Chr. Huygens | < Oeuvres I >

Taal , slijpplaat , Saturnus , pamflet , kansspel , bewegingsregels , Descartes , Hevelius , beleefdheid , Wallis , luit


Parels uit brieven 1656

Oeuvres Complètes,  I , 1638-56



[ 373 ]
No 255.

V. Conrart aan Christiaan Huygens

14 januari 1656   [<]

    La lettre qu'il vous a pleû de m'écrire vaut mieux toute seule, que les quatre dont vous me remerciez. Il ne se peut rien voir de plus civil, de plus obligeant, ni de plus purement écrit en une Langue qui ne vous est pas naturelle; & si vous ne vouliez demeurer en France, que pour l'apprendre, vous avez eu raison de vous en retourner, puis-que vous en savez autant que si vous y estiez né. . . .       De brief die het u heeft behaagd mij te schrijven is op zichzelf meer waard dan de vier waarvoor u me bedankt. Er is niets dat beschaafder en voorkomender is, of zuiverder geschreven in een taal die niet uw eigen taal is; & als u slechts in Frankrijk zou willen blijven om deze te leren, dan hebt u gelijk gehad eruit terug te keren, u weet er immers zoveel van als wanneer u er was geboren. . . .
. . . & recevez les complimens que vous rend pour les vostres, l'illustre Mademoiselle Perriquet. Elle me parle tres souvent, & tres-dignement de vous, & le présent que vous luy avez fait l'a extrémement satisfaite. Si vous eussiez tardé plus long-temps icy, vous eussiez reconnu, en cette rare personne, des merveilles qu'il seroit difficile de trouver ailleurs, au moins en des personnes de son sexe. . . .   . . . & ontvang de groeten die de illustere mademoiselle Perriquet u doet voor de uwen. Zij spreekt me zeer dikwijls & met veel waardering over u, & wat u haar hebt geschonken heeft haar buitengewoon veel voldoening gegeven. Als u langer hier was gebleven, had u in deze zeldzame persoonlijkheid wonderen herkend die elders moeilijk te vinden zijn, althans bij personen van haar geslacht. . . .




[ 374 ]
No 256.

G. P. de Roberval aan Christiaan Huygens

14 januari 1656   [<,>]

. . .  Je n'ay rien fait sçavoir du tout de nostre confidence; mais je crains qu'on ne vous ait adroitement tiré les vers du nez; en quoy il y auroit de ma faute; car je devois vous advertir que C. [Conrart] est des plus fins en ce metier; et qu'il fait profession d'une amitié entiere avec P. [Perriquet] en quoy il est du nombre de quelques autres vieux vertueux qui sont bien marris que j'aye decouvert leur confrairie. partant si dans vostre conference il s'est passé qu'elque chose que je doive sçavoir, faite moy la faveur de me la mander une fois pour toutes, affin que nostre entretien ne soit point desormais employé à de telles sottises. Pour M. [Mylon] c'est une beste en general; et en particulier, c'est la corneille de la fable. [^] . . .   . . .  Ik heb in het geheel niets laten weten van ons vertrouwelijk gesprek; maar ik vrees dat men u behendig bij de neus heeft genomen; waarbij mij ook iets te verwijten zou zijn; want ik had u moeten waarschuwen dat C. [Conrart] dit vak als een van de besten verstaat; en dat hij een gewoonte maakt van een volledige vriendschap met P. [Perriquet], zoals ook enkele andere deugdzame oude heren die wel bedroefd zijn dat ik hun broederschap ontdekt heb. Dus als in uw gesprek iets is voorgekomen dat ik moet weten, bericht het me alstublieft, opdat ons onderhoud voortaan niet gebruikt wordt voor zulke zottigheden. Wat betreft M. [Mylon], dat is in het algemeen een onbenul, en in het bijzonder de raaf van de fabel*). . . .

    [ *)   'De raaf en de zwaan' van Aesopus. ]




[ 375 ]
No 257.

A. Colvius aan Christiaan Huygens

20 januari 1656   [<,>]

    Voicy la platine de fer, avec un petit marteau, que je vous envoye de la part de Monsieur Kalthof, esperant que cet ouvrage vous aggreera; et qu'il sera propre à quoy il est destiné. Si je vous puis servir en autre chose je vous prie de me commander absolument. . . .

A Monsieur Monsieur Chrestien Huijgens
's Graven-haghe.

met een ijsere plaet.
      Hier is de ijzeren plaat, met een hamertje, die ik u zend namens meneer Calthof [>], in de hoop dat dit werk u zal bevallen; en dat het geschikt zal zijn voor datgene waarvoor het is bestemd. Als ik u in iets anders kan dienen verzoek ik u geheel over mij te beschikken. . . .




[ 376 ]
No 258.

Cl. Mylon aan Christiaan Huygens

4 februari 1656   [>]

. . .  comparer vos belles Inventions avec celles de nos Geometres, mais vostre retour precipité a coupé ces desseins, Je ne vous ay fait voir que peu de chose a la haste . . .   . . .  om uw mooie vindingen te vergelijken met die van onze meetkundigen, maar uw overhaast vertrek heeft deze plannen verijdeld; ik heb u in de haast maar weinig laten zien . . .
Je reçois a grande faveur l'offre que vous me faitez a present, J'en ay fait feste a tous nos messieurs pour les engager au travail, mais Je n'en espere pas ce que je souhaite . . .   Ik zie het aanbod dat u me nu doet*) als een grote gunst, ik was er vol van tegenover al onze heren om hen bij het werk te betrekken, maar ik hoop er niet van wat ik wens . . .
J'attends beaucoup de vous et de monsieur de Schooten. Je vous supplie de luy faire tenir la Lettre enclose a luy faire part de l'observation de Monsieur Bouillaut qui vous baise les mains. La belle scavante vous remercie, elle m'a dit avoir leu vostre Livre avec grande satisfaction . . .   Ik verwacht veel van u en van meneer van Schooten. Ik verzoek u hem de ingesloten brief te doen toekomen om hem de waarneming°) mee te delen van meneer Boulliau die u groet. De geleerde schone [<] bedankt u, ze heeft me gezegd uw boek met grote voldoening te hebben gelezen . . .

    *)   Deze brief is niet gevonden.         °)   No. 259 [p. 377]: de zonsverduistering van 26 jan. 1656.




[ 380 ]
No 261.

Christiaan Huygens aan A. Colvius

8 februari 1656   [<,>]

        Monsieur

    Ce fut le 29 du mois passè que je receus la vostre avecque la platine de fer de la part de Monsieur Kalthof, que mon frere à sollicitee durant mon voyage en France. Et avons esté occupèz ces 10 jours à luy donner la figure parfaite travaillans sans relasche jusques à ce que l'ayons obtenuè. Cette grande assiduitè à estè cause que j'ay differè de vous faire response et de vous rendre grace de la peine qu'il vous a pleu prendre en me procurant une chose que j'avois si fort desiré.
          Mijnheer

    Het was de 29e van de afgelopen maand dat ik uw brief ontving met de ijzeren plaat van meneer Kalthof [>], die mijn broer heeft besteld tijdens mijn reis naar Frankrijk. En we waren deze 10 dagen bezig er de volmaakte vorm aan te geven, zonder ophouden werkend tot we die verkregen. Deze grote naarstigheid was er de oorzaak van dat ik het uitstelde u te antwoorden en u dank te zeggen voor de moeite die u hebt willen nemen om mij iets te verschaffen dat ik zozeer wenste.
J'espere de vous monstrer bien tost un bel effect de mes lunettes en vous envoyant le Systeme de Saturne, que j'ay dessein de mettre au jour, et qui enseignera la cause de toutes les differentes apparitions de cette planete. Pourquoy tantost elle paroist avec deux anses aux costez, tantost comme traversèe d'un aissieu, comme l'annee passe, et quelques fois toute ronde comme à present. Je vous prie de donner l'enclose à Monsieur Kalthof, et de me croire tousjours

        Monsieur etc.
  Ik hoop u weldra een mooi effect van mijn kijkers te tonen door u het Systeem van Saturnus*) te zenden, dat ik van plan ben te publiceren, en dat de oorzaak van alle verschillende verschijningsvormen van deze planeet zal uitleggen. Waarom ze nu eens verschijnt met twee hengsels aan de kanten, dan weer als door een as doorsneden, zoals vorig jaar, en soms geheel rond zoals nu. Ik verzoek u de ingesloten brief aan heer Kalthof te geven, en te geloven dat ik als altijd ben

        Mijnheer enz.

    [ *)   Systema Saturnium, 1659 (vertaling bij Chr. Huygens Web).]




No 262.

Christiaan Huygens aan Calthof

8 februari 1656

        Monsieur

    Passè 10 jours Monsieur Colvius m'envoya la platine de fer pour la quelle mon frere vous à importunè plus d'une fois. Elle estoit extremement bien travaillee et nous à fait admirer cette grande industrie qui vous fait venir a bout de choses les plus difficiles.
          Mijnheer

    Nu 10 dagen geleden zond de heer Colvius mij de ijzeren plaat waarvoor mijn broer [<] u meer dan eens heeft lastig gevallen. Deze was buitengewoon goed bewerkt, en heeft ons die grote vaardigheid doen bewonderen die u de moeilijkste dingen tot stand laat brengen.

[ 381 ]
Si nous en avions la dixieme partie autant nous n'aurions pas estè 10 jours avant que de luy pouvoir donner la derniere justesse et perfection, la quelle toutefois a la fin y avons apportée, mais avec beaucoup plus de peine qu'aux superficies de plus petite sphere. Il faudra voir a cettheure si les verres reussiront, et nous donneront des bonnes lunettes de 20 pieds. de quoy je ne manqueray pas de vous advertir, scachant tousjours que sans vostre ayde je n'y aurois jamais peu aspirer. Au reste j'espere que ce aura estè pour la derniere fois que je vous auray donne de la peine, et en attendant qu'il vous plaira de m'employer en chose ou je vous puisse tesmoigner ma gratitude. je demeureray   Als wij een tiende deel daarvan hadden zou het niet 10 dagen geduurd hebben voordat we er de uiterste precisie en perfectie aan konden geven, die we nochtans tenslotte aangebracht hebben, maar met veel meer moeite dan bij oppervlakken van een kleinere bol. Nu staat te bezien of de glazen zullen lukken, en ons goede kijkers van 20 voet zullen geven. En ik zal niet verzuimen u daarover te berichten, steeds beseffend dat ik zonder uw hulp er nooit naar had kunnen streven. Overigens hoop ik dat het voor de laatste keer geweest zal zijn dat ik u moeite zal hebben gegeven, en in de verwachting dat u van mijn dienst gebruik zult willen maken bij iets waarin ik u mijn dank kan betuigen*), verblijf ik
        Monsieur
Vostre &c.
          Mijnheer
Uw enz.

    [ *)   In december 1656, zie No. 359 (>), zond Chr. Huygens een paar glazen aan Calthof.]




[ 382 ]
No 264.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

15 februari 1656

    De libello Hirscharteri gratias ago, neque mihi planè inutilis est, licet quod maxime desideraveram, tempus observationis quo cum ansis Saturnum Fontana vidit, non sit annotatum. Scio Neapoli impressas typis ipsius Fontanae observationes anno 1646 in 4o quem librum si nancisci possem proculdubio fuerim voti compos. Domino Kechelio brevi suum remittam. . . .       Voor het boekje van Hirzgarter*) zeg ik u dank, en het is voor mij niet geheel zonder nut, ook al staat niet genoteerd wat ik het meest had gewenst: het tijdstip van de waarneming waarop Fontana Saturnus met hengsels zag. Ik weet dat de waarnemingen van deze Fontana met afbeeldingen gedrukt zijn te Napels in 1646 in 4o; als ik dit boek kon vinden zou mijn wens ongetwijfeld vervuld worden°). Ik zal de heer Kechel zijn boekje binnenkort terugsturen. . . .

Saturnus volgens Hirzgarter     *)   Detectio dioptrica ... Form und Gestalt der sieben Planetsternen, Ff. 1643. Figuur (rechts) van M. Merian.
Matthias Hirzgarter (1574-1653) was vanaf 1622 pastor in Zürich; hij publiceerde verscheidene astronomische werken [Astronomiae Lansbergianae ... exemplum ... Eclipsis Solis ..., 1639].

    [ °)   Francesco Fontana, Novae coelestium, terrestriumque rerum observationes, met de betreffende fig. op p. 135, en "Anno 1636" bij de beschrijving.]
    [ Fontana's werk was door Mersenne genoemd in een brief aan Const. Huygens sr. (<). Christiaan zag de 'Observationes' op 7 dec. 1660 (>) in Parijs, pas na de publicatie van zijn Systema Saturnium waarin hij Fontana had genoemd en ook een driehoekige vorm van Mars (die is van Hirzgarter), zie XV, 279-.]
    [ Zie ook: 'Vormen van Saturnus, 1659'.]

[ 383 ]
. . . non vacabat ... adeo assiduam perspicillis fabricandis operam damus. Effecimus 24 pedum longitudine praestantissimum, sed adhuc loci commoditas deest ubi observationes instituere possimus. Vale.   . . . geen tijd ... zo druk zijn we bezig met het bouwen van kijkers. We hebben een zeer voortreffelijke van 24 voet lengte voltooid, maar tot dusver ontbreekt een geschikte plek waar we kunnen gaan waarnemen. Het ga u goed.




[ 388 ]
No 268.

G. P. de Roberval aan Christiaan Huygens

10 maart 1656   [<,>]

    Il y a deux mois que je receus vostre lettre, par laquelle vous me mandiez vostre retour chez vous. je vous rescrivis aussi tost, et je mis moi-meme la lettre dans la boite à la rue Quincampois, dont pourtant Je n'ay receu aucune response. Cela m'a fait tomber en quelque soupçon . . .       Het is twee maanden geleden dat ik uw brief ontving, waarin u me uw terugkeer naar huis bericht. Ik schreef u zo spoedig mogelijk terug, en ik deed zelf de brief in de bus in de Quincampois-straat, waarvan ik echter geen antwoord heb ontvangen. Dat heeft me enige argwaan gegeven . . .




[ 390 ]
No 270.

Christiaan Huygens aan J. Chapelain

maart 1656   [>]

    Quand vous verrez le feuillet que je prens la libertè de vous envoyer, vous vous souviendrez peut estre que c'est par vostre conseil qu'il paroist au jour. Vous avez creu qu'il importoit que je fisse part aux esprits curieux de ma nouvelle decouverte touchant la planete qui accompagne Saturne, et c'est au zele que vous avez pour l'avancement des belles sciences qu'ils seront redevables d'en estre adverti si tost: mon dessein ayant estè d'en differer la publication jusques à celle d'un autre ouvrage qui n'est pas encore parfait, et de me contenter cependant de la communiquer à ceux de mes amys, qui scavent gouster des semblables nouvelles. . . .       Wanneer u het pamflet*) ziet dat ik zo vrij ben aan u te zenden, zult u zich misschien herinneren dat het op uw aanraden is dat het in het licht komt. U dacht dat het van belang was dat ik onderzoekende geesten in kennis zou stellen van mijn nieuwe ontdekking van de begeleider bij Saturnus, en het is aan de ijver die u hebt om de schone wetenschappen te bevorderen dat zij het te danken hebben er zo spoedig van op de hoogte te zijn; daar het mijn plan was de publicatie ervan uit te stellen tot die van een ander werk, dat nog niet voltooid is, en me slechts tevreden te stellen met de mededeling ervan aan mijn vrienden, die dergelijk nieuws op waarde weten te schatten. . . .

    *)   Christiani Hugenii de Saturni Lunâ observatio nova, Hag. Com. Adrianus Vlacq. 1656. 4 pp. in 4o.
[ XV, 165 (Ned.);  ook in: P. Borel, De vero telescopii inventore (verschenen in 1656) II, 62-3.]
[ De naam Titan is afkomstig van John Herschel, zie Outlines of astronomy (5e ed. 1858), § 584.]




[ 391 ]
No 271.

Christiaan Huygens aan Cl. Mylon

15 maart 1656   [<,>]

. . .  J'y ay adjoustè quelque chose touchant la figure de Saturne, et une prediction du retour de ses bras ou anses, que le temps doibt verifier. La lunette de Monsieur Bouillaut sans doubte pourra faire veoir ce qui en arrivera c'est pourquoy je vous prie de luy faire tenir au plustost un de ces feuillets. Vous en presenterez de mesme, s'il vous plait à Mademoiselle Periquet, avec mes treshumbles baisemains. Item a Monsieur Osou si vous le rencontrez. . . .   . . .  Ik heb er iets in toegevoegd aangaande de vorm van Saturnus, en een voorspelling van de terugkeer van zijn armen of hengsels, die de tijd moet waar maken. De kijker [<] van meneer Boulliau zal ongetwijfeld kunnen laten zien wat er zal gebeuren, en daarom verzoek ik u hem zo spoedig mogelijk een van deze pamfletten ter hand te stellen. U biedt er evenzo een aan, alstublieft, aan mademoiselle Perriquet, met mijn ootmoedige handkus. En aan meneer Auzout als u hem ontmoet. . . .




[ II, 572 ]
No 272a.

Christiaan Huygens aan A. Colvius

18 maart 1656 *)   [<,>]

        Reverendo . . .

    Observationem de Saturni luna tibi mitto, quam viri quidam egregii in Gallia agenti ut publici juris facerem hortati sunt. Tibi vero jam antehac eam nisi fallor, exposui, uti et Doctissimo Collegae tuo anglicanae ecclesiae ministro. Et si placet exemplar horum unum imperties; reliqua quibus videbitur.
          Aan de eerwaarde . . .

    De waarneming van de Saturnusmaan zend ik u, die ik, aangespoord door enige uitstekende mannen toen ik me in Frankrijk bevond, heb gepubliceerd [<]. Aan u heb ik die inderdaad als ik me niet vergis al eerder bekend gemaakt, zoals ook aan uw zeergeleerde collega, predikant van de Engelse kerk. En geeft u alstublieft hiervan één exemplaar aan hem, de overige aan wie u goed dunkt.
Porro Calthovio ubi eum videris dices, optimo successu lentes nos expolire in ea quam novissime nobis fabricavit lamina, telescopiaque inde 24 pedum longitudine nos lunae syderibusque admovere. Ea in horto disponimus trochleisque in altum attollimus, quibuscum si priora illa 12 pedum conferantur plane vilescunt, etiamsi pro longitudine sua sint eximia. Equidem vel ad centenos pedes ea producere me posse existimo, mirabilesque effectus polliceri ausim. Verum tanta mole, quomodo tractabilia reddi possent inventu difficile est. Vale.   Verder als u Calthof ziet, zegt u hem dan dat wij met het meeste succes lenzen slijpen in die plaat die hij zeer onlangs voor ons vervaardigd heeft, en dat we sindsdien telescopen van 24 voet lengte op maan en sterren richten. Die zetten we in de tuin, en we trekken ze met katrollen omhoog, en vergeleken hiermee worden die vorige van 12 voet geheel waardeloos, ook al zijn ze uitnemend voor hun lengte. Ik denk zeker dat ik ze wel kan verlengen tot honderd voet, en ik heb wonderlijke effecten durven beloven. Maar met zo'n groot gevaarte, hoe ze hanteerbaar gemaakt zouden kunnen worden is moeilijk uit te vinden. Het ga u goed.

    [ *)  Dit is de concept-brief. De brief zelf staat in XXII, p. 781.]




[ 393 ]
No 273.

N. Colvius*) aan Christiaan Huygens

29 maart 1656   [<,>]

. . .  mon Pere . . . m'a commandé de vous envoyer ce petit mot, ayant livré a Monsieur Paget, Ministre Anglois, un exemplaire de vos Observations Saturnines, lequel vous remercie aussi tres-affectueusement, et vous envoye cet epigramme. Monsieur Kalt-hof, se rejouit aussi des bons effets de sa platine et vous offre pour l'avenir son service, en semblables matieres. Je crois que ses lunettes sont en mains de l'Electeur de Mayence, tellement que nous ne sommes pas si heurreux en cette ville, de voir au Ciel, ce que vous y voyez. Si nous pouvions avoir seulement un ver concave, et convexe, nous mettrions bien ordre pour le reste du fabrique des lunettes. . . .   . . .  mijn Vader . . . heeft me opgedragen u dit woordje te zenden; hij heeft een exemplaar van uw waarnemingen van Saturnus geleverd aan meneer Paget°), Engels predikant, die u ook zeer hartelijk bedankt, en u dit epigram zendt. Meneer Calthof verheugt zich ook over de goede effecten van zijn slijpplaat, en biedt u voor de toekomst zijn dienst aan in dergelijke materie. Ik geloof dat zijn kijker in handen is van de Keurvorst van Mainzx), zodat we in deze stad niet zo gelukkig zijn dat we aan de hemel zien wat u daaraan ziet. Als we slechts een holle en een bolle lens konden krijgen zouden we de rest van het fabriceren van de kijker wel in orde kunnen brengen. . . .

    *)   Nicolaas Colvius (1634 - 1717) werd in 1656 predikant in Dordrecht, als collega van zijn vader Andreas; in hetzelfde jaar werd hij benoemd te Amsterdam.
    x)   Robert Paget was predikant van de Engelse kerk te Dordrecht van 1638 tot 1685. Hij schreef een epigram ter ere van Huygens ontdekking van de maan bij Saturnus (p. 394), was zeer geleerd, en bevriend met de gebr. de Witt.
†)   Johann Philipp von Schönborn (1605 - 1673), de 'Duitse Salomo' aan wiens hof later de jonge Leibniz verbleef.




[ 395-6 ]
No 276.

Christiaan Huygens aan G. P. de Roberval

maart 1656   [<,>]

    Que dans mon dernier entretien avec C. [Conrart] il ne s'est rien passè touchant cette affaire là qu'il vous importe de scavoir, vous l'avez pu juger par mon silence . . .       Dat er in mijn laatste onderhoud met C. [Conrart] niets is voorgevallen over die zaak dat voor u van belang is om te weten hebt u kunnen opmaken uit mijn zwijgen . . .
. . .  Je vous envoye le feuillet, que j'ay fait imprimer du conseil de Monsieur Chapelain, contenant l'observation que je vous ay desia communiquèe estant à Paris; depuis que j'en suis revenu je ne me suis attache attentivement qu'a cette speculation qui regarde les lunettes d'approche de la quelle de jour en jour je voy des plux beaux effects. . . .   . . .  Ik zend u het blad dat ik heb laten drukken op aanraden van meneer Chapelain, met de waarneming die ik u al heb meegedeeld toen ik in Parijs was; sinds ik terug ben heb ik mijn aandacht nog slechts gericht op deze bespiegeling aangaande verrekijkers, waarvan ik van dag tot dag de mooiste effecten zie. . . .
. . .  Vous me ferez plaisir de m'enseigner le lieux dans la Geometrie de des Cartes ou vous avez trouvè de l'abus, car il y a icy des personnes qui soustienent que tout se peut concilier.   . . .  U zult me een genoegen doen door me in te lichten over de plaats in de Meetkunde van Descartes waar u dwaling hebt gevonden, want er zijn hier personen die volhouden dat alles in het reine gebracht kan worden.




[ 397 ]
No 278.

J. Chapelain aan Christiaan Huygens

8 april 1656   [<,>]

    J'ay eu peur d'abord de vous respondre en ma propre langue lorsque j'ay leu ce que vous m'aviés escrit en cette langue, d'un stil si pur, si desembarassé et si peu commun à nos François mesmes. Il m'a semblé que vous me mettiés a une dangereuse espreuve, et que si lon conferoit jamais mes paroles avec les vostres, il se pourroit faire que lon vous prit pour le naturel et moy pour l'Estranger. En effet pour eviter cette petite honte j'ay pense recourir au Latin pour m'aquiter de ce que je vous dois, m'estant beaucoup moins desavantageux de vous estre inferieur en un langage emprunté qu'en celuy qui m'est propre.       Ik was eerst bevreesd u te antwoorden in mijn eigen taal toen ik las wat u me had geschreven in deze taal, met een stijl zo zuiver, zo ongehinderd en zo weinig gewoon bij onze Fransen zelf. Het leek me dat u mij een gevaarlijke proef liet ondergaan, en dat als men ooit mijn woorden met de uwe zou vergelijken, het zou kunnen zijn dat men u hield voor de inboorling en mij voor de vreemdeling. Inderdaad heb ik om dit schandvlekje te vermijden gedacht aan een toevlucht tot het Latijn om me te kwijten van wat ik u schuldig ben: het zou voor mij veel minder ongunstig zijn voor u onder te doen in een geleende taal dan in de mij eigene.
Il est vray qu'on ne peut pas dire que le nostre ne soit pas le vostre aussi et si vous ne l'avés pas sucé avec le lait de vostre Nourrice vous l'avés apris entre les bras et de la bouche de Monsieur vostre Pere qui depuis si longtemps se l'est appropriée a un degre que Monsieur de Balzac m'en a plusieurs fois tesmoigné de l'admiration. . . .   Het is waar dat men niet kan zeggen dat de onze niet ook de uwe is, en als u haar niet hebt ingezogen met de melk van uw voedster, hebt u haar geleerd in de armen en uit de mond van meneer uw Vader, die zich haar zo lang geleden dermate heeft toegeëigend dat meneer de Balzac mij meermalen getuigd heeft erover verwonderd te zijn. . . .




[ 399 ]
No 279.

Cl. Mylon aan Christiaan Huygens

15 april 1656   [<,>]

    Je vous [suis] tres obligé de vos imprimez touchant la Lune de Saturne, Je les ay distribuez aux personnes a qui vous les aviez destinez qui m'ont prié de vous en remercier et de vous faire leurs baisemains,       Ik ben u zeer verplicht voor uw drukwerk aangaande de maan van Saturnus, ik heb ze uitgedeeld aan de personen voor wie u ze had bestemd, en zij hebben me verzocht u ervoor te bedanken en u te groeten;
[ 400 ]
Monsieur Bouillaut a observé ce Planette le mois passé  Il l'a veu tout rond mais il n'a pû appercevoir son Satellite, il faut que sa lunette ne soit pas si bonne que la vostre, il en recommancera les observations vers la fin de ce mois pour en voir renaistre les bras. on travaillera aprez Pasques a L'impression de ses ouvrages . . .   Meneer Boulliau nam deze planeet de afgelopen maand waar. Hij zag hem geheel rond, maar zijn satelliet kon hij niet opmerken, zijn kijker zal wel niet zo goed zijn als de uwe; hij begint weer met de waarnemingen tegen het einde van deze maand, om er de armen weer aan te zien ontstaan. Men zal na Pasen werken aan het drukken van zijn werken . . .
. . . vos beaux traittez imprimez, ils en ont fait icy chercher par tout, et n'en pouvant trouver chez nos Libraires, il vous prient de faire en sorte qu'ils en ayent deux exemplaires . . .   . . . uw mooie gedrukte verhandelingen, ze hebben ze hier overal laten zoeken, en daar ze bij onze boekhandelaren er geen konden vinden, vragen ze u ervoor te zorgen dat ze er twee exemplaren van krijgen . . .




[ 404 ]
No 281.

Christiaan Huygens aan G. P. de Roberval

18 april 1656   [<,>]

. . .  puis que je ne recois point vostre responce, je m'imagine, ou que vous aurez voulu attendre encore cellecy, ou que ce que vous aviez apprehendè pour ma premiere lettre se soit verifiè en la seconde, et que M. [Mylon] auroit estè assez mechant pour se faire donner encore celle qui s'adressoit à vous, . . .
  . . .  daar ik geen antwoord van u ontvang, beeld ik me in òf dat u nog op deze brief zult hebben willen wachten, of dat wat u vreesde voor mijn eerste brief bewaarheid is in de tweede, en dat M. [Mylon] boosaardig genoeg zou zijn geweest om de brief die aan u geadresseerd was weer aan zichzelf te laten geven, . . .
. . .  je vous prie que je scache au plustost ce que j'en doibs croire, et soyons une fois esclaircy quant à la seuretè de nostre correspondance.   . . .  ik vraag u me zo snel mogelijk te laten weten wat ik ervan moet denken, en laat ons de veiligheid van onze briefwisseling een keer opgehelderd hebben.
J'ay depuis quelque jours escrit les fondements du calcul es jeux de hasard à la priere de Monsieur Schooten qui le veut faire imprimer, ou j'ay entre autres proposè une telle question. Quand je joue contre une autre avec deux dez, à condition que je gagneray aussi tost que je feray 7 poincts, et il gagnera luy aussi-tost qu'il fait 6 poincts; et que je luy donne les dèz, Je demande qui des deux à de l'avantage en cecy, et quel. Je desire fort de veoir si vous trouverez mesme solution a cecy que moy.   Enkele dagen geleden heb ik de grondslagen geschreven van de rekening in kansspelen, op verzoek van meneer van Schooten die het wil laten drukken, waarin ik o. a. een vraag heb voorgelegd aldus: Wanneer ik met twee dobbelstenen tegen een ander speel, op de voorwaarde dat ik win zodra ik 7 punten heb, en dat hij wint zodra hij 6 punten heeft, en ik geef hem de dobbelstenen; dan vraag ik wie van de twee hierbij het voordeligst uit is, en hoeveel. Ik wil graag zien of u dezelfde oplossing ervoor vindt als ik.




No 282.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

20 april 1656   [<,>]

    Ecce tibi quae de aleae ludo videre desiderabas, sed vernaculo sermone conscripta, quod necessario mihi faciendum fuit, quum vocabulis latinis destituerer. Sed absoluto opusculo pleraque reperi, adeo ut si opus fuerit omnia nunc latine*) reddere me posse arbitror. . . .       Ziehier wat u wenste te zien over het spel met de dobbelsteen, maar in de volkstaal geschreven, wat ik noodzakelijk moest doen, daar ik Latijnse woorden miste. Maar na voltooiing van het werkje heb ik de meeste gevonden, zodat ik meen nu alles in het Latijn*) te kunnen geven als het nodig is. . . .

    [ *)  Cf. p. 414.]




[ 406 ]
No 284.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

Aanhangsel bij No. 282

Van Rekeningh in Spelen van Geluck.   [begin]

    Alhoewel in de spelen daer alleen het gheval plaets heeft de uytkomsten onseecker sijn, soo heeft nochtans de kansse die iemand heeft om te winnen of verliesen haere seeckere bepaelingh. Als by exempel; die met een dobbelsteen ten eersten een ses neemt te werpen, het is onseecker of hy het winnen sal of niet; maer hoeveel minder kans hy heeft om te winnen als om te verliesen, dat is in sich selven seecker, en werdt door reeckeningh uytgevonden. . . .

    By exempel; soo iemand sonder mijn weten in d'eene hand 3 schellingen verberght en in d'ander 7 schellingen, ende mij te kiesen geeft welck van beyde ick begeere te hebben, ick segge dit my even soo veel weerdt te sijn als of ick 5 schellingen seecker hadde. . . .

    De verhandeling [^] staat op p. 487 - 500 van het werk dat van Schooten in 1659-60 liet verschijnen:
Mathematische oeffeningen, begrepen in vijf boecken ... waer by gevougt is een tractaet handelende van reeckening in speelen van geluck door Christ. Hugenius ... [^]
[ Over theorieën van kansspelen zie de expositie 'La règle du jeu'. ]




No 289b.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens sr

mei 1656
[ II, 575 ]

. . .  Je vous remercie bien fort des particularitez de la conference de Monsieur Stockmans aveq Gutschoven ou il s'est dit tant de choses à mon avantage. Je scavois bien que ce dernier se rejouiroit en apprenant les effects de mes lunettes d'approche, parce qu'il a droit de les considerer comme les effects de sa bonne instruction.   . . .  Ik bedank u wel zeer voor de bijzonderheden van het onderhoud van meneer Stockmans met Gutschoven, waarbij zoveel dingen tot mijn voordeel zijn gezegd. Ik wist wel dat deze laatste zich zou verheugen bij het vernemen van de effecten van mijn verrekijkers, omdat hij er recht op heeft ze te beschouwen als de effecten van zijn goede instructie.




[ 425 ]
No 295.

Christiaan Huygens aan ...?

[ mei 1656 ]

    Il y a cinq mois qu'en revenant de France j'ay trouvè vostre lettre avec les verres que j'avois desirè et j'ay une confusion tresgrande d'estre demeurè si long temps sans vous remercier . . .       Vijf maanden geleden heb ik bij mijn terugkeer uit Frankrijk uw brief gevonden, met de glazen die ik gewenst had, en ik ben in grote verlegenheid omdat ik u zo lang niet heb geantwoord. . . .
. . .  depuis mon retour j'ay estè longtemps sans travailler aux lunettes d'approche, de sorte que je n'ay pu juger de la bontè de la matiere que depuis peu de jours. Je trouve qu'elle est meilleure que celle des eschantillons precedents en ce que elle n'a pas cette inegalitè ny certaines rayes par dedans qui la rendoient tout a faict inutile, mais au reste elle n'a pas la mesme puretè qu'avoit cette autre, et manque par consequent en ce que je requiers principalement.   . . .  sedert mijn terugkeer heb ik lange tijd niet aan verrekijkers gewerkt, zodat ik pas enkele dagen geleden de kwaliteit van het materiaal heb kunnen beoordelen. Ik bevind dat het beter is dan dat van de vorige proefstukken, in zoverre dat het niet die ongelijkheid heeft, of bepaalde strepen er doorheen, die het helemaal nutteloos zouden maken; maar overigens is het niet van dezelfde zuiverheid als dat andere, en bijgevolg schiet het tekort in wat ik voornamelijk vereis.
Vostre lettre m'en a fait scavoir la cause, à scavoir que le maistre de la verrerie ne se veut plus donner la peine de la purifier à ce mesme degrè. Il n'y a donc rien a faire par luy, et faudra que je me contente des glaces de miroir, desquelles je me suis servy auparavant avec assez bon succes. . . .   Uw brief liet me de oorzaak ervan weten, namelijk dat de meester van de glasblazerij zich niet meer de moeite wil geven het tot diezelfde graad te zuiveren. Er valt dus bij hem niets meer te bereiken, en ik zal me tevreden moeten stellen met spiegelglas, dat ik eerder met vrij goed gevolg heb gebruikt. . . .




[ 430 ]
No 299.

Christiaan Huygens aan J. Chapelain

8 juni 1656   [<,>]

    Vostre lettre m'ayant remply de sentiments de reconnoissance m'a empesche en mesme temps de vous les faire scavoir, parce qu'en monstrant que vous preniez garde a ma mauvaise façon de m'exprimer, c'a estè vrayement le moyen de m'imposer silence. . . .       Uw brief, die me heeft vervuld met gevoelens van dankbaarheid, heeft me tegelijkertijd ervan weerhouden u ervan in kennis te stellen, omdat u liet zien dat u let op mijn slechte manier van uitdrukken, en dat was echt het middel om me tot zwijgen te brengen. . . .

[ 431 ]

. . .  Je l'avois aussy fait scavoir a Monsieur Hevelius qui a eu de la peine à la croire n'ayant pas d'assez bonnes lunettes pour en estre rendu temoin oculaire. Et pourtant il espere d'expliquer la cause des merveilleuses apparences de Saturne, des quelles il a escrit un traictè qu'il a promis de m'envoyer bientost. Celuy que j'avois entrepris a receu quelque retardement, a cause que les anses de Saturne ne sont pas encore revenues ainsi que je me l'estois imaginè. . . .   . . .  Ik had het ook laten weten aan de heer Hevelius*), die moeite had het te geloven: zijn kijkers zijn niet goed genoeg om er ooggetuige van te zijn. En toch hoopt hij de oorzaak te verklaren van de wonderlijke verschijningen van Saturnus, waarvan hij een verhandeling heeft geschreven die hij beloofde me weldra te zenden [>]. Die welke ik had ondernomen heeft enige vertraging gekregen, doordat de hengsels van Saturnus nog niet zijn teruggekomen zoals ik me had voorgesteld. . . .

    [ *)   Het geschriftje over de ontdekking van de Saturnusmaan was naar Danzig gebracht door broer Philips Huygens. Zie diens brief van 6 mei, No. 287.]




[ 436 ]
No 304.

J. Chapelain aan Christiaan Huygens

23 juni 1656   [<,>]

    que vostre modestie ne soit point choquée s'il luy plaist de la verité certaine que je luy ay escrite parce quelle vous est avantageuse. J'en fais une profession particuliere et tiens au dessous de mon courage de flater et de mentir. Entre mille bonnes qualites qui mont rendu vostre serviteur celle de bien escrire en ma langue nest pas des moindres et il ma semble que vous en méritiés dautant plus de louange que je connois plus d'un Escrivain né François qui napproche point de vous en cela. . . .       Laat uw bescheidenheid alstublieft niet geschokt worden door de zekere waarheid die ik u schreef omdat deze voor u voordelig is. Ik doe er een aparte uitspraak over, en vind het beneden mijn waardigheid te vleien en te liegen. Onder duizend goede eigenschappen die me uw dienaar gemaakt hebben is die om in mijn taal goed te schrijven niet de minste, en het leek me dat u er des te meer lof voor verdient omdat ik meer dan één schrijver ken die geboren Fransman is en die u daarin niet benadert. . . .

[ 437 ]

Quant a la tromperie que vous a fait Saturne cette année il faut esperer quil la reparera l'année qui vient, et vous achevera de glorifier en vous donnant moyen de parfaire vostre Systeme. Cependant Monsieur de Montmor qui sest tenu obligé de la maniere dont vous m'avés escrit de luy vous exhorte à voir avec vos longues et excellentes lunettes si Venus n'a point de lune qui tourne autour delle comme quelques uns l'ont imagine; si Mars a sur son disque une forme de montagne pyramidale au pied de laquelle soit un profond abysme, comme aussi s'il n'y a point quelque planette autour de luy analogue a nostre lune; . . .   Wat betreft de misleiding die Saturnus u dit jaar gebracht heeft, het is te hopen dat hij deze het komend jaar zal herstellen, en u tenslotte beroemd zal maken door u het middel te geven uw systeem te vervolmaken. Meneer de Montmor*) evenwel, die zich verplicht voelt door de manier waarop u me over hem hebt geschreven°), spoort u aan met uw lange en uitstekende kijkers te zien of Venus niet een maan heeft die er rondom draait, zoals enkelen zich ingebeeld hebben; of Mars op zijn schijf een vorm van piramidale berg heeft, aan de voet waarvan een diepe afgrond is, zoals ook of er niet een planeet om hem is, analoog aan onze maan; . . .

    [ *)   Henri Louis Habert de Montmor (1600 - 1679) [>] was Meester voor de verzoekschriften en had een grote bibliotheek; bij hem bracht Gassendi de laatste dagen van zijn leven door (1653-55), en beschreef hij de levens van Tycho Brahe, Copernicus, Peurbach en Regiomontanus. Cf. p. 398, noot 5.]
    [ °)   No. 299, p. 430: "... Monsieur de Montmor de qui vous m'avez appris à connoistre le merite." — wiens verdiensten u mij hebt doen leren kennen.]




No 307.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

28 juni 1656   [<,>]

[ 441 ]
. . .  Epistolam a Stevinio quod mecum communicandam duxeris, gratissimum fecisti. Miratus sum illud de immenso praetio telescopiorum, nimirum mille florenis Romae venire quae ne hoc quidem praestent quod nostra pedum 12, quibus Saturni lunam primum conspeximus. At haec ipsa, prae illis quae postea construxi 24 pedum longitudine, vilia censeri possunt. Quibus si lunam aut reliquos Planetas inspicias, non amplius dubites eximium esse usum sphaericarum lentium, . . .   . . .  Dat u hebt gemeend mij die brief van Stevin*) te moeten meedelen, deed me veel genoegen. Ik heb me verbaasd over de enorme prijs van telescopen, en wel dat er voor duizend gulden van Rome komen die echt minder presteren dan de onze van 12 voet, waarmee we de maan van Saturnus voor het eerst zagen. En zelfs deze is armzalig te achten bij die ik later gemaakt heb van 24 voet lengte. Als u daarmee de maan of de andere planeten bekijkt, betwijfelt u niet langer dat bolvormige lenzen voortreffelijk zijn te gebruiken, . . .
Quod ultimis literis rursus dissuades de edendis motus regulis quae Cartesio adversentur, non possum non in bonam partem interpretari, cum et illius et mea causa id abs te fieri animadvertam. Sed alij viri egregij quibus Cartesianae non satisfaciunt regulae nostras summopere expetunt, meque contra hortantur ut illas aliquando producam. atque ego de veritate earum plane certus sum. Igitur Cartesij potior apud me causa esset quam vel veritatis vel utilitatis publicae vel meimet ipsius, si illius respectu propria inventa supprimere in animum inducerem.   Dat u in de laatste brief°) weer afraadt de bewegingsregels uit te geven die ingaan tegen Descartes [<,>] kan ik niet anders dan als goed bedoeld uitleggen, aangezien ik merk dat u dit doet zowel om zijnentwil als om mijnentwil. Maar andere uitstekende mannen, voor wie de Cartesiaanse regels niet voldoen, verwachten de onze zeer, en sporen mij daarentegen aan dat ik die eens voor de dag laat komen; en over de waarheid ervan ben ik heel zeker. Dus zou het bij mij veeleer om Descartes gaan dan om de waarheid of het algemene nut of mezelf, als ik uit eerbied voor hem in overweging zou nemen eigen vondsten te verzwijgen.
Credo te vereri, ne malevolis, qui tantopere nunc ipsum oppugnant, ansam praebeam, quo possint reliqua ipsius placita in suspicionem adducere. Sed ne metue; data enim opera istis occurram, moneboque in antecessum super hisce motus legibus minime fundata esse caetera physicae Cartesianae dogmata.
Quamobrem ne dehortare amplius, neve libertatem impedire tenta in rerum causas et veritatem inquirentibus. Ipse Cartesius sibi semper eam permisit, neque alijs, si viveret ademptam vellet: Imo id unice desiderare solebat ut scripta sua ad examen revocarentur.
  Ik geloof dat u vreest dat ik aan kwaadwillenden, die hem nu zozeer bestrijden, een handvat verschaf waarmee ze de rest van zijn leer verdacht kunnen maken. Maar wees niet bang; want als het werk uit is zal ik tegen hen in gaan, en vooraf erop wijzen dat de andere leerstellingen van de Cartesiaanse natuurfilosofie geenszins op deze bewegingswetten gegrond zijn. Daarom, raad het niet meer af, of probeer niet de vrijheid te belemmeren voor wie zoekt naar de oorzaken der dingen en de waarheid. Descartes zelf heeft zich die altijd vergund, en zou die, als hij leefde, anderen niet willen ontnemen. Ja gewoonlijk wenste hij bovenal, dat zijn geschriften in onderzoek werden genomen.

    *)   Hendrik Stevin, Heer van Alphen, Schrevelsrecht, etc., zoon van Simon Stevin van Brugge, werd geboren in 1614. Hij publiceerde postume werken van zijn vader.  [Hij komt voor in het lijstje van mensen die in 1654 Huygens' 2e boek ontvingen: p. 287.]
    °)   Brief No. 286 [p. 411].




[ 448 ]
No 310.

Christiaan Huygens aan Cl. Mylon

6 juli 1656   [<,>]

. . .  J'auray bientost achevè un traitè de la communication du mouvement entre les corps durs par leur rencontre, ou j'ay trouvè de reigles tout à fait contraires à celle de Monsieur de Cartes, hors mis la premiere, et je demonstre que quelque grand que soit un corps qui est en repos, il peut estre meu par la rencontre d'un aussi petit qu'on voudra. Une autre theoreme remarquable est qu'un corps moindre allant pousser un plus grand, luy imprimera une plus grande vistesse par le moyen d'un autre qui sera mis entre deux et qui sera de moyene grandeur, que s'il le poussoit immediatement. Et que le mesme arrivera si le grand va rencontrer le petit. Vous verrez une facon de demonstrer fort estrange mais qui pourtant est evidente. . . .   . . .  Ik zal weldra een verhandeling voltooid hebben over uitwisseling van beweging tussen harde lichamen bij botsing, waarbij ik regels vond die geheel tegenstrijdig zijn met die van meneer Descartes, behalve de eerste, en ik bewijs dat hoe groot een lichaam ook is dat in rust is, het bewogen kan worden door botsing met een willekeurig klein lichaam. Een andere opmerkelijke stelling is dat een kleiner lichaam dat een groter gaat wegduwen, er een grotere snelheid aan zal geven door middel van een ander dat er tussen gelegd wordt (en dat van gemiddelde grootte moet zijn) dan wanneer het onmiddelijk er tegen zou duwen. En dat hetzelfde gebeurt als het grote met het kleine gaat botsen. U zult een zeer vreemde manier van bewijzen zien die toch duidelijk is. . . .




[ 449 ]
No 311.

G. P. de Roberval aan Christiaan Huygens

6 juli 1656   [<,>]

    La principale faute de celles que Je trouve en la geometrie de Descartes, est en la page 326 de sa premiere edition en françois, òu il dit. Et si la quantité y se trouve nulle &ca. . . .       De voornaamste fout van degene die ik vind in de Meetkunde van Descartes, staat op p. 326*) van zijn eerste editie in het Frans, waar hij zegt: "En als de grootheid y nul blijkt te zijn" enz. . . .

    [ *)   Ned. ed. (1659), p. 338: "En indien de hoegrootheit y in deze vergelyking niets bevonden wierd ...".]

[ 451 ]

    Je scay que Monsieur Schoten page 197. de ses commentaires sur cette geometrie, tache d'excuser la faute de son auteur, . . .
Mais Je voudrois pour l'honneur de ce scavant homme, que J'estime infiniment, qu'il eust eu moins de complaisance pour Descartes: . . .
      Ik weet dat de heer van Schooten op p. 197 van zijn commentaren op deze meetkunde*) de fout van zijn auteur tracht te verontschuldigen, . . . Maar ter ere van deze geleerde man, die ik oneindig waardeer°), zou ik willen dat hij minder gedienstigheid voor Descartes had gehad. . . .
Voila comme il en prent, de defendre aveuglement un homme qui ayant l'ambition de paroitre impeccable, auroit plustost commises mille absurditez, que de se retracter de bonne grace d'une faute dont Je l'avois adverty en amy, auparavant que d'en parler à aucun autre; mon humeur n'estant point de tirer avantage des fautes d'autruy, sinon celuy de n'y pas tomber si Je puis. . . .   Zo neemt hij het op zich om blindelings een man te verdedigen die, met een streven onfeilbaar te schijnen, eerder duizend dwaasheden had begaan dan zich eervol terug te trekken van een fout waarvoor ik hem vriendelijk had gewaarschuwd, alvorens er met iemand anders over te spreken; het is niet mijn instelling voordeel te trekken uit andermans fouten, behalve er niet zelf in te vervallen als ik kan. . . .
    J'ay montré à plusieurs vostre ecrit touchant la lune de Saturne: mais J'ay fait bien plus, car Je l'ay publié en vous nommant, dans la chaire roiale, en grand auditoire de doctes attirez pour entendre l'opinion d'Aristarque, que J'expliquois publiquement: Je n'en ay pourtant parlé que comme d'une observation qui s'eclairciroit avec le temps, et qui meritoit bien de suspendre son jugement jusques à ce qu'elle fust entierement confirmée.       Ik heb aan verscheidenen uw geschrift over de maan van Saturnus laten zien; maar ik heb meer gedaan, want ik heb het aangekondigd, onder uw naam, op de koninklijke leerstoel, voor een groot gehoor van geleerden, aangelokt om de mening van Aristarchus x) te horen, die ik in het openbaar uiteenzette. Ik heb er echter slechts over gesproken als over een waarneming die mettertijd zou worden opgehelderd, en waarover men het beste zijn oordeel kon opschorten tot ze helemaal werd bevestigd.
    J'ay aussi pensé une hypothese qui me satisfait fort bien, touchant les diverses faces du meme Saturne, quoy qu'en consequence de vostre lune, il doive se mouvoir sur son centre en moins de 24 de nos heures: mais, comme Je ne fais point de secret, Je l'ay communiquee publiquement dans la meme chaire; Je vous la manderay si vous le desirez.       Ik heb ook een hypothese bedacht die me heel goed bevalt, over de verschillende gedaanten van dezelfde Saturnus, hoewel hij als gevolg van uw maan in minder dan 24 van onze uren om zijn middelpunt moet bewegen; maar, daar ik niets geheim houd, heb ik deze openbaar gemaakt op dezelfde leerstoel. Ik zal u ervan in kennis stellen als u het wenst.

    [ *)   Geometria à Renato Des Cartes anno 1637 gallicè edita; ... in linguam Latinam versa, 1649. Op p. 197: "Sed quod faciliora fere semper in hac Geometria neglexerit" — Maar omdat hij in deze Geometria bijna altijd de gemakkelijker dingen heeft veronachtzaamd.]
    [ °)   Van Schooten had Roberval in Parijs bezocht, zie brief 4369 aan Const. Huygens (4 juni 1646).]
    [ x)   Robervals werk hierover, uit 1644, kreeg een 2e druk in Mersenne, Novarum observationum ... Aristarchi Samii, De mundi systemate, 1647.]




[ 452 ]
No 312.

A. Colvius aan Christiaan Huygens

12 juli 1656   [<,>]

    Estant en cette ville Monsieur Rijcklof van Goens, qui a demeuré par longues annees aux Indes orientales, et y porté des charges fort honorables, et y retourne au mois de septembre en qualité de Conseiller Indien, homme de tres-grande experience: Nous avons eu entre autres, discours de vos Lunettes d'approche. Et en est devenu grandement desireux, pour en pouvoir porter une avec soi aux Indes, afin de contempler le ciel par elles en leurs terres. . . .       In deze stad was de heer Rijcklof van Goens, die gedurende lange jaren in Oost-Indië heeft verbleven, en er zeer eervolle functies heeft bekleed, en erheen terugkeert in de maand september als Commissaris van Indië, een zeer ervaren man. We hebben onder andere een gesprek gehad over uw verrekijkers. En hij heeft een sterk verlangen gekregen om er een met zich mee te kunnen nemen naar Indië, om de hemel in hun landstreken ermee te aanschouwen. . . .




[ 457 ]
No 315.

Christiaan Huygens aan G. P. de Roberval

20 juli 1656   [<,>]

. . .  Il y a quelques temps que j'ay quitè toute autre speculation pour m'attacher uniquement a cette matiere de la Percussion dont je pense vous avoir dite autrefois que des Cartes l'avoit traitèe si malheureusement. J'ay achevè mon petit ouvrage depuis peu de jours, par lequel je pretens de faire veoir qu'il n'a pas estè impeccable non plus dans la Phisique que dans la Geometrie. . . .   . . .  Het is al enige tijd dat ik elke andere bespiegeling heb laten varen om me uitsluitend te wijden aan deze materie van stoot, waarvan ik meen dat ik u vroeger heb gezegd dat Descartes ze zo ongelukkig behandeld heeft. Ik heb sinds enkele dagen mijn werkje voltooid, waarin ik beweer te laten zien dat hij evenmin onfeilbaar is geweest in de natuurkunde als in de meetkunde. . . .
Quant à la veritè de ma relation touchant la lune de Saturne, j'espere que doresnavant vous ne l'aurez plus pour suspecte puis que ce n'est plus moy seul qui l'ayt veue. presque en mesme temps on s'en est appercu en Engleterre, et mesme remarque sa periode de 16 jours. C'est ce que le Professeur Wallis m'a escrit d'Oxford, et me le demonstre par l'explication d'une anagramme qu'il m'envoya aussi tost que je luy eus envoyè le mien, qui contenoit cette observation.   Wat betreft de waarheid van mijn verhaal over de maan van Saturnus, ik hoop dat u het voortaan niet meer betwijfelbaar zult vinden, daar ik niet meer de enige ben die hem gezien heeft. Bijna terzelfdertijd heeft men hem in Engeland gezien, en zelfs zijn periode van 16 dagen opgemerkt. Dat is wat professor Wallis me uit Oxford heeft geschreven, en bewijst het me door de uitleg van een anagram a) dat hij me zond [<] zodra ik hem het mijne gezonden had dat deze waarneming bevatte [<].
    Hevelius n'a pas d'assez bonnes lunettes pour veoir cette nouvelle estoile qui pourtant m'a aussi depuis peu envoijè une autre anagramme qui cache quelque nouveau phaenomene de Saturne. Je seray ravy de veoir vostre hypothese pour ce qui est des anses de cette planete, laquelle je suis bien assurè qu'il ne ressemblera pas à la miene, puis qu'elle ne souffre pas que Saturne fasse le tour sur son centre en si peu d'heures que la miene semble requerir. . . .       Hevelius [<] heeft niet voldoend goede kijkers om deze nieuwe ster te zien, hij heeft me echter kort geleden ook een ander anagram gezonden dat een nieuw verschijnsel van Saturnus verbergt. Ik zou zeer verheugd zijn uw hypothese te zien aangaande de hengsels van deze planeet, en ik ben er wel zeker van dat die niet zal lijken op de mijne, daar ze het niet verdraagt dat Saturnus om zijn middelpunt draait in zo weinig uren als de mijne schijnt te vereisen. . . .

    a)   Later schreef Chr. Huygens hierbij [II, 305]:
Cette anagramme avoit este expliquee d'une maniere forcée apres que j'eus explique la miene. C'estoit une tromperie que Monsieur Wallis me fit, et qu'il m'advoua par apres.
[ Dit anagram was uitgelegd op een geforceerde manier nadat ik hem het mijne had verklaard. Het was een misleiding van meneer Wallis, en hij heeft het me later bekend.]




No 319.

Christiaan Huygens aan G. P. de Roberval

27 juli 1656   [<,>]
[ 465 ]
. . .  Hevelius m'a envoyè son traictè qu'il a mis au jour de Saturni nativa facie, son hypothese est que Saturne à en effect 2 anses attachees aux costèz de cette facon Saturnus met hengsels en quoy je ne pense pas qu'il ait trop bien rencontrè. Mais le pis est qu'avec cela il ne fait pas veoir la cause des diverses phases entre lesquelles il en marque une de cette forme Saturnus met cirkeltjes ernaast qui a mon advis ne scauroit estre deduite de sa dite hypothese.   . . .  Hevelius zond me zijn verhandeling, die hij uitgaf, Over de natuurlijke gedaante van Saturnus*); zijn hypothese is dat Saturnus echt 2 hengsels opzij heeft, op deze manier Saturnus met hengsels en ik denk niet dat hij het al te goed getroffen heeft. Maar het ergste is dat hij er niet de oorzaak mee laat zien van de verschillende fasen, waaronder hij er een aangeeft van deze vorm Saturnus met cirkeltjes ernaast, die mijns inziens niet afgeleid kan worden uit zijn genoemde hypothese.

[ 466 ]
S'il avoit des meilleurs lunettes d'approche il ne le verroit jamais trisphaericus, car c'est ainsi qu'il appelle cette derniere apparition. . . .
    [ *)  Dissertatio de nativa Saturni facie (1656), fig.]

    [ Roberval heeft deze brief niet ontvangen. ]
  Als hij een betere verrekijker had, zou hij hem nooit als 'driebollig' zien, want zo noemt hij deze laatste verschijning. . . .

Saturnus volgens Hevelius



[ 470 ]
No 321.

Christiaan Huygens aan A. Colvius

juli 1656   [<,>]

    Petis a me ut amico tuo in Indiam profecturo telescopium comparem. Ego vero hoc non illi sed tibi mitto donoque, tu de illo ut videbitur statues. Nempe gratiam apud te inire vel debitum persolvere, quam ab homine ignoto remunerationem ambire satius duco. Quin imo illiberale videretur, si operam et tempus praetio quasi redimi sinerem, neque tantum mihi abundat, ut quod vendam supersit.       U vraagt van mij dat ik voor uw vriend die naar Indië vertrekt een telescoop maak. Maar ik zend en geef deze niet aan hem maar aan u, en u beslist erover zoals u wilt. Ik vind het namelijk beter om bij u dank in te oogsten of een schuld af te lossen, dan erkentelijkheid te zoeken bij een onbekend iemand. Ja zelfs zou het onedel lijken, als ik werk en tijd tegen een prijs als het ware zou laten kopen, en ik heb er niet zo'n overvloed van, dat er iets overblijft om te verkopen.
Occupatior sum mi Colvio quam fortasse credideris, attamen quin gratificarer tibi et praesertim hac in re, defugere nolui, neque enim oblitus sum quantam molestiam non semel nostri causa susceperis. Calthovio quoque me etiamnum ex eadem causa obstrictum fateor, quem si vitra hujusmodi ex quibus telescopium concinnet desiderare intellexero, mittam quam libentissime. Doctissimo Pageto quae promiseram jam simul persolvo, eique accurate praescripsi, qua ratione tubum construi curet. Qui ubi perfectus erit, facile similem tibi paraberis. . . .   Ik ben meer bezet, waarde Colvius, dan u wellicht denkt, maar ik heb me er niet aan willen onttrekken u ter wille te zijn, en vooral in deze zaak, en ik ben niet vergeten hoeveel last u meer dan eens voor ons op u hebt genomen. Ook beken ik nog altijd verplicht te zijn aan Calthof wegens dezelfde zaak, en als ik begrijp dat hij dit soort glazen wenst om er telescopen mee te maken zal ik ze heel gaarne zenden. Wat ik de zeer geleerde Paget beloofd had kom ik nu tegelijk na, en ik heb hem zorgvuldig voorgeschreven*) op welke manier hij de buis kan laten bouwen. Als die klaar is, kunt u zich gemakkelijk een gelijke verschaffen. . . .

    *)   Zie No. 322.  [Museum Boerhaave heeft van Huygens een objectief-lens (10 voet 8 duim) en een oculair-lens uit 1656.]




[ 472 ]
No 323.

Christiaan Huygens aan J. Chapelain

juli 1656   [<,>]

    Permettez moy je vous prie de ne rien repliquer a tant de civilitez et paroles obligeantes dont vostre derniere a estè remplie, et jugez enfin par la demande de cette permission a quel escrivain vous avez a faire, sans souhaiter une preuve plus expresse de son insuffisance. Les observations que Monsieur de Montmor desire que je fasse, . . .       Veroorlooft u mij, bid ik u, dat ik niet antwoord op zoveel beleefdheid en verplichtende woorden waarvan uw laatste brief vervuld was, en oordeelt u dan op grond van de vraag om dit verlof met welke schrijver u van doen hebt, zonder een uitdrukkelijker bewijs te willen hebben van zijn tekortkomingen. De waarnemingen die meneer de Montmor wenst dat ik doe, . . .




[ 474 ]
No 324.

G. P. de Roberval aan Christiaan Huygens

4 augustus 1656   [<,>]

. . .  J'explique facilement les diverses faces du planete Saturne, . . .   . . .  Ik verklaar gemakkelijk de verschillende gedaanten van de planeet Saturnus, . . .
    A cet effet, representez vous en Saturne une Zone torride, . . .       Hiervoor moet u zich op Saturnus een verzengende zone voorstellen, . . .




No 326.

John Wallis aan Christiaan Huygens

22 augustus 1656   [>]
[ 482 ]
. . .  ut nempe Sphaerico Saturni corpori adhaereant duae ansulae planae, (eâ fere forma, qua, saltem apud nos, nonnullae serae pensiles conspiciantur, si essent utrinque ansulae,) nempe sic Saturnus met oortjes; moveantur autem circa longiorem axem; unde oritur ansularum apertio et clausio.   . . .  dat namelijk aan het bolvormige lichaam van Saturnus twee vlakke oortjes vastzitten (ongeveer van die vorm waarmee, bij ons althans, sommige hangsloten gezien worden, als er aan weerszijden oortjes waren), en wel zo: Saturnus met oortjes; en ze moeten bewegen om de lange as; waar het openen en sluiten van de oortjes vandaan komt*).
. . .  et quidem obverso oculis nostris ansularum tantum margine, poterit ille tantillae crassitudinis esse ut dispareat, solumque sphaericum Saturni corpus videatur. In hoc saltem defecit nostra observatio, quod non notavimus transitum de forma porrectis brachijs conspicua in formam rotundam . . .   . . .  en inderdaad, als alleen de rand van de oortjes naar ons oog toegewend is, dan zou die van een zo kleine dikte kunnen zijn dat hij verdwijnt, en dat alleen het bolvormige lichaam van Saturnus gezien wordt. Tenminste hierin schoot onze waarneming tekort, dat we niet de overgang opmerkten van de opvallende vorm met uitgestrekte armen naar de ronde vorm . . .

    [ *)  Vgl. Saturn: figuur "Wren's theory".]




[ 503 ]
No 340.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

6 oktober 1656   [<,>]

. . .  Neque vereri debes ut infensos nomini Cartesiano Jesuitas ea ratione efficiamus, quum jam pridem fuerint infensissimi. quale enim hoc quod nuper etiam animadverti in Riccioli (qui et ipse Jesuita est) Almagesto Novo? Ubi cum Catalogus proponatur Insignium omni aevo Mathematicorum, nulla facta est Cartesij mentio, cum tamen permulti recenseantur de quibus ne fando quidem inaudivimus. . . .   . . .  En u behoeft niet te vrezen dat we om deze reden*) de Jezuïeten vijandig maken tegenover Descartes, daar ze al lang zeer vijandig waren. Zoals ik dit immers onlangs ook opmerkte in Almagestum Novum van Riccioli (die zelf ook Jezuïet is)? Daar wordt, terwijl een kroniek wordt aangeboden van vermaarde wiskundigen van alle tijden, geen melding gemaakt van Descartes, ofschoon toch zeer velen opgesomd worden over wie we zelfs niet hebben horen spreken. . . .

    [ *)   In de gepubliceerde brief aan Aynscom (XII, 263) was een brief van Descartes opgenomen — aan van Schooten, maar zonder diens naam.]




[ 508 ]
No 345.

Christiaan Huygens aan H. du Mont

19 oktober 1656

    Mon Pere en vous envoyant par sa derniere des pieces de sa composition oublia d'y adjouster cette courante de Gautier qu'il avoit prise de la tablature du luth, et mis en celle que vous voyez. Il a donc voulu que je vous l'envoyasse, afin d'entendre vostre jugement sur cette facon de tablature, qui luy semble beaucoup plus facile que l'ordinaire de l'epinette non seulement à escrire, mais aussi a jouer. Pour moy je le scay par experience, . . .       Toen mijn Vader u met zijn laatste brief stukken zond die hij heeft gecomponeerd, vergat hij deze courante van Gaultier erbij te voegen, genomen uit de tabulatuur voor luit*), en omgezet in wat u ziet. Hij heeft dus gewild dat ik u deze zond, om uw oordeel te horen over deze manier van tabulatuur, die hem veel gemakkelijker lijkt dan de gewone voor spinet, niet alleen om te schrijven, maar ook om te spelen. Ik voor mij weet het uit ervaring, . . .
. . .  encore qu'on n'y voye pas precisement combien il faut demeurer sur chasque note, il est pourtant facile de le juger en jouant, à ceux qui n'ont pas l'oreille mauvaise. . . .   . . .  ook al ziet men er niet precies in hoe lang men elke noot moet aanhouden, het is toch gemakkelijk te beoordelen bij het spelen, voor wie geen slechte oren heeft. . . .

    [ *)   In de bibliotheek stonden verscheidene luit-tabulaturen, zie in de Catalogus p. 61. Constantijn Huygens kende Jacques Gaultier (zie brief 551 en 3953); maar er waren meer luitisten met de naam Gaultier, Denis is beroemd.]




[ 517 ]
No 354.

Cl. Mylon [<,>] aan Fr. van Schooten [<,>]

november 1656, App. I bij No. 353

    Dans Albert Girard qui à commentè Stevin*) il y a une proposition de la raison de la superficie du Triangle sphaerique a toute la superficie de la sphere. Il a bien donnè au but, mais il ne demonstre pas.
    Monsieur de Roberval en a trouvè la demonstration qui suit que vous trouverez bien naturelle.
      In Albert Girard die commentaar gaf op Stevin*) is er een stelling over de verhouding van de oppervlakte van een boldriehoek tot de gehele oppervlakte van de bol. Hij heeft wel een begin gegeven, maar hij bewijst het niet.
    Meneer de Roberval heeft er het volgende bewijs van gevonden, dat u wel vanzelfsprekend zult vinden.

    Chr. Huygens schreef later°) bij deze kopie:
Bonaventura Cavalerius à trouvè la demonstration de cecy devant Monsieur de Roberval et mesme publiè dans son Directorium Uranometricum.

[ Bonaventura Cavalieri heeft het bewijs hiervan eerder dan meneer de Roberval gevonden, en zelfs gepubliceerd in zijn Directorium Uranometricum  (1632, p. 316-).]

    *)   Albert Girard, Les oeuvres mathematiques de Simon Stevin, 1634.
[ De opmerking op p. 51 in Vol. 2 verwijst naar: Girard, Tables ... trigonometrie, 1626/27.]

    [ °)   Vgl. de brief van R. F. de Sluse, 27 sept. 1657.]   [ Kopie niet compleet, zie p. 620.]



No 355.

G.P. de Roberval [<] aan Cl. Mylon

App. II bij No. 353

    Ratio maximi in sphaera circuli ad superficiem trianguli sphaerici, eadem est quae duorum angulorum rectorum ad differentiam sive excessum quo tres anguli trianguli sphaerici superant duos rectos. . . .       De verhouding van de grootste cirkel op een bol tot de oppervlakte van een boldriehoek, is dezelfde als die van twee rechte hoeken tot het verschil of overschot waarmee de drie hoeken van de boldriehoek twee rechte hoeken te boven gaan. . . .




No 357.

Christiaan Huygens aan Cl. Mylon

8 december 1656   [<,>]

[ 525 ]

. . .  Je travaille encore au Systeme de Saturne qui ne me donne pas peu de peine. Depuis le 13 d'Octobre j'ay recommencè à l'observer avec ma grande lunette de 23 pieds et trouvois que desia alors il avoit recouvert ses bras ou ailes, contre ce que Hevelius dans son traite a predit, car la figure à moy se presentoit telle Saturnus met dunne uitsteeksels au lieu de la quelle tous les autres observateurs mettent la triforme Saturnus met cirkeltjes. Le satellite se void beaucoup mieux comme de raison avec cette lunette que avecq l'autre de 12 pieds. Si vous voyez Monsieur Bulliaud demandez luy je vous prie s'il ne l'a pu veoir encore et de quelle forme luy semblent avoir les anses. Il me tarde fort de veoir la responce qu'il fera a Sethus Wardus.   . . .  Ik werk nog aan het Systeem van Saturnus, dat me niet weinig moeite geeft. Op 13 oktober ben ik weer begonnen hem waar te nemen, met mijn grote kijker van 23 voet, en ik vond dat hij toen al zijn armen of vleugels had herkregen, in strijd met wat Hevelius in zijn verhandeling had voorspeld; want aan mij deed de vorm zich zo voor Saturnus met dunne uitsteeksels, in plaats waarvan alle andere waarnemers de drievoudige stellen: Saturnus met cirkeltjes. De satelliet is veel beter te zien, zoals te verwachten was, met deze kijker dan met de andere van 12 voet. Als u meneer Boulliau ziet, vraagt u hem dan alstublieft of hij hem al heeft kunnen zien, en welke vorm de hengsels hem lijken te hebben. Ik wacht met spanning het antwoord af dat hij aan Seth Ward zal geven*).

    [ *)   Ward, Astronomia geometrica (1656); eerder (in De cometis, 1653) had hij een 'Kort onderzoek' gepubliceerd van Boulliau's, Astronomia Philolaica (1645). Diens antwoord in: Exercitationes geometricae tres ... Astronomiae philolaicae fundamenta clarius explicata & asserta, 1657.]




No 360.

G. B. Hodierna aan Christiaan Huygens

20 december 1656

[ 563 ]

. . .   Igitur, ò vir ingenio sublimis, dùm Lunam istam, quam nullus mortalium hucusque vidit, nobis prospiciendam proponis, admirandum Excelsi Opificis ostentum exponis: dum omnipotentis opera mirificentissima, quae in dies nobis revelantur, veluti ostenta sunt rerum reconditarum, quae postmodum corporea mole exutis Animis Deus, revelabit. Haec mecum dùm cogito, mea nimium inardescit mens, ferventque spiritus, & celeri pulsatione cor disrumpitur. . . .   . . .  Dus, talentrijk heer, terwijl u ons die maan (die geen sterveling tot nu toe gezien heeft) voor ogen stelt om in de verte te zien, legt u een wonderteken van de Verheven Maker bloot; terwijl de wonderlijkste werken van de almachtige, die in onze dagen worden onthuld, als wondertekenen zijn van verborgen dingen, die God daarna zal onthullen aan zielen die de last van het lichaam hebben afgelegd. Terwijl ik dit bij mezelf denk, begint mijn verstand teveel te branden, de geest gaat bruisen, en door snelle klopping wordt het hart uiteengerukt. . . .




1657



Christiaan Huygens | < | I | Parels uit brieven 1656 (top) | >