Chr. Huygens | Oeuvres II | Brontekst

[ 28 ]
No 387.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.

27 april [1657.]

Te den Haag, 27 Avril 's avonds.    

        Mijnheer

    U zult mij verontschuldigen, naar ik me verzeker, voor de bezigheden waarin ik me bevind, die me belet hebben u het beleefdheidsbezoek te brengen dat ik u verschuldigd ben, en u de erkentelijkheid te betuigen die ik blijf houden voor de eer die u me aandeed gedurende uw verblijf in Parijs, waar u zo goed was me enkele malen te bezoeken [<]. In afwachting van het voldoen aan deze plicht schrijf ik u dit briefje, en ik zend u een exemplaar van mijn boek 'Over spiralen' 1). U zult het ontvangen als blijk van de hoogachting die ik heb voor u, en de eer van uw vriendschap; ik verzoek u dan ook te geloven dat ik blijf

        Mijnheer

Uw zeer ootmoedige en zeer gehoorzame dienaar
Boulliau.        

 a)
        A Monsieur Monsieur Hugens.
spiraal in verdeelde cirkel a)  1657.  [Chr. Huygens].
1)  Zie brief No. 258 [No. 279: I, 400: De lineis spiralibus demonstrationes novae, 1657; fig. p. 55].

[ Systema Saturnium (1659), p. 21 vermeldt bij 1657: "18 mei heeft Boulliau met mij de satelliet waargenomen iets ten westen van Saturnus, en op middelmatige afstand".]



[ 108 ]
No 442.

Ism. Boulliau aan Jannot 1).

[decembre 1657 2).]

Uittreksel uit een brief van mijnheer Boulliau a).

    Ik verzoek u aan mijnheer Christiaan Huygens te zeggen dat mijnheer de Groothertog 3) aan een uurwerk laat werken, dat hetzelfde effect moet hebben als het zijne, en de tijd altijd gelijkmatig meten. En dat het, zonder opwinden met de hand, zich vanzelf opwindt door middel van water.

    Ik verzoek u hem namens mij te groeten, en hem te verzekeren van mijn dienst.


a)  aan mijnheer Jannot.  [Chr. Huygens.]
1)  Jannot was Frans consul te den Haag.         2)  Zie brief No. 443.         3Fernando de Medicis.




No 443.

Christiaan Huygens aan Ism. Boulliau.

26 december 1657.

        Aan Mijnheer Boullau

26 Dec. 1657.        

Samenvatting:  Over mijn waarneming van Saturnus en zijn vorm die ik hem stuur, en zijn satelliet die niet het vlak volgt van de ring die Saturnus-symbool omgeeft. Verbod om mijn hypothese bekend te maken. Over het uurwerk van de Groothertog. Dat de uitvinding misschien van hier gekomen is, als het dezelfde is, wat ik wil weten. Over het grote uurwerk te Scheveningen. En of men ze nog niet in Parijs maakt.

Te den Haag, 26 Dec. 1657.    

        Mijnheer

    Een edelman uit het gevolg van mijnheer de ambassadeur 1) van wie ik de naam niet weet, bracht me gisteren nieuws van u, en vroeg me namens u of ik


1)  I. A. de Thou. Zie brief No. 366 [p. 1, noot 2].
[ 109 ]
niet de samenstand had waargenomen die zich voorgedaan heeft van Saturnus en Venus, op 14 november naar wat mijn almanak me zegt. Ik beken dat ik er niets van wist; maar wanneer ik het wel geweten had, zou toch het slechte weer dat er deze hele afgelopen maand is geweest me verhinderd hebben erop te letten. Als u in Parijs meer geluk hebt gehad, zou ik heel blij zijn als u me op de hoogte stelde van de werkelijke tijd van deze ontmoeting. De laatste eclips is me ook ontgaan, daar de hemel geheel bewolkt was. Op 17 december heb ik Saturnus gezien met mijn grote kijker, voor de eerste maal nadat hij de zon gepasseerd is, en ik verheugde me dat ik hem aantrof met precies de vorm die ik voorspeld had, volgens mijn hypothese van de ring.
Saturnus
U weet hoe deze hypothese is, en wanneer u haar vergeten zou zijn zou de figuur van dit laatste verschijnsel u haar opnieuw kunnen leren; de ring die de bol van Saturnus omgeeft, vertoont zich zoals u ziet in de vorm van een vrij smalle ellips, die zich echter wel veel verbreed heeft sinds de laatste occultatie [^], zodat men nu de hemel er doorheen ziet. De satelliet schijnt niet altijd hetzelfde vlak van deze ring te volgen, dat evenwijdig is aan de evenaar, maar een ander; zodat hetzelfde ermee gebeurt als met onze maan.*)
Ik zou me gelukkig prijzen als ik u nog als getuige had van deze waarnemingen, en hoop steeds dat de lente ons u zal terugbrengen. Ondertussen verzoek ik u aan niemand mee te delen wat u weet van de Saturnische wereld, en zelfs niet de figuur te laten zien die ik zojuist voor u getekend heb, totdat ik het gehele systeem gepubliceerd zal hebben.°)
Mijnheer Jannot toonde me gisteren wat u hem geschreven had aangaande het uurwerk waaraan mijnheer de groothertog liet werken, dat in uitwerking op het mijne moet lijken. Als men u sindsdien andere bijzonderheden erover heeft bericht, zult u me zeer verplichten me ervan op de hoogte te stellen, opdat ik kan weten of zij zich ook van de slinger bedienen. Het was gisteren precies een jaar geleden dat ik het eerste model maakte van dit soort uurwerken. En in de maand juni begon ik de constructie ervan te tonen aan allen die me er naar vroegen; van wie misschien iemand erover bericht heeft naar Italië. Hoewel het ook, zonder dat het een wonder is, gebeurd kan zijn dat iemand anders dezelfde gedachte heeft gehad als ik.
[ *)  De helling van het baanvlak van Titan t.o.v. de Saturnusevenaar is maar 0,3°.]
[ °)  Zie de figuur op p. 21 van Systema Saturnium, met erboven: 17 dec. 1657.]
[ 110 ]
Zeer binnenkort zullen we een zeer groot dergelijk uurwerk zien in de kerktoren van het dorp dat dichtbij de zee ligt, een halve mijl hier vandaan*). De slinger zal 21 voet lang zijn, en ongeveer 40 of 50 pond wegen. Bericht me alstublieft of men ze nog niet te Parijs maakt, hetzij met uw kennis, hetzij met die van een ander. Ik ben met heel mijn hart

        Mijnheer

Uw zeer ootmoedige en zeer toegenegen dienaar
Chr. Huijgens de Zulichem.    


*)  Scheveningen. [Zie p. 125.]



[ 117 ]
No 448.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.

4 januari 1658.

Parijs, 4 Januari 1658.    

        Mijnheer

    Ik zeg u duizendmaal dank voor de eer die u me betoond hebt door me nieuws van u te geven, en me de waarneming mee te delen die u gedaan hebt aan Saturnus, waarvan de ring zich breder begint te laten zien dan we hem de afgelopen zomer zagen. Ik heb nagedacht over uw hypothese, en ik bevind dat ze stand kan houden. Als ik er de tijd voor kan hebben zal ik me wat op deze theorie toeleggen. Ondertussen geef ik u mijn woord van eer dat niemand zal zien en mededeling zal krijgen van wat u mij hebt willen meedelen met zoveel goedheid en hoffelijkheid. Ik was tot mijn grote spijt door wolken verhinderd de laatste maansverduistering 2) waar te nemen, waarop ik me zo goed had voorbereid. De gehele herfst was, samen met het eind van de zomer en het begin van de winter, buitengewoon regenachtig en vochtig.

    Ik zal doen wat ik kan om te vernemen of het uurwerk waaraan mijnheer de Groothertog laat werken vergezeld gaat van een slinger, en ik zal trachten de andere bijzonderheden ervan te weten te komen. Dat grote uurwerk waarover u me spreekt zal mooi zijn om te zien, en het moet heel precies zijn. Als ik terugkom in Holland ga ik het bekijken.

    Ik heb 3 maanden geleden bericht gezonden naar Polen over de nieuwe uitvinding van uw uurwerk, de koningin 3) naar men me schrijft, en de secretaris van de bevelen 4) van hare majesteit hebben opdracht gegeven dat men ze voor hen zou aanschaffen.


2)  Die van 20 december 1657.         3Maria Louisa de Gonzaga [1611 - 1667].
4)  Des Noyers (= Nucerius).        
[ 118 ]
Als zich iets voordoet dat voor u het weten waard is, zal ik niet verzuimen u ervan in kennis te stellen. Ik groet de heren van Leiden, onze goede vrienden, en ik blijf

        Mijnheer

Uw zeer ootmoedige en zeer gehoorzame dienaar
Boulliau.    

    Ik groet mijnheer Bernard 6), ik zal hem op de achtste schrijven.
    Ik verzoek u mij niet aan te duiden als koninklijk bibliothecaris, want ik heb niet de eer het te zijn.

A Monsieur Monsieur Christian Huygens
        A la Haye.

6)  Edward Bernard [1638 - 1697], student te Oxford in juni 1655, werd in 1658 Fellow of St. John's College; in april 1673 benoemd tot Savilian professor of Astronomy, als opvolger van Chr. Wren. Hij bestudeerde vooral oosterse handschriften, en bezocht daartoe Leiden, waar hij er veel aanschafte.



[ 183 ]
No 490.

Christiaan Huygens aan Ism. Boulliau.

13 juni 1658.

13 Jun. 1658.    

        Mijnheer

    U weet, daar mijnheer de ambassadeur de moeite heeft genomen u te schrijven, dat ik in Frankrijk gegadigde ben geworden om privilege te verkrijgen op mijn nieuwe uurwerkuitvinding; hijzelf verzekerde ons eergisteren dat u daartoe al een verzoek had opgesteld. Toen ik dit vernam vond ik dat ik verplicht was u dank te zeggen dat u zo goed was u bezig te houden met deze zaak, en u te verzoeken ermee door te gaan met dezelfde zorg en dezelfde genegenheid; tenminste als het zo gesteld is dat het u voorkomt dat we erin kunnen slagen, en dit verzoek ik u vooral mij te melden.
Het is waar dat ik lange tijd er niet aan gedacht heb me op deze manier mijn uitvinding ten nutte te maken, en ik zou het nooit in mijn hoofd gehaald hebben zonder de ingeving van enkele vrienden, die volhouden dat het mij even geoorloofd is er voordeel uit te trekken, zo mogelijk, als eertijds aan Thales om een monopolie op olijven te maken*), om te tonen dat als hij wilde zijn wetenschap voor hem niet zonder vrucht was. Ik zal u binnenkort de gedrukte beschrijving toezenden van mijn uurwerk, met de figuur, die u alstublieft geheim zult houden totdat de zaak


[ *)  Aristoteles, Politica I, XI.]
[ 184 ]
de ene of de andere uitslag zal hebben. Wat er ook van komt, ik zal niet nalaten uw nieuwsgierigheid te bevredigen door u kijkerglazen te laten krijgen, daar mijnheer Jannot me namens u verzekerd heeft dat u ze nog steeds wilt hebben, nadat u naar huis teruggekeerd bent van de groothertog. Ik zou zeer verheugd zijn ze u zelf te kunnen geven, als ik zou zien dat u terugkeert naar dit land; wat sommigen me doen hopen. U zult me zeggen of ik hen moet geloven. En weest u steeds ervan verzekerd dat ik werkelijk ben

        Mijnheer




[ 185 ]
No 492.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.

21 juni 1658.

Parijs, 21 Juni 1658.    

        Mijnheer

    Ook al heb ik op het ogenblik dat ik u schrijf reuma en koorts, ik zal niet nalaten te antwoorden op uw brief van de 13e van de lopende maand, die te beleefd en te verplichtend is om u niet te getuigen van de gevoelens die ik erover heb.

    Ik ben er zeer boos over dat de verzoeken die ik heb laten indienen bij mijnheer de kanselier 1) om het privilege te verkrijgen dat u wenst, geen succes hadden. Hij heeft tot driemaal toe geweigerd het toe te kennen, en hij heeft steeds geantwoord dat hij niet alle meester-klokkenmakers van Parijs op stang wilde jagen; en dat het zelfs zou kunnen gebeuren dat iemand dit zelfde maaksel van klokken had gevonden. Als er een middel was geweest om het gedaan te krijgen, hadden die welke ik heb toegepast het wel gedaan.


1)  Pierre Seguier [1588 - 1672].
[ 186 ]
U staat sterk op basis van vergelijkbare gevallen en van de rede, maar aangezien deze gunst geheel en al afhangt van mijnheer de kanselier, en hij deze moeilijkheden en hindernissen ziet, is er toch geen middel om het ten einde te brengen.

    Ik ben u zeer verplicht dat u zo goed bent mij de beschrijving van uw uurwerk te willen meedelen, die ik verborgen zal houden, in die mate en zo lang als u me zult opdragen. U wilt aan deze verplichting er nog een toevoegen, die van die kijkerglazen die u me wilt geven. Zeker, mijnheer, dit is teveel hoffelijkheid en welwillendheid ten opzichte van mij, waarvan ik nauwelijks de waarde en de verdienste zal kunnen erkennen. Maar ik zal geen enkele gelegenheid ooit voorbij laten gaan waarbij ik blijken van mijn dankbaarheid kan geven. Ik weet niet na hoeveel tijd ik kan terugkeren naar Holland, noch zelfs of ik er zal terugkeren, omdat ik hier zaken te doen heb, en omdat mijn krachten sterk verminderd zijn door de strengheid van de afgelopen winter, en door de wisselvalligheid van de lente. Op welke plaats en in welke toestand ik me ook bevind, ik zal steeds met genegenheid zijn

        Mijnheer

Uw zeer ootmoedige en zeer gehoorzame dienaar
Boulliau.    

    Mr. Hugens.
A Monsieur Monsieur Christian Hugens
            A la Haye.




No 493.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.

28 juni 1658.

Parijs, de 28e Juni 1658.    

        Mijnheer

    Ik zend u hierbij een belofte gedaan door een onbekende aan degene die de problemen oplost die hij voorstelt 1); als het u zint om eraan te werken, er zijn goudstukken te winnen. Ik voor mij kan er geen tijd voor vrijmaken. Wanneer u


1)  Dit zijn de beroemde problemen, gegeven door Blaise Pascal, onder het pseudoniem Dettonville, die nog vaker genoemd gaan worden. Zie het aanhangsel, No. 494.
[ 187 ]
de oplossing ervan gevonden zult hebben, zendt u hem alstublieft aan mij, opdat ik deze laat paraferen door twee notarissen, en in handen geef van mijnheer Carcavy. Men heeft me een dezer dagen gevraagd naar een boek van u, dat naar men zegt getiteld is 'Exetasis quadraturae circuli Christiani Hugenii' 2). Uw boekhandelaren zouden er enkele exemplaren van naar hier moeten zenden. Ik ben van ganser harte

        Mijnheer

Uw zeer ootmoedige en zeer gehoorzame dienaar
Boulliau.    

    Mr. Hugens.

    Ik verzoek u het ingeslotene te doen toekomen aan de heer van Schooten.


2)  Het werk dat genoemd is in brief No. 95, noot 1. [I, 146]



[ 196 ]
No 499.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens.

19 juli 1658.

Parijs, 19 Juli 1658.    

        Mijnheer

    Ik zend u een blaadje 1) afkomstig van degene die het probleem van de Cyloïde voorstelt, dat hij heeft toegevoegd aan zijn eerste geschrift. Er is er ook één voor mijnheer van Schooten, en ik verzoek u het hem te doen toekomen en hem namens mij te groeten. Mijnheer Mylon, die ze mij in handen gegeven heeft, biedt u en mijnheer van Schooten zijn ootmoedige groeten aan. Ik ben

        Mijnheer

Uw zeer ootmoedige en zeer gehoorzame dienaar
Boulliau.    

A Monsieur Monsieur Christian Hugens
                A la Haye.

1)  Zie het aanhangsel No. 500.



[ 200 ]
No 503.

Christiaan Huygens aan Ism. Boulliau.

25 juli 1658.

Den Haag, 25 Juli 1658.    

        Mijnheer

    Na uw brief van 21 juni te hebben ontvangen, waarin u me bericht hoe weinig mogelijk het leek het privilege te kunnen verkrijgen dat ik had gevraagd, heb ik er niet meer aan willen denken. Ik had alleen spijt dat u nodeloos de moeite hebt genomen, en dat in een tijd waarin rust voor u noodzakelijk was voor het herstel van uw gezondheid. U meldt me in uw laatste brief niet dat u deze herkregen hebt, maar dat neem ik aan, omdat u slechts het gebrek aan tijd aanvoert dat u verhindert de oplossing te zoeken van die problemen van de onbekende.
Ze lijken me voor het merendeel zo moeilijk, dat ik er sterk aan twijfel of degene die ze voorgesteld heeft ze zelf alle zou kunnen oplossen, en ik zou wel willen dat hij ons dit had verzekerd in datzelfde drukwerk. Anders is het zeer gemakkelijk onmogelijke problemen te vinden. Wat betreft de afmeting van het oppervlak CZY, ik heb er niet lang naar behoeven te zoeken.

[ 201 ]
cycloide Er is een geval dat eenvoudiger is dan de andere; dat is wanneer ZY CG middendoor deelt, want dan is het oppervlak CZY driemaal de driehoek COY. Hieraan zal men gemakkelijk zien dat ik ook alle andere ken.
Ik heb bovendien het zwaartepunt gevonden van het gehele oppervlak ACD, en van BCQ, als BQ door het middelpunt van de cirkel CF gaat, of er niet door gaat. En tenslotte de lichamen die deze oppervlakken maken, als elk om zijn basis gedraaid wordt*). Maar het is niet noodzakelijk dat ik ze hier bepaal, en nog veel minder dat ik het bewijs eraan toevoeg, daar ik de rest van de problemen niet gevonden heb, om te kunnen dingen naar de prijs die de schrijver uitlooft.
Hij had een meer exacte definitie van de Cycloïde moeten geven, opdat men wist of hij alleen bedoelt te spreken over die waarvan hij ons de figuur afbeeldt, of ook over de andere soorten. Want als hij ze allemaal omvat, lijkt me dat hij niet de volmaakte afmeting kan vragen van de omvatte ruimte, zonder tegelijkertijd de kwadratuur van de cirkel te vragen. U zult me verplichten als u me hierover enige opheldering geeft, en zo mogelijk ook aangaande de naam van de onbekende. Maar vooral als u me namens hem kunt verzekeren dat wat hij ons voorstelt iets is dat al gevonden is, of althans vindbaar. Want dan zal ik, als ik het niet ten einde kan brengen, tenminste deze hoop hebben dat ik er op een dag over ingelicht zal moeten worden door de geschriften die hij ons belooft. Ik blijf van ganser harte

        Mijnheer

Uw zeer ootmoedige en zeer gehoorzame dienaar
Christiaan Huygens van Zuylichem.    


[ *)  Vgl. brief No. 511 aan R. F. de Sluse.]



[...]




Christiaan Huygens | Ism. Boulliau (top)