Chr. Huygens | < Oeuvres II >

Saturnus , uurwerk , getalprobleem , Boulliau , Kechel , de Sluse , Hudde , Vossius , beweging , privilege


Parels uit brieven 1657-58

Oeuvres Complètes, T. II, 1657-59



[ 1 ]
No 366.

Cl. Mylon aan Christiaan Huygens

5 januari 1657   [<,>]

. . .  J'ay communiquè vos observations a tous nos messieurs et particulierement a Monsieur Bouillaut que j'ay invitè de vostre part d'observer la figure qui luy paroist des anses de Saturne.   . . .  Ik heb uw waarnemingen meegedeeld aan alle heren hier, en in het bijzonder aan mijnheer Boulliau, die ik namens u heb uitgenodigd waar te nemen welke gedaante de oren van Saturnus hem lijken te hebben.

[ 2 ]

. . .  lorsque Monsieur Bouillaut sera en vostre pays dans l'employ de secretaire de l'Ambassade. Il ne sera pas tant attaché aux affaires qu'il n'ait la curiosité de reconnoistre avec vos grandes lunettes le satellite et la figure des Anses qu'il ne peut voir avec les siennes.   . . .  wanneer mijnheer Boulliau in uw land zal zijn als secretaris van de ambassade. Hij zal niet zo door zaken in beslag genomen worden dat hij niet nieuwsgierig is om met uw grote kijker de satelliet en de gedaante van de oren te verkennen, die hij met de zijne niet kan zien.
    Monsieur Frenicle de Becis que vous connoissez par reputation pour estre extremement sçavant dans les nombres m'a prié de scavoir de vous qu'elle portion du Ciel ou de la Lune vous voyez tout a la fois par vos lunettes de 12. et de 23 pieds, de quelle grosseur vous paroissent deux petites isles qui sont au bas de la grande tache occidentale de la Lune que l'on nomme la mer Caspienne, ou La palu meotide*). par la lunette de 5. pieds du Pere Mersenne, il les a veues de la grosseur d'un grain de Cheneuls.       Mijnheer Frenicle de Bessy, die u kent van naam als iemand die buitengewoon veel kennis heeft van getallen, heeft me verzocht van u te weten te komen welk gedeelte van de hemel of van de maan u tegelijkertijd ziet met uw kijkers van 12 en van 23 voet; van welke grootte u de twee eilandjes lijken die liggen onder in de grote vlek op de westkant van de maan, die men de Kaspische zee noemt, of het Meotidische moeras*). Met de kijker van 5 voet van pater Mersenne heeft hij ze gezien ter grootte van een hennepzaadje.

    [ *)   Zie: J. Hevelius, Selenographia, kaart; heet nu Mare Crisium.]





No 368.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

12 januari 1657   [<,>]
[ 5 ]

. . .  Inveni hisce diebus*) novam horologij fabricam, tam accurate tempora dimetientis, ut non parva spes sit longitudines ejus ope definire posse utique si per mare vehi patiatur.
Vale.
Dat. Hagae Com. 12 Jan. 1657.
  . . .  Ik heb een dezer dagen*) een nieuwe constructie uitgevonden van een uurwerk [>], dat zo nauwkeurig de tijd meet dat er niet weinig hoop is dat met behulp ervan de lengtegraad is te bepalen, als het tenminste een zeereis verdraagt. Het ga u goed.
Afgegeven te 's-Gravenhage, 12 jan. 1657.

    *)   De 'Adversaria' tonen aan dat het slingeruurwerk werd uitgevonden in de laatste dagen van december 1656.  [Vgl. brief No. 443 aan Boulliau, 26 dec. 1657: "Het was gisteren precies een jaar geleden dat ik het eerste model maakte".]
[ C. D. Andriesse, Titan kan niet slapen (1993-4), p. 149: "Zijn foefje was om de aandrijving van de slinger te ontlenen aan de aandrijving van de klok en om de regelmaat van de klok te ontlenen aan de regelmaat van de slinger."
Isack Beeckman had in 1631 wel het laatste idee, maar de aandrijving moest komen van een heel groot gewicht.]



[ 7 ]

No 370.

Christiaan Huygens aan Cl. Mylon

1 februari 1657   [<,>]

. . .  A Monsieur de Frenicle vous direz que avec ma lunette de 12 pieds je voy la lune toute entiere a la fois et encore quelque peu d'avantage. Mais avec la grande de 23 pieds, rien que la moytie du diametre, c'est a dire le quart de la superficie.   . . .  Aan mijnheer Frenicle kunt u zeggen dat ik met mijn kijker van 12 voet de hele maan tegelijk zie, en nog een beetje meer. Maar met de grote van 23 voet alleen maar de helft van de middellijn, dat wil zeggen een kwart van het oppervlak.
. . .  puisque ma grande lunette augmente la lune ratione diametri presque cent fois . . . chascune des dites isles m'est representee plus grande que toute la lune. ce qui semble estrange, et est vray pourtant selon l'axiome de l'optique que chasque chose paroit d'autant plus grande que l'angle est grand sous lequel on la voit.   . . .  aangezien mijn grote kijker de middellijn van de maan bijna honderd keer vergroot . . . elk van de genoemde eilanden voor mij groter wordt weergegeven dan de hele maan. Wat vreemd schijnt, en toch waar is volgens de regel van de optica, dat elk ding des te groter verschijnt naarmate de hoek waaronder men het ziet groter is.



[ 12 ]

No 374.

P. de Fermat aan Cl. Mylon

Aanhangsel III bij No. 371.

    Proposuit Dominus Defermat omnibus Arithmeticis per Dominum Digby.
    Invenire Cubum qui additus omnibus suis partibus aliquotis conficiat quadratum.
      De heer de Fermat heeft door bemiddeling van Digby aan alle wiskundigen voorgesteld:
    Te vinden een derde macht die, opgeteld bij al zijn delers, een kwadraat maakt.
[ 13 ]
    Ut numerus 343 est Cubus a latere 7. omnes ejus partes aliquotes sunt 1. 7. 49. quae adjunctae ipsi 343. conficiunt numerum 400. qui est quadratus a latere 20.
    Quaeritur alius Cubus ejusdem naturae.
      Zoals het getal 343 een kubus is van zijde 7, en al zijn delers zijn 1, 7, 49, die opgeteld bij 343 zelf het getal 400 maken, wat een vierkant is van zijde 20.
    Gevraagd wordt een andere derde macht van dezelfde aard.
    Quaeritur etiam numerus quadratus, qui additus omnibus suis partibus aliquotis conficiat numerum Cubum.
    Monsieur Defrenicle a resolu ces questions, et Monsieur Martin qui en a les solutions les fait imprimer a ce qu'on m'a dit.
      Gevraagd wordt ook een kwadraatgetal, dat opgeteld bij al zijn delers een kubiek getal maakt.
    Mijnheer de Frenicle heeft deze vragen opgelost, en mijnheer Martin*), die er de oplossingen van heeft, laat ze drukken naar men me gezegd heeft.°)

    *)   Claudius Martinus Laurenderius, medicus te Parijs. Fermat zond hem de eerste uitdaging die hij meedeelde aan W. Boreel; deze zond haar aan J. Golius te Leiden voor Fr. van Schooten. Laurendière publiceerde La Metoposcopie de H. Cardan, 1658 met "achthonderd figuren van het menselijk gezicht".  [O.C. VI, add. et corr. p. 649.  Wikipedia: Metoscopy.]  
    [ °)   Bernard Frenicle, Solutio duorum problematum circa numeros cubos & quadratos, 1657. Zie ook het eind van No. 388.]



[ 28 ]

No 387.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens

27 april 1657   [>]

Den Haag, 27 april 's avonds.    

    Vous excuserez je m'asseure les occupations dans lesquelles je me trouve, qui m'ont empesché d'aller vous rendre en personne les civilitez que je vous doibs, & vous donner des tesmoignages du ressentiment que je conserve de l'honneur que vous m'avez faict pendant vostre sejour a Paris, ou vous m'avez faict la faveur de me voir quelques fois [<]. en attendant que je m'acquite de ce devoir je vous escris ce billet, & je vous envoye un exemplaire de mon livre de spiralibus*).       U zult mij verontschuldigen, naar ik me verzeker, voor de bezigheden waarin ik me bevind, die me belet hebben u het beleefdheidsbezoek te brengen dat ik u verschuldigd ben, en u de erkentelijkheid te betuigen die ik houd voor de eer die u me aandeed gedurende uw verblijf in Parijs, waar u zo goed was me enkele malen te bezoeken [<]. In afwachting van het voldoen aan deze plicht schrijf ik u dit briefje, en ik zend u een exemplaar van mijn boek 'Over spiralen'*).

spiraal in verdeelde cirkel     *)   Zie brief No. 279 [I, 400: De lineis spiralibus demonstrationes novae, 1657; figuur: p. 55].


[ 34 ]

No 392.

Christiaan Huygens aan Samuel Kechel

juni 1657

    Heri me Bullialdus convenit, petijtque enixe ut si qua fieri posset deliquium lunae quod in 25 hujus mensis scis incidere, non inobservatum transire sineremus.       Gisteren heeft Boulliau mij bezocht, en dringend gevraagd als het enigszins mogelijk was de maansverduistering [>], die naar u weet op de 25e van deze maand valt, niet zonder waarneming voorbij te laten gaan.

[ 35 ]

. . .  pendula ista, . . . an non ratione aliqua continuus illorum motus fieri posset simulque numerandi taedium tolli.

  . . .  die slingers, . . . of niet op een of andere manier hun beweging aanhoudend gemaakt kon worden, en tegelijk het vervelende tellen overbodig.

. . . ut sumpto horologio, qualibus uti solemus, dentatis rotis coaptato, parti illi quae totius cursum moderatur ultro citroque oberrando, nostrates Onrust vocant, quasi 'apauson' dicas, ut illi inquam non horizontaliter jacenti, sed perpendiculariter constituto pendulum affigerem, ex virgula ferrea non flexili dependens. Quod cum fecissem, ac porro pondus suum horologio appendissem, evenit planè sicut mente perceperam . . .   . . . dat, genomen een uurwerk [<,>] zoals we gewoonlijk gebruiken, ingericht met tandwielen, aan dat gedeelte dat de loop van het geheel regelt door heen en weer te bewegen (de onzen noemen het Onrust, alsof je zegt 'zonder ophouden') dat ik daaraan, zeg ik, als het niet horizontaal ligt maar loodrecht is opgesteld, een slinger zou vast maken, hangend aan een onbuigzaam ijzeren staafje. En toen ik dit gedaan had, en verder aan het uurwerk zijn gewicht gehangen had, kwam het net zo uit als ik me had voorgesteld . . .




No 397.

Christiaan Huygens aan R. F. de Sluse

27 juli 1657   [>]
[ 42 ]

. . .  Et semper quidem illa maxime contemplatione digna existimavi in quibus non nuda ac simplex figurarum Geometricarum consideratio locum haberet, sed harum vis atque efficacia ad veritates quasdam in re Physica aliave eruendas traduceretur. Quanquam et ipsa mera Geometria non exiguam voluptatem cultoribus suis adferat.   . . .  En steeds heb ik wel het meest datgene het beschouwen waard gevonden, waarin niet alleen het enkel overwegen van meetkundige figuren een plaats had, maar waarin hun kracht en werkzaamheid aangewend werd voor het opdelven van enige waarheden in natuurkundige of andere zaken. Hoewel ook de zuivere meetkunde zelf aan haar beoefenaars niet weinig genoegen brengt.




No 399.

Christiaan Huygens aan R. F. de Sluse

13 aug. 1657   [<,>]
[ 45 ]

. . .  Quod si tamen longioris operae problema desideras, sequens examines quaeso.   . . .  Als u echter een probleem wenst dat meer moeite kost, vraag ik u het volgende te bekijken:
cirkel en driehoek
Dato speculo sphaerico convexo ADE, et punctis extra ipsum, B, C, quorum hoc visibile representet, illud oculum, invenire punctum reflexionis D.
Mihi in toto Alhasenis opere nihil memorabile praeter hoc unum occurrit, semperque miratus sum illum absque Algebrae auxilio id construere potuisse.
  Gegeven een bolle spiegel ADE, en de punten B en C er buiten, waarvan het laatste een object voorstelt en het eerste het oog; te vinden het punt van terugkaatsing D.
In het gehele werk van Alhazen ben ik behalve dit ene ik niets tegengekomen dat het vermelden waard is, en ik ben nog steeds verbaasd dat hij het zonder hulp van de algebra heeft kunnen construeren.




[ 46 ]
No 400.

Christiaan Huygens aan ? *)

App. bij No. 399

    Ratio quaedam exquisita ac simplex, temporum dimetiendorum ratio astronomis ab annis plus minus 27 usurpari coepta est, etenim qui pondere ex filo appenso et vibrationes reciprocas edente aequalia temporis momenta illius itu redituque colligunt. Cujus sane inventi author Galileus Galilei habendus est, cum primus omnium de aequalitate ejusmodi oscillationum mentionem fecisse comperiatur.       Een uitgelezen en eenvoudige methode om tijden te meten is ongeveer 27 jaar geleden door de sterrenkundigen in gebruik genomen; met een gewicht namelijk dat aan een draad is gehangen, en dat slingeringen geeft die op hun weg terugkeren, verkrijgen zij uit het heen en weer gaan ervan gelijke tijdsduren. En als bedenker van deze uitvinding is zeker te beschouwen Galileo Galilei, aangezien bevonden wordt dat hij als eerste van allen melding heeft gemaakt van de gelijkheid van dergelijke schommelingen.
Cum autem saepe eo cogitationem intendissem, quo pacto continua fieri posset penduli agitatio illa, simulque auferri numerandi labor, ut ita quamlibet longo tempori dimetiendo sufficeret tandem, ineunte hoc anno 1657 utrumque assecutus sum nova horologij inventione reperta, cujus et fabricationem et usum hic describam.   Toen ik dan vaak mijn gedachten daarop gericht had, hoe die slingerbeweging aanhoudend gemaakt kon worden, en tegelijk de moeite van het tellen weggenomen, opdat hij zo tenslotte geschikt zou zijn voor het meten van een tijd zo lang als men wil, heb ik begin van dit jaar 1657 beide bereikt, met de nieuwe uitvinding van het uurwerk [<,>], waarvan ik hier zowel de bouw als het gebruik zal beschrijven.

    *)   Dit onvoltooide stuk is geschreven op de achterkant van het concept van No. 399.
[ Vergelijk de beschrijving van de uitvinding in de brief aan Kechel, op p. 35.]




No 401.

R. F. de Sluse aan Christiaan Huygens

14 aug. 1657   [<,>]
[ 47 ]
parel van de Sluse
. . .  Figura curvilinea est, cuius axis AB omnes in angulo recto applicatas bifariam dividit: Eius autem hec est proprietas, quod applicatis quibuslibet CID, EVF, eam habeat rationem CD ad EF, quam solidum ex quadrato AI in IB, ad solidum ex quadrato AV in VB. Hic tria a Te peto, 'tetragônismon', tangentem, centrum gravitatis. quae, scio, pro tuâ humanitate et doctrinâ facile praestabis.   . . .  Er is een kromlijnige figuur, waarvan de as AB alle verbindingslijnen die er loodrecht op staan doormidden snijdt; en de eigenschap ervan is deze, dat bij willekeurige verbindingslijnen CID en EVF de verhouding van CD tot EF gelijk is aan het lichaam gevormd door het vierkant van AI en IB, tot het lichaam gevormd door het vierkant van AV en VB. Deze drie dingen vraag ik van u: de kwadratuur*), de tangens, en het zwaartepunt. En ik weet dat u die, overeenkomstig uw vriendelijkheid en kennis, gemakkelijk zult geven.

    [ *)  Het vierkant met een even grote oppervlakte (^), dus: de oppervlakte. ]
[ Zulke figuren heten 'parels van de Sluse'. Huygens gaf snel het gevraagde, zie de brief van 3 sept.]




[ 48 ]
No 402.

R. F. de Sluse aan Christiaan Huygens

24 aug. 1657   [<,>]

    Observationem deliquij lunaris ultimi [<], Româ heri ad me allatam mitto ecce ad Te, quam pro eo quo praeclaras hasce disciplinas prosequeris affectu non invitus, scio, videbis. Nobis hic nullam 'tèrèsin' facere licuit, ita caelum unâ perpetuâque nube obductum conatus nostros elusit.       Een waarneming van de laatste maansverduistering [<], mij gisteren uit Rome gebracht, zend ik u hierbij, en gezien die hartstocht waarmee u deze edele wetenschap behandelt, weet ik dat u deze niet ongaarne zult bekijken. Ons was waarnemen hier niet mogelijk, zozeer verijdelde een voortdurend bewolkte hemel onze pogingen.




[ 59, 60 ]
No 409, 410.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

27 april 1657.

App. bij No. 408, 28 sept. 1657   [<,>]

[ Huygens als vertaler ]  [<]


Christianus Hugenius   Aen Myn Heer
Clarissimo Viro D. Francisco Schotenio   Franciscus van Schooten.
S.D.           Myn Heer
    Cum in editione elegantissimorum ingenij tui monumentorum, quam prae manibus nunc habes, Vir Clarissime, id inter caetera te spectare sciam, ut varietate rerum, quarum tractationem instituisti, ostendas quàm latè se protendat divina Analytices scientia, facilè intelligo etiam illa plurimum proposito tuo inservire posse, quae de aleae ratiocinijs conscripsimus; quanto enim minus rationis terminis comprehendi posse videbantur, quae fortuita sunt atque incerta, tantò admirabilior ars censebitur, cui ista quoque subjacent.
    . . .
      Naer dien ick weet dat VE. de loffelijcke vruchten van sijn vernuft ende arbeyt in 't licht gevende, onder anderen dit ooghmerck heeft, namentlijck om door de verscheydenheyt der verhandelde stoffen te bethoonen hoe wijt onse uytnemende Konst van Algebra sich uytstreckt; soo en twijffele ick oock niet, of het geene ick van de Rekeningh in Spelen van geluck beschreven heb, sal tot VE. opset niet ondienstigh zijn. Want soo veel te swaerder als het scheen, door reden te konnen bepalen het geene onseker is ende het geval onderworpen, soo veel te meer verwonderinghs waerdigh sal die wetenschap schijnen, waer door sulcx kan werden te weeghe gebracht.
    . . .

    Zo begint het voorwoord van zijn werk (gepubliceerd door Fr. van Schooten) 'De ratiociniis in ludo aleae' (1657) en 'Van rekeningh in spelen van geluck' (1660).




[ 94 ]
No 434.

Fr. van Schooten aan Christiaan Huygens

11 dec. 1657   [<,>]

    Responsum tuum, Vir Clarissime, ad quaestiones a Domino Huddenio tibi rursus propositas, accepi eo ipso momento, quo ille me hic Leydae una cum Domino van Heuraet invisit; qui erat alter, cui et Domini Sluzij quaestionem [<] quaerendam proposueram, quemque in eandem cum praedicto Huddenio solutionem incidisse post deprehendi.       Uw antwoord, weledele heer, op de vragen door de heer Hudde weer aan u gesteld, ontving ik op hetzelfde ogenblik dat hij me hier te Leiden bezocht, tegelijk met de heer van Heuraet; en deze was de ander aan wie ik ook de vraag van de heer de Sluse [<] voorgelegd had om te onderzoeken, en ik heb daarna bevonden dat hij op dezelfde oplossing is gestuit als de genoemde Hudde.

[ 95 ]

. . .  Caeterum si microscopium, quod ipsemet parasti tibi, et a quoquam optimum commendari audio, commodari mihi non denegaveris, brevi illud tibi, si vel ipsemet eo impraesentiarum non utaris, in integrum cum omnimoda gratiarum actione restitutum iri, polliceor.   . . .  Overigens, als u de microscoop, die u voor uzelf gemaakt hebt, en die als zeer goed wordt aanbevolen naar ik van iemand hoor, aan mij zou willen uitlenen, beloof ik dat hij u, als u hem ten minste voor het ogenblik niet zelf gebruikt, in de vorige toestand teruggebracht gaat worden met volledige dankbetuiging.




No 443.

Christiaan Huygens aan Ism. Boulliau

26 dec. 1657   [<,>]
[ 109 ]
. . .  Le 17 decembre j'ay veu Saturne avecq ma grande lunette pour la premiere fois apres qu'il a passè le soleil, et me suis resjoui en le trouvant justement de la forme que j'avois predite, suivant mon Hypothese de l'anneau.
. . .  Cependant je vous supplie de ne communiquer à personne ce que vous scavez du monde Saturnien, ny mesme de faire voir la figure que je viens de vous tracer, jusques à ce que j'auray publiè tout le syteme.
  . . .  Op 17 december heb ik Saturnus gezien met mijn grote kijker, voor de eerste maal nadat hij de zon gepasseerd is, en ik verheugde me dat ik hem aantrof met precies de vorm die ik voorspeld had, volgens mijn hypothese van de ring.
. . .  Ondertussen verzoek ik u aan niemand mee te delen wat u weet van de Saturnische wereld, en zelfs niet de figuur te laten zien die ik zojuist voor u getekend heb, totdat ik het gehele systeem gepubliceerd zal hebben.




[ 110 ]
No 444.

Christiaan Huygens aan Fr. van Schooten

28 dec. 1657   [<]

    Binis tuis responsum debeo, quarum alterae 1) Domini Huddenij Heuratijque literas inclusas 2) ferebant, quas ecce tibi restitutio, alterae a Domino van Loon mihi traditae 3). His iterato petis a me ut microscopij mei usum tibi commodem: quod equidem misissem tibi continuo si penes me habuissem. Verum illud mihi Dominus Vossius abstulerat paucis ante diebus, quam te desiderare intellexi; neque adhuc repetere audeo, ne fortasse et ipse a me repetat Pappi exemplar graecum manuscriptum 5), cujus mihi copiam fecit. Rogo itaque ut paucorum adhuc dierum moram perferas. nam fratris mei perspicillum ejus generis, quod tibi mittere decreveram, nequaquam tam bonum atque meum esse experior.       Op twee van uw brieven ben ik antwoord schuldig, de ene 1) had brieven van de heer Hudde en van Heuraet ingesloten 2), die ik hier aan u terugzend, de andere werd mij door de heer van Loon overhandigd 3). Hierin vraagt u tweemaal van me dat ik u het gebruik van mijn microscoop verschaf; en die zou ik zeker terstond aan u gezonden hebben als ik hem in mijn bezit had gehad. Maar de heer Vossius heeft hem van me weggehaald enkele dagen voordat ik vernam dat u hem wenste; en ik durf hem nog niet terug te vragen, anders vraagt hij misschien ook van mij terug een Grieks handschrift van Pappus 5), dat hij me ter beschikking stelde. Ik verzoek u dus nog enkele dagen geduld te hebben. Want ik zie dat mijn broers kijker van deze soort, die ik besloten had aan u te zenden, lang niet zo goed is als de mijne.

    1)  No. 434 [<]         2)  No. 435-7 [<]         3)  No. 440 [<]         5)  Nu in de UB Leiden.




No 450.

R. F. de Sluse aan Christiaan Huygens

8 jan. 1658   [<]

[ 123 ]
. . .  De Tuis motus regulis censeo et hortor ut brevi edantur in lucem. Nec est quod diversa sentientium autoritas te moveat; frustra enim hominum praeiuditijs condemnatur, quem ratio absolvit.   . . .  Over uw bewegingsregels acht ik het goed, en ik spoor u aan ze binnenkort te publiceren. Laat u niet laten leiden door het gezag van mensen die het anders zien; tevergeefs immers wordt iemand door vooroordelen van mensen veroordeeld, als de rede hem vrijspreekt.




No 477.

Christiaan Huygens aan J. Chapelain

28 maart 1658   [<]

[ 157 ]
Saturnus met ring

    . . . anagramme . . .
  a c d e g h i l m n o p q r s t u 
  7 5 1 5 1 1 7 4 2 9 4 2 1 2 1 5 5.


    Ces lettres estant rangées sont ces mots
Annulo cingitur tenui, plano, nusquam cohaerente ad eclipticam inclinato.
      Rangschikking van deze letters geeft de woorden:
Door een ring wordt hij omgeven, een dunne, vlakke, nergens vastzittend, hellend ten opzichte van de ecliptica.

[ 160 ]

. . .  quand l'anneau de Saturne sera devenu aucunement large nous verrons le satellite, tantost a costè vers ou les bras de la planete s'estendent; tantost dessus et tantost dessous, comme dans la figure prochaine. le quel spectacle commencera pour moij en l'annee suivante . . .   . . .  wanneer de ring van Saturnus enigszins breed geworden is, wij de satelliet nu eens terzijde zullen zien naar waar de armen van de planeet zich uitstrekken, dan weer bovenaan, dan weer onderaan, zoals in de volgende figuur. Dit schouwspel zal voor mij*) beginnen in het volgende jaar . . .
. . .  donnera nouvelle matiere de speculation aux Philosophes. Au moins ne semblera t elle pas de petite importance à ceux qui scavent que Saturne est un corps dont le diametre egale 8 ou dix fois celuy de la terre. et ne tienent pour impossible qu'il y ait la des creatures qui regardent cette planete avec son anneau et sa lune de plus pres que nous ne faisons.   . . .  nieuwe stof tot bespiegeling zal geven aan onze natuurfilosofen. Het zal tenminste niet van gering belang toeschijnen aan hen die weten dat Saturnus een lichaam is waarvan de middellijn gelijk is aan 8 of tien maal die van de aarde; en die het niet voor onmogelijk houden dat er daar schepselen zijn die deze planeet met zijn ring en zijn maan van veel dichterbij bekijken dan wij doen.°)

    [ *)  Anderen konden de maan van Saturnus nog niet zien.]
    [ °)  Nu bekijken wij Saturnus van dichtbij: Solar System Simulator - Show me Saturn as seen from Cassini.]
[ Zie A. van Helden, 'Saturn and his Anses', in: Journ. Hist. Astr., 5 (1974) 105-121 en '"Annulo Cingitur": The Solution to the Problem of Saturn', ibid. 155-174.]

[ 161 ]

    J'adjousteray maintenant en peu de mots en quoy consiste l'invention des Horologes qui pour estre assez simple en à semblè plus belle.       Ik zal nu in weinig woorden bijvoegen waaruit de uitvinding van de uurwerken [<,>] bestaat, die vrij eenvoudig was en daarom des te mooier leek.
slinger met onrust, 2x
Imaginez vous que AB est le balancier d'une horologe ordinaire erigè perpendiculairement lequel par le moyen de la roue de rencontre comme ceux du mestier l'appellent recoit un mouvement alternatif. A ce balancier est attachè fermement une petite verge de cuivre, BC. . . .   Stel u voor dat AB de loodrecht opgerichte 'onrust' is van een gewoon uurwerk, die door middel van het 'schakelrad' (zoals de mensen van het vak het noemen) een heen en weer gaande beweging ontvangt. Aan deze onrust is stevig vastgemaakt een staafje van koper BC, . . .

    [ Zie: R. Plomp, 'The earliest Dutch and French Pendulum clocks, 1657-1662'.]



[ 183 ]

No 490.

Christiaan Huygens aan Ism. Boulliau

13 juni 1658   [<,>]

. . .  que je suis devenu sollicitant en France pour obtenir Privilege de ma nouvelle invention d'Horologe.
. . .  ne m'en serois jamais avisè sans la suggestion de quelques amis, qui soustienent qu'il m'est autant permis d'en tirer de l'avantage si je puis comme autrefois a Thales de faire monopole d'Olives*), pour monstrer que quand il vouloit sa science ne luy estoit pas infructueuse. Je vous envoyeray bien tost la description de mon Horologe imprimèe avec la figure . . .
  . . .  dat ik in Frankrijk gegadigde ben geworden om privilege te verkrijgen op mijn nieuwe uurwerk-uitvinding [<,>]
. . .  ik zou het nooit in mijn hoofd gehaald hebben zonder de ingeving van enkele vrienden, die volhouden dat het mij even geoorloofd is er voordeel uit te trekken, zo mogelijk, als eertijds aan Thales om een monopolie op olijven te maken*), om te tonen dat als hij wilde zijn wetenschap voor hem niet zonder vrucht was. Ik zal u binnenkort de gedrukte beschrijving toezenden van mijn uurwerk, met de figuur . . .°)

    [ *)  Aristoteles, Politica I, XI — Engl..]
    [ °)  Antwoord in No. 492: het privilege werd niet gegund, Seguier "ne vouloit pas faire crier apres luy tous les maistres horologeurs de Paris" (niet alle meester-klokkenmakers van Parijs op stang wilde jagen).]





No 512.

Christiaan Huygens aan J. Wallis

6 september 1658   [<]
[ 213 ]

titelpagina Horologium
. . .  Mitto una cum his descriptionem*) horologij nostri de quo proculdubio ad te rumor jam pervenerit. Nam et ex vestratibus Domino Williamson alijsque illud ostendi, et in Angliam jam pridem aliquot ejus generis automata deportata esse scio. Plurimum negotij mihi hoc inventum vel potius scelestorum hominum ejus occasione improbitas dedit, fuitque in causa quo minus tractatum astronomicum de Saturni systemate diu promissum edere adhuc licuerit.   . . .  Ik zend u hierbij de beschrijving*) van ons uurwerk [<], waarvan het gerucht u ongetwijfeld al bereikt heeft. Want ook aan uw mensen heb ik het laten zien, aan de heer [Sir Joseph] Williamson en anderen, en ik weet dat er al lang geleden enige van dit soort automaten naar Engeland vervoerd zijn. Zeer veel bezigheid gaf me deze uitvinding, of liever de onbeschaamdheid van misdadige mannen°) ter gelegenheid ervan, en het was er de oorzaak van dat ik de lang beloofde sterrenkundige verhandeling over Saturnus nog niet kon uitgeven.

    *)  Christiani Hvgenii à Zvlichem, Const. F. Horologivm, den Haag (Vlacq) 1658.  [Ned., Engl.]
    °)  Zoals Simon Douw [<].





No 518.

Christiaan Huygens aan J. B. Hodierna

24 september 1658
[ 224 ]

. . .  Et nunc ultimò quidem vera ejus figura haec fuit quae nec à Tuo systemate nec ab Heveliano ullo modo existere queat.   . . .  En nu was juist de laatste maal zijn ware gedaante de volgende, die volgens uw systeem, en volgens dat van Hevelius, op geen enkele manier kan voorkomen.
Saturnus met uitsteeksels
. . .  Te vero Mediceorum motibus invigilare libens intelligo; quorum si accuratas tabulas habere possimus, quae nobis ipsissima conjunctionum cum Jove tempora praedicant, harum simul et horologij nostri auxilio, longitudinum scientiam perfici posse, magne me spes tenet.   . . .  Maar dat u de bewegingen van de Mediceïsche manen volgt, dat verneem ik met genoegen; als we daarvan nauwkeurige tabellen kunnen verkrijgen, die ons de precieze tijden van de samenstanden met Jupiter voorspellen, heb ik goede hoop dat we met behulp daarvan, en tegelijk van ons uurwerk, de kennis van de lengtegraad kunnen vervolmaken.

    [ Figuur van T. XV, p. 39.]



[ 226 ]

No 519.

Ism. Boulliau aan Christiaan Huygens

Parijs, 27 september 1658   [<,>]

    . . .
    Je vous conjure de mettre au plustost au jour vostre systeme de Saturne, afin que le public puisse jouir de vos inventions. Je vous suis tresobligé de la continuation
      . . .
    Ik bezweer u dat u zo spoedig mogelijk uw systeem van Saturnus in het licht geeft, opdat het publiek van uw bevindingen kan genieten. Ik ben u zeer verplicht voor het

[ 227 ]

de vostre bonne volonté & de la faveur qu'il vous plaist de me faire en me donnant des verres pour adjuster une grande Lunette comme la vostre; j'en conserveray la memoire toute ma vie, & la gratitude deüe a un don si exquis; car je me recognois incapable de vous pouvoir rendre aucun service qui puisse egaler une telle courtoisie.   voortzetten van uw welwillendheid en voor de gunst die u mij wilt doen door me glazen te geven om een grote kijker zoals de uwe in te richten; de herinnering eraan, en de voor een zo uitmuntende gift verschuldige dankbaarheid, zal ik mijn hele leven bewaren; want ik zie me niet in staat u enige dienst te kunnen bewijzen die zo'n hoffelijkheid kan evenaren.
    Monsieur Golius m'a fait advertir par Monsieur Bigot, que l'on voit l'estoile, qui se monstra en 1601, in eductione colli Cygni qui fut observee par les Astronomes de ce temps la, & qui depuis estoit devenue si obscure & si peu apparente que je n'ay jamais pu la descouvrir qu'avec les Lunettes. Il est vray qu'elle paroist a present & je la voy tres claire de la 3e. grandeur. Il y a 12. jours que regardant la constellation du Cygne je m'en apperceus, mais je ne fis pas dessus assez de reflexion. Il y a lieu de croire que cette estoile se trouvant dans la voye lactee, la matiere lumineuse de cellecy se sera conglobee au tour de cette estoile, & il est tres probable que cette voye lactee fournit la matiere a telles generations . . .       Meneer Golius heeft me via meneer Bigot ervan verwittigd dat ze de ster zien die zich in 1601 vertoonde, in het onderste van de hals van de Zwaan*), waargenomen door de sterrenkundigen van die tijd, en die sindsdien zo zwak was geworden en zo onduidelijk dat ik hem zonder kijker niet kon ontdekken. Het is waar dat hij nu verschijnt en ik zie hem heel duidelijk, van de 3e grootte. 12 dagen geleden merkte ik hem op bij het kijken naar het sterrenbeeld Zwaan, maar ik heb er verder niet over nagedacht. Er is reden om te geloven dat, omdat deze ster zich in de Melkweg bevindt, de lichtgevende materie hiervan zich zal hebben samengebald rondom deze ster, en het is heel waarschijnlijk dat deze Melkweg de materie levert voor zulk ontstaan . . .

nieuwe ster P-Cygni     *)  Zie p. 225, noot 10: volgens Kepler in 1600 ontdekt door Willem Jansz. Blaeu, die hem aangaf op een globe.
[ Zie de figuur bij Planetarium Zuylenburgh.]

[ Joh. Kepler, De stella tertii honoris in Cygno (1606), p. 164-168.]
[ P Cygni staat aangegeven op kaart IX in Bayer, Uranometria (1603).]

Na verdwijning (1621) vond Cassini hem in 1655 terug.

[ 400 jaar na de ontdekking hield Armagh Observatory de P Cygni 2000 Workshop.]




Christiaan Huygens | II | Parels uit brieven 1657-58 (top) | 1659