Chr. Huygens | < Oeuvres I >

Kijker , Parijs , doctor , Jupiter , musici , Hippogrief , slijpvorm , uitgaven , Saturnusmaan , glasparels , dame , terugreis


Parels uit brieven 1655

Oeuvres Complètes,  I , 1638-56



[ 321 ]
No 217.

Christiaan Huygens aan A. Colvius*)

maart 1655   [>]

    Mitto tibi manibus nostris elaboratum perspicillum, oculum scilicet illum quo diligens naturae scrutator carere non debet. hujus ope minutissimorum insectorum seminumque figuras subtilissimas et in germine ipso herbarum arborumque rudimenta inspectare poteris, cumque ad vos venerit Illustris Galliae Legatus ipsi quoque spectanda exhibere.       Ik zend u een met eigen handen tot stand gebrachte kijker, namelijk dat oog dat een toegewijd natuuronderzoeker niet mag ontberen [microscoop]. Met behulp hiervan zult u de vormen van de nietigste insecten en zaadjes, en het eerste begin in de kiem zelf van grassen en bomen, kunnen bekijken, en wanneer de doorluchtige Franse gezant bij u zal komen, aan hem ook aanbieden om te zien.
Constitutio tubi determinata est lineis circumductis, ad quas usque singulae partes perducendae sunt. lentem quoque majorem si quando exemeris pulveris habitu tuo detergendi gratia ut reponere in pristinum locum possis introrsus signum positum est. Inferior tubus vix quicquam a linea signata unquam dimovendus erit; superiorem vero illo manentem amplius extrahi licebit, ut majores adhuc rerum imagines oculo offerantur, sed sciendum eo quoque minus lucidas effici.   De buisinstelling is aangegeven met lijnen rondom, tot waar de aparte stukken moeten komen. En als u de grote lens er eens uit hebt gehaald, omdat u het nodig vond het stof er af te vegen: er is binnenin een teken gezet zodat u hem op de oorspronkelijke plaats terug kunt zetten. De onderste buis zal vrijwel nooit van de ingegrifte lijn verwijderd moeten worden; de bovenste mag echter, als hij er maar op blijft, verder uitgetrokken worden, zodat nog grotere afbeeldingen zich aan het oog vertonen, maar te weten is dat ze dan ook minder helder worden.

    [ *)   Andreas Colvius (1594 - 1671) studeerde theologie in Leiden en Genève, en werd eerst predikant in Rijsoord. Van 1622 tot 1627 verbleef hij in Italië; in 1628 werd hij benoemd als predikant van de Waalse kerk in Dordrecht. Hij was een kennis van Isaac Beeckman (<), had veel belangstelling voor de exacte wetenschappen, en correspondeerde o. a. met Descartes, Vossius, Joh. de Witt. Zie over hem: C.L. Thijssen-Schoute, Uit de republiek der letteren, 67-89 ('s-Grav. 1967) en 'Biographical Lexicon' (255-7), in Th. Verbeek e.a., The Correspondence of René Descartes: 1643, Utrecht 2003.]

[ 322 ]
Causas mirabilis augmenti quod a vitris sic inter se adaptatis producitur explicare tibi cuperem, si per epistolam fieri posset. Caeterum de his integrum volumen, quo praeterea telescopiorum omnis generis demonstratio continetur, propediem edere spero tibique impertiri. Nunc ea mitto quae antehac evulgavimus exigua quidem mole sed ejus generis quae cito non conscribuntur imo ne leguntur quidem. Expectabo invicem quae ad longitudinum scientiam pertinent manuscripta, et si quae alia Galilaei posthuma possides; restituturus cum tibi visum fuerit.   De oorzaken van de wonderbaarlijke vergroting die wordt voortgebracht door zo aan elkaar aangepaste glazen, zou ik u willen uitleggen, als het per brief kon. Overigens hoop ik binnenkort een heel werk, waarin bovendien een vertoog over telescopen van elke soort staat, uit te geven en u te doen toekomen. Nu zend ik wat ik eerder heb gepubliceerd, weliswaar van gering gewicht, maar van dien aard dat het niet snel geschreven, ja zelfs ook niet gelezen wordt. Ik verwacht op mijn beurt manuscripten m.b.t. lengtebepaling*), en wat u verder uit de nalatenschap van Galilei bezit; ik zal het teruggeven wanneer u wilt.
Calthovio ingeniosissimo quod destinavi telescopium propterea non mitto, quod ipsum per hosce dies ad nos excursurum esse spem fecisti, commodius enim praesentem de usu instrumenti ejus quam per literas edocere possem. Veruntamen si necdum brevi adfuturum intellexero mittam illud confestius ut gravi debito tandem exsolvar.   De telescoop die ik bestemd heb voor de zeer vernuftige Kalthof°) [>] zend ik niet, omdat u de verwachting hebt gewekt dat hij dezer dagen naar ons zal reizen, want ik kan hem beter in zijn aanwezigheid het gebruik van zijn instrument leren dan ik per brief zou kunnen. Maar toch zal ik dat terstond zenden, als ik verneem dat hij nog niet binnenkort verschijnt, opdat ik eindelijk de zware schuld inlos.
Credo eum, ubi duodecimpedalem tubum oculo admoverit atque ad lunam uti astra direxerit, non ingratam operam nobis commodasse dicturum, facileque adduci posse ut tertiam paret laminam qua vicenum pedum longitudine perspicilla expoliamus. sic petitur coelum non ut ferat Ossan Olympus.°)   Ik denk dat hij, zodra hij de buis van twaalf voet naar het oog brengt en op maan en sterren richt, zal zeggen dat hij geen ondankbaar werk voor ons heeft verricht, en dat hij gemakkelijk ertoe te brengen is een derde slijpplaat te maken waarmee we glazen van twintig voet lengte kunnen slijpen. Zo wordt naar de hemel gereikt, niet door bergen op elkaar te stapelen. x)
Vale Vir Humanissime studijsque nostris et conatibus fave.   Het ga u goed, allervriendelijkste heer, en begunstig ons streven en pogen.
Jupiter en Saturnus  
Deze twee figuren [betere reproducties in T. XV, p. 35 en 39] staan op de conceptbrief, en schijnen hier niet bij te behoren. Het zijn waarschijnlijk Huygens' eerste tekeningen van de planeten Saturnus en Jupiter.
[ 8 maart 1656 aan Hevelius (p. 388), over Saturnus: "Mihi anno demum praecedente ..." (Mij is pas vorig jaar de kunst van telescoopbouw bekend geworden, en ik heb geen eigen oudere waarnemingen). De ontdekking van Titan was op 25 maart 1655.]

    *)   Het gaat om brieven van Diodati, Hugo de Groot, Hortensius, Reael, Pollotto en Constantijn Huygens.
[ Aanleiding voor de vraag was de 'inventie' van Placentinus die Huygens op verzoek van de Staten-Generaal beoordeelde, zie No. 214.
Colvius stuurde op 23 maart van Galilei een verhandeling, en een ander manuscript (p. 323), 'del flusso e riflusso del mare' volgens de Waard in zijn biografie van Colvius — ook aan Beeckman uitgeleend, zie Journal III, p. 171.]

    [ °)   Kalthof wordt genoemd in de Briefwisseling van Constantyn Huygens: No. 2092 (Colvius, 1639), 5387, 5390-1 en 5393 (van en aan Colvius, jan.-feb. 1655).  Zie ook XXII, 457: Kalthof had in Engeland gewerkt, en zou er later weer heen gaan. In 1663 bezocht Christiaan hem daar (>). ]
    [ x)   Ovidius, Fasti I, 307 (cf. Ossa); en r. 305: "admovere oculis" (naar het oog brengen), gebruikt in het anagram over de maan van Saturnus, en gegrift op de lens (^); zie brief aan Wallis (13 juni 1655), p. 332 en aan Kinner, p. 335 (oplossing: 15 maart '56 aan Wallis, p. 392).]




[ 341 ]
No 230.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens sr

Parijs, 6 augustus 1655

. . . Nous venons de faire une petite course aux environs de cette ville estans conseille de ne laisser passer la belle saison sans voir une partie des belles maisons qui s'y trouvent en grand nombre. en effect si nous l'avions differè jusqu'a nostre retour nous y eussions rencontrè plus de difficultè à cause des chemins gastez qui ne sont que trop mauvais mesme en ce temps icy. avecq cela les jours fussent devenus plus courts, et les jardins moins beaux. Celuy de Liancourt est merveilleux pour l'abondance et diversitè de Fontaines, la beautè du plantage, et de ce qu'il est si proprement entretenu   . . . We hebben juist een uitstapje gemaakt in de omgeving van deze stad, na de raad het goede seizoen niet voorbij te laten gaan zonder een deel te zien van de mooie huizen die er in groot aantal zijn. Inderdaad, als we het uitgesteld hadden tot onze terugkomst, hadden we er meer moeilijkheden ondervonden door slechtere wegen, ze zijn zelfs in deze tijd niet al te best. Daarbij waren de dagen korter geworden, en de tuinen minder mooi. Die van Liancourt is verbazend om de overvloed en verscheidenheid aan fonteinen, de schoonheid van de beplanting, en omdat hij zo netjes onderhouden is
kasteel Liancourt
[ I. Silvestre, Liancourt ]
(Gallica)
[ 342 ]
que nostre Hofwijck ne le scauroit estre d'avantage. Il s'en faut beaucoup que fontainebleau ne le soit pas tant quant a ce dernier point mais au reste il me semble plus plaisant et est sans doute beaucoup plus magnifique. Outre ces deux lieux nous avons veu Escouen, Chantilly, Verneuil, le Chasteau de Creil Fresne, Monceaux, Colommiers et Petit bourg, des quels non plus que de ces autres je ne m'arresteray pas à vous faire la description. parce qu'il me semble qu'il n'y a que la veue qui en puisse donner une impression assez belle. Pour des bastiments il n'y en a point ny dehors ny dedans la ville qui à mon advis vaille l'hotel d'Orleans ny pour le dedans et pour l'ameublement qui soit à comparer au Palais Cardinal. C'est icy un tresor inestimable de belles choses, à scavoir statues antiques beaux tableaux, riche tapisserie, tables de pierre precieuse et cabinets dont il y en a une infinitè.   dat ons Hofwijck het niet nog meer zou kunnen zijn. Op dit laatste punt is Fontainebleau nog lang zo ver niet maar verder lijkt het me bevalliger en het is ongetwijfeld veel magnifieker. Behalve deze twee plaatsen hebben we gezien Escouen, Chantilly, Verneuil, het kasteel van Creil, Fresne, Monceaux, Colommiers en Petit-bourg; ik zal er niet bij stilstaan de beschrijving hiervan te geven evenmin als van die andere, omdat het me lijkt dat alleen het zien ervan een voldoend mooie indruk kan geven*). Wat betreft de gebouwen is er noch buiten noch binnen de stad iets dat mijns inziens haalt bij het Hotel d'Orleans en wat betreft meubilering iets dat te vergelijken is met het paleis van de kardinaal. Hier is een onschatbaar rijke verzameling van mooie dingen, te weten antieke standbeelden, mooie schilderijen, rijk tapijtwerk, tafels van kostbare steen en kabinetten waarvan er ontelbare zijn.
I'ay estè voir Monsieur la Bare, qui m'a fait fort bon accueil, et jouè devant moi de ses fantaisies, d'une maniere fort agreable. Tassin m'a aussi promis de me mener chez Monsieur de Chamboniere, mais je veux differer les visites jusqu'àpres nostre voyage d'Angiers. Cependant je n'ay peu m'empescher d'aller chercher quelquesuns des fameux Mathematiciens, desquels j'ay veu Gassendi et Bullialdus. Cettuicy ma fait voir la biblioteque du roy et mesne auprez Monsieur du Puis, qui m'a fait la faveur de me monstrer encore la siene et son cabinet. Il demeure dans la maison ou est la bibliotheque royale, et c'est la que s'assemblent tous les jours les illustres. Devant que d'entreprendre le voyage vers la Loire nous attendrons vostre responce parce qu'il faudra encore quelque lettre de change. . . .   Ik ben op bezoek geweest bij meneer La Barre, die me heel goed heeft ontvangen, en mij iets van zijn fantasieën voorgespeeld, op een heel aangename manier. Tassin [I, 22] [>] heeft me ook beloofd me bij meneer de Chambonnieres [>] te brengen, maar ik wil de bezoeken uitstellen tot na onze reis naar Angers. Toch heb ik me er niet van kunnen weerhouden om enkelen van de vermaarde wiskundigen op te zoeken, van wie ik Gassendi en Boulliau bezocht heb. Deze laatste heeft me de bibliotheek van de koning laten zien en bij meneer Dupuy gebracht, die zo goed was mij ook de zijne en zijn kabinet te laten zien. Hij woont in het huis waar de koninklijke bibliotheek is, en daar verzamelen zich elke dag de beroemde mensen. Alvorens de reis naar de Loire te ondernemen wachten we uw antwoord af, omdat er nog een wisselbrief nodig is. . . .

    [ *)  Zie het journaal van broer Lodewijk.]




No 232.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens sr

Frankrijk, augustus 1655.
[ 344-5 ]

. . .   Nous partons demain pour Orleans ou sans faire grand sejour aussi tost qu'aurons un peu considere la ville, nous nous embarquerons sur la Loire et mettrons le moins de temps qu'il sera possible à parachever tout ce voyage là, n'y ayant personne de nous qui ne soit presque las de voir des bastimens et choses muettes.
Apres que nous serons de retour et doctores utriusque°), je m'efforceraij de voir le monde de la facon que vous l'entendez, et je pense qu'il y aura moyen de le faire s'il vous plait de m'en donnez le loisir. . . .
  . . .   We vertrekken morgen naar Orleans, waar we zonder er lang te blijven, zodra we de stad een beetje gezien hebben, ons zullen inschepen op de Loire, en er zo weinig mogelijk tijd aan besteden om deze hele reis te voltooien, daar er niemand onder ons is die niet bijna afgemat is van het zien van al die gebouwen en dingen zonder stem*).
Als we terug zijn en doctoren in de rechten°), zal ik me inspannen om de wereld te zien op de manier zoals u die begrijpt, en ik denk dat het te doen zal zijn, als het u belieft mij er wat tijd voor te geven. x) . . .

    [ *)   Reisgenoot broer Lodewijk schreef er uitgebreid over in zijn dagboek: XXII, 473-490.]
    °)   Chr. Huygens ontving de graad van doctor in de rechten te Angers op 1 sept. 1655 [cf. XXII, 491].
    [ x)   Zie over de wereld van vader Huygens: Bram Stoffele, 'Christiaan Huygens — A family affair' (2006).]
[ En over de educatie-reis: Anna Frank-van Westrienen, 'Toerist in touw' (h.7 van De groote tour, 1983).]




[ 345 ]

No 233.

Constantijn Huygens jr aan Christiaan Huygens

2 september 1655

. . .  voyant que vous prenez le tour si long . . .  J'escris pourtant cecy dans une haste extreme. Belieft den slechten stijl te excuseren.   . . .  omdat ik zie dat je reis zo lang duurt . . .  Ik schrijf dit echter in uiterste haast. Vergeef me alsjeblieft de simpele stijl.
    Pour ce qui est des lunettes, j'ay a vous dire que je n'ay fait aucune nouvelle observation depuis. Mars n'est point en estat de pouvoir estre veu avec des cornes comme vous pouvez scavoir. et Venus je ne l'ay point veue de long temps a cause qu'il a tousjours fait mauvais temps, et quand il a fait beau je n'ay point fait d'observation ayant esté la plus part du temps en voyage.       Wat de kijkers betreft, ik heb je te zeggen dat ik geen enkele nieuwe waarneming meer gedaan heb. Mars kan helemaal niet gezien worden als een sikkel, zoals je kunt weten; en Venus heb ik lange tijd niet gezien doordat het steeds slecht weer geweest is, en als het mooi weer was heb ik geen waarneming gedaan omdat ik het grootste deel van de tijd op reis ben geweest.

[ 346 ]
pour Jupiter je l'ay consideré souvent, le soir vers les 10 ou 11 heures et parfois a 4 du matin, et j'ay remarqué que le regardant le soir je n'e m'ay jamais pu appercevoir de la ligne qui est au milieu, par ce que les vapeurs de la terre m'en empeschoyent, mais le matin quand il estoit plus vertical je l'ay veue tres-distinctement. Quand vous serez a Paris je vous envoyeray un desseing de mon observation. Il y a au milieu ou un peu plus vers en hault une ligne claire et des deux costés dicelle deux autres noires qui la bornent.   Wat Jupiter betreft, ik heb hem vaak bekeken, 's avonds tegen 10 of 11 uur en soms om 4 uur in de morgen, en ik heb opgemerkt dat ik nooit de lijn die in het midden is kon waarnemen als ik er 's avonds naar keek, doordat de dampen uit de aarde me dit beletten, maar 's morgens als hij hoger stond heb ik die lijn heel duidelijk gezien. Wanneer je in Parijs bent zal ik je een tekening van mijn waarneming zenden. Er is in het midden, of wat meer naar boven, een lichte lijn en aan weerszijden hiervan twee andere, donkere, die hem begrenzen.
Pain et Vin a envoyé des eschantillons de verre qui sont bien beaux mais non pas meilleurs pourtant que nos meilleurs verres convexes. Vous les verrez a vostre retour. Je n'ay point eu de response de Kolvius ny de Kalthoven. Aussi je ne scay pas s'il sera fort expedient que je travaille avant que vous soyez de retour. en beaucoup de choses je commence a ressentir l'incommodité de vostre absence. Van Wijck tourne luy mesme des formes de fer a ce que m'a dit mon Pere, je l'iray voir au premier jour, je pense que ce ne sera rien qui vaille. . . .   Pain et Vin*) heeft monsters van glazen gezonden die wel goed zijn, maar toch niet beter dan onze beste bolle glazen. Je zult ze zien als je terug bent. Ik heb geen antwoord gehad van Colvius, en ook niet van Kalthof [<,>]. Ik weet ook niet of het heel nuttig is dat ik eraan werk voordat je terug zult zijn; bij veel dingen begin ik het ongemak van je afwezigheid te voelen. Van Wijck°) draait zelf ijzeren slijpvormen, naar Vader zegt, ik zal hem zo gauw mogelijk op gaan zoeken, ik denk dat het niet iets zal zijn dat veel waard is. . . .

    *)   Pain et Vin is de naam van een brillenmaker.
    °)   Johan van Wijck, brillenmaker te Delft. Zie zijn brief, No. 202.  [Christiaan op p. 351: "si on le laisse faire, a la fin tout ne sera que envers" (als men hem laat begaan, zal aan het eind alles andersom zijn).]




No 235.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens sr

Parijs, 24 september 1655.
[ 350 ]

. . .   Hier nous fusmes avecq le bon homme Tassin à chercher Monsieur du Mont, qui demeure a l'autre bout de la ville proche de la Bastille; et ce a beau pied et ne le trouvasmes pas chez luy. Encore chez Monsieur Conrard ou nous eusmes pareille fortune. de la chez la Barre, qui estoit aussi sorty, mais le plus jeune de ses fils y survint, avecq qui je fis connoissance et le fis jouer des pieces de sa composition sur la Teorbe qui n'estoyent pas mauvaises.   . . .   Gisteren waren we met Tassin [<,>], de goede man, op zoek naar meneer DuMont, die aan de andere kant van de stad woont, dichtbij de Bastille; en dit gewoon te voet, en we troffen hem niet thuis. Ook naar meneer Conrart [>], met hezelfde resultaat. Vandaar naar La Barre, die ook was uitgegaan, maar de jongste van zijn zoons kwam er aan, met wie ik kennis maakte, en ik liet hem stukken van eigen compositie op de theorbe spelen, die niet slecht waren.
Il y en a un bon nombre d'Illustres dans ce metier les quels il me semble necessaire que je voye, comme Chamboniere, Lambert Hotteman, Constantin du Faut, Gauttier, Pinel, Gobert. Voyla des noms que j'ay dans mes Tablettes, et si je ne puis les voir tous j'en verray ceux que je pourraij.   Er is een groot aantal beroemde mensen in dit vak, van wie het me nodig lijkt dat ik hen bezoek, zoals Chambonnieres*), Lambert, Hotman, Constantin DuFault, Gaultier°), Pinel, Gobert [<]. Dit zijn de namen die ik in mijn notitieboekje heb, en als ik hen niet allen kan bezoeken, dan zal ik er toch zoveel bezoeken als ik kan.
Mon aisné estoit heureux en ce qu'il avoit le bon Lincler x) qui le conduisoit et donnoit des adresses par tout, Avecq Tassin il n'y a rien a faire; il n'a que la bonne volontè. la Cour est a Fontainebleau et monsieur le Premier [I, 83] de mesme; l'on dit que elle ne reviendra que dans quinze jours. Apres qu'elle sera revenue je ne me soucieray pas beaucoup de rester longtemps icy. car certainement je voy que l'on n'ij scauroit estre avecq quelque contentement sans une estrange despense, et à la quelle j'aurois trop de peine à vous faire consentir. . . .   Mijn oudste broer had geluk dat hij de goede Lincler had die hem begeleidde en overal adressen gaf, met Tassin is niets te beginnen, hij is slechts van goede wil. Het hof is in Fontainebleau, en meneer de Premier [I, 83] eveneens; men zegt dat dat het pas over twee weken terug zal zijn. Ik heb er niet veel zin in hier lang te blijven nadat het is teruggekeerd; want ik zie echt dat we er niet met enige voldoening zouden kunnen zijn zonder buitengewone uitgaven, en ik zou er teveel moeite mee hebben u daarmee te doen instemmen. . . .

    [ *)  Een vraag voor Chambonnieres: p. 352; ontmoeting in oktober: p. 356; weer op 29 nov. 1660 (>). Er is nog een brief van hem aan Huygens, zie No. 254.]
    [ °)  Jacques Gaultier sr (p. 349, n7, en II, 565, n5) en zijn neef Denis Gaultier.]
    [ x)   Correction de Cincler: p. 619.]




No 236.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr

Parijs, 1 oktober 1655
[ 352 ]

. . .   Vous m'avez promis un desseing de Jupiter avecq les Zones [<], je vous prie de me l'envoyer, afin que j'en puisse conferer avecq Mr. Bulliau*). Avanthier il me monstra sa grande lunette que le duc de Florence°) luy a envoyée, qui me semble assez bonne, mais decouvre trop peu à la fois, comme estant de 10 pieds, et n'ayant aupres de l'oeil qu'un verre concave.   . . .   Je beloofde me een tekening van Jupiter met de zones [<], ik verzoek je mij deze op te sturen, zodat ik erover kan spreken met Mr. Boulliau*). Eergisteren liet hij me zijn grote kijker zien die de hertog van Florence°) hem heeft gestuurd, en die me vrij goed lijkt, maar die te weinig tegelijk laat zien, omdat hij van 10 voet is en dichtbij het oog maar een hol glas heeft.
Taschez un peu de voir les microscopes van den Poleiser [du polisseur], qui font voir des vermisseaux dans la cresme de laict, dans la farine et dans la chair d'un lievre. Et au reste puis que vous ne voulez pas travailler en mon absence, prenez au moins bien garde que les formes de fer ne se rouillent, mais qu'elle soyent bien conservées. . . .   Probeer eens de microscopen van de polijster te zien, die wormpjes laten zien in de room van melk, in meel en in het vlees van een haas. En verder, nu je in mijn afwezigheid niet wilt werken, zorg er tenminste goed voor dat de ijzeren slijpvormen niet gaan roesten, maar dat ze goed bewaard blijven. . . .

    [ *)   Ismael Boulliau (1605 - 1694) had Huygens in augustus al rondgeleid in de koninklijke bibliotheek, zie p. 342.]
    °)   Fernando II de Medici (1610 - 1674), begunstiger van de wetenschap, zoals zijn broer kardinaal Leopoldo de Medici.




[ 353 ]

No 237.

Christiaan Huygens aan D. van Leyden van Leeuwen

Parijs, 1 oktober 1655

. . .   Je soubsignè confesse de vous estre redevable de mille deux cens cinquante remercimens à paier en beaux termes, mais vous supplie humblement de ne les point exiger. Vous scavez trop bien quelle est mon impuissance en pareille matiere et que je ne scaurois me servir d'un stile haut et florissant digne de la lecture de vostre Seigneurie, de qui les lettres sont pleines d'eloquence et de pointes, et meritent d'estre imprimees avecq celle de Balsac ou de Malherbe, pourvu qu'elles n'en soyent pas tirees.   . . .   Ik ondergetekende beken u schuldig te zijn duizend tweehonderdvijftig dankbetuigingen te betalen in mooie termen, maar ik verzoek u ootmoedig ze niet op te eisen. U weet te goed hoe machteloos ik ben in deze materie en dat ik me niet zou kunnen bedienen van een verheven en bloemrijke stijl, lezenswaardig voor uwe Heerlijkheid, van wie de brieven vol staan met welsprekendheid en geestigheden, en verdienen te worden gedrukt met die van Balzac of Malherbe, mits ze er niet aan zijn ontleend.
    Or laissons la les railleries et disons des veritez. Je puis me glorifier d'avoir esté tousjours des premiers à boire a vostre santè et a celle de vostre bien aimée. d'avoir souhaitte souvent le bonheur de vostre presence; et que vous eussiez eu quelque Hippogrife à monter dessus pour nous pouvoir joindre en un instant. estant à quelque belle promenade comme quand nous flottasmes sur la Riviere de Loire, ou a quelque action celebre, comme quand nous decidasmes par le sort del fortunato dado, qui coucheroit seul ou à deux. item qui auroit le choiz de 4 chevaux dont le meilleur estoit       Laten we nu dan alle scherts opzij zetten en waarheden vertellen. Ik kan me erop beroemen dat ik altijd een van de eersten ben geweest om te drinken op uw gezondheid en op die van uw geliefde; vaak het geluk van uw aanwezigheid te hebben verlangd; en dat u een Hippogrief had gehad om te bestijgen en in een ogenblik bij ons te komen. Op een mooi tochtje zoals toen we op de rivier de Loire dreven, of bij een vermaarde daad zoals toen we door het lot van de gelukkige dobbelsteen besloten, wie alleen of met zijn tweeën zou slapen. Evenzo wie het eerst mocht kiezen uit 4 paarden waarvan het beste blind was;

[ 354 ]
aveugle. et autres tel cas douteux. Je vous eusse requis pour assister à un debat notable, qui se fit en nostre plein conseil, la premiere fois que nous fusmes a Paris, ou vous eussiez entendu proposer chacun sa pensee a scavoir pourquoy il estoit venu en France. l'un se disant venu pour apprendre à vivre parmy les honnestes gens, l'autre pour voir les hommes illustres, le tiers pour voir ce qu'il avoit de beau en bastiments et modes nouvelles, quelquun aussi pour n'estre pas chez luij, et apres longues disputes advouants presque generalement que tout ce qu'il y a faire icy ne vaut pas la peine de venir de si loing.   en andere dergelijke twijfelachtige gevallen. Ik had u opgeroepen aanwezig te zijn bij een opmerkelijk debat dat zich afspeelde in onze voltallige raad, de eerste keer dat we in Parijs waren, waarbij u ieder zijn gedachte had kunnen horen voorleggen, te weten waarom hij naar Frankrijk was gekomen. De één zei dat hij gekomen was om te leren leven tussen fatsoenlijke mensen, de ander om beroemde mannen te zien, de derde om te zien wat er voor moois was aan gebouwen en nieuwe modes, en ook iemand om niet thuis te zijn, en na lange disputen kwam een bijna algemene bekentenis dat alles wat hier te doen is niet de moeite waard is om van zo ver te komen.
Apres cela vous nous eussiez veu tomber dans la dispute du souverain bien, ou il y eut encore grande diversitè d'opinions. Je me souviens qu'il en eust un qui croyoit qu'il le possederoit absolument si avecq ce qu'il avoit desia on luy accordoit un carosse à quatre chevaux pour se promener à la Haije. . . .   Daarna had u ons zien overgaan tot het dispuut over het hoogste goed, waar nog een groot verschil van mening was. Ik herinner me dat er iemand was die dacht dat hij het volkomen zou bezitten als men hem, bij wat hij al had, een karos met vier paarden verleende om naar den Haag te rijden. . . .




No 238.

Constantijn Huygens jr aan Christiaan Huygens

14 oktober 1655
[ 355 ]

. . .   Je vous envoye un dessein de Jupiter, qui le represente tel comme je l'ay veu ces mois passez plus d'une fois, et encore qu'il faille estre accoustumé a se servir de la lunette pour bien pouvoir discerner ces lignes, si est ce que je suis bien asseuré que je ne me suis pas trompé. Je voudrois bien que fussiez de retour pour pouvoir travailler ensemble.   . . .   Ik stuur je een tekening van Jupiter, die hem weergeeft zoals ik hem de afgelopen maanden heb gezien, meer dan eens, en dan nog moet je eraan gewend te zijn je van de kijker te bedienen om deze lijnen goed te kunnen onderscheiden; zo kan ik er geheel van verzekerd zijn dat ik me niet vergist heb. Ik zou wel willen dat je terug was, om samen te kunnen werken.
J'ay encore escrit a Colvius et a Kalthoven pour une nouvelle forme, laquelle le dernier m'a promis de faire s'excusant de ce qu'il ne s'estoit pas acquitté plustot de sa promesse sur ce qu'il croyoit que j'estois en France. Si je ne me trompe ils nous prennent l'un pour l'autre, mais cela n'importe point. Je ne toucheray pourtant point a la forme que vous ne soyez icy, car pour faire des lunettes de 20. pieds nous aurons a quoy nous occuper touts deux. Je luy ay mandé d'envoyer la modelle de Cuivre avec la forme pour la pouvoir d'autant mieux perfectionner. . . .   Ik heb weer geschreven naar Colvius en Kalthof [<,>] om een nieuwe slijpvorm, en de laatste heeft me beloofd die te maken, met als excuus voor het niet eerder nakomen van zijn belofte dat hij geloofde dat ik in Frankrijk was. Als ik me niet vergis houden ze elk van ons beiden voor de ander, maar dat geeft niets. Ik zal echter niet aan de slijpvorm komen als jij niet hier bent, want om kijkers van 20 voet te maken zullen we allebei nog wel een tijdje bezig zijn. Ik heb hem gevraagd het koperen model met de slijpvorm mee te zenden, om deze des te beter te kunnen perfectioneren. . . .




[ 356 ]
No 239.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens sr

Parijs, 15 oktober 1655

. . .  le soin que il vous plait de prendre à nous introduire chez les gens de condition m'obligeroit à vous en faire des remercimens si je n'estois bien asseurè que vous jugez plus favorablement pour ce qui est de ma recognoissance que de ce que j'ay de complaisance exterieure. Toutefois en nous ordonnant tant des visites je vous prie de ne vous point estonner de la despense que nous faisons . . .   . . .  De zorg die u eraan wenst te besteden om ons te introduceren bij mensen van aanzien zou me verplichten u ervoor dank te zeggen, als ik er niet van overtuigd was dat u gunstiger oordeelt over mijn erkentelijkheid dan wat ik aan voldoening tot uiting breng. Nochtans, nu u zoveel bezoeken voorschrijft, verzoek ik u in het geheel niet verbaasd te zijn over de uitgaven die we doen . . .
. . .  pour ce qui est du sejour de Paris je croy bien que tant que j'y demeureraij d'avantage et plus je profiteraij de la conversation des gens de cette nation. mais pour revenir tout autrement faict que je n'estois en partant, je ne scay si lon le jugera. pour moy je ne m'appercois pas de ce changement, du quel il en est peut estre de mesme, que quand on croit en grandeur. . . .   . . .  wat het verblijf in Parijs aangaat, ik geloof wel dat hoe langer ik er zal blijven, des te meer ik zal profiteren van de conversatie met mensen van dit land. Maar wat betreft terugkeren als geheel iemand anders dan ik was bij vertrek, ik weet niet of men dat zal vinden. Ik zelf bemerk deze verandering niet; misschien is het daarmee zoals wanneer men groeit in lengte. . . .




[ 357 ]
No 240.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr

Parijs, 22 oktober 1655.

    Je vous remercie du portrait de Jupiter, et le communiqueray demain avecq Monsieur Bulliau. Il me semble d'en avoir veu un tout à fait semblable dans le livre de Kircherus, ars magna lucis et umbrae.       Ik bedank je voor het portret van Jupiter, en zal het morgen met de heer Boulliau [<,>] bespreken. Het komt me voor iets te hebben gezien dat er sterk op leek, in het boek van Kircher 'Grote kunst van licht en schaduw'*).
Voicy deux petits airs que j'ay notèz à ma mode, de la quelle je me serviray doresenavant pourveu que vous n'y trouviez point de difficultè. Si j'ay le temps j'en mettray encore un a la fin de cette lettre qui est tout nouveau. On n'en voit gueres encore pendant l'absence de la Cour. . . .
    [ *)  Ars magna lucis et umbrae (1646), I, 17.]
  Hier heb je twee liedjes die ik genoteerd heb op mijn manier, waarvan ik me voortaan zal bedienen als jij er tenminste geen problemen mee hebt. Als ik tijd heb zal ik er nog een aan het eind van deze brief zetten [^], heel nieuw. Men ziet ze nauwelijks nog, tijdens de afwezigheid van het Hof. . . .
Jupiter volgens Kircher
[ 358 ]
. . .  Je suis bien aise de la promesse que Calthof vous a faite. je ne voy rien icy qui soit à comparer a son travail, ny pas une lunette qui approche de la miene. Je l'ay fait monter a un bon maistre qui luy fera un tuyau d'un bois fort mince et couvert de parchemin vert, comme j'en ay veu avoir icy a d'autres. Il y aura cinq pieces, la plus large qui couvre les autres sera de maroquin et dorée. le tout ne pesera pas le quart de la vostre, et n'aura que 3 pieds de longueur. . . .   . . .  Ik ben wel blij met de belofte die Kalthof je heeft gedaan [<,>]. Ik zie hier niets dat met zijn werk te vergelijken is, en ook niet een kijker die de mijne benadert. Ik heb hem naar een goed vakman laten brengen, die er een buis voor zal maken van heel dun hout en bedekt met groen perkament, zoals ik zag dat anderen hier hebben. Er komen vijf delen, het grootste (waarin de andere passen) wordt van marokijnleer en verguld. Het geheel zal nog niet een kwart van de jouwe wegen, en maar 3 voet lengte hebben. . . .




[ 360 ]
No 242.

Constantijn Huygens jr aan Christiaan Huygens

28 oktober 1655

. . .  J'ay receu ces jours passés une lettre du Sieur Kalthoven qui me prie d'avoir patience encore pour quinze jours, me promettant que des qu'il sera de retour d'un petit voyage qu'il est obligé d'aller faire sa premiere besogne sera de nous faire une forme comme je l'ay demandée. Je ne me haste pas par ce que je ne croy pas de rien faire que vous ne soyez de retour.   . . .  Ik heb de afgelopen dagen een brief ontvangen van de heer Kalthof [<,>], die me verzoekt nog twee weken geduld te hebben; met de belofte dat zodra hij terug is van een reisje dat hij moet maken, zijn eerste bezigheid zal zijn voor ons een slijpvorm te maken zoals ik hem heb gevraagd. Ik haast me niet, omdat ik niet denk dat ik iets zal doen voordat je terug bent.
Vogelaer m'importune tousjours pour avoir une longue lunette; et j'ay resolu de luy en faire faire une de ce verre de dix pieds que j'ay encore en reserve et qui est raisonnablement bon. Le Poleiser m'a esté voir ces jours, il ne fait rien d'importance, mais il est apres à inventer un instrument pour tourner les formes de fer de telle longueur il luy plaira, lequel comme il me descrivit sera subject a beaucoup d'inconvenients, il seroit trop long de vous en donner la description, et mon pere me presse pour avoir cette lettre. . . .   Vogelaer*) valt me steeds lastig om een lange kijker te krijgen; en ik heb besloten er een voor hem te laten maken van dat glas van tien voet dat ik nog in reserve heb en dat redelijk goed is. De polijster heeft me een dezer dagen bezocht, hij doet niets belangrijks, maar hij is bezig een instrument uit te vinden voor het draaien van ijzeren slijpvormen van elke lengte die hij wil; en dat zal niet gemakkelijk zijn, naar wat hij me beschreef, het zou te lang duren om er je een beschrijving van te geven, en vader dringt erop aan dat hij deze brief krijgt. . . .

    *)   Jacob de Vogelaer, geb. 1626 [neef].




[ 361 ]
No 243.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr

Parijs, 29 oktober 1655

. . .  Je vous prie que nos ferremens soyent bien conservez sans se rouiller car selon toute apparence je retourneray dans peu à mon mestier.   . . .  Zorg er alsjeblieft voor dat ons ijzerwerk goed bewaard blijft zonder roesten, want naar alle waarschijnlijkheid zal ik binnenkort terugkeren naar mijn ambacht.




No 245.

Christiaan Huygens aan Constantijn Huygens jr

Parijs, 6 november 1655
[ 363 ]

. . .  Ma lunette n'est pas trop a ma fantaisie, estant sujette à se courber et s'affaiser quand elle n'est soutenue que par un endroit. Il faudra trouver quelque remede a cela. On ne la cognoist encore icy que de renommée, personne ne l'ayant encore essayee. Mais tout estants informez par moy de la nouvelle detection du satellite Saturnien, et de sa periode, ils ne peuvent nier que ma lunette ne l'emporte sur toutes celles qui ont jamais estè.   . . .  Mijn kijker [<] is niet helemaal zoals ik me had voorgesteld, want onderhevig aan buigen en inzakken wanneer hij maar op één plaats wordt ondersteund. Daar zal iets op gevonden moeten worden. Men kent hem hier nog slechts van horen zeggen, niemand heeft hem nog geprobeerd. Maar nu ze allemaal door mij zijn ingelicht over de nieuwe ontdekking van de Saturnusmaan*), en de periode ervan, kunnen ze niet ontkennen dat mijn kijker het wint van alle die er ooit geweest zijn.
Si vous donnez la vostre de 10 pieds au cousin de Vogelaer, dites luy qu'il vous procure en eschange 2 ou 3 de ces petites choses de verre que fait un certain van Gerwe à Amsterdam, qui ne peuvent estre cassèes. Philip en a veu à la Haye, et dernierement j'en eus icy une, qu'un gentilhomme de Frise m'avoit donnè à Tours, et que j'ay cassè avecq un grand effort et brisè en mille pieces. Je serois ravy d'en avoir un autre, et je scay bien que le Cousin cognoit le dit van Gerwe particulierement. au moins pour de l'argent on en peut avoir. . . .   Als je de jouwe van 10 voet aan neef de Vogelaer geeft, zeg hem dan dat hij je in ruil daarvoor 2 of 3 van die glazen dingetjes°) verschaft die een zekere van Gerwe te Amsterdam maakt, die onbreekbaar zijn. Philip heeft ze gezien in den Haag, en laatst had ik er hier een, dat een heer uit Friesland me had gegeven in Tours, en dat ik met grote moeite heb gebroken en in duizend stukjes verbrijzeld. Ik zou heel blij zijn er weer een te hebben, en ik weet wel dat neef de genoemde van Gerwe in het bijzonder kent. In elk geval zijn ze voor geld te krijgen. . . .

    [ *)   Publicatie: 'De Saturni lunâ observatio nova', 1656 (>).]
glasparel     °)   Het waren 'larmes bataviques' (bataafse tranen) of 'prince Rupert's drops', beschreven door Christopher Merret bij zijn vertaling The art of glass (1662) [p. 353-62, fig.] van Antonio Neri, en door Robert Hooke in Micrographia (1665), 33-44 (fig.). Zie ook XXII, 518.
[ En: Voyages de Monconys (1666), II, 32, 152, 162-9;  Guericke (1672), 141.  Ook genoemd bij proeven met het luchtledige (>), en in V, 258 (Auzout vraagt erom), en 302 (ze worden in Parijs gemaakt).
-  Donato Rossetti, Composizione e passioni de' vetri, overo, Dimostrazioni fisico-matematiche delle gocciole e de' fili del vetro, che rotto in qualsisia parte tutto quanto si stritola (1671) gaat over die "druppels en draden van glas, die geheel verbrijzelen als ze op een willekeurig punt gebroken worden".
Geminiano Montanari, Speculazioni fisiche, (1671) behandelt ze ook, en noemt op p. 61 de verklaring van Hudde (volgens Monconys): "dat de lucht zich sterk verdicht in deze tranen als men ze in het water stort".
-  Simon Witgeest, Het natuurlyk tover-boek (1684), p. 34: 'Kraak-glaasjes', met figuur.
-  In 1722 beschreef W. van Ranouw deze 'spring-glaasjes' in zijn Natuur- en Konst-Kabinet, deel 7c, p. 11-19.  [>]
-  In 1765 werden ze 'knapglaasjes' genoemd in de Uitgezogte Verhandelingen, 10, 309.  [>]
Na deze glasparels komen we later een ander soort parels tegen: de meetkundige parels van de Sluse.]  [>]




No 246.

Constantijn Huygens jr aan Christiaan Huygens

11 november 1655

    Je croy que voicy la derniere que nous eschangerons, car je croy que les ordres pour vostre retour sont desja donnés, pour vous faire revenir dans le vaisseau de guerre qui transportera Monsieur Chanut.   Ik geloof dat dit de laatste brief is die we zullen wisselen, want ik geloof dat de bevelen voor je terugtocht*) al gegeven zijn, om je terug te laten komen op het oorlogsschip dat de heer Chanut zal overbrengen.

    *)   Vertrek: 30 november (No. 248) [de reis ging over land]. Aankomst in den Haag: 19 december (No. 252).

[ 364 ]
Vous trouverez nos formes de fer en bon estat et luisantes car j'ay tousjours eu soing de les entretenir. Seulement celle qui est pour les lunettes de dix pieds comme je la cherchay l'autre jour pour polir le verre que j'ay envoyè à Vogelaer apres l'avoir bien cherchée, je la trouvay dans ce creux qui est dessous vostre fenestre, ou la pluye ou quelque autre humidité avoit eu long temps loisir de jouer son jeu dessus en sorte qu'elle estoit rouillée d'importance, dont je fus moult fasché, et pourtant à force de la frotter avec l'anneau d'Emeril je la remis à peu pres en son premier estat.   Je zult onze ijzeren slijpvormen in goede staat en glimmend vinden, want ik heb altijd zorg gedragen voor het onderhoud. Alleen die voor de kijkers van 10 voet, toen ik die onlangs zocht om het glas te polijsten dat ik aan Vogelaer heb gestuurd, na goed te hebben gezocht vond ik hem in de holte die er is onder jouw raam, waar de regen of ander vocht de tijd heeft gehad om zijn werk te doen, zodat hij in belangrijke mate verroest was. Ik was daar zeer boos over, en toch heb ik hem door krachtig wrijven met de ring met amaril*) ongeveer in de oude staat teruggebracht.
Alors je me mis à polir ce verre que je viens de dire de nouveau me souvenant qu'autrefois de mauvais nous en avions fait des bons par ce moyen la. Il est vray que cestuy cy l'estoit desja raisonnablement, mais pourtant quand je regardois la planete de Jupiter il rayonnoit tant soit peu d'un costé, ce qui s'est en allé tout à fait en le repolissant, en sorte que la dedans asseurement il y a du mistere. Pour les lignes de Jupiter asseurement il n'en faut plus doubter, car je les ay veues encore a diverses autres fois tres-clairement, et je ne doubte point, que vous ne les ayez veues de mesmes. J'ay remarqué que plus il est vertical et mieux on les appercoit comme a onze heures de nuict ou environ de cela.   Toen ging ik het zojuist genoemde glas opnieuw polijsten, me herinnerend dat we vroeger hiermee van slechte glazen weer goede hadden gemaakt. Het is waar dat dit glas het al in redelijke mate was, maar toch, wanneer ik naar de planeet Jupiter keek straalde hij een klein beetje aan de ene kant, wat helemaal weggegaan is door het weer te polijsten, zodat daarin zeker iets mysterieus is. Wat betreft de lijnen van Jupiter, daar valt zeker niet meer aan te twijfelen, want ik heb ze nog verscheidene andere keren heel duidelijk gezien, en ik twijfel er niet aan dat jij ze ook zo gezien hebt. Ik heb opgemerkt dat hoe hoger hij staat hoe beter ze zijn waar te nemen, zoals om elf uur 's nachts of ongeveer zoiets.
Le temps de quinze jours dans lequel Kalthoven m'avoit promis dans une seconde lettre de m'achever nostre forme de vingt pieds est desja expiré et pourtant elle ne vient encore pas; s'il differe long temps je ne manqueray pas de le sommer encore de nouveau. Sans doubte c'est le premier artisan du païs pour ces choses la, et s'il venoit à nous manquer ou par quelque changement de demeure ou autre accident nous serions fort desappointés. . . .   De tijd van twee weken, waarin Kalthof [<,>] me in een tweede brief beloofd had onze slijpvorm van twintig voet af te maken, is al verstreken en toch komt hij nog niet; als hij lange tijd op zich laat wachten zal ik niet verzuimen hem nog eens opnieuw aan te schrijven. Zonder twijfel is het de eerste vakman van het land voor deze zaken, en als hij ons zou ontvallen, hetzij door een verandering van verblijfplaats hetzij door een ander voorval, zouden we heel teleurgesteld zijn. . . .

    [ *)   Zie het stuk van Gerard van Gutschoven over het slijpen van lenzen, No. 152.]




No 249.

V. Conrart*) aan Christiaan Huygens

30 november 1655   [>]
[ 368 ]

[... lettre ...]  Je vous en envoye aussi une pour Monsieur vostre Père [No. 250], laquelle je n'ay pas voulu laisser ouverte, par ce que j'y fays des pleintes de vous, & de Monsieur vostre frére, qui ne m'avez employé à rien, pendant le sejour que vous avez fait icy; & de ce qu'en me faisant l'honneur de me venir voir à la campagne, vous m'ostastes le moyen de vous y recevoir come je devois, & selon mon desir. Je vous en fays aussi des reproches à vous mesmes, & si vous voulez faire vostre paix avec moy, vous me donnerez quelque occasion de vous rendre service en vostre absence, & de vous témoigner l'estime que je fays de vostre vertu.   [... brief ...]  Ik zend u er ook een voor meneer uw Vader [No. 250], die ik niet open heb willen laten omdat ik daarin mijn beklag doe over u & meneer uw broer, die geen gebruik hebben gemaakt van mijn diensten gedurende het verblijf dat u hier had; & over het feit dat u, toen u me de eer aandeed me buiten de stad te komen opzoeken, me niet de kans gaf u daar te ontvangen zoals het behoorde, & en zoals ik gewenst had. Ik verwijt het u zelf ook, & en als u het weer goed wilt maken met mij, dan kunt u me een of andere gelegenheid geven u van dienst te zijn in uw afwezigheid, & u de achting te betuigen die ik heb van uw deugdzaamheid.
Elle fut hier au soir le sujet d'un long entretien que j'eus avec la belle Demoiselle que je vous avois annoncée, & que vous allastes voir sans moy. Elle arriva à mon logis, un peu aprés que vous en fustes party, & y demeura plus de quatre heures, pendant lesquelles nous ne parlasmes presque de vous. J'eusse bien souhaité que vous eussiez esté présent, au hazard de choquer un peu vostre modestie. Elle m'apprit que vous luy avez fait un présent le plus galant du monde, & qu'elle estime encore plus précieux par le dedans, que par le dehors, quoy que le dehors le soit autant qu'il le peut estre. J'ay grand regret que vous ne passez l'hyver icy; car je vous eusse procuré des entretiens avec elle, qui vous eussent également satisfait l'esprit à l'un & à l'autre. . . .   Deze was gisterenavond het onderwerp van een lang onderhoud dat ik had met de schone dame°) die ik u genoemd had, & die u zonder mij ging bezoeken. Ze kwam bij mijn woning aan korte tijd nadat u daar vertrokken was, & bleef er meer dan vier uur, waarin we bijna alleen over u spraken. Ik had wel gewenst dat u aanwezig was geweest, op gevaar af uw bescheidenheid ietwat te choqueren. Zij stelde me ervan op de hoogte dat u haar iets had geschonken dat allergalantst is, & dat ze nog verfijnder vindt om de inhoud dan om de buitenkant, hoewel de buitenkant het ook is, zozeer als mogelijk is. Het spijt me zeer dat u de winter niet hier doorbrengt; want ik zou u meermalen een onderhoud met haar hebben verschaft, evenveel voldoening gevend aan uw geest als aan de hare. . . .

    *)   I, 350:  Valentin Conrart (1603 - 1675) hield in zijn huis in Parijs vanaf 1629 bijeenkomsten met geletterden, en stond hiermee aan de wieg van de Académie Française; hij werd 'secrétaire perpétuel'. Hoewel hij niet zeer geleerd was [^] werd hij vertrouweling van velen die beroemd werden.
    °)   Mademoiselle [Marie] Perriquet, die in het vervolg nog vaak genoemd wordt. [Op p. 376, Mylon: "elle m'a dit avoir leu vostre Livre avec grande satisfaction" — ze heeft me gezegd uw boek met grote voldoening te hebben gelezen.]




[ 369 ]
No 251.

Christiaan Huygens aan G. P. de Roberval

Den Haag, 30 december 1655   [>]

    Le voyage depuis Paris jusques icy nous a tenu plus longtemps que je n'avois pensè et à mon grand regret estant fascheux et penible, et non sans danger, à cause       De reis van Parijs naar hier heeft ons langer bezig gehouden dan ik had gedacht, en was tot mijn grote ergernis lastig en moeilijk, en niet zonder gevaar wegens

[ 370 ]
des troupes qui en beaucoup d'endroits traversoyent nostre chemin. l'on nous tient heureux d'estre eschappè sans empeschement. Devant que quiter Paris j'eus encore tresgrande envie de vous veoir, pour vous remercier des avantageux raports que vous aviez fait de moy chez Monsieur Conrart. mais ce fut sur le point de partir et comme je prins congè de luy, qu'il me l'apprit.   de troepen die op veel plaatsen onze weg kruisten. Men noemt het een geluk dat we er zonder belemmering van afgekomen zijn. Voordat ik Parijs verliet had ik nog heel graag u bezocht, om u te bedanken voor de gunstige verhalen die u bij de heer Conrart over mij hebt gehouden; maar hij liet het me weten toen ik op het punt stond te vertrekken en afscheid van hem aan het nemen was.
Sans cela je n'eus pas manquè de m'acquiter de ce devoir, et en mesme temps de contenter ma curiositè, car je doubtois s'il ne s'estoit pas passè autre chose dans cette conference qu'il m'importast de scavoir. Je serois fort attrapè si vous luy aviez decouvert que je suis informè touchant la P. car j'en parle à luy comme d'une saincte. Et de mesme à M. lequel toutefois j'ay remarquè qu'il me suspectoit d'estre de vostre confidence, et qu'il en estoit en peine. Quoy qu'il en arrive je vous auray tousjours beaucoup d'obligation de ce que vous n'avez pas voulu souffrir que je fusse abusè.
. . .
  Ook anders zou ik niet hebben verzuimd deze schuld te vereffenen, en tegelijk mijn nieuwsgierigheid te bevredigen, want ik vroeg me af of in dit gesprek niet iets anders was voorgekomen dat voor mij belangrijk was om te weten. Ik zou zwaar betrapt zijn als u hem had onthuld dat ik ben ingelicht aangaande P.*) want tot hem spreek ik over haar als over een heilige. En evenzo tot M. [Mylon], bij wie ik toch opgemerkt heb dat hij me ervan verdacht uw vertrouweling te zijn, en dat hij er moeite mee had. Wat er ook gebeurt, ik zal u altijd zeer verplicht zijn omdat u niet hebt willen dulden dat ik werd misleid. . . .
    Je vous supplie Monsieur quand vous verrez Mademoiselle Periquet de l'asseurer de mon trèshumble service et que j'estime infiniment l'honneur de ses bonnes graces. Je baise les mains à Mademoiselle vostre Cousine et à Monsieur Tevenot.       Ik*) verzoek u meneer, wanneer u mademoiselle Perriquet ziet haar te verzekeren van mijn ootmoedige dienstbaarheid en dat ik de eer bij haar in de gunst te staan oneindig op prijs stel. Een handkus voor mademoiselle uw nicht en voor meneer Thevenot.

    *)   Dit postscriptum [in de concept-brief] werd doorgestreept; het gaf aan wie bedoeld werd met "la P.".




Christiaan Huygens | Oeuvres I | Parels uit brieven 1655 (top) | 1656