Chr. Huygens | Varia | Brontekst

Uit: Opera Varia (1724), ed. Willem Jacob 's Gravesande

portret

[ vii ]

Huygens' leven

C

hristiaan Huygens werd geboren in 's-Gravenhage op 14 april 1629. Zijn vader was Constantijn Huygens, ridder, heer van Zuylichem, Zeelhem, en Monnikenlandt, die secretaris en raadgever geweest is van drie Oranje-prinsen.   Zijn moeder was Susanna van Baerle.

    Hij heeft zijn gehele leven besteed aan wiskundige studiën, niet alleen zich overgevend aan bespiegelingen, maar het meest verfijnde van deze vakken herleidend tot de praktijk van het leven.   Van kindsbeen af heeft hij zijn verstand op deze studie gericht; amper negen jaar oud heeft hij, onder leiding van zijn vader, verbazende en bijna ongelooflijke vorderingen gemaakt in de muziek, de rekenkunde en de aardrijkskunde, onderwijl het verstand richtend op de Latijnse en Griekse letteren.

    Op een leeftijd van dertien jaar heeft hij laten zien hoezeer zijn vernuft voor beoefening van de werktuigkunde geschikt was — dat hij met zoveel nut voor de mensen daarna ontwikkeld heeft — bij het onderzoeken van werktuigen, en door deze na te bootsen, voorzover als het voor een kind mogelijk was.

    In 1644 begon hij met de studie van de wiskundige vakken, en als leermeester had hij de Nederlandse wiskundige Stampioen.
    Het volgende jaar begaf hij zich naar de universiteit, die bij de Bataven in Leiden is. Daar was hij toehoorder toen Vinnius het burgerlijk recht uitlegde, en met van Schooten als leraar zette hij de wiskundige studie voort,

[ viii ]

en van zijn aangeboren talent voor deze studies gaf hij toentertijd verschillende voorbeelden, en al snel verwierf hij onder wiskundigen een goede naam, die standhield door de jaren heen.
    Doch de rechtenstudie heeft hij voortgezet in Breda, in 1646, 1647 en 1648, bij gelegenheid van de daar toentertijd opgerichte illustere school, die mede aan de zorg van zijn vader was toevertrouwd.
    Nadat hij het volgende jaar naar den Haag was teruggekeerd, bezocht hij Holstein en Denemarken, in het gevolg van graaf Hendrik van Nassau.   Hevig verlangde hij ernaar zijn reis te verlengen tot in Zweden, om Descartes te bezoeken, wat hem niet vergund werd, daar het gezantschap van de graaf al snel beëindigd werd.

    In 1651 gaf hij een verhandeling uit:   [Theorema's] over de kwadratuur van de hyperbool, ellips en cirkel, bij gegeven zwaartepunt van delen. *{Zie pag. 309.}
    Ik verzoek wiskundige lezers dit boek te bekijken, en te bezien of Huygens niet terecht al in zijn jeugd onder de grootste wiskundigen gerekend is.
    In hetzelfde jaar en volgende jaren schreef hij verschillende dingen over lichtbreking en dioptrica, die uitgegeven zijn in de nagelaten werken.

    In 1655 begaf hij zich naar Frankrijk, en in Angiers is hij als doctor in de rechten ingeschreven. [<]
    In hetzelfde jaar hield hij zich, met zijn broer Constantijn, bezig met het slijpen van lenzen, die voor grotere telescopen moesten dienen.

[ ix ]

Een telescoop van tien voet bouwde hij, die naar zijn eigen overtuiging alle andere uit die tijd overtrof.   Met behulp daarvan ontdekte hij een begeleider van Saturnus.   Voor de sterrenkundigen waren toentertijd alle satellieten van deze planeet onbekend, en pas vele jaren later heeft Cassini de overige vier ontdekt, waarvan één verder van Saturnus is dan die van Huygens.

    Niet meteen heeft hij het feit, dat het nieuwe hemellichaam aan hem bekend was geworden, meegedeeld aan de sterrenkundigen, aan wie hij evenwel de vondst liet weten, verhuld in de volgende woorden en letters:
    Admovere oculis distantia sidera nostris VVVVVVVCCCRRHNBQX.  [ Verre hemellichamen dichterbij onze ogen gebracht.]
    En deze woorden en toegevoegde letters heeft hij op de lens zelf gegrift.
    De verklaring is: Saturno Luna sua circumducitur diebus sexdecim horis quatuor.  [ Rondom Saturnus loopt zijn maan in zestien dagen en vier uren.]   Later heeft hij evenwel de periode van deze maan nauwkeuriger bepaald. *{Zie pag. 551.}
    Het raadsel wordt verklaard door omzetting van de letters.

    Gedurende vele jaren spande hij zich met zijn broer bedrijvig in voor het slijpen van lenzen, waarmee hij nieuwe dingen aan de hemel zou kunnen ontdekken, vooral vanaf 1681 tot 1687 [<], en deze kunst hebben ze vervolmaakt; vele grotere telescopen hebben ze gebouwd met zeer nauwkeurig afgewerkte lenzen.

[ x ]

Onder deze lenzen steken er twee boven de overige uit, door de grote afmeting van de telescopen waarvoor ze moesten dienen, en, als we onze maker mogen geloven, door hun voortreffelijkheid *{Zie pag. 698.}; de grootste was bestemd voor een telescoop van tweehonderd en tien voet [<], de andere voor een telescoop van honderd en zeventig voet. Deze twee bezit Engeland nu [^].   Veel andere lenzen voor telescopen van meer dan honderd voet, zoals ook voor kleinere, zijn nog steeds aanwezig bij de erfgenamen.

    In 1656 schreef hij een verhandeling over berekeningen bij het dobbelspel *{Zie pag. 723.}, deze is uitgegeven aan het eind van de Mathematische oeffeningen van van Schooten.   In deze verhandeling liet hij een methode zien om zelfs het lot te onderwerpen aan wiskundige berekening, en als eerste publiceerde hij de beginselen van een kunst die na hem tot een volmaaktheid gebracht is die nauwelijks te vermoeden was.

    In 1657 heeft hij als eerste van de stervelingen de tijd zeer nauwkeurig gemeten, toen hij slingers aan uurwerken koppelde.   Vòòr hem maten de sterrenkundigen de tijd wel met gebruik van slingers, maar dat was voor korte tijdsduren, daar zulke slingers een mens nodig hadden om ervoor te zorgen dat ze in beweging bleven.   Doch hij gaf met behulp van uurwerken aan de slingers een zo goed als eeuwige beweging, want de uurwerken werden door gewichten aangedreven, die opgetrokken konden worden zonder dat hun werkzaamheid op de uurwerken veranderde.

    Hij was ervan overtuigd dat zulke uurwerken ook op zee in gebruik konden komen, en dat er behalve deze verder niets vereist werd voor het bepalen van de lengtegraden.

[ xi ]

    Het is immers bekend, dat de oplossing van dit praktische probleem van de lengtegraden, al lange tijd verlangd en nog sterk te verlangen, afhangt van een precieze tijdmeting.

    Het was echter niet voldoende de bewegingen van uurwerken aan vaste wetten gebonden te hebben, maar zoals hij zelf noteerde, het was nodig een gelijkmatige beweging in stand te houden, met stormen die het schip doen slingeren, dat was het probleem, daarom draaide het°). Toch heeft hij steeds gehoopt dat de moeilijkheid overwonnen kon worden, veel heeft hij geprobeerd, en bijna tot aan zijn dood heeft hij iets nieuws ondernomen om zijn doel te bereiken. Maar al heeft hij het niet zover kunnen brengen, met welk vernuft en met welke scherpzinnigheid hij de zaak behandeld heeft, kan iedereen beoordelen die het eerste deel van deze werken doorneemt; niet alles is evenwel gepubliceerd. [<]

    In 1659 gaf hij Systema Saturnium uit *{Zie pag. 527.}  [Ned.], waarin hij de werkelijke oorzaak van de hengsels van deze planeet gegeven heeft, die niemand voor hem zelfs maar had kunnen vermoeden, en deze bewees hij met onweerlegbare argumenten.

    Het volgende jaar begaf hij zich voor de tweede maal naar Frankrijk, vanwaar hij in 1661 naar Engeland vertrokken is. Daar heeft hij zijn bekwaamheid in de glasbewerking laten zien, want het stond voor allen vast dat de telescopen van Huygens, die toentertijd een lengte van vierentwintig voet niet te boven gingen, volmaakter waren dan alle andere.

    Een nieuwe uitvinding was toentertijd de luchtpomp, die hij na uit Engeland teruggekeerd te zijn vervolmaakte, en met behulp waarvan hij verschillende proeven deed. *{Zie pag. 765.}


    [ °)  De uitdrukking "hoc opus, hic labor", in: Chr. Huygens, brief aan J. Chapelain, 6 juni 1658.]

[ xii ]

    In hetzelfde jaar ontdekte hij regels over de botsing van elastische lichamen, en diezelfde zijn daarna in Engeland ontdekt door de zeer bekende mannen Wallis en Wren, met welke laatste onze Huygens echter een twist had over deze vinding.

    In 1663 begaf hij zich weer naar Parijs, en met zijn vader ondernam hij een reis naar Engeland, waar hij ingeschreven is als lid van de Royal Society in Londen.
    Hij verbleef er slechts enkele maanden, en hij ging terug naar Frankrijk.

    In 1664, toen hij teruggekeerd was naar den Haag, was er een geschil tussen hem en een afgunstig iemand over de uitvinding van het toepassen van slingers bij uurwerken.

    In deze tijd toonde in Frankrijk de doorluchtige Colbert zich een mecenas voor geleerden; en zijn adviezen voor het bevorderen van de wetenschappen werden door de koning van Frankrijk welwillend aangehoord. Van overal werden mannen die om hun kennis beroemd waren naar Frankrijk geroepen, onder wie Huygens.
    Deze is in 1665 uitgenodigd, in naam van de koning, met een brief van Colbert, om zich naar Parijs te begeven, en zijn woonplaats daar te kiezen, met een belofte van een ruime jaarlijkse toelage, en het aanbod van een woning in het gebouw dat bestemd was om als koninklijke bibliotheek te dienen.
    Daar leefde hij vanaf 1666 tot 1681.

[ xiii ]

Gedurende deze tijd ontdekte hij vele zeer mooie en scherpzinnige dingen in de wiskunde, en schreef hij verschillende van die werken die, nu tot één geheel verzameld, voor ogen stellen wat hij in verschillende onderdelen van de wiskundevakken verricht heeft.

    Behalve zijn al vermelde voortreffelijke vondsten zijn er onder andere twee die uitmunten door buitengewoon nut. Een waterpas voorzien van een telescoop bouwde hij zo, dat er meer op vertrouwd kan worden dan op andere. *{Zie pag. 254.} [fig. 2-5]   Een andere uitvinding heeft betrekking op tijdmeting: voor draagbare uurwerken maakte hij een stalen draad geschikt, spiraalvormig en elastisch *{Zie pag. 253.}; die nu in geen enkel draagbaar uurwerk ontbreekt, en als hij weggelaten wordt verliezen ze, ook de meest nauwkeurig geconstrueerde, elke gelijkmatigheid van beweging.

    Te zeer was hij echter toegewijd aan de wiskundige studiën, het lichaam dat het verstand diende kon de inspanning niet volhouden.   Tweemaal begaf hij zich om deze reden naar Holland, in de jaren 1670 en 1675, en nadat zijn gezondheid hersteld was ging hij weer naar Frankrijk, maar met het oog op zijn gezondheidstoestand zei hij tenslotte in 1681 dit land voor altijd vaarwel, en hij scheidde zich af van alle gunsten van de koning.

    Zijn verdere levensloop heeft hij met drukke bezigheden in dezelfde studies vervuld.

    In 1682 zorgde hij ervoor dat een vanzelf bewegend planetarium gebouwd werd, waarin hij de bewegingen van de planeten in een vlak heel mooi heeft nagebootst.
    Dit toestel staat getekend in Opera postuma, met een zeer nauwkeurige beschrijving. Het is nog steeds aanwezig bij de erfgenamen.

[ xiv ]

    In 1689 bezocht hij Engeland voor de derde maal.
    In het volgende jaar gaf hij twee verhandelingen uit, het ene over het Licht, het andere over Zwaarte.
    Cosmotheoros zweette onder de pers ten tijde van zijn dood, de uitgave was evenwel nog onvoltooid.

    Hij eindigde zijn leven in 's-Gravenhage op 8 juni [juli] 1695.
    Al zijn geschriften heeft hij nagelaten aan de bibliotheek van de universiteit der Staten van Holland die in Leiden is, en aan hij heeft gevraagd aan twee mannen — uitstekende wiskundigen, Burchard de Volder, bekend hoogleraar in de filosofie en wiskunde aan dezelfde universiteit, en Bernhard Fullenius, hoogleraar aan de Friese universiteit te Franeker — dat zij uit de geschriften zouden selecteren wat ze ter perse konden brengen, aan welk verzoek we het deel van de nagelaten werken te danken hebben dat uitgegeven is in 1700 [1703].


ornament




    [ O.C. IX, 104 (1686): de vader van W. J. 's Gravesande (1688-1742) op bezoek bij Huygens i.v.m. glas (uit den Bosch) voor telescooplenzen.]



Home | Chr. Huygens | Huygens' leven (top) | Biografie in O.C. XXII