelijke dingen waar de grootte onhandig zou zijn. Meneer de Noyers, secretaris van de koningin van Polen, die me vroeger een van die kleine heeft gegeven, zegt me dat hij er in Florence gezien heeft die in een spiraal waren gewonden, wat dient om grote verdelingen te hebben in een klein volume en de thermometers draagbaar te maken.*)
Il seroit bon de songer a une mesure universelle et determinee du froid et du chaud; en faisant premierement que la capacitè de la boule eut une certaine proportion a celle du tuyau, et puis prenant pour commencement le degrè de froid par le quel l'eau commence a geler, ou bien le degrè de chaud de l'eau bouillante, a fin que sans envoier de thermometres l'on peut se communiquer les degrez du chaud et du froid qu'on auroit trouuè dans les experiences, et les consigner a la posteritè.   Het zou goed zijn te denken aan een universele en vastgestelde maat voor koude en warmte; door eerst te maken dat de inhoud van de bol een bepaalde verhouding had tot die van de buis, en dan als begin te nemen de graad van koude waarbij water begint te bevriezen, of wel de graad van warmte van kokend water°), opdat men zonder thermometers op te sturen elkaar kan meedelen welke graden van warmte en koude men bij experimenten heeft gevonden, en ze toevertrouwen aan het nageslacht.

spiraalthermometer     [ *)  Zie Saggi ... Academia del Cimento (1666), p. III;  Engl.: Essayes ... (1684), fig. voor p. 1.]

    [ °)  XVII, 270, n. 2: Huygens neemt dus aan dat water altijd bij dezelfde temperatuur kookt. Toen hij in 1661 heet water zag koken onder de klok van de 'pneumatische machine' schreef hij (XVII, 313-4) dat het water stond te "borrelen met groote bellen gelijck of het hard stond en zooy", dus: alsof het kookte — het laatste woord komt van 'zieden'.]




[ 226 ]
No 1326.

R. Moray aan Christiaan Huygens

6 februari 1665.
Antwoord op No. 1301, 1311. Huygens' antwoord: No. 1338. 

    De la facon que Je me trouve presque tousiours interrompu en vous escrivant il y a apparence que chacune de vos lettres men coustera pour le moins deux ou trois. Mais ces interruptions, me redoublent l'apetit descrire, comme si lon me faisoit lever de Table devant que d'avoir bien commencé à manger. . . .       Op de manier zoals ik me bijna altijd onderbroken vind als ik u schrijf heeft het er de schijn van dat elk van uw brieven mij er minstens twee of drie zal kosten. Maar deze onderbrekingen verdubbelen voor mij de schrijflust, zoals wanneer men me van tafel zou doen opstaan alvorens goed te zijn begonnen met eten. . . .

[ 227 ]
    La Calesche de Monsieur De Son, a deux flesches fixéz a l'essieu des Rouës, en sorte que les bouts en sortent par derriere l'essieu de 3 à 4 pieds comme peut estre vous comprendrez par ce meschant crayon que Je vous detrace bien à la haste.       De calèche van meneer Du Son*) heeft twee bomen vastgemaakt aan de as van de wielen, zodanig dat de einden 3 à 4 voet achter de as uitkomen, zoals u misschien zult begrijpen met deze slechte tekening die ik nogal gehaast voor u maak.
onderstel, 2 wielen
    Tout le Corps et l'Essieu en sont de fer. depuis 1.1 iusqu'a 3.3 il y a 15. ou 16. pieds. les Flesches, à lendroit marqué 4.4. se separent en deux branches, dont l'une s'attache a lEssieu et l'autre sen va dessoubs l'Essieu en montant et finit en spirale, le tout estant comme un Ressort sur le bout du quel pend le Corps de la Caleche fait comme celuy dun Carosse ordinaire pour deux persones. les deux bouts 3.3 ne sont quenvirons de la hauteur de 5 pieds comme les Rouës, et les deux ressorts ou branches de fer marquez 2.2 portent le devant du Corps de la Caleche et ne sont pas plus hauts que lEssieu, auxquels il est attaché court, les deux branches 2.2 estant enclavees dans l'endroit ou les Flesches sont divisez en branches au lieu marqué 4 4.       Het hele lichaam en de as ervan zijn van ijzer; van 1.1 tot 3.3 is er 15 of 16 voet. De bomen splitsen zich op de plaats aangegeven met 4.4 in twee takken, waarvan de ene vastzit aan de as en de andere onder de as doorgaat en stijgend in een spiraal eindigt; het geheel is als een veer op het einde waarvan de bak van de calèche hangt, gemaakt als die van een gewone karos voor twee personen. De twee einden 3.3 zijn maar ongeveer 5 voet hoog zoals de wielen, en de twee veren of takken van ijzer aangegeven met 2.2 dragen de voorkant van de bak van de calèche en zijn niet hoger dan de as, en aan die veren is de bak strak vastgemaakt; de twee takken 2.2 zijn ingesloten op de plek waar de bomen zich verdelen in takken op de plaats 4.4.

    [ *)  Zie over hem p. 87 hiervoor. De wagen staat ook afgebeeld in het daar vermelde artikel van M. Keblusek, 'Keeping it secret', op p. 46.  In Phil. Trans. 1665, p. 83 noemt Moray hem "one of the most Excellent Mechanicks in the World, Monsieur du Son"; zie daar ook p. 119.] 




[ 255 ]
No 1345.

Christiaan Huygens aan R. Moray

Den Haag, 6 maart 1665.
  Antwoord op No. 1329. Moray's antwoord: No. 1353.

. . .
    J'approuve fort le dessein de la gazette de Monsieur Oldenbourg en ce qu'il ne s'arrestera qu'aux matieres de philosophie, car en effet il vaut mieux de ne les point mesler avecques tant d'autres comme fait l'autheur du journal des scavans.
  . . .
    Ik sta geheel achter het plan voor het tijdschrift*) van meneer Oldenburg, dat hij zich alleen zal bezighouden met filosofische materie, want het is inderdaad beter deze niet te vermengen met zoveel andere als de schrijver van het Journal des Sçavans°) doet.

    *)  De Philosophical Transactions.             [ °)  Eveneens voor het eerst verschenen in 1665.]


[ 256 ]
    J'espere tousjours que vous me communiquerez quelque chose des particularitez que vous apprendrez de Monsieur Holmes, pour scavoir principalement comment se sont comportè les horologes dans la tempeste, et si la rouille ne les a point fait arrester sous ce climat, ou vous aviez creu que tout fer se rouille necessairement.       Ik hoop nog steeds dat u mij iets zult meedelen van de bijzonderheden die u van meneer Holmes [>] zult vernemen, voornamelijk om te weten hoe de uurwerken zich bij storm hebben gedragen, en of roest ze niet heeft doen stilstaan in dat klimaat, terwijl u geloofde dat elk ijzer noodzakelijkerwijze roest.
. . . que nos 2 horologes chacune attachée a un baston de 3 pouces en quarrè, et long de 4 pieds estoient appuiées sur les 2 mesmes chaises, distantes de 3 pieds. Ce qu'estant, et les chaises estant capables du moindre mouvement, je demonstre que necessairement les pendules doivent arriver bientost a la consonance et ne s'en departir apres, et que les coups doivent aller en se rencontrant et non pas paralleles; comme l'experience desia l'avoit fait veoir. Estant venu a la dite consonance les chaises ne se meuvent plus mais empeschent seulement les horologes de s'ecarter par ce qu'aussi tost qu'ils tachent a le faire, ce petit mouvement les remet comme auparavant.   . . . dat onze 2 uurwerken, elk vastgemaakt aan een balkje van 3 duim in het vierkant, en 4 voet lang, steunden op de 2 zelfde stoelen, 3 voet van elkaar. Als dit zo is, en de stoelen zijn vatbaar voor de geringste beweging, toon ik aan dat de twee slingers noodzakelijk weldra in resonantie moeten komen en dat ze die daarna niet opgeven, en dat de slagen zo moeten zijn dat ze elkaar tegemoetkomen en niet parallel gaan; zoals de ondervinding al had laten zien. Bij de genoemde resonantie bewegen de stoelen niet meer, maar ze beletten alleen de uurwerken van elkaar af te wijken, omdat zodra ze het trachten te doen deze kleine beweging ze terugbrengt in de vorige toestand.
2 klokken hangend aan balkjes over stoelleuningen; 2 slingers

    [ Figuren: XVII, p. 185.  Verslag was al gedaan aan zijn vader in Parijs (26 febr. 1665), maar met een foutieve verklaring — hij dacht aan overbrenging door de lucht, zoals bij een resonerende snaar. Anderen hadden het gezien, zodat het verscheen in het Journal des Sçavans van 16 maart, p. 130-2; een week later kwam er een correctie: p. 143-4.
Vgl. de figuren in XVIII, p. 12.  Zie ook: D. J. Korteweg, Huygens' sympathic clocks ... (KNAW, 1905).
Een recente herhaling van het experiment: 'Out of time'.]




[ 268 ]
No 1353.

R. Moray aan Christiaan Huygens

13 maart 1665.
  Antwoord op No. 1345. Moray's antwoord: No. 1362.

    Vostre dernier du 6. m'a apporté la derniere fueille de vostre Jnstruction pour les pilotes, et Je fais traduire le tout, pour apres faire imprimer une semblable en Anglois. Et ne l'ayant que parcouru legerement Je ne scais pas encore si nous y ferons aucun changement ou non. Je voy que vous y expliquez toutes choses dans des termes fort intelligibles à ceux qui sen doivent seruir. Jl faut que nous en fassions aussi de mesme: mais vostre language a cet auantage par dessus la nostre, qu'on y peut expliquer presque toutes choses sans se seruir de mots Grecs ou latins.       Uw laatste brief van de 6e heeft mij het laatste blad gebracht van uw Instructie voor stuurlieden, en het geheel laat ik vertalen, om daarna een dergelijke in het Engels te laten drukken. En daar ik die maar even heb doorgenomen weet ik nog niet of we er enige verandering in zullen aanbrengen of niet. Ik zie dat u er alles uitlegt in heel begrijpelijke termen aan degenen die zich ervan moeten bedienen. Wij moeten daarbij ook hetzelfde doen; maar uw taal heeft boven de onze dit voordeel, dat men bijna alles kan uitleggen zonder zich te bedienen van Griekse of Latijnse woorden.


[ 269 ]
Mais aussi de lautre costé, les communs parmy nous entendent les Vocabula Artis, chacun de la sienne. et tous les gens de mer entendent les mots grecs et latins, qui touchent lastronomie, et la navigation, comme sils estoyent originellement Anglois; seulement ils ne sçavent peut estre pas que les mots expliquent la nature, ou l'usage de la chose, se contentans de connoistre les choses par les noms, comme sils leur estoyent donnez par hazard. Mais y ayant une Committee . . . establie par nostre Societé, pour l'embellissement &c. de la langue Angloise, il est à esperer, qu'ils en corrigeront les defauts, et adiousteront tout ce qu'il luy manque, qui est dans les autres langues. Jls se proposent d'en dresser des Grammaires, des Dictionaires, des recherches, &c. et entre autres un Vocabulaire qui aura tous les mots des outils &c. qui appartient à chaque mestier, &c.
. . .
  Maar aan de andere kant is het ook zo, dat gewone mensen bij ons de Vakwoorden verstaan, ieder van het zijne. En alle zeelieden verstaan Griekse en Latijnse woorden aangaande astronomie, en navigatie, alsof ze oorspronkelijk Engels waren; alleen weten ze misschien niet dat woorden de aard, of het gebruik van het ding uitleggen, zich tevreden stellend met het kennen van de dingen bij naam, alsof ze hun bij toeval waren gegeven. Maar omdat er een Comité*) . . . is ingesteld door onze Society, voor verfraaiing &c. van de Engelse taal, is te hopen dat zij de onvolkomenheden ervan zullen corrigeren, en alles zullen aanvullen wat eraan ontbreekt, dat in andere talen voorkomt. Ze stellen zich voor er Grammatica's van op te stellen, Woordenboeken, onderzoekingen, &c. en onder andere een Woordenlijst die alle woorden zal krijgen van gereedschap &c. dat bij elk vak behoort, &c.
. . .

    *)  In The history of the Royal Society [Thomas Birch, 1756] is hierover niets gevonden.
[ Birch, vol. 1, p. 499 (7 dec. 1664): "that there be a committee for improving the English language".
  Idem, vol. 2, p. 7 (18 jan. 1665): "that Dr. Wilkins meet the first time (at least) with the committe for improving the English tongue".]




No 1356.

Christiaan Huygens aan vader Constantijn Huygens

26 maart 1665.
[ 277 ]

. . .  Estant a Amsterdam j'ay conferè avec quelques uns de nos gens de mer comme aussi avec Blau et ceux qui s'entendent a la navigation, ne peuvent nier l'utilitè. pourtant j'ay remarquè combien nos gens sont tardifs et difficiles a admettre quelque chose de nouveau quoy que l'utilitè en soit manifeste.   . . .  Toen ik in Amsterdam was heb ik met enigen van onze zeelieden geconfereerd, zoals ook met Blaeu, en degenen die verstand hebben van navigatie kunnen het nut*) niet ontkennen. Toch heb ik opgemerkt hoe hoe traag en moeilijk onze mensen zijn bij het invoeren van iets nieuws, al is het nut overduidelijk.
  Nous fusmes veoir la nouvelle ville ou il y a desia quantitè de bastimens et des rues entieres. vers la maison des Indes et de l'admirautè fervet opus pour l'Equipage des vaisseaux et il y a du plaisir de passer par toutes ces boutiques de divers mestiers.     We zijn de nieuwe stad°) wezen bekijken, waar al talloze gebouwen en straten klaar zijn. Bij het Indisch huis en de Admiraliteit is het werk voor het toerusten van schepen in volle gang en het is een genoegen langs al die winkels van verschillende ambachten te gaan.

    [ *)  Het nut van slingeruurwerken op zee.]
    °)  In 1658 was de uitbreiding van Amsterdam aan de zuid- en oostkant begonnen. Aan de noordkant bouwde men op de drie eilanden Kattenburg, Wittenburg en Oostenburg: op het eerste stond het grote Admiraliteits-Magazijn en op het laatste het Oostindisch Zeemagazijn, dat niet meer bestaat. In de straat tussen deze twee gebouwen vindt men nu nog [1893] winkeltjes voor maritieme artikelen.
Scheepstimmerwerf [ Zie hier enkele plattegronden, van 1544 tot 1693, in vergelijking met een satellietfoto.]

[ Rechts: detail van Ludolf Bakhuizen, penschilderij 'Scheepstimmerwerf van de Admiraliteit van Amsterdam', met op de achtergrond het gebouw van het huidige Scheepvaartmuseum — ook te zien op 'Gezicht op Amsterdam' dat wordt genoemd op p. 90 (n. 8) van T. VI.]




[ 359 ]
No 1410.

B. de Spinoza aan H. Oldenburg

mei 1665. *)

. . .  Ego sanè, quotiescunque data fuit occasio, D. Ser. & Christian. Hugenium Z[uylichemi]. D. qui etiam te novisse mihi dixerat, de te, tuâque valetudine rogare non desii. Ab eodem D. Hugenio etiam intellexi eruditissimum D. Boylium vivere, & in lucem emisisse Tractatum illum insignem de Coloribus Anglicè, quem ille mihi commodato daret, si linguam Anglicam callerem. Gaudeo igitur ex te scire, hunc Tractatum simul cum illo altero de frigore, & Thermometris, de quo nondum audiveram Latinâ civitate donatos, & publici juris factos.   . . .  Ik heb inderdaad, steeds wanneer de gelegenheid zich voordeed, aan de heer Serrarius en de heer Chr. Huygens (die gezegd had dat hij u ook kent) zonder ophouden gevraagd naar u en uw gezondheid. Van dezelfde heer Huygens heb ik ook begrepen dat de zeergeleerde heer Boyle leeft, en in het licht gegeven heeft die uitstekende Verhandeling over kleuren°), in het Engels — die hij me te leen zou geven als ik Engels kende. Ik ben dus blij van u te vernemen dat deze verhandeling tegelijk met die andere over koude en thermometers (waarover ik nog niet gehoord had) het Latijnse burgerrecht gekregen heeft en gepubliceerd is.
Liber de observationibus microscopicis etiam penes D. Hugenium est, sed ni fallor Anglicè. Mira quidem mihi de hisce microscopiis narravit, & simul de Telescopiis quibusdam in Italiâ elaboratis, quibus Eclypses in Jove ab interpositione Satellitum observare potuerunt, ac etiam umbram quandam in Saturno, tanquam ab annulo factam.   Het boek over microscoop-waarnemingen +) is ook in het bezit van de heer Huygens, maar Engels als ik me niet vergis. Echt verbazende dingen vertelde hij me over deze microscopen, en tegelijk over zekere telescopen, in Italië gemaakt, waarmee men zonsverduisteringen op Jupiter heeft kunnen waarnemen, ten gevolge van de stand van de satellieten, en ook een schaduw op Saturnus, naar men zegt gemaakt door de ring.
Quorum occasione non satis possum mirari Cartesii praecipitantiam, qui ait causam, cur Planetae juxta Saturnum (ejus enim ansas Planetas esse putavit, fortè quia eas Saturnum tangere nunquam observavit) non moventur, posse esse, quòd Saturnus circa proprium axem non gyret, cùm hoc cum suis principiis parùm conveniat, tum quia ex suis principiis facillimè ansarum causam explicare potuerat, nisi praejudicio laboraret, &c.   Bij gelegenheid hiervan kan ik me niet genoeg verbazen over de overhaasting van Descartes x), die zegt dat de oorzaak waarom de planeten naast Saturnus — hij meende immers dat de hengsels ervan planeten waren, wellicht omdat hij nooit waarnam dat ze Saturnus raakten — niet bewegen, kan zijn omdat Saturnus niet om zijn eigen as draait; niet alleen dat dit weinig met zijn principes overeenkomt, maar ook omdat hij uit zijn principes heel gemakkelijk de oorzaak van de hengsels had kunnen verklaren, als hij niet te kampen had met een vooroordeel, enz.

    *)  In B. d. S. Opera Posthuma (1677), Ep. XIII [p. 435; antwoord op ep. XII, p. 434]. Vertaling (van J. H. Glasemaker) in: De nagelate schriften van B. d. S. Als zedekunst, staatkunde, verbetering van 't verstant, brieven en antwoorden (1677), p. 491-2.
[ Oldenburg had in 1661 Spinoza bezocht in Rijnsburg, zie P. Macherey, 'Spinoza lecteur et critique de Boyle'. ]
[ Over Spinoza en Huygens zie: Wim Klever, 'Spinoza en Huygens. Een geschakeerde relatie tussen twee fysici', in Gewina 20 (1997) 14-31; Jonathan I. Israel, Radicale verlichting (2007), p. 271-7.]

    °)  R. Boyle, Experiments and considerations touching colours (1664),  New experiments and observations touching cold (1665).
    +)  R. Hooke, Micrographia [1665; cf. p. 277].
    [ x)  In 1663 had Spinoza de principes van Descartes uitgelegd, in Renati des Cartes principiorum philosophiae pars I, & II, more geometrico demonstratae.]





No 1419.

Christiaan Huygens aan Lodewijk Huygens

Den Haag, 15 juni 1665.
[ 374 ]
. . .
    Je croy que le bruict du canon se sera fait entendre jusques la ou vous estes, et vous aura donnè la premiere nouvelle du furieux combat qui s'est faict entre les deux flottes . . .
  . . .
    Ik denk dat het kanongebulder zich heeft laten horen tot waar jij bent*), en je het eerste nieuws gegeven heeft van de verwoede strijd die heeft plaats gevonden tussen de twee vloten°) . . .

    *)  Waarschijnlijk in Zuylichem [op ca. 50 km].                 [ °)  Zeeslag bij Lowestoft.]

[ 375 ]
    J'eus par l'ordinaire dernier une lettre de Monsieur de Carcavy par la quelle par ordre de Monsieur Colbert il me mande que le Roy seroit bien aise que je voulusse venir demeurer a Paris, et m'y convie par beaucoup de raisons et de belles promesses, sans pourtant en venir encore au particulier à scavoir quelle seroit ma Pension. J'en ay escrit a mon Pere pour scavoir sa volontè car pour moy il me semble que ce n'est pas un parti a refuser, pourveu qu'on me donne bon entretien et que je vive avec toute libertè sans estre assujesti a rien, comme l'on me le promet. Et je ne pense pas que personne de mes amis puisse estre d'autre sentiment. C'est pourquoy je n'ay pas differè aussi d'assurer ces Messieurs de ma bonne volontè et de les remercier de l'honneur qu'on me fait par cette recherche. Rectius hoc et splendidius multo est, equus ut me portet alat Rex, que de veillir°) icy dans le païs sans rien faire.       Ik kreeg met de laatste post een brief van meneer de Carcavi waarmee hij me namens meneer Colbert bericht dat het de koning zou behagen als ik in Parijs wilde komen wonen, en me ertoe uitnodigt met veel redenen en mooie beloften, zonder echter nog in bijzonderheden te treden, te weten wat mijn toelage zou zijn. Ik heb erover geschreven aan Vader om te weten wat hij wil, want wat mij betreft lijkt het me niet een voordeel dat is af te slaan, mits men mij goed onderhoud geeft en ik in alle vrijheid leef zonder aan iets onderworpen te zijn, zoals men me belooft. En ik denk niet dat iemand van mijn vrienden van ander gevoelen kan zijn. Daarom heb ik het ook niet uitgesteld deze heren te verzekeren van mijn goede wil en hun dank te zeggen voor de eer die men mij aandoet met dit aanzoek. "Dit is veel juister en schitterender, dat een paard mij brengt, laat de koning mij onderhouden"*), dan hier in het land te oud te worden°) zonder iets te doen.

    [ *)  Horatius, Epistulae, lib. I, XVII, 20.]                 [ °)  Waarschijnlijk is bedoeld 'vieillir'.]




No 1445.

Christiaan Huygens aan J. Chapelain

20 augustus 1665.
[ 440 ]

. . .  ma vocation . . . J'espere de la generositè du Roy et de la faveur de son grand ministre que je ne me repentiray pas de m'estre accordè franchement a la premiere proposition qu'on m'en a faitte, et je scauray bien tousjours ce que je vous dois Monsieur de ce que par vostre tesmoignage vous m'avez fait valoir beaucoup plus que je ne merite. Quant a mes escrits dont j'ay promis la publication il y a longtemps . . . c'est qu'ayant escrit ces ouvrages il y a bien long temps, je n'y ay trouvè pas peu a changer et adjouter. Vous devez croire cependant que je ne cesse de travailler et que si je me resous tard a faire au Roy les offrandes promises c'est pour les rendre plus dignes de sa grandeur.   . . .  mijn oproeping . . . Ik hoop over de grootmoedigheid van de koning en de gunst van zijn grote minister dat ik er geen spijt van zal krijgen zonder meer te hebben ingestemd met het eerste voorstel dat men erover gedaan heeft, en ik zal altijd goed onthouden wat ik aan u meneer te danken heb*) omdat u met uw betuiging mij veel meer hebt doen verkrijgen dan ik verdien. Wat mijn geschriften aangaat waarvan ik de publicatie al lang geleden heb beloofd . . . deze werken heb ik al heel lang geleden geschreven, en ik heb niet weinig gevonden om ze te verbeteren en aan te vullen. Toch moet u geloven dat ik er aan blijf werken en als ik pas laat besluit aan de koning de beloofde geschenken te geven is het, om ze zijn grootheid meer waardig te maken.

    [ *)  Tien jaar eerder (<) had Chapelain aan Christiaan de raad gegeven zijn ontdekking van de maan van Saturnus te publiceren.]




[ XXII, 86 ]
XLVII.

H. Oldenburg aan R. Moray

1665.

Volgens "An addition to the Correspondence of Spinoza", door A. Wolf, 1935.
London, Oct. 7, 1665    
 
. . .  just now there comes to my hands a letter from an odd Philosopher, that lives in Holland, but no Hollander, who having lately conversed with M. Hugens writes to me thus:   . . .  juist nu krijg ik een brief in handen van een een of andere filosoof die in Holland woont, maar geen Hollander, die onlangs met meneer Huygens gesproken heeft en het volgende schrijft:
    Kircheri Mundum Subterraneum apud Dn. Hugenium vidi, qui ejus pietatem laudat, non ingenium; nescio an quia de pendulis agit, deque iis concludit, ea minime inservire longitudinibus inveniendis, quod sententia Hugenii prorsus adversatur.
    Scire cupis, quid Nostrates de Pendulis Hugenianis novis sentiunt. Nil certi
      "Mundus subterraneus [Ned.] van Kircher heb ik gezien bij de heer Huygens, die zijn vroomheid looft, niet zijn verstand; ik weet niet of het is omdat hij over slingers handelt, en erover besluit dat ze allerminst kunnen dienen voor lengtebepaling, waarin hij geheel tegen de mening van Huygens ingaat. [I, p. 51; Ned. I, p. 58]
    U wilt weten wat ze bij ons van de nieuwe slingeruurwerken van Huygens vinden. Niets zekers


[ XXII, 87 ]
adhuc possum ea de re tibi significare; hoc tamen scio, fabrum, qui solus jus habet ad ea fabricandum, ab opere plane cessare, quoniam ea vendere non potest: Nescio, an propter commercia interrupta, an vero quia nimis care ea venditat, nam 300 florenis Carolinis unumquodque aestimat.   kan ik u nog te kennen geven over deze zaak; dit weet ik echter, dat de ambachtsman die het alleenrecht heeft om ze te maken, geheel met het werk is gestopt, aangezien hij ze niet kan verkopen*). Ik weet niet of het is wegens de onderbreking van de handel [^], of omdat hij ze te duur verkoopt, want hij rekent 300 Carolusguldens per stuk.
Idem Hugenius a me rogatus de sua dioptrica, deque alio circa Parhelios tractatu, respondit se in dioptricis quid adhuc quaerere quod simul ac invenerit librum illum typis una cum tractatu de Parheliis mandaturum. Verum puto ego, eum in praesentiarum de Gallico suo itinere (in Galliam enim habitatum ire parat, simul ac parens redux factus fuerit) magis quam de ulla re alia cogitare. Quod vero in Dioptricis ait se quaerere, est, Num vitra in Telescopiis ordinare ita possit ut defectus unius, defectum alterius corrigat, atque ita efficere, ut omnes radii paralleli vitrum objectivum permeantes ad oculum perveniant tanquam si in puncto mathemetico coiissent: quod mihi adhuc videtur impossibile. Caeterum, in tota sua dioptrica, ut partim vidi, partim ab ipso, ni fallor, intellexi, non nisi de figuris sphaericis agit.   Toen ik dezelfde Huygens vroeg naar zijn Dioptrica, en naar een andere verhandeling over Bijzonnen, antwoordde hij dat hij in de Dioptrica nog naar iets op zoek was en zodra hij het gevonden had zou hij dat boek samen met de verhandeling over Bijzonnen laten drukken. Maar ik denk dat hij voor het ogenblik meer nadenkt over zijn reis naar Frankrijk (hij is namelijk van plan in Frankrijk te gaan wonen, zodra een familielid teruggekeerd zal zijn) dan over iets anders. En waar hij naar op zoek zegt te zijn in de Dioptrica is, of het mogelijk is de glazen in telescopen zo op te stellen, dat een gebrek van één glas het gebrek van een ander glas corrigeert, en zo te bewerken dat alle evenwijdige stralen die door het objectiefglas gaan het oog bereiken alsof ze in een wiskundig punt samenkwamen; wat mij nog onmogelijk lijkt°). Overigens handelt hij in heel zijn Dioptrica alleen over bolvormige figuren, voorzover ik die deels gezien heb en deels van hem zelf (als ik me niet vergis) begrepen heb.
Tractatum vero de motu, de quo etiam sciscitaris, frustra exspectari puto. Nimis dudum factum est, ex quo jactare coepit, se regulas motus et naturae leges calculo longe aliter invenisse, quam a Cartesio traduntur, illasque Cartesii falsas fere omnes esse: Nec tamen huc usque ullum ea de re specimen edidit. Scio, quidem, me, ante annum circiter, ab eo audivisse, omnia quae ipse dudum circa motum calculo invenerat, post in Anglia experimentis comprobata reperisse: quod vix credo; judico autem, in regula motus, Cartesio sexta, eum et Cartesium plane errare.   De verhandeling Over beweging nu, waarnaar u ook hebt gevraagd, wordt tevergeefs verwacht, denk ik. Het is al zeer lang geleden, sinds hij begon te verkondigen, dat hij door berekening bewegingsregels en natuurwetten heel anders heeft gevonden dan ze door Descartes worden geleverd, en dat die van Descartes bijna alle fout zijn. En toch heeft hij tot nu toe geen enkel voorbeeld ervan gegeven. Ik weet wel dat ik zo'n jaar geleden van hem hoorde, dat alles wat hij vroeger door berekening over beweging had gevonden, daarna in Engeland door proeven bevestigd is bevonden; wat ik nauwelijks geloof; doch ik oordeel dat in de zesde bewegingsregel van Descartes, hij en Descartes het geheel mis hebben."

    *)  Het gaat om S. Oosterwijck.
    °)  In 1665 onderzocht Huygens de mogelijkheid om bij de Hollandse kijker de sferische aberratie van het objectief te compenseren met die van het oculair [>]. Dit kan alleen bij monochromatisch licht, en later verwierp Huygens zijn stuk hierover.




No 1483.

H. Oldenburg aan B. de Spinoza

22 oktober 1665.

B. d. S. Opera Posthuma (1677), Ep. XIV [p. 436Ned.].

[ 508 ]

. . .  Quando verba facis de Tractatu Hugeniano de Motu, innuis, Cartesii Regulas motûs falsas fere omnes esse.
  . . .  Wanneer u het hebt over Huygens' Verhandeling over beweging, geeft u aan dat de bewegingsregels van Descartes bijna alle fout zijn.
. . .  Memini te alicubi indigitâsse multa ex iis, quae Cartesius ipse captum humanum superare ajebat, quin & multò sublimiora, & subtiliora evidenter posse ab hominibus intelligi & clarissimè explicari. Quid haeres, mi Amice, quid metuis? Tenta, aggredere, perfice tanti momenti provinciam, & videbis totum verè Philosophantium Chorum tibi patrocinari. . . .   . . .  Ik herinner me dat u ergens gezegd hebt dat veel van die dingen, waarvan zelfs Descartes zei dat ze het menselijk bevattingsvermogen te boven gaan, ja zelfs veel hogere en subtielere, duidelijk door mensen begrepen kunnen worden, en heel helder uitgelegd. Wat houdt u tegen, mijn vriend, wat vreest u? Probeer het, onderneem en voltooi de taak van zo groot belang, en u zult zien dat de gehele groep van hen die verstandig filosoferen u verdedigt. . . .
    Rogo, si quid porrò acceperis de studiis, & laboribus Domini Hugenii, deque successu pendulorum, ut & de ipsius transmigratione in Galliam, mihi quàmprimum significare non graveris.       Ik vraag u, als u in het vervolg iets verneemt over studie en werk van meneer Huygens, en over het succes van de slingeruurwerken, zoals ook over zijn verhuizing naar Frankrijk, er geen bezwaar tegen te hebben het mij zo spoedig mogelijk bekend te maken.




No 1498.

B. de Spinoza aan H. Oldenburg

20 november 1665.

B. d. S. Opera Posthuma (1677), Ep. XV [p. 439Ned.]. *)

[ 538 ]
. . . 
    Quod deinde scribis, me innuisse Cartesii Regulas motûs falsas ferè omnes esse, si rectè memini, D. Hugenium id sentire dixi, nec ullam aliam falsam esse affirmavi, quàm Regulam sextam Cartesii, circa quam D. Hugenium etiam errare me putare dixi; quâ occasione petii, ut mihi communicares experimentum, quod secundùm eam hypothesin experti estis in vestrâ Regiâ Societate; sed tibi id non licere judico, quia de hoc nihil respondes.
  . . . 
    Wat u vervolgens schrijft, dat ik aangaf dat Descartes' bewegingsregels bijna alle fout zijn: als ik me goed herinner zei ik dat de heer Huygens deze mening heeft, en ik heb niet beweerd dat er een andere regel fout is dan de zesde van Descartes, en ik zei dat mijns inziens daarover ook de heer Huygens het mis heeft. Bij deze gelegenheid heb ik gevraagd of u mij de proef wilde meedelen, die u volgens die hypothese hebt genomen in uw Royal Society; maar ik denk dat het u niet vrijstaat dit te doen, omdat u hierover niets antwoordt.
    Dictus Hugenius totus occupatus fuit, & adhuc est in expoliendis vitris dioptricis; in quem finem fabricam adornavit, in quâ & patinas tornare potest, satis quidem nitidam: quid autem eâ promoverit, adhuc nescio, nec, ut verum fateor, valdè scire desidero. Nam me experientia satis docuit in patinis sphaericis liberâ manu tutiùs, & meliùs expoliri, quàm quâvis machinâ. De pendulorum successu, & tempore transmigrationis in Galliam nondum aliquid certi possum scribere. &c.       De genoemde Huygens was en is geheel in beslag genomen door het slijpen van optische glazen; daartoe heeft hij een toestel ingericht waarin hij ook slijpschalen kan laten draaien, en het ziet er wel vrij goed uit; doch wat hij ermee opgeschoten is weet ik nog niet, en eerlijk gezegd wil ik het ook niet heel graag weten. Want de ervaring heeft me voldoende geleerd dat in schalen met een bolvorm veiliger en beter geslepen wordt met de vrije hand, dan met een of ander werktuig. Over het succes van de slingers, en de tijd van verhuizing naar Frankrijk, kan ik nog niet iets zekers schrijven. Enz.

    *)  [ Het eerste deel als tekst op de Spinoza Website van Rudolf W. Meijer.]




No 1507.

H. Oldenburg aan B. de Spinoza

18 december 1665.

B. d. S. Opera Posthuma (1677), Ep. XVI [p. 442Ned.]

[ 547 ]

. . .  At nec hîc fortè te satis capio, non magis, quam in eo, quod de Regulis Cartesii antehac scripseras. Utinam subire laborem velles, me edocendi, quâ in re tam Cartesium, quam Hugenium in regulis motûs errasse judices. Pergratum mihi sane hoc officio defungendo praestiteris, quod quidem pro viribus demereri studerem.   . . .  Maar ik begrijp u wellicht ook hier niet voldoende, evenals bij hetgene dat u hiervoor schreef over de regels van Descartes. Och, als u de moeite zou willen nemen mij uit de doeken te doen op welk punt naar uw oordeel zowel Descartes als Huygens het mis hebben gehad. U zult me zeker een genoegen doen door me deze dienst te bewijzen, en ik zou me er op toeleggen het althans naar vermogen te verdienen.
    Praesens non fui, quando D. Hugenius Experimenta, Hypothesin suam comprobantia, hîc Londini fecit. Intelligo interim quendam inter alia pilam unius librae, penduli in modum suspendisse, quae delapsa percusserit aliam, eodem modo suspensam; sed librae dimidiae, ex angulo quadraginta graduum, & Hugenium praedixisse, pauculâ factâ Computatione Algebraicâ, quis foret effectus, & hunc ipsum praedictioni ad amussim respondisse.       Ik was er niet bij toen de heer Huygens de proeven, die zijn hypothese bevestigden, hier in Londen deed*). Nochtans weet ik dat hij onder andere een of andere bal van een pond heeft opgehangen op de manier van een slinger, die bij het neerdalen gestoten is tegen een andere, op dezelfde manier opgehangen, maar van een half pond, vanuit een hoek van veertig graden; en dat Huygens voorspeld heeft, na een paar algebraïsche berekeningen gedaan te hebben, wat het effect zou zijn, en dat dit effect nauwkeurig overeenkwam met de voorspelling.
Abest Vir quidam insignis, qui multa talia Experimenta proposuerat, quae solvisse dicitur Hugenius. Quamprimum dabitur ipsum, qui abest, convenire, uberius, & enucleatius forsan hanc rem tibi exposuero. Tu interim superiori petito me ne refrageris, iterum atque iterum rogo; & si quid praeterea de Hugenii successu in poliendis Vitris Telescopicis cognoveris, impertiri quoque ne graveris. Spero Societatem nostram Regiam, peste jam insigniter per Dei gratiam desaeviente, brevi Londinum reversuram, coetusque suos hebdomadicos instauraturam: quae ibi transigentur scitu digna, eorum communicationem certo tibi poteris polliceri.
. . .
  Afwezig is nu een voortreffelijk iemand°) die veel van zulke proeven had voorgesteld, die Huygens naar men zegt heeft opgelost. Zodra het mogelijk is hem die afwezig is te ontmoeten, zal ik u deze zaak misschien uitgebreider en zorgvuldiger uiteenzetten. Ondertussen zult u mij het vorige verzoek niet weigeren, vraag ik nog eens en nog eens; en als u bovendien iets weet over het succes van Huygens bij het slijpen van glazen voor telescopen zult u er ook geen bezwaar tegen hebben dat het bekend gemaakt wordt. Ik hoop dat onze Royal Society, nu de pest door Gods gunst merkbaar aan het uitrazen is, binnenkort naar Londen zal terugkeren, en haar wekelijkse bijeenkomsten zal hernieuwen; wat daar voor wetenswaardigs wordt afgehandeld, de mededeling daarvan kunt u zich zeker in het vooruitzicht stellen.
. . .

    *)  Deze proeven waren gedaan tijdens het verblijf van Chr. Huygens te Londen in de lente van 1661 [op 23 april (>)].  Ze worden niet genoemd in de 'History' van Birch [1756], maar er is een vermelding in de Philosophical Transactions van 12 april 1669, No. 46 [p. 927]: "Inderdaad heeft Huygens enige jaren geleden, toen hij zich in Londen bevond, die gevallen over beweging opgelost die hem toen voorgelegd werden".
    °)  Misschien Lord Brouncker.



[ 549 ]
No 1508.

Christiaan Huygens aan R. Moray

Den Haag, 24 december 1665.
Antwoord op No. 1481. Moray's antwoord: No. 1518.  

    . . .
    Je n'ay rien a vous dire touchant les Ressorts de Monsieur Hook, si non que je ne crois pas que jamais les horologes qu'il ajustera de cette maniere arriveront a la justesse des pendules, la difficultè que j'avois proposée n'estant aucunement resolue par ce qu'il dit des ressorts de verre . . .
      . . .
    Ik heb u niets te zeggen over de veren van meneer Hooke, behalve dat ik niet geloof dat uurwerken die hij op deze manier zal inrichten ooit de juistheid van slingeruurwerken zullen bereiken, omdat de moeilijkheid die ik had voorgelegd geenszins wordt opgelost met wat hij zegt over veren van glas . . .
    Je seray bien aise d'apprendre s'il continue tousjours a perfectioner sa machine       Ik zou graag vernemen of hij nog altijd doorgaat met het vervolmaken van zijn machine

[ 550 ]
pour les verres et avec quel succes. Pour moy je me suis fort estudiè a cette mechanique depuis quelque temps et j'ay essayè quantitè de choses et non pas tout a fait en vain. Toutefois je ne diray pas que je sois encore venu a bout de mes souhaits, et tant que je n'auray achevè mon verre de 60 pieds que j'entreprendray dans un jour ou deux. . . . mon verre aura 8 pouces de diametre.   voor de glazen en met welk succes. Wat mij betreft, ik heb me sinds enige tijd zeer toegelegd op deze werktuigbouw en ik heb talloze dingen geprobeerd en niet geheel tevergeefs. Toch zal ik niet zeggen dat al mijn wensen al vervuld zijn, zolang ik mijn glas van 60 voet niet heb afgemaakt, wat ik over een dag of twee ga ondernemen. . . . mijn glas krijgt een middellijn van 8 duim.
    Vous scavez peut estre ce que le Sieur Burattini a escrit en France de son travail en cette matiere de ses formes qui pesent environ 600 livres, pour des verres de 62 pieds, et de 12 pouces de diametre, mais l'effect qu'il en specifie, qui n'est qu'une multiplication centuple, me fait douter s'il est dans le bon chemin, quoy que j'admire son industrie et ses grands apprets.       U weet misschien wat de heer Burattini [<] geschreven heeft naar Frankrijk*) over zijn werk in deze materie, over zijn slijpvormen die ongeveer 600 pond wegen, voor lenzen van 62 voet, en van 12 duim middellijn, maar het effect dat hij ervan opgeeft, slechts een honderdvoudige vergroting, doet mij eraan twijfelen of hij op de goede weg is, hoewel ik bewondering heb voor zijn ijver en zijn grote benodigdheden.
    J'ay eu une fois le bonheur de veoir l'ombre d'un des Satellites dans Jupiter suivant la prediction de Cassini. Ce fut le 26 septembre a 7½ heures, n'y paroissant que deux des dits Satellites pres de Jupiter en cette position.       Ik heb één keer het geluk gehad de schaduw van een der satellieten op Jupiter te zien volgens de voorspelling van Cassini. Het was op 26 september om half 8, terwijl er maar twee van de genoemde satellieten bij Jupiter verschenen, in deze stand:
Jupiter met 2 manen
    Et l'ombre faisant une petite tache ronde et noire dans son disque comme vous voiez dans cette autre figure.       En de schaduw maakte een kleine ronde en zwarte vlek op zijn schijf, zoals u ziet in deze andere figuur°):
Jupiter met maan en schaduw
    Je n'en pus veoir la sortie le ciel s'estant couvert.
    Monsieur Auzout l'a observè aussi . . .
      Het uittreden ervan kon ik niet zien daar de hemel bedekt was geworden.
    Meneer Auzout nam het ook waar #) . . .
    Or ce que le Sieur Cassini a observè depuis est bien plus considerable que cecy, a scavoir une tache permanente en Jupiter, par le retour de laquelle il a connu que la revolution de cette planete a l'autour de son axe est de 9 heures 56 minutes qui est assurement une tres belle descouverte, et qui marque bien l'exellence des lunettes de Campani, quoy qu'il escrive qu'on a veu depuis la mesme chose avec une de Eustachio Divini.       Wat nu de heer Cassini sindsdien heeft waargenomen is wel van meer belang dan dit, te weten een permanente vlek op Jupiter, en met de terugkomst ervan is hij te weten gekomen dat de omwenteling van deze planeet om zijn as 9 uur en 56 minuten is, wat zeker een mooie ontdekking is die wel aangeeft hoe uitstekend de kijkers van Campani zijn, hoewel hij schrijft dat men sindsdien hetzelfde heeft gezien met een kijker van Eustachio Divini.+)

    *)  Zie brief No. 1493 [Auzout aan Huygens, 6 nov. 1665, p. 527; zie ook Petit, p. 532].
    °)  "De figuur is omgekeerd" [reprod. uit T. XV, p. 38;  vgl. de fig. op p. 493].
    #)  Zie brief No. 1493 [p. 526].   [24 jan. 2015: Jupiter Triple-Moon Conjunction.]
    +)  Zie brief No. 1304, noot 5c [p. 194: G.D. Cassini, Lettere al Signor abbate Falconieri sopra la varietà della macchie osservata in Giove, 1665.  Zie ook: Lettera di Eustachi Divini, 1666].




Home | Christiaan Huygens | V | Parels uit brieven 1665 (top) | 1666